CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Scenario's ambitiebepaling Energietransitie 2030 Noardeast-Fryslân

It Petear 27 januari 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Ambitiebepaling Energietransitie 20304.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: ‘Scenario’s ambitiebepaling Energietransitie 2030’ Dit document is een ondersteunende bijlage voor het raadsvoorstel ‘Ambitiebepaling Energietransitie 2030’. In deze bijlage worden verschillende scenario’s uitgewerkt voor het bepalen van een ambitie voor 2030. De resultaten van dit document worden gepresenteerd in ‘It Petear’ van 27 januari 2021. In ‘It Beslút’ van 18 februari 2021 volgt het besluit over welke ambitie Noardeast-Fryslân wil hanteren voor 2030.

Inleiding Energietransitie begint een steeds belangrijker thema te worden voor gemeenten. Belangrijk onderdeel van deze energietransitie is de opwek van duurzame energie. In de Regionale Energiestrategie (RES) werkt de gemeente Noardeast-Fryslân samen met alle andere Friese gemeenten, provincie, Wetterskip, netbeheerders en maatschappelijke partijen om te bepalen hoeveel duurzame energie we gaan opwekken in Fryslân. Momenteel werken we aan een bod voor zonne- en windenergie voor 2030. Dit RES 1.0 bod wordt in juli 2021 aangeboden aan het Rijk. In Fryslân hebben we er met elkaar voor gekozen om dit bod niet van bovenaf op te leggen, maar om juist te beginnen bij het laagste overheidsniveau, de gemeente. Specifiek bepalen we het Friese bod aan de hand van de ambities van gemeenten. Alle gemeentelijke ambities worden bij elkaar opgeteld en aan de hand daarvan wordt de Friese ambitie oftewel het Friese bod bepaald. Dat betekent dus dat ook de gemeente Noardeast-Fryslân gevraagd wordt om in de komende maanden een ambitie te bepalen. Het bepalen van een ambitie is overigens niet een verplichting. Maar toch proberen we wel een ambitie te bepalen, omdat het ook voor ons als gemeente grote voordelen oplevert.

Bovendien zou geen ambitie niet in overeenstemming zijn met het coalitieakkoord, dat stelt dat ‘we streven naar het leveren van betekenisvolle bijdragen aan een duurzame samenleving’. Waarom een ambitie? Het eerste voordeel van het bepalen van onze eigen gemeentelijke ambitie voor duurzame energie is dat we daarmee het heft in eigen handen nemen. Zoals gezegd willen we in Fryslân van onderaf werken. Dat werkt vanzelfsprekend niet als de gemeente haar verantwoordelijkheid niet pakt. Zonder ambitie hoeven we misschien tot 2030 nog niet veel te doen, maar als we in 2050 geen fossiele brandstoffen meer willen gebruiken dan zal er toch meer zonne- en windenergie bij moeten komen. Wanneer we daar nu zelf al mee beginnen, dan hebben we de tijd en ruimte om het heft in eigen handen te nemen. En de tijd en ruimte om de Mienskip nadrukkelijk te betrekken. Met een afwachtende houding nemen we het risico dat ons na 2030 alsnog een opgave wordt opgelegd. RES-regio Fryslân biedt ons de mogelijkheid om zelf aan het stuur te zitten, maar dan moeten we die mogelijkheid wel grijpen. Het tweede voordeel van een ambitie heeft te maken met het elektriciteitsnetwerk. Netbeheerder Liander gaat het RES-bod voor 2030 hanteren als uitgangspunt voor het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Zonder ambitie in Noardeast-Fryslân zal Liander weinig of zelfs geen investeringen doen in onze gemeente.

Hoewel er voor de komende jaren nog wel investeringen staan gepland, kan het dus zo zijn dat er zeker na 2025 geen verzwaringen meer bij komen. Dit betekent dat Mienskipsinitiatieven (bijvoorbeeld zonneparken) niet kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet en dus niet kunnen worden gerealiseerd. Om de Mienskip in zijn kracht te stellen is het dus raadzaam voor de gemeente om wel een ambitie te bepalen. Het derde en laatste voordeel van het bepalen van een ambitie voor 2030 is dat we daarmee een andere ambitie kunnen laten vallen. Noardeast-Fryslân heeft zich in ANNO-verband gecommitteerd aan de ambitie dat in 2025 40% van de energiebehoefte met duurzame energie wordt opgewekt. In oktober jl. is de gemeenteraad middels een presentatie geïnformeerd over het evaluatierapport ‘Energietransitie in de ANNOregio’. In dit rapport is geëvalueerd hoe de gemeente zich verhoudt tot de 40% ambitie. Belangrijkste conclusie

-1-

is dat we (bij lange na) niet op koers liggen voor de ambitie. Dit heeft vooral te maken met het feit dat deze doelstelling zeer ambitieus te noemen is, zeker voor het jaar 2025. Juist om deze reden is het zinvol voor de gemeente om met een nieuwe, meer realistische ambitie te komen. Bovendien hebben andere ANNOgemeenten de 40% ambitie ook al impliciet losgelaten. Ook is het voordelig om een ambitie te bepalen voor 2030 in plaats van 2025. Door ons te richten op 2030 sluiten we beter aan het op het tijdspad van de RES en ook het nationale tijdspad. Hoe komen we tot een realistische ambitie? Het bepalen van een ambitie is een belangrijk besluit en moet alles behalve een kwestie van nattevingerwerk zijn. Een ambitie moet op basis van objectieve en realistische gronden geformuleerd worden. Maar hoe weten we of iets realistisch is? Het is belangrijk om goed in kaart te brengen wat de consequenties zijn van een ambitie\. Om die reden wordt er in dit document gewerkt met verschillende scenario’s. Elk scenario is gebaseerd op een verschillende ambitie, variërend van totaal niet ambitieus tot best wel ambitieus. Per scenario wordt vervolgens in kaart gebracht wat daar de consequenties van zijn. Hoeveel zonne- en windenergie is er dan eigenlijk nodig? Door per ambitie duidelijk te maken hoeveel duurzame opwek nodig is, is het veel beter in te schatten of die ambitie te realiseren is.

Het bepalen van een ambitie voor 2030 vergt dat we goed kunnen inschatten hoe onze energievoorziening er over 10 jaar uitziet. Dat is geen gemakkelijke taak, omdat het van vele factoren afhankelijk is. Want hoeveel kunnen we onze energievraag verlagen door middel van het isoleren van onze woningen? Hoeveel van het aanbod van duurzame energie kunnen we invullen met zon op dak? Hier zijn allerlei aannames voor nodig die goed gefundeerd moeten zijn. In de RES Fryslân is het Energy Transition Model van Quintel gebruikt voor het doorrekenen van de Friese energievoorziening in 2030. In dit model kan je middels schuifjes allerlei verschillende aannames doorrekenen, variërende van het aandeel elektrische auto’s in 2030 tot het aandeel gebouwen dat van het aardgas af gaat. Omdat we graag willen aansluiten op de Friese situatie, is voor Noardeast-Fryslân hetzelfde model ingevuld1. Voor een groot deel zijn dezelfde aannames gehanteerd. Deze aannames sluiten ook goed aan op landelijke inschattingen. Sommige aannames wijken wel af van de provinciale, omdat Noardeast-Fryslân soms uniek is in haar karakteristieken. In onze gemeente zijn er bijvoorbeeld minder warmtenetten mogelijk, omdat er weinig dichte bebouwing is. Alle aannames en doorrekeningen zijn toegelicht in Bijlage 1. Het doel van het model is om inzicht te geven in hoeveel duurzame energie we nodig hebben per scenario.

Belangrijk: de verschillen tussen scenario’s zit hem alleen in de grootschalige opwek! De kleinschalige opwek en energiebesparing zijn gelijk gehouden over alle scenario’s. We gaan er namelijk van uit dat zon op dak en isolatie sowieso gestimuleerd worden, ongeacht de ambitie. Dus: een hogere ambitie betekent meer grootschalige opwek. Het is namelijk niet mogelijk om een ambitie volledig in te vullen met bijvoorbeeld zon op dak. Voor zon op dak zijn al redelijk ambitieuze aannames gedaan (30% van het dakoppervlak bij woningen en andere gebouwen in 2030). Als we in 2050 geen fossiele brandstoffen meer willen gebruiken, dan is er simpelweg grootschalige opwek nodig. Deze focus op grootschalige opwek is ook logisch, temeer omdat de Regionale Energiestrategie zich daar ook op focust. Kleinschalige opwek is een parallel spoor, waar op andere manieren hard aan wordt gewerkt. In de scenario’s die hierna volgen, wordt telkens in kaart gebracht hoeveel extra grootschalige opwek nodig is in 2030. Wat zijn de scenario’s? In het vervolg worden vier scenario’s uitgewerkt, die variëren in het ambitieniveau. Per scenario worden de voor- en nadelen beschreven. Vervolgens wordt in kaart gebracht hoeveel grootschalige zonne- of windenergie nodig is voor het realiseren van de ambitie. 1 De link naar het model: https://pro.energytransitionmodel.com/saved_scenarios/9912

-2-

Scenario 1: Geen ambitie voor 2030; concept RES-bod hanteren Zoals eerder vermeld zal Fryslân in juli 2021 haar RES 1.0 bod aanbieden aan het Rijk. In juli 2020 is al het eerste Friese bod gedaan, genaamd het concept RES bod. Dit bod bestond uit alle reeds gerealiseerde, duurzame opwek en datgene wat al in de pijplijn zit. Fryslân heeft met opzet eerst een voorzichtig bod gedaan, om zo de tijd en ruimte te pakken om een extra ambitie te formuleren. Deze ambitie wordt dus duidelijk in de RES 1.0. Landelijk is het doel dat alle boden van de 30 RES-regio’s moeten optellen tot 35 TWh. Bij de concept RES is deze doelstelling al behaald. Met een reactieve houding zou Fryslân dus kunnen stellen dat er geen extra ambitie bij hoeft te komen. Tot 2030 hoeft dit inderdaad nog geen probleem te zijn, maar daarna zouden de problemen zich opstapelen. Als we in Fryslân namelijk energieneutraal willen worden in 2050, dan zal er op een bepaald moment toch zonne- en windenergie bij moeten komen. Als we tot 2030 niks doen, dan moeten we dus alles na 2030 doen. Dan is er dus minder tijd en ruimte om de opwek te realiseren. En minder tijd en ruimte betekent minder vrijheid voor de Mienskip. Als alternatief zou je kunnen stellen dat we de duurzame energie niet in Fryslân gaan opwekken, maar elders in Nederland.

Dit lijkt geen realistisch scenario: meerdere regio’s hebben uitgesproken niet meer te willen opwekken dan ze zelf verbruiken. Ook in Fryslân is de tendens dat we willen voorkomen dat we voor de Randstad gaan opwekken. Dit is een steekhoudend argument, maar als we dit argument ook op onszelf doortrekken, dan mogen wij in Fryslân dus ook niet meeprofiteren van andere regio’s. Hetzelfde argument geldt binnen de grenzen van onze provincie. Als wij niet voor andere gemeenten willen opwekken, waarom zouden andere gemeenten dan wel voor ons willen opwekken? Geen ambitie voor 2030 heeft dus als eerste nadeel dat we dan niet op koers lopen voor 2050. Het tweede nadeel heeft te maken met het elektriciteitsnetwerk. Zoals eerder genoemd hanteert Liander het RES 1.0 bod als vertrekpunt om investeringen te doen in het netwerk. Wanneer wij als gemeente geen ambitie doorgeven, dan zal Liander minder of zelfs niet investeren in Noardeast-Fryslân. Initiatieven uit de Mienskip kunnen dan niet worden aangesloten. Geen ambitie betekent dus geen netcapaciteit. Het derde en laatste nadeel van geen ambitie voor 2030 is dat we dan de ANNO-ambitie niet (of moeilijk) kunnen loslaten. Dan blijven we vasthouden aan een ambitie die niet realistisch is. Een ambitie bovendien die niet meer breed gedragen wordt.

Voor dit scenario, het scenario met het laagste ambitieniveau, hoeft vanzelfsprekend niet in kaart te worden gebracht wat het effect voor grootschalige opwek is. Extra grootschalige opwek is in dit scenario niet aanwezig. Het aandeel duurzame energie stijgt wel, omdat ook in dit scenario kleinschalige opwek en energiebesparing zijn meegenomen. Specifiek stijgt het aandeel duurzame energie van 12% in 2018 naar 19% in 2030. Als Noardeast-Fryslân in 2050 energieneutraal wil zijn, dan moet de resterende 81% dus in de periode 2030-2050 worden gerealiseerd. Scenario 2: Elektriciteit verduurzamen Het tweede scenario is iets ambitieuzer dan de eerste, en betreft het verduurzamen van de elektriciteitsvraag. Het grote voordeel van het focussen op elektriciteit is dat deze sector makkelijker te verduurzamen is dan de warmtevraag. Ook vanuit het Rijk wordt veel nadruk gelegd op elektriciteit, omdat dit voorlopig de goedkoopste manier is om de CO2-uitstoot te reduceren. Wanneer we eerst elektriciteit zoveel mogelijk verduurzamen, dan kunnen we na 2030 de echt grote stappen bij de warmtevraag maken. Dat betekent overigens ook weer een hogere elektriciteitsvraag. Wanneer we namelijk van het aardgas af stappen, maar ook wanneer we elektrisch gaan rijden, dan zal er meer elektriciteit nodig zijn.

Als we een groot deel van de elektriciteit kunnen verduurzamen in 2030, dan zijn we er dus nog niet. De verwachting is dat in 2050 de elektriciteitsvraag ongeveer twee keer zo groot is2. Ook na 2030 is blijvende inzet vereist. Wel kunnen we tot 2030 alvast een 2 De elektriciteitsvraag stijgt naar verwachting van 729 TJ in 2030 naar 1.412 TJ in 2050 (zie ook bijlage 1B)

-3-

goed begin maken met het verduurzamen van elektriciteit. Ter behoeve van de keuzevrijheid is dit scenario verder uitgewerkt in twee varianten. Eén variant waar 70% van de elektriciteit verduurzaamd wordt in 2030, en één variant waar de volledige elektriciteitsvraag verduurzaamd wordt. Scenario 2a: 70% van de elektriciteit verduurzamen U zult zich misschien afvragen waar die 70% vandaan komt. Waarom niet 60% of 80%? Dit heeft alles te maken met het Klimaatakkoord. Hierin heeft Nederland afgesproken dat in 2030 70% van de elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Men heeft gekozen voor dit redelijk hoge percentage, omdat men nationaal ook verwacht dat de elektriciteitsvraag flink zal stijgen na 2030. Het voordeel van het hanteren van deze ambitie is dus dat we dan mooi op koers lopen voor de nationale doelstellingen voor elektriciteit. Dit scenario heeft echter een nadeel ten opzichte van het volgende scenario (2b). Wanneer we 70% van de elektriciteit verduurzamen, dan stijgt het aandeel totale, duurzame energie slechts naar 26%. Dit is lager dan de nationale doelstelling voor totale energie, die een bandbreedte heeft van 27-35% (een exact percentage moet nog volgen). Het is dus de vraag of we in dit scenario voldoende op koers lopen om in 2050 energieneutraal te zijn. In Noardeast-Fryslân zal er na 2030 een relatief hoge mate van elektrificatie zijn.

Omdat we weinig dichte bebouwing hebben, is de meest voor de hand liggende optie om te verwarmen met een warmtepomp. Dit zal een grote impact hebben op de elektriciteitsvraag. Het is dus de vraag of 70% in 2030 genoeg is om op koers te lopen voor energieneutraal 2050. Daarnaast heeft dit scenario ten opzichte van scenario 1 het nadeel dat extra capaciteit benodigd is. Meer opwek betekent meer benodigde capaciteit bij bijvoorbeeld vergunningverlening. In dit scenario is dit nadeel beperkt, omdat er nog relatief weinig extra opwek nodig is. Om een beter beeld te krijgen bij wat die 70% nou precies inhoudt, is doorgerekend hoeveel zonne- of windenergie we nodig hebben om aan deze ambitie te voldoen. De aantallen zijn te zien in Afbeelding 1. Belangrijk om aan te stippen is het woordje ‘of’. De 68 hectare zon zou dus de volledige ambitie al kunnen invullen. 6 middelhoge windturbines (5 MW, 130m) zou ook voldoende zijn. Het is dus niet zo dat beide nodig zijn. Overigens is het wel mogelijk om een combinatie te maken, bv. 3 windturbines en 34 hectare zon.

Afbeelding 1: Duurzame opwek in scenario 2a

-4-

Afbeelding 2: Scenario 2a gevisualiseerd op kaart (fictief) De genoemde getallen van zonne- en windenergie zeggen op zichzelf nog niet zoveel. Om die reden is de benodigde opwek in Afbeelding 2 gevisualiseerd. Let op, dit is een volledig fictieve kaart! De opgave zou vanzelfsprekend over de hele gemeente kunnen worden gespreid. Belangrijk is wederom dat de getallen voor windturbines en hectares zonnepark uitersten zijn. Er kan ook een combinatie gemaakt worden tussen zon en wind. Scenario 2b: 100% van de elektriciteit verduurzamen Dit scenario is grotendeels gelijk aan scenario 2a. Om die reden zijn de voor- en nadelen ook bijna gelijk. Wanneer 100% van de elektriciteit verduurzaamd wordt, dan is er vanzelfsprekend meer opwek en dus meer capaciteit nodig. Aan de andere kant zorgt dit ambitieuzere scenario er voor dat we beter op koers lopen om energieneutraal te zijn in 2050. Met 100% verduurzaamde elektriciteit zou het aandeel totale, duurzame energie stijgen naar 34%. Daarmee zouden we dus mooi binnen de nationale bandbreedte van 27-35% vallen. Alsnog zouden we dan na 2030 nog een groter aandeel (66%) moeten realiseren, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Als er na 2030 weer betere technieken zijn, dan kan bijvoorbeeld de warmtevraag grote stappen zetten, met een steeds sterkere groei als gevolg.

100% duurzame elektriciteit in 2030 lijkt dus een mooi tussenstation voor energieneutraal in 2050. Omdat de elektriciteitsvraag in 2050 het dubbele is van de elektriciteitsvraag in 2030, zouden we in dit scenario dus 50% van de elektriciteitsvraag in 2050 realiseren. Om een beeld te krijgen bij de opgave voor 100% duurzame elektriciteit, is in Afbeelding 3 de benodigde hectares zonne-energie en aantal middelhoge windturbines weergegeven. Wederom is het mogelijk een combinatie te maken tussen deze twee extremen.

-5-

Afbeelding 3: Duurzame opwek in scenario 2b Ook is ter illustratie de opgave van scenario 2b in Afbeelding 4 gevisualiseerd op de kaart van NoardeastFryslân. Het gaat hier dus weer om een volledig fictieve kaart! De opgave zou vanzelfsprekend over de hele gemeente kunnen worden gespreid.

Afbeelding 4: Scenario 2b gevisualiseerd op kaart (fictief)

-6-

Scenario 3: ANNO-ambitie (40%) doortrekken van 2025 naar 2030 Het derde en laatste scenario is het meest ambitieus. In dit scenario wordt de 40% ambitie die in eerste instantie is geformuleerd voor 2025 doorgetrokken naar 2030. Voordeel van dit scenario is dat we daarmee de politieke gevoeligheid voorkomen om achteruit te gaan in ambitie. De voorgaande scenario’s gingen allemaal wel achteruit in ambitie, omdat die namelijk lager uit kwamen dan 40%. Tegelijkertijd is het formuleren van een nieuwe ambitie nou juist aan de orde, omdat de 40% ambitie niet realistisch was. Deze ambitie was in elk geval niet realistisch voor 2025, maar misschien zelf ook wel niet voor 2030. We zouden bijvoorbeeld voorlopen op nationale doelstellingen. 40% is namelijk hoger dan de eerder genoemde nationale bandbreedte van 27-35%. Het zou daarmee ook betekenen dat we niet alleen de elektriciteitssector 100% verduurzamen, maar daarnaast ook al een flink gedeelte van bijvoorbeeld de warmtevraag. Het is de vraag of dat niet al te ambitieus is. Daarnaast zou er vanzelfsprekend nog meer capaciteit nodig zijn dan in de voorgaande scenario’s. Afbeelding 5 toont de benodigde duurzame energie voor dit scenario.

Afbeelding 5: Duurzame opwek in scenario 3 Ook bij dit scenario zijn de aantal benodigde hectares óf windturbines op de kaart van Noardeast-Fryslân geprojecteerd in Afbeelding 6. Let op, dit is een volledig fictieve kaart! De opgave zou vanzelfsprekend over de hele gemeente kunnen worden gespreid. Overzicht scenario’s Elk scenario heeft zo zijn eigen consequenties. Om de verschillende scenario’s goed te kunnen vergelijken zijn de voor- en nadelen én de implicaties voor duurzame opwek samengevat in Tabel 1. Ook is per scenario aangegeven hoeveel duurzame energie we dan in totaal hebben, en hoeveel zonne- of windenergie nodig is om het scenario uit te voeren.

-7-

Afbeelding 6: Scenario 3 gevisualiseerd op de kaart (fictief)

Scenario 1: Geen ambitie

Voordelen

Nadelen

o 35 TWh al gehaald

o Niet op koers energieneutraal 2050

Percentage In aantal duurzame energie windturbines

In ha zon

19%

X

X

26%

6

68

34%

13

140

40%

18

195

o Geen netcapaciteit o Loslaten ANNOambitie? 2a: 70% elektriciteit

2b: 100% elektriciteit

o Elektriciteit makkelijker te verduurzamen

o Niet op koers energieneutraal 2050

o Doel Klimaatakkoord

o Extra capaciteit +

o Elektriciteit makkelijker te verduurzamen

o Extra capaciteit ++

o Op koers energieneutraal 2050 3: 40% ambitie

o Voorkomen politieke gevoeligheid

o Voorlopen op nationale ambities

o Op koers energieneutraal 2050

o Extra capaciteit +++

Tabel 1: Samenvatting scenario’s Conclusies

-8-

Het college van Noardeast-Fryslân heeft reeds een keuze gemaakt voor één van de scenario’s, namelijk scenario 2a: In 2030 wekt de gemeente Noardeast-Fryslân minimaal 70% van de benodigde elektriciteit op een duurzame wijze op. In eerste instantie werd aanbevolen om een keuze te maken tussen scenario 2a en 2b. Scenario 1 (geen ambitie) werd zeker niet aanbevolen. Geen ambitie is niet in overeenstemming met het coalitieakkoord. We lopen dan ook niet op koers voor de lange termijn en we stellen de Mienskip onvoldoende in zijn kracht door geen netcapaciteit te garanderen. Ook scenario 3 (40% ambitie) is niet aanbevolen, omdat het te ambitieus werd geacht. We zijn juist met dit voorstel gekomen om een realistische en uitvoerbare ambitie vast te stellen. Scenario 3 is onvoldoende realistisch. We lopen dan bijvoorbeeld (te ver) voor op landelijke doelstellingen. Er is dus een keuze gemaakt tussen scenario 2a en 2b, de keuze tussen 70% of 100% van de elektriciteit verduurzamen. Uiteindelijk is voor 70% gekozen, omdat we daarmee mooi aansluiten op de nationale doelstelling voor elektriciteit. Dit scenario is de beter uitvoerbare van de twee, omdat er ongeveer de helft minder hectares zon of windturbines voor nodig zijn. Minder opwek betekent echter dat ook dat we met deze gekozen ambitie minder op koers lopen voor energieneutraal 2050.

Met 100% van de elektriciteit verduurzamen zouden we beter op koers lopen. Echter, het college heeft uiteindelijk niet gekozen voor die 100%, mede omdat het onrealistisch werd geacht om de ambitie met alleen zonne-energie in te vullen. Momenteel is er in provinciaal beleid weinig ruimte voor windenergie. Naar alle waarschijnlijkheid is versoepeling in beleid nodig om een hogere ambitie te behalen. En zelfs dan is het nog de vraag of er voldoende politieke steun voor windturbines is. Daarom heeft het college in eerste instantie ingezet op scenario 2a. Wel is de kanttekening gesteld dat we inzetten op minimaal 70%. Het is dus altijd mogelijk om meer te doen. Maar de focus op 70% maakt dat we een realistische en uitvoerbare ambitie voorstellen. Deze ambitie is bovendien een mooie stap vooruit om in 2050 geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken. Het is nu aan de gemeenteraad van Noardeast-Fryslân om te bepalen of zij meegaat in het advies van het college. Het is ook mogelijk dat de gemeenteraad extra ambitie heeft. Extra ambitie heeft wel de kanttekening dat de raad er dan over na moet gaan denken hoe we deze ambitie kunnen invullen. Meer ambitie betekent vanzelfsprekend ook een grotere impact op de financiën en capaciteit van de gemeente. Want hoe meer duurzame initiatieven, hoe meer tijd de teams FTH en Romte kwijt zijn aan behandeling.

Het is nu nog moeilijk in te schatten hoe groot dit effect is. Dit is sterk afhankelijk van hoeveel initiatieven we daadwerkelijk nodig hebben (voor FTH is 10x 2 hectare zonnepark veel meer werk dan 1x 20 hectare). In het kader van het ‘Plan van Aanpak Energietransitie’ komen we later terug op de vraag wat het effect van een extra ambitie is op de financiën en capaciteit van gemeenten. Hierin wordt namelijk een programmatische aanpak voorgesteld voor de periode van 2022 tot 2030. Hoe hoger de ambitie die we nu stellen, hoe uitgebreider de programmatische aanpak wordt. We komen dan later in de perspectiefnota terug bij de raad met concrete voorstellen voor het waarmaken van onze ambities. Met de voorgestelde ambitie van 70% is de verwachting dat de impact op de financiën beperkt is. Wellicht kan de ambitie binnen de huidige formatie gerealiseerd worden. Met een hogere ambitie zal er waarschijnlijk extra capaciteit nodig zijn. Omdat we tijd nodig hebben om dit te onderzoeken, komen we hier later op terug. De keuze die daarmee voorligt aan de raad is de volgende: hoeveel ambitie heeft Noardeast-Fryslân en wat heeft de gemeente er voor over om deze ambitie te behalen?

-9-

Bijlage 1A: Aannames Energy Transition Model In deze bijlage worden alle stappen beschreven die zijn ondernomen in het Energy Transition Model. In dit model kun je door middel van verschillende aannames de energievoorziening in 2030 voorspellen. Niet alle onderwerpen uit het model zijn ingevuld. Hierbij de belangrijkste aannames met uitleg waarom de aanname gekozen is: Huishoudens - Isolatie: door isolatie besparen huishoudens gemiddeld 15% t.o.v. huidige scenario, ongeveer gemiddeld één label vooruit (Fryslân breed hanteren we hetzelfde uitgangspunt) - Ruimteverwarming en warm water o In Noardeast-Fryslân worden in 2030 nog geen warmtenetten aangelegd (te dun bevolkt) o 12% (10% in Fryslân) van de inwoners krijgt een warmtepomp, waarvan 8% lucht, 2% bodem en 2% een hybride warmtepomp met gas - Zonnepanelen: 30% van de potentie het dakoppervlak wordt gebruikt voor zon, en 10% voor zonthermisch. - Apparaten: veranderen ook in label: allemaal met 15% verbetering (Fryslân breed uitgangspunt) - Verlichting: makkelijke manier om te verduurzamen.

Geen gebruik meer maken gloeilampen, maar 20% spaar en 80% LED (Fryslân breed uitgangspunt) Gebouwen - Isolatie: 15% besparing (Fryslân breed uitgangspunt) - Ruimteverwarming: warmtepompen groeit naar 25% (20% Fryslân breed uitgangspunt), geen warmtenet of biomassa - Zonnepanelen: 30% van het geschikte dakoppervlak wordt gebruikt voor zonnepanelen. Vervoer - 20% van de auto’s rijdt elektrisch en 1% rijdt op waterstof (conservatieve schatting op basis van Nationale Agenda Laadinfrastructuur) - Vrachtwagens 8% elektrisch, 2% waterstof (CE Delf - Laadinfrastructuur elektrische voertuigen in stadslogistiek) Industrie: - In de chemie gebruikt 30% in 2030 een waterstofketel en 10% een elektrische stoomketel. - In voedselproductie gebruik 50% in 2030 een elektrische stoomketel. - In de papierindustrie gebruikt 20% in 2030 een waterstofketel en 50% een elektrische stoomketel. - 33% groei ICT Landbouw - Efficiëntieslag van 1,5% per jaar Hernieuwbare elektriciteit - Er komen 50 EAZ windturbines bij, waardoor windenergie stijgt naar 1 MW

- 10 -

Bijlage 1B: In deze bijlage zijn alle kerngetallen opgesomd, aan de hand waarvan is doorgerekend hoeveel zonne- en windenergie per scenario nodig is. De vier scenario’s: 1. Concept RES-bod aanhouden a. Huidige energievraag: b. Huidige elektriciteitsvraag: c. Totale energievraag 2030: d. Totale energievraag 2050: e. Elektriciteitsvraag in 2050 (60%): f. Hern. elektriciteitsproductie 2018 + pijplijn en wind: g. Kleinschalige opwek tot 2030: h. Hern. warmte etc. 2018: i. Hoeveel procent doen we dan tot 2030: j. Hoeveel moeten we daarna nog tot 2050:

3375 TJ 730 TJ 2878 TJ 2354 TJ 1412 TJ 231 TJ 67 TJ 250 TJ 19% 81%?

2. Zelfvoorzienend in elektriciteit a. 70% van elektriciteitsvraag: i. Percentage van 2050: ii. Extra ha zonnepark iii. Extra windturbines iv. % DE in 2030: b. 100% elektriciteitsvraag in 2030: i. Percentage van 2050: ii. Extra ha zonnepark iii. Extra windturbines iv. % DE in 2030:

510 TJ 36% 68 ha 6 26% 729 TJ 52% 140 ha 13 34%

3. 40% ambitie doortrekken naar 2030 a. 40% van de energievraag in 2030 b. Resterende grootschalige opwek c. Extra ha zonnepark d. Extra windturbines

1151 TJ 603 TJ 195 ha 18

- 11 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=0d566eb5-ba62-429e-ab28-74af1ed4a2b5