Raadsvoorstel It Beslút 29 januari - startnotitie energieprogramma
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
:
2025-225367
Raadsvergadering d.d.
:
29 januari 2026 (It Debat op 15 januari 2026)
Portefeuillehouder
:
M. Prins
Programma
:
(5) Wenjen en Omjouwing
Programmaonderdeel
:
Energietransitie
Naam opsteller
:
S. Elverdink
:
s.elverdink@noardeast-fryslan.nl
Onderwerp
:
Startnotitie energieprogramma
Begrotingswijziging
:
Nee
Voorgesteld raadsbesluit In te stemmen met de bijgevoegde en als zodanig gewaarmerkte ‘Startnotitie energieprogramma’. Inleiding De energietransitie is volop in ontwikkeling in Noardeast-Fryslân. Gemeenten spelen een belangrijke rol in deze transitie. Ingrepen die nodig zijn voor de verschillende energievoorzieningen, zoals opwekking van duurzame elektriciteit en de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, vinden namelijk plaats op lokaal niveau. Via beleid kan de gemeente sturen op de ontwikkeling van haar energietransitie. In dat kader stelde uw raad in 2021 al het ‘Plan van aanpak energietransitie’ vast. Sindsdien zijn er veel deelonderwerpen bijgekomen. Om de samenhang op deze deelonderwerpen goed te borgen, en om richting te geven aan de transitie voor de komende 10 jaar, werken we toe naar een overkoepelend energieprogramma. Middels dit voorstel wordt de startnotitie aangeboden, waarmee uw raad in positie wordt gebracht om vooraf kaders mee te geven. Beoogd effect Het doel van dit voorstel is om de startnotitie voor het energieprogramma vast te stellen. Aan de hand van de startnotitie geeft uw raad kaders mee voor de verdere uitwerking van het energieprogramma. Dit is met name belang voor het uitgebreide participatietraject dat voorgesteld wordt (zie argument 1.2).
Argumenten 1.1 Extra urgentie voor het energieprogramma ontstaat door de relatie met bedrijvigheid en leefbaarheid. De directe aanleiding voor de energietransitie volgt uit de noodzaak tot verduurzaming. Maar de energietransitie gaat al lang niet meer alleen over verduurzamen. De bredere impact op de leefbaarheid in onze gemeente wordt steeds duidelijker. Denk bijvoorbeeld aan de relatie met bedrijvigheid. Ondernemers in onze gemeente zijn vanuit Europese wetgeving ook genoodzaakt te verduurzamen. Ook zij hebben meer elektriciteit nodig om te verduurzamen. De congestie op het elektriciteitsnetwerk biedt momenteel echter een serieus obstakel. Waar de afgelopen decennia het aanvragen van een groter vermogen aan energie een formaliteit was, is dat nu alles behalve vanzelfsprekend. Energie is een steeds schaarser product geworden, waardoor sturing en prioritering al vroegtijdig moet plaatsvinden. Voor de bedrijven geldt dat alleen als zij ruimte krijgen om lokaal duurzame elektriciteit op te wekken en op te slaan, dat ze dan in staat zijn om te verduurzamen en hun bedrijvigheid te behouden (of idealiter zelfs uit te breiden). Komt die ruimte er niet, dan is er geen economisch perspectief en dreigen bedrijven te vertrekken. Daarmee komt de regionale werkgelegenheid onder druk te staan, terwijl dit een belangrijk fundament is voor de leefbaarheid binnen onze Mienskip.
Denk bijvoorbeeld aan het verenigingsleven, dat grotendeels gesponsord wordt door lokale bedrijven. Een energieprogramma met concrete oplossingen voor het energievraagstuk van deze ondernemers zorgt ervoor dat zij ook in Noardeast-Fryslân toekomstperspectief hebben. 1.2 Er wordt een uitgebreid participatietraject voorgesteld om te komen tot het energieprogramma. Zoals eerder aangegeven vraagt de energietransitie om ingrepen op lokaal niveau. Dat resulteert in impact voor onze Mienskip. Om echt te kunnen toetsen hoe onze plannen zo goed mogelijk kunnen worden afgestemd op onze inwoners en ondernemers, gaan we actief de dialoog aan. Oftewel, we zetten in op een uitgebreid participatietraject. Daarvoor maken we onderscheid in twee sporen: (1) de participatie voor het 1
opstellen van het energieprogramma en (2) gerichte participatie voor de bedrijventerreinen van Hallum en Betterwird (zie argument 1.3). Voor het opstellen van het energieprogramma stellen we specifiek een burgerforum voor. Dat burgerforum bestaat uit willekeurig geselecteerde inwoners, die een advies schrijven aan de gemeente. Dat advies geldt als verrijking voor het reguliere democratische proces. De gemeenteraad blijft beslissingsbevoegd en kan gemotiveerd afwijken van het advies van het burgerforum. Maar het burgerforum zorgt ervoor dat de belangen en perspectieven van burgers goed in kaart worden gebracht. Naast het burgerforum worden overige inwoners en belanghebbenden ook actief geïnformeerd over het proces van het energieprogramma, o.a. via digitale enquêtes en informatiebijeenkomsten. 1.3 Vanwege de urgentie bij bedrijven worden separate Omgevingsadviesraden voorgesteld voor de bedrijventerreinen van Hallum en Dokkum Betterwird. We constateren dat de urgentie van het energievraagstuk op de bedrijventerreinen van Hallum en Dokkum Betterwird dusdanig groot is, dat we parallel aan het opstellen van het energieprogramma hier alvast separate participatietrajecten voor willen opstarten.
Het realiseren van energiehubs, dat wil zeggen een combinatie van lokale opwekking van duurzame elektriciteit met opslag en het slim uitwisselen van energie, is nodig voor het bieden van voldoende vestigingsklimaat op lange termijn. Bij het ontbreken van dergelijk perspectief is het niet uit te sluiten dat bedrijven vertrekken uit onze gemeente. Gezien deze urgentie stellen we voor om niet te wachten tot vaststelling van het energieprogramma, voordat we de verkenning voor de energiehubs starten. Met deze startnotitie geeft uw raad het kader mee dat het participatieproces voor deze verkenning alvast gestart mag worden. Deze keuze wordt ondersteund door het coalitieakkoord: “We zetten, vanuit sociaal, economisch en maatschappelijk belang, in op de realisatie van “smart energy hubs” in Hallum en zo mogelijk ook op Betterwird. Daarbij houden we rekening met de uitgangspunten van de zonneladder, omgevingsparticipatie en technische innovatie.” Specifiek stellen we voor beide bedrijventerreinen voor om Omgevingsadviesraden (OAR) in te stellen. Een OAR bestaat uit maximaal 20 mensen die verschillende belangen vertegenwoordigen: omwonenden, ondernemers, maatschappelijke organisaties, initiatiefnemers en het bevoegd gezag. Deze belanghebbenden gaan met elkaar de dialoog aan.
Het doel van een OAR is om te komen tot consensus: met welk plan of welke uitvoering kunnen alle betrokken partijen akkoord gaan? Ook bij deze participatievorm geldt dat de gemeenteraad beslissingsbevoegd blijft en gemotiveerd kan afwijken van het advies van de OAR. 1.4 Vanwege het uitgebreide participatietraject is het bieden van kaders via de startnotitie van aanvullend belang. Via deze startnotitie geeft de raad kaders mee voor de verdere invulling van het energieprogramma. Omdat we ruim inzetten op participatie, zijn deze kaders extra van belang. Zoals eerder aangegeven blijft de raad te allen tijde beslissingsbevoegd. Om te zorgen dat er aan de dialoogtafels van het burgerforum en de Omgevingsadviesraden geen zaken worden besproken, die niet bespreekbaar zijn voor de raad, geven we bij de start van deze participatietrajecten kaders mee. In de startnotitie worden verschillende kaders voorgesteld. Zo wordt onder andere voorgesteld om een strategie op te stellen voor 10 jaar (richting 2035), om daarbij alleen energievoorzieningen aan te dragen die realiseerbaar zijn in die periode, om vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen, als voorwaarde te stellen dat de Mienskip mee-participeert en meeprofiteert, en dat de Friese Energievisie (zie bijlage) richtinggevend is.
1.5 Er wordt momenteel ook gewerkt aan een warmteprogramma, dat onder het overkoepelende energieprogramma hangt. Parallel aan het energieprogramma wordt er al gewerkt aan het warmteprogramma. De reden dat dat traject eerder is gestart, is dat het warmteprogramma een wettelijke verplichting betreft en eind 2026 moet zijn vastgesteld. Uw raad heeft inmiddels ingestemd met uitgangspunten en een ambitie voor het warmteprogramma (2025-203420). Inhoudelijk gaat het warmteprogramma in op de energie die nodig is voor het verwarmen van woningen en andere gebouwen (klimaattafel gebouwde omgeving). Inhoudelijke keuzes voor het verduurzamen van woningen, zoals de keuze voor een warmtetechniek, horen dus thuis in het warmteprogramma en niet in het energieprogramma. Echter, het energieprogramma hangt wel boven het warmteprogramma. Dat wil zeggen, de keuzes in het warmteprogramma hebben wel invloed op het energieprogramma. Denk bijvoorbeeld aan de extra elektriciteitsvraag die ontstaat door het realiseren van meer warmtepompen. Dat betekent namelijk dat aanvullende voorstellen voor het realiseren van duurzame elektriciteit nodig zijn in het energieprogramma.
2
V 1.1
Toetsing aan Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is opgenomen dat we samen met de Mienskip toewerken naar een haalbare, betaalbare en duurzame energievoorziening. Dit doen we via het besparen van energie, het opwekken van energie en het faciliteren van benodigde aanpassingen aan de energie-infrastructuur. Daarbij moeten lasten en lusten gecombineerd worden. Oftewel de Mienskip moet meeprofiteren van de gemeentelijke energietransitie. Al deze elementen komen terug in het energieprogramma. Het energieprogramma is een concrete uitwerking van de doelen uit de Omgevingsvisie. Met name het element ‘samen met de Mienskip’ komt nadrukkelijk terug in de uitgebreide participatietrajecten. Kanttekeningen en risico’s Het risico bestaat dat belanghebbenden de urgentie voor het energieprogramma niet delen. De gemeentelijke energietransitie vraagt om ingrepen, die impact hebben op de Mienskip. Niet alleen ten behoeve van verduurzaming, maar ook voor de lokale economie. Inwoners en andere belanghebbenden delen deze urgentie niet altijd. Voor hen wegen deze maatschappelijke belangen wellicht niet op tegen persoonlijke wensen. Juist daarom achten wij het van belang om ruim in te zetten op participatie. De samenhang van de energietransitie met de bredere leefbaarheid is niet voor iedereen zichtbaar.
Door dit verhaal steeds te herhalen in de participatietrajecten hopen we te werken aan meer begrip en urgentie. We gaan ook actief de dialoog aan met inwoners en belanghebbenden, die geen voorstander zijn van de energietransitie. Alle belangen worden zo goed mogelijk verwerkt in het advies, zodat we in het energieprogramma een breed gedragen verhaal kunnen presenteren aan uw raad. Verwachtingsmanagement is nodig bij de verschillende participatievormen. Met de ruime inzet op participatie kunnen deelnemers verwachten dat de gemeente hun advies in zijn geheel overneemt. De raad blijft te allen tijde beslissingsbevoegd en kan gemotiveerd afwijken van deze adviezen. Bij de start van de participatietrajecten moeten deze verwachtingen goed gemanaged worden. Daarom is het belangrijk dat de raad voorafgaand aan deze participatie kaders meegeeft. Dit doet de raad via deze startnotitie. Op die manier hopen we verwachtingen, die sowieso niet kunnen worden ingelost, af te kaderen. Financiën Dit voorstel betreft alleen de middelen die nodig zijn voor het opstellen van het energieprogramma. Financiering die nodig is voor het uitvoeren van activiteiten, worden in het energieprogramma gebudgetteerd.
De kosten in dit voorstel betreffen interne uren (projectleiding, communicatie, en afstemming ruimtelijke ordening, economische zaken en verkeer) en participatiekosten, respectievelijk € 226.233 en € 90.000. In totaal is er dus een bedrag van € 316.233 nodig. Met name de inzet op interne uren is ruim, omdat de energietransitie veel vakdisciplines raakt en de afstemming dus van groot belang is. De dekking volgt uit de zogeheten CDOKE-regeling (capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). Deze regeling is juist bedoeld voor opstellen van dergelijk beleid via dekking van de personeelslasten, zowel intern als extern. Uit deze regeling zijn nog meer dan voldoende middelen beschikbaar. Voor het jaar 2026 ontvangt de gemeente bijvoorbeeld circa € 2,3 miljoen. Hiervan is iets meer dan de helft gereserveerd (o.a. voor vast personeel en inhuur energieadviseurs), waardoor er nog ruimte is voor de incidentele middelen benodigd voor dit energieprogramma. Voor dit voorstel worden dus geen extra middelen gevraagd aan de raad. Vervolg en planning Na vaststelling van de startnotitie worden de verschillende participatietrajecten opgestart. Deze trajecten lopen naar verwachting van begin 2026 tot begin 2027. In het midden van het proces, in het vierde kwartaal van 2026, komen we terug bij de raad voor een ambitie voor het energieprogramma.
Daarna kan het ontwerp energieprogramma eind Q1 2027 aan de raad worden aangeboden. Vaststelling van het energieprogramma volgt dan voor de zomer van 2027. Communicatie + Participatie Bij het vormgeven van het burgerforum en de omgevingsadviesraden worden we ondersteund door het Nederlands Platform voor Burgerparticipatie en Overheidsbeleid. De selectie van deelnemers voor deze dialoogtafels volgt vanuit hun expertise. Aanvullend op deze participatievormen worden overige inwoners en belanghebbenden betrokken via o.a. internetraadplegingen en informatiebijeenkomsten etc. De informatie uit deze initiatieven vormen ook weer input voor de dialoogtafels. De stem van de Mienskip wordt op die manier breed uitgevraagd en vervolgens vertegenwoordigd in het burgerforum en de omgevingsadviesraden. Tot slot houden we uw raad ook periodiek op de hoogte van de ontwikkelingen, bijvoorbeeld via de periodieke nieuwsbrieven energie.
3
V 1.1
Bijlagen 1. Startnotitie energieprogramma; 2. Friese Energievisie. Dokkum, 9 december 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
4
V 1.1
Raadsbesluit 2025-225367
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025;
Besluit: In te stemmen met de bijgevoegde en als zodanig gewaarmerkte ‘Startnotitie energieprogramma’.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 29 januari 2026. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
{{Signer1}}
{{Signer2}}
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer
5
V 1.1