Raadsvoorstel (It Beslút 10 juni) Nota Kapitaalgoederen
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2021 / Z260804-2020
Raadsvergadering d.d.
: 10 juni 2021 (It Debat 27 mei)
Portefeuillehouder
: T. Berends / F. Breeuwsma
Programma
: (6) Iepenbiere Romte
Programmaonderdeel
: Kapitaalgoederen
Naam opsteller
: H. Hummel (E-mail: h.hummel@noardeast-fryslan.nl)
Onderwerp
: Nota Kapitaalgoederen (wegen, groen, gebouwen, kunstwerken, waterlopen en straatverlichting).
Begrotingswijziging
: ja
Onderwerp Nota Kapitaalgoederen (wegen, groen, gebouwen, kunstwerken, waterlopen en straatverlichting). Voorstel De raad wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de Nota kapitaalgoederen met hierin de doorrekening op het niveau Basis en op het niveau Laag voor wegen en groen, en voor gebouwen op conditiescore 3 en 4. 2. Gelet op de financiële positie het onderhoudsniveau voor de wegen en voor het groen vast te stellen op het niveau Laag, voor de gebouwen conditiescore 4, voor kunstwerken, straatverlichting en baggeren een instandhoudingsniveau te hanteren. 3. De overwegingen van het debat (12 mei) eventueel te verwerken in de definitieve nota kapitaalgoederen. 4. Bij de besluitvormende raad in juni de nota kapitaalgoederen vast te stellen. 5. Het effect van de financiële consequenties te tonen in de perspectiefnota en te verwerken in de begroting van 2022. 6. Bij de perspectiefnota een besluit te nemen in de voorstellen om de kosten voor het onderhoud en eventuele vervangingen te verlagen door bijvoorbeeld areaalvermindering of omvorming. Inleiding Voor u ligt de eerste nota Kapitaalgoederen voor onze gemeente Noardeast-Fryslân. Wij hebben momenteel geen actueel beleidsplan op het gebied van het beheer van al onze kapitaalgoederen. Het is een wettelijke verplichting dat er een vastgestelde nota Kapitaalgoederen aanwezig is; de provincie ziet daar ook op toe.
Het is daarom nodig om een nota kapitaalgoederen vast te laten stellen en de financiële consequenties op te nemen in begroting. Elke 5 jaar wordt de nota kapitaalgoederen geactualiseerd. De huidige begroting, voor wat betreft de kapitaalgoederen, is gebaseerd op de quick scan die in 2017 in de DFK periode is uitgevoerd om de kapitaalgoederen van de verschillende gemeenten in beeld te krijgen. Op basis van die quick scan zijn de eerste begrotingen van Noardeast-Fryslân gemaakt. In het afgelopen jaar zijn alle kapitaalgoederen van onze gemeente integraal in beeld gebracht. Daarbij is gebleken dat de quick scan van 2017 incompleet was en dat als gevolg daarvan de begrotingen van de afgelopen jaren en dit jaar een te laag structureel bedrag voor de instandhouding en vervanging van onze kapitaalgoederen bevatten. Voor de komende 5 jaren moet er per jaar extra budget bij. Wij laten in dit voorstel de financiële gevolgen voor de niveaus Basis en Laag per kapitaalgoed zien. De raad wordt gevraagd om een keuze te maken in het onderhoudsniveau. Voor kwaliteitsniveau Basis is er gemiddeld per jaar € 3.768.798 extra nodig. Voor kwaliteitsniveau Laag is er gemiddeld per jaar € 3.015.195 extra nodig. In de tabel hieronder wordt per kapitaalgoed weergegeven wat het verschil is tussen het benodigd budget en het beschikbaar budget voor niveau Basis en voor niveau Laag:
1
Basis gebouwen kunstwerken baggeren wegen openbare verlichting groen sportvelden speeltoestellen verschil beschikbaar - benodigd
2022 2023 2024 2025 2026 -€ 898.010 -€ 964.670 -€ 972.474 -€ 979.937 -€ 1.085.978 -€ 1.788.143 -€ 576.814 -€ 648.268 -€ 671.912 -€ 799.652 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 206.553 -€ 206.553 -€ 1.318.094 -€ 1.411.265 -€ 1.570.506 -€ 1.746.252 -€ 1.906.250 -€ 111.308 -€ 118.580 -€ 118.731 -€ 114.383 -€ 113.261 -€ 50.738 € 49.461 € 49.461 € 49.461 € 49.461 € 1.346 € 20.803 -€ 37.980 € 12.974 € 18.357 € 82.813 -€ 5.361 -€ 5.361 -€ 5.361 -€ 5.361 -€ 4.328.924 -€ 3.253.218 -€ 3.550.649 -€ 3.661.962 -€ 4.049.235
Laag gebouwen kunstwerken baggeren wegen openbare verlichting groen sportvelden speeltoestellen verschil beschikbaar - benodigd
2022 2023 2024 2025 2026 -€ 845.214 -€ 854.756 -€ 915.779 -€ 936.195 -€ 989.852 -€ 1.788.143 -€ 576.814 -€ 648.268 -€ 671.912 -€ 799.652 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 206.553 -€ 206.553 -€ 574.885 -€ 668.056 -€ 827.297 -€ 1.003.043 -€ 1.163.041 -€ 111.308 -€ 118.580 -€ 118.731 -€ 114.383 -€ 113.261 -€ 129.963 -€ 29.764 -€ 29.764 -€ 29.764 -€ 29.764 € 12.771 € 32.228 -€ 26.555 € 24.399 € 29.783 € 89.152 € 978 € 978 € 978 € 978 -€ 3.594.381 -€ 2.461.556 -€ 2.812.206 -€ 2.936.472 -€ 3.271.362
De nota die nu voorligt is gebaseerd op alle eigendommen van de gemeente die vorig jaar zijn geïnventariseerd en wat er nodig is om al die eigendommen op het te bepalen niveau te beheren en in stand te houden. Hierin zijn nog geen keuzes gemaakt over het afstoten dan wel anders inrichten daarvan. Er ligt ook een forse financiële opgave om gemeentebreed tot structurele ombuigingen te komen. In die zoektocht worden ook de kapitaalgoederen nadrukkelijk betrokken. Bij de Perspectiefnota zullen die mogelijkheden aan de raad worden gepresenteerd en vervolgens worden uitgewerkt in de begroting. Deze mogelijkheden zijn niet opgenomen in deze nota kapitaalgoederen. Het omvormen of afstoten van areaal zal in veel gevallen om een eenmalige investering vragen en op de langere termijn een positief financiële effect hebben. Dit positief financiële effect, afhankelijk van de keuzes, kan oplopen naar een jaarlijkse structurele besparing van enkele tonnen maar zal zeker niet het in beeld gebrachte financieel verschil doen oplossen. Op 12 mei staat het debat gepland waarin de gemeenteraad inhoudelijk de nota kapitaalgoederen kan bediscussiëren. Beoogd effect De gemeente Noardeast-Fryslân wil zorgen voor een goed onderhouden, leefbare, duurzaam ingerichte, veilige en gezonde openbare ruimte voor de inwoners en andere gebruikers.
De gemeente wil daarbij de vastgestelde onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte in stand houden c.q. realiseren. Met het hebben van een actuele nota kapitaalgoederen is de gemeente in staat om voor een goed onderhouden, leefbare, duurzaam ingerichte openbare ruimte voor de inwoners en andere gebruikers te zorgen en heeft de gemeente grip op de financiële gevolgen daarvan. Argumenten 1.1 Het vaststellen van beleid / beheerplannen past in het ingezette beleid: Programma 6 - Realiseren van vastgestelde onderhoudskwaliteit 2
V 1.0
De gemeente wil graag de vastgestelde onderhoudskwaliteit realiseren en wil dit op een aantal manieren bereiken: Het beter op orde brengen van het kapitaalgoederenbeheer (kapitaalgoederenbeheerplan opstellen); De kapitaalgoederen beheren volgens afgesproken kwaliteitsniveau (objectieve beoordeling o.b.v. landelijke normen); Een leefomgeving met minder zwerfafval en onkruid in openbaar gebied (uitvoeren van een objectieve beoordeling van de openbare ruimte ten aanzien van zwerfafval en onkruid). (Realisatie doelstelling is afhankelijk van het te kiezen kwaliteitsscenario). 1.2 Met de nota kapitaalgoederen, waarbij de financiële consequenties vertaald zijn in de begroting, heeft de gemeente grip op het onderhoud en kan er planmatiger onderhoud worden uitgevoerd. De gemeente weet wat er de komende jaren op het gebied van onderhoud uitgevoerd moet worden en heeft de financiële middelen opgenomen in de begroting. De gemeente kan dit geplande onderhoud ook communiceren met de inwoners van de gemeente. Tevens kunnen er koppelkansen gemaakt worden met bijvoorbeeld subsidiemogelijkheden. Omdat het areaal nu bekend is en de kwaliteit ervan, is de gemeente in staat om volgens objectieve criteria prioriteiten te stellen in het noodzakelijk uit te voeren onderhoud.
De gemeente is daarom beter in staat om objectief te reageren op verzoeken om kapitaalgoederen te onderhouden of vervangen. 1.3 In de nota kapitaalgoederen zijn ook de vervangingen van de sportvelden van voormalig Ferwerderadiel opgenomen. De raad heeft op 3 december jl. besloten dat het dagelijks en groot onderhoud en renovatie van sportvelden een verantwoordelijkheid blijft / wordt van de gemeente. Door dit besluit is het onderhoud en de vervangingen van de velden in voormalig Ferwerderadiel bij de gemeente komen te liggen. Een aantal velden in voormalig Ferwerderadiel moet binnen een paar jaar vervangen worden. Deze vervanging is opgenomen in de nota kapitaalgoederen. 2.1 Gelet op de financiële positie van de gemeente wordt geadviseerd om onderhoudsniveau laag vast te laten stellen. Onderhoudsniveau laag is het minimale onderhoudsniveau dat door de provincie wordt geaccepteerd. Naast de bedragen voor het onderhoud zijn ook de noodzakelijke vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Deze vervangingsinvesteringen zijn onlosmakelijk verbonden met de benodigde onderhoudsbedragen om de kapitaalgoederen in stand te houden. Voor de kunstwerken, straatverlichting en baggeren is maar één niveau in beeld gebracht namelijk een instandhoudingsniveau. Bij kunstwerken, straatverlichting en baggeren kan er namelijk niet gedifferentieerd worden op beeldkwaliteit zoals bij wegen en groen.
Bij dit niveau ontstaat er geen kapitaalvernietiging. 2.2 Met het vaststellen van het kwaliteitsniveau en de benodigde middelen ontstaat er een evenwicht tussen aanwezig areaal, kwaliteitsniveau en benodigde financiële middelen. Voor de komende 5 jaren moet er gemiddeld € 3.768.798 per jaar extra budget bij voor niveau Basis en € 3.015.195 voor niveau laag. 2.3 De provincie ziet er op toe dat er een vastgestelde nota kapitaalgoederen aanwezig is en dat de financiële consequenties vertaald zijn in de begroting. De gemeente voldoet met het vaststellen van de nota kapitaalgoederen aan de wettelijke verplichting om de kapitaalgoederen te onderhouden. Onderhoud mag niet uitgesteld worden omdat dit uiteindelijk zal leiden tot kapitaalvernietiging en eventuele verdere gevolgschade. In het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) zijn wettelijke eisen vastgesteld voor begrotings- en verantwoordingsdocumenten van provincies en gemeenten. Daaronder vallen ook een paar belangrijke bepalingen voor het financieren en uitvoeren van beheer en onderhoud. Gemeentes horen actuele beheeren onderhoudsplannen te hebben voor de kapitaalgoederen en de financiële consequenties vertaald te hebben in de begroting. Het onderhoudsniveau moet minimaal het niveau Laag zijn.
Heeft de gemeente geen actuele vastgestelde nota kapitaalgoederen, dan kan de provincie overwegen om het toezicht te verscherpen. De belangrijkste zaken in de nota kapitaalgoederen: - Herstellen van de koppeling tussen benodigd budget en kwaliteitsniveau; - Het inzichtelijk maken van de vervangingsbehoefte voor de komende jaren. 6.1 Bij de perspectiefnota kan de raad een keuze maken om te bezuinigen op de kapitaalgoederen. Bij de perspectiefnota zullen er voorstellen ingediend worden om te bezuinigen op de kapitaalgoederen door areaal af te stoten of om te vormen. Bijvoorbeeld het afstoten / opruimen van gemeentelijke gebouwen, speeltoestellen en sportvelden of groen en wegen om te vormen. 3
V 1.0
Kanttekeningen en risico’s 1.1 / 2.1 Wanneer er geen vastgestelde beleid / beheerplannen zijn, heeft de gemeente geen grip op het onderhoud. Wanneer er geen vastgestelde beleid / beheerplannen zijn, kan de gemeente geen onderhoudsplanningen maken op basis van een vastgesteld kwaliteitsniveau. Tevens is er geen koppeling tussen het noodzakelijke onderhoud en de financiële middelen in de begroting. 2.1 Onderhoudsniveau laag heeft als nadeel dat er gebreken worden geaccepteerd, dat het uiterlijk aanzien vermindert en dat dit gaat leiden tot klachten. Meer en ernstiger gebreken leiden tot een verhoogd risico op ongevallen, waar de gemeente aansprakelijk voor kan worden gesteld en het aannemelijk is dat er meer schadeclaims worden toegewezen. Tevens is het onderhouden op niveau laag, technisch gezien, niet verstandig en dat het meanderend beleid (om de paar jaar wisselen van laag naar basis naar laag) het kapitaalgoed op de lange termijn ook niet ten goede komt, zowel technisch als financieel. Voor de kunstwerken, straatverlichting en baggeren is maar één niveau in beeld gebracht, namelijk een instandhoudingsniveau. Bij dit niveau ontstaat er geen kapitaalvernietiging. Bij kunstwerken, straatverlichting en baggeren kan er niet gedifferentieerd worden op beeldkwaliteit zoals bij wegen en groen. 2.2 Laag komt niet overeen met de uitkomsten uit de Oanheakker.
Uit gesprekken die gevoerd zijn in de Oanheakker met bewoners, is naar voren gekomen dat er een breed gedragen wens is onder de bewoners van onze gemeente dat de openbare ruimte netjes en verzorgd wordt onderhouden. Niveau Basis is wel de ondergrens die aansluit bij deze wens. Niveau Laag sluit niet aan bij deze wens en vaststelling van niveau Laag leidt tot teleurstelling onder de inwoners. 2.3 Onvoldoende middelen voor niveau Laag betekent kapitaalsvernietiging. Niveau Laag is het laagste niveau voordat kapitaalgoederen niet meer onderhouden kunnen worden. Wanneer de bijbehorende financiële middelen niet beschikbaar worden gesteld, dan betekent dit vernietiging van kapitaalgoederen. 2.4 Het grootonderhoud en de vervangingen zijn niet meegenomen voor het gemeentehuis in Kollum en het gemeentehuis in Ferwert. De verwachting is dat binnen een paar jaar bovenstaande gebouwen niet meer in beheer van de gemeente zijn. Het grootonderhoud en de vervangingen van deze gebouwen zijn apart in beeld gebracht. Deze budgetten moeten namelijk wel beschikbaar blijven voor de aanpassingen van het gemeentehuis in Dokkum. Mochten deze gebouwen wel in beheer bij de gemeente blijven, dan zullen er extra onderhoudskosten bij geraamd moeten worden. Daarnaast is er voor een aantal gebouwen geen budget opgenomen voor grootonderhoud omdat de toekomst van deze gebouwen onzeker is.
Deze gebouwen worden minimaal onderhouden (wind-, en waterdicht). Het budget voor dit minimale onderhoud wordt beheerd door de afdeling Vastgoed. Deze afdeling is verantwoordelijk voor de aankoop, verkoop, verhuur dan wel sloop van de gemeentelijke gebouwen. 2.5 De onderhoudsplanning voor het baggeren is voor een groot deel gebaseerd op een cyclische planning. Peilingen moeten uitwijzen wanneer er gebaggerd moet worden. De peilingen kunnen uitwijzen dat er eerder gebaggerd moet worden dan nu is gepland. Dit kan een nadelig financieel effect opleveren. 2.6 Op dit moment loopt er een onderzoek naar de rubberkorrels die zijn toegepast op kunstgrasvelden Bij de kunstgrasvelden is de mat veelal ingestrooid met rubber die afkomstig is van gemalen autobanden, zogenaamd sbr-rubber. Bij het recent in Kollum aangelegde voetbalveld is EPDM toegepast. De kunstgrasmat bij het korfbalveld in Kollum is alleen ingevuld met zand. Bij het gebruik van de velden en als gevolg van onderhoud en verwaaiing kan rubber naar de omgeving verspreiden en in de omgeving van het veld terechtkomen. Dit is in strijd of staat op gespannen voet met de zorgplicht, zoals beschreven in artikel 13 van de wet Bodembescherming. Eigenaren en gebruikers van de velden zijn verplicht maatregelen te nemen om het verspreiden van de infill-korrels en het slijtagemateriaal van de kunstgrasvezels zoveel mogelijk te voorkomen.
De financiële consequenties hiervan zijn niet mee genomen in de nota kapitaalgoederen. Wanneer het onderzoek is afgerond, zullen de (financiële) consequenties in beeld worden gebracht en de raad hierover worden geïnformeerd. 2.7 Er is geen vergelijk gemaakt tussen wat nodig is voor de eigen dienst; personeel, tractie en materialen en wat er beschikbaar is. Er is een goed beeld van de kwaliteit van het onderhoudswerk wat door de eigen buitendienst wordt uitgevoerd. Deze onderhoudskwaliteit is voldoende op niveau. Hierdoor is er te stellen dat de eigen dienst voldoende in staat is om het onderhoudswerk uit te kunnen voeren. Er zijn voldoende middelen in de vorm van personeel, tractie en materialen aanwezig. Echter dit is niet onderbouwd met een berekening. 4
V 1.0
2.8 Het planmatig vervangen van armaturen (straatverlichting) door LED armaturen leidt tot een toename van schoonmaakkosten. Bij LED armaturen worden niet periodiek lampen vervangen, zodat de armaturen ook niet periodiek schoon gemaakt worden tijdens het vervangen van de lamp. Om voldoende lichtuitstoot te garanderen, dienen de armaturen periodiek gereinigd te worden. Hier staat echter wel tegenover dat er wordt bespaard op onderhoud en energie. 2.9 Verder verlagen van het onderhoudsniveau dan laag is niet mogelijk. Om het huidige areaal te onderhouden, kan het onderhoudsniveau niet verder verlaagd worden, omdat de provincie dit niet toe staat. Een bezuiniging op onderhoudsmiddelen kan daarom niet gevonden worden in het (gedeeltelijk) nog verder verlagen van het onderhoudsniveau. 5.1 Ten opzichte van de huidige begroting is er extra budget noodzakelijk. De huidige begroting is opgesteld op basis van een in 2017 uitgevoerde quick scan. Bij de rapportage hiervan is al de winstwaarschuwing gemaakt dat het om een quick scan gaat, waarbij niet al het areaal inzichtelijk is, niet alle kwaliteit bekend is en waarbij de vervangingen niet zijn meegenomen en doorberekend. 5.2 Er is in de huidige begroting geen financiële ruimte aanwezig om plussen te financieren. In dit voorstel is inzichtelijk gebracht wat het kost om de kapitaalgoederen in stand te houden.
Andere beleidsthema’s zoals biodiversiteit, duurzaamheid en bredere fietspaden zijn hierin niet meegenomen. 6.1 Het afstoten en omvormen van areaal kan weerstand opleveren bij onze inwoners Het afstoten en omvormen van areaal is merkbaar voor inwoners. Minder voorzieningen of een minder fraai aanzien zal weerstand opleveren. Daarnaast is voor het afstoten en omvormen van areaal eenmalig budget nodig om het uit te voeren. Op de langere termijn zal het een besparing opleveren. Financiën In het navolgende wordt per kapitaalgoed een weergave gegeven van de beschikbare middelen en de benodigde middelen. Voor gebouwen, wegen en groen zijn er twee onderhoudsniveaus in beeld gebracht. Voor de kunstwerken, straatverlichting en baggeren is maar één niveau in beeld gebracht namelijk een instandhoudingsniveau. Bij dit niveau ontstaat er geen kapitaalvernietiging. Bij kunstwerken, straatverlichting en baggeren kan er niet gedifferentieerd worden op beeldkwaliteit zoals bij wegen en groen. Gebouwen:
Gebouwen niveau 3 (basis) Klein onderhoud Storting Voorziening t.b.v. groot onderhoud kapitaallasten eerste 5 jaren
2022 € 523.971
2023 € 523.971
2024 € 523.971
2025 € 523.971
2026 € 523.971
€ 965.545 €0
€ 965.545 € 66.660
€ 965.545 € 74.464
€ 965.545 € 81.927
€ 965.545 € 187.968
Totaal benodigd
€ 1.489.516 € 1.556.176 € 1.563.980 € 1.571.443 € 1.677.484
Beschikbaar Verschil
€ 591.506 -€ 898.010
€ 591.506 -€ 964.670
€ 591.506 -€ 972.474
€ 591.506 € 591.506 -€ 979.937 -€ 1.085.978
Gebouwen niveau 4 (laag) Klein onderhoud Storting Voorziening t.b.v. groot onderhoud kapitaallasten eerste 5 jaren Totaal benodigd
2022 € 540.213
2023 € 540.213
2024 € 540.213
2025 € 540.213
€ 896.507 € 896.507 € 896.507 € 896.507 € 896.507 €0 € 9.542 € 70.565 € 90.981 € 144.638 € 1.436.720 € 1.446.262 € 1.507.285 € 1.527.701 € 1.581.358
Beschikbaar Verschil
€ 591.506 -€ 845.214
€ 591.506 -€ 854.756
€ 591.506 -€ 915.779
€ 591.506 -€ 936.195
2026 € 540.213
€ 591.506 -€ 989.852
Toelichting Gebouwen: 2 kwaliteitsniveaus: conditiescore 3 en conditiescore 4 (vergelijkbaar met niveau basis en laag); 5
V 1.0
voorziening voor groot onderhoud (storting is de last voor de exploitatie); structureel bedrag voor dagelijks onderhoud en beheerskosten; structurele kapitaallasten vervangingsinvesteringen; het grootonderhoud en de vervangingen zijn niet meegenomen voor het gemeentehuis in Kollum en het gemeentehuis in Ferwert. Het klein onderhoud voor deze gebouwen is wel meegenomen; gebouwen waarvan de toekomstige bestemming onzeker is, alleen wind en waterdicht houden. Bijvoorbeeld een aantal gebouwen op de gemeentelijke werf in Dokkum.
Kunstwerken:
Kunstwerken Klein onderhoud Storting voorziening t.b.v. groot onderhoud Kapitaallasten
2022 € 820.694
2023 € 820.694
2024 € 820.694
2025 € 820.694
2026 € 820.694
€ 307.699 €0
€ 307.699 € 288.671
€ 307.699 € 360.125
€ 307.699 € 383.769
€ 307.699 € 511.509
Eénmalige storting
€ 1.500.000
Totaal benodigd
€ 2.628.393 € 1.417.064 € 1.488.518 € 1.512.162 € 1.639.902
Beschikbaar Verschil
€ 840.250 -€ 1.788.143
€ 840.250 -€ 576.814
€ 840.250 -€ 648.268
€ 840.250 -€ 671.912
€ 840.250 -€ 799.652
Toelichting Kunstwerken: 1 kwaliteitsniveau (instandhoudingsniveau); structureel bedrag voor dagelijks onderhoud en beheerskosten; eenmalige storing (1.500.000) is nodig om de toekomstige uitgaven te kunnen dekken voor de komende 10 jaar; voorziening voor groot onderhoud (storting is de last voor de exploitatie); structurele kapitaallasten vervangingsinvesteringen. Baggeren:
Baggeren
2022
2023
2024
2025
2026
Storting Voorziening tbv Grootonderhoud
€ 297.691
€ 297.691
€ 297.691
€ 257.453
€ 257.453
Beschikbaar
€ 50.900
€ 50.900
€ 50.900
€ 50.900
€ 50.900
-€ 246.791
-€ 246.791
-€ 246.791
-€ 206.553
-€ 206.553
Verschil
Toelichting Waterwegen/baggeren: 1 kwaliteitsniveau (instandhoudingsniveau); kosten voor het hekkelen, op basis van het huidige budget (ongewijzigd); uitgaven voor het Baggeren worden gedekt door de voorziening (storting is de last voor de exploitatie); bij de bepaling van de hoogte van de voorziening is rekening gehouden met de baggerwerkzaamheden die voor 2025 uitgevoerd moeten worden in het kader van het Overdracht Stedelijk Water (contractueel vastgelegd). Daarnaast is er rekening gehouden met de bijdrage van het Wetterskip (50% gemeente 50% Wetterskip) uitvoering 2022, 2023 en 2024 (voor 2025); de onderhoudsplanning voor het baggeren is voor een groot deel gebaseerd op een cyclische planning. In 2021 worden de resterende peilingen uitgevoerd.
6
V 1.0
Wegen:
Wegen niveau Basis Onderhouds- en beheerskosten Storting Voorziening tbv Grootonderhoud kapitaallasten eerste 5 jaren
2022 2023 2024 2025 2026 € 824.284 € 824.284 € 824.284 € 824.284 € 824.284 € 2.794.458 € 2.794.458 € 2.794.458 € 2.794.458 € 2.794.458 €0 € 113.072 € 293.865 € 469.611 € 629.609
Totaal benodigd
€ 3.618.742 € 3.731.814 € 3.912.607 € 4.088.353 € 4.248.351
Beschikbaar Verschil
€ 2.300.648 € 2.320.549 € 2.342.101 € 2.342.101 € 2.342.101 -€ 1.318.094 -€ 1.411.265 -€ 1.570.506 -€ 1.746.252 -€ 1.906.250
Wegen niveau Laag Onderhouds- en beheerskosten Storting Voorziening tbv Grootonderhoud kapitaallasten eerste 5 jaren
2022 2023 2024 2025 2026 € 644.590 € 644.590 € 644.590 € 644.590 € 644.590 € 2.230.943 € 2.230.943 € 2.230.943 € 2.230.943 € 2.230.943 €0 € 113.072 € 293.865 € 469.611 € 629.609
Totaal benodigd
€ 2.875.533 € 2.988.605 € 3.169.398 € 3.345.144 € 3.505.142
Beschikbaar
€ 2.300.648 € 2.320.549 € 2.342.101 € 2.342.101 € 2.342.101 -€ -€ -€ 574.885 -€ 668.056 -€ 827.297 1.003.043 1.163.041
Verschil
Toelichting wegen: 2 kwaliteitsniveaus: Laag en Basis; voorziening voor groot onderhoud (storting is de last voor de exploitatie); extra budget voor onkruidbestrijding op niveau basis is meegenomen; structureel bedrag voor dagelijks onderhoud en beheerskosten; structurele kapitaallasten vervangingsinvesteringen; de financiële voordelen van koppelkansen met riolering (werk met werk maken) zijn niet meegenomen; de kosten voor het “opfrissen” van wegmarkering zijn meegenomen; de kosten voor het onderhoud en vervanging van ANWB bewegwijzering zijn meegenomen; de kosten voor de wegeninspecties zijn meegenomen. Openbare verlichting:
Openbare Verlichting Onderhouds- en beheerskosten Storting Reserve t.b.v. vervangingen O.V . Rente vervangingsinvesteringen
2022 € 245.100 € 126.044 €0
2023 € 223.530 € 126.044 € 28.842
2024 € 222.593 € 126.044 € 29.930
2025 € 217.629 € 126.044 € 30.546
2026 € 212.004 € 126.044 € 35.049
Totaal benodigd
€ 371.144
€ 378.416
€ 378.567
€ 374.219
€ 373.097
Beschikbaar Verschil
€ 259.836 -€ 111.308
€ 259.836 -€ 118.580
€ 259.836 -€ 118.731
€ 259.836 -€ 114.383
€ 259.836 -€ 113.261
Toelichting Openbare verlichting: 1 kwaliteitsniveau (instandhoudingsniveau); structureel bedrag voor dagelijks onderhoud, energie en beheerskosten; structurele afschrijvingen van de vervangingsinvesteringen worden gedekt door bestemmingsreserve; structurele rentelasten vervangingsinvesteringen; de besparing op energie en onderhoud door “verledden” is meegenomen; de kosten voor periodieke reiniging van armatuur is meegenomen. Kosten voor het reinigen van masten is niet meegenomen. Het planmatig vervangen van armaturen door LED armaturen leidt tot een besparing op onderhoud en energie. Bij LED armaturen hoeven periodiek geen lampen vervangen te worden en is er ook geen uitval van lampen meer. LED armaturen hebben een lager vermogen dan conventionele armaturen, waardoor er 7
V 1.0
minder energie verbruikt wordt. Dit sluit ook aan op duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente, zonder dat dit een extra investering vraagt. Groen:
Groen niveau B Begraafplaatsen Groen dagelijks onderhoud Groen onderhoud vervanging Achterstand
2022 € 33.975 € 69.018 € 465.448 € 100.199
2023 € 33.975 € 69.018 € 465.448
2024 € 33.975 € 69.018 € 465.448
2025 € 33.975 € 69.018 € 465.448
2026 € 33.975 € 69.018 € 465.448
beschikbaar
€ 617.903
€ 617.903
€ 617.903
€ 617.903
€ 617.903
Verschil
-€ 50.738
€ 49.461
€ 49.461
€ 49.461
€ 49.461
Groen niveau C Begraafplaatsen Groen dagelijks onderhoud Groen onderhoud vervanging Achterstand
2022 € 33.975 € 61.919 € 551.773 € 100.199
2023 € 33.975 € 61.919 € 551.773
2024 € 33.975 € 61.919 € 551.773
2025 € 33.975 € 61.919 € 551.773
2026 € 33.975 € 61.919 € 551.773
beschikbaar
€ 617.903
€ 617.903
€ 617.903
€ 617.903
€ 617.903
Verschil
-€ 129.963
-€ 29.764
-€ 29.764
-€ 29.764
-€ 29.764
Toelichting begraafplaatsen: het in beeld gebrachte onderhoud heeft geen betrekking op het begraven maar op het onderhoud op de begraafplaats zelf; 2 kwaliteitsniveaus: Laag en Basis. Toelichting Openbaar groen: 2 kwaliteitsniveaus: Laag en Basis; er is geen vergelijk gemaakt tussen wat nodig is voor de eigen dienst; personeel, tractie en materialen en wat er beschikbaar is; bij de vervanging van het groen is een achterstand van € 100.199. Deze achterstand is bepaald op basis van de technische groen inspectie. Nadat de achterstand is weggewerkt, kan met het regulier vervangingsbudget het onderhoud op het gewenste onderhoudsniveau onderhouden worden. De kosten voor de vervangingen van het groen op niveau C liggen hoger dan op niveau B. Dit komt omdat wanneer het dagelijks onderhoud op niveau C wordt onderhouden, de technische kwaliteit van het groen sneller achteruit gaat en dus eerder vervangen moet worden. Sportvelden:
Sportvelden niveau B dagelijks onderhoud vervangingen (kapitaallasten) sanering kunstgraskorrels
2022 € 98.130 €0 € 30.250
2023 € 98.130 € 18.346
2024 € 98.130 € 24.180 € 60.500
2025 € 98.130 € 41.278
2026 € 98.130 € 43.447
beschikbaar
€ 129.726
€ 137.278
€ 144.830
€ 152.382
€ 159.934
€ 1.346
€ 20.803
-€ 37.980
€ 12.974
€ 18.357
Sportvelden niveau c
2022
2023
2024
2025
2026
dagelijks onderhoud
€ 86.705
€ 86.705
€ 86.705
€ 86.705
€ 86.705
€0
€ 18.346
€ 24.180
€ 41.278
€ 43.447
Verschil
vervangingen (kapitaallasten) sanering kunstgraskorrels
€ 30.250 8
€ 60.500 V 1.0
beschikbaar
€ 129.726
€ 137.278
€ 144.830
€ 152.382
€ 159.934
Verschil
€ 12.771
€ 32.228
-€ 26.555
€ 24.399
€ 29.783
Toelichting sportvelden: 2 kwaliteitsniveaus: Laag en Basis; de kosten voor het treffen van voorzieningen rond kunstgrasvelden om de uitloop van rubbergranulaat te voorkomen, zijn niet meegenomen; voorziening voor groot onderhoud (storting is de last voor de exploitatie); structurele kapitaallasten vervangingsinvesteringen. De kosten voor het vervangen van de velden zijn in beeld gebracht. Dit betreft gemiddelde vervangingskosten. Het moment van uitvoering is bepaald op basis van inspecties. Het moment van uitvoering is namelijk sterk afhankelijk van de speelintensiteit. Voor de afschrijving van grasvelden is er gerekend met 25 jaar. Voor de afschrijving van de kunstgrasvelden is er gerekend met 25 jaar voor de onderbouw en 12 jaar voor de toplaag. Voor de vervanging van de toplaag met rubber infill is gerekend met opnieuw een toplaag van rubber infill. Een toplaag met een andere infill is duurder dan een toplaag met rubber infull. Mocht in de toekomst het toepassen van een rubber infull niet meer worden toegestaan, dan zal er een duurdere toplaag toegepast moeten worden. Bij het vervangen van een kunstgrasveld met rubber infill zal er ook een (extra) sanering uitgevoerd moeten worden van de rubberkorrels. De kosten voor het saneren van de omgeving bij een vervanging van een toplaag of een gehele vervanging, is meegenomen in het benodigde budget. Speeltoestellen:
Speeltoestellen Niveau B dagelijks onderhoud groot onderhoud/ vervangen
2022 € 23.745 € 104.844
2023 € 23.745 € 104.844
2024 € 23.745 € 104.844
2025 € 23.745 € 104.844
2026 € 23.745 € 104.844
beschikbaar oude reserve speeltuinen
€ 123.288 € 141.077
€ 123.288
€ 123.288
€ 123.288
€ 123.288
reserveringsfonds
-€ 52.903
Verschil
€ 82.813
-€ 5.361
-€ 5.361
-€ 5.361
-€ 5.361
Speeltoestellen niveau C dagelijks onderhoud groot onderhoud/vervangen beschikbaar oude reserve speeltuinen reserveringsfonds
2022 € 17.406 € 104.844 € 123.288 € 141.077 -€ 52.903
2023 € 17.406 € 104.844 € 123.288
2024 € 17.406 € 104.844 € 123.288
2025 € 17.406 € 104.844 € 123.288
2026 € 17.406 € 104.844 € 123.288
Verschil
€ 89.152
€ 978
€ 978
€ 978
€ 978
Toelichting speelplaatsen: In totaal zijn er 587 speeltoestellen waarvan 322 toestellen in voormalig Dongeradeel, 88 in voormalig Ferwerderadiel en 177 in voormalig Kollumerland. De speeltoestellen worden vier maal per jaar geïnspecteerd. Eén inspectieronde wordt door een externe partij uitgevoerd. Op basis van de inspecties wordt het onderhoud bepaald. De kosten die in beeld zijn gebracht, is op basis van een cyclische planning. In de voormalige gemeenten wordt er nog verschillend beleid gevoerd aangaande het onderhoud / vervangingen van de speelplaatsen: In voormalig Ferwerderadiel worden de kosten voor de vervangingen betaald door de gemeente (50%), de betreffende speelplaatsencommissie (20%) en de woningbouwvereniging (30%). Wanneer een toestel aan het einde van zijn levensduur is, wordt deze door de eigen buitendienst opgeruimd. De speelplaatsenvereniging kan met subsidiemogelijkheden (geen gemeentelijke subsidie) een nieuw toestel plaatsen. Het klein onderhoud wordt door de woningbouwvereniging uitgevoerd. 9
V 1.0
In voormalig Kollumerland kunnen de speelplaatscommissies een jaarlijkse subsidie bij de gemeente aanvragen voor het onderhoud van de speeltoestellen. De gemeente voert zelf geen onderhoud uit aan de speeltoestellen. Daarnaast kan er nog aanspraak gemaakt worden op een bijdrage voor de vervangingen (reserveringsfonds). Dit zijn nog afspraken uit het verleden vanuit voormalig Kollumerland. De hoogte van deze verplichting is € 52.903. Voorgesteld wordt om hiervoor een reserve / reserveringsfonds in stand te houden. In voormalig Dongeradeel komen zowel het onderhoud als de vervangingen voor rekening van de gemeente. Voor de vervangingen is gerekend met een gemiddeld benodigd budget per jaar, hierdoor kan de oude reserve speeltoestellen komen te vervallen. De verwachte eindstand van deze reserve is € 141.077 (stand per 31-12-2021). Daarnaast is rekening gehouden met een maaivergoeding voor speelplaatsenverenigingen die zelf maaien. In de tweede helft van 2021 wordt er een beleidsplan speelplaatsen aan de raad aangeboden. Dit nieuwe beleidsplan kan consequenties hebben voor het onderhoud zoals opgenomen in de nota kapitaalgoederen. De financiële consequenties worden in het nieuwe beleidsplan meegenomen. Samenvattend: Voor de komende 5 jaren moet er gemiddeld € 3.768.798 per jaar extra budget bij voor niveau basis en € 3.015.195 voor niveau laag.
Basis gebouwen kunstwerken baggeren wegen openbare verlichting groen sportvelden speeltoestellen verschil beschikbaar - benodigd
2022 2023 2024 2025 2026 -€ 898.010 -€ 964.670 -€ 972.474 -€ 979.937 -€ 1.085.978 -€ 1.788.143 -€ 576.814 -€ 648.268 -€ 671.912 -€ 799.652 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 206.553 -€ 206.553 -€ 1.318.094 -€ 1.411.265 -€ 1.570.506 -€ 1.746.252 -€ 1.906.250 -€ 111.308 -€ 118.580 -€ 118.731 -€ 114.383 -€ 113.261 -€ 50.738 € 49.461 € 49.461 € 49.461 € 49.461 € 1.346 € 20.803 -€ 37.980 € 12.974 € 18.357 € 82.813 -€ 5.361 -€ 5.361 -€ 5.361 -€ 5.361 -€ 4.328.924 -€ 3.253.218 -€ 3.550.649 -€ 3.661.962 -€ 4.049.235
Laag gebouwen kunstwerken baggeren wegen openbare verlichting groen sportvelden speeltoestellen verschil beschikbaar - benodigd
2022 2023 2024 2025 2026 -€ 845.214 -€ 854.756 -€ 915.779 -€ 936.195 -€ 989.852 -€ 1.788.143 -€ 576.814 -€ 648.268 -€ 671.912 -€ 799.652 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 246.791 -€ 206.553 -€ 206.553 -€ 574.885 -€ 668.056 -€ 827.297 -€ 1.003.043 -€ 1.163.041 -€ 111.308 -€ 118.580 -€ 118.731 -€ 114.383 -€ 113.261 -€ 129.963 -€ 29.764 -€ 29.764 -€ 29.764 -€ 29.764 € 12.771 € 32.228 -€ 26.555 € 24.399 € 29.783 € 89.152 € 978 € 978 € 978 € 978 -€ 3.594.381 -€ 2.461.556 -€ 2.812.206 -€ 2.936.472 -€ 3.271.362
Vervolg en planning De overwegingen in het debat van 12 mei eventueel te verwerken in de definitieve nota kapitaalgoederen. De gemeenteraad een besluit te laten nemen op de definitieve nota kapitaalgoederen bij de besluitvormende raad in juni. Het effect van de financiële consequenties te tonen in de perspectiefnota en te verwerken in de begroting van 2022. Bij de perspectiefnota een keuze te maken in de voorstellen om te bezuinigen op de kapitaalgoederen door af te stoten of om te vormen. Nadat de nota kapitaalgoederen is vastgesteld, wordt de provincie geïnformeerd over het vaststellen van de nota kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan.
10
V 1.0
Communicatie Na de vaststelling van de nota kapitaalgoederen zullen de dorpsbelangen, wijkraden, inwoners en andere stakeholders van de gemeente geïnformeerd worden over het vastgestelde kwaliteitsniveau en wat dit betekent voor verwachtingen ten aanzien van het beeld van de openbare ruimte. Bijlagen 1. Nota kapitaalgoederen 2022-2026; 2. Presentatie Quikscan Kapitaalgoederen 2017; 3. Notitie Quickscan kapitaalgoederen; 4. Perspectiefnota DFK 2018-2021.
Dokkum, 22 april 2021 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
11
V 1.0
Raadsbesluit 2021 / Z260804-2020
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 april 2021; Besluit: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Kennis te nemen van de Nota kapitaalgoederen met hierin de doorrekening op het niveau Basis en op het niveau Laag voor wegen en groen, en voor gebouwen op conditiescore 3 en 4. Gelet op de financiële positie het onderhoudsniveau voor de wegen en voor het groen vast te stellen op het niveau Laag, voor de gebouwen conditiescore 4, voor kunstwerken, straatverlichting en baggeren een instandhoudingsniveau te hanteren. De overwegingen van het debat (12 mei) eventueel te verwerken in de definitieve nota kapitaalgoederen. Bij de besluitvormende raad in juni de nota kapitaalgoederen vast te stellen. Het effect van de financiële consequenties te tonen in de perspectiefnota en te verwerken in de begroting van 2022. Bij de perspectiefnota een besluit te nemen in de voorstellen om de kosten voor het onderhoud en eventuele vervangingen te verlagen door bijvoorbeeld areaal vermindering of omvorming.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 10 juni 2021. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
{{Signer1}}
{{Signer2}}
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer
12
V 1.0