CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen bezuinigingsvoorstellen SIN-FNP met beantwoording college

It Debat 28 mei 2025, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Debat over Financiële positie en bezuinigingsopties2.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen – bezuinigingsvoorstellen. // Beantwoording Maandag 26 Mei 2025 S!N Nr. 2.1

Vraag Verlagen plafonds diverse subsidieregelingen

Antwoord

•

Zie bijlage 1.

•

3.3

Hoeveel geld is er beschikbaar per genoemd budgetten en hoeveel geld wordt er jaarlijks per budget gebruikt? Wat betreft het budget jierwikselfiering; hoe verhoudt dit budget zich tot het beperken van schade rond jaarwisseling en voorkomt dit budget daarmee hogere kosten? In hoeverre acht het college het risico op een toename aan kosten door schade als dit budget verlaagd wordt? (Als het vergeleken wordt met de jaren voor dit budget en de jaren na dit budget?)

Dit budget is ervoor om dorpen een bijdrage (geen volledige vergoeding) te geven in het organiseren van festiviteiten rondom de jaarwisseling. Het primaire doel is niet, om schade tijdens de jaarwisseling te voorkomen, maar het zal ongetwijfeld bijdragen aan een dempend effect van de inzet van deze bijdrage. Het voorstel is niet om het budget te verlagen tot onder de grens van de uitgaven van de afgelopen jaren, maar naar een realistisch niveau te brengen (reëel ramen).

Inzet consulent derde en directe verwijzers jeugdzorg •

In hoeverre is de overweging geweest om alle gebiedsteammedewerkers extra te trainen op het volgen van ingezette trajecten, monitoren afspraken en bevragen op effect van een traject?

Deze overweging is niet gemaakt. Gebiedsteammedewerkers zijn primair verantwoordelijk voor hun eigen cliënten, niet voor cliënten die door directe verwijzers doorverwezen worden naar een zorgaanbieder. Het volgen van ingezette trajecten, monitoren afspraken en bevragen op effect van een traject doen zij met betrekking tot hun eigen cliënten. Dat is hun dagelijkse werk.

•

Is het ook mogelijk om binnen de eigen formatie een consulent derde verwijzers aan te wijzen? Waarom is hier juist wel of juist niet voor gekozen?

Op dit moment is die mogelijkheid/capaciteit er niet. De huidige (totale) caseload is afgestemd op de beschikbare capaciteit. Indien er extra capaciteit beschikbaar is binnen de eigen formatie, dan is dit een mogelijkheid.

3.5

Besparing leerlingenvervoer •

Indien er meer dan 50 leerlingen in aanmerking komen voor het overstappen op openbaar vervoer of eigen vervoer (in plaats van leerlingenvervoer) wordt deze mogelijkheid dan ook benut?

Deze mogelijkheid wordt zeker benut. Wij bieden alle kinderen in onze gemeente dezelfde mogelijkheden. We willen tijdens de persoonlijke gesprekken laten weten dat we graag met ouders meedenken. Het is maatwerk. Geen enkel kind is gelijk of ontwikkelt zich op dezelfde manier. Tot nu toe is gebleken dat de gesprekken die we in de afgelopen weken hebben gevoerd, worden gewaardeerd door de ouders. We bespreken mogelijkheden waarvan ze niet wisten dat het bestond.

•

Hebben wij het goed begrepen dat alle ouders gebeld gaan worden? En dat er dan gekeken wordt of iemand in aanmerking komt voor beschikking vervoersverklaring of juist eigen vervoer of openbaar vervoer?

Alle ouders die een aanvraag hebben gedaan, worden gebeld. Bij kinderen onder de 10 jaar bellen wij om te vragen of ze ook zelf voor vervoer kunnen zorgen tegen een vergoeding. Bij ouders met kinderen ouder dan 10 jaar (ook het voortgezet onderwijs) onderzoeken we of zelfstandig reizen (OV of fietsen) geoefend kan worden en op welke manier wij als gemeente hierbij kunnen helpen. Voor het OV hebben wij speciale oefenpassen van Qbuz beschikbaar. Op dit moment zijn we aan het onderzoeken of we een stukje begeleiding kunnen bieden voor kinderen waarvan de ouders niet kunnen oefenen met hun kind, door bijvoorbeeld ziekte of andere omstandigheden. Ook stellen we de vraag of ze zelf voor vervoer kunnen zorgen tegen een vergoeding.

•

Wanneer ouders hun kind naar school brengen krijgen zij een vergoeding. Worden er meerdere kinderen meegenomen gaat dan de vergoeding omhoog?

Ouders kunnen een vergoeding krijgen om zelf te rijden Dit is een bijdrage per autorit. Het aantal kinderen dat wordt meegenomen heeft op

die vergoeding geen invloed. De bijdrage is 23 cent per km. Dit is dan 4x (brengen: heen en terug, halen: heen en terug) per dag.

3.6

20 duurste WMO-casussen screenen en migreren naar WLZ We kijken niet alleen naar de duurste casussen, maar ook casussen die qua urenomvang fors naar boven afwijken van het gemiddelde. Doorgaans betekent dit, dat het vaak ook de duurste trajecten zijn. We kijken voornamelijk naar de zwaarte van de zorgvraag en het geboden aantal uren ondersteuning. De zorgzwaarte is leidend of toeleiding naar de WLZ kansrijk is.

•

In hoeverre is het de overweging geweest om niet alleen de duurste casussen te screenen, maar ook andere casussen die in aanmerking komen voor WLZ?

•

In hoeverre zou het besparingen opleveren als gebiedsteammedewerkers meer kritisch kijken naar WMO/WLZ-toegang aan de voorkant? Wat voor bezwaren en voordelen kleven er aan een dergelijke mogelijkheid?

Dat levert potentieel een besparing op, wanneer we (nog) kritischer op de toegang tot de WMO/WLZ zijn. Dat betekent ook dat we een groter beroep gaan doen op de zelfredzaamheid van de inwoner. Dat betekent ook dat we de maximale grens opzoeken van wat het netwerk (mantelzorgers) rondom de persoon zelf kan betekenen en aankan.

•

In hoeverre is het mogelijk om bijvoorbeeld de inzet consulent derde en directe verwijzers jeugdzorg ook in te zetten voor het screenen van WMO-casussen die naar de WLZ overgebracht zouden kunnen worden? Wat voor bezwaren en voordelen kleven er aan deze mogelijkheid?

Daar kleven geen bezwaren aan, alleen zijn het twee verschillende expertise – en kennisgebieden.

•

Hoeveel casussen binnen onze gemeente die nu onder de WMO vallen zouden onder de WLZ kunnen / horen te vallen? En in hoeverre wijkt dit af van vergelijkbare gemeentes?

Dat is op voorhand niet te zeggen, aangezien we afhankelijk zijn van het oordeel van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

3.9

3.11

Vermogenstoets bij aanvraag bijzondere bijstand Het is niet de bedoeling om het gehele vermogen aan te spreken. Een keuze zou zijn dat er gekozen wordt om het vermogen boven de gestelde wettelijke grens eerst aan te spreken. Ofwel, om die grens naar boven te verruimen. Meer dan we nu doen. Het is niet de bedoeling dat het gehele vermogen voor de bijzondere bijstand wordt aangewend, maar een ruimer deel dan het huidige wettelijke. In de Participatiewet is de vrij te laten vermogensgrens voor 2025 vastgesteld voor: • Gehuwd/samenwonend en alleenstaande ouder € 15.540,• Alleenstaande € 7.770,• Met een eigen (koop)huis € 65.500,-

•

In hoeverre maakt dit mensen meer kwetsbaar voor financiële problemen als zij geen buffer meer hebben voor noodgevallen of toekomstige reparaties?

•

In hoeverre ontmoedigt de vermogenstoets sparen? Hoe groot acht het college door deze beleidswijziging het risico op inwoners die structureel financieel kwetsbaar blijven of worden?

Dat is niet te zeggen. Voor het merendeel van de inwoners geldt dat zij niet veel kunnen sparen en nog steeds in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Door niet het totale vermogen te benutten, worden of blijven inwoners niet financieel kwetsbaar.

•

In hoeverre vertraagt een vermogenstoets de aanvraag voor de bijzondere bijstand? Leidt dit tot een toename in de wachttijd voor toekenning bijzondere bijstand?

Dit leidt niet tot een toename in de wachttijd voor bijzondere bijstand. We zijn aan een wettelijke termijn gehouden.

Langdurige dagbesteding en begeleidingsindicaties beperken tot een minimum: •

Wat wordt bedoeld met met het beperken tot een stabiel minimum? Krijgen cliënten veel minder begeleiding met de nodige nadelige gevolgen?

We willen middels een nieuw indicatieprotocol onderscheid maken tussen behoud-gerichte en ontwikkelgerichte indicaties. Bij ontwikkelgerichte indicaties is het doel dat de cliënt een duidelijke ontwikkeling realiseert (leren, groeien, versterken). Bij behoudgerichte indicaties is het primaire doel dat de cliënt de mogelijkheden behoud om zich (zo veel mogelijk) zelfstandig te blijven redden in het leven.

6.3

6.7

Lagere frequentie rioleringsinspecties en reinigingen en overige budgetverlagingen op rioleringsonderhoud •

In hoeverre zorgt dit voor een snellere slijtage van het riool en de installaties?

Snellere slijtage aan riool en installaties is lastig aan te geven. Dit is op langere termijn pas zichtbaar.

•

Hoe groot acht het college het risico op schade door achterstallige gebreken in de riolering en in hoeverre zorgt deze schade voor hogere structurele kosten op termijn? Hoe groot acht het college het risico op deze hogere kosten door schade? Hoe verhouden deze eventuele kosten zich tot de besparing op onderhoudskosten?

Risico op hogere schade is aanwezig en zal in “pieken” voor kunnen komen. De verhouding daarop is nu niet aan te geven.

•

Wat voor gevolgen heeft deze wijze van rioolinspectie en onderhoud in het geval van wateroverlast door klimaatverandering en hoe groot acht het college de kans hierop?

Wateroverlast door water op straat zal vaker voorkomen omdat de afvoercapaciteit van de riolering kleiner wordt. Kans hierop is tijdens extreme buien reëel.

•

Is deze wijze van onderhoud ook afgestemd met Wetterskip en Rzi's?

Bij vaststelling van besluit op dit onderdeel zal de nieuwe onderhoudssystematiek worden afgestemd met het Wetterskip.

•

Hoe groot is het risico dat een slecht functionerend riool zorgt voor vuilwater lozingen in sloten, kanalen of oppervlaktewater?

Overstorten zal toenemen. Geeft in het algemeen tijdelijk overlast.

Diverse groenbudgetten, bestrijding ziekte en land exoten •

Hoe groot acht het college het risico op schade aan infrastructuur en gebouwen door kostenverlaging in het budget voor de bestrijding van ziekte en land exoten?

Extra schade aan gebouwen wordt als laag verwacht. Schade aan infrastructuur kan met name bij Japanse duizendknoop groter zijn maar is nu nog beperkt.

•

Hoe groot is de problematiek van invasieve exoten in onze gemeente en hoe is deze onder controle door de huidige systematiek?

Invasieve exoten problematiek neemt toe. We hebben de exoten in kaart en weten waar ze aanwezig zijn. Japanse Duizendknoop bestrijden we door elektrocutie en heet waterwegen. Bestrijding springbalsemien en berenklauw voeren we uit in het wijkteam. We reageren op excessen.

•

6.10

Wat voor toename van exoten kunnen we verwachten bij de kostenverlaging van de bestrijding hiervan en in hoeverre zorgt dit voor afnemende biodiversiteit en verstoring van onze inheemse flora en fauna?

Bestrijding van exoten is nu gebaseerd op beheersbaar houden in plaats van in te dammen. Het wordt met kostenverlaging moeilijker om de haarden beheersbaar te houden, waardoor verspreiding mogelijk meer toeneemt. Met name voor Japanse Duizendknoop zal de schade aan biodiversiteit en inheemse soorten toenemen.

Wegen (databeheer) en openbare verlichting •

In hoeverre houdt het college rekening met de sociale veiligheid, op locaties waar lichtmasten minder snel gerepareerd worden?

Het college blijft rekening houden met de sociale veiligheid. Solitaire lichtmasten op belangrijke plaatsen zullen we snel blijven repareren.

Algemene vragen •

Onze gemeente heeft een solvabiliteit van onder de 10 procent, terwijl het eigenlijk 20 procent moet zijn. Hoe zit het met de liquiditeit en rentabiliteit?

Liquiditeit (beschikbaarheid van geld): Voor gemeenten is liquiditeit meestal geen probleem. Gemeenten krijgen ieder jaar geld uit het Gemeentefonds. Ook is er de mogelijkheid om geld te lenen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Uiteraard moeten inkomsten en uitgaven wel in balans zijn. Rentabiliteit (winstgevendheid): Rentabiliteit laat zien hoeveel winst een organisatie maakt met het geld dat erin is gestoken. Dit is belangrijk voor bedrijven. Voor gemeenten is dit niet belangrijk, omdat gemeenten niet gericht zijn op het maken van winst, maar op het verlenen van diensten aan inwoners. Daarom gebruiken gemeenten andere cijfers om hun financiële situatie te beoordelen.

•

De schuldquota van onze gemeente is 120 procent. Bij financiering wordt er gekeken naar de solvabiliteit, liquiditeit, rentabiliteit en naar de schuldquota (risicobeoordeling). Wat voor gevolgen heeft dit bij een aanvraag voor een financiering bij de BNG?

De Bank Nederlandse Gemeenten kijkt niet alleen naar hoeveel schulden een gemeente heeft (de schuldquote), maar vooral of de begroting goed in balans is.

Zolang de gemeente genoeg geld heeft om de rente op leningen te betalen en zich houdt aan de regels van de Wet Fido (regels voor het lenen door gemeenten), kan de gemeente meestal gewoon geld lenen. •

FNP 2.1

Er liggen bezuinigingsvoorstellen voor ons en dat geldt natuurlijk ook voor de hele organisatie. In hoeverre wordt er gekeken naar de bestaande budgetten en of sommige budgetten verlaagd kunnen worden of zelf uitgesteld kunnen worden?

Verlagen plafonds diverse subsidieregelingen Fraach: De FNP fraksje wol graach it te besunigjen totaalbedrach útsplitst sjen per neamde budzjetten. Bygelyks wat wurdt der besunige op jierwikselfiering?

6.1

Verlagen uitbreidingsinvestering De Lindenhof Fraach: Hat de plande besuniging ek konsekwinsjes foar it noch te realisearjen tinkbosk?

6.7

Sjoch taheakke (bijlage 1)

Invoeren betaald parkeren Fraach: Wêrom is keazen om de earste oere 2 euro te barren en dêrnei yn de oere 0,10 sint mear? Wêrom wurdt der net in oeretaryf mei in maksimum deis hantearre?

6.5

De bezuinigingsvoorstellen gaan vooral over het verlagen van bestaande budgetten. Door middel van de ‘kaasschaafmethode’ worden bestaande budgetten afgeroomd.

Dit is in yndikative berekkening. As der besletten wurd foar betelle parkearjen bûten de binnenstêd, dan moatte we nochris neirekkenje wat in tûk taryf is, dat it bêste past by it funksjonearjen fan de binnenstêd yn relaasje ta de ferwachte opbringsten dy’t wy ophelje wolle.

Dit hat gjin konsekwinsjes, Wy nimme de realisaasje fan it betinkbos mei yn de plannen foar de realisaasje fan’e earste fase fan Lindenhof. Dit fâlt bûten de skope fan’e besunigings. Taridingen jirfoar binne úteinsetten. Realisaasje sil nei ferwachtings ein 2025 starte.

Diverse groenbudgetten, bestrijding ziekte en land exoten Fraach: Wat binne de sichtbere gefolgen yn de mienskip fan de foarstelde besuniging op biodiversiteit en de lân eksoaten? Wat sil de boarger dêrfan sichtber fernimme?

Wy kinne minder útfiering jaan oan’e realisaasje fan bioferskaatplannen en minder ynspylje op winsken út’e

mienskip oangeande grien. Dêrnjonken kinnen wy beliedsdoelstellingen ut it biodiversiteitsplan en grienstruktuerplan net helje. Tink hjirby oan fersterkjen grienstructuren (beamen), oanplanten fan bollen en ynsjidzjen fan blommemingsels. Strategie oangeande lâneksoaten sil ferskowe fan bestriiden nei behearsber hâlden. It sil minder goed slachje om fersprieding fan lâneksoaten yn te daamjen.

10.1

Afschaffen Lauwersregeling Fraach: hoe ferhâld de maatregel ûnder 10.1 him ta 3.9, fermogenstoets by oanfraach bysûnder bystân? Hat de maatregel ûnder 3.9 effekt op it tal minsken dat dan noch gebrûk meitsje kin fan ôfskaffen fan de Lauwersregeling?

Alg.

Dat hat neat mei-inoar te krijen. De bysûndere bystân is foar needsaaklike en ûnfoarsjoene kosten. De Lauwersregeling is dat net. Dy is bedoeld foar sosjale aktiviteiten of praktyske saken dêr’t minsken mei in ynkommen ûnder de 110% fan de bystânsnoarm in oanfraach foar dwaan kinne. Dy kosten wurde net beskôge as needsaaklik en ûnfoarsjoen.

Algemene vraag / ingediend door meerdere raadsleden/fracties Graag de bezuinigingsbedragen per voorstel vermelden in verhouding tot het totale budgetbedrag c.q. budgetonderdeel.

Zie bijlagen 2 en 3. Uitgesplitst naar Lijst A en Lijst B.

Wat is de benutting van het budget ziektevervanging?

In 2024 was het ziekteverzuim 5,3%. Dat betekent dat er voor ongeveer € 2,2 miljoen aan loon is doorbetaald aan zieke medewerkers. De totale loonsom is € 45 miljoen. Voor het vervangen van zieke medewerkers is er een ziektebudget van € 400.000. Dit geld wordt alleen gebruikt bij langdurige ziekte of als het werk anders niet goed door kan gaan.

Niet alle zieke medewerkers worden vervangen. Vaak nemen collega’s het werk over. In vergelijking met het totale loonbedrag is het ziektebudget klein. Het wordt elk jaar helemaal gebruikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=5b5164f3-f0fa-4c07-9634-2a02583031a3