Raadsvoorstel warmteprogramma evaluatie TVW uitgangspunten en ambitie
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan uw raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
:
2025-203420
Raadsvergadering d.d.
:
16 oktober 2025 (It Debat 2 oktober 2025)
Portefeuillehouder
:
M. Prins
Programma
:
(5) Wenjen en Omjouwing
Programmaonderdeel
:
Energietransitie
Naam opsteller
:
S. Elverdink
:
s.elverdink@noardeast-fryslan.nl
Onderwerp
:
Warmteprogramma: evaluatie TVW, uitgangspunten en ambitie
Begrotingswijziging
:
Nee
Voorgesteld raadsbesluit 1. Kennis te nemen van bijgaande ‘Evaluatie Transitievisie Warmte’ (bijlage 1). 2. De bijgevoegde en als zodanig gewaarmerkte ‘Uitgangspuntennotitie warmteprogramma’ (bijlage 2) vast te stellen. 3. Ambitie 3 van het bijgevoegde en als zodanig gewaarmerkte ‘Ambitiedocument warmteprogramma’ (bijlage 3) vast te stellen, namelijk: “Noardeast-Fryslân realiseert in 2035 minimaal 6.000 aardgasvrij-ready woningen.” Inleiding Noardeast-Fryslân zet zich in voor het verduurzamen van woningen en andere gebouwen. Dit noemen we de warmtetransitie. Als officieel startpunt van deze warmtetransitie stelde uw raad in 2021 de Transitievisie Warmte (TVW) vast. Vijf jaar later, uiterlijk eind 2026, moet deze visie zijn herijkt. We spreken daarbij niet langer van een visie, maar van een warmteprogramma. Om uw raad vroegtijdig te betrekken bij dit warmteprogramma wordt u allereerst meegenomen in een evaluatie van de TVW. Daaropvolgend wordt uw raad gevraagd om uitgangspunten en een ambitie vast te stellen. Aan de hand van deze kaders worden de actielijnen van het warmteprogramma het komende jaar verwerkt uitgewerkt. Beoogd effect Het doel van dit voorstel is ten eerste om uw raad via de evaluatie van de TVW te informeren over de stand van zaken van de gemeentelijke warmtetransitie.
Ten tweede beoogt dit voorstel te komen tot uitgangspunten en een ambitie voor het warmteprogramma, zodat u vroegtijdig kunt sturen op de inhoud van het warmteprogramma. Argumenten 1.1 De evaluatie van de Transitievisie Warmte als basis voor nieuw beleid. Sinds het vaststellen van de TVW heeft de gemeente een aantal jaren ervaring opgedaan met haar warmtetransitie. In bijgevoegde evaluatie worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven. Zo staan we stil bij de status van de wijkuitvoeringsplannen, gaan we in op het onderzoek naar duurzame warmtebronnen en geven we een overzicht van de regelingen die we aanbieden aan onze inwoners. De evaluatie sluit af met een aantal belangrijke lessen. Zo zijn er voorlopig geen aanknopingspunten voor het ontwikkelen van warmtenetten, blijkt het sturen via regelingen als subsidies en leningen effectief en zien we dat begeleiding van bewoners gedurende het hele verduurzamingstraject van groot belang is. Deze uitkomsten bieden een basis aan informatie, waarop het nieuwe beleid van het warmteprogramma straks kan worden voortgebouwd. 2.1 Uw raad wordt vroegtijdig betrokken in de kaders van het warmteprogramma. Het warmteprogramma geldt als een programma onder de Omgevingswet. Strikt gezien betekent dit dat het college het bevoegd gezag is om het warmteprogramma vast te stellen.
Tegelijkertijd heeft de warmtetransitie grote maatschappelijke gevolgen. Om die reden willen we uw raad al vroegtijdig betrekken in het warmteprogramma. Uw raad wordt gevraagd om op twee manieren kaders mee te geven: via het meegeven van uitgangspunten en via het vaststellen van een ambitie. Op die manier kan het concept warmteprogramma, dat begin 2026 door het college wordt behandeld, verder ontwikkeld worden in de richting die uw raad meegeeft. Dit draagt bij aan een bestuurlijk gedragen warmteprogramma. 1
2.2 De uitgangspuntennotitie biedt kaders voor het warmteprogramma. In de TVW werden ook al uitgangspunten vastgelegd, die richtinggevend zijn geweest voor de warmtetransitie van de afgelopen jaren. Nu de evaluatie van de TVW heeft plaatsgevonden, is het een geschikt moment om diens uitgangspunten tegen het licht te houden. Sommige zaken zijn namelijk goed van de grond gekomen, terwijl andere koppelkansen niet konden worden benut. Naast de evaluatie is ook het participatietraject voor het warmteprogramma reeds gestart. Ook dit is aanleiding om de uitgangspunten aan te scherpen. Samengevat leidt dit in de bijgevoegde uitgangspuntennotitie tot een voorstel voor acht uitgangspunten, die we als relevant zien voor het warmteprogramma. Denk bijvoorbeeld aan betaalbaarheid, aansluiten op energie vanuit de Mienskip en extra aandacht bieden aan minima. Het belang van deze uitgangspunten wordt toegelicht in de notitie. Daarnaast wordt een drietal uitgangspunten toegelicht, waarvan beargumenteerd wordt dat deze juist niet meer relevant zijn. 3.1 Het vaststellen van een ambitie biedt kaders voor het warmteprogramma. Zoals uit de TVW blijkt, werden destijds alleen hoog-over doelen geformuleerd. Nu we de stap maken van een visie naar een programma, wordt er om een concretiseringsslag gevraagd. Daar hoort ook een concrete ambitie bij.
Omdat het warmteprogramma zich richt op een strategie voor de komende 10 jaar, gaat het in dit geval om een ambitie voor het jaar 2035. Door een ambitie vast te stellen, creëren we een stip op de horizon. Op die manier kunnen we terugrekenen welke activiteiten de komende jaren nodig zijn om te komen tot deze ambitie. Deze activiteiten worden vervolgens uitgewerkt in het warmteprogramma. Daarmee is de ambitie kaderstellend voor de inhoud van het warmteprogramma. 3.2 Het college wijst ambitie 3 van het bijgaande ambitiedocument als voorkeursscenario aan. In het bijgevoegde ambitiedocument worden drie scenario’s van ambitie uitgewerkt, waarbij diens voor- en nadelen worden beschreven. Per ambitie is het uitgangspunt dat we voldoende CO2-reductie realiseren om op koers te lopen voor de benodigde reductie in 2050. Dat wil zeggen, een uitstootvrije gebouwde omgeving. Het college stelt daarbij een voorkeursscenario voor aan uw raad. In dit geval betreft dit ambitie 3 van het ambitiedocument. Die ambitie luidt: “Noardeast-Fryslân realiseert in 2035 minimaal 6.000 aardgasvrij-ready woningen.” Deze ambitie volgt uit twee dilemma’s, namelijk de keuze voor een gemeentebrede in plaats van wijkgerichte aanpak, en de keuze voor aardgasvrij-ready in plaats van aardgasvrij.
Ten eerste wijken we af van de wijkgerichte aanpak, en een mogelijke inzet van de aanwijsbevoegdheid (zie ambitiedocument voor meer informatie), omdat we de komende jaren verspreid over de gemeente zoveel mogelijk acties willen opzetten. In dorpen en wijken kunnen nog steeds collectieve acties opgezet worden, maar we pakken niet alle woningen in een wijk in één keer aan. Ten tweede gaan we voor aardgasvrij-ready in plaats van aardgasvrij. We zetten daarbij met name in op hybride warmtepompen, die nog deels gas verbruiken. Hoewel hiermee meer woningen moeten worden verduurzaamd (6.000 in plaats van 4.500 aardgasvrije woningen), verwachten we hier sneller resultaat mee te boeken. Met name omdat de overstap naar hybride minder aanpassingen vergt in de woning dan een volledig elektrische warmtepomp. Toetsing aan Omgevingsvisie De hoofdlijnen van de TVW zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Zo beschrijft de Omgevingsvisie dat we stap voor stap aardgas vervangen door duurzame warmtebronnen. Ook wordt benoemd dat we inzetten op een haalbare en betaalbare transitie, dat we aanhaken op natuurlijke momenten en onderzoek uitvoeren naar duurzame technieken. Kanttekeningen en risico’s 2.1 Uw raad ontvangt een concreet voorstel op basis van bestaande uitgangspunten. Bij de totstandkoming van de TVW stonden we uitgebreid stil bij het opstellen van uitgangspunten.
Zo organiseerden we in uw raad een Debat over uitgangspunten. U kon daarbij een top-3 van uitgangspunten aangeven. Voor het warmteprogramma organiseren we niet opnieuw een dergelijk, separaat Debat. In plaats daarvan wordt uw raad gevraagd om in te stemmen met bijgevoegde uitgangspuntennotitie. Daarmee ligt er ten opzichte van de TVW al een concreter voorstel, waar uw raad op kan reageren. Mocht u uitgangspunten missen, dan kunt u via amendementen aanvullingen doen. Daarmee is er alsnog een concreet instrument voor sturing. De reden dat er nu al een concreter voorstel wordt gedaan, is dat - zoals uit de uitgangspuntennotitie blijkt - veel van de eerder opgestelde uitgangspunten nog steeds relevant zijn. Daarom beginnen we niet helemaal weer opnieuw, maar bouwen we voort op de eerdere richting. 3.1 Naast het realiseren van 6.000 warmtepompen gaat ambitie 3 uit van 10.000 geïsoleerde woningen en 100% duurzame elektriciteit in 2035. 2
V 1.1
Het ambitiedocument bouwt voort op een aantal aannames, die worden beschreven in hoofdstuk 2 van het document. De uiteindelijke ambitie wordt gebaseerd op het aantal woningen waar een warmtepomp moet worden geplaatst. Maar voorafgaand aan die stap wordt er ook op andere manieren CO2-reductie gerealiseerd. Dat begint bij isoleren. Om die reden wordt in het ambitiedocument een aanname gedaan voor het aantal te isoleren woningen in 2035. De focus ligt daarbij op de slechtst geïsoleerde woningen. Specifiek gaat het om het uitfaseren van de EFG-labels en het aanpakken van de helft van de CD-labels. In zijn totaliteit betreft dit 10.000 te isoleren woningen richting 2035. Dat is een substantiële opgave. Echter, gezien de circa 5.000 isolatiesubsidies die de gemeente richting 2030 heeft voor woningeigenaren en gezien de isolatieplannen van woningcorporaties beschouwen we dit als een realistisch uitgangspunt. Daarnaast wordt ook een aanname gedaan voor het verduurzamen van de elektriciteitsbehoefte. Op basis van landelijke prognoses gaan we uit van 100% duurzame elektriciteit in 2035. Deze aanname is iets lastiger hard te maken, bijvoorbeeld vanwege de afhankelijkheid van de congestie op het elektriciteitsnetwerk. Het verduurzamen van elektriciteit draagt echter wel het meeste bij aan het reduceren van uitstoot, zoals blijkt uit hoofdstuk 2 van het ambitiedocument.
Het succes van de warmtetransitie hangt daarmee voor een groot deel af van de realisatie van voldoende wind- en zonne-energie. Gebeurt dit niet, dan moeten er meer dan de eerder genoemde 6.000 (hybride) warmtepompen gerealiseerd worden om de benodigde besparing te realiseren. Mocht blijken dat de aanname van 100% duurzame elektriciteit inderdaad niet realistisch is, dan kan in een herijking van het warmteprogramma, rond 2030, de ambitie eventueel bijgesteld worden. Financiën Met dit voorstel zijn vooralsnog geen middelen gemoeid. In het concept warmteprogramma wordt namelijk uitgewerkt wat de financiële consequenties van de huidige keuzes zijn. Dit is met name van belang in relatie tot de ambitie. Want zijn er voldoende financiële middelen beschikbaar om deze ambitie te behalen? Voordat we daar inzicht in kunnen geven, moeten de benodigde actielijnen eerst worden uitgewerkt. Deze actielijnen worden vervolgens op geld gezet. Op dat moment kunnen we inschatten of er voldoende middelen zijn, of dat er misschien nog aanvullende financiering moet volgen. Vanuit de CDOKE-regeling (capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid) zijn in elk geval wel al middelen gereserveerd voor de warmtetransitie. Vervolg en planning Nadat de uitgangspunten en ambitie zijn vastgelegd, wordt het concept warmteprogramma uitgewerkt.
Dit gebeurt in nauwe samenwerking met burgerinitiatieven, netbeheerders, woningcorporaties en interne collega’s. De huidige planning houdt in dat het concept in Q1 2026 in het college wordt behandeld. Na vaststelling van het concept ligt het warmteprogramma ter inzage gedurende 6 weken. Vervolgens worden die reacties verwerkt. Na de zomer van 2026 wordt het ontwerp-programma gepresenteerd in een Petear. Mocht dit aanleiding voor uw raad zijn om daar ook een Debat voor in te plannen, dan vindt dat plaats. Daarna volgt nog een Beslút (wensen en bedenkingen). Tot slot wordt het warmteprogramma definitief gemaakt en uiterlijk eind 2026 door het college vastgesteld. Communicatie + Participatie Voorafgaand aan het participatietraject voor het warmteprogramma is begin dit jaar een communicatie- en participatiestrategie ontwikkeld. Dit is echter geen onderdeel van de huidige stukken. Deze strategie wordt namelijk geïntegreerd in het concept warmteprogramma. Ook richting het definitieve warmteprogramma is er ruime aandacht voor participatie en communicatie, onder andere via de periode van ter inzage legging. Bijlagen 1. Evaluatie Transitievisie Warmte; 2. Uitgangspuntennotitie warmteprogramma; 3. Ambitiedocument warmteprogramma. Dokkum, 2 september 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de loco-secretaris, mevr. M.J.P. Kouwenhoven
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
3
V 1.1
Raadsbesluit 2025-203420
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 september 2025;
Besluit: 1. Kennis te nemen van bijgaande ‘Evaluatie Transitievisie Warmte’ (bijlage 1). 2. De bijgevoegde en als zodanig gewaarmerkte ‘Uitgangspuntennotitie warmteprogramma’ (bijlage 2) vast te stellen. 3. Ambitie 3 van het bijgevoegde en als zodanig gewaarmerkte ‘Ambitiedocument warmteprogramma’ (bijlage 3) vast te stellen, namelijk: “Noardeast-Fryslân realiseert in 2035 minimaal 6.000 aardgasvrijready woningen.” Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 16 oktober 2025. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
{{Signer1}}
{{Signer2}}
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer
4
V 1.1