Raadsvoorstel Geurverordening Noardeast-Fryslân 2022
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer
: 2022 / 2021-106481
Raadsvergadering d.d.
: 17 november 2022
Portefeuillehouder
: B. Koonstra
Programma
: (5) Wenjen en Omjouwing
Programmaonderdeel
: Ruimtelijke kwaliteit/RO/Bouwen
Naam opsteller
: D. Kroes (E-mail: d.kroes@noardeast-fryslan.nl)
Onderwerp
: Geurverordening Noardeast-Fryslân 2022
Begrotingswijziging
: nee
Voorgesteld raadsbesluit De bijgaande Verordening geurhinder en melkveehouderij Noardeast-Fryslân 2022 vast te stellen. Inleiding De raad heeft op 16 december 2020 de Geurverordening Noardeast-Fryslân vastgesteld. Dit was nodig omdat de geurverordeningen van de fusiegemeenten zouden vervallen. Hierbij was aangegeven dat er later een nieuwe verordening moet worden vastgesteld. De reden hiervoor is dat de nu geldende verordening moet worden aangepast door uitspraken van de hoogste rechter. Beoogd effect Eerder zijn er in 2008 en 2020 geurverordeningen vastgesteld door de raad. Deze verordeningen hebben ruimte geboden voor het verminderen van afstanden van veehouderijen tot de geurgevoelige objecten (woningen). Bedoeling is om met het vaststellen van de nieuwe geurverordening (bestaande) knelgevallen ruimte te bieden voor ontwikkeling. Het is niet de bedoeling om deze adressenlijst verder uit te breiden ten opzichte van de eerder vastgestelde adressenlijst. Bredere overwegingen ten aanzien van geur zullen onder de Omgevingswet in het omgevingsplan verder worden uitgewerkt.
Argumenten 1.1 Actualisatie is op grond van jurisprudentie nodig In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bepaald dat voor het begrip bebouwde kom moet worden uitgegaan van de uitleg van het begrip ‘bebouwde kom’ zoals die is opgenomen in de Memorie van Toelichting op de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Dit heeft gevolgen voor de bepaling voor welke veehouderijen de afstanden uit artikel 4, eerste lid, van de Wgv een knelpunt vormen. Indien er sprake is van bebouwde kom moeten de afstanden groter zijn ook in de verordening. Om deze reden is besloten de geurverordening te herzien. 1.2 Met de vaststelling van de geurverordening wordt het ingezette geurbeleid met betrekking tot (melk)veehouderijen voortgezet. De lijst met veehouders is geactualiseerd en het concept van de geurverordening is, voorafgaand aan de ter inzage legging, voorgelegd aan de veehouders die op de lijst staan. Ook is het concept gestuurd naar de buurgemeenten en LTO. 1.3 De aangedragen gevallen worden als niet bebouwde kom overgenomen. De lijst met veehouders is geactualiseerd en het concept van de geurverordening is voorgelegd aan de veehouders, buurgemeenten, LTO en ter inzage gelegd. Voor de percelen Foarwei 176, 207, 221, 241, 245, Bounswei 1 alle te Kollumerzwaag zijn zienswijzen binnengekomen.
Voor deze percelen wordt aangegeven dat zij vinden dat ze niet onder de bebouwde kom vallen. Hoewel hier sprake is van grijs gebied kunnen we instemmen op basis van de aangedragen jurisprudentie met het feit dat genoemde percelen niet tot de bebouwde kom behoren. Voor het perceel Farebuorren 31 in Blije is eerder ook een reactie binnengekomen. In de reactie is aangegeven dat dit perceel niet als bebouwde kom moet worden gezien. Gelet op het bovenstaande zal ook dit perceel als buiten de bebouwde kom worden beschouwd. Verder is Easterbeintumerdyk 1 Blije en de De Terp 12 Foudgum nader beschouwd. Deze percelen worden ook als buiten de bebouwde kom gezien. Het perceel F. Haverschmidtwei 2 te Foudgum is van de lijst gehaald omdat dit een woonbestemming heeft gekregen in een wijzigingsplan (2021). 1
1.4 Wyldpaed 14 wordt niet op de lijst opgenomen omdat er al voldoende uitbreidingsruimte is. Voor het perceel Wyldpaed 14 te Kollumerzwaag is het verzoek binnengekomen om deze op de lijst op te nemen. Dit perceel heeft eerder niet op de adressenlijst van de geurverordening gestaan. Ter plaatse is nu een veetransportbedrijf actief. Er zijn plannen voor een paardenfokkerij. Dit is passend binnen de bestemming. Indien dit perceel op de lijst zou komen, mag de afstand voor wat betreft geur teruggebracht worden naar 25 meter. De wettelijke afstand op basis van de wet geurhinder en veehouderij is nu 50 meter. De plannen voor een paardenfokkerij kunnen op basis van het bouwvlak ook op 50 meter afstand worden gerealiseerd. Om deze reden wordt het perceel niet op de lijst opgenomen. 1.5 Er is geen sprake van verkeerde afstandmeting op basis van jurisprudentie. Een aantal bewoners van Aalsum heeft een gezamenlijke zienswijze ingediend. In de zienswijze wordt aangegeven dat het niet juist is dat in de verordening de minimale afstanden vastgesteld worden van de buitenzijde van het dierverblijf tot aan het geurgevoelige object. Hierbij wordt verwezen naar jurisprudentie. Er wordt hierbij opgemerkt dat hier niet de gevel van het geurgevoelige object bepalend is, maar de perceelgrens van het perceel waarop het geurgevoelig object zich bevindt.
Er wordt op gewezen dat er bijvoorbeeld rekening moet worden gehouden met een mantelzorgwoning. Verder wordt aangegeven dat hier op voorhand rekening mee moet worden gehouden. In de uitspraak 201701653/1/R2 (zie bijlage r.o.21 en verder) is aangegeven dat het een keuze is om de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ te gebruiken of het toetsingskader van de Wet Geurhinder en veehouderij. Met het actualiseren van de Geurverordening wordt voor geur bij vergunningverlening aangesloten bij het toetsingskader van de Wet Geurhinder en veehouderij. Op basis van artikel 4 lid 1 regeling geurhinder en veehouderij wordt er gemeten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt. Dit emissiepunt is de dichtstbijzijnde gevel van het dierenverblijf. Ten aanzien van mantelzorgwoningen en vergunningsvrij bouwen nog het volgende. Mantelzorgwoningen dienen, indien er sprake kan zijn vergunningsvrij bouwen, aan de achterzijde te worden gesitueerd. Theoretisch gezien is het mogelijk dat een mantelzorgwoning vergunningsvrij gesitueerd wordt binnen de afstanden van de verordening dan wel wettelijke afstanden van de Wet Geurhinder en veehouderij. Vergunningsvrij is nu eenmaal vergunningsvrij. Indien een mantelzorgwoning al is gebouwd en er zijn daarna uitbreidingsplannen bij een agrariër, dient er qua afstand ook getoetst te worden aan de mantelzorgwoning.
1.6 Verzoek tot opnemen van maatwerk wordt deels overgenomen. In de zienswijze van de heer J.A. Wiegersma is het verzoek tot het leveren van maatwerk opgenomen. Vooropgesteld dient te worden dat met het vaststellen van de geurverordening er al maatwerk wordt geleverd. Er wordt met de geurverordening (voor de genoemde adressen op de lijst) afgeweken van de wettelijke afstanden van de Wet geurhinder en veehouderij. In it Debat van 6 oktober 2022 is door verschillende partijen aangegeven dat ze het wenselijk vinden dat er maatwerk wordt opgenomen in de geurverordening. In de Verordening geurhinder en veehouderij Noardeast-Fryslân 2022 is nu ruimte voor maatwerk opgenomen om in uitzonderlijke gevallen dichterbij de bestaande situatie te kunnen bouwen. Dit in aanpassing op het concept. De volledige tekst van hetgeen is aangedragen in de zienswijze is niet overgenomen. De tekst onder het kopje bij de toelichting 5. gebiedsvisie “Deze uitbreiding is gelegen van de bestaande geurgevoelige objecten af.” wordt gewijzigd. Hiervoor in plaats komt de volgende tekst: “Derhalve hanteren wij het uitgangspunt dat een uitbreiding in beginsel van de bestaande geurgevoelige objecten af gerealiseerd moet worden”.
Enkel in het geval dat voor wonen of bedrijfsuitbreiding geen mogelijkheden aanwezig zijn om op grotere afstand een uitbreiding te realiseren, is het toegestaan een kortere afstand te hanteren. Voorwaarde is dat minimaal aan de afstanden uit artikel 2 wordt voldaan. Ook dient er in ieder geval geen sprake te zijn van een toename aan ammoniakemissies. Enkel het feit dat er geen sprake is van een toename van ammoniakemissies is niet voldoende voor de borging van de noodzaak van een even hoog niveau van de bescherming van het milieu.” Uit de toegevoegde uitspraak van 2 september 2021 (rechterlijke overweging 6.3) van de rechtbank NoordNederland blijkt dat alleen het feit dat er geen toename is van ammoniakemissies, niet voldoende is om te kunnen concluderen dat er sprake is van de borging van een even hoog niveau van bescherming van het milieu. Om deze reden is de bovenstaande tekst opgenomen. Om tot een even hoog niveau te komen van bescherming van het milieu zal gedacht moet worden aan nieuwe technologische ontwikkelingen. Hierbij opgemerkt dat deze ontwikkelingen nu nog niet voorhanden zijn. De FUMO heeft aangegeven dat indien alleen de ammoniakemissies niet verslechteren, er niet één op één kan worden geconcludeerd dat de geursituatie niet verslechtert. Kanttekeningen en risico’s 1.1 Onderscheid binnen of buiten de bebouwde kom is juridisch grijs gebied.
Met de vaststelling van de geurverordening wordt het toetsingskader voor vergunningverlening voor geur vastgelegd. Of bepaalde gevallen onder het begrip binnen of buiten de bebouwde kom vallen is in een aantal gevallen grijs gebied. De vraag of het gemaakte onderscheid stand houdt bij de Raad van State kan niet met 2
V 1.0
100% zekerheid worden gegarandeerd. Opmerking hierbij is dat vaak slechts enkele gevallen na bezwaar en beroep bij de Raad van State terechtkomen. 1.2 Maatwerk in uitzonderingsgevallen nu juridisch nog niet haalbaar. Gelet op de uitspraak 2 september 2021 (r.o. 6.3) van de rechtbank Noord-Nederland is maatwerk alleen onder de voorwaarde genoemd in de zienswijze van de heer Wiegersma niet mogelijk. Om maatwerk toe te kunnen passen zijn verdere technologische ontwikkelingen nodig. De mogelijkheid tot maatwerk is, gelet op de wens van de raad, wel opgenomen. Dit omdat er verwacht wordt dat er in de toekomst wel meer mogelijk zal zijn op dit gebied. Er wordt overigens niet verwacht dat dit belemmerend zal werken. Zoals aangegeven gaat het bij gevallen waar maatwerk zou kunnen worden toegepast om uitzonderingen. Verder dient er te worden opgemerkt dat in alle gevallen er een ruim bouwvlak is zodat er de ruimte is om van de bestaande bebouwing af te bouwen. Financiën N.v.t. Vervolg en planning Indien de raad instemt met de verordening zal de geurverordening worden gepubliceerd op overheid.nl. Communicatie + Participatie Het concept van de geurverordening is voorgelegd aan veehouders op de lijst, toegestuurd aan buurgemeenten en LTO. Verder heeft de verordening ter inzage gelegen. Bijlagen 1. Raadsbesluit: Verordening geurhinder en veehouderij Noardeast-Fryslân 2022; 2.
Uitspraak 2017 01653/1/R2; 3. 2 september 2021 van de rechtbank Noord-Nederland; 4. Zienswijze Aalsum; 5. Zienswijze de heer J.A. Wiegersma. Dokkum, 25 oktober 2022 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
loco-secretaris, B.T.T. Schat
de burgemeester, mr. J.G. Kramer
3
V 1.0