CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van Aanpak Energietransitie Noardeast-Fryslân

It Petear 27 januari 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Korte opfrispresentatie energietransitie en transitievisiewarmte9.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van Aanpak Energietransitie Noardeast-Fryslân ‘Beleid werkt niet bij transitie’ 1

1

Derk Loorbach, Hoogleraar Sociaal -economische transitie & Directeur DRIFT, Erasmus Universiteit Rotterdam

Dokkum, juni 2020 Team Energietransitie Sander Elverdink, Korien Boerema, Anke van Hijum, Lottie Kramer Projectleider Jacob Klaas Star Opdrachtgever: Maarten van den Bosch Versie 1.6

2

Inhoudsopgave 0 MANAGEMENTSAMENVATTING .............................................................................................. 5 1. NOARDEAST-FRYSLÂN VAN AKKOORD NAAR WET, VOOR EEN BETER KLIMAAT! ...................... 8 1.1 DOEL VAN DIT PLAN VAN AANPAK: ......................................................................................................... 8 1.2 TOTALE CO2-UITSTOOT ........................................................................................................................ 9 1.3 CO2-UITSTOOT PER SECTOR .................................................................................................................. 9 2. ENERGIETRANSITIE 1.0 ......................................................................................................... 13 2.1 GEBOUWDE OMGEVING ........................................................................................................... 13 2.1.1 CO2-UITSTOOT GEBOUWDE OMGEVING NOARDEAST-FRYSLÂN ............................................................. 13 2.1.2 WONINGEN .................................................................................................................................. 13 2.1.3 COMMERCIËLE DIENSTVERLENING EN PUBLIEKE DIENSTVERLENING .........................................................

14 2.1.4 TRANSITIEVISIE WARMTE ................................................................................................................ 15 2.1.5 PROEFTUIN AARDGASVRIJE WIJKEN (PAW) ........................................................................................ 15 2.1.6 MAATSCHAPPELIJK VASTGOED.......................................................................................................... 15 2.1.7 ENERGIELOKET .............................................................................................................................. 16 2.1.8 DUURZAAMHEIDSLENING ................................................................................................................ 17 2.2 HERNIEUWBARE ELEKTRICITEIT .................................................................................................. 17 2.2.1 REGIONALE ENERGIE STRATEGIE (RES) .............................................................................................. 18 2.2.2 ZONNE-ENERGIE ............................................................................................................................ 18 2.2.3 GROEN GAS ..................................................................................................................................

19 2.2.4 WATERSTOF.................................................................................................................................. 20 3 ENERGIETRANSITIE 2.0 .......................................................................................................... 21 4 ONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN ......................................................................................... 23 4.1 4.2 4.3 4.4 4.4

MINDSET EN COMMUNICATIE.............................................................................................................. 23 PARTICIPATIE.................................................................................................................................... 23 ENERGIECOÖPERATIES ....................................................................................................................... 23 MONITORING ................................................................................................................................... 23 REGIONALE SAMENWERKING............................................................................................................... 24

5 ORGANISATIE EN PLANNING ................................................................................................. 25 5.1 5.2 5.3 5.4

TEAM ENERGIETRANSITIE ................................................................................................................... 25 WIJZIGING IN ROL EN POSITIE .............................................................................................................. 25 OVERZICHT INSPANNING EN RESULTATEN .............................................................................................. 26 BUDGET ’20 EN ‘21 .......................................................................................................................... 27

BIJLAGE ...................................................................................................................................... 28

3

PLAN VAN AANPAK TRANSITIE VISIE WARMTE NOARDEAST-FRYSLÂN & DANTUMADIEL ................................. 28

4

0

Managementsamenvatting

Energietransitie is ondergebracht in de Klimaatwet van 2019, waardoor de gemeente de wettelijke taak heeft gekregen. Deze wettelijke taak sluit aan op de coalitieagenda ‘Trochpakke, mei elkoar foarút’ en geeft een heldere doelstelling waar naartoe gewerkt dient te worden. In de Klimaatwet zijn de hoofddoelen vastgelegd; de verlaging van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 met 49% in 2030 en 95% in 2050. In het bijbehorende Klimaatplan 2021-2030 zijn de maatregelen uit het Klimaatakkoord opgenomen. Voor de Gebouwde Omgeving is als opgave gesteld dat we in 2050 de gehele gebouwde omgeving aardgasvrij hebben gemaakt. Beide doelen versterken elkaar en worden in samenspraak aangepakt. In de ANNO samenwerking hebben we als doel gesteld dat in 2025, 40% van de benodigde energie duurzaam wordt opgewekt. Het geheel impliceert een flinke opgave. Het is tevens een opgave die vele malen verder strekt dan de huidige bestuursperiode. Een breed scala aan taken op het gebied van energietransitie, in combinatie met een beperkte capaciteit, maakt dat de gemeente moet prioriteren in het uitvoeren van haar taken. Om deze prioritering zo objectief mogelijk te maken, is het verstandig om deze prioritering niet alleen op basis van kwalitatieve gronden te maken, maar juist ook op kwantitatieve gronden.

Hoewel de taken op het gebied van energietransitie substantieel verschillen, hebben ze één ding gemeen: Het uiteindelijke doel is om de CO2-uitstoot te verminderen. Om die reden wordt in dit document geanalyseerd hoe de CO2-uitstoot zich heeft ontwikkeld in de afgelopen decennia in de gemeente Noardeast-Fryslân. We kiezen ervoor om de aanpak van de energietransitie op te delen in: 1. Energietransitie 1.0: Hier hebben we de middelen voor om taken uit te voeren gedurende de periode ’20-’21. Wat dit betekent en welke resultaten hier worden geboekt? 2. Energietransitie 2.0: Dit heeft betrekking op de periode ’22-’30. De middelen die benodigd zijn, worden inzichtelijk vanuit de projecten in fase 1.0. Deze dienen in de Perspectiefnota2022-2025 te worden meegenomen. In dit plan van aanpak wordt: • Inzicht verschaft welke resultaten worden bereikt en op welke wijze dit bijdraagt aan de doelen vanuit de Klimaatwet; • Dragen onze inwoners, bedrijfsleven, onderwijs en de (volledige) ambtelijke organisatie actief bij aan de energiebesparing en de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet; • De kans die de economische ontwikkelingen biedt ten gevolge van de Klimaatwet bevordert. Waar staan wij nu als gemeente en welke opgave hebben we dan liggen? We beginnen op het hoogste niveau, namelijk de totale CO2-uitstoot.

Hier wordt aangenomen dat de gemeenten een evenredige reductie bewerkstellingen. In de praktijk zouden andere regio’s in Nederland kunnen compenseren voor het gebrek aan CO2-reductie in onze gemeenten, of natuurlijk andersom. Hier gaan we uit van 49% en 95% reductie, in respectievelijk 2030 en 2050. Het startpunt is 1990. Het laatste meetpunt is 2017. Hoe heeft de uitstoot zich ontwikkeld in de afgelopen twee decennia? Is de benodigde daling al ingezet? En hoe groot moet de daling zijn om de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 te halen?

5

Grafiek 1: Overzicht totale CO2-uitstoot in Noardeast-Fryslân en de Klimaatwet-doelstellingen

In Noardeast-Fryslân veroorzaken de Woningen het gros van de uitstoot, zie hiervoor ook grafiek 3. Mede hierdoor wordt gesteld dat de verduurzaming van de woningen een substantiële bijdrage levert aan de te behalen doelstelling: Het terugdringen van de CO2-uitstoot. De vraag die in het Plan van Aanpak wordt beantwoord luidt: ‘Hoe creëren we grip?’ en ‘Hoe bepalen we onze prioriteiten?’ Daarnaast een belangrijk uitgangspunt en misschien wel de hoofdopgave: ‘Hoe dragen we zorg voor het betaalbaar houden van deze opgave?’ In dit Plan van Aanpak wordt beschreven op welke wijze we dit gaan organiseren en welke resultaten we willen bereiken. In onderstaande tabel is kort weergegeven en gerelateerd aan de paragrafen in het plan van aanpak: de aanleiding, verplichting, geraamd budget, looptijd, het te bereiken resultaat en of er sprake is van herhaling in de tijd.

6

omschrijiving

aanleiding

€

kosten raming looptijd 2.020 € 2.021

ja

€

50.000

verplicht

2.1.4

Transitievisie Warmte

2.1.5

Proeftuin Proeftuin Aardgasvrije Aardgasvrije Wijken Wijken

optie

€

10.000

2.1.6

Maatschappelijk Vastgoed

ja

€

20.000

€

Energieakkoord '16 ja

€

2.520

€

Betaalbaarheid opgave

Enecogelden

2.1.7 Energieloket 2.1.8

Duurzaamheidslening

Klimaatwet

Klimaatwet

optie

€

raads100.000 besluit voor '22

gedragen planning welk dorp/wijk wanneer van het aardgas wordt afgekoppled en hoe, samen met Noardeast-Fryslân

2-3 jaar

kennisontwikkeling inzet lokaal warmtenet, project Kollum13

Plan van Aanpak om te komen tot Energiebesparing gerealiseerd, al het vastgoed afgekoppeld van het aardgas en duurzame warmtevoorziening 2.520 niet eindig laagdrempelig loket voor inwoners

30.000 tot 2050

ntb

2.2.1 RES

Klimaatwet, RESafspraak Fryslân

ja

€

15.900

€

15.900 tot 2050

2.2.2 Zonne- energie

ruimtelijk beleid

optie

€

2.500

€

7.500 voor '22

2.2.3 Groen Gas

economisch

optie

€

5.000

€

25.000 voor '22

2.2.4 Waterstof

€

45.000

€

45.000 PPN 22

€

7.500

€

7.500

economisch

optie

Klimaatwet divers vanuit de organisatie bestuursakkoord

ja

4.1

Energietransitie 2.0 Ondersteunende activiteiten Communicatie

4.2

Participatie

bestuursakkoord

Klimaatwet

€

5.000

€

5.000 tot '22

4.3 Energie cooperaties 4.4 Monitoring

bestuursakkoord meten is weten

€ pm

2.500

€

Klimaatwet

7.500 tot '22 tot '50

3 4

resultaat

voor ' 22

betaalbaarheid voor alle inwoners, landelijke ontwikkelingen bepalen of we daar bovenop actie moeten ondernemen collectieve afstemming in Fryslân over waar en hoe de doelstellingen voor de produktie van hernieuwbare elektriciteit worden gerealiseerd. Budget Duurzaamheid 6704030 continueren aanjagen gebruik van daken voor zon PV benutten economische kansen in het stimuleren van de lokale economie en evenwichtige verdeling lusten en lasten inzicht in kansen en belemmeringen voor inwoners en gemeente programmaplan integrale aanpak onderdeel van het budget Duurzaamheid 6704030 betrokkenheid draagvlak op basis van de lusten en lasten verdeling, middelen uit Klimaataanpak wijken december circ '19 samenwerken met initiatieven inzicht in voortgang

Tabel 4 Overzicht inspanningen en resultaten

De impact op de CO2-besparing kan nog niet worden gekwantificeerd anders dan in het document beschreven. Bovenstaande inspanningen dragen allen bij aan de reductie van CO2 in onze gemeente. De monitoring zal inzichtelijk maken welke inspanningen het meest effectief zijn. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een klein team Duurzaamheid en Energietransitie, uitvoering van de voorliggende opgave vraagt een andere manier van werken. Deze andere manier van werken wordt komende anderhalve jaar voorbereid. Bij de behandeling van de PPN 2022-2025 wordt een programmaplan voor de periode na 2021 aangedragen. Op deze wijze zoeken we naar een effectieve inzet van de beschikbare middelen. De samenwerking met Dantumadiel biedt ons hierin zowel een kwantitatief als een kwalitatief voordeel. Het doel is dus met een klein en effectief team deze grote opgave te begeleiden. De beschikbare middelen zijn enerzijds middelen uit onze eigen begroting en anderzijds uit de via de Decembercirculaire 2019 hiervoor beschikbaar gestelde eenmalige middelen, die recent via de bestemming van het rekeningresultaat 2019 zijn gereserveerd in afwachting van het nu voorliggende voorstel. Het Plan van Aanpak Energietransitie maakt dat de vereiste investeringen binnen de huidige begroting kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast zien we dat vanuit het Rijk regelmatig nieuw aanvullende regelingen worden aangeboden.

Daar wordt zo veel als mogelijk gebruik van gemaakt. Kortom de komende anderhalf jaar stellen we samen met inwoners en ondernemers onze beleid op, samenwerken aan het ‘HOE’ en daar waar het kan gaan we het al ‘DOEN’. Vanaf ’22 gaan we volledig over naar het ’DOEN’.

7

1. Noardeast-Fryslân van akkoord naar wet, voor een beter klimaat! Energietransitie is ondergebracht in de Klimaatwet van 2019, hiermee heeft de gemeente een wettelijke taak gekregen. Deze wettelijke taak sluit aan op het coalitieagenda ‘Trochpakke, mei elkoar foarút’ en geeft een heldere doelstelling waar naartoe gewerkt dient te worden. In het Klimaatakkoord hebben de lokale overheden twee tafels gekregen waarover de regie gevoerd dient te worden. De regie voor de gebouwde omgeving ligt bij de gemeente, de regie voor de Hernieuwbare Elektriciteit ligt bij de Regionale Energie Strategie (RES)- regio. Zie ook onderstaand schema van het Klimaatakkoord.

Afbeelding 1: Klimaattafels van het Klimaatakkoord

In de Klimaatwet zijn de hoofddoelen vastgelegd; de verlaging van de CO2- uitstoot ten opzichte van 1990 met 49% in 2030 en 95% in 2050. In het bijbehorende Klimaatplan 2021-2030 zijn de maatregelen uit het Klimaatakkoord opgenomen. Voor de Gebouwde Omgeving is als opgave gesteld dat we in 2050 de gehele gebouwde omgeving aardgasvrij hebben gemaakt. Beide doelen versterken elkaar en worden in samenspraak aangepakt. In de ANNO samenwerking hebben we als doel gesteld dat in 2025, 40% van de benodigde energie duurzaam wordt opgewekt. Het geheel impliceert een flinke opgave. Het is tevens een opgave die vele malen verder strekt dan de huidige bestuursperiode. Een breed scala aan taken op het gebied van energietransitie, in combinatie met een beperkte capaciteit, maakt dat de gemeente moet prioriteren in het uitvoeren van haar taken. Om deze prioritering zo objectief mogelijk te maken, is het verstandig om deze prioritering niet alleen op basis van kwalitatieve gronden te maken, maar juist ook op kwantitatieve gronden. Hoewel de taken op het gebied van energietransitie substantieel verschillen, hebben ze één ding gemeen: Het uiteindelijke doel is om de CO2-uitstoot te verminderen. Om die reden wordt in dit document geanalyseerd hoe de CO2-uitstoot zich heeft ontwikkeld in de afgelopen decennia in de gemeente Noardeast-Fryslân.

1.1

Doel van dit plan van aanpak: • • • •

Inzicht verschaffen welke resultaten worden bereikt en op welke wijze dit bijdraagt aan de doelen vanuit de Klimaatwet; Onze inwoners, bedrijfsleven, onderwijs en de (volledige) ambtelijke organisatie dragen actief bij aan de energiebesparing en de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet; Economische ontwikkelingen ten gevolge van de Klimaatwet te bevorderen; De gemeente als voorbeeld te stellen voor de te bereiken resultaten van het Klimaatakkoord;

8

1.2

Totale CO2-uitstoot

Waar staan wij nu als gemeente en welke opgave hebben we dan liggen? We beginnen op het hoogste niveau, namelijk de totale CO2-uitstoot. Hier wordt aangenomen dat de gemeenten een evenredige reductie bewerkstellingen. In de praktijk zouden andere regio’s in Nederland kunnen compenseren voor het gebrek aan CO2-reductie in onze gemeenten, of natuurlijk andersom. Hier gaan we uit van 49% en 95% reductie, in respectievelijk 2030 en 2050. Het startpunt is 1990. Het laatste meetpunt is 2017. Hoe heeft de uitstoot zich ontwikkeld in de afgelopen twee decennia? Is de benodigde daling al ingezet? En hoe groot moet de daling zijn om de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 te halen?

Grafiek 1: Overzicht totale CO2-uitstoot in Noardeast-Fryslân

Wat opvalt in grafiek 1, is dat in Noardeast-Fryslân de uitstoot tussen 1990 en 2017 gestegen is. Om die reden is de doelstelling voor 2030, die al substantieel was, nu nog groter worden. De uitdaging is nu niet meer 49% reductie in 40 jaar, maar 53% reductie in 13 jaar! Dit verklaart ook de steile lijn tot 2030: deze is steiler dan de lijn van 2030 tot 2050. Dit betekent dat de opgave voor 2030 relatief groter is dan de opgave voor 2050.

1.3

CO2-uitstoot per sector

In onderstaande grafieken is de totale CO2-uitstoot verder uitgewerkt in vier verschillende sectoren, te weten gebouwde omgeving, verkeer en vervoer, industrie en landbouw. Zoals eerder vermeld in dit Plan van Aanpak focust het team Energietransitie zich met name op de Klimaattafels Gebouwde Omgeving en Hernieuwbare Elektriciteit. In de verdeling van sectoren is Gebouwde Omgeving ook een aparte sector. Elektriciteit is echter een subcategorie van verschillende sectoren, namelijk in gebouwde omgeving, verkeer en vervoer en industrie.

9

Grafiek 2: CO2- uitstoot verdeeld naar relevante sectoren in Noardeast-Fryslân

In Noardeast-Fryslân wordt bijna de helft van de CO2-uitstoot veroorzaakt door de sector gebouwde omgeving. Van 1990 tot 2010 was er in deze sector zelf een flinke stijging in uitstoot, maar in 2018 was het niveau alweer op dat van 1990. Het feit dat deze sector zo’n groot aandeel heeft en het feit dat de uitstoot zoveel kan variëren, impliceert dat er in deze sector veel potentie is om de CO2-uitstoot te verlagen. In Noardeast-Fryslân is de verdeling in CO2-uitstoot binnen de Gebouwde omgeving als volgt:

Grafiek 3: CO2- uitstoot sector gebouwde omgeving verdeeld naar gebruikers

Het meest opmerkelijke aan grafiek 3, is het feit dat Woningen het gros van de uitstoot veroorzaken in Noardeast-Fryslân. Mede hierdoor kan gesteld worden de verduurzaming van de woningen een substantiële bijdrage levert aan de te behalen doelstelling: het terugdringen van de CO2-uitstoot. De vraag die nu voorligt luidt: ‘Hoe creëren we grip?’ en ‘Hoe bepalen we onze prioriteiten?’ Daarnaast belangrijk uitgangspunt en misschien wel de hoofdopgave: ‘Hoe dragen we zorg voor het betaalbaar houden van deze opgave?’ In dit Plan van Aanpak wordt beschreven op welke wijze we dit gaan organiseren en welke resultaten we willen bereiken. Energietransitie is een thema die de gemeentelijke organisatie niet zelfstandig kan realiseren, niet ambtelijk en/of bestuurlijk. We gaan inwoners, het bedrijfsleven, het onderwijs, netwerkbedrijven, woningcorporaties en vele anderen vragen om dit samen met ons te doen. Dit alles onder het motto:

10

‘alleen ga je sneller, maar samen kom je verder’. Samenwerken is een werkwoord, waarbij vanuit de verschillende rollen van de overheid telkens gezocht dient te worden naar de juiste vorm van samenwerken. Dit vraagt vaardigheid, specifieke competenties en soms meer tijd in de voorbereiding. Het verkrijgen van overzicht en het stellen van prioriteiten zijn belangrijke instrumenten om de beoogde doelstellingen te realiseren. Op welke wijze interfereren deze onderdelen met elkaar, waar leidt de integraliteit tot een versterking en waar tot een vertraging. Een aantal onderdelen zoals bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie, de Transitievisie Warmte, de Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed kennen een bij-wet-geregelde-termijn. We zijn hieraan gebonden en dienen hier mens en middelen aan te besteden. Daarnaast is de prioritering vanuit de energieopgave het belangrijkste. We kiezen daarbij voor de toetsing op basis van de wettelijke verplichting, de bijdrage in de beoogde CO2-reductie en daarmee aan de Trias Energetica. We zetten daarop in, waar het effect op de CO2besparing met weinig middelen het hoogst is. Wij houden daarbij rekening met de inwoners en de financiële mogelijkheden.

Afbeelding 2: Trias Energetica

Energie die niet verbruikt wordt, hoeft niet te worden betaald en vraagt ook niet om een ruimtelijke inpassing. Dit vereist een integrale beleidsontwikkeling. Als voorbeeld van de integrale beleidsontwikkeling die hiervoor noodzakelijk is, kan het ‘Beleidskader zonne-energie 2020 NoardeastFryslân’ worden genoemd dat in ontwikkeling is. Dit beleidskader zal in de zomer van 2020 middels een participatietraject worden voorgelegd aan inwoners en bedrijfsleven. We kiezen ervoor om de aanpak van de energietransitie op te delen in: 3. Energietransitie 1.0: Hier hebben we de middelen voor om taken uit te voeren gedurende de periode ’20-’21. Wat dit betekent en welke resultaten hier worden geboekt, wordt beschreven in hoofdstuk 2. 4. Energietransitie 2.0: Dit heeft betrekking op de periode ’22-’30. De middelen die benodigd zijn worden, inzichtelijk vanuit de projecten in fase 1.0. Deze dienen bij de Perspectiefnota 2022-2025 te worden aangevraagd. De uitwerking hiervan wordt gegeven in hoofdstuk 3. We constateren dat er kansen ontstaan ten gevolge van de energietransitie. We houden daarom rekening met en spelen in op: • Koppelkansen • Andere opgaven in de gemeente en/of regio • Lokale wensen en verwachtingen • Politieke context.

11

Op welke wijze we de projecten willen aanpakken en welke resultaten en kosten er mee gemoeid zijn wordt beschreven in hoofdstuk 2 en 3. Hoofdstuk 4 van dit Plan van Aanpak beschrijft de vereiste ondersteunende activiteiten. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de organisatie en de planning weergegeven.

12

2. Energietransitie 1.0 De Energietransitie 1.0 (ET1.0) is een beschrijving van de projecten die we gaan uitvoeren in de periode ‘20-’21. Enerzijds omdat we hiertoe wettelijk verplicht zijn en anderzijds omdat deze projecten de voorbereiding zijn voor de uitvoering over een lange periode. De bakens zijn geplaatst op 2030 en 2050. We beperken ons tot de gemeentelijke opgave: De gebouwde omgeving en de hernieuwbare elektriciteit.

2.1 Gebouwde omgeving We staan aan de vooravond van een grote verbouwing. De transformatie van onze woningen en gebouwen, veelal matig geïsoleerd en vrijwel allemaal verwarmd door aardgas, in goed geïsoleerde woningen en gebouwen, die we met duurzame energie verwarmen en waarin we schone elektriciteit gebruiken of zelfs zelf opwekken. Klimaatverandering is een belangrijke reden voor deze verbouwing. Maar er is meer. We willen immers zo snel mogelijk kunnen stoppen met de aardgaswinning in Groningen. Bovendien hebben we allemaal behoefte aan minder energiekosten en een comfortabeler woning. Om de klimaatdoelen te halen, moeten bijna alle gebouwen in Noardeast-Fryslân onderhanden genomen worden. Zo’n verbouwing is een enorme opgave. Maar we hebben tot 2050. Dit kunnen we uitvoeren, mits we het gestructureerd aanpakken en alle randvoorwaarden verbeteren. De verbouwing kan ook voor iedereen betaalbaar zijn, mits we de kosten door opschaling en innovatie kunnen laten dalen en ervoor kunnen zorgen dat de maandlasten van de lening, die je aangaat voor de verbouwing, niet hoger zijn dan het voordeel wat je op de energierekening boekt. Waar dat niet mogelijk is, moeten we met andere vormen van ondersteuning ervoor zorgen dat woning- en gebouweigenaren bijgestaan worden bij de aanpassingen. Om deze opgave te laten slagen moet iedereen immers mee kunnen doen.’2

2.1.1 CO2-uitstoot Gebouwde Omgeving Noardeast-Fryslân De sector gebouwde omgeving is onder verdeeld in: woningen, commerciële dienstverlening en publieke dienstverlening.

2.1.2 Woningen De subcategorie woningen is vervolgens onderverdeeld in gas- en elektriciteitsverbruik.

Grafiek 4: CO2 uitstoot woningen naar elektra en gas

Grafiek 4 indiceert dat gasgebruik de grootste impact heeft op CO2-uitstoot. Op basis hiervan concluderen wij dat het terugdringen van de gasvraag prioriteit dient te krijgen. Dit kan worden 2

Uit de bijdrage aan het Klimaatakkoord van de Sectortafel gebouwde omgeving, 10 juli 2018

13

bewerkstelligd op twee manieren: Enerzijds door de vraag naar primaire energie te verkleinen via bijvoorbeeld isolatiemaatregelen en anderzijds door aardgas te vervangen door duurzame vormen van warmte. Deze kwesties komen met name naar voren in de Transitievisie Warmte. Om de besparing daadwerkelijk te bereiken, dragen de instrumenten Duurzaamheidslening en het Energieloket/ Duurzaam Bouwloket bij. Landelijk is de CO2- reductie in de gebouwde omgeving een grote opgave. De stelling kan worden ingenomen dat de opgave in Noardeast-Fryslân groter is. Onze woningvoorraad is voor 75% particulier eigendom, dat in verhouding hoog is. De overige 25% is met name in het bezit van woningcorporaties. De 75% is verspreid over de gehele gemeente, waarbij de karakteristieke woningen extra aandacht vragen. Betaalbaarheid van de maatregelen op woningniveau vraagt een specifieke aanpak, namelijk Maatwerk op lokaal niveau, voldoende (financiële) ondersteuning en een gestructureerde aanpak.

2.1.3 Commerciële dienstverlening en Publieke dienstverlening Ook de subcategorieën commerciële en publieke dienstverlening kunnen worden onderverdeeld in gas en elektriciteit. Dit leidt tot de volgende grafieken:

Grafiek 5: CO2- uitstoot door de commerciële dienstverlening uitgesplitst naar gas en elektra

Grafiek 6: CO2- uitstoot door de publieke dienstverlening uitgesplitst naar gas en elektra

In de grafieken 5 en 6 valt op dat de verdeling tussen gas en elektriciteit anders is. Bij commerciële dienstverlening is er zelfs bijna dubbel zoveel uitstoot door elektriciteit. Dit feit zou pleiten voor het belang van het opwekken van duurzame elektriciteit, bijvoorbeeld door middel van zonne-energie. Indirect toont het, het belang van het ontwikkelen van zonnebeleid en de regionale energiestrategie aan. Wat betreft publieke dienstverlening is de verdeling gas-elektriciteit ongeveer gelijk. Deze sector heeft met name raakvlakken met de taken Gemeentelijk Vastgoed en Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed.

14

2.1.4 Transitievisie Warmte Een Transitievisie Warmte (TVW) is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. De TVW draagt bij aan de benodigde gestructureerde aanpak. Iedere gemeente moet voor het einde van 2021 een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. De focus in de eerste TVW ligt op de periode tot en met 2030. Noardeast-Fryslân dient aan te geven wanneer welke dorpen en wijken aardgasvrij worden gemaakt. De ambitie uit het Klimaatakkoord is om tot 2030 minimaal 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen. De gemeente maakt ten minste elke vijf jaar een update van de Transitievisie Warmte, waardoor er telkens nieuwe woningen en gebouwen bij gepland worden.3 De gebouwde omgeving in Noardeast-Fryslân was in 2017 verantwoordelijk voor 47% van de CO2uitstoot. Zoals ook weergegeven in grafiek 2. Hoe de woningen in de toekomst verwarmd worden, kan per wijk verschillen. De gemeente heeft de regierol in de transitie naar aardgasvrije wijken. Ten behoeve van het opstellen TVW is een Plan van Aanpak bijgevoegd. Het projectplan kent een doorlooptijd tot de raadsbehandeling eind ’21. De realisatie van de TVW wordt gefinancierd uit de december circulaire 2019. Aanvullend hierop heeft het rijk recent € 20.260 vrijgemaakt voor elke gemeente in de EAW-regeling.

4 De gemeente zal hiervoor een subsidie aanvraag indienen met de aanpak zoals omschreven in het Plan van Aanpak TVW.

2.1.5 Proeftuin Aardgasvrije wijken (PAW) Wijken of dorpen aardgasvrij maken, daar hebben we in Noardeast-Fryslân (en in de rest van `Nederland) nog weinig ervaring mee. Lokale overheden hebben hierin een regierol. We moeten daarbij rekening houden met veel partijen en belangen. De Proeftuin Aardgasvrije wijken (PAW) helpt ons in het leerproces. De keuze voor de PAW is optioneel, maar ten behoeve van de kennisontwikkeling is het gewenst/ noodzakelijk hier aan deel te nemen. Voor de derde tender PAW wordt gewerkt aan een Proeftuin voor Noardeast-Fryslân, Kollum13. In de regio Oudwoude/Kollum zijn meerdere agrariërs die hun daken willen benutten voor zonne-energie. Het is vanwege netcongestie echter niet mogelijk om de opgewekte elektriciteit aan het net te leveren. Om die reden wordt gezocht naar een andere benutting van de zonne-energie. De aanvraag voor de proeftuin is reeds in voorbereiding. De gemeente heeft een adviserende en faciliterende rol in de voorbereidingsfase. Het initiatief en de regie liggen in dit project bij de Noardlike Fryske Wâlden en netbeheerder Liander. De 3e tender in de PAW wordt verwacht in het najaar van ’20. De uitvoering vindt plaats na ontvangst van een positieve beschikking, deze wordt verwacht voor juli ’21. De bijdrage van de gemeente komt uit de decembercirculaire ’19 ter grootte van € 10.000 (met omschrijving “klimaatmiddelen wijkaanpak”).

2.1.6 Maatschappelijk vastgoed Het maatschappelijk vastgoed in de gemeente, ambtelijke huisvesting, onderwijs, welzijn, cultuur, sport en overig maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de duurzaamheidsdoelstellingen. De VNG heeft hiervoor in mei 2020 de Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed opgesteld5.

3 www.aardgasvrijewijken.nl 4 https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/extern-advies-warmtetransitie-eaw 5 https://vng.nl/sites/default/files/2020-05/2020sectorale-routekaart-maatschappelijk-vastgoed-def.pdf

15

Deze Routekaart ondersteunt de gemeentelijke opgave in de uitvoering. Vooralsnog zijn hiervoor geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Een projectmatige aanpak van de verduurzamingsopgave vereist een actieve sturing binnen een vooraf vastgesteld kader. De gemeente heeft hierin een voorbeeldrol te vervullen, het betreft eigen gebouwen. De gebouwen zijn al dan niet in eigen gebruik of worden verhuurd aan derden. Daar waar particulieren en ondernemers worden aangesproken op het realiseren van besparende maatregelen en het afkoppelen van het gas, doet een goed voorbeeld goed volgen. In onderstaande grafiek uit de Klimaatmonitor6 wordt weergegeven welke CO2-uitstoot per sector in de gebouwde omgeving bekend is.

Grafiek 7; CO2-uitstoot publieke dienstverlening in Noardeast-Fryslân

In afstemming met het team gebouwenbeheer komt er in het najaar van 2020 een voorstel op welke wijze de Routekaart van de VNG is te implementeren is in onze organisatie. De landelijke ambitie voor het maatschappelijk vastgoed is duidelijk, in 2050 een CO2 -arm maatschappelijk vastgoed. Welk tempo we daarin in Noardeast-Fryslân kunnen bereiken, wordt in het voorstel aan College en Raad voorgelegd. Gezien het grote belang voor de Mienskip in het gebruik van het vastgoed wordt daar nadrukkelijk mee afgestemd. Het voorstel zal de verschillende aspecten belichten.

2.1.7 Energieloket De belangrijkste inbreng van inwoners en ondernemers en onze eigen organisatie is besparing op het energieverbruik. Het Energieloket/Duurzaam Bouwloket verzorgt hiervoor de informatievoorziening naar particuliere woningeigenaren. Het Duurzaam bouwloket is een samenwerking tussen de Friese gemeenten. Dit richt zich op de te nemen stappen om woningen te verduurzamen, te adviseren inzake de beschikbare subsidies en of leningen, en hoe particulieren hier optimaal gebruik van kunnen maken. Er wordt ook geadviseerd welke stap je als eerste zou moeten nemen bij het verduurzamen van je woning, bijvoorbeeld op welke vorm van isolatie het beste kan worden ingezet. De gezamenlijke inkoopactie van isolatiemateriaal en/ of het aan laten brengen van isolatie is samen met het Duurzaam Bouwloket uitgevoerd. In 2020 komt het Ministerie van BZK en de VNG met minimumcriteria voor gemeentelijke energieloketten. Het Energieloket is een wettelijke verplichting voor gemeenten. Gezien de vele ontwikkelingen die op onze inwoners afkomen is een impuls aan het Energieloket gewenst. De 6 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot/

16

gemeente vraagt vanuit haar regierol veel van de inwoners en kan vanuit haar informerende en vergunningverlenende rol op deze wijze meer stimuleren en faciliteren. Wij stellen voor in het najaar met een impuls te komen middels een voorstel aan het College. De middelen van € 38.000 vanuit de decembercirculaire ’19 zijn hiervoor richtinggevend.

2.1.8 Duurzaamheidslening Het Klimaatakkoord stelt nadrukkelijk dat de ‘Energietransitie betaalbaar moet blijven’. Woonlastenneutraliteit is daarbij het uitgangspunt. Met name het verduurzamen van bestaande woningen vergt flinke investeringen van inwoners, ondernemingen en de overheid. Deze investeringen lonen pas na verloop van tijd. Om die reden kunnen leningen enorm helpen bij het realiseren van de benodigde investeringen. Belangrijk daarbij is juist de groep minst draagkrachtigen te helpen en te stimuleren middels effectieve lening varianten. We stemmen onze acties af op de inzet van de landelijke overheid, Noardeast-Fryslân zoekt naar aanvulling op landelijke regelingen daar waar gewenst. Momenteel kunnen woningeigenaren al gebruik maken van het Warmtefonds7. Naast lening varianten zijn er ook divers subsidiemogelijkheden zoals de ISDE- regeling8 en de SEEH-regeling9. Een van de maatregelen in het Klimaatakkoord van juni 2019 is de gebouw gebonden financiering. Of deze leningen en subsidies voldoende zijn om mensen met een smalle beurs extra te ondersteunen, wordt beoordeeld in samenspraak met het Sociaal Domein en Wonen. Daar waar het onvoldoende is voor deze specifieke doelgroep en de woningvoorraad in onze gemeente is het moment om met een aanvullend voorstel te komen.

In 2020 wordt onderzocht of en hoe de Enecogelden, die zijn gereserveerd voor een duurzaamheidsfonds, hiervoor het beste kunnen worden ingezet.

2.2 Hernieuwbare elektriciteit Het alternatief voor het fossiele aardgas is duurzame energie. Denk aan grote windparken op zee, zonnepanelen, geothermie (warmte uit diepe aardlagen) en restwarmte van de industrie. Een overschot aan windenergie kan omgezet worden naar groen (waterstof)gas. Uit mest en rioolslib kan biogas worden gemaakt. Snoeihout en afvalhout dat geen andere bestemming heeft, kan dienen als biobrandstof.10 ‘In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden.’11 Grote opgave die ook in onze gemeente kunnen/ moeten landen. De opgave is omvangrijk en gaat daarmee dus ook over onze gemeentegrenzen heen. Hierin wordt actief gezocht en gestuurd op samenwerking. Een van de varianten van samenwerking is de Regionale Energie Strategie (RES). In de volgende paragraaf wordt de RES nader toegelicht. In aansluiting daarop wordt, niet limitatief, een opsomming gegeven van mogelijke hernieuwbare bronnen. De innovatie gaat snel en zal ons gedurende de komende jaren en decennia gaan helpen. Vooralsnog baseren we ons beleid en uitvoering op dat wat we weten; de bewezen technologieën.

7 https://www.energiebespaarlening.nl/warmtefonds-van-start-bij-het-nationaal-energiebespaarfonds/ 8 https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/isde 9 https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/seeh/eigenaar-%C3%A9n-bewoner 10 https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/energiezuinig-huis/wonen-zonder-aardgas/ 11 https://www.klimaatakkoord.nl/elektriciteit

17

2.2.1 Regionale Energie Strategie (RES) De RES betreft een samenwerking in Fryslân tussen de provincie, Wetterskip en de lokale overheden. Nationaal dient er vanuit de RES, 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op land gerealiseerd te zijn in 2030. De RES-regio Fryslân heeft een concept bod om te komen tot een productiecapaciteit van 2,3 TWh. Dit bod betreft alleen reeds bestaande en vergunde projecten. Na de vaststelling van dit bod is het traject gestart om te komen tot RES 1.0. In dit bod gaan we kijken of we meer kunnen doen dan 2,3 TWh. Het doel is met name om te onderzoeken hoeveel productiecapaciteit we nodig hebben in 2030, om vervolgens in 2050 energieneutraal te kunnen worden als Fryslân. De inzet vanuit de ambtelijke organisatie richt zich op een bijdrage met reële ambities en realistische doelen vanuit de gemeente. Hierbij dient het draagvlak bij zowel inwoners als collega’s actief te worden ‘bereikt’. De gemeente heeft hierin een actieve rol, vanuit haar beleidsmatige en stimulerende rol in het kader van het RO-beleid. De RES vraagt om te denken en te doen buiten de bestaande kaders. De raad is betrokken bij het RES –proces en wordt middels raadsbijeenkomsten geïnformeerd over inhoud en voortgang. De inwoners zijn middels een digitale enquête12 gevraagd op welke wijze zij betrokken willen worden bij de totstandkoming van RES 1.0.

In een communicatieplan wordt uitgewerkt hoe de inwoners van Fryslân worden betrokken bij het proces.

2.2.2 Zonne-energie De productie van hernieuwbare energie vraagt om ruimte en heeft daarmee invloed op de manier waarop wij onze omgeving beleven. Het concept ‘Beleidskader zonne-energie Noardeast-Fryslân’ biedt hiervoor kaders op welke wijze om gegaan kan worden met initiatieven uit de samenleving. Een van de kaders is gemeentelijke bijdrage aan het behalen van de zonne-energieambitie. ‘Deze gemeentelijke ambitie en opgave geldt als vertrekpunt voor het beleidskader; op basis daarvan zijn vervolgens passende gemeentelijke beleidsuitgangspunt geformuleerd. De duurzaamheidsopgave voor Noardeast-Fryslân is gekoppeld aan het totale energieverbruik van de gemeente; daarvoor staat de gemeente immers aan de lat. Vervolgens is uitgegaan van een jaarlijkse energiebesparing van 1,5% en het uitgangspunt dat zonne-energie 30% van de totale energiemix voor zijn rekening neemt. Gelet op de huidige ontwikkelingen en beleidsruimte binnen alle vormen van duurzame energie opwek achten wij dit aandeel reëel en aannemelijk. Rekening houdende met de reeds opgewekte zonne-energie wordt de zonne-energieopgave voor Noardeast-Fryslân weergegeven in tabel 1: Zonne-energieopgave Noardeast-Fryslân13

2025 2050

Opgesteld vermogen (TJ) 319 566

Indicatief aantal zonnepanelen 347.494 616.558

Indicatief oppervlak (ha) 130,3 231,2

Tabel 1: Zonne-energieopgave Noardeast-Fryslân

Initiatieven zijn afkomstig van energiecoöperaties, projectontwikkelaars en soms van dorpsverenigingen. Belangrijk onderdeel van het concept-beleidskader is de stimulering van zon PV op daken. Daken in bezit van ondernemers, particulieren en of dorpsverenigingen. Vele daken in de gemeente worden nog niet benut voor de opwekking van zonne-energie. Het belang van het landschap staat hoog in het vaandel bij de gemeenten. Dit vereist extra inzet voor zon op daken, zoals ook beschreven in het concept ‘Beleidskader zonne-energie Noardeast-Fryslân 2020’. Doelstelling hierbij is om samen met marktpartijen en dakeigenaren te komen tot een optimale 12 https://www.resfryslan.frl/nieuws/burgerraadpleging-kies-voor-jelte/ 13 Collegevoorstel ‘Beleidskader zonne-energie 2020 Noardeast-Fryslân’, dd 19-5-2020

18

benutting van de daken. Projectmatige inzet aanvullend op de bestaande trajecten die in ’20 eindigen vanuit ANNO, wordt in een nieuw projectvoorstel uitgewerkt, waarbij de gemeente een initiërende en faciliterende rol wordt toebedacht. Met ondersteuning van landelijke stimuleringsregelingen zoals de SDE++14, de Regeling Verlaagd Tarief (beter bekend als de postcoderoosregeling)15, een subsidieregeling die de postcoderoosregeling waarschijnlijk zal vervangen16en andere investeringsregelingen worden ondernemers en dakeigenaren gestimuleerd om hieraan deel te nemen. Hiervoor wordt gedacht aan een externe projectleider die waar mogelijk met ondersteuning van studenten de komende jaren deze opdracht gaat realiseren. Een uitgewerkt voorstel komt in zo spoedig mogelijk naar het College. Voorgesteld wordt om een deel van de middelen uit de decembercirculaire ’19 ter grootte van €10.000 hieraan te besteden.

2.2.3 Groen gas Groen gas is de duurzame variant van aardgas en wordt gemaakt door biogas op te waarderen tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. Groen gas wordt schoon geproduceerd en is hernieuwbaar.17 Middels een brief aan de Tweede Kamer heeft de minister het belang van Groen Gas voor het klimaatbeleid inzichtelijk gemaakt en de Routekaart Groen Gas gepresenteerd18 De gemeente telt meerdere Mest vergisting installaties (MVI’s) die nu biogas produceren, Het biogas wordt gebruikt voor het produceren van elektriciteit. Deze installaties zijn gebouwd met een SDEbeschikking voor een bepaalde periode. Deze periode nadert het eindpunt, waarmee de bijdrage per geproduceerde MWh komt te vervallen. De vraag die moet worden beantwoord is, of de businesscases voor de ondernemers behouden kunnen blijven. De SDE is destijds verleend voor het opwekken van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling. In ANNO verband is een onderzoek gedaan naar het rechtstreeks vermarkten van elektriciteit of het geproduceerde groen gas. Het ombouwen van de installaties is nodig om in aanmerking te komen voor een nieuwe SDE –bijdrage. De nieuwe SDE stimuleert het produceren van Groen Gas. Groen Gas is een volwaardige vervanger van het aardgas, welke op termijn niet meer gebruikt kan worden voor de warmtelevering aan de gebouwde omgeving.

In het verlengde van het ANNO- onderzoek zijn we aan het inventariseren met de Friese Milieufederatie (uitvoerder van het onderzoek) of we in onze regio een vervolgproject kunnen organiseren om de productie van groen gas in de regio te organiseren en de afzet van groen gas ook in de regio te laten plaatsvinden. We zoeken daarbij de samenwerking met onder andere de volgende partijen: UsKoöperaasje, Provincie Fryslân, LTO Noord, NEC (New Energy Coalition), Vermillion, Gasterra, Liander, Gasunie en Stedin. In de loop van dit jaar volgt een projectvoorstel op welke wijze we kunnen deelnemen als gemeente in een pilot, tegen lage kosten en een hoog rendement. Vooruitlopend op de Transitie Visie Warmte (TVW) stellen wij dat de inzet en de toepassing van Groen Gas voor onze gemeente van belang is in het kader van de TVW. Uit de Regionale Structuur Warmte van Fryslân19 blijkt dat biogas veel potentie heeft in Noardeast-Fryslân, 55% van de totale warmtevraag van de gebouwen in onze gemeente kan hiermee worden voorzien. Het voorkomt grootschalige investeringen in het elektriciteitsnetwerk en investeringen op gebouw- en woningniveau. Immers de bestaande gas infrastructuur kan worden gebruikt. Dit past uitstekend in onze woningvoorraad in de gemeente, dit betreft namelijk veel oudere woningen die niet eenvoudig te isoleren zijn. Dit laat

14 https://www.rvo.nl/actueel/nieuws/sde-opent-29-september-2020 15 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/lokale-duurzame-energie-

initiatieven/themas/wet-en-regelgeving-lokale-energie-initiatieven 16 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/25/kamerbrief-over-stimulering-van-energiecooperaties 17 https://groengas.nl/groen-gas/wat-is-groen-gas/ 18https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z05796&did=2020D12111 19 https://www.resfryslan.frl/wp-content/uploads/2020/03/CONCEPT-RES-FRYSL%C3%82N_Bijlage_digitaal.pdf

19

onverlet dat ook geïnvesteerd moet worden om de vraag aan warmte te beperken. Met betrekking tot Groen Gas hebben we dus zowel vraag als aanbod in onze gemeente. Het Team Duurzaamheid en energietransitie is mede- initiatiefnemer om te komen tot een pilotproject voor de effectieve inzet van Groen Gas in de afbouw van aardgas in onze gemeente. Hiervoor wordt faciliterend samen gewerkt met de eerdergenoemde partijen om te komen tot een project aanpak. Een voorstel zal in het najaar hierover naar het College gaan. Hierbij wordt gezocht naar aanvullende externe financiering. 2.2.4 Waterstof Waterstof is slechts een energiedrager. Om waterstof te produceren hebben we elektriciteit nodig om middels elektrolyse water te splitsen in waterstof en zuurstof. Wanneer de elektriciteit afkomstig is van hernieuwbare bronnen dan spreken we van groene waterstof. Bij het gebruik van aardgas spreken we van grijze waterstof. De blauwe variant is een klimaat neutrale variant aangezien de CO2 die vrijkomt bij de productie vanuit aardgas wordt afgevangen en opgeslagen. Bij de ontwikkeling in onze gemeente van meerdere productielocaties voor hernieuwbare elektriciteit, ontstaat potentieel ook de kans om waterstof te produceren. Recent heeft de energiecoöperatie van Anjum een lezing georganiseerd door prof Ad van Wijk over de kansen van de waterstof economie in Noardeast-Fryslân.

In aanvulling daarop zijn er verschillende initiatieven en vragen vanuit verschillende sectoren voor de toepassing van waterstof. Te denken valt aan scheepvaart, toerisme op de Waddenzee, Lauwersmeer en de inzet in de agrarische sector en het gemeentelijk wagenpark. De gemeenteraad heeft bij motie in de vergadering van 17 oktober 2019 het college opgeroepen ‘de ontwikkelingen met waterstof nauwlettend te volgen en te onderzoeken of dit in onze gemeente ook toegepast kan worden en mee te nemen in toekomstige nota’s en voorstellen over energietransitie en duurzaamheid.’ Het team Duurzaamheid en Energietransitie neemt deze opgave dagelijks mee in haar taken en zoekt naar inzet en toepassing daar waar het bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen van de CO2reductie. De concrete inzet in tijd en middelen komt terug in Energietransitie 2.0 voor alsnog treden we hierin volgend op.

20

3

Energietransitie 2.0

De opgave voor de Energietransitie is niet nieuw voor de gemeente, maar wel aanmerkelijk vergroot. Met de komst van de Klimaatwet is het een wettelijke verplichting geworden. De organisatie wordt derhalve geconfronteerd met aanvullende structurele taken. Tot ’22 vullen we de voorliggende taken genoemd in Energietransitie 1.0 in met de middelen van de decembercirculaire ’19. We streven daarbij naar een klein en effectief team Duurzaamheid en Energietransitie, dat vanuit een adviserende rol naar de organisatie toe werkt. Om hierin succesvol te zijn als gemeente, dient het thema energietransitie meer en meer integraal onderdeel uit te gaan maken van andere vakdisciplines, zoals bijvoorbeeld Mobiliteit, Wonen, Vastgoed etc. De regie over de Klimaattafel Mobiliteit is niet toegewezen aan de lokale overheden. Ondanks dit heeft de gemeente hier vanuit haar rol als vergunningverlenende overheid wel mee te maken. Tevens is de gemeente een van de partijen die de aanbesteding doet voor het Publiek Vervoer. Het realiseren van een netwerk van laadpalen in onze dorpen is een taak die ons raakt vanuit het nemen van de bijbehorende verkeersbesluiten. Landelijk is dit geregeld in het programma Netwerk Laadpalen20. Enerzijds om in te spelen op de bestaande vraag en anderzijds om het gebruik van elektrisch rijden te stimuleren.

Samen met de provincie Fryslân en andere Friese gemeenten kijken we of het aanbesteden van laadpalen gezamenlijk zou kunnen worden opgepakt. De voorbereiding en de realisatie is een mooi voorbeeld van de adviserende rol vanuit de medewerkers ‘D&ET’ naar de beleidsafdeling mobiliteit. De realisatie en de verduurzaming van onze mobiliteit is een gevolg vanuit de Klimaatwet 2019. Teneinde de andere afdelingen/ teams te kunnen faciliteren in het succesvol zijn bij de invulling van de energietransitie in hun dagelijks werk, is de structurele uitbreiding bij die afdeling wenselijk c.q. noodzakelijk op termijn. Deze synergie met de andere afdelingen is groot. Immers energietransitie gaat over meer dan besparing, CO2-uitstootreductie en opwekking van duurzame energie. Willen we in NoardeastFryslân succesvol zijn in de energietransitie dan moeten we deze inzetten als katalysator voor economische en sociale groei. Daarbij wordt onder meer gedacht aan het volgende: • De kwaliteit van woningen en gebouwen stijgt bij verduurzaming (isoleren, zonnepanelen, lagere energielasten, etc.) en daarmee ook hun waarde. Omgekeerd dalen de kwaliteit en de waarde als er niets gebeurt en Noardeast-Fryslân achter zou blijven bij de nationale trends. • De lokale werkgelegenheid neemt toe als de vraag groeit naar het verduurzamen van panden en de aanleg en het onderhoud van lokale energiebronnen.

Belangrijk hierbij is het inschakelen van lokale onderwijsinstituten, bijvoorbeeld de Bouwcampus omdat zij enerzijds tijdig voor adequaat personeel kunnen zorgen en anderzijds ook via onderzoek en innovatie voor versterking van lokale bedrijven kunnen zorgen. • De aanpak van vragen als deze leidt snel tot nieuwe lokale sociale en economische structuren. Buurt- of wijkgenoten en bedrijven gaan samen aan de slag. Ze ontwikkelen concepten, kopen samen in of richten een coöperatie op. Deze structuren hebben ook waarde bij andere lokale vraagstukken. • Energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn samenhangende opgaven in het fysieke domein en hebben een directe relatie met het sociale domein. Ze leveren potentieel een belangrijke bijdrage aan de profilering van Noardeast-Fryslân als gemeente en regio. Dit draagt bij aan de economie van onze gemeente. 20

https://www.nklnederland.nl/

21

Dit vraagt om een programmatische aanpak gezien de raakvlakken met klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, gebiedsontwikkeling en de omgevingsvisie binnen het fysieke domein. Bovendien is er sprake van aanvullende raakvlakken met het sociale domein gezien de grote impact op onze woningvoorraad en dus onze inwoners. Enerzijds financieel, op het gebied van investeringsagenda’s, anderzijds ook qua praktische uitvoering. Zo kan de uitbreiding van ‘Betterwird’ gebruikt worden om zon-PV op de nieuwe daken te realiseren, we zoeken hierbij naar multifunctioneel ruimtegebruik. Via programma-overstijgende initiatieven zoals de omgevingsvisie en gerichte gebiedsontwikkelingen komen onderdelen van de programma’s ook tussentijds al bij elkaar. Om de energietransitie succesvol te maken werken we integraal, we zoeken daarbij naar een organisatie vorm die aansluit op de bestaande structuren en maken graag gebruik van de ontwikkelingen in de ‘Verbeteragenda’. We constateren dat deze vorm van samenwerking afdeling overstijgend is, dan wel vertegenwoordiging van de gemeente op hoog niveau vereist is. Daarom wordt de bredere afstemming op het niveau van het programma (programmamanager of opdrachtgever) georganiseerd. Kenmerkend voor de energietransitie is de innovatie kracht bij de Mienskip, zowel technisch als sociaal.

Een programmaplan wordt daarom niet in beton gegoten maar zal iteratief tot stand komen en daar waar noodzakelijk aangepast worden aan de realiteit. Energietransitie 2.0 kent als resultaat een programmaplan voor de periode ’22 -’30. Dit resultaat wordt als aanvraag verwerkt in de PPN 2022-2025 waarmee eventuele structurele uitbreiding in de organisatie op dit thema in de begroting 2022 zal worden behandeld. De thema’s die in ‘energietransitie 1.0’ in de ‘visie-stadia’ verkeren worden op deze wijze in uitvoeringsplannen vormgegeven. We gaan daarmee de energietransitie de benodigde versnelling geven door te doen!

22

4

Ondersteunende activiteiten

4.1

Mindset en communicatie

Energietransitie vraagt om urgentiebesef bij inwoners, overheid en ondernemers. Er wordt al veel gecommuniceerd vanuit de overheid, zowel op Rijks-, provinciaal als gemeentelijke niveau. Een analyse dient te worden gemaakt welke aanvullende vormen van communicatie effectief zijn. Vanuit het ‘NMECentrum De Klyster’ wordt op dit onderdeel bijgedragen aan het realiseren dan wel het vergroten van het urgentiebesef bij basisschoolleerlingen. Daarnaast worden in samenwerking met het IVN, duurzaamheidsprojecten voor het voortgezet onderwijs aangeboden. Ook worden woningeigenaren via het Duurzaam Bouwloket geïnformeerd over het verduurzamen van hun woning. In zijn algemeenheid is de vraag welke vormen van participatie hierin wenselijk en/of effectief zijn. Actieve samenwerking tussen het team communicatie en het team Duurzaamheid en Energietransitie resulteren tot een optimale combinatie. Urgentiebesef blijkt uit grafiek 1, ‘Overzicht totale CO2-uitstoot in Noardeast-Fryslân’. Willen we de gezamenlijke opgave in 2030 halen dan dient de lijn naar beneden te worden omgebogen en dat vraagt een stevige inzet. De overheid heeft hierin een regierol. We stellen voor om per half jaar de Raad te informeren over de voortgang middels een bijeenkomst.

Indien noodzakelijk kan er tijdens de raadsbijeenkomsten worden voorgesteld een versnelling te realiseren of kan een winstwaarschuwing worden afgegeven.

4.2

Participatie

De transitie maken we, zoals meerdere malen beschreven, niet alleen door als gemeente! Dit doen we samen. Samen met ondernemers, inwoners, onderwijs en overheid. Dat vraagt een andere aanpak en andere benadering van initiatieven en de samenwerking in onze maatschappij. Met betrekking tot het realiseren van Hernieuwbare elektriciteit-productielocaties wordt deze aanpak onder andere beschreven in het concept ‘Beleidskader Zonne-energie Noardeast-Fryslân 2020’. Dit proces met betrekking tot het genoemde beleidskader gaat in de zomer ’20 een participatieproces in. Doel van de participatie in dit beleidskader is initiatiefnemer en omgeving vroegtijdig met elkaar in contact te brengen. In het concept beleidskader wordt aangegeven dat voorafgaand aan het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning onder andere een participatieplan dient te worden overlegd. Uit dit plan dient te blijken op welke manier de 50% participatiegraad wordt gerealiseerd en op welke wijze de lusten en lasten in de omgeving evenredig worden verdeeld. De mate waarin participatie van toepassing is zal per project en per onderwerp moeten worden vastgesteld. Doel is inwoners en ondernemers daarbij te betrekken waar dit wenselijk wordt geacht. Middels de projectmatig werken structuur worden college en raad aan de voorkant van de projecten betrokken.

Dit geeft de bestuurlijke verankering van de participatie binnen dit thema. Het team Duurzaamheid en energietransitie is hierbij, vanuit de kennis, faciliterend.

4.3

Energiecoöperaties

De gemeente kent een toenemend aantal energie-coöperaties. Deze vorm van samenwerking tussen inwoners onderling en de gemeente, levert een bijdrage aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. Veelal komen de energiecoöperaties met zowel inhoudelijk als organisatorische vragen bij de gemeente. Actieve ondersteuning van de coöperaties helpt de gemeente bij het realiseren van haar doelstellingen. Het team Duurzaamheid en energietransitie is hierbij, vanuit de kennis, faciliterend.

4.4

Monitoring

Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is monitoring de basis van de prioritering. De gemeente heeft een wettelijke plicht om gegevens aan te leveren bij onder andere het CBS. De Klimaatmonitor is onder andere ontwikkeld door RWS. De gegevens die worden gebruikt, bestaan grotendeels uit wettelijk te verstrekken gegevens door de gemeente, netwerkbedrijven, projectontwikkelaars bij het aansluiten van bijvoorbeeld zonneparken en dergelijke. De gemeente kan de gegevens uit de Klimaatmonitor naar eigen inzicht koppelen en daarmee analyses uitvoeren over de voortgang, op weg naar 2030 en 2050.

23

Het team Duurzaamheid en Energietransitie draagt zorg voor de monitoring en de halfjaarlijkse terugkoppeling aan het College en de Raad.

4.4

Regionale samenwerking

Naast de RES wordt op diverse thema’s samengewerkt in de regio. Eind 2019 hebben de vier gemeenten in Noordoost Friesland de meeste projecten uit het ‘Uitvoeringsplan Energietransitie ANNO 2017-2020’ afgerond. Het evaluatierapport wordt binnenkort aangeboden aan College en Raad. De projecten Verduurzamen bestaand vastgoed (V1), Verduurzamen MKB (V4) en Verduurzamen maatschappelijk vastgoed (V6) lopen nog tot eind 2020. Daarnaast wordt onderzocht of naast de Versnellingsagenda een nieuwe samenwerkingsagenda ANNO III met o.a. het thema energietransitie wordt opgesteld. De afstemming middels de bestaande overlegstructuur blijft in stand, met als doel kennis uit te wisselen en mogelijk ook samen te werken op het gebied van communicatie over de Energietransitie. Het belang en de versnelling die wordt beoogd bij de realisatie van de doelen in de energietransitie, blijkt uit onderstaande grafiek, waarin de doelstelling van 40% duurzame energie in 2025 in ANNO verband in de grafiek is weergegeven. Kort gezegd betekent de ANNO-opgave dat de gemeenten het hardst moeten gaan lopen tot 2025. Zeker in Noardeast-Fryslân wordt de grafiek nog veel steiler dan die al was.

Grafiek 10 Benodigde daling CO2 uitstoot Klimaatwet in relatie tot ANNO

Ook binnen de provincie wordt samengewerkt aan de energietransitie. Bijvoorbeeld door samen te werken aan de RES 1.0. Maar ook bij projecten die door de provincie worden gefaciliteerd. Zoals projecten met Groen Gas, biomassa, asbestverwijdering en zon erop, laadpalen, ondersteuning van energiecoöperaties, energiecoaches en financieringsmogelijkheden voor verduurzamen maatschappelijk vastgoed en particuliere woningen. 21 Het team Duurzaamheid en Energietransitie is hierin vanuit de kennis en ervaring faciliterend.

21

Jaarplan 2020 Klimaat en energie, provincie Fryslân

24

5

Organisatie en planning

5.1

Team Energietransitie

De samenvoeging van het team ten gevolge van de herindeling heeft geleid tot de huidige bezetting (1,8 fte). Recent (okt ’19) is daar een trainee (0,8 fte) aan toegevoegd ter ondersteuning, met het doel deze tot 1 oktober 2021 te behouden voor dit team (maar er is tot nog toe dekking geregeld t/m 3112-2020). Om grip te krijgen en te behouden op de taken en om de beoogde doelstellingen te realiseren, is een externe projectleider (0,6 fte) aangetrokken met ingang van 1-1-20 die vooralsnog tot 1-1-2021 werkzaam is. Daarnaast is er een nog niet vervulde vacatureruimte in het team van 1 fte Deze is ontstaan door het verschuiven van functies en personen tijdens de herindeling. Ondanks het feit dat dit voorstel is geschreven voor de gemeente Noardeast-Fryslân is ook inzichtelijk welke tijdsbesteding in Dantumadiel wordt gevraagd (of andersom). De combinatie van werkzaamheden levert een kwantiteitsvoordeel op voor beide gemeente separaat en voor de ambtelijk organisatie in het bijzonder. Naast kwantiteit treedt er nu en op termijn ook een kwaliteitsvoordeel op. Uitgangspunt hierbij is dat één sterk team meer kwaliteit brengt dan twee kleinere teams separaat. De inzet voor beide gemeenten zou een rechtvaardiging zijn voor een meer dan verdubbeling van de huidige bezetting. Wij stellen dat dit niet opportuun is.

De huidige ambtelijke samenwerking heeft ten doel de kwaliteitsslag te maken, zeker op het onderdeel Duurzaamheid en Energietransitie. Als voorbeeld kunnen de onderdelen RES en TVW worden genoemd; Indien deze voor de gemeenten separaat worden afgehandeld, vraagt dit een aanvullende inzet die vanuit beide gemeenten niet te rechtvaardigen is. Een effectieve inzet vraagt een inzet die leidt tot de combinatie van activiteiten. Daarmee bereiken we dat de ‘som meer is dan de delen afzonderlijk’. Het Plan van Aanpak in de bijlage gaat dan ook uit van samenwerking op het onderdeel Transitie Visie Warmte. 5.2 Wijziging in rol en positie De benodigde wijziging in de rol van het team in de organisatie van slechts uitvoerend naar adviserend in – en extern vraagt om andere competenties. De ontwikkeling van deze competenties dienen daar waar nodig te worden ondersteund middels training en scholing. Op basis van de huidige bezetting is hierin vooralsnog geen rekening gehouden. Naast de adviserende rol betreft in de transitie meestal ook de aanjagersrol om het vliegwiel in beweging te krijgen. Vanuit de organisatie zal ook van andere afdelingen een andere rol gevraagd worden. Energietransitie moet onderdeel uit gaan maken vele vakgebieden. Een goed voorbeeld daarvan is het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed en wagenpark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=3a5bc1b9-e5ca-4fba-9c0a-6cfe1482b8e4