Raadsvoorstel It Beslút 26 april 2023 - Voorbereidingsbesluit mono-mestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2023-083135
Raadsvergadering d.d.
: 26 april 2023
Portefeuillehouder
: B. Koonstra
Programma
: (5) Wenjen en Omjouwing
Programmaonderdeel
: Reguliere activiteiten ruimtelijke ontwikkeling
Naam opsteller
: K. Bakema
: k.bakema@noardeast-fryslan.nl
Onderwerp
: Voorbereidingsbesluit mono-mestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân
Begrotingswijziging
: Nee
Voorgesteld raadsbesluit 1. Te verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Noardeast-Fryslân, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart. 2. Onder intrekking van het ‘Voorbereidingsbesluit mestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân’, door de raad genomen op 26 januari 2023, ter vervanging een nieuw ‘Voorbereidingsbesluit monomestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân’ te nemen. 3. Te bepalen dat de aanhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3.3 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) uitsluitend geldt voor het oprichten en het uitbreiden van mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat voor mono-mestvergistingsinstallaties regels gelden voor het doorbreken van de aanhoudingsplicht. 4.
Te bepalen dat een mono-mestvergistingsinstallatie dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: - De installatie wordt gebouwd op het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, of direct grenzend aan het bouwperceel indien daarvoor zwaarwegende redenen zijn; - Er wordt uitsluitend bedrijfseigen mest toegepast (maximaal 25.000 m³ op jaarbasis); - De bouwhoogte van een installatie bedraagt maximaal 15 m¹; - De oppervlakte van de gehele installatie bedraagt maximaal 1.500 m²; - Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing; - Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; - Binnen een jaar nadat een installatie definitief buiten gebruik is gesteld, dient de constructie met de bijbehorende voorzieningen te worden verwijderd. 5. Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit (identificatie NL.IMRO.1970.VbMonomestvergist-VG01) in werking treedt op 4 mei 2023. Inleiding Op 26 januari 2023 heeft uw gemeenteraad het voorbereidingsbesluit ‘mestvergistingsinstallaties NoardeastFryslân’ genomen. Het voorbereidingsbesluit houdt in dat er geen vergunning moet worden verleend voor het oprichten of uitbreiden van een mestvergistingsinstallatie, in welke vorm dan ook, die past in het bestemmingsplan.
Het voorbereidingsbesluit is genomen in afwachting van nieuwe beleidsregels voor het al dan niet toestaan van een mestvergistingsinstallatie op een agrarisch bouwperceel. Dit naar aanleiding van de op 2 december 2021 door uw raad vastgestelde Transitievisie Warmte, welke mogelijkheden biedt om Groen Gas op te wekken. Het integrale denkproces om te komen tot het formuleren van nieuwe beleidsregels is in volle gang. Op vrijdag 24 maart jl. is het college hierover bijgepraat. Een ontwerpbestemmingsplan waarin de nieuwe beleidsregels worden vertaald is nog niet gereed. Wel is inmiddels duidelijk dat een monomestvergistingsinstallatie perspectief biedt voor zowel de energietransitie als de landbouw. We zijn recent benaderd door initiatiefnemers in Hallum, Blije, Burdaard en Kollum die de groen gasproductie willen realiseren. In verband met de rijkssubsidieregeling SDE staat deze vraag op dit moment onder tijdsdruk. In een integraal team vanuit de organisatie komen we tot de conclusie dat de omstandigheden zich zeer snel ontwikkelen. Hieruit ontstaat een situatie, lees kans, die we als gemeente moeten benutten. Om dit te kunnen realiseren stellen we voor om de eerste stap, te zetten. Deze eerste stap is in samenspraak met de ondernemers voorbereid en leidt tot het volgende voorstel: 1
Mono-mestvergisting onder voorwaarden toe te staan in de gemeente en de aanhoudingsplicht te laten liggen op de co-mestvergistingsinstallaties, totdat een ontwerpbestemmingsplan in procedure wordt gebracht. Beoogd effect Met een nieuw voorbereidingsbesluit kunnen mono-mestvergistingsinstallaties worden toegestaan bij agrarische bedrijven (veehouders) als deze aan de regels van het voorbereidingsbesluit voldoen. De gemeente stelt hiermee agrarisch ondernemers in staat om een bijdrage te leveren aan de productie van groen gas, welke een van de belangrijkste opties is in de vastgestelde Transitievisie Warmte van januari 2021. Argumenten 1 en 2 Doel van het voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring van de gemeenteraad dat een bestemmingsplan voor het betreffende gebied wordt voorbereid. Op grond van artikel 3.7. van de Wro ligt de bevoegdheid voor het nemen van een voorbereidingsbesluit ligt bij de gemeenteraad. Het doel van het voorbereidingsbesluit is het opnemen van een realisatieverbod voor mestvergistingsinstallaties in de gehele gemeente, met uitzondering van mono-mestvergistingsinstallaties.
Dit betekent dat gedurende de werkingsperiode van een voorbereidingsbesluit bouwaanvragen voor mestvergistingsinstallaties die passen in het bestemmingsplan, moeten worden aangehouden en niet mogen worden verleend, tenzij het een monomestvergistingsinstallatie betreft die aan de regels van het voorbereidingsbesluit voldoet. Daarnaast dient een mono-mestvergistingsinstallatie te voldoen aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Een nieuwe of het uitbreiden van een bestaande co-mestvergistingsinstallatie wordt niet toegestaan. Het voorbereidingsbesluit geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Noardeast-Fryslân. 3.1 Co-mestvergisting. Co-mestvergisting verschilt van mono-vergisting. Bij co-mestvergisting wordt ten minste 50% mest gebruikt en aangevuld met organische biomassa, de zogenaamde co-producten zoals mais en gras. Een belangrijk nadeel van co-mestvergisting is dat hiermee de hoeveelheid mest toeneemt, omdat het digestaat (het restproduct dat overblijft na vergisting van biomassa) ook als mest moet worden gerekend. De overlastsituaties van geur, geluid en verkeer in de gemeente hebben betrekking op de comestvergistingsinstallaties. 3.2 Voordelen mono-mestvergisting. De bestaande mono-mestvergistingsinstallaties in Fryslân laten zien dat de omgeving geen overlast ervaart.
Mono-mestvergisting maakt gebruik van bedrijfseigen dierlijke mest en bevat geen co-producten. Er vinden dan ook geen transportbewegingen plaats voor de aan- en afvoer van co-producten. De mest wordt via een gesloten systeem vanaf de stalvloer naar de vergister op het erf verplaatst. Ook de reststof uit de vergister, het digestaat, veroorzaakt minder geur en de eerste resultaten waarin het digestaat wordt toegepast als kunstmestvervanger zijn positief. De overige voordelen, zoals een verminderde methaan-, stikstof- en CO2uitstoot, vormen een belangrijke motivatie voor de toekomstgerichte boer om te investeren in een monomestvergistingsinstallatie. 3.3 Lokale initiatieven vragen om versnelling. In het kader van het Masterplan Hallum is de productie van Groen Gas een reële optie om te komen tot een oplossing in de huidige problematiek ten aanzien van de verduurzaming van de bedrijven op Hallum. De oplossing van Groen Gas is niet de enige, zoals u bekend is gaat het in de energietransitie om de balans tussen verschillende energiebronnen. Groen Gas kan hiervoor in Hallum naar verwachting ongeveer 40% van de gevraagde energie leveren. Naast de initiatieven in Hallum is er een aantal andere ondernemers in de gemeente die de groen gasproductie willen realiseren. Voor een mono-mestvergistingsinstallatie kan een zeer aanzienlijke SDE-subsidie worden verkregen.
De deadline voor het indienen van een SDE-aanvraag is 25 juni 2023. Om in aanmerking te komen voor een SDE-subsidie is een (verleende) omgevingsvergunning voor het bouwen van een monomestvergistingsinstallatie noodzakelijk. Op dit moment kan echter geen omgevingsvergunning worden verleend. Hiervoor is een aangepast voorbereidingsbesluit nodig. 4.1 Voorwaarden mono-mestvergistingsinstallatie. Met het voorbereidingsbesluit wordt een mono-mestvergistingsinstallatie toegestaan, mits die voldoet aan de volgende voorwaarden: - De installatie wordt gebouwd op het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, of direct grenzend aan het bouwperceel indien daarvoor zwaarwegende redenen zijn; 2
V 1.1
-
Er wordt uitsluitend bedrijfseigen mest toegepast (maximaal 25.000 m³ op jaarbasis); De bouwhoogte van een installatie bedraagt maximaal 15 m¹; De oppervlakte van de gehele installatie bedraagt maximaal 1.500 m²; Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing; Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; Binnen een jaar nadat een installatie definitief buiten gebruik is gesteld, dient de constructie met de bijbehorende voorzieningen te worden verwijderd.
5.1 Werkingsduur. Een voorbereidingsbesluit heeft een werkingsduur van één jaar. Binnen een jaar moet een bestemmingsplan waarin de nieuwe beleidsregels zijn vastgelegd in procedure zijn gebracht. Dat nieuwe bestemmingsplan neemt de (voorbereidings)bescherming over, anders valt de gemeente terug in het oude planologische regime. Als er binnen een jaar na inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit geen bestemmingsplan in procedure is gebracht, dan moeten eventuele aangehouden bouwaanvragen voor mestvergistingsinstallaties (in welke vorm dan ook) die passen binnen de geldende bestemmingsplannen, alsnog worden verleend. Kanttekeningen en risico’s 1. Er zijn geen risico’s aan de vaststelling van het voorbereidingsbesluit verbonden. 2. Met dit voorbereidingsbesluit wordt een nieuw ruimtelijk kader geschapen. Dat heeft ook tot gevolg dat aanvragen die niet voldoen aan het bestemmingsplan niet kunnen worden aangehouden. Bij de afweging of afwijken van het bestemmingsplan in de rede ligt wordt getoetst aan het geldende beleid. Deze regels van dit voorbereidingsbesluit zien daarop toe. Daarmee ontstaat voor alle betrokkenen een ‘gelijk speelveld’. 3. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt het ‘bestemmingsplan’ vervangen door ‘omgevingsplan’.
Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet geen nieuw bestemmingsplan ter inzage is gelegd, is een andere procedure nodig. In dat geval zal het omgevingsplan moeten worden gewijzigd. Financiën De kosten voor de planologische procedure worden gedekt door de de gemeente Noardeast-Fryslân, kostenplaats structuur- en bestemmingsplannen. Het voorbereidingsbesluit zelf is niet planschadeveroorzakend. Het nieuwe bestemmingsplan daarna mogelijk wel. Vervolg en planning Na besluitvorming wordt het voorbereidingsbesluit volgens wettelijk voorgeschreven procedure gepubliceerd. Na inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit kunnen omgevingsvergunningen worden verleend voor mono-mestvergistingsinstallaties die aan de voorwaarden voldoen. Communicatie + Participatie Na vaststelling van het voorbereidingsbesluit volgt publicatie volgens de wettelijk voorgeschreven procedure. Het voorbereidingsbesluit wordt tevens geplaatst op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Tegen een voorbereidingsbesluit is geen bezwaar en beroep mogelijk. Inspraak vindt plaats in het kader van de planologische procedure.
Aangezien dit voorgestelde voorbereidingsbesluit relatief snel volgt op het eerder genomen besluit van 26 januari 2023, zal in samenspraak met Team Kommunikaasje en de Eenheid Energietransitie & Duurzaamheid een gezamenlijke communicatiestrategie worden uitgewerkt om via de geëigende kanalen de Mienskip te informeren over dit besluit, de aanleiding en de impact op de omgeving. Beide portefeuillehouders van zowel Wenjen en Omjouwing als Duurzaamheid worden hierbij actief betrokken. De communicatie strategie zal uitvoering krijgen voor 25 juni 2023, aangezien de verleende vergunningen dan open worden gesteld voor bezwaar en beroep door belanghebbenden. In vergelijking met de eerder genomen voorbereidingsbesluiten worden een aantal actoren actief geïnformeerd over de genomen en te nemen stappen. U dient hierbij te denken aan vertegenwoordigers van dorpen én vergisitingsinstallaties. Bijlagen 1. Kaart plangebied 3
V 1.1
Dokkum, 11 april 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
4
V 1.1
Raadsbesluit 2023-083135
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 april 2023; gelet op het bepaalde in de artikelen 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening en 3.42 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit: 1. Te verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Noardeast-Fryslân, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart. 2. Onder intrekking van het ‘Voorbereidingsbesluit mestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân’, door de raad genomen op 26 januari 2023, ter vervanging een nieuw ‘Voorbereidingsbesluit monomestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân’ te nemen. 3. Te bepalen dat de aanhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3.3 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) uitsluitend geldt voor het oprichten en het uitbreiden van mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat voor mono-mestvergistingsinstallaties regels gelden voor het doorbreken van de aanhoudingsplicht. 4.
Te bepalen dat een mono-mestvergistingsinstallatie dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: - De installatie wordt gebouwd op het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, of direct grenzend aan het bouwperceel indien daarvoor zwaarwegende redenen zijn; - Er wordt uitsluitend bedrijfseigen mest toegepast (maximaal 25.000 m³ op jaarbasis); - De bouwhoogte van een installatie bedraagt maximaal 15 m¹; - De oppervlakte van de gehele installatie bedraagt maximaal 1.500 m²; - Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing; - Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; - Binnen een jaar nadat een installatie definitief buiten gebruik is gesteld, dient de constructie met de bijbehorende voorzieningen te worden verwijderd. 5. Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit (identificatie NL.IMRO.1970.VbMonomestvergist-VG01) in werking treedt op 4 mei 2023.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 26 april 2023. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
{{Signer1}}
{{Signer2}}
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer
5
V 1.1