Perspectiefnota 2022-2025 Noardeast-Fryslân
Tekst van het document
Perspectiefnota 2022-2025
Gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 13 9290 AA Kollum Tel. (0519) 29 88 88 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl
Inhoudsopgave
1. INLEIDING ............................................................................................................. 3 1.1 Het toekomstbeeld is onzeker ........................................................................................... 3 1.2 Donker scenario .................................................................................................................. 4 1.3 Oplossing op korte termijn ................................................................................................ 4 1.4 Oplossing op lange termijn ............................................................................................... 5
2. DUIDING FINANCIEEL PERSPECTIEF ................................................................ 6 2.1 Financieel kader.................................................................................................................. 6 2.2 Financiële situatie bij ongewijzigd beleid ........................................................................ 6 2.2.1 Structurele positie 6 2.2.2 Eenmalige positie
7
2.2.3 Reserve ontwikkelfonds
9
3. OVERIGE ACTUELE FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN ................................... 10 3.1 Herijking gemeentefonds ................................................................................................. 10 3.2 Integraal huisvestingsplan (IHP) ..................................................................................... 10 3.3 Corona ............................................................................................................................... 11 3.4 Bezuinigingen sociaal domein ........................................................................................ 11 3.5 Kapitaalgoederen beheer ................................................................................................. 12 3.6 Bedrijfsvoering ................................................................................................................. 14
BIJLAGEN ............................................................................................................... 16 Bijlage 1 - Technische uitgangspunten en begrotingsparameters ................................... 17 Bijlage 2 – Meicirculaire 2021 ................................................................................................ 18
2
1. Inleiding De Perspectiefnota 2022-2025 biedt weinig perspectief. Dat heeft te maken met bekende financiële opgaven (kapitaalgoederenbeheer en het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP)), maar vooral met de grote financiële onzekerheid over onze inkomsten vanaf 2023, terwijl de Provincie tot en met 2025 een sluitende begroting van ons vraagt. Kort samengevat is ons financieel perspectief bij ongewijzigd beleid: Bedragen x € 1.000 Begrotingssaldo meerjarenraming 2022-2025 Mutatie meerjarenraming Bijgesteld structureel exploitatiesaldo 2022-2025
2022 € 386 € 553 € 939
2023 € 535 € -3.647 € -3.112
2024 € 923 € -4.269 € -3.346
2025 € 923 € -4.094 € -3.171
In paragraaf 2.2.1 worden de mutaties op de meerjarenraming toegelicht.
1.1 Het toekomstbeeld is onzeker De onzekerheden rondom de inkomsten waar we mee te maken hebben zijn de volgende: 1. De vraag is nog of ons aandeel in de voor 2022 beschikbare € 1,3 miljard die het kabinet voor Jeugdzorg heeft uitgetrokken in de beoordeling van de Provincie mee mag tellen in 2022 in de beoordeling voor een sluitend jaar 2022. 2. Daarmee samenhangend de vraag of het Rijk ook voor de jaren 2023 en later structureel meer geld gaat uittrekken voor Jeugdzorg; 3. Het ontbreken van een nieuw kabinet en een nieuw regeerakkoord betekent nog extra onzekerheid. De vraag is of het Rijk gaat beseffen dat de gemeente steeds meer als uitvoeringorganisatie wordt gezien, terwijl daar onvoldoende budget tegenover gesteld wordt. Een voorbeeld hiervan is dat we nog niet weten of we net als in 2019 en 2020 extra geld krijgen t.b.v. de energietransitie. 4. De herziening van de verdeling van het Gemeentefonds lijkt, volgens het laatst bekende ontwerp, een forse negatieve impact voor onze gemeente te hebben; 5. We kunnen nog niet inschatten wat de effecten van de COVID-19 crisis voor onze gemeente zullen zijn. Effecten die deels pas in 2022 zichtbaar zullen worden. Punt 2 t/m 5 betreffen onzekerheden die we nog niet in bovenstaande tabel hebben opgenomen omdat de uitkomst te onzeker is en de Provincie vraagt dat we ons op zekerheden baseren.
Naast onzekerheden kennen we inmiddels een tweetal forse financiële opgaven die structureel veel extra geld zullen kosten: 1. Kapitaalgoederenbeheer (is met niveau ‘laag’ opgenomen in bovenstaande tabel) 2. IHP, dat nog niet is opgenomen in de tabel omdat u er nog geen besluit over heeft genomen. Het college beseft terdege dat ieder jaar de Meicirculaire een relatief negatief beeld schetst van de financiële situatie en de Septembercirculaire vaak wel weer meevalt. Omdat we van de Provincie een bestendige gedragslijn moeten hanteren verwerken we alleen de Meicirculaire. De zekere financiële opgaven van kapitaalgoederenbeheer en IHP betekenen echter al dat we komende jaren een gat in de begroting krijgen, wat ons noodzaakt om maatregelen te nemen.
3
1.2 Donker scenario Om te schetsen hoe groot het probleem kan zijn schetsen wij in de volgende tabel een fictief donker scenario waarbij alles tegenvalt, de structurele effecten van de Coronapandemie zijn hierin als PM post meegenomen. Bedragen x € 1.000 Bijgesteld structureel exploitatiesaldo 2022-2025 Kapitaalgoederen, extra kosten bovenop niveau laag Integraal Huisvestingsplan (IHP) Subtotaal structureel exploitatiesaldo
2022 2023 € 939 € -3.112 € -1.307 € -1.307 €
-368
Niet beïnvloedbare onzekerheden Onzekerheid stelpost jeugd, nu opgenomen in begroting Herijking gemeentefonds Effecten Coronapandemie Totaal donker scenario 2022-2025
€
-4.419
€ €
-1.000 -1.000 pm
€ €
-1.000 -2.000 pm
€ €
€
-6.419
€
-7.979
€ -10.578
pm €
-368
2024 2025 € -3.346 € -3.171 € -1.307 € -1.307 € -326 € -2.100 € -4.979 € -6.578
-1.000 -3.000 pm
Als we de tekorten uit bovengenoemd scenario zelf moeten compenseren in onze begroting heeft dit grote gevolgen voor het voorzieningenniveau. Ter illustratie ook hieronder een aantal fictieve oplossingen, die voor de burger zeer ongewenst zijn. Bedragen x € 1.000 Totaal donker scenario 2022-2025 Verhoging kostendekkendheid leges naar 100% Verhoging OZB 10% per jaar, gemiddeld € 30,50 per huishouden per jaar extra. Stopzetten subsidie bibliotheek Stopzetten subsidie (buiten)zwembaden Stopzetten subsidies welzijnswerk Stopzetten subsidies musea Stopzetten subsidies muziekonderwijs Stopzetten subsidie stichting monumentenbehoud Bezuiniging eigen organisatie door alleen nog uitvoeren wettelijke taken Saldo na ombuigingen
€
€
2022 -368
-368
€ €
2023 -6.419 530
€
960
€
-4.929
€ €
2024 -7.979 530
2025 € -10.578 € 530
€ € € € € € €
1.920 1.068 315 536 352 745 235
€ € € € € € €
2.880 1.068 315 536 352 745 235
€ €
2.000 -278
€ €
4.000 83
De ontwikkeling van onze inkomsten vanuit het Rijk zijn zoals beschreven zeer onzeker. Daarom willen we nog niet overgaan tot het afbreken van voorzieningen voor onze inwoners, terwijl de inkomsten over een of twee jaar mogelijk mee zullen vallen. Voorgesteld wordt daarom een tweesporen oplossing: een voor de korte termijn en een voor de lange termijn.
1.3 Oplossing op korte termijn Op korte termijn stellen wij het volgende voor: • Niet uit te gaan van het donkere scenario maar als uitgangspunt de zekerheden te hanteren die er nu zijn. • Gezien het feit dat het jaar 2022 waarschijnlijk sluitend is (mits de Provincie instemt met het meetellen van de extra Jeugdzorg-gelden, dit is uiterlijk 1 juli bekend), geen vergaande maatregelen voor 2022 te nemen. • In 2021 nog geen definitieve (financiële) besluitvorming over het IHP te nemen en hiervoor de takendiscussie (oplossing lange termijn) af te wachten. • Voor 2023-2025 stellen wij u voor de volgende maatregelen in de meerjarenraming op te nemen: o Verhogen van de leges naar 100% per 1-1-2023. o Verhogen van de OZB jaarlijks met 10%-punten. In de volgende tabel is de invloed van bovenstaande maatregelen op het saldo weergegeven.
4
Bedragen x € 1.000 Bijgesteld structureel exploitatiesaldo 2022-2025 Verhoging kostendekkendheid leges naar 100% Verhoging OZB 10% per jaar, gemiddeld € 30,50 per huishouden per jaar extra. Saldo na ombuigingen
€
€
2022 939
939
€ €
2023 -3.112 530
€ €
2024 -3.346 530
€ €
2025 -3.171 530
€ €
960 -1.622
€ €
1.920 -896
€ €
2.880 239
Ongewenste lastenverzwaring voor burgers Wij vinden het belangrijk expliciet te verklaren dat het zeker niet de intentie is van het college om de lasten voor de burgers zo extreem te verhogen als hiervoor voorgesteld. Door niet in 2022 al bovenmatige ingrepen te doen in het voorzieningenniveau voor onze inwoners, puur om de meerjarenraming op orde te krijgen, voorkomen we onomkeerbare situaties. Het gaat hierbij dus om voorlopige financiële keuzes in de aanloop naar een structurele oplossing voor de begroting van 2023.
1.4 Oplossing op lange termijn We verwachten niet dat we helemaal ongeschonden uit de onzekerheden en tegenvallers zullen komen. Daarom stellen wij voor de lange termijn voor om een Zero-Based-Budgeting onderzoek uit te laten voeren. Zero-Based-Budgeting (ZBB) betekent dat we afscheid nemen van onze huidige begroting die in veel gevallen nog een optelsom is van de drie begrotingen van de heringedeelde gemeenten gecombineerd met harmonisatie van beleid. Bij ZBB begin je als het ware met een blanco stuk papier en vraag je je af welke taken je moet of wilt uitvoeren, met welke kwaliteit en hoe veel geld daarvoor nodig is. Door vanaf nul te beginnen kunnen we ook beter in kaart brengen welke taken wettelijk verplicht zijn en welke taken bovenwettelijk. Daarnaast zouden we de taken (en kosten) kunnen indelen in de drie categorieën die de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft voorgesteld in haar onlangs verschenen advies over het gemeentefonds: -
basistaken (klassiek gemeentefonds); medebewind-taken (bijv. sociaal domein) en grote maatschappelijke investeringsopgaven (bijv. energietransitie, krimp).
ZBB levert niet alleen inzicht, maar leidt tot een takendiscussie. welke taken en welke voorzieningen willen we waar met welke kwaliteit en tegen welk budget hebben. ZBB vraagt veel inzet, van een groot deel van de organisatie. Het is ook een project met een forse doorlooptijd. Wij voorzien daarom dat de takendiscussie door de nieuwe raad plaats zal vinden. Bijkomend voordeel is dat naar verwachting veel van de genoemd onzekerheden zullen zijn omgezet naar zekerheden. Zodat de financiële randvoorwaarden voor de takendiscussie ook duidelijk zijn.
5
2. Duiding Financieel perspectief In hoofdstuk 1 is het financiële perspectief al geschetst. In hoofdstuk twee gaan we dit perspectief nader toelichten. In hoofdstuk drie komen de financiële onzekerheden aan bod.
2.1 Financieel kader De provincie heeft als toezichthouder een wettelijke plicht om gemeentelijke begrotingen te toetsen op structureel en reëel evenwicht. De toets vindt eerst plaats op het begrotingsjaar en als deze niet in evenwicht is moet aangetoond worden dat het evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming wordt hersteld. Hierbij mag geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief waarbij in de opvolgende begrotingen alleen de laatste jaarschijf sluit. Het is dus belangrijk om het begrotingsjaar structureel in evenwicht te hebben en te houden. Bij de vastgestelde begroting 2021-2025 waren alle jaarschijven sluitend. Voor het financieel beleid wordt als uitgangspunt genomen dat er ruimte voor nieuw beleid aanwezig is, met als randvoorwaarde dat er sprake is van een structureel en reëel sluitende begroting en dat daarnaast de algemene reserve gedurende de hele begrotingsperiode aan de minimum vastgestelde randvoorwaarde moet voldoen. De verder gehanteerde technische uitgangspunten voor het opstellen van de begroting zijn opgenomen in bijlage 1.
2.2 Financiële situatie bij ongewijzigd beleid 2.2.1 Structurele positie Na het vaststellen van de begroting 2021-2024 zijn er ontwikkelingen uit bestaand beleid die van invloed zijn op de financiële positie van Noardeast-Fryslân. Deze ontwikkelingen hebben een verplichtend karakter en zijn daardoor onvermijdbaar. De tabel hieronder geeft de ontwikkeling van het begrotingssaldo uitgaande van de primitieve begroting 2021 en de al daarop door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen. Daaraan is toegevoegd het effect van de onvermijdbare ontwikkelingen. Bedragen x € 1.000 Begrotingssaldo meerjarenraming 2022-2024 Mutatie meerjarenraming Bijgesteld structureel exploitatiesaldo 2022-2024
2022 € 386 € 553 € 939
2023 € 535 € -3.647 € -3.112
2024 € 923 € -4.269 € -3.346
2025 € 923 € -4.094 € -3.171
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het begrotingssaldo ten opzichte van de begroting 2021-2024 met uitzondering van 2022 negatief is bijgesteld. Zoals eerder genoemd komt 2022 positief uit door de voor nu incidenteel beschikbare middelen jeugdzorg. De grootste negatieve bijstelling wordt veroorzaakt door de plannen voor het kapitaalgoederenbeheer. De mutaties tussen de meerjarenraming uit de begroting 2021-2024 en het bijgestelde structurele exploitatiesaldo wordt in de volgende tabel weergegeven. Hierbij opgemerkt dat 2025 een ‘nieuwe’ jaarschijf is, waar de exacte beginstand nog niet van bepaald is, daarom wordt deze gelijk gesteld aan het jaar 2024. In de tabel op de volgende pagina wordt de mutatie meerjarenraming toegelicht:
6
Bedragen x € 1.000 Al toe besloten / verwerkt in begrotingswijzigingen: Begrotingswijzigingen na vaststellen begroting 2021 Amendement Toeristenbelasting 12- vrijgesteld Saldo 1e tussentijdse rapportage 2021 Totaal wijzigingen na vaststellen begroting
2022
2023
2024
2025
€ € € €
-7 -135 -538 -680
€ € € €
-6 -135 -543 -684
€ € € €
-6 -135 -549 -690
€ € € €
-6 -135 -549 -690
€ €
2.198 2.990
€
1.363
€
820
€
820
€ € € € € € € €
-346 -96 -111 84 -58 -273 -452 3.936
€ € € € € € € €
-346 -75 -78 70 -58 -273 -452 151
€ € € € € € € €
-346 -47 -78 258 -58 -273 -452 -176
€ € € € € € € €
-346 -47 -108 648 -58 -273 -452 184
Samenwerkingsbegroting Noardeast-Fryslân Dantumadiel Autonome stijging loonkosten (1,5%) Autonome prijsstijging samenwerkingsbegroting (1,4%) Autonome kostenstijging SSC Leeuwarden
€ € €
-629 -159 -246
€ € €
-629 -159 -246
€ € €
-629 -159 -246
€ € €
-629 -159 -246
Nieuw beleid: verhogen financieel inzicht en klinkende taal Aandeel Dantumadiel Aandeel Noardeast-Fryslân
€ € €
-110 303 -841
€ € €
-110 303 -841
€ € €
-110 303 -841
€ € €
-110 303 -841
Stijging OZB door waardestijging en areaal uitbreiding Stijging OZB met indexatie (1,4%)
€ €
56 134
€ €
56 134
€ €
56 134
€ €
56 134
Overige financiële ontwikkelingen beïnvloedbaar Kapitaalgoederenbeheer op basis van niveau laag Totaal financiële ontwikkelingen beïnvloedbaar
€ €
-2.052 -2.052
€ €
-2.463 -2.463
€ €
-2.752 -2.752
€ €
-2.937 -2.937
Totaal mutaties structureel exploitatiesaldo
€
553
€
-3.647
€
-4.269
€
-4.094
Nieuwe (autonome) ontwikkelingen, onvermijdbaar: Meicirculaire 2021 Aanvullende uitkering: extra compensatie jeugdzorg* Autonome prijsstijging excl. samenwerkingsbegroting (1,4%) Bijstelling bijdrage FUMO Bijstelling bijdrage VRF Bijstelling bijdrage NEF Bijstelling bijdrage Mobiliteitsbureau Autonome zorggroei Huishoudelijke hulp (WMO) Autonome zorggroei Begeleiding (WMO) Totaal (autonome) ontwikkelingen, onvermijdbaar
Nieuw beleid In bovenstaande tabel staan nagenoeg alleen autonome ontwikkelingen opgesomd. Er is wel sprake van ‘nieuw beleid’ als het gaat om een investering met een structurele component voor de projecten voor het verhogen van financieel inzicht en klinkende taal. Dit zijn onvermijdbare ontwikkelingen die nodig zijn om de continuïteit van de organisatie te borgen. In paragraaf 2.3.5 Bedrijfsvoering onder het onderdeel ICT worden deze ontwikkelingen nader beschreven. 2.2.2 Eenmalige positie Als uitgangspunt geldt dat de minimale omvang van de algemene reserves op 1-1-2022 gelijk moet zijn aan de berekende weerstandcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald aan de hand geïnventariseerde risico’s waarbij ook rekening wordt gehouden met de kans dat deze risico’s zich (gelijktijdig) voordoen. Bij de jaarrekening 2020 zijn de risico’s opnieuw geactualiseerd en is berekend wat het benodigde weerstandsvermogen moet zijn ter afdekking van deze risico’s. Het benodigde weerstandsvermogen is afgezonderd in de ‘Algemene reserve ter dekking van de risico’s en bedraagt € 5.616.000.
7
Met betrekking tot de eenmalige financiële positie is in de navolgende tabel de stand van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve van Noardeast-Fryslân met 1-1-2021 als uitgangssituatie genomen. De geraamde toevoegingen en onttrekkingen (meerjarig) zijn op dit saldo gemuteerd, zodat er een saldo op basis van rechten en verplichtingen ontstaat. In onderstaande tabel wordt wel uitgegaan van een sluitend meerjarensaldo. Een eventueel begrotingstekort komt nog ten laste van het saldo van de algemene reserve. In de volgende tabel wordt de stand van de Algemene reserve weergegeven. Bedragen x € 1.000
2021
2022
2023
2024
Stand 1 januari Algemene reserve
€ 18.178
€ 19.809
€ 20.489
€ 19.886
Resultaatsbestemming rekening 2020 Primitief geraamde stortingen Totaal vermeerderingen
€ € €
1.748 4.711 6.459
€ €
1.830 1.830
€ €
150 150
€ €
150 150
Geraamde onttrekkingen begroting 2021-2024 Aanbiedingsbrief 2021 Begrotingswijzigingen na vaststellen begroting 2021 PPN nieuw beleid: Wijkuitvoeringsplannen energietransitie PPN nieuw beleid: Begraafplaatsen PPN nieuw beleid: ICT-investeringsbudget PPN vorming voorziening kapitaalgoederenbeheer Totaal verminderingen
€ € € € € € € €
-1.653 -1.146 -81 -100 -64 -184 -1.600 -4.828
€
-1.037
€
-753
€
-348
€
-113
€
-1.150
€
-753
€
-348
Stand 31 december, incl. meerjarige toevoegingen en onttrekkingen
€ 19.809
€ 20.489
€ 19.886
€ 19.688
Het vrij besteedbare bedrag van de Algemene reserve op basis van de meerjarige verplichtingen bedraagt € 19.688.000. Dit is een eenmalig te besteden bedrag. Nieuw beleid Wijkuitvoeringsplannen energietransitie (WUP) Vanaf 2022 starten we met de plannen om de eerste dorpen aardgasvrij te maken. De Wijkuitvoeringsplannen zijn een logisch vervolg op de Transitievisie Warmte, die eind 2021 wordt vastgesteld. De gemeente heeft de wettelijke taak om haar wijken aardgasvrij te maken. De Transitievisie Warmte is volledig bekostigd door een Rijksbijdrage. Vanwege de kabinetsformatie is er echter nog geen geld beschikbaar gesteld voor het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Verwacht wordt dat in de december circulaire 2021 of meicirculaire 2022 geld beschikbaar gesteld wordt. Echter, als we begin 2022 willen starten dan moeten we de eerste WUP’s zelf voorfinancieren. Zodra de Rijksbijdrage binnen is, kan hetzelfde bedrag teruggestort worden in de algemene middelen. Voorgesteld wordt om middelen voor twee WUP’s ad € 50.000, totaal € 100.000 beschikbaar te stellen. Begraafplaatsen Om op termijn kosten te voorkomen door begraafplaatsen niet uit te hoeven breiden maar gebruik kunnen maken van de huidige ruimte zijn een tweetal incidentele investeringen nodig. Het gaat hierbij om het verwijderen van grafmonumenten waarvan al afstand is gedaan door rechthebbenden ad € 14.000.
Daarnaast gaat het om onderzoek naar rechthebbenden die op dit moment niet in beeld zijn, hierbij gaat het om een incidentele investering van € 50.000. ICT Voor een tweetal projecten zijn eenmalige middelen nodig, het gaat hierbij om het project vervanging GBI (applicatie voor beheer van de openbare ruimte) en het verhogen van het financiële inzicht. In paragraaf 2.3.5 Bedrijfsvoering onder het onderdeel ICT worden deze ontwikkelingen nader beschreven. 8
2.2.3 Reserve ontwikkelfonds Bij de begroting 2020 is de reserve Ontwikkelfonds gevormd waarin € 16,4 mln. in gestort is door de verkoop van de Eneco aandelen. Een aantal budgetten zijn in 2020 niet (volledig) besteed, deze budgetten komen nu tot uiting in 2021. Bedragen x € 1.000 Stand 1 januari Geraamde onttrekkingen Leefbaarheidsinitiatieven (4 jaar) Leefbaarheidsinitiatieven (4 jaar) (restant 2020) Fonds duurzaamheidsprojecten Molenkampsbrug Stadsontwikkelingsmaatschappij Dokkum Bruisend hart Hallum (restant 2020) Voorbereidingskosten noordelijke stadsentree (restant 2020) Totaal verminderingen Prioritaire ambitie projecten Noordelijke stadsentree / Panwurk Holwerd aan Zee Ontwikkeling Tolhuispark / Harddraverspark
Verwachte stand reserve ontwikkelfonds per 31-12
2021
2022
2023
€ 15.318
€
4.965
€
303
€ € € € € €
-150 -52 -300 -655 -1.462 -600
€
-150
€
-150
€ €
-134 -3.353
€
-150
€
-150
€ €
-2.000 -5.000
€
-2.140 -2.372 -4.512 303
€
153
€
-7.000
€ €
€
4.965
€
2024 €
153
€
153
De hierboven genoemde middelen voor prioritaire ambities zijn op dit moment gereserveerd voor deze projecten. Dit houdt in dat het budget pas beschikbaar wordt gesteld als de raad via een afzonderlijk voorstel hiertoe besluit.
9
3. Overige actuele financiële ontwikkelingen 3.1 Herijking gemeentefonds Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten. Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ. De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken.
Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juli 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald. Het effect van de vorige berekeningen kwam uit op ongeveer € 3 miljoen nadelig. Met dit bedrag is ook rekening gehouden bij de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. Bij de begroting 2022 verwachten we daar meer duidelijkheid over te hebben. De effecten van de herijking zullen niet meteen in het eerste jaar in zijn volle omvang merkbaar zijn. Gemeenten krijgen de tijd om hun begroting aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. In onderstaande tabel gaan wij ervan uit dat het effect over drie jaarschijven wordt verdeeld. Bedragen x € 1.000 Herijking gemeentefonds
2022 2023 € - € -1.000
2024 € -2.000
2025 € -3.000
Stelpost jeugdzorg In de begroting 2021-2024 en dus ook in het meerjarenperspectief 2022-2025 is vanaf het jaar 2022 een stelpost jeugdzorg opgenomen van € 1 mln. Het Rijk heeft incidenteel geld beschikbaar gesteld voor de problemen in de jeugdzorg. Het Rijk heeft daarbij aangegeven dat deze middelen structureel als stelpost opgenomen mogen worden. In de Meicirculaire 2021 staat echter nog geen harde toezegging die de stelpost van € 1 mln. structureel maakt. Dit betekent dat het nog onzeker is of het geld definitief structureel toegekend wordt. Wanneer er komend jaar geen toezegging vanuit het Rijk komt vervalt de stelpost. In onderstaande tabel staan de gevolgen voor het structurele saldo als het Rijk besluit om geen structurele toevoeging te doen. Bedragen x € 1.000 Stelpost jeugdzorg
2022 2023 € - € -1.000
€
2024 -1.000
2025 € -1.000
3.2 Integraal huisvestingsplan (IHP) In oktober 2020 is het Integraal Huisvestingsplan Noardeast-Fryslân (IHP) vastgesteld. Het IHP is gezamenlijk door gemeente en schoolbesturen opgesteld. In het IHP staat onder andere een 10
inhoudelijke visie op onderwijshuisvesting en een meerjarenplanning van projecten, met daarbij een eerste indruk van de benodigde financiën. Deze meerjarenplanning is nader financieel uitgewerkt in de financiële uitwerking IHP. De totaalopgave komt uit op een investering van bijna € 55 miljoen voor de komende 12 jaar. Als het plan wordt vastgesteld heeft dit ook gevolgen voor de meerjarenbegroting van de gemeente. Bedragen x € 1.000 Integraal huisvestingsplan
2022 € -
2023 €
-
2024 € -326
2025 € -1.562
Het bedrag loopt nog op naar structureel € 2,1 miljoen negatief in 2026. Om die reden is in het donkere scenario in hoofdstuk 1 uitgegaan van de € 2,1 miljoen in jaarschijf 2025.
3.3 Corona Om de risico’s van de Corona crisis in kaart te brengen is er een monitor ingericht om de belangrijkste risico’s te monitoren. Deze monitoring moet ertoe leiden dat risico’s, voor zover mogelijk, actueel worden bijgehouden in relatie tot de ontwikkeling van de crisis. Aanpak Voor het risicomanagement wordt gebruik gemaakt van risicosoftware van NARIS. NARIS heeft een landelijk risicodatabase aangelegd met betrekking tot de corona crisis. Uit deze risico’s is een lokale selectie gemaakt van een top 20 aan risico’s die worden gemonitord. Elk risico is toegewezen aan een risico-eigenaar in de organisatie. Deze persoon is verantwoordelijk voor het actueel houden van de risico’s. De risico-eigenaren kunnen uiteraard relevante risico’s toevoegen of risico’s van de lijst afvoeren als hier aanleiding toe is. Rapportage De monitor is input voor de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De meest actuele stand van het risico is opgenomen in de jaarrekening 2020 en bedraagt € 1.012.000. In de begroting 2022 zal deze weer opnieuw bepaald worden. Tot de meicirculaire 2021 heeft de gemeente voor afgerond € 3,8mln aan compensatiemiddelen ontvangen. In de tweede tussentijdse rapportage is te lezen dat hier op dit moment ongeveer € 1,8mln van uitgegeven is.
Meerjarige effecten Op dit moment is nog onvoldoende zicht op welk effect Corona op de meerjarenbegroting heeft, hierbij valt te denken aan stijging in het aantal uitkeringen of een toename in de psychische hulpverlening. Wanneer een duidelijke toename te verwachten is zal de begroting daarop aangepast worden.
3.4 Bezuinigingen sociaal domein Het project Kostenbeheersing Sociaal Domein is begin 2021 formeel afgerond. Een aantal van de ingezette maatregelen lopen nog door, ook in 2022, of hebben een structureel karakter. Het doel van het project was om met deze kostenbeheersing een structurele ombuiging te realiseren. Echter met de afronding van het project stopt het beheersen van de kosten uiteraard niet. Deze focus is onderdeel van het dagelijkse werk geworden. Er wordt geïnvesteerd in en doorlopend ingezet op dataverzameling en analyse, t.b.v. beleidsaanpassingen, risicoanalyses, kostenreductie en reëel begroten. Daarnaast participeert de afdeling mee in de organisatie brede projecten Digitalisering en Zaaksysteem. En uiteraard de veranderagenda met als doel een efficiënte en slagvaardige organisatie. Participatiewet Ten aanzien van de gevolgen van Corona op de toekomstige uitgaven in het sociaal domein is nog altijd een waarschuwing aan de orde. Er is een lichte stijging in de bijstandspopulatie waarneembaar, maar niemand weet welke effecten de economische gevolgen van de coronacrisis uiteindelijk op de lange termijn zullen hebben. De kans is nog altijd aanzienlijk dat mensen in de komende tijd bij de gemeente zullen aankloppen voor een uitkering. Het Centraal Planbureau heeft de impact geschetst en door de corona-crisis zullen de 11
gemeentelijke uitgaven aan bijstandsuitkeringen onvermijdelijk stijgen. De vraag is en blijft in welke mate. Voor wat betreft de Participatiewet zal in september dit jaar het definitieve budget over 2021 bekend worden gemaakt, evenals het (voorlopige) budget 2022. Met betrekking tot Coronamiddelen vanuit het Rijk, voor o.a. de TONK-regeling, geldt dat scherpte op zijn plaats is omdat de ontvangen middelen de kosten niet volledig dekken. Jeugdzorg De komende jaren staan in het teken van verbinding, samenwerking en integraliteit. Er worden praktijkondersteuners jeugd (POH) ingezet bij huisartsen. Deze zijn van belangrijk voor kortere lijnen naar de burger en de gebiedsteams, maar streven ook een kostenbesparing na. Daarnaast wordt ingezet op een betere coördinatie en aansluiting tussen Zorg en Onderwijs. Ook hiermee wordt efficiency en kostenverlaging nagestreefd. Per 1 januari 2022 zijn een aantal veranderingen aan de orde, zoals de nieuwe contracttermijnen met zorgaanbieders en het woonplaatsbeginsel. Hoe groot de negatieve financiële gevolgen hiervan zijn is nog niet in te schatten. Het Rijk staat in de stand om gemeenten financieel de hand te reiken. De vraag is en blijft of dit de ruimte gaat bieden die gewenst is. Dat zal mede afhankelijk zijn van de toekomstige vraag naar zorg.
Arbitrage jeugd en afspraken rijk-VNG In mei 2021 heeft de VNG via arbitrage “de Commissie van Wijzen” een uitspraak laten doen over tekorten in de jeugdzorg. De conclusie is dat er een tekort voor 2022 is van € 1,9 miljard. Op 2 juni jl. hebben de VNG en het rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier. Op basis van de afspraken in dit overleg stelt het rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Hiermee volgt het kabinet de uitspraak van de Commissie. In het overleg is ook vastgesteld dat het nieuwe kabinet een besluit dient te nemen over de structurele financiële bekostiging van gemeenten vanaf 2023 op dit dossier en dat rijk en VNG zich committeren aan een Hervormingsagenda Jeugd. Deze agenda dient voor 1 januari 2022 te worden opgesteld. Wmo We zien, op basis van data-analyse, dat er sprake zal zijn van een toenemende zorgvraag. Dat heeft effect op de uitgaven. Met name de huishoudelijke hulp is een kostensoort die qua uitgaven zal stijgen. Dit is een logisch gevolg van de vergrijzing (demografische ontwikkelingen).
Een percentage van ongeveer 5% groei in die kosten (jaarlijks en voor de langere termijn) van huishoudelijke hulp is te verwachten, als gevolg van de vergrijzing, indexaties op de tarieven en de werking van het abonnementstarief. Zoals aangegeven is het beheersen van de kosten nog altijd aan de orde van de dag. Het project Wending (gebiedsgericht werken volgens de vastgestelde beleidsuitgangspunten) en extra inzet binnen het team kwaliteit (toetsing, coaching, productenkader) dragen bij aan die kostenbeheersing.
3.5 Kapitaalgoederen beheer In het navolgende wordt een weergave gegeven van de stand van zaken van het kapitaalgoederenbeheer zoals deze verwerkt gaat worden in de begroting 2022. In juni 2021 worden voor alle onderdelen van de kapitaalgoederen de onderhoudsplannen vastgesteld, waarmee alle plannen actueel zijn. Tot en met de begroting 2021 zijn de opgenomen bedragen voor kapitaalgoederen gebaseerd op de quick scan die in 2017 in de DFK-periode is uitgevoerd om de kapitaalgoederen van de verschillende gemeenten in beeld te krijgen. Op basis van die quick scan zijn de eerste begrotingen van NoardeastFryslân gemaakt. In het afgelopen jaar zijn alle kapitaalgoederen die de gemeente in beheer heeft, integraal in beeld gebracht. Daarbij is gebleken dat de quick scan van 2017 incompleet was en dat als gevolg daarvan de begrotingen van de afgelopen jaren en dit jaar een te laag structureel bedrag voor de instandhouding en vervanging van onze kapitaalgoederen bevatte. Voor de komende jaren moet er per jaar extra budget bij. In de perspectiefnota wordt uitgegaan van het kwaliteitsniveau laag, wat neerkomt op een extra last in 2022 van ruim € 2 miljoen, oplopend tot 12
€ 3,2 miljoen in 2026. Dit bedrag is lager dan wat er is opgenomen in het raadsvoorstel. Dit komt omdat de eenmalige storting van € 1.500.000 voor kunstwerken nog in 2021 moet plaats vinden en niet verwerkt wordt in de begroting 2022. Ook de achterstand in groen van € 0,1 miljoen zal eenmalig afgedekt worden in 2021. Op deze wijze zijn de voorzieningen aan het einde van het jaar 2021 voldoende hoog om toekomstige verplichtingen te kunnen dekken. De financiële uitvoering hiervan zal meegenomen worden bij het opstellen van de tweede tussentijdse rapportage 2021. In onderstaande tabel is de uitwerking van de effecten op begroting 2022 bij verwerking van onderhoudsniveau laag weergegeven. Onderhoudsniveau Laag: bedragen x 1.000 gebouwen
2022 € -845
2023 € -855
2024 € -916
2025 € -936
2026 € -990
kunstwerken
€ -288
€ -577
€ -648
€ -672
€ -800
waterwegen
€ -247
€ -247
€ -247
€ -207
€ -207
wegen
€ -575
€ -668
€ -827
€ -1.003
€ -1.163
openbare verlichting
€ -111
€ -119
€ -119
€ -114
€ -113
groen
€ -30
€ -30
€ -30
€ -30
€ -30
sportvelden
€ 43
€ 32
€ 34
€ 24
€ 30
speeltoestellen
€1
€1
€1
€1
€1
€ -2.052
€ -2.463
€ -2.752
€ -2.937
€ -3.272
verschil beschikbaar - benodigd
De nota kapitaalgoederen is gebaseerd op alle eigendommen van de gemeente die vorig jaar zijn geïnventariseerd en wat er nodig is om al die eigendommen op het te bepalen niveau te beheren en in stand te houden. Hierin zijn nog geen keuzes gemaakt over het afstoten dan wel anders inrichten daarvan. Voor waterwegen en sportvelden is er doorgerekend op basis van een cyclische benadering. Hierbij is het risico dat, door bijvoorbeeld peilingen bij waterwegen, de kosten hoger of lager kunnen uitvallen. Wanneer gekozen wordt voor het niveau basis voor wegen en groen (niveau B) zal dit het volgende effect hebben. Laag bedragen x 1.000 Extra kosten wegen Basis Extra kosten groen B* Extra kosten bovenop niveau laag
2022 € -743 € -564 € -1.307
2023 € -743 € -564 € -1.307
2024 € -743 € -564 € -1.307
2025 € -743 € -564 € -1.307
2026 € -743 € -564 € -1.307
*hierbij wordt uitgegaan van een extra personele inzet voor niveau B ten opzichte van niveau C van 18 fte. In dit bedrag is nog geen rekening gehouden met eventuele kosten voor extra materiaal en tractie, dit zal nader uitgewerkt moeten worden. Ombuigingen Er ligt ook een opgave om gemeente breed tot structurele ombuigingen te komen. In die zoektocht worden ook de kapitaalgoederen nadrukkelijk betrokken. Deze mogelijkheden zijn niet opgenomen in de nota kapitaalgoederen. Hieronder voorbeelden van areaal wat omgevormd c.q. afgestoten kan worden: • • • • • • • 13
heesters om te vormen naar gras gras om te vormen naar extensief gras beschoeiingen / damwanden om te vormen naar natuurvriendelijke oevers wanneer ze vervangen moeten worden (einde levensduur) (houten) bruggetjes om te vormen naar duikers wanneer ze vervangen moeten worden steigers op te ruimen wanneer ze vervangen moeten worden. minder belangrijke wegen om te vormen naar puin paden afstoten / verkopen van gebouwen
• •
afstoten van speelplaatsen afstoten van sportvelden.
Het omvormen of afstoten van areaal zal in veel gevallen om een eenmalige investering vragen en op de langere termijn een positief financieel effect hebben. Dit positief financieel effect, afhankelijk van de keuzes, kan oplopen naar een jaarlijkse structurele besparing van enkele tonnen. Ook de nadelen van omvormen en afstoten dienen uitdrukkelijk in beeld gebracht te worden om een verantwoorde afweging te kunnen maken over het omvormen of afstoten. Achterstallig onderhoud Met de nota kapitaalgoederen is al het onderhoud dat nodig is, in beeld gebracht inclusief de financiële consequenties. Met het in beeld brengen is ook bepaald in welk jaar het onderhoud uitgevoerd moet worden (planning). Deze planning is bepaald op basis van inspecties. Uit deze inspecties is gebleken dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud en dus ook geen kapitaalvernietiging. Bij het vaststellen van de nota kapitaalgoederen zullen ook de financiële consequenties opgenomen worden in de begroting. Op deze manier is er grip op het onderhoud en wordt achterstallig onderhoud en dus kapitaalvernietiging voorkomen.
3.6 Bedrijfsvoering Verbeteragenda De Verbeteragenda voor de ambtelijke organisatie omvat verbeteringen in organisatiestructuur, taken en bevoegdheden, procesketens, slimme toepassing van ICT, onderlinge samenwerking en cultuur. Begin 2021 is de nadruk verschoven van vooral aandacht voor de reorganisatie naar vooral aandacht voor initiatieven op de andere aspecten. Daarmee geven we meer aandacht aan spontaan in de organisatie gestarte initiatieven. En doen we meer recht aan alle goede ideeën die in de organisatie leven om – vaak ook kleinschalig – verbeteringen tot stand te brengen die ook kunnen uitmonden in een verandering van de organisatiestructuur. In 2022 verwachten wij substantiële verbeteringen in het functioneren van de ambtelijke organisatie. Voorbeelden: - Sterkere digitalisering het Sociaal Domein met tegelijk hogere klanttevredenheid door een Persoonlijke Internet Pagina en snellere, slimmere processen voor niet-complexe aanvragen. - Beter inzicht in en evenwicht tussen werkvoorraad en capaciteit, met name rondom de vele projecten in het ruimtelijk domein, waardoor oplevering van resultaten voorspelbaar wordt. - Invoering van de Omgevingswet, een traject van vele jaren, dat de verhouding tussen gemeente en inwoners/initiatiefnemers van projecten sterk verandert.
De Verbeteragenda gaat de komende jaren leiden tot betere service aan inwoners, ondernemingen en andere organisaties. Tot een organisatie die slim georganiseerd is, waar afspraken en resultaten duidelijk zijn. En ook een organisatie waar het prettig en fijn (samen)werken is. Huisvesting In 2021 zijn de resultaten van een onderzoek onder medewerkers naar hybride werken gepresenteerd. De ervaringen met het thuiswerken onder Corona hebben ertoe geleid dat het overgrote deel van de medewerkers positief staat tegenover het idee om ook na Corona 50% thuis te blijven werken en 50% weer op kantoor te gaan werken. Het kantoor krijgt dan vooral een samenwerkings- en ontmoetingsfunctie. Het betreft hier overigens slechts een deel van de medewerkers (± 430), voor medewerkers in de buitendienst en medewerkers die vanwege de aard van hun functie op kantoor moeten zijn is dit niet van toepassing. De resultaten van dit onderzoek, samen met ervaring elders, hebben ertoe geleid dat voor de inrichting van de nieuwe centrale huisvesting is gekozen voor een flexfactor van 60%. Op grond daarvan zijn in opdracht van het college door een aantal externe partijen een vijftal mogelijke scenario’s uitgewerkt voor de nieuwe huisvesting. Op het moment van schrijven van dit stuk waren de scenario’s nog niet aan de raad voorgelegd.
Na definitief akkoord door de raad hopen wij (na detaillering van het gekozen scenario) in 2022 de verbouwing aan te besteden en daarna zo spoedig mogelijk te starten met de verbouwing.
14
ICT In 2021 is het Informatieplan Samen Digitaal opgesteld en geaccordeerd dat een lange termijnvisie op de gewenste ontwikkeling van de gemeentelijke ICT schetst. Dit is enige maanden geleden ter informatie aan u ter beschikking gesteld. De lange termijnvisie in het informatieplan is opgesteld rekening houdend met verschillende factoren: veranderende klantverwachtingen, ontwikkelingen bij leveranciers, toenemende integratievraagstukken, meer voorschriften en risico’s over beveiliging en privacy en de samenwerking met regionale partners en het SSC. Als ambitie heeft het college gekozen voor de archetypen Maximaal Dienstverlenend en Flexibel en Schaalbaar. Vanwege de huidige financiële situatie kiest het College daarnaast voor het archetype Kostenbewust en Sober in de aanpak. In de tweede helft van 2021 wordt na een jaar vertraging het nieuwe zaaksysteem Rex in gebruik genomen. Dat geeft een stevige basis waarop we in 2022 kunnen voortbouwen als het gaat om klanttevredenheid, bijvoorbeeld via een Persoonlijke Internet Pagina of het bewaken van afgesproken servicenormen. Dat zaaksysteem richt zich vooral op de vele procesketens in de organisatie. Ook wordt in 2021 de basis gelegd voor een verdere uitrol van MS Teams, waardoor collega’s die in beleidsvorming of projecten samenwerken het veel gemakkelijker krijgen.
Zo kunnen ze eenvoudig documenten delen en zelfs tegelijk aan hetzelfde document werken. De afgelopen jaren is minimaal in ICT geïnvesteerd vanwege de financiële knelpunten van de gemeente. Er heeft alleen vervanging van applicaties plaatsgevonden waarvan de leverancier de ondersteuning stopt. Ook zijn investeringen gedaan i.v.m. met de toenemende eisen op het gebied van beveiliging en privacy die door het SSC met ons verrekend worden. Ook voor 2022 hebben wij ons weer noodgedwongen beperkt tot onvermijdelijke investeringen: • Vervanging GBI (beheerssysteem openbare ruimte): Onvermijdelijk omdat het contract verloopt en al eens is verlengd. We moeten daarom nu opnieuw aanbesteden. • Migratie & ontsluiting vergunningen informatie: Onvermijdelijk vanwege de wettelijke verplichtingen op het gebied van archief, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de omgevingswet. • Klinkende taal (zorgen dat we als ambtelijke organisatie begrijpelijker worden): Onvermijdelijk omdat het project – vooral veel trainingen - al loopt en de aanschaf van een ondersteunende tool om teksten te analyseren voor 2021 rond is. • Verhogen Financieel Inzicht: Onvermijdelijk omdat het essentieel is voor de financiële continuïteit, het nemen van juiste besluiten en het voorkomen van budgetoverschrijding.
Daarbij wordt ook meegenomen of het mogelijk is de P&C documenten te visualiseren via dashboards en infographics. Voor bovenstaande projecten zijn budgetten van €250.000 eenmalig en €110.000 exploitatiekosten benodigd, waarbij het aandeel voor Noardeast-Fryslân 73,48% van dit bedrag is. Daarnaast is er nog het project Wet open overheid die in 2022 uitgevoerd zal worden. Dit betreft een wettelijke verplichting. Dit is een traject dat meerdere jaren zal duren omdat de eisen voor openheid in de loop van de tijd stijgen. In de Meicirculaire 2021 is hiervoor geld beschikbaar gesteld en gereserveerd voor dit doel. Deze middelen zullen dan ook aangewend worden voor de uitvoering van deze wet. Naast incidentele projecten stijgen de exploitatiekosten voor het SSC met ruim 8%. Dit heeft met name te maken met het al voorziene grootschalig inzetten van MS Teams in de nieuwe Digitale werkomgeving. Daarnaast is er vooral sprake van kostenindexaties en licentiestijgingen.
15
Bijlagen
16
Bijlage 1 - Technische uitgangspunten en begrotingsparameters Technische uitgangspunten De algemene technische uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022 zijn: • • • • • • • •
De raming van lasten en baten van bestaand beleid vindt plaats op basis van analyses en niet uitsluitend op basis van inflatie indexering. De raming van gemeentelijke bijdragen aan externe instanties (zoals de GR NEF) vindt plaats op basis van de meest recente begrotingen van deze partijen. Voor de meerjarenbegroting wordt geraamd op basis van constante prijzen. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten en incidentele baten zijn voornamelijk dekkingsmiddel voor incidentele lasten. De algemene reserves en de weerstandscapaciteit voldoen aan normen die zijn gebaseerd op een risicoanalyse (op te nemen in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen). De financierings- en schuldpositie en het kasstroomsaldo voldoen aan de normen van de Economische Monetaire Unie (EMU) en de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën). Door middel van de in de begroting opgenomen onderhoudsplannen wordt te allen tijde ruimte gelaten voor onderhoud van kapitaalgoederen in overeenstemming met de door de raad vastgelegde kwaliteitsniveaus. Vrijvallende kapitaallasten van vervangingsinvesteringen met betrekking tot de bedrijfsvoering blijven beschikbaar voor noodzakelijke vervangingen in de bedrijfsvoering.
Technische begrotingsparameters Bij het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de volgende parameters. Begrotingsparameter Prijseffect bij interne budgetten (m.b.t. de leveringen binnen de gemeente)
Prijseffect bij externe budgetten (uitgaven) Rente % (voor interne verrekeningen: kosten kort geld, rekenrente reserves, kapitaallasten) Cao-loonstijgingspercentage (betreft stijging bovenop periodieke loonstijging)
Aan te houden waarde Geen vaste aanpassingen, maximaal volgens de prognose van de HCPI (geharmoniseerde consumentenprijsindex) 2022 van het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2021: 1,4%. Geen vaste indexering, eveneens maximaal volgens CPB-prognose van de HCPI 2020: 1,4%. Uitgegaan wordt van het volgens BBV-bepalingen berekende omslagpercentage. Voor 2021 is deze vastgesteld op 1,9% Loonvoet sector overheid op basis van CBP CEP raming maart 2020: 1,5%.
Meicirculaire De meicirculaire 2021 informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen – inclusief die voor het sociaal domein - en de decentralisatieuitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2021 en verder. Daarnaast bevat de circulaire informatie over andere financiële onderwerpen die voor de gemeenten van belang zijn. De effecten voor iedere individuele gemeente moeten doorgerekend worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het programma Frontin PAUW. De circulaire is op 31 mei uitgekomen en de effecten zijn vertaald in het structurele financiële perspectief.
17
Bijlage 2 – Meicirculaire 2021 2022
2023
2024
91.881.410 94.436.090 2.554.680 357.000 2.197.680
89.120.425 90.839.453 1.719.028 356.000 1.363.028
89.151.956 90.351.370 1.199.414 379.000 820.414
A. Specificatie verschil: 2 Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor (o.a. afronding) 3 Accresontwikkeling in mei 2021, ujr 2022 t/m 2026 4 Nominale ontwikkeling (verleggen basisjaar) meicirculaire 2021 5 Nominale ontwikkeling vanaf 2023
-98 -342 1.025
-92 -680 1.013 -482
-87 -974 1.013 -772
6 Ontwikkeling uitkeringsbasis 7 Hoeveelheidsverschillen
1.074 600
1.109 568
1.109 608
Taakmutaties 12 Ketensystemen Jeugd 13 Rijksvaccinatieprogramma meningokokken 15 Handhaving energielabel C kantoren 16 Handelsregister 17 Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening 18 Verrekening Voogdij 18+ 19 Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg 20 Kinderopvang toezicht en handhaving 21 Wet Open Overheid (structureel) 22 Wet Open Overheid (incidenteel)
-1 11 4 -2 18 -25 12 1 56 67
-1 11 4
11 4
18 -25 12 1 70 67
18 -25 12 1 85 67
24 Inburgering (IU) 25 Armoedebestrijding kinderen (DU)
28 3
15 3
10 3
26 WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022
212
210
210
37 Participatie (IU) 38 Voogdij/18+ (IU)
234 -322
219 -322
227 -322
2.555
1.718
1.198
56 67
70 67
85 67
234
219
227
357
356
379
uitkomst t/m decembercirculaire 2020 uitkomst t/m meicirculaire 2021 effect op begroting (+ = voordeel en een - = nadeel) Totaal te reserveren / oormerken gelden Resultaat t/m meicirculaire 2021, incl. reserveringen
Totaal verschil (A) B. Te reserveren / oormerken gelden: 21 Wet Open Overheid (structureel) 22 Wet Open Overheid (incidenteel) 37 Participatie (IU) Totaal te reserveren / oormerken gelden (B)
18
Toelichting op effecten meicirculaire 2021 2. 3. 4. 5.
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor (o.a. afronding) Accresontwikkeling in mei 2021 voor de jaren 2022 t/m 2026 Nominale ontwikkeling (verleggen basisjaar) meicirculaire 2021 Nominale ontwikkeling vanaf 2023
De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’ wordt het accres genoemd. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020 ter waarde van respectievelijk € 1.240 en € 1.030 miljoen. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de corona-pandemie. Er vindt dus geen afrekening plaats. Anders dan in de septembercirculaire 2020 zijn deze keer de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. De bedragen zijn structureel en cumuleren. In alle jaren zijn de lagere accressen volgens de circulaire het gevolg van lagere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2023 is het accres neerwaartse bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten. 6. Ontwikkeling uitkeringsbasis 7. Hoeveelheidsverschillen Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis praten we over de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt, dan zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt vaak gekozen voor een eenvoudiger oplossing, in casu, de daling van de uitkeringsfactor.
In de meicirculaire zijn de nieuwe ramingen verwerkt van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis door actualisatie van de raming van de volumina van de verdeelmaatstaven. Omdat het totaal landelijk te verdelen bedrag gelijk blijft, zal bij een stijging van de aantallen de uitkeringsfactor dalen. Recentelijk zijn voor de maatstaf medicijngebruik de definitieve cijfers 2019 door Vektis geleverd. Hierdoor is de definitie van deze maatstaf gewijzigd, waardoor er structureel meer geld wordt ontvangen voor deze maatstaf. Taakmutaties 12. Ketensystemen Jeugd In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen GCOS, CORV en IFM/LIJ). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen bedraagt € 0,95 miljoen. Voor de jaren 2018 tot en met 2020 was de extra bijdrage € 0,47 miljoen. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten vanaf 2021 € 0,34 miljoen meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen, om zo uitvoering te kunnen geven aan wettelijke taken zoals uitvoering van de Jeugdwet. 13. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken 14.
Rijksvaccinatieprogramma informed consent Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024. Daarnaast is in 2021 eenmalig € 0,68 miljoen toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM. Er is € 0,48 miljoen beschikbaar voor ICT-aanpassingen in de softwarepakketten van de betrokken ICT leveranciers en € 0,2 miljoen voor lokale aanpassingen, bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en uitnodigingen, en instructies voor de uitvraag van informed consent bij consultaties bij de JGZ instellingen. 19
15. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Sira Consulting heeft de handhavingslasten in de periode 2020-2030 voor gemeenten berekend in het onderzoek ‘Actualisatie handhavingslasten verplicht energielabel C voor kantoren’ (april 2020). Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor de periode 2021 tot en met 2025 om € 1,72 miljoen per jaar en voor de periode 2026 tot en met 2029 om € 0,38 miljoen per jaar. Naar verwachting is handhaving na 2029 niet meer aan de orde omdat de kantoren dan voldoen aan de energieprestatie -eisen. 16. Handelsregister De Kamer van Koophandel beheert in opdracht van het ministerie van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer ook in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister.
Sinds 1 januari 2014 is er sprake van inputfinanciering voor het overheidsgebruik van het Handelsregister waarbij gemeenten jaarlijks bijdragen in de kosten. De bijdragen ter hoogte van € 0,81 miljoen voor 2021 en 2022 zijn in deze circulaire verwerkt. 17. Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving. In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. 18. Verrekening Voogdij 18+ Door het gebruik van actuele gegevens neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met structureel € 22 miljoen toe. Deze toename kan deels worden gedekt met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan deze integratie. Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp. 19. Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’.
Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. 20. Kinderopvang toezicht en handhaving Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 0,55 miljoen ter beschikking via de algemene uitkering. De toevoeging komt in de plaats van een subsidie die de VNG tot en met 31 december 2021 vanuit het Rijk ontving en waarmee zij gemeenten ondersteunde via training, kennisontwikkeling, beleidsadvisering en innovatie op het terrein van handhaving kinderopvang. 21. Wet Open Overheid (structureel) 22. Wet Open Overheid (incidenteel) Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Wet Open Overheid (WOO). Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 20
zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen, voor de periode 2022 tot en met 2026 een bedrag van € 25 miljoen per jaar, zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen, € 21 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42 miljoen vanaf 2026, zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. 24. Inburgering (IU) Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 16,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep.
Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel. De bedragen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. 25. Armoedebestrijding kinderen (DU) In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2022 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2018. 26. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022 De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZ-tijdvakken. Op 1 januari 2022 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2021. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken.
De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). 37. Participatie (IU) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 39,78 miljoen in 2021, aflopend naar € 34,52 miljoen structureel). De onderverdeling van de loon- en prijsbijstelling naar de drie onderdelen binnen de integratieuitkering en de bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 38. Voogdij/18+ (IU) De IU Voogdij/18+ neemt vanaf 2022 toe met € 22 miljoen door het gebruik van meer actuele gegevens van zorggebruik voor jongeren.
21