CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Concept Omgevingsprogramma landbouw

It Beslút 20 november 2025, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Concept Omgevingsprogramma landbouw2.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Jaartal + zaaknummer

:

2025-017722

Raadsvergadering d.d.

:

20 november 2025 (It Debat op 16 oktober 2025)

Portefeuillehouder

:

P.L. Braaksma

Programma

:

4 – Wurk, Bedriuw en Rekraasje

Programmaonderdeel

:

Bereikbaarheid en ruimte voor bedrijven

Naam opsteller

:

P. Regnerus (E-mail: p.regnerus@noardeast-fryslan.nl)

Onderwerp

:

Concept Omgevingsprogramma landbouw

Begrotingswijziging

:

Nee

Voorgesteld raadsbesluit Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken over het concept Omgevingsprogramma landbouw (bijlage 1). Inleiding Na behandeling in de raadsvergadering van 21 mei 2025, is de Startnotitie Omgevingsprogramma landbouw (bijlage 2) verder uitgewerkt. De Omgevingsvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân is in 2024 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat er een Omgevingsprogramma landbouw wordt opgesteld. Dit is ook aangegeven in het collegeakkoord. In hoofdstuk 6.3 van de Omgevingsvisie, ‘Een gezonde economische structuur en toeristisch-recreatief aantrekkelijk’, is op hoofdlijnen een beschrijving van de kernkwaliteiten en kernopgaven voor de landbouw gegeven. Gezien het grote belang van de landbouw als stuwende economische sector binnen onze gemeente is een Omgevingsprogramma landbouw een belangrijk instrument. Het gaat in het Omgevingsprogramma landbouw om een verdere uitwerking van de 10 thema’s uit de Startnotitie. Het Omgevingsprogramma landbouw is tot stand gekomen in samenwerking met de landbouwsector, medeoverheden en de mienskip. Beoogd effect Beoogd effect concept Omgevingsprogramma landbouw: • Toekomstperspectief bieden aan agrariërs in de gemeente Noardeast-Fryslân. • Met het Omgevingsprogramma zorgen we voor een samenhangend kader van concrete maatregelen voor de landbouw. Daarnaast wordt duidelijk welke kansen we willen benutten.

• De uitvoering van de maatregelen in het Omgevingsprogramma leidt tot realisatie van het beleid en doelen en ambities uit de Omgevingsvisie. Argumenten 1. Het opstellen van een Omgevingsprogramma landbouw is opgenomen in onze programmabegroting. Met het Omgevingsprogramma landbouw wordt uitvoering gegeven aan de doelen in programma 4 Wurk, Bedriuw en Rekraasje: • Hoofddoel 401.1: Bereikbaarheid en ruimte voor bedrijven; • Subdoel 401.1-5: Er wordt sectoraal gemeentelijk beleid voor de landbouw om kansen op het gebied van (natuurinclusieve) landbouw, duurzaamheid en biodiversiteit te benutten ontwikkeld; • Activiteit 5a: Er wordt een omgevingsprogramma landbouw en voedselproductie opgesteld. Landbouw speelt een belangrijke rol in de gemeente Noardeast-Fryslân. Het gebied kent een divers agrarisch landschap, met melkveehouderijen, akkerbouw, groententeelt en gemengde bedrijven als belangrijke economische pijler en identiteit in de gemeente. Tegelijkertijd staat de landbouw onder druk door veranderende maatschappelijke verwachtingen, strengere milieueisen, stikstofproblematiek, klimaatverandering en de transitie naar een duurzamer voedselsysteem. Ook neemt de vraag naar ruimte voor andere functies toe, bijvoorbeeld voor infrastructuur, woningbouw en duurzame energie. Agrariërs, inwoners en beleidsmakers worden hiermee geconfronteerd en staan voor complexe keuzes: 1

hoe houden we onze gemeente leefbaar, economisch rendabel én ecologisch gezond? In dat spanningsveld groeit de behoefte aan concreet en samenhangend beleid voor de toekomst van de landbouw in onze gemeente. Het concept Omgevingsprogramma landbouw draagt bij aan een toekomstbestendige landbouw, gezonde leefomgeving, economische vitaliteit en het versterken van de landschappelijke kwaliteit. 2. Het concept Omgevingsprogramma landbouw past in het ingezet beleid. Het concept Omgevingsprogramma landbouw past bij de doelen en ambities in het coalitieakkoord ‘Foar de mienskip’. In het coalitieakkoord wordt benoemd dat de landbouw van groot belang is en kenmerkend voor Noardeast-Fryslân. Veehouderij-, akkerbouw- en groenteteeltbedrijven leveren een grote bijdrage aan onze regionale economie, landschap en duurzaamheid. Dit geeft aan dat het van belang is dat er een samenhangend beleidskader voor de landbouw. Het concept Omgevingsprogramma landbouw geeft uitvoering aan de realisatie van de doelen uit de Omgevingsvisie. Het is de bedoeling dat de Omgevingsvisie door middel van Omgevingsprogramma’s verder uitgewerkt wordt tot concreet beleid en daarbij behorende maatregelen. Met het Omgevingsprogramma landbouw ligt er een concreet beleidsstuk waarin duidelijk wordt aan welke opgaven voor de landbouw we als gemeente werken en hoe we deze opgaven willen realiseren. 3.

Startnotitie als basis voor Omgevingsprogramma landbouw. Het concept Omgevingsprogramma landbouw is opgesteld conform de aanpak in de Startnotitie (bijlage 2), dat uw raad op 21 mei 2025 heeft behandeld. In de periode mei – augustus 2025 is een participatietraject doorlopen waarbij uw raad, de landbouwsector, medeoverheden en andere relevante belanghebbenden zijn benaderd en geïnformeerd over de Startnotitie en het concept Omgevingsprogramma landbouw. 4. In het Omgevingsprogramma landbouw wordt de Omgevingsvisie concreet uitgewerkt. Uw raad stelt in de Omgevingsvisie ambities, doelen en kaders voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsprogramma landbouw geeft invulling aan de doelen uit de omgevingsvisie door uitwerking in concreet beleid en daarbij te nemen maatregelen. Het college is het bevoegd gezag voor het vaststellen van Omgevingsprogramma’s. Dit bepaalt de Omgevingswet in artikel 3.4. Onder de Omgevingswet krijgt het college meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en is de gemeenteraad nadrukkelijker belast met de kaderstelling en het monitoren van de resultaten. 5. Bijdrage aan landbouwtransitie en rol van gemeente. Het concept Omgevingsprogramma landbouw geeft concreet inzicht in mogelijke maatregelen die bijdragen aan de landbouwtransitie, en in de rol die de gemeente daarbij kan vervullen.

Tegelijkertijd wordt zichtbaar welke andere partijen – zoals agrariërs, waterschappen, provincie, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties – betrokken zijn of nodig zijn voor de uitvoering. Tot slot vormt het conceptprogramma een basis voor planmatig werken. Door maatregelen te prioriteren en te koppelen aan beschikbare middelen en uitvoeringskracht, ontstaat er een uitvoerbare en doelgerichte aanpak. Zo werken we stap voor stap aan een vitale en duurzame landbouwsector binnen onze gemeente. 6. Inhoud van het Omgevingsprogramma landbouw. Het concept Omgevingsprogramma landbouw is als volgt opgebouwd: • Voorwoord en in hoofdstuk 1 de inleiding met de aanleiding, het doel en reikwijdte van het programma. • Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting van het doorlopen participatietraject. In de daarop volgende hoofdstukken staan de uitwerking van de tien thema’s en concrete maatregelen centraal. • Hoofdstuk 3: Thema 1 Economie en brede welvaart: werkgelegenheid, leefbaarheid, gezondheid, hoogwaardige voedselproductie met een eerlijke prijs voor agrariër en consument. Agrariër en mienskip verbonden; • Hoofdstuk 4: Thema 2 Duurzaamheid en biodiversiteit: meervoudig ruimtegebruik, weide- en akkervogels, natuurlijk landschap, kringlooplandbouw en agrarisch natuurbeheer.

Een biodiverse en natuurinclusieve landbouw; • Hoofdstuk 5: Thema 3 Water: verzilting, waterberging, zoetwaterbeschikbaarheid, ecologisch onderhoud en waterkwaliteit. Het duurzaam benutten en behouden van natuurlijke bronnen;

2

V 1.0

• • • • • • •

Hoofdstuk 6: Thema 4 Klimaatadaptatie: zilte teelten, bodemgezondheid, ondergrondse zoetwateropslag, natuurlijke bermen en oevers. De basis op orde voor een veerkrachtige en toekomstbestendige landbouw; Hoofdstuk 7: Thema 5 Innovatie en ontwikkeling: ruimte voor experimenten, kunstmestvervangers, groengas, zilte teelten, precisielandbouw, zoetwateropslag, robuuste rassen/gewassen en kringlooplandbouw. Toekomstbestendige landbouw door vernieuwing en verbetering; Hoofdstuk 8: Thema 6 Energietransitie: duurzame energieproductie, laadpalen, groengas en batterijopslag. De landbouw als energie hub; Hoofdstuk 9: Thema 7 Mestverwerking: economisch en ruimtelijk mogelijk maken groengasproductie en mestverwerking. Organische mest als grondstof en kunstmestvervanger; Hoofdstuk 10: Thema 8 Bedrijfsinrichting: agrologistiek, arbeidershuisvesting, bouwperceelgrootte en schaalgrootte. Balans tussen klein- en grootschalig. Het familiebedrijf als fundament van het landelijk gebied; Hoofdstuk 11: Thema 9 Agrarische nevenactiviteiten: koel-, verwerking en verpakking, duurzame energieproductie en recreatie/toerisme. Rendabele economische activiteiten op het boerenerf; Hoofdstuk 12: Thema 10 Onderwijs en onderzoek: versterken kennis en onderzoek duurzame landbouw en voedsel(productie). Door kennisontwikkeling voorsprong van onze landbouw behouden.

Tot slot wordt in hoofdstuk 13 ingegaan op de concrete uitvoering van dit programma. In de bijlagen is onder andere een weergave van de participatie te vinden. Het Omgevingsprogramma landbouw is een dynamisch document, wat betekent dat het wordt geëvalueerd en aangepast aan de veranderende omstandigheden en inzichten, wanneer dat relevant is. De procedure voor het wijzigen van een programma is dezelfde als voor het vaststellen ervan. 7. Highlights van het Omgevingsprogramma landbouw. Het concept Omgevingsprogramma landbouw biedt een toekomstgericht en samenhangend beleidskader voor een vitale, duurzame en economisch sterke landbouwsector. In tien thema’s worden concrete maatregelen uitgewerkt, zoals het stimuleren van kringlooplandbouw en agrarisch natuurbeheer, het verbeteren van waterkwaliteit en zoetwaterbeschikbaarheid, het faciliteren van zilte teelten en ondergrondse wateropslag, en het ondersteunen van innovaties zoals precisielandbouw en groengasproductie. Ook wordt ingezet op duurzame energieopwekking op het boerenerf, versterking van kennis en onderwijs, en het creëren van ruimte voor agrarische nevenactiviteiten zoals verkoop van agrarische producten vanaf het boerenerf direct aan de mienskip en recreatie en toerisme. Het programma draagt bij aan brede welvaart, een gezonde leefomgeving en economische vitaliteit.

Door kennisontwikkeling en samenwerking met onderwijsinstellingen wordt ingezet op versterking van onderzoek en innovatie. De uitvoering gebeurt planmatig en wordt afgestemd op beschikbare capaciteit, middelen en betrokken partijen. Het programma is dynamisch en wordt aangepast aan veranderende omstandigheden. Toetsing aan Omgevingsvisie 1.1 Het concept Omgevingsprogramma landbouw geeft uitvoering aan de realisatie van de doelen uit de Omgevingsvisie. Het is de bedoeling dat de Omgevingsvisie door middel van Omgevingsprogramma’s verder uitgewerkt wordt tot concreet beleid en daarbij behorende maatregelen. 1.2 De Omgevingsvisie heeft vier kernopgaven: 1. Levendige dorpen en stad waar het prettig wonen en leven is; 2. Gezonde en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving; 3. Gezonde economische structuur en toeristisch-recreatief aantrekkelijk; 4. Een energieneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente. In het concept Omgevingsprogramma landbouw zijn de kernopgaven in relatie tot de kwaliteiten uitgewerkt aan de hand van tien thema’s. 1.3 Het Omgevingsprogramma landbouw is getoetst aan de afwegingsprincipes uit de Omgevingsvisie.

In de Omgevingsvisie zijn de volgende afwegingsprincipes beschreven: • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander, nu en in de toekomst; • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • Het plan/beleid draagt bij aan een leefomgeving die fitaal, sûn, ûndernimmend, duorsum en oantreklik is; • We bekijken vraagstukken in samenhang (integraal); 3

V 1.0

• •

We werken gebiedsgericht en durven onderscheid te maken; Het draagt bij aan een inclusieve samenleving.

Het Omgevingsprogramma landbouw sluit aan bij deze afwegingsprincipes en draagt bij aan de uitwerking van de afwegingsprincipes voor agrarische ontwikkelingen. In het programma staat de landbouw centraal, maar wordt er nadrukkelijk gezocht naar de mogelijke raakvlakken met landschap en de kwaliteiten van het buitengebied, combinaties van functies en de leefomgeving, om tot een integraal programma te komen voor de gehele gemeente. 1.4 Met het Omgevingsprogramma landbouw ligt er een concreet beleidsstuk waarin duidelijk wordt aan welke opgaven voor de landbouw we als gemeente werken en hoe we deze opgaven willen realiseren. Kanttekeningen en risico’s 1.1 Er is onzekerheid en onduidelijkheid door rijks- en provinciale wet- en regelgeving. In de periode waarin aan deze dit concept Omgevingsprogramma landbouw wordt geschreven is op rijks- en provinciaal niveau een hoge mate van onzekerheid. Er is namelijk op een aantal cruciale onderdelen (perspectief voor landbouw, PAS-melders en mogelijke (generieke) maatregelen voor derogatie en waterkwaliteit) veel onduidelijkheid. Vorenstaande kan een onvoorzien effect hebben op de landbouwsector en daarmee samenhangende op het Omgevingsprogramma landbouw. 1.2 Er is inzet nodig vanuit rijk en provincie.

Het uitvoeren van de maatregelen uit het concept Omgevingsprogramma landbouw hangt mede af van de voorwaarde dat het rijk en provincie Fryslân hun rol nemen door het ontwikkelen van duidelijk beleid en het beschikbaar stellen van adequate instrumenten en voldoende financiële middelen. Waar nodig zal vorenstaande tot bijstelling van, onderdelen van, het programma leiden. Financiën Voor de uitvoering van de maatregelen die zijn opgenomen in het Omgevingsprogramma landbouw zijn middelen nodig. Deze middelen bestaan voornamelijk uit de inzet van personeel, en maken deel uit van de reguliere ambtelijke uren (uren adviseur landbouw). Waar mogelijk wordt ingezet op externe financiering van de in het programma genoemde maatregelen. Daarnaast kunnen er te zijner tijd projecten en werkzaamheden voortvloeien uit de maatregelen waarvoor extra middelen nodig zijn, bijvoorbeeld voor ambtelijke uren of andere kosten. Dit wordt meegenomen in het jaarlijkse proces van de kadernota. Het college en gemeenteraad kunnen daarover een afzonderlijk besluit nemen. Vervolg en planning De planning is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Presentatie hoofdlijnen concept Omgevingsprogramma It Petear gemeenteraad Besluit wensen/bedenkingen It Debat Besluit wensen/bedenkingen It Beslút Besluit college Omgevingsprogramma Collegebrief gemeenteraad definitief Omgevingsprogramma

9 oktober 2025 16 oktober 2025 20 november 2025 Q4 2025 Q4 2025

Een globale planning van de in het concept Omgevingsprogramma landbouw opgenomen maatregelen is te vinden in het conceptprogramma. Communicatie + Participatie Participatie Het Omgevingsprogramma landbouw is een zogenoemd vrijwillig programma, bedoeld als uitvoeringsbeleid waarin concrete maatregelen zijn opgenomen om doelstellingen voor landbouw op het gebied van de fysieke leefomgeving te bereiken zoals opgenomen in onze Omgevingsvisie. Bij een vrijwillig programma mag het bestuursorgaan dat het omgevingsprogramma vaststelt, zelf bepalen hoe het invulling geeft aan de participatieverplichting. Artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat het bestuursorgaan bij de vaststelling van het programma moet aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Daarbij moet ook aangegeven worden wat de resultaten van het participatieproces zijn. Aangezien er een uitgebreid voortraject van 2021-2025 heeft plaatsgevonden over de invulling en inhoud van het programma en de tijdsdruk die is ontstaan door de wens van de raad om in 2025 het programma te behandelen, heeft het college op 6 mei 2025 besloten om de ter inzagelegging van het ontwerp te laten vervallen.

Door het organiseren van twee inloopbijeenkomsten, diverse werksessies, een op een gesprekken en teruglegging van het eerst conceptprogramma aan de landbouwsector, provincie Fryslân, Wetterskip 4

V 1.0

Fryslân en andere belanghebbenden heeft er een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in input die, waar relevant, is meegenomen in het concept Omgevingsprogramma landbouw. Een verslag van de participatie is te vinden in hoofdstuk 2 en bijlage 1 van het concept Omgevingsprogramma landbouw. De inloopbijeenkomsten hebben gezorgd voor een brede participatie met de mienskip, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. Ook zijn de landbouwsector en de raad uitgenodigd voor de inloopbijeenkomsten. Hiermee voldoet de gemeente aan de richtlijnen van de Omgevingswet. De (schriftelijke)reacties die via het participatieproces zijn binnengekomen zijn waar relevant verwerkt in het concept Omgevingsprogramma landbouw. De (schriftelijke)reacties zijn opgenomen in bijlage 1 van het concept Omgevingsprogramma landbouw. Landbouw, mienskip, medeoverheden en andere relevante partijen zijn uitgenodigd voor de inloopbijeenkomsten op 1 en 8 juli. Tijdens deze bijeenkomsten kon men het gesprek met de gemeente aangaan en een mening en eventuele inbreng geven. Het concept Omgevingsprogramma landbouw is na de participatie teruggelegd naar de landbouwsector, medeoverheden en andere belanghebbenden. De reacties hierop zijn waar relevant in het Omgevingsprogramma landbouw verwerkt.

Communicatie Op basis van de inhoud en het aantal ingediende reacties gedurende de participatie en teruglegging van het conceptprogramma heeft het college de indruk dat er breed draagvlak is voor het concept Omgevingsprogramma landbouw. Verschillende reacties spreken waarderende woorden uit voor het conceptprogramma en de inzet en aanpak door de gemeente. Het aantal suggesties voor verbetering/wijziging zijn minimaal. Een weergave van de reacties is te vinden in bijlage 1 van het conceptprogramma. Na het collegebesluit worden de mensen die hebben meegedacht hierover geïnformeerd. En ze worden daarnaast uitgenodigd voor de raadsbehandeling. Na de vaststelling van het definitieve Omgevingsprogramma door het college worden de stukken op de gebruikelijke en voorgeschreven wijze gepubliceerd. De highlights van het Omgevingsprogramma communiceren we via social media, de gemeentepagina en de website. Actuele informatie over het Omgevingsprogramma landbouw is voor eenieder in te zien op onze website via https://www.noardeast-fryslan.nl/landbouw-voeding-visserij. Bijlagen 1. Concept Omgevingsprogramma landbouw; 2. Startnotitie Omgevingsprogramma landbouw. Dokkum, 9 september 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,

de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA

de burgemeester, mr. J.G. Kramer

5

V 1.0

Raadsbesluit 2025 / 2025-017722

De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 september 2025; gelet op het bepaalde in artikel 3.4 van de Omgevingswet;

Besluit: Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken over het concept Omgevingsprogramma landbouw.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 20 november 2025. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

Signed By: Dijkstra, Sytze

Signed By: Kramer, Johannes

21/11/2025 10:48:41 CET {{Signer1}}

21/11/2025 13:27:32 CET {{Signer2}}

ID: a9d20cf7-49d4-413e-9495-a032bc5fb05b

ID: a9d20cf7-49d4-413e-9495-a032bc5fb05b

Auth: Scribble

Auth: Scribble

mr. S.K. Dijkstra

mr. J.G. Kramer

6

V 1.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=391e097d-a01f-4814-bc34-33e9a622c435