Raadsvoorstel Wijziging Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2024 / 2024-080684
Raadsvergadering d.d.
: 20 juni 2024
Portefeuillehouder
: dhr. J.D. de Vries
Programma
: (3) Soarch en Wolwêzen
Programmaonderdeel
: 303
Naam opsteller
: P. Tamsma (E-mail: p.tamsma@noardeast-fryslan.nl)
Onderwerp
: Ontwerp Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân
Begrotingswijziging
: Nee
Voorgesteld raadsbesluit Op het ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân geen zienswijze in te dienen. Inleiding De gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân moet worden aangepast als gevolg van een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Het bestuur van het Mobiliteitsbureau heeft hiervoor een voorstel gedaan. Daarom heeft het bestuur van het Mobiliteitsbureau aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling een voorstel voorgelegd om deze regeling te wijzigen. Naast het college van onze gemeente zijn dit de colleges van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Tytsjerksteradiel en de provincie Fryslân. Beoogd effect Dat wordt voldaan aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. Argumenten 1.1. De raad is bevoegd om een zienswijze in te dienen. Artikel 1, lid 3 van de Wgr stelt: “De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het onderwerp van de regeling naar voren brengen.” 1.2. In de huidige bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling (Artikel 4a) over participatie is momenteel niets opgenomen.
Bij gemeenschappelijke regelingen kunnen taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zijn belegd, terwijl niet is voorzien in overheidsparticipatie. Voor elke regeling moet daarom worden nagegaan hoe wordt omgegaan met overheidsparticipatie. Dat kan overigens inhouden dat deze mogelijkheid niet geboden wordt. Het bestuur van het Mobiliteitsbureau stelt voor om geen aparte vorm van participatie toe te voegen, omdat er al in participatie is voorzien via de gemeentelijke participatieraden voor het doelgroepenvervoer en via de Stichting ROCOV Fryslân voor het openbaar vervoer. 1.3. De huidige bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling (Artikel 11) over de actieve informatieplicht zijn momenteel niet volledig. In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeenteraden en Provinciale Staten ongevraagd informatie verstrekt voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde beleid. Op welke wijze deze informatie verstrekt wordt is niet opgenomen in de huidige bepalingen. Het bestuur van het Mobiliteitsbureau stelt voor om ongevraagd advies schriftelijk te verstrekken.
1
1.4. De huidige bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling (Artikel 16) over de begroting moeten als gevolg van de aanpassing van de Wgr worden aangepast. De wetgever heeft ervoor gekozen om de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van de gemeenten en provincie. • •
De algemene financiële en beleidsmatige kaders moeten voor 30 april naar de gemeenteraden en Provinciale Staten worden gestuurd in plaats van voor 15 april. De ontwerpbegroting moet, in plaats van 8 weken, uiterlijk 12 weken van tevoren voor een zienswijze aan de gemeenteraden en Provinciale Staten worden aangeboden.
Deze aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling is een wettelijke verplichte wijziging. 1.5. De huidige bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling (Artikel 20) over de jaarrekening moeten als gevolg van de aanpassing van de Wgr worden aangepast. De wetgever heeft ervoor gekozen om de termijnen voor het vaststellen van de financiële- en beleidsmatige kaders, vaststellen van de jaarrekening en verzending van de voorlopige jaarrekening naar gemeenteraden en Provinciale Staten aan te passen. De aanpassing in de Wgr sluit daardoor beter aan op de cyclus voor begroting en jaarrekening van de gemeenten en provincie. • •
De algemene financiële en beleidsmatige kaders moeten voor 30 april naar de gemeenteraden en Provinciale Staten worden gestuurd in plaats van voor 15 april. De voorlopige jaarrekening volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, moet voor 30 april aan de gemeenteraden en Provinciale Staten worden aangeboden.
Deze aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling is een wettelijke verplichte wijziging. 1.6. De huidige bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling (Artikel 23) over uittreding zijn momenteel niet volledig. Artikel 9 van de Wgr stelt dat de uittredingsbepaling iets moet zeggen over de voorwaarden van uittreding, de gevolgen van uittreding (zoals de gevolgen voor het vermogen) en de vereffening van het vermogen. Wanneer de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân wordt getoetst aan bovenstaande punten blijkt dat de gevolgen en de vereffening voor het vermogen ontbreken. Vanuit de Wgr wordt gesteld dat bij uittreding in de gemeenschappelijke regeling de vermogensrechtelijke consequenties van uittreding inzichtelijk worden gemaakt. Het bestuur van het Mobiliteitsbureau stelt voor om de kosten bij uittreding van één of meer deelnemers, te bepalen overeenkomstig de jurisprudentie van de ABRvS hierover en voor een termijn van vijf jaren, te rekenen vanaf het moment van uittreding (ABRS 15 april 2015, nr. 201404322/1/A2). 1.7. De huidige bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling (Artikel 27) over evaluatie zijn momenteel niet volledig. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over evaluatie van de regeling. Dit kan op zich inhouden dat er geen evaluatie plaatsvindt.
Het bestuur van het Mobiliteitsbureau stelt voor om dit eens per vier jaar te doen. Kanttekeningen en risico’s 1.1. In de bijgevoegde toelichting wordt inhoudelijk nader ingegaan op de voorgestelde aanpassingen van de bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling. Van de 12 voorgestelde aanpassingen hebben zes betrekking op de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, één is organisatorisch van aard, één vanwege de invoering van de Wet elektronische publicaties welke specifiek voor de provincie van toepassing is en bij vier aanpassingen gaat het om tekstuele wijzigingen waarmee de intentie van het betreffende artikel beter wordt weergegeven. 1.2. Op grond van artikel 1 van de gewijzigde Wgr is ook de procedure gewijzigd bij het treffen, wijzigen, uittreden en opheffen van een gemeenschappelijke regeling. Eerst moet een zienswijze aan de gemeenteraden worden gevraagd (zogenaamde zienswijzeprocedure). Nadat de gemeenteraden een 2
V 1.0
zienswijze hebben gegeven, dienen de gemeenteraden om toestemming te worden gevraagd (zogenaamde toestemmingsprocedure), voordat de colleges een gemeenschappelijke regeling kunnen treffen, wijzigen, uittreden of opheffen. Het onthouden van toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 1, lid 4 Wgr). 1.3. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling moet voor 1 juli 2024 vastgesteld en gepubliceerd worden. Het lijkt erop dat het Mobiliteitsbureau geen rekening heeft gehouden met het nieuwe proces dat bestaat uit twee stappen: eerst een zienswijzeprocedure langs raden en Staten en daarna voorlegging van de definitieve tekst voor toestemming aan diezelfde raden en Staten. Gezien het moment van indiening van het voorstel door het bestuur van het Mobiliteitsbureau (29 februari jl.) is het ophalen van een zienswijze voor 1 juli 2024 wel mogelijk, maar zal het vaststellen en publiceren van de wijziging na die datum plaatsvinden. 1.4. Risico’s zijn bij dit raadsvoorstel niet aan de orde. Financiën Het ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân heeft geen financiële gevolgen voor de begroting 2024 van de gemeente NoardeastFryslân. Vervolg en planning 1.1.
Na besluitvorming door de gemeenteraad, wordt het Mobiliteitsbureau Jobinder op de hoogte gesteld van het raadsbesluit. 1.2. Na het raadsbesluit over het indienen van een zienswijze worden alle zienswijzen van de vier deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling en de provincie verwerkt. Dit levert eventueel een aangepast wijzigingsbesluit op. Communicatie + Participatie 1.1. Eventuele communicatie over de gewijzigde regeling wordt verzorgd door het Mobiliteitsbureau Jobinder. Dit zal overigens pas plaatsvinden na het definitieve besluit over de wijziging. 1.2. Participatie is bij dit raadsvoorstel niet aan de orde. Bijlagen 1. Gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân; 2. Algemene toelichting; 3. Artikelsgewijze toelichting. Dokkum, 14 mei 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
3
V 1.0
Raadsbesluit 2024 / 2024-080684
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 mei 2024; gelet op het bepaalde in Artikel 1, lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluit: Op het ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân geen zienswijze in te dienen.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 20 juni 2024. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl>
Signed By: Kramer, Johannes <j.kramer@noardeast-fryslan.nl>
21/06/2024 11:37:31 CEST {{Signer1}}
21/06/2024 11:54:26 CEST {{Signer2}}
ID: 26a4f8d7-4047-4cda-8858-d4a0dc22cb6a
ID: 26a4f8d7-4047-4cda-8858-d4a0dc22cb6a
Auth: Scribble
Auth: Scribble
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer
4
V 1.0