Raadsvoorstel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Noardeast-Fryslân 2020
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2022 / 2022-001579
Raadsvergadering d.d.
: 15 september 2022
Portefeuillehouder
: J.G. Kramer
Programma
: (1) Ynwenner en bestjoer
Programmaonderdeel
: Veiligheid
Naam opsteller
: J. Boskma (E-mail: j.boskma@noardeast-fryslan.nl)
Onderwerp
: Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Noardeast-Fryslân 2020
Begrotingswijziging
: nee
Voorgesteld raadsbesluit De raad wordt voorgesteld de APV Noardeast-Fryslân 2020 te wijzigen als volgt: 1. aanpassing artikel 2:12 voor wat betreft de weigeringsgronden t.a.v. een uitritvergunning; 2. correctie verwijzingen in artikel 1:2 naar de Wabo v.w.b. toepasselijke beslistermijnen; 3. aanpassing schrijfwijze in artikel 2:29, vierde lid (op basis van een amendement erin gekomen); 4. correctie verwijzingen in artikel 2:59, tweede lid; artikel 2:69, tweede lid, en in artikel 5:14, tweede lid naar andere artikelen in de APV; 5. aanpassing artikel 4:5 door opname van een aantal uren voor vrijstelling van geluidsnormen t.b.v. muziekgezelschappen; 6. aanpassing verwijzingen in de benaming van afdeling 5 van hoofdstuk 2 en in de artikelen 2:24, eerste lid, 2:34a, 2:34i, 2:48, tweede lid, en 3:6 naar de Drank- en Horecawet naar: de Alcoholwet; 7. aanpassing artikel 2:78 i.v.m. wijziging van artikel 151d Gemeentewet; 8. intrekking afdeling 11A van hoofdstuk 2 (artikel 2:74b) en de leden 3 en 5 van artikel 2:26; een en ander conform bijgaand ontwerp-raadsbesluit. Inleiding Op 25 juni 2020 heeft de gemeenteraad de APV Noardeast-Fryslân 2020 vastgesteld. Deze nieuwe APV is voorbereid samen met de nieuwe APV voor Dantumadiel t.b.v. harmonisatie van de beide verordeningen. Voor de beide APV’s is de model-APV van de VNG als uitgangspunt genomen.
Tijdens de voorbereiding zijn er enkele fouten geslopen in de ontwerp-APV, zoals die aan de raad ter vaststelling is aangeboden. Ook is er in een amendement een verwarrende schrijffout gemaakt. Daarnaast hebben er sinds de vaststelling ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak plaatsgevonden die maken dat de APV dient te worden gewijzigd. Met bijgaand ontwerp-wijzigingsbesluit worden de fouten hersteld en wordt de APV ook aangepast aan de voornoemde ontwikkelingen. Beoogd effect Herstel geconstateerde fouten in en actualisering van de vastgestelde APV Noardeast-Fryslân 2020. Argumenten 1. Op 25 juni 2020 heeft uw gemeenteraad de APV Noardeast-Fryslân 2020 vastgesteld. Deze is 4 december 2020 gepubliceerd in het gemeenteblad en is de dag erna in werking getreden. Na vaststelling en pubicatie zijn er enkele fouten in de tekst van de verordening gebleken. Als eerste is gebleken dat m.b.t. het artikel omtrent uitritten (art. 2:12; maken, veranderen van een uitweg) in de voorbereiding gedeeltelijk is afgeweken van het ontwerp-artikel in de model-APV van de VNG voor wat betreft de mogelijkheid om een vergunning te kunnen weigeren. Deze afwijking is echter niet in de APV 2020 opgenomen, terwijl bij het opstellen en daarna vaststellen van de nadere regels wel van de in de voorbereiding opgestelde ontwerp-tekst van artikel 2:12 is uitgegaan.
Hierdoor is een belangrijke weigeringsgrond (de bescherming van het uiterlijk aanzien van de ongeving) niet in de APV terecht gekomen. 1
Deze weigeringsgrond speelde voorheen de hoofdrol t.a.v. het kunnen weigeren van uitritten die enkel het plaatsen van auto’s voor de (naar de straat gerichte) voorgevel van een woning mogelijk zouden moeten maken (vnl. bij rijtjeswoningen of woningpercelen waarop geen zijgevelkant aanwezig is). Dit was, en is welstandelijk meestal niet aanvaardbaar. Het verdient daarom aanbeveling om de oorspronkelijke weigeringsgronden weer in te voeren in artikel 2:12 APV. Dit artikel dient daarom te worden aangepast. Ook kan daarmee de beperking van weigeringsgronden (in afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 is weigering nu “slechts” mogelijk o.g.v. de genoemde gronden) worden weggenomen zoals dat voorheen ook het geval was. In het artikellid wordt daarom een “kan-“ bepaling voorgesteld. Na aanpassing is het artikel weer basis voor een ruimer aantal gevallen waarin weigering van de vergunning zou kunnen worden overwogen, en verder, daarmee ook, in overeenstemming met de nadere regels, waardoor, als aan die nadere regels wordt voldaan, geen vergunning nodig is voor een nieuwe of te wijzigen uitrit. 2, 3 en 4. Voor het overige betreffen de geconstateerde fouten voor het grootste deel zaken die over het hoofd zijn gezien om dat er in onderdelen van de APV is afgeweken van de tekst van de modelAPV van de VNG, waardoor sommige verwijzingen elders niet meer kloppen.
In een enkel geval is een niet kloppende tekst, die in de model-APV van de VNG stond en nadere invulling vroeg, gewoon niet opgemerkt. Reden te meer om deze mee te nemen in een aanpassingsvoorstel. Ten eerste betreft het artikel 1:2 derde lid. Hierin dient de verwijzing naar artikelonderdelen waarin de toepasselijkheid van de Wabo aan de orde is te worden aangepast naar artikel 2:10, vijfde lid, en artikel 2:11, tweede lid. Voor wat betreft dit laatste artikel staat er nu in artikel 1:2 een verwijzing naar artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a. Deze verwijzing stond ook in de model-APV van de VNG, maar deze klopte niet met de tekst van artikel 2:11. Vervolgens dient de strekking van het derde lid van artikel 1:2 beperkt te worden naar enkel een afwijking van het tweede lid. Ook in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt een primaire behandeltermijn van acht weken (net als in de APV). De verlenging van de behandeling wijkt van die in de Wabo af. Artikel 1:2, derde lid, dient dienovereenkomstig te worden aangepast. Ten tweede is er een amendement aangenomen in de raad van 30 juni jl. ten aanzien van de sluitingstijd voor terrassen bij openbare inrichtingen als genoemd in artikel 2:29, vierde lid.
Hierin is een schrijffout meegenomen, Er staat: In afwijking van de vorige leden is het de houder van een openbare inrichting verboden om tussen op het bij de openbare inrichting behorend terras …………..bezoekers toe te laten of te laten verblijven. De scheefgedrukte tekst (het woord: tussen) zou moeten worden geschrapt. Dan loopt de zin weer goed. Ten derde is in artikel 2:59, tweede lid, een verwijzing naar een ander artikelonderdeel niet juist beschreven. De nu opgenomen verwijzing naar artikel 2:57, eerste lid, onder c had moeten zijn: artikel 2:57, eerste lid, onder d. Hierdoor wordt duidelijk dat met de verwijzing een herkenningsmiddel m.b.t. de eigenaar van de hond wordt bedoeld. Dus in dit artikellid dient c te worden gewijzigd in d. Ten vierde zijn in artikel 2:69, tweede lid, verwijzingen opgenomen naar definities in artikel 2:27, die niet helemaal kloppen. Het begrip “houder” is daarin niet gedefinieerd, en het begrip “openbare inrichting” is in het eerste lid van artikel 2:27 gedefinieerd. Het artikellid zou als volgt moeten gaan luiden: In dit artikel wordt verstaan onder openbare inrichting: de inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid. Het begrip “houder” heeft naast het bepaalde in het eerste lid van artikel 2:69 (dat lid richt zich op de exploitant) geen betekenis, en kan daarom worden weggelaten. Ook is in artikel 5:14, de definitiebepaling m.b.t.
venten, in het tweede lid, onder b, een verwijzing naar artikel 5:22 opgenomen. Dat artikel, over zgn. snuffelmarkten, is echter niet opgenomen in de APV; snuffelmarkten zijn ondergebracht in de evenementenbepalingen, in het bijzonder artikel 2:24, tweede lid, onder b (als onderdeel van een opsomming wat ook onder het begrip evenement moet worden verstaan). De zinsnede “artikel 5:22” dient daarom te worden gewijzigd in “evenementen als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder b”. 5. Ten vijfde is in artikel 4:5, derde lid, geen aantal uren weergegeven binnen welke er vrijstelling geldt van de geluidsnormen t.b.v. muziekgezelschappen die onversterkte muziek ten gehore geven (repetities of anderszins). Dit is abusievelijk over het hoofd gezien. Omdat een aantal uren voor vrijstelling wel gewenst is hebben gemeend om het aantal uren in het ontwerpbesluit te bepalen op 8 per week. Hiertoe hebben wij mede gekeken naar hoe in de omliggende gemeenten met dit aantal uren is omgegaan.
2
V 1.0
Dit aantal uren is t.b.v. harmonisatie ook kortgesloten met het gemeentebestuur van Dantumadiel (in de APV van Dantumadiel was wel een aantal uren opgenomen, maar minder). 6. Bij de volgende aanpassing wordt aangesloten op de gewijzigde Drank- en Horecawet, die daardoor Alcoholwet is gaan heten. De wijziging is op 1 juli jl. in werking getreden. De Alcoholwet is inhoudelijk op een paar onderdelen gewijzigd, maar de reden waarom de APV moet worden aangepast is een aantal verwijzigen in APVartikelen naar de Drank- en Horecawet, die nu moeten verwijzen naar de Alcoholwet. Dit zijn de artikelen 2:24, eerste lid, 2:34a, 2:34i, 2:48, tweede lid, en 3:6. Ook in de benaming van afdeling 5 van hoofdstuk 2 dient Drank- en Horecawet te worden vervangen door: Alcoholwet. 7. Ten aanzien van een volgende aanpassing is in september jl. in een VNG-ledenbrief gewezen op een wijziging van de Gemeentewet (artikel 151d), die bij amendement is ingevoegd in de Wet verhuur toeristische woonruimte (een wijziging van de Huisvestingswet). Dit amendement heeft een beperking in artikel 151d van de Gemeentewet, die het de gemeenteraad mogelijk maakt om bij verordening regels te stellen m.b.t. woonoverlast (zorgplicht huurders en verhuurders, gedrragsaanwijzing burgemeester), opgeheven. De te stellen zorgplicht voor verhuurders hoeft zich vanaf 1 januari jl.
niet te beperken tot verhuurders van woonruimte aan niet-ingezetenen (zoals de zgn. B&Bverhuur). De indieners van het amendement hebben daarbij wel de uitleg gegeven dat de verruiming zich met name richt op het rechtstreeks kunnen aanspreken van verhuurders (in plaats van eerst de huurders zelf) als het gaat om verhuurde panden waarvan meerdere huurders gebruik maken of waarin de huurders snel wisselen (zoals de oorspronkelijke B&B, maar ook anders). In deze gevallen is/blijft het rechtstreeks aanspreken van de verhuurder zinvol. Hierdoor kan de genoemde beperking, die ook in artikel 2:78 van de APV is meegenomen, vervallen. 8. Tenslotte heeft op 24 december jl. de Hoge Raad een uitspraak gedaan in cassatie t.a.v. een klaagschriftprocedure, welke van invloed is op het bepaalde in afdeling 11A van hoofdstuk 2 van de APV, met daarin één artikel, artikel 2:74b, en op het bepaalde in de leden 3 en 5 van artikel 2:26 (ordeverstoring bij evenementen), waarin een zelfde verbod als in artikel 2:74b is gesteld. De Hoge Raad heeft in de uitspraak bepaald dat het verbod tot het dragen van herkenningstekens (het betrof i.c. een gelijk artikel in de APV van Haarlem) onverbindend is.
De uitspraak is aan uw raad bij de stukken ter inzage gegeven, maar deze komt erop neer dat in gevallen waarin verenigingen (zoals outlaw motorcycle gangs) door rechterlijke uitspraken of bestuurlijke besluiten verboden zijn, maar nog niet onherroepelijk, het niet rechtmatig is dat bij lagere wetgeving in dergelijke gevallen het dragen van uiterlijke herkenningstekens (hetgeen in beginsel wordt beschermd door het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting) wordt verboden en strafbaar wordt gesteld. Dat kan alleen bij formele wet en zulks is aan de orde in het bepaalde in artikel 140 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat die bepaling dit pas strafbaar stelt in gevallen wanneer de verbodenverklaring onherroepelijk is. De uitspraak heeft bij het LIEC aanleiding gegeven om alle burgemeesters van Nederland een brief te schrijven met het advies om via het college het voorstel te doen om de reeds opgenomen bepaling te laten vervallen (in te trekken) of de voorbereidingen tot opname in de APV stop te zetten. Ook deze brief ligt voor uw raad ter inzage. Wij zien ons, gelet op de uitspraak van de Hoge Raad en de brief van het LIEC, gehouden om u de adviseren om de raad voor te stellen afdeling 11A van hoofdstuk 2 van de APV, met daarin artikel 2:74b, en de leden 3 en 5 van artikel 2:26, in te trekken.
Afrondend stellen wij u voor de APV Noardeast-Fryslân 2020 te wijzigen zoals is beschreven in bijgaand ontwerp-raadsbesluit. Kanttekeningen en risico’s N.v.t. Financiën N.v.t. Vervolg en planning Bekendmaking van de wijziging in het gemeenteblad. Communicatie + Participatie N.v.t.
3
V 1.0
Bijlagen 1. Arrest Hoge Raad 24 december 2021; 2. Brief LIEC intrekken verbod dragen herkenningstekens; 3. Link VNG aanpassing APV-artikel woonoverlast; 4. Link VNG aanpassingen APV en Alcoholwet; 5. Was-word APV Noardeast-Fryslân m.b.t. aanpassingen.
Dokkum, 7 juni 2022 en 23 augustus 2022 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
4
V 1.0
Raadsbesluit 2022/ 2022-001579
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 juni 2022 en 23 augustus 2022; gelet op het bepaalde in de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, in de Alcoholwet, in de Wet verhuur toeristische woonruimte en in de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021; Besluit: A. De Algemene Plaatselijke Verordening Noardeast-Fryslân 2020 te wijzigen als volgt: I.
Het bepaalde in artikel 2:12, tweede lid, wordt vervangen door het volgende: In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorziening in de gemeente.
II.
Het bepaalde in artikel 1:2, derde lid, wordt vervangen door het volgende: In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vijfde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid.
III.
a. In artikel 2:29, vierde lid, vervalt de eerste zinsnede “tussen”; b. In artikel 2:59, tweede lid, wordt de zinsnede “artikel 2:57, eerste lid, onder c” vervangen door: “artikel 2:57, eerste lid, onder d”; c. Het bepaalde in artikel 2:69, tweede lid, wordt vervangen door het volgende: In dit artikel wordt verstaan onder openbare inrichting: de inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid.; d. In artikel 5:14, tweede lid, onder b, wordt de zinsnede “artikel 5:22” vervangen door: “evenementen als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder b”.
IV.
In artikel 4:5, derde lid, wordt de zinsnede “[aantal]” vervangen door: acht.
V.
In de benaming van afdeling 5 van hoofdstuk 2 en in de artikelen 2:24, eerste lid, 2:34a, 2:34i, 2:48, tweede lid, en 3:6 wordt de zinsnede “Drank- en Horecawet” vervangen door: “Alcoholwet”.
VI.
In artikel 2:78 vervalt de zinsnede “aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven”.
VII.
Afdeling 11A van hoofdstuk 2, met daarin artikel 2:74b, en het bepaalde in de leden 3 en 5 van artikel 2:26 worden ingetrokken, en de leden 4 en 6 van artikel 2:26 worden vernummerd tot 3 en 4.
B. Te bepalen dat de wijzigingen onder A. in werking treden op de dag na die van bekendmaking.
5
V 1.0
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 15 september 2022. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl>
Signed By: Kramer, Johannes <j.kramer@noardeast-fryslan.nl>
{{Signer1}} 19/09/2022 11:59:44 CEST
{{Signer2}} 20/09/2022 10:04:57 CEST
Id: 96b302ad-5899-479d-bff6-89aa06576294
Id: 96b302ad-5899-479d-bff6-89aa06576294
Auth: Scribble
Auth: Scribble
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer
6
V 1.0