Raadsvoorstel - Vaststellen belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2025 / 2025-277313
Raadsvergadering d.d.
: 18 december 2025
Portefeuillehouder
: M. Prins
Programma
: Algemiene Dekkingsmiddels
Programmaonderdeel
: Lokale heffingen
Naam opsteller
: H. Kingma (E-mail: h.kingma2@noardeast-fryslan.nl)
Onderwerp
: Vaststellen belastingverordeningen 2026
Begrotingswijziging
: Ja
Voorgesteld raadsbesluit De volgende belastingverordeningen en tarieventabellen vast te stellen: - De verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van leges 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026; - De verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht 2026; - De intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen 2025; - De intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van bruggeld 2025.
Inleiding Jaarlijks worden de belastingverordeningen door de gemeenteraad vastgesteld om een juiste heffing en invordering mogelijk te maken. De bijgevoegde belastingverordeningen en tarieventabellen vormen een uitwerking van het beleid zoals geformuleerd in de begroting. Beoogd effect De belastingverordeningen vormen de wettelijke grondslag voor het heffen van gemeentelijke belastingen. Elk jaar worden deze opnieuw vastgesteld om te bereiken dat de voor het nieuwe fiscale jaar (2026) geraamde belastingopbrengsten kunnen worden gehaald. Als hier niet toe wordt overgegaan dan blijven de verordeningen 2025 van kracht. Dit leidt tot een opbrengstderving. Argumenten Het algemene uitgangspunt bij de verordeningen is dat de tarieven van de belastingen, heffingen en rechten worden verhoogd met de stijging van het consumentenprijsindexcijfer. Voor het jaar 2026 is daarbij uitgegaan van een inflatiepercentage van 3,7%. Voor de rioolheffing, afvalstoffenheffing en lijkbezorgingsrechten worden afwijkende percentages gebruikt. Hier geldt dat een kostendekking van 100% wordt aangehouden en dat de tarieven (stijging of daling) hiermee samenhangen. Toelichting per verordening: 1. De verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2026. De tarieven voor de onroerendezaakbelasting zijn herrekend op basis van een structurele opbrengststijging van € 605.000.
Daarnaast is een aanvullende opbrengststijging van € 208.500 doorgevoerd, voortkomend uit het bezuinigingsvoorstel in de kadernota. Daarin is besloten om € 208.500 te besparen op rioolinspectie en -onderhoud en deze besparing door te berekenen in de OZBtarieven. De opbrengst onroerendezaakbelasting is daarom met dit bedrag verhoogd. 1
Dit leidt tot een stijging van de opbrengst met 10,10%. De opbrengst onroerendezaakbelastingen wordt enerzijds beïnvloed door de WOZ-waardeontwikkeling en anderzijds door de tariefstelling. De verwachting op dit moment is dat de waarde van de niet woningen met 1,5% stijgt ten opzichte van 2025. Voor woningen wordt een waardestijging verwacht van 10,39%. Pas aan het eind van het jaar is de exacte waardeontwikkeling bekend. Het kan zijn dat het voorgestelde tarief dan nog aangepast wordt. 2. De verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2026. Voor de reinigingsheffing geldt dat er sprake is van een bestemmingsheffing. Dat wil zeggen dat alle kosten die te maken hebben met de gemeentelijke verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval verwerkt mogen worden in de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtscheldingen voor 100% worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Voor 2026 betekent dit dat de tarieven afvalstoffenheffing stijgen met 12,54%. 3. De verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2026. Voor de rioolheffing geldt dat er sprake is van een bestemmingsheffing. Dat wil zeggen dat alle kosten die te maken hebben met de gemeentelijke taken voor de riolering meegenomen worden in de rioolheffing.
Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtscheldingen voor 100% worden gedekt uit de opbrengst van de riool- en waterzorgheffing. Voor 2026 betekent dit dat de tarieven gelijk zijn aan die van 2025. Verder is de verordening niet inhoudelijk gewijzigd. 4. De verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026. De toeristenbelasting is een algemene belasting en daarmee een algemeen dekkingsmiddel. De belasting wordt verschuldigd voor het houden van verblijf met overnachting tegen vergoeding en wordt geheven van degene die verblijf biedt. Deze is dan op grond van regelgeving bevoegd de belasting te verhalen op de persoon of personen die verblijf houden. De tariefontwikkeling is gekoppeld aan de gewenste richting op het beleidsterrein toerisme. Het tarief van de toeristenbelasting stijgt van € 1,50 naar € 2,00 per persoon per overnachting. Dit leidt tot een structurele opbrengststijging van € 196.000. 5. De verordening op de heffing en de invordering van leges 2026. Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingegaan. De Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. ANG-model Kostendekking Voor de leges is aansluiting gezocht bij het ANG-model.
Het streven is dat hoofdstuk 1 en 2 van de legesverordening (al dan niet met gebruikmaking van kruissubsidiëring) 100% kostendekkend is. Dit wordt niet voor hoofdstuk 3 toegepast omdat de effecten daarvan te veel op maatschappelijke en economische weerstand stuitten. 6. De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2026. De forensenbelasting is een algemene belasting. Dat betekent dat de opbrengsten terugvloeien naar de algemene middelen. De inkomsten forensenbelasting zijn structureel verhoogd met € 78.500, -. Dit is verwerkt in het nieuwe tarief forensenbelasting. Naast het aanpassen van het tarief forensenbelasting is ook het maximum op te leggen bedrag verhoogd. Dat bedrag is verhoogd naar € 1.600,00 (was € 1.193,00). Dit bedrag was al een paar jaar niet aangepast, waardoor het door de waardestijging steeds minder waard werd. De laatste verhoging was in 2022, dus is nu een inhaalslag gemaakt. 7. De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2026. Op grond van deze belastingverordening worden rechten geheven van houders van pleziervaartuigen en campers die gebruik maken van respectievelijk lig- en standplaatsen die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn. De verordening lig- en staangeld is samengevoegd met de verordening voor liggelden van woonschepen en bedrijfsvaartuigen.
Omdat beide regelingen sterk op elkaar lijken, is het efficiënter om ze te bundelen.
2
V 1.0
Op 20 juni 2024 heeft uw gemeenteraad het nieuwe havenbeleid vastgesteld. Dit betekent dat de gemeente vanaf 1 januari 2026 opnieuw zelf verantwoordelijk is voor het havenmeesterschap en de inning van liggelden in onder andere Dokkum. In lijn met dit beleid is de verordening voor lig- en staangeld aangepast. In het nieuwe havenbeleid is voorgesteld om het bruggeld af te schaffen en dit te verrekenen in het liggeldtarief. Bij het vaststellen van het nieuwe tarief voor passanten is hiermee rekening gehouden. Om het verlies aan bruggeldinkomsten te compenseren, is het tarief voor passanten wel iets verhoogd. Deze maatregel zorgt dus voor een verschuiving in de opbrengsten. Het is nog onzeker wat het exacte financiële effect zal zijn. Dit zal gevolgd moeten worden. Tegelijkertijd blijft het van groot belang dat de gemeente aantrekkelijk blijft voor watersporters die hier willen verblijven. De daadwerkelijke ontwikkeling wordt pas eind 2026 duidelijk, waarna een betere inschatting mogelijk is. Tarief passantenplaatsen In overleg met de vakafdeling is de tariefstructuur voor passantenplaatsen eenvoudiger gemaakt. In 2025 werd nog met verschillende staffels en lengteklassen gerekend voor het innemen van een ligplaats. Ook zat onderscheid in het tarief voor het innemen van een ligplaats aan de aanlegsteigers bij Oostmahorn en een ligplaats aan de overige oevers en kades.
In 2026 is de basis voor de berekening van liggeld op passantenplaatsen: •
De lengte van het vaartuig en de aanwezigheid van voorzieningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de beschikbaarheid van stroom en de aanwezigheid van sanitair. Op plekken waar stroom aanwezig is, is het tarief inclusief stroomgebruik.
Tarief vaste ligplaatsen Voor de tarieven van vaste ligplaatsen wordt in de verordening een onderscheid gemaakt naar het type ligplaats, de aard van het vaartuig en de lengte ervan. Geprobeerd is om de bestaande tarieven om te zetten naar vergelijkbare nieuwe tarieven voor 2026. Bij de vaste ligplaatsen is rekening gehouden met het onderscheid tussen het zomer- en winterseizoen, omdat sommigen mensen alleen in de zomer een ligplaats nodig hebben. Voor campers wordt steeds een vast bedrag per dag per standplaats in rekening gebracht. 8. De verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026. Op basis van deze belastingverordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en de daarmee samenhangende diensten. De begrote opbrengsten mogen de begrote lasten niet overstijgen. Op basis van de geïnventariseerde kosten is het mogelijk om de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,7%. Er zijn een aantal nieuwe tarieven opgenomen. Dit om leges te kunnen vragen voor het plaatsen van gedenkbomen en gedenkstenen op de gemeentelijke begraafplaats Lindenhof in Dokkum. Hier komt een gedenkbos. Daarnaast wordt er een speciaal gedenkmonument opgericht ter nagedachtenis aan stil geboren kinderen. Nabestaanden krijgen de mogelijkheid om bij dit monument een gedenklabel te laten aanbrengen.
Het gaat om de volgende tarieven: • • •
Artikel 2.9: Het plaatsingsrecht van een gedenkschijf nabij de algemene herdenkingsboom voor een periode van 10 jaar; Artikel 2.10: Het plaatsingsrecht van een herdenkingsboom inclusief een gedenkplaatje voor een periode van 10 jaar; Artikel 2.11: Het plaatsingsrecht van een gedenklabel nabij het algemene gedenkmonument voor het stil geboren kind voor een periode van 10 jaar (artikel 2.11).
9. De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026. Het wettelijke kostentarief dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is voor 2026 vastgesteld op € 82,00 (was € 78,80). De inkomsten parkeerbelasting zijn verhoogd met € 580.000. Dit is vastgesteld in de bezuinigingsvoorstellen die zijn opgenomen in de Kadernota 2026. Het is het de bedoeling betaald parkeren in te voeren op de randparkeerplaatsen in
3
V 1.0
Dokkum tegen een tarief van € 2,00 voor het 1e uur en daarna € 0,10 per volgend uur. Het tarief voor een parkeervergunning is verhoogd met het inflatiepercentage van 3,7%. 10. De verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026. Deze belasting wordt geheven voor het doen van openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Het tarief is een vast bedrag per jaar per vestiging. Eigenaren/gebruikers van winkelruimten in het centrum van Dokkum en gebied Zuiderpoort betalen deze belasting. Vanwege een overeenkomst met Stichting Ondernemersfonds Dokkum, wordt de jaarlijkse opbrengst onder aftrek van perceptiekosten (gemeentelijke kosten om deze belasting te heffen en te innen) uiteindelijk teruggegeven aan de Stichting. Het bestuur van de stichting Ondernemersfonds Dokkum heeft onlangs verzocht om het tarief van de reclamebelasting weer jaarlijks met het inflatiepercentage te verhogen. Voor 2026 betekent dit dat het tarief reclamebelasting € 502,95 wordt (was € 485,00). 11. De verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026. Deze heffingen zijn een tegenhanger van de onroerendezaakbelastingen. Het kenmerkende verschil is, zoals de naam van deze belastingen al doet vermoeden, dat zij zich richten op roerende zaken die bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, zoals bedrijfsvaartuigen en woonboten.
De hoogte van de heffing is gekoppeld aan de WOZ-waarde van die objecten. Net als de onroerendezaakbelastingen kennen ook deze belastingen drie tarieven. In artikel 221 lid 3 Gemeentewet staat dat het tarief van de betreffende roerendezaakbelasting gelijk of lager moet zijn aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting. De tarieven zijn daarom hetzelfde als de tarieven voor onroerendezaakbelasting. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. 12. De verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht 2026. Op verzoek van de vakafdeling is het tariefmodel aangepast. Dit omdat het huidige tariefmodel niet meer aansluit bij de praktijk. Tot nu toe werd gewerkt volgens het solidariteitsprincipe, waarbij de kosten voor rioolaansluitingen collectief werden gedragen, ongeacht de daadwerkelijke aanlegkosten of het individuele gebruik. Deze uniforme benadering blijkt nu niet meer goed te werken. De aanpak functioneerde goed in een context met veel nieuwe aansluitingen per jaar. In de huidige situatie, waarin het aantal aansluitingen beperkt is, is dit niet meer zo. Daarom komt er een nieuwe werkwijze. Die is eerlijker, duidelijker en beter afgestemd op de praktijk. Bedrijven betalen voortaan de werkelijke kosten van hun aansluiting, zonder dat anderen hieraan bijdragen.
Dit maakt het ook mogelijk om maatwerk te leveren, bijvoorbeeld voor bedrijven met complexe aansluitingen of intensief afvalwatergebruik. De belangrijkste veranderingen: • Particulieren gaan een bedrag per strekkende meter betalen voor een nieuwe rioolaansluiting met een minimum van € 944,00 (incl. BTW) en een maximum van € 3.025,00 (incl. BTW). In 2025 was dit € 1.128,40. Dit is verder uitgewerkt in de tarieventabel behorende bij deze verordening; • Bij bedrijven worden de werkelijke kosten (incl. BTW) in rekening gebracht. Dit gebeurt op basis van een offerte of kostenraming van een door de gemeente gekozen bedrijf. 13. De intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen 2025. De verordening voor liggelden van woonschepen en bedrijfsvaartuigen is samengevoegd met de verordening lig- en staangeld. Omdat beide regelingen sterk op elkaar lijken, is het efficiënter om ze te bundelen. De verordening liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen kan dus ingetrokken worden. 14. De intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van bruggeld 2025. In het nieuwe havenbeleid is voorgesteld om het bruggeld af te schaffen en dit te verrekenen in het liggeldtarief. Dit is uitgewerkt in de verordening lig- en staangeld 2026. De verordening bruggeld kan dus ingetrokken worden.
Dit resulteert in de volgende tarieven voor 2026: Belasting soort OZB-eigenaar woningen OZB-eigenaar niet-woning OZB-gebruiker niet-woning RWBR-eigenaar woning
Tarief 2025 0,1248% 0,2954% 0,2249% 0,1248% 4
Tarief 2026 0,1230% 0,3195% 0,2428% 0,1230%
% -1,46% 8,17% 7,95% -1,46% V 1.0
Belasting soort RWBR-eigenaar niet-woning RWBR-gebruiker niet woning Forensenbelasting Reclamebelasting Parkeerbelastingen Leges Toeristenbelasting Rioolheffing Woning Niet-woning Grootverbruikers Percelen zonder aansluiting op waterleidingnet Afvalstoffenheffing Éénpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Bruggelden Altenabrêge: ➢ Per vaartuig Bruggen Dokkumer Ee ➢ Per vaartuig Liggeld woonschepen en bedrijfsvaartuigen Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers Rioolaansluitrecht Lijkbezorgingsrechten
Tarief 2025 0,2954% 0,2249% 0,5567% € 485,00 div. div. € 1,50
Tarief 2026 0,3195% 0,2428% 0,5773% € 502,95 div. div. € 2,00
% 8,17% 7,95% 3,7% 3,7% 33,33%
€ 240,21 € 240,21 € 21,21 € 47,59
€ 240,21 € 240,21 € 21,21 € 47,59
0% 0% 0% 0%
€ 170,46 € 242,18
€ 191,84 € 272,55
12,54% 12,54%
5,10
€ 0,0
1,80 div. div. € 1.128,40 div.
€ 0,00 div. div. div. div.
Kanttekeningen en risico’s Het tarief onroerendezaakbelasting woningen is berekend op basis van de eerste beoordeling van de waardebepaling. Deze beoordeling laat een waardestijging zien van 10,39%. Eind december zijn de definitieve cijfers bekend. Het kan zijn dat het tarief dan nog aangepast moet worden, maar dat is nu nog niet bekend. Is dit het geval dan wordt in januari 2026 een nieuw raadsvoorstel gedaan. Financiën Begrotingswijziging 1 Leges: Na het vaststellen van de begroting zijn de opbrengsten in de legesverordening gewijzigd. Oorzaak hiervan is een aantal doorgevoerde wijzigingen. Het ANG-model is hierop aangepast. Dit resulteert in de volgende bedragen: Opbrengsten leges (bedragen x 1.000 euro) Titel 1 Titel 2 Titel 3 Totaal
Begroting was
Begroting wordt
Verschil
1.116 868 30 2.014
1.132 920 30 2.082
+ 16 + 53 0 + 69
Afdrachten leges (bedragen x 1.000 euro) Titel 1 Totaal
Begroting was
Begroting wordt
Verschil
482 482
490 490
+8 +8
De opbrengsten leges worden verhoogd met € 69.000 en de afdrachten leges worden verhoogd met € 8.000. Per saldo heeft deze wijziging een positief effect van € 61.000 op het exploitatieresultaat. De begrote opbrengsten uit bruggelden van € 92.900 worden verschoven naar opbrengsten uit liggelden. De begroting wordt hierop aangepast met begrotingswijziging nummer 1. Vervolg en planning 5
V 1.0
Na besluitvorming worden de verordeningen direct aangeboden om te worden gepubliceerd. Communicatie + Participatie De verordeningen worden gepubliceerd op internet. Ook wordt gecommuniceerd met de diverse clusters. Bijlagen 1. De verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2026; 2. De verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2026; 3. De verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2026; 4. De verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026; 5. De verordening op de heffing en de invordering van leges 2026; 6. De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2026; 7. De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2026; 8. De verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026; 9. De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026; 10. De verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026; 11. De verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026; 12. De verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht 2026; 13. De intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen 2025; 14.
De intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van bruggeld 2025.
Dokkum, 18 november 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
6
V 1.0