Technische vragen CDA-CU-GB - Jaarstukken 2024 met beantwoording
Tekst van het document
Technische vragen Jaarstukken 2024 Noardeast-Fryslân It Beslút 3 juli 2025
Nr.
Programma nummer
Bladzijde
1
2
Fractie
Vraag
Antwoord college
CDA L. Sytsma
De accountant noemt de onzekerheden over de beheerplannen. In de bezuinigingsvoorstellen zien we ook voorstellen om het beheer en onderhoud naar beneden bij te stellen. Hoe verhoudt zich dit tot de opmerking van de accountant?
De accountant constateert onzekerheden als onderbouwing in de beheerplannen. De beheerplannen zijn inmiddels 4 jaar oud en zullen naar de stand van nu moeten worden bijgesteld. De bezuinigingsvoorstellen gaan meer over naar afhandelingssnelheid van klachten en versobering van het beeld. In de nieuwe nota kapitaalgoederen (in 2026 voor te leggen aan de Raad) gaan we de totale gevolgen van het beheer en onderhoud opnieuw en met de huidige eisen in beeld brengen.
CU
Hoeveel ex-wethouders nemen per 21-12-24 deel aan het weth.pensioen?
Er zijn 37 ex-wethouders (inclusief nabestaanden) die deelnemen aan het wethouders pensioen. Hiervan zijn er 26 uitkeringsgerechtigd.
8.a.3 Bestemmingsreserves
292
3
Raadsvoorstel
Argument CU 3 K. de Jager
Waar ligt tot op heden het mandaat voor toevoegingen en onttrekkingen Reserve wethouders pensioenen?
Het mandaat voor het doen van toevoegingen en onttrekkingen aan de Reserve wethouders pensioenen ligt bij de Raad.
4
Accountants verslag 2024
12,13
Welke risico’s/onzekerheden brengt het inverdieneffect onderhoud kapitaalgoederen van ca. € 2.5 mio met zich mee?
Het risico wat je loopt is dat als je de beschikbare middelen niet besteedt en dat dan het onderhoudsniveau in het totaal
K. de Jager
CU K. de Jager
langzaam naar beneden gaat. Echter worden diverse onderhoudswerken gecombineerd in bijvoorbeeld een reconstructie, dat zorgt dan voor een werk met werk maken constructie die effectiever dus kostenbesparender is. De € 2.5 mln. is geen inverdien effect maar dat is het budget wat nog niet besteed was, het blijft in de voorziening. 5
Accountants Verslag 2024
4.8.3., blz.17
CU K. de Jager
Wanneer wordt er een standaard werkwijze om backtesting uit te voeren, geïntroduceerd?
Er is op dit moment nog geen standaard werkwijze. We starten dit jaar wel voorbereidende werkzaamheden op en verwachten afronding in 2026. Kapitaalgoederenbeheer: Waar de accountant naar refereert inzake kapitaalgoederen en beheerplannen kunnen we melden dat de evaluatie voor de eenheidscijfers nu in het algemeen voor kapitaalgoederenbeheer wordt gedaan door te indexeren; dat was voor de voorgaande jaren voldoende. Door de externe invloeden, bijvoorbeeld oorlogen (extreme prijsstijgingen) en strengere wetgeving, is het verstandig dit intensiever te gaan uitvoeren. (voor inkoop en aanbesteden gebruiken we een landelijke database die jaarlijks geactualiseerd wordt). Grondexploitaties:
Bij grondexploitatiebegrotingen zijn verschillende kostensoorten te onderscheiden. De hoogte van de te maken kosten worden ingeschat. Het uitgangspunt is een degelijke onderbouwing van de schattingen van de te maken kosten in overeenstemming met de specifieke invulling van de grondexploitatie. Indien nodig laten we ons adviseren door een externe deskundige, maken we gebruik van externe cijfers of van recente aanbestedingen. Tevens wordt er rekening gehouden met de inflatie gedurende de looptijd van de grondexploitatiebegroting. Jaarlijks worden de kosten in de grondexploitatiebegrotingen geactualiseerd. Indien nodig wordt er rekening gehouden met specifieke ontwikkelingen in het exploitatiegebied. 6
9
GB A. Braaksma
Welke incidentele baten hebben bijgedragen aan het positieve rekeningresultaat van €896.000 en in hoeverre zijn deze structureel te verwachten in toekomstige jaren?
Alle incidentele baten (en ook incidentele lasten) staan per programma vermeldt in de laatste paragraaf (“Overzicht baten en lasten 2024”). Dat zijn alle posten waar in de laatste kolom de code I staat vermeldt. We verwijzen naar de jaarrekening 2024, het betreffen heel veel posten over alle programma’s, alle posten hier in het antwoordkader vermelden zou in feite het kopiëren van de financiële jaarstukken zijn.
We verwachten niet dat deze baten (en/of lasten) structureel zullen worden. 7
17-18
GB A. Braaksma
Hoe is de effectiviteit van de aanpak tegen jeugdcriminaliteit en ondermijning gemeten en welke indicatoren tonen aan dat de ingezette lijn werkt?
Het is moeilijk om te meten hoe effectief de aanpak van jeugdcriminaliteit en ondermijnende criminaliteit is. We kunnen immers niet zien wat we hebben voorkomen. In voorgaande jaren kwamen er soms overlast gevende en hinderlijke jeugdgroepen voor in onze gemeente. Deze groepen moesten toen geprioriteerd worden in de driehoek. Sinds 2024 zijn dit soort groepen echter niet meer gesignaleerd.
8
21-22
GB A. Braaksma
Hoe wordt gemonitord of subsidieregelingen als ‘Keunst en Kultuer’ en ‘Ynwenners yn beweging’ daadwerkelijk bijdragen aan versterking van sociale cohesie?
Veel subsidies zijn lager dan € 10.000. Daar hoeft geen verantwoording afgelegd te worden. Door goed contact te houden met de aanvragers zien en weten we wat er georganiseerd wordt en waar het aan bijdraagt. Deze subsidies worden vaak verleend voor groepsactiviteiten zoals koren en korpsen en toneelverenigingen. De verenigingen hebben door de wekelijkse repetitieavonden en de optredens een samenbindende rol in een dorp of stad. Bij subsidieaanvragen wordt altijd aan de voorkant beoordeeld/getoetst of het initiatief bijdraagt aan het doel van de regeling en voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in de subsidieverordening. Het doel van de
subsidieregeling ‘Ynwenners yn Beweging’ is om sport en bewegen onder inwoners in onze gemeente te stimuleren. Dit wordt gedaan door subsidie te verlenen voor openbare, voor iedereen toegankelijke activiteiten gericht op sport en bewegen. Gezamenlijk sporten en bewegen bevordert sociale contacten, versterkt de band tussen mensen en kan een gevoel van verbondenheid creëren. Door samen te sporten en bewegen kunnen gevoelens van eenzaamheid verminderd worden, omdat mensen sociale steun en contacten ervaren en er vriendschappen ontstaan. 9
40-42
GB A. Braaksma
Welke maatregelen zijn genomen of voorzien om de relatief hoge apparaatskosten (€1.168 per inwoner) en externe inhuur (15,3%) terug te dringen?
Bij de hoge apparaatslasten moet rekening gehouden worden met het feit dat de ambtelijke organisatie geschoeid was op het werken voor twee gemeenten (Noardeast-Fryslân en Dantumadiel). Sinds 2024 wordt er door directie en management gestuurd op de overbezetting die de ontvlechting heeft opgeleverd om de apparaatskosten te laten dalen. Door natuurlijk verloop en loopbaankansen worden hier grote stappen in gezet, maar het overbezettingseffect is daardoor wel zichtbaar in 2024. Met het management is een maximaal percentage van 10% afgesproken (Roemer-
norm) voor externe inhuur. De redenen voor externe inhuur zijn heel divers (bijv. vervanging ziekte, specialisme, projecten) waardoor het ook meer tijd en inspanning vraagt om voor de gehele organisatie het huidige inhuurpercentage te laten dalen. 10
23
GB A. Braaksma
Wat zijn de oorzaken van de relatief lage sportdeelname (58% niet-sporters) en welke beleidsmaatregelen worden overwogen om dit te verbeteren?
Oorzaken van de relatief lage sportdeelname in Noardeast-Fryslân De lage sportdeelname is het gevolg van een combinatie van factoren: 1. Demografische samenstelling De gemeente heeft een relatief vergrijsde bevolking. Ouderen sporten over het algemeen minder vaak, mede door fysieke beperkingen of doordat ze minder makkelijk deelnemen aan activiteiten buiten de deur. 2. Sociaal-economische omstandigheden Er is een aantoonbaar verband tussen opleidingsniveau, inkomen en sportdeelname. In NoardeastFryslân liggen het gemiddelde opleidingsniveau en inkomen lager dan in veel andere regio’s, wat de drempel om te sporten verhoogt financieel, maar ook qua bewustwording of motivatie. In Noardeast-Fryslân is de minst actieve sportgroep: jeugd uit lage inkomensgezinnen.
3. Voorzieningen en bereikbaarheid Het sportlandschap is in beweging: mensen sporten steeds vaker zelfstandig en minder via een sportvereniging. In een uitgestrekte plattelandsgemeente als Noardeast-Fryslân sluit het huidige sportaanbod hier niet altijd goed op aan. Bovendien zijn sportvoorzieningen vaak minder goed bereikbaar voor inwoners zonder eigen vervoer — denk aan jongeren, ouderen of mensen met een beperking. 4. Knelpunten in het lokale sportaanbod Sportverenigingen hebben te maken met vergrijzing onder vrijwilligers en een tekort aan gekwalificeerde trainers. Dit maakt het lastig om aantrekkelijk, gevarieerd en toekomstbestendig aanbod te bieden dat aansluit op de wensen van vandaag. Beleidsmaatregelen: 1. Toegankelijk beweegaanbod voor iedereen • Buurtsportcoaches organiseren laagdrempelige activiteiten met sportclubs.
Speciale aandacht voor jeugd (‘Tiid foar Aksje’) en senioren (‘Sûn âlder wurde’). • Sportclubs kunnen via het Sportakkoord ondersteuning krijgen voor nieuw aanbod. 2. Ondersteuning op maat bij sportdeelname • Buurtsportcoaches helpen inwoners met belemmeringen (bijv. beperking of chronische aandoening). • Financiële ondersteuning via Jeugdfonds en Volwassenenfonds Sport & Cultuur. • Toenemend gebruik van deze fondsen toont behoefte aan hulp bij sportdeelname. •
3. Beweegvriendelijke leefomgeving • Sportvoorzieningen worden toegankelijker en multifunctioneel ingericht. • Samenwerking met scholen voor beweegvriendelijke schoolpleinen. • Investeringen in wandel- en fietsroutes, speelplekken en natuurlijke beweegruimtes. 4. Versterking lokaal sport- en beweegaanbod • Clubondersteuner helpt sportclubs met organisatie en ledenwerving.
Seniorenactiviteiten worden ondersteund via ‘Aktiviteiten foar âlderein’. Valpreventieve programma’s in samenwerking met fysiotherapeuten. •
Vragen op basis van vergelijking met Jaarstukken 2023 11 GB Welke maatregelen zijn tussen 2023 en 2024 genomen om grip te krijgen op de stijgende A. Braaksma kosten binnen jeugdzorg en Wmo, en wat is het (financiële) effect daarvan?
12
GB A. Braaksma
Welke concrete stappen zijn tussen 2023 en 2024 gezet om apparaatskosten en externe inhuur te verlagen?
Er zijn diverse maatregelen getroffen waaronder: - Inzet van contractbeheer en management; - Inzet van toezichthouders; - Inzet van kwaliteitsmedewerkers; - Preventieve maatregelen (zorgonderwijs). Het effect is dat cliënten aantallen zo goed als stabiel zijn gebleven. Het financiële effect daarvan is dat kosten, gerelateerd aan aantallen cliënten, stabiel zijn gebleven, echter door stevige indexaties zijn de kosten in zijn totaliteit alsnog fors toegenomen. Hiervoor geldt dat er actief gestuurd wordt door het management om het terugdringen van de apparaatslasten (o.a. terugdringen overbezetting) en tevens het handhaven van de 10% norm voor externe inhuur.
Zie hiervoor tevens de beantwoording op vraag 9. 13
GB A. Braaksma
Welke meetbare effecten heeft de intensivering van het veiligheidsbeleid in 2024 opgeleverd ten opzichte van de situatie in 2023, waarin nog vooral beleidsontwikkeling plaatsvond?
Het veiligheidsbeleid richt zich onder andere op het versterken van ambtelijke weerbaarheid en bewustwording. Denk hierbij aan trainingen om ondermijnende criminaliteit te herkennen. Dit heeft geleid tot meer meldingen van mogelijke ondermijnende situaties. Ook is er extra geïnvesteerd in de organisatie van crisisbeheersing. Alle functies binnen de gemeentelijke crisisorganisatie zijn inmiddels ingevuld. Daarnaast is de volledige Officier van Dienst Bevolkingszorg-organisatie ingericht en getraind. Deze functionarissen zijn al regelmatig ingezet bij diverse incidenten.