Raadsvoorstel vaststellen belastingverordeningen 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2024 / 2024-230070
Raadsvergadering d.d.
: 19 december 2024
Portefeuillehouder
: M. Prins
Programma
: Algemiene Dekkingsmiddels
Programmaonderdeel
: Lokale heffingen
Naam opsteller
: H. Kingma (E-mail: h.kingma2@noardeast-fryslan.nll)
Onderwerp
: Vaststellen belastingverordeningen 2025
Begrotingswijziging
: Nee
Voorgesteld raadsbesluit 1. De volgende belastingverordeningen en tarieventabellen vast te stellen: - De verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van leges 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht 2025; - De verordening op de heffing en de invordering van bruggeld 2025. Inleiding Jaarlijks worden de belastingverordeningen door de gemeenteraad vastgesteld om een juiste heffing en invordering mogelijk te maken.
De bijgevoegde belastingverordeningen en tarieventabellen vormen een uitwerking van het beleid zoals geformuleerd in de begroting. Beoogd effect De belastingverordeningen vormen de wettelijke grondslag voor het heffen van gemeentelijke belastingen. Elk jaar worden deze opnieuw vastgesteld om te bereiken dat de voor het nieuwe fiscale jaar (2025) geraamde belastingopbrengsten kunnen worden gehaald. Als hier niet toe wordt overgegaan dan blijven de verordeningen 2024 van kracht. Dit leidt tot een opbrengstderving. Argumenten De belangrijkste aandachtspunten bij de verordeningen zijn: 1. De tarieven van de belastingen, heffingen en rechten worden verhoogd met de stijging van het consumentenprijsindexcijfer. Voor het jaar 2025 is daarbij uitgegaan van een inflatiepercentage van 1,9 %. 2. De tarieven onroerendezaakbelasting zijn herrekend op basis van de opbrengststijging van 10% en de WOZ-waardeontwikkeling. De verwachting op dit moment is dat de waarde van de niet woningen nagenoeg ongewijzigd zal blijven ten opzichte van 2024. Voor woningen wordt een waardestijging verwacht van 3,75%. Pas aan het eind van het jaar is de exacte waardeontwikkeling bekend. Het kan zijn dat de tarieven dan nog aangepast moeten worden, maar dat is nu nog niet bekend. 3. Voor de rioolheffing, afvalstoffenheffing en lijkbezorgingsrechten worden afwijkende percentages gebruikt.
Hier geldt dat een kostendekking van 100% wordt aangehouden en dat de tarieven (stijging of daling) hiermee samenhangen.
1
4. Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingegaan. De Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Voor de leges is aansluiting gezocht bij het ANG-model en waar mogelijk zijn de tarieven geïndexeerd met 1,9%. Analyse: 1. De verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2025. De opbrengst onroerendezaakbelastingen wordt enerzijds beïnvloed door de WOZ-waardeontwikkeling en anderzijds door de tariefstelling. De verwachting op dit moment is dat de waarde van de niet woningen nagenoeg ongewijzigd zal blijven ten opzichte van 2024. Voor woningen wordt een waardestijging verwacht van 3,75%. In de begroting 2025 is gerekend met een opbrengststijging van 10%. Pas aan het eind van het jaar is de exacte waardeontwikkeling bekend. Het kan zijn dat het voorgestelde tarief dan nog aangepast wordt. 2. De verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2025. Voor de reinigingsheffing geldt dat er sprake is van een bestemmingsheffing. Dat wil zeggen dat alle kosten die te maken hebben met de gemeentelijke verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval verwerkt mogen worden in de afvalstoffenheffing.
Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtscheldingen voor 100% worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Voor 2025 betekent dit dat de tarieven afvalstoffenheffing stijgen met 2%. Ook zijn de overige tarieven afvalstoffenheffing gewijzigd. Dit is een uitwerking van de motie van de gemeenteraad van 11 juli 2024 (zaaknummer: 2024-105262). Hierin werd onder andere verzocht hoe het recycling percentage voor de milieustraten te verbeteren (het zogenaamde VANG-resultaat: van afval naar grondstof). Met de voorgestelde tariefwijzigingen wordt het inbrengen van alle recyclestromen gratis. Bezoekers moeten alleen nog betalen voor gemengd B&S-afval en gemengd grof-hha. Hiermee wordt een belangrijke prikkel verlegd naar beter scheidingsgedrag. 3. De verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2025. Voor de rioolheffing geldt dat er sprake is van een bestemmingsheffing. Dat wil zeggen dat alle kosten die te maken hebben met de gemeentelijke taken voor de riolering meegenomen worden in de rioolheffing. Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtscheldingen voor 100% worden gedekt uit de opbrengst van de riool- en waterzorgheffing. Voor 2025 betekent dit dat de tarieven gelijk zijn aan die van 2024. Verder is de verordening niet inhoudelijk gewijzigd. 4.
De verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025. De toeristenbelasting is een algemene belasting en daarmee een algemeen dekkingsmiddel. De belasting wordt verschuldigd voor het houden van verblijf met overnachting tegen vergoeding en wordt geheven van degene die verblijf biedt. Deze is dan op grond van regelgeving bevoegd de belasting te verhalen op de persoon of personen die verblijf houden. De tariefontwikkeling is gekoppeld aan de gewenste richting op het beleidsterrein toerisme. Voor 2025 is geen tariefstijging aangehouden. 5. De verordening op de heffing en de invordering van leges 2025. Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingegaan. De Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. ANG-model Kostendekking (ANG-model) Voor de leges is aansluiting gezocht bij het ANG-model. Het streven is dat hoofdstuk 1 en 2 van de legesverordening (al dan niet met gebruikmaking van kruissubsidiëring) 100% kostendekkend is. Dit wordt niet voor hoofdstuk 3 toegepast omdat de effecten daarvan te veel op maatschappelijke en economische weerstand stuitten. 6. De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025. De forensenbelasting is een algemene belasting.
Dat betekent dat de opbrengsten terugvloeien naar de algemene middelen. Voor het jaar 2025 wordt in de begroting rekening gehouden met een grotere opbrengst voor de forensenbelasting als gevolg van de ontwikkeling van de WOZ-waarde. De WOZwaarde is namelijk de heffingsmaatstaf voor de te heffen forensenbelasting. Het tarief is verhoogd met het inflatiepercentage van 1,9%. Op het tarief na zijn er geen inhoudelijke wijzigingen in de verordening doorgevoerd.
2
V 1.0
7. De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2025. Op grond van deze belastingverordening worden rechten geheven van houders van pleziervaartuigen en campers die gebruik maken van respectievelijk lig- en standplaatsen die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn. De hoogte van de heffing voor liggelden is afhankelijk van de lengte van het schip en de duur van het verblijf. Voor campers wordt steeds een vast bedrag per dag per standplaats in rekening gebracht. De tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 1,9%. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. 8. De verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2025. Op basis van deze belastingverordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en de daarmee samenhangende diensten. De begrote opbrengsten mogen de begrote lasten niet overstijgen. Op basis van de geïnventariseerde kosten is het mogelijk om de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 1,9%. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. 9. De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2025. Het wettelijke kostentarief dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is voor 2025 vastgesteld op € 78,80 (was € 76,70). De parkeertarieven zijn niet aangepast. 10.
De verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2025. Deze belasting wordt geheven voor het doen van openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Het tarief is een vast bedrag per jaar per vestiging. Eigenaren/gebruikers van winkelruimten in het centrum van Dokkum en gebied Zuiderpoort betalen deze belasting. Vanwege een overeenkomst met Stichting Ondernemersfonds Dokkum, wordt de jaarlijkse opbrengst onder aftrek van perceptiekosten (gemeentelijke kosten om deze belasting te heffen en te innen) uiteindelijk teruggegeven aan de Stichting. Het tarief bedraagt per vestiging per jaar € 485,00 (dit is een vast tarief, tenzij het bestuur van Stichting Ondernemersfonds Dokkum met een verzoek tot verhoging komt). 11. De verordening op de heffing en de invordering van liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen 2025. De heffing liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen is een recht, dat dient tot verhaal van gemeentelijke kosten voor de instandhouding van ligplaatsen. De tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 1,9%. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. 12. De verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025. Deze heffingen zijn een tegenhanger van de onroerendezaakbelastingen.
Het kenmerkende verschil is, zoals de naam van deze belastingen al doet vermoeden, dat zij zich richten op roerende zaken die bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, zoals bedrijfsvaartuigen en woonboten. De hoogte van de heffing is gekoppeld aan de WOZ-waarde van die objecten. Net als de onroerendezaakbelastingen kennen ook deze belastingen drie tarieven. In artikel 221 lid 3 Gemeentewet staat dat het tarief van de betreffende roerendezaakbelasting gelijk of lager moet zijn aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting. De tarieven zijn daarom hetzelfde als de tarieven voor onroerendezaakbelasting. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. 13. De verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht 2025. Deze verordening ziet op nieuwe aansluitingen van objecten op de riolering. Het rioolaansluitrecht is een recht. Dat betekent dat deze alleen geheven kan worden als ook daadwerkelijk de dienst wordt geleverd. Van het rioolaansluitrecht wordt niet veel gebruik gemaakt. Het tarief is verhoogd met het inflatiepercentage van 1,9%. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. 14. De verordening op de heffing en de invordering van bruggeld 2025. Onder de naam “bruggelden” wordt een recht geheven voor het door de gemeente openen en geopend houden van een brug voor het doorlaten van een vaartuig.
Het gaat daarbij om een drietal in de belastingverordening nader aangeduide bruggen over de Dokkumer Ee. Afhankelijk van welke brug men passeert, variëren de tarieven per passage. Het tarief is verhoogd met het inflatiepercentage van 1,9%. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.
3
V 1.0
Dit resulteert in de volgende tarieven voor 2025: Belasting soort OZB-eigenaar woningen OZB-eigenaar niet-woning OZB-gebruiker niet-woning RWBR-eigenaar woning RWBR-eigenaar niet-woning RWBR-gebruiker niet woning Forensenbelasting Reclamebelasting Parkeerbelastingen Leges Toeristenbelasting Rioolheffing Woning Niet-woning Grootverbruikers Percelen zonder aansluiting op waterleidingnet Afvalstoffenheffing Éénpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Bruggelden Altenabrêge: ➢ Per vaartuig Bruggen Dokkumer Ee ➢ Per vaartuig Liggeld woonschepen en bedrijfsvaartuigen Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers Rioolaansluitrecht Lijkbezorgingsrechten
Tarief 2024 0,1179% 0,2686% 0,2048% 0,1179% 0,2686% 0,2048% 0,5562% € 485,00 div. div. € 1,50
Tarief 2025 0,1248% 0,2954% 0,2249% 0,1248% 0,2954% 0,2249% 0,5567% € 485,00 div. div. € 1,50
% 5,85% 9,96% 9,80% 5,85% 9,96% 9,80% 1,90% 0%
€ 240,21 € 240,21 € 21,21 € 47,59
€ 240,21 € 240,21 € 21,21 € 47,59
0% 0% 0% 0%
€ 167,12 € 237,44
€ 170,46 € 242,18
2% 2%
5,00
5,10
1,90%
1,75 div. div. € 1.107,35 div.
1,80 div. div. € 1.128,40 div.
1,90%
0%
1,90%
Kanttekeningen en risico’s Het tarief onroerendezaakbelasting woningen is berekend op basis van de eerste beoordeling van de waardebepaling. Deze beoordeling laat een waardestijging zien van 3,75%. Eind december zijn de definitieve cijfers bekend. Het kan zijn dat het tarief dan nog aangepast moet worden, maar dat is nu nog niet bekend. Is dit het geval dan wordt in januari 2025 een nieuw raadsvoorstel gedaan. Financiën De in dit voorstel genoemde belastingen en tarieven zijn verwerkt in de begroting 2025. Vervolg en planning Na besluitvorming worden de verordeningen direct aangeboden om te worden gepubliceerd. Communicatie + Participatie De verordeningen worden gepubliceerd op internet. Ook wordt gecommuniceerd met de diverse clusters. Bijlagen 1. De verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2025; 2. De verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2025; 3. De verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2025; 4. De verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025; 5. De verordening op de heffing en de invordering van leges 2025; 6. De verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025; 7. De verordening op de heffing en de invordering van lig- en staangeld 2025; 8. De verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2025; 9.
De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2025; 10. De verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2025; 11. De verordening op de heffing en de invordering van liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen 2025; 4
V 1.0
12. De verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025; 13. De verordening op de heffing en de invordering van rioolaansluitrecht 2025; 14. De verordening op de heffing en de invordering van bruggeld 2025.
Dokkum, 19 november 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
5
V 1.0