Technische vragen CU-GBNF-S!N met beantwoording - Belastingverordeningen
Tekst van het document
Technische vragen – Belastingverordeningen 2026 It Beslút 18 december 2025
Vragen ChristenUnie (K. de Jager) In de Toelichting per Verordening wordt onder 7. “De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2026” aangegeven dat “Voor campers wordt steeds een vast bedrag per dag per standplaats in rekening gebracht”. Nr. 1.
Vraag Wat is de hoogte van het bedrag welke campers als vast bedrag per dag per standplaats in rekening wordt gebracht?
Antwoord Het staangeld voor het innemen van een camperstandplaats met een stroomvoorziening voor campers bedraagt per dag € 15,50 (artikel 9 verordening lig- en staangeld 2026).
2.
Wat is de jaarlijkse geschatte opbrengst hiervan?
De jaarlijks geschatte opbrengst is € 2.850,-
Vragen Gemeentebelangen Noardeast-Fryslân (J. van Midlum) 3. Verordening lig- en staangelden De tarieven staan vermeld in artikel 4 van de Bij de begroting gevraagd naar de tarieven tarieventabel die bij de voor de liggelden. Deze waren nog niet verordening hoort: bekend, nu ontbreken opnieuw de tarieven. Het tarief voor het innemen van een ligplaats door een Vraag: Kan hier duidelijkheid over gegeven pleziervaartuig bedraagt worden? a. voor een passantenplaats met aanwezigheid van een stroomvoorziening per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter lengte van het vaartuig: € 1,50; b. voor een passantenplaats waar geen stroomvoorziening aanwezig is per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter lengte van het vaartuig: € 1,10;
c. voor een passantenplaats aan It Stienfek te Ie, Dokkumer Nije Silen en Oostmahorn per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter lengte: € 0,75. Terrasboot: een (historisch) vaartuig gebruikt als onoverdekt terras waar dranken worden geschonken en eten voor directe consumptie worden verstrekt.. Vraag: er staat onoverdekt terras in de verordening. als men een terrasboot overdekt maakt, is dan het object op basis van deze omschrijving dan wel belastingplichtig? Is het dan niet aan te bevelen in de verordening de term (on)overdekt te gebruiken?
4.
Verordening Rioolaansluitrecht In 2025 stond in de verordening dat het recht per aansluiting € 1.128,40 bedraagt: Nu wordt er onderscheid gemaakt tussen aansluitingen voor particulieren gebruikers en voor bedrijven. De bedragen die genoemd worden zijn exclusief omzetbelasting. Artikel 1. voor particuliere aansluitingen wordt er een bedrag in rekening gebracht voor administratieve verwerking € 191,33, en daarnaast variabele kosten per meter van € 294,58 Artikel 2. Voor bedrijven worden de werkelijke kosten in rekening gebracht op basis van een offerte of kostenraming van een door de gemeente gekozen bedrijf Vraag: de kosten stijgen gigantisch, wat is hiervoor de reden en waarom wordt er nu
De regels voor terrassen zijn vastgelegd in het Terrassenbeleid Noardeast-Fryslân 2025. Daarin staat dat een terrasboot niet mag worden overdekt. Met onoverdekt wordt bedoeld: zonder dak of vaste overkapping. Zonwering met parasols is wel toegestaan. Omdat overdekte terrasboten niet zijn toegestaan, hoeft de term (on)overdekt niet te worden opgenomen in de verordening lig- en staangeld. Tot nu toe werd gewerkt volgens het solidariteitsprincipe, waarbij de kosten voor rioolaansluitingen collectief werden gedragen, ongeacht de daadwerkelijke aanlegkosten of het individuele gebruik. Deze aanpak functioneerde goed in een context met veel nieuwe aansluitingen per jaar. In de huidige situatie, waarin het aantal aansluitingen beperkt is, is dit niet meer zo. Daarom is het tariefmodel aangepast. Die is eerlijker, duidelijker en beter afgestemd op de praktijk.
onderscheid gemaakt tussen particulieren en bedrijven?
Verder is uit een btwsteekproef door fiscaal dienstverlener Fiscaliade geconstateerd dat een rioolaansluiting onder ondernemersactiviteiten valt en dat dus ook btw in rekening gebracht moet worden. De verhoging is dus de prijsverhogingen van de afgelopen jaren en het nu moeten heffen van de btw hierop. Bedrijven betalen voortaan de werkelijke kosten van hun aansluiting, zonder dat anderen hieraan bijdragen. Dit maakt het ook mogelijk om maatwerk te leveren, bijvoorbeeld voor bedrijven met complexe aansluitingen of intensief afvalwatergebruik.
Vraag S!N (S. Keizer) 5. De afvalstoffenheffing stijgt met 12,54%. Onze fractie mist uitleg hierover in het raadsvoorstel. Het kan te maken hebben bij het niet halen van de VANG doelstellingen of aan iets anders. Wij willen graag weten waarom de afvalstoffenheffing met 12,54% stijgt.
De stijging van de afvalstoffenheffing wordt veroorzaakt door onder andere hogere kosten voor de verwerking van afval, mede ook als gevolg van de afvalstoffenbelasting, die vanuit het Rijk wordt opgelegd voor het verbranden van afval. Deze afvalstoffenbelasting heeft een autonome stijging van de afvalstoffenheffing tot gevolg. Ook bij andere (Friese) gemeenten is dit het geval. Op Prinsjesdag 2025 is ook voor de komende jaren een verhoging van de afvalstoffenbelasting aangekondigd. Omdat deze kosten moeten worden toegerekend aan
de afvalstoffenheffing heeft dit ook voor de toekomst een stijging van de afvalstoffenheffing tot gevolg. Door te werken aan de VANGdoelstellingen en daarmee het verlagen van de hoeveelheid te verbranden restafval kan dit effect mogelijk worden gedempt.