Kadernota Visie Sociaal Domein
Tekst van het document
Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 24/02/2023 13:50:11 CET ID: 3e8e6f60-d92a-47dd-854c-6dda186e7e91 Auth: Scribble
Inhoudsopgave Blok 1: Inleiding.............................................................................................................................................................3 Waarom dit visiedocument .....................................................................................................................................3 Beeld van de regio ...................................................................................................................................................4 Uitleg veel voorkomende begrippen.......................................................................................................................4 Blok 2: Terugblik ...........................................................................................................................................................6 Speerpunt 1: Alle inwoners staan centraal .............................................................................................................7 Speerpunt 2: Iedereen kan meedoen......................................................................................................................7 Speerpunt 3: Preventie aan de voorkant en dichter bij de burger.........................................................................8 Speerpunt 4: Eigen kracht is de
basis......................................................................................................................9 Speerpunt 5: We zorgen voor mensen in kwetsbare situaties.............................................................................10 Speerpunt 6: Integrale benadering; één gezin/cliënt, één aanpak, één regisseur en (waar mogelijk), één budget. ...................................................................................................................................................................11 Speerpunt 7: Gemeente voert regie en stuurt op resultaten...............................................................................12 Conclusie over de speerpunten.............................................................................................................................13 Maatschappelijke opgaven 2022...........................................................................................................................13 Blok 3: Aangescherpte visie........................................................................................................................................17 Ambitie...................................................................................................................................................................17 Dezelfde uitgangspunten en drie speerpunten
....................................................................................................18 Hoe gaan we dit bereiken?....................................................................................................................................19 Nawoord.................................................................................................................................................................21 Bijlage 1. Relevante initiatieven .................................................................................................................................22
2
Blok 1: Inleiding Waarom dit visiedocument In 2015 heeft de decentralisatie plaatsgevonden van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet. Met de decentralisatie zijn extra wettelijke taken onder de verantwoordelijk gekomen van de gemeenten. Dit zijn onder andere de transitie van de jeugdzorg, de begeleiding van mensen met een (arbeids)beperking en de verantwoordelijkheid van beschermd wonen. Deze taken komen naast al bestaande taken binnen de Wmo en bijstandsverlening (voormalige Wet werk en bijstand). Dit betekent dat de gemeente o.a. de plicht heeft om kinderen, gezinnen, jongeren, volwassenen en ouderen die zich niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen redden, ondersteuning biedt. Deze ondersteuning bestaat o.a. gezinsbegeleiding en jeugdhulp, begeleiding, dagbesteding en het bieden van mantelzorgondersteuning. In 2014 zijn de gemeenten binnen de Regio Noordoost-Friesland1 gezamenlijk gestart met de voorbereidingen op deze decentralisatie. Hiervoor is de kadernota “samen leven, zorg voor elkaar” geschreven met daarin een visie, ambities en doelstellingen voor het sociaal domein. Het sociaal domein omvat de ondersteuning vanuit deze drie wetten, maar omvat ook het welzijnswerk, het gezondheidsbeleid, vrijwilligerswerk, armoedebestrijding e.d. Zie hieronder een afbeelding met een schets van het sociaal domein.
1 Bestaande uit de gemeenten Noardeast-Fryslân, Dantumadiel, Ameland en Schiermonnikoog.
3
We zijn inmiddels 7 jaar verder en is het tijd om onze visie op het sociaal domein te heroverwegen. We kijken hiervoor eerst terug. “Wat is er bereikt op de gestelde doelen?”, “Welke lessen hebben we geleerd?” en “Wat betekent dit voor onze richting voor de komende jaren”. Het is belangrijk om te vermelden dat dit visiedocument wederom gezamenlijk met de gemeenten in de Regio NoordoostFriesland is opgesteld. De ervaringen en resultaten komen voor deze gemeenten grotendeels overeen, maar kent op onderdelen ook verschillen. Met name tussen de gemeenten van het vasteland en de eilanden. Daar waar dit aan de orde is wordt dit in deze visie beschreven. Hieronder is eerst een beschrijving van de Regio Noordoost-Friesland opgenomen en schetsen we een beeld van de inwoners en de algemene ambities. Beeld van de regio Noardeast-Fryslân, Dantumadiel, Ameland en Schiermonnikoog zijn gemeenten in het Noordoosten van de provincie Friesland. De inwoners van deze regio zijn nuchter, ondernemend, en actief in het verenigingsleven. De gemeenschapszin (Mienskip) is volop in beweging en elkaar een handje helpen als dit nodig is, is heel gewoon. Friezen staan bovenaan de lijst van gelukkigste mensen van Nederland en ervaren hun gezondheid als positief1, ondanks de cijfers zoals relatief lage sociaaleconomische status (SES), lager opleidingsniveau en hoge vergrijzing.
Deze factoren lijken normaliter te drukken op het gevoel van geluk, maar het gemeenschapsgevoel “Mienskip” is hoger dan in de rest van Nederland. Ook is Friesland de minst bebouwde provincie van Nederland en is er dus meer groen. Dit draagt volgens het Fries Sociaal Planbureau positief bij aan het geluksgevoel, het ‘welzijn’ van de Friezen. Dit geeft een positief beeld van de inwoners in onze regio, maar net als vele andere gemeenten staat de Regio Noordoost-Friesland voor grote uitdagingen. De vergrijzing neemt toe en tegelijkertijd is de verwachting dat steeds meer jongeren wegtrekken uit de regio. Hierdoor zal de druk op de zorg verder toenemen. De regio wil een vitale en gezonde samenleving zijn, waarin alle inwoners mee kunnen doen. Vitaal, gezond, ondernemend, aantrekkelijk en duurzaam zijn een aantal kernwoorden die belangrijk zijn. De inwoner staat centraal en zij worden gestimuleerd om een actieve levensstijl te hebben of te houden, zowel fysiek als sociaal. Uitleg veel voorkomende begrippen Binnen het beleidsveld van het sociaal domein worden veel begrippen gebruikt. Hieronder is een uitleg gegeven op de begrippen die in deze notitie naar voren komen. Het sociaal domein Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet.
Samen met de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) vormen deze wetten de basis van het sociaal domein. Wanneer we het hebben over het sociaal domein dan gaat het over alles wat gemeenten doen op het gebied van werk, 4
participatie, zelfredzaamheid, zorg en jeugd. Het sociaal domein gaat daarom niet alleen over zaken zoals hulp in het huishouden en dagbesteding, maar ook over een groot aantal (aanverwante) taken. Bijvoorbeeld de handhaving van de leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, leerlingenvervoer, schuldhulpverlening, reguliere, bijzondere bijstand en het inzetten van voorliggende voorzieningen. Integraal Een woord wat veel gebruikt wordt binnen het sociaal domein is ‘integraal’. Hiermee bedoelen we samenhangend beleid of een samenhangende aanpak. Niet vanuit één wet of één leefgebied. Maar alle van toepassing zijnde wetten of leefgebieden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners wanneer zij dit (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen. Het komt vaak voor dat inwoners ondersteuning nodig hebben op verschillende gebieden en dat er raakvlakken zijn tussen verschillende wetten. Een goed voorbeeld zijn jongeren die naar werk begeleid worden, waarbij een samenwerking tussen de Jeugdwet en Participatiewet noodzakelijk is. Het liefst zouden gemeenten integraal werken waarin de hokjes van de verschillende wetten los worden gelaten en er voor elke inwoner een passend aanbod gerealiseerd kan worden. Maatwerk en maatwerkvoorzieningen Binnen het sociaal domein wordt er vaak gesproken over maatwerk en maatwerk voorzieningen.
Dit zijn verschillende dingen en het is belangrijk om het verschik hiertussen te weten. Onder maatwerk verstaan we de mate waarin de ondersteuning die een inwoner krijgt, past bij de behoefte. De vraag van de inwoner staat centraal en er wordt individueel gekeken welke oplossing passend is. Een maatwerkvoorziening is een professionele voorziening waarvoor een indicatie (verwijzing) vanuit de gemeente noodzakelijk is, eigenlijk het ‘palet’ van producten (huishoudelijke hulp, dagbesteding etc.). Gemeenten kunnen maatwerk bieden zonder gelijk een maatwerkvoorziening in te zetten. Een inwoner die zich eenzaam voelt en behoefte heeft aan sociaal contact kan misschien prima terecht in het lokale dorpshuis waar diverse activiteiten worden aangeboden, in plaats van een professionele dagbesteding. Zo is er wel sprake van maatwerk, maar geen maatwerkvoorziening. Voorliggende voorzieningen Binnen de gemeente zijn er veel faciliteiten waar inwoners gebruik van kunnen maken. Voorliggende voorzieningen zijn voor alle inwoners vrij toegankelijk, je hebt geen indicatie (verwijzing) van de gemeente nodig. Dit kunnen door de gemeente gefinancierde voorzieningen zijn zoals welzijnsorganisaties, dagbestedingslocaties, inloop voorzieningen en de bibliotheek, maar ook vrijwilligers(organisaties) of bijvoorbeeld zorg van een fysiotherapeut.
Voorliggende voorzieningen hebben een preventieve werking: het voorkomt instroom tot maatwerkvoorzieningen. 0e, 1e en 2e lijn Soms wordt er binnen het sociaal domein gesproken van de 0e, 1e en 2e lijnszorg. De nulde lijn is de basis, ook wel de ‘eigen kracht’ van inwoners. Het voorkomen van zorg (preventie) is een belangrijk kenmerk van de 0e lijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om dorpshuizen die lokaal een belangrijke sociale functie vervullen. De eerste lijn gaat over laagdrempelige ondersteuning. Deze ondersteuning is voor iedereen toegankelijk en is professioneel of door vrijwilligers georganiseerd. Bijvoorbeeld huisartsen, tandartsen, welzijnswerkers en kinderopvang. De tweede lijn is professionele ondersteuning, vaak in
5
een maatwerkvoorziening. Er is dan een indicatie (verwijzing) van de gemeente nodig om toegang te krijgen tot deze vorm van ondersteuning.
Blok 2: Terugblik De kadernota “samen leven, zorg voor elkaar- 2014” is gebaseerd op de visie van de Regio NoordoostFriesland en op de vier richtinggevende uitgangspunten die de regio daarbij hanteert. Deze uitgangspunten zijn: 1. 2. 3. 4.
Ontzorgen, ondersteunen en versterken eigen kracht Ondersteuning in de buurt Eén huishouden, één plan en één regisseur Gebiedsgerichte sturing
Vervolgens zijn er zeven speerpunten (zie het kader hieronder) geformuleerd om aan deze uitgangspunten te werken. Per speerpunt wordt hieronder toegelicht wat op dit speerpunt is bereikt en wat niet en welke lessen we uit de afgelopen periode kunnen trekken. De lessen komen voort uit een interne globale evaluatie van de speerpunten en de ervaringen uit de praktijk (zowel uit de interne organisatie als externe partners) liggen hieraan ten grondslag. Elk speerpunt wordt op basis van stoplichtbalk inzichtelijk gemaakt wat de stand van zaken is op dit speerpunt. Hierbij staat rood voor onvoldoende resultaten bereikt, groen voor voldoende resultaten bereikt en oranje staat voor wel op de goede weg, maar we zijn er nog niet.
De 7 speerpunten 1. Alle inwoners staan centraal. 2. Iedereen kan meedoen. 3. Preventie aan de voorkant en dichtbij de burger. 4. Eigen kracht is de basis. 5. We zorgen voor mensen in kwetsbare situaties. 6. Integrale benadering: één gezin/cliënt, één aanpak, één regisseur en (waar mogelijk), één budget. 7. Gemeente voert regie en stuurt op resultaten.
6
Speerpunt 1: Alle inwoners staan centraal De vraag van de inwoner staat centraal. De vragen van inwoners hebben vaak betrekking op verschillende aspecten van het leven, waardoor de hulpvraag door de verschillende wetten (Wmo, Participatiewet en de Jeugdwet) heen kan lopen. Bij de intake van inwoners is integraal gewerkt, om dwars door de wetten heen tot een compleet ondersteuningsplan te komen. Hierbij gaat het niet alleen om maatwerkvoorzieningen, maar ook om de samenwerking met het voorliggend veld. In het gebiedsteam, op Schiermonnikoog ‘Team Zorg en Welzijn’ genoemd, is nadrukkelijk de verbinding en samenwerking gezocht met andere professionals, waaronder scholen, thuiszorg, huisartsen, GGD, jobcoaches, schuldhulpverlening etc. Deze professionals hebben niet alleen een signalerende functie, maar spelen ook een belangrijke rol in het lokaal en laagdrempelig organiseren van de ondersteuning. Inmiddels zijn er zowel voorliggend als in maatwerk voldoende producten om inwoners met een hulpvraag te ondersteunen. De vraag van de inwoner is zoveel mogelijk binnen het eigen sociale netwerk opgelost en waar nodig is hulp vanuit de eerste en tweede lijn georganiseerd. Lessen Een verbeterpunt is het reduceren van de bureaucratie. De tijd van het aanvragen tot het beschikbaar stellen van ondersteuning moet verkort worden en de aanvraagprocedure kan eenvoudiger.
Een ander verbeterpunt is dat er een groter beroep gedaan moet worden op de zelfredzaamheid van inwoners. Inwoners verbinden met de juiste voorliggende voorzieningen, zodat de vragen laagdrempelig en lokaal opgelost worden zonder dat het een maatwerkvoorziening vereist. Dit brengt met zich mee dat we moeten blijven investeren in deze voorliggende voorzieningen. Gemeenten hebben ingezet op het betrekken van ervaringsdeskundige inwoners bij onder andere het opstellen van nieuw armoede- en schuldenbeleid. Door inwoners te betrekken weten we beter wat ze nodig hebben. Daardoor kunnen we beleid maken dat past bij hun wensen. Een ander voordeel is dat inwoners meer betrokken raken bij het beleid. We maken de afstand tussen de gemeente en inwoners daardoor kleiner.
Tussen geel en groen
Speerpunt 2: Iedereen kan meedoen. Het is belangrijk dat alle inwoners mee kunnen doen. Veel inwoners lukt dit zelf, vanuit hun eigen sociale netwerk. Voor de inwoners die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben zijn er voorliggende voorzieningen en maatwerkproducten zoals hulp in het huishouden, begeleiding, vervoers- en woonvoorzieningen, jeugdhulp en begeleiding naar werk. Voor de regio is inclusie een doorlopende opgave. Gemeenten hebben niet alle inwoners met een ondersteuningsbehoefte in beeld, waardoor er in sommige gevallen te laat ondersteuning geboden wordt en problematiek soms onnodig escaleert. Deze ondersteuning hoeft niet een maatwerkvoorziening te zijn, maar het kan ook zijn dat een inwoner wordt geattendeerd op voorliggende voorzieningen (Homestart, buurtkamers, inloopvoorzieningen, ontmoetingsplek, verenigingsleven etc.). Zo heeft de gemeente een faciliterende en preventieve rol.
7
Lessen Er wordt veel gedaan om ervoor te zorgen dat alle inwoners mee kunnen doen. Echter, wanneer we kijken naar opgaven zoals eenzaamheid2, somberheid of mensen met een beperking die belemmeringen ervaren in het meedoen aan activiteiten dan zien we hier nog een uitdaging voor de toekomst. Om de aankomende jaren verder aan dit speerpunt te werken, is het proces gestart om te komen tot een inclusieagenda. De aanpak om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen is wel succesvol. Ook onderzoeken we hoe we financiële drempels kunnen wegnemen voor inwoners met een smalle beurs. Absoluut en relatief gezien kent de gemeente Ameland de minste uitkeringsgerechtigden en ook het leer-werkbedrijf Dokwurk is succesvol. Dit wordt de komende jaren voortgezet. groen
Speerpunt 3: Preventie aan de voorkant en dichter bij de burger. Alle gemeenten willen inwoners het liefst laagdrempelig, voorliggende voorzieningen aanbieden zodat de noodzaak van zwaardere ondersteuning wordt voorkomen. Een goede ontwikkeling is het realiseren van de diverse plekken (zoals dorpshuizen, buurtkamers) en voorliggende voorzieningen, gericht op ontmoeting en activering. Er wordt gestreefd naar een goede spreiding in de Regio, zodat het voor alle inwoners toegankelijk is. Zowel op de eilanden als het vasteland wordt er gewerkt met een Gebiedsteam, waarbij integraal vragen om hulp/ondersteuning van inwoners op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, ontwikkeling, opgroeien en opvoeden, werk en inkomen het uitgangspunt is. Dit gebeurt in nauw contact met professionals, om zo vroegtijdig te signaleren en preventief te werken. Het contact tussen inwoners en het Gebiedsteam wordt zo laagdrempelig mogelijk gemaakt. Door de kleinschaligheid van de eilanden is dit in de praktijk beter te realiseren dan aan de wal. Lessen Er is een goed aanbod aan faciliteiten waar inwoners gebruik van kunnen maken, maar de bekendheid van deze voorzieningen blijft een uitdaging. Hier ligt ook een rol voor de gemeentelijke toegang, om inwoners te attenderen op- en te verbinden met de voorliggende voorzieningen.
Wanneer inwoners zo de route richting bijvoorbeeld de dorpshuizen beter weten te vinden, kan de inzet van professionele ondersteuning (bijvoorbeeld dagbesteding) worden beperkt. Het streven is om beter integraal te werken met afstemming tussen informeel (vrijwilligers) en formeel (professionals). Bijvoorbeeld door de inzet van POH-ers Jeugd (Praktijkondersteuners bij de huisartsen). Zij zijn in staat om lichte ondersteuningsvragen zelf op te lossen en voorkomen daarmee een doorverwijzing van de huisarts naar een maatwerkvoorzieningen. Dit gaat bijvoorbeeld over jongeren met angstgevoelens, eenzaamheid of stressklachten of ouders met vragen over opvoeding, gedrag of zorgen in de ontwikkeling van het kind. Uiteraard kan de POH-er Jeugd (indien nodig) doorverwijzen naar een maatwerkvoorziening of naar een algemene voorziening. Dit maakt de POH-ers Jeugd daarom belangrijke partners voor gemeenten in het integraal en preventief werken. 2 In 2020 geeft gemiddeld 46,6% van de bevolking van 18 jaar en ouder in Nederland aan eenzaam te zijn. Eenzaamheid is vastgesteld met de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld. Op de Friese Waddeneilanden (Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog) is dit percentage 37%, in Dantumadiel 39% en Noardeast-Fryslân 41%. Hierbij wordt wel opgemerkt dat de COVID-19 pandemie mogelijk de resultaten heeft beïnvloed.
8
Een ander verbeterpunt is het ontwikkelen van een ondersteuningsstructuur in het onderwijs voor jongeren die normaal gesproken een beroep doen op de jeugdhulp. Dit vereist normaliseren, cultuurverandering en een intensieve samenwerking tussen gemeenten en scholen. Normaliseren betekent in dit geval dat we in eerste instantie de verantwoordelijkheid neerleggen daar waar het hoort, namelijk bij de ouders. Alle jongeren krijgen te maken met veranderingen en gaan door fasen. Meestal zonder problemen, soms ook met. Als gemeente willen we hier niet te snel een etiket op plakken en er professionele zorg op inzetten. Niet alle kinderen die hulp nodig hebben vallen direct onder de jeugdhulp. Ook scholen en ouders hebben hierin een verantwoordelijkheid. Ouders die vastlopen en ondersteuning nodig hebben bieden we handvatten hoe zij om kunnen gaan met de problematiek. Gemeenten hebben goede afspraken gemaakt met woningcorporaties (op Ameland het gemeentelijk woningbedrijf), wat ervoor heeft gezorgd dat huurachterstanden eerder worden gesignaleerd en het aantal uithuisplaatsingen is gedaald. Sinds 1 januari 2021 is vroegsignalering van schulden een wettelijke taak geworden van gemeenten en is dit uitgebreid met meerdere signaalpartners. Vroegsignalering komt na preventie, maar zorgt er wel voor dat schulden niet verder kunnen oplopen.
Hierdoor kunnen inwoners mogelijk nog op eigen kracht schuldenproblematiek oplossen, waardoor geen intensief schuldentraject nodig is. Ook blijkt dat de inzet van De VoorzieningenWijzer een besparing kan opleveren in het budget. Door een lastenverlichting binnen de vaste lasten kunnen latere betalingsproblemen worden voorkomen. Tot slot is een betere afstemming en samenwerking tussen het Zorgkantoor, Zorgverzekeraar en gemeenten t.b.v. kwetsbare inwoners noodzakelijk. Dit gebeurt onvoldoende, terwijl hier grote winst behaald kan worden. De bekostiging wordt nu vanuit drie verschillende financieringen gedaan, namelijk vanuit de Wlz, Wmo en de Zvw3. Gezamenlijk inkopen en financieren levert kwalitatieve winst op, maar ook minder kosten. Daarnaast wordt het voor inwoners overzichtelijker.
geel
Speerpunt 4: Eigen kracht is de basis. Veel inwoners kunnen zich vanuit de eigen kracht prima redden. Maar voor inwoners met (tijdelijke) ondersteuningsvragen is er hulp beschikbaar. Elke situatie is anders. Daarom wordt er steeds gekeken wat de inwoner nodig heeft en wat hij of zij zelf nog kan. Voorheen werd er bij het binnenkomen van de ondersteuningsvraag sneller professionele ondersteuning ingezet. Het beroep doen op de eigen kracht, in plaats van ‘het recht hebben op’ een maatwerkvoorziening is een transformatie die zowel bij de gemeente als de inwoners om een cultuurverandering vraagt. De afgelopen jaren is hier voortgang geboekt, vooral door de vraag achter de vraag en de context te verduidelijken. Zo wordt het mogelijk om samen met de inwoner te kijken wat de inwoner zelf met behulp van het sociaal netwerk en de eerste lijn (inclusief vrijwilligers) kan organiseren en wat er eventueel (tijdelijk) nodig is aan 3 Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Zorgverzekeringswet (Zvw).
9
professionele, tweedelijns ondersteuning. Hierbij ligt de regie bij de inwoner en dit gaat steeds beter. Het doel van de gemeente is om het gebruik van professionele en dure maatwerkvoorzieningen zo lang mogelijk uit te stellen. Dit is de enige manier om de oplopende kosten in het sociaal domein het hoofd te bieden. Lessen Het sturen op de eigen kracht en zelfredzaamheid blijft een uitdaging. Er zijn veel voorliggende voorzieningen georganiseerd en inwoners moeten gestimuleerd worden om hier (meer) gebruik van te maken. Zo kunnen individuele ondersteuningsvragen preventief en vanuit de eigen kracht opgelost worden. Er ligt ook een uitdaging bij de gemeente om inwoners respectvol te confronteren met de eigen mogelijkheden. Hoe is de situatie? Wat kan met hulp van het eigen sociale netwerk en lokale voorzieningen worden opgelost en wanneer is professionele ondersteuning noodzakelijk? Hier zien we wel een lokale nuance. Op de eilanden wordt er samen met de inwoner beter gekeken naar wat een inwoner zelf nog kan doen. In de andere gemeenten is dit lastiger, daar wordt men vaker geconfronteerd met inwoners die vinden dat ze recht hebben op ondersteuning. Het is daarom belangrijk om te investeren in “tools” en vaardigheden voor de gebiedsteam medewerkers die de inwoners spreken, zodat zij op een juiste manier met dit claimgedrag om kunnen gaan.
Naast investering in het eigen personeel vraag het ook om communicatie richting inwoners.
Vasteland oranje/ eilanden lichtgroen Een voorbeeld van de eigen kracht uit de Regio. Een Inwoner kwam met een huishoudelijke ondersteuningsvraag bij de gemeente want mevrouw kan in haar huis boven niet meer stofzuigen. Tijdens het keukentafelgesprek werd duidelijk dat mevrouw geen problemen had met het stofzuigen zelf, maar dat ze de stofzuiger de trap niet op- en af kon tillen. Door boven een lichte stofzuiger neer te zetten is mevrouw geholpen en is de ondersteuningsvraag binnen de eigen kracht opgelost. Een maatwerkvoorziening was niet nodig.
Speerpunt 5: We zorgen voor mensen in kwetsbare situaties. Iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving en gemeenten hebben de taak om te zorgen voor mensen in kwetsbare situaties. In de praktijk blijkt dat inwoners in kwetsbare situaties niet altijd geholpen kunnen worden. Enerzijds zijn deze inwoners onvoldoende in beeld, omdat er geen signaal of vraag vanuit de inwoner of vanuit zijn/haar netwerk komt. Anderzijds kan het zijn dat de inwoner, nadat er een signaal binnen is gekomen, de zorg weigert. Welzijnswerk, buurtsportcoaches, dorpshuizen, verenigingen, kerken, scholen, jeugdhulp en andere organisaties hebben een belangrijke signalerende functie waar preventief gewerkt wordt. Hier kan op een laagdrempelige manier ondersteuning geboden worden en in het geval van zorgmijders neemt dit naar verwachting drempels weg. Lessen In de basis kan gezegd worden dat dit speerpunt goed gaat: als er echt iets aan de hand is dan wordt er hulp geboden en worden alle partijen ingeschakeld die betrokken moeten worden. Hier zijn we als gemeenten goed in en we moeten ervoor zorgen dat we dit goed kunnen blijven doen. Richting de
10
toekomst ligt er ook een uitdaging met betrekking tot de groter wordende groep ouderen. De zorg en woonvraag van deze inwoners zal toenemen, waardoor er voor gemeenten een opgave ligt om deze kwetsbare inwoners te ondersteunen. We merken dat de zorgvraag van inwoners steeds intensiever en complexer wordt en de capaciteit om dit te kunnen verlenen is zorgelijk. Het is daarom een nadrukkelijke wens om de samenwerking tussen de gemeente en bovengenoemde organisaties zoals het sociaal werk, dorpshuizen en kerken nader te structureren om het vangnet voor (kwetsbare) inwoners te versterken. Een verbeterpunt is het in beeld krijgen (en houden) van kwetsbare inwoners en het gestructureerd aanpakken van de zorgmijders. Op dit moment worden gesprekken ad hoc gevoerd wanneer de situatie zich voordoet, maar het is onvoldoende gestructureerd. Daarnaast vinden de gemeenten dat inwoners de keuze mogen hebben om in grote mate zelf te bepalen of ondersteuning nodig is, tenzij het een gevaar vormt voor zichzelf of anderen in de samenleving. Dit is vanzelfsprekend een grijs gebied, want wat voor de een schoon huis is, vindt de ander onleefbaar.
groen
Speerpunt 6: Integrale benadering; één gezin/cliënt, één aanpak, één regisseur en (waar mogelijk), één budget. Vraagstukken van inwoners beperken zich zelden tot één leefgebied. Vaak spelen er meerdere dingen, waardoor er verschillende vormen van ondersteuning nodig zijn. Idealiter wordt dit zo veel mogelijk in het eigen netwerk, voorliggend oplost en waar nodig is er professionele ondersteuning mogelijk. Het idee achter één gezin/cliënt, één aanpak, één regisseur (en waar mogelijk) één budget is om zo veel mogelijk integraal en ontschot te werken, zodat de ondersteuning voor de inwoner zo goed mogelijk georganiseerd wordt. Lessen In de praktijk blijkt dat er regelmatig sprake is van ‘parallelle ondersteuningstrajecten’ in één huishouden, elk met een eigen regisseur. Per casus vindt er onderling wel afstemming plaats, maar in de toekomst kan dit gestructureerder. Zo kan er efficiënter worden gewerkt en is het voor inwoners duidelijk wie de regisseur is. De wens om vanuit één budget te werken blijkt in de praktijk nog niet haalbaar. Wel is het mogelijk af en toe afstemming tussen de inzet van verschillende financieringsstromen te realiseren (bijvoorbeeld bij arrangementen tussen zorgstructuur school en Jeugdhulp). Voor de ‘vasteland gemeenten’ Noardeast-Fryslân en Dantumadiel behoeft dit onderdeel nadrukkelijk verbetering.
Daarvoor is dan ook het verbeterprogramma gestart (voorheen ‘Project Wending’). Mede door de kleinere schaal is het werken met één plan en één regisseur voor de eilandgemeenten beter te organiseren. Integraal werken gaat op de eilanden dan ook beter dan op het vasteland. De wil om dwars door de verschillende wetten (Jeugdwet, Participatiewet en Wmo) heen te werken is er wel, maar in de realiteit is dit lastiger. Het vraagt om een andere werkwijze en organisatie binnen de gemeenten. Zaken zoals de AVG, functiebeschrijvingen, verschillende financieringsstromen, taken, rollen en verantwoordelijkheden zitten integraal en ontschot werken op dit moment in de weg.
11
groen / geel vasteland Eiland groen (1 tandje meer dan de vaste wal) Speerpunt 7: Gemeente voert regie en stuurt op resultaten. De manier waarop gemeenten invulling geven aan de regierol verschilt binnen de Regio Noordoost Friesland. Gemeenten maken hun eigen keuzes of ze op bepaalde (beleid of uitvoering) terreinen een sterke regierol nastreven. Door onderdelen uit te besteden, lokaal partnerschappen of allianties aan te gaan of zelf uit te voeren. Al dan niet in opdracht van buurgemeenten. Afhankelijk van de situatie en het beleidsterrein wordt gekeken welke rol van toepassing is. We voeren als gemeente op strategisch niveau regie op die onderwerpen waar wij verantwoordelijk voor zijn. In de afgelopen jaren heeft het monitoren, data verzamelen en het duiden ervan een vlucht genomen. We zijn steeds beter in staat om (financiële) voorspellingen te doen t.b.v. de P&C cyclus van de gemeente en om inzicht te verkrijgen in de (beleidsmatige) opgaven die voor ons liggen. Door data gericht te werken, sturen we in toenemende mate op resultaten door de inzet van accountmanagers, contractbeheerders en toezichthouders. Lessen Het blijft een doorlopende opgave om op resultaten te blijven sturen en om de monitoring te verbeteren. Het data gedreven werken staat in de kinderschoenen, maar de resultaten zijn veel belovend.
Datagericht werken, monitoring en sturen op resultaten blijft daarom een belangrijk aandachtspunt. De beleidsmatige opgave is om in de toekomst meer mensen te helpen met minder hoge kosten. Dit doen we door meer in te zetten op voorliggende preventieve voorzieningen (bijvoorbeeld dorpshuizen, welzijnswerk, dagbestedingslocaties, inloopvoorzieningen, bibliotheek, inzet van POH Jeugd, preventieprogramma Zorg en Onderwijs) waar veel inwoners gebruik van kunnen maken. Een groter voorliggend en preventief aanbod faciliteert de eigen kracht van inwoners. En past bij de normaliseringsgedachte die we nastreven. De professionele inzet is alleen bedoeld voor inwoners die echt niet zonder onze hulp kunnen. Er zijn nu vele aanbieders en uitvoeringsinstellingen die vele diverse (en soms overlappende) producten aanbieden. We streven naar een manier van samenwerking waarin de netwerken op het gebied van welzijn, zorg, onderwijs en arbeidsmarkt naadloos op elkaar aansluiten. De mate waarin dit lukt verschilt tussen de eilandgemeenten en het vasteland. Op de eilanden is integraal werken eenvoudiger te realiseren en we zien dat dit goed lukt, bij de gemeenten op het vasteland is dit problematischer.
Van geel naar groen:
12
Conclusie over de speerpunten Wanneer we kijken naar de zeven speerpunten en de lessen die geleerd zijn dan vallen er een aantal zaken op die belangrijk zijn voor de herijking van de visie. We zien dat er veel voorliggende faciliteiten zijn waar inwoners gebruik van kunnen maken, maar dat dit onvoldoende wordt benut. Hier valt winst te behalen door beter te kijken welke ondersteuningsvragen laagdrempelig, zonder professionele ondersteuning opgelost kunnen worden. Zo wordt de instroom tot maatwerkvoorzieningen teruggebracht. Preventief werken (voorkomen van professionele zorg) en het benutten van de ‘eigen kracht’ komt onvoldoende van de grond. Dit vereist voor de gemeentelijke toegang een andere manier van werken. Door nog beter integraal te werken en door breder te kijken naar wat de inwoner nodig heeft. Wat kan een inwoner zelf vanuit de eigen kracht nog doen, wat kan voorliggend worden opgelost en waar is echt maatwerk voor nodig? Deze beweging is nodig om te maatschappelijke opgaven die we anno 2022 op ons af zien komen het hoofd te bieden. Toch zien we dat integraal werken op dit moment onvoldoende van de grond komt, mede door de complexiteit van de verschillende wetten, financieringsvormen, de AVG en het schakelen tussen verschillende (gebieds)teams. Op de Waddeneilanden gaat het beter dan bij de gemeenten op het vasteland, mede door de kleine(re) schaal en korte lijnen.
Integraal werken blijft daarom een uitdaging. We zien dat het begrip ‘de inwoner centraal’ een andere betekenis heeft gekregen. Daar waar de gemeenten in 2014 beschreven dat ze voor elke inwoner willen zorgen, is nu de eigen kracht en preventief werken belangrijker geworden. Pas wanneer de inwoner het zelf niet redt dan is de gemeente er om te ondersteunen. De speerpunten op het sociaal domein zoals in 2014 is beschreven is grotendeels nog steeds actueel, maar vergt op onderdelen een aanscherping van het beleid. We vinden het belangrijk om de nieuwe visie te schetsen in de context van de maatschappelijke opgaven die in 2022 (en naar verwachting ook daarna) spelen. Zo wordt duidelijk waar we als gemeenten voor aan de lat staan en wat we doen om deze opgaven het hoofd te bieden, zodat we een vitale en inclusieve samenleving worden en blijven.
Maatschappelijke opgaven 2022 Omgevingswet Eind 2022 treedt de Omgevingswet in. Deze wet verplicht gemeenten om een Omgevingsvisie op te stellen, waarbij men onder andere streeft naar een versterkte samenwerking tussen het fysiek en sociaal domein zodat de leefomgeving inwoners verleidt tot een gezondere levensstijl. Gezondheidsbeleid en het fysieke domein komen hierin samen. Dit kan gaan over de toekomstbestendige woon-werk omgeving (energietransitie, duurzaamheid) gezonde leefomgeving/gedrag, gezond en veilig opgroeien.
13
Opgave rondom ouderenzorg Uit de beschikbare data is geconcludeerd dat het aandeel ouderen binnen de gemeente verder zal stijgen (bron CBS) en dat het aandeel ouderen in de regio Noardeast-Fryslân4 hoger ligt dan het landelijk gemiddeld. De groep ouderen wordt groter en mensen leven langer, waardoor er sprake is van dubbele vergrijzing. Dit wil zeggen dat niet alleen de groep 65-plussers stijgt, maar ook het aantal 80-plussers stijgt. De ondersteuningsbehoefte van deze groep zal eerder stijgen dan afnemen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de prognose dat ook het aantal mensen dat te maken krijgt met dementie zal gaan toenemen. De verwachting is dat in de periode tot 2030, het aantal inwoners met dementie zal verdubbelen5. Uit het ‘regiobeeld’ komt goed naar voren dat Friesland voor een grote uitdaging staat met betrekking tot de vergrijzing. Vergrijzing speelt in heel Nederland een rol, maar in de regio Noordoost-Friesland gaat dit gepaard met het wegtrekken van jongeren (ontgroening). Men verwacht een toename van het aantal 75-plussers met 74% tot 2050 en een afname van het aantal 65-minners met 7%. Er zijn straks dus veel meer ouderen die zorg nodig hebben. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen dat voor hen kan zorgen af. Ook speelt de duurzame inzet hierbij een belangrijke rol.
Er zijn grote tekorten in de zorg, wat vraagt om een andere inrichting van het ondersteuningsaanbod. De gemeente wil dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit maakt dat veel van de ondersteuning ambulant, dicht bij de inwoner georganiseerd moet worden. De Friesland Zorgverzekeraar gaat samen met (vertegenwoordigers van) ouderen, aanbieders van zorg- en welzijn en dataspecialisten vanuit Data Fryslân en het Fries Sociaal Planbureau het gesprek aan over welke zorg- en ondersteuning ouderen denken nodig te hebben in 2030, tegen het licht van het aantal beschikbare zorgprofessionals, mantelzorgers en het afnemende aanbod in zorg- en verpleeghuizen. Er zal worden gesproken over kansen: Wat biedt onze gemeenschapskracht of het toepassen van technologische oplossingen? Het ouder worden gaat vaak gepaard met gebreken en problemen, zoals mobiliteitsbeperkingen, psychische problemen als angst en depressie, slaapproblemen, financiële problemen, eenzaamheid of een combinatie hiervan. Dit uit zich in problemen door een lichamelijke beperking, chronische psychische problemen, psychosociale problemen of meervoudige problematiek. De ondersteuning zal veelal gericht zijn op uitstel van een grotere afhankelijkheid van en een beroep op meer specialistische zorg- en woonvoorzieningen.
Dementie vraagt speciale aandacht, aangezien dementie bij ouderen vaak niet als zodanig wordt herkend, doordat ze gepaard gaan met lichamelijke klachten of gedefinieerd worden als lichamelijke klachten, met als gevolg dat er geen adequate behandeling plaatsvindt of verkeerde geneesmiddelen worden verstrekt. Laaggeletterdheid Moeite hebben met lezen en schrijven heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven. Laaggeletterden zijn minder zelfredzaam, minder sociaal actief en ze zijn vaker ziek dan geletterden. Laaggeletterden lopen dus het risico om buiten de samenleving te vallen. Voor een inclusieve samenleving is het belangrijk om deze inwoners te bereiken. Landelijk is ongeveer 12%6 van de inwoners laaggeletterd. In
4 Noardeast-Fryslân, Dantumadiel, Ameland en Schiermonnikoog 5 Dit constateert de Hersenstichting op basis van gegevens over hersenaandoeningen uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018
(VTV-2018) van het RIVM.
6 De geletterdheid van personen tussen de 16 en 65 jaar is vastgesteld aan de hand van hun scores (schaal 0 - 500) in het PIAAC-onderzoek.
14
de Regio Noordoost-Friesland7 is dit gemiddeld 14,5%. Uit de beschikbare data wordt onderscheid gemaakt tussen mild en sterk laaggeletterdheid. In Fryslân gaat het bij milde laaggeletterdheid vooral om autochtone werkenden (een kwart van de totale groep) én niet actieven van 50 jaar en ouder (een zesde), beide groepen met gezin. De groep sterk laaggeletterdheid bestaat in Fryslân vooral uit de groep ‘divers’ (bijna een kwart), gevolgd door migranten van 30 jaar en ouder met partner en/of gezin (een vijfde). Landelijk gezien speelt de groep ‘migranten’ een grote rol in de groep sterke laaggeletterdheid. Financiële bestaanszekerheid We zien dat steeds meer huishoudens moeite hebben om rond te komen. Dit als gevolg van stijgende energie – en voedingsprijzen. De koopkracht staat onder druk, vooral voor inwoners met een lager inkomen. Het omgaan met dagelijks financiële zorgen heeft zijn weerslag op het welbevinden en de geestelijke gezondheid. Kunnen meedoen in de samenleving betekent ook dat je daarvoor voldoende financiële middelen moet hebben. Een belangrijke opgave is om deze groep inwoners, die financieel kwetsbaar zijn, daarin te ondersteunen. En daar een efficiënte en doelgerichte set aan instrumenten voor beschikbaar te hebben. Niet alleen op het gebied van voldoende bestedingsruimte, maar ook het voorkomen van schuldenproblematiek.
Jongeren We zien dat de zorg – en ondersteuningsvraag van kwetsbare kinderen en jongeren intensiever en complexer wordt, waardoor zwaardere (en duurdere) zorg ingezet moet worden. Er is in zijn algemeenheid sprake van een toename aan sociaal-psychische problematiek onder jongeren. Er ligt een uitdaging voor ons om in een vroeg stadium jongeren te ondersteunen bij hun (hulp)vraag. Dit in samenwerking met de opvang, het onderwijs, huisartsen en de ouders/verzorgenden. We willen als gemeenten en onderwijs actief zijn op de werkvloer van het onderwijs en de opvang, daar waar het kind of de jongere zich bevindt. En bij voorkeur de zorgvraag (preventief) op die werkvloer oppakken en ook daar een oplossing bieden als dat mogelijk is. Maar ook na de schoolperiode willen we oog hebben voor - en inzetten op participatie of vervolgonderwijs. Voor jongeren met een verminderd arbeidsvermogen staan we aan de lat om ervoor te zorgen dat ze zich kunnen ontwikkelen en uiteindelijk de arbeidsmarkt op kunnen, al dan niet met ondersteuning van de gemeente. Dat doen we uiteraard met de gebruikelijke instrumenten als de inzet van loonkostensubsidie, job coaching, training etc. Maar het uitgangspunt moet zijn dat iedereen arbeidsvermogen heeft, klein of groot. En dat we dat willen verzilveren. Die ambitie moeten we nastreven.
Bij voorkeur op de reguliere arbeidsmarkt en als het moet binnen het werkleerbedrijf (beschut werk, banenplan) of het netwerk van ondernemers die deze jongeren een arbeidsplek willen bieden. Jongeren die aangewezen zijn op dagbesteding en waarvoor de stap naar de arbeidsmarkt te groot is, daarvoor hebben we een passend participatieaanbod bij zorgaanbieders in de regio. De overallopgave is om met onze samenwerkingspartners een keten te ontwikkelen die in een vroeg stadium hulp en ondersteuning biedt aan de meest kwetsbare kinderen en jongeren van 0 tot 18. Daar waar ze veel tijd doorbrengen en professionals actief kunnen zijn (opvang, school). Tot en met het moment dat ze zelfstandig (of met hulp) in de maatschappij gaan functioneren. 7 Noardeast-Fryslân, Dantumadiel, Ameland en Schiermonnikoog. Bron: https://geletterdheidinzicht.nl/ en https://www.fsp.nl/wpcontent/uploads/2020/11/FSP2020-Laaggeletterdheid-rapport.pdf
15
Voorzieningen voor mensen met een beperking Voor mensen met een beperking is er nog onvoldoende voorliggend aanbod om deze inwoners te activeren, zodat ze binnen hun mogelijkheden zo goed mogelijk mee kunnen komen in de samenleving. De opgave is om samen met onze welzijnspartners te investeren in voorliggende voorzieningen, waar mensen met een beperking op een laagdrempelige en eenvoudige manier kunnen participeren. Denk hierbij aan buurtkamers en voorliggende voorzieningen voor ontmoeting, activiteiten en dagbesteding. Dit draagt bij aan een versterking van de sociale basis in dorpen en wijken. Participatiedoelgroep neemt toe Deze doelgroep betreft de mensen met een arbeidsbeperking die voorheen in de Wsw of de Wajong kwamen. Deze vallen sinds 2015 onder de Participatiewet. We zetten in de uitvoering van deze wet zoveel mogelijk in op de mogelijkheid van loonkostensubsidie, Beschut Werken en banenplannen, zodat cliënten in toenemende mate toe geleid worden naar een baan bij een reguliere werkgever. Dit draagt bij aan de eigen kracht en zelfredzaamheid. Daardoor zijn op Ameland en Schiermonnikoog bijna geen mensen in de bijstand.
En zien we in de gemeenten Dantumadiel en Noardeast-Fryslân sinds 2015 een structurele daling van het aantal bijstandsgerechtigden en een toename van jongvolwassenen (met een arbeidsbeperking) die een reguliere baan hebben, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt. Het samenspel tussen gemeenten, scholen, werkgevers en het werkleerbedrijf gaat goed. Doorontwikkeling is noodzakelijk om deze opgaande lijn vast te houden. Conclusie Er zijn grote maatschappelijke opgaven en het is voor gemeenten van groot belang om een duidelijke regierol te pakken. We zien dat onder andere de vergrijzing en de toename in complexiteit binnen de jeugdhulp maakt dat de houdbaarheid van de ondersteuning onder druk komt te staan. Zowel financieel, als ‘de handen aan het bed’. De kosten binnen het sociaal domein lopen op en niks doen is geen optie. Dit maakt dat gemeenten steeds meer inzetten op gezond oud(er) worden, om zorggebruik uit te stellen of zelfs te voorkomen. Hierin is een nadrukkelijke wens om dit integraal, dwars door het sociaal domein en in samenwerking met lokale organisaties op te pakken. Door meer te investeren in voorliggende voorzieningen, proberen we de kosten van de opgaven beheersbaar te houden.
Denk hierbij aan de rol van een POH-er Jeugd die lichte ondersteuningsvragen zelf op kan lossen zonder dat er gelijk een verwijzing naar een maatwerkvoorziening nodig is of een inwoner die lokaal in een dorpshuis activiteiten bezoekt in plaats van een professionele dagbesteding. Gemeenten dienen alleen ondersteuning te bieden wanneer inwoners het niet langer op eigen kracht kunnen, het is niet langer ‘u vraagt, wij draaien’. Normaliseren en eigenkracht zijn hierin belangrijke waarden. Het leven gaat met ups en downs, daar hoeft niet gelijk professionele ondersteuning op worden ingezet. Pas wanneer iemand het niet langer op eigen kracht kan, springt de gemeente bij. Zoals eerder benoemd, is de visie het sociaal domein zoals in 2014 is beschreven is grotendeels nog steeds actueel, maar vanwege de maatschappelijke opgaven scherpen we de visie aan en verschuiven een aantal van de accenten.
16
Blok 3: Aangescherpte visie De visie en ambities zoals beschreven in de kadernota ‘samen leven, zorg voor elkaar’ is vanwege de maatschappelijke opgaven nog steeds actueel en relevant. De maatschappelijk opgaven en de ontwikkelingen binnen het sociaal domein vragen niet zozeer om een nieuwe visie, maar wel om een aanscherping op deze visie. De opgedane ervaringen leren ons dat focus nodig is om tot betere resultaten te komen. Met de aangescherpte visie willen de gemeenten het volgende bereiken:
Inwoners zijn vitaal en gezond, zij ondersteunen elkaar en als dit niet op eigen kracht lukt, of met behulp van het netwerk, dan draagt de gemeente zorg voor kwalitatief hoogwaardig ondersteuning.
Ambitie De Regio Noordoost-Friesland streeft naar een inclusieve samenleving waar iedere inwoner naar vermogen kan meedoen. In een inclusieve samenleving kan iedereen volwaardig participeren, in de breedste zin van het woord. Dit heeft betrekking op arbeidsparticipatie, maatschappelijke participatie en sociale participatie. Arbeidsparticipatie gaat over werk en inkomen. Maatschappelijke participatie heeft onder andere betrekking op vrijwilligerswerk en mantelzorg, ontwikkeling van inwoners, het volgen van onderwijs en dagbesteding. Sociale participatie gaat over informele sociale contacten (kennissen, buren, vrienden en familie) en ‘georganiseerde’ sociale participatie door deelname aan (sport of cultuur) verenigingen, diverse activiteiten, belangenorganisaties en godsdienstige organisaties. In een inclusieve samenleving ervaren inwoners een positieve gezondheid op de zes leefgebieden, namelijk: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal participeren en dagelijks functioneren. Hoewel financieel welbevinden niet expliciet genoemd wordt, loopt dit impliciet door alle leefgebieden van positieve gezondheid heen. Geld(zorgen) heeft invloed op de gezondheid, de mate waarin je ‘mee kunt doen’, het mentaal welbevinden en de kwaliteit van leven.
Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid en met deze brede benadering wordt bijgedragen aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan, én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren.
17
Dezelfde uitgangspunten en drie speerpunten De uitgangspunten uit de kadernota zijn relevanter dan ooit, namelijk investeren op de eigen kracht, het integraal werken en het voorkomen van zorg (preventie). Om bovengenoemde ambitie te realiseren, focussen we ons op drie speerpunten: -
Normaliseren waar kan, helpen waar moet Ondersteuningsvraag lokaal oplossen, tenzij dit niet kan Op eigen kracht, tenzij…
Normaliseren waar kan, helpen waar moet Wij gaan ervan uit dat inwoners (en ouders) allereerst zelf verantwoordelijk zijn. Het aanvaarden dat het leven niet maakbaar is en uitdagingen kent, hoort bij het “gewone ”leven. Normaliseren betekent dat we de problemen niet groter maken dan hoeft. Zo hoeft er bij ouders die problemen ervaren, niet altijd jeugdhulp in worden gezet. Als gemeente gaan we het gesprek aan om ouders in te laten zien dat niet alles een probleem is. Soms horen de strubbelingen bij het leven en is een puber ‘gewoon’ aan het puberen. Ook scholen spelen hierin een belangrijke rol. Als de problematiek op school plaatsvindt is het logisch om ook daar de oplossing te bieden. In plaats van direct te verwijzen naar de gemeenten kunnen scholen een verkennend gesprek voeren met ouders en/of jongeren. Wanneer er toch extra aandacht nodig is dan zal de gemeente samen met de inwoner in kaart brengen of oplossingen binnen het eigen netwerk, of met een voorliggende voorzieningen mogelijk zijn. Als dit niet toereikend is dan kan de gemeente de inwoner op basis van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet ondersteuning bieden. De beweging van medicaliseren naar normaliseren sluit goed aan bij het provinciaal beleid (Foar Fryske Bern) en de inkoop van de Jeugdwet.
Ondersteuningsvraag lokaal oplossen We willen dat inwoners met een ondersteuningsbehoefte zo dichtbij mogelijk in de eigen leefomgeving de ondersteuning bieden. Deze ondersteuning sluit aan bij het normale leven en is laagdrempelig georganiseerd. Denk hierbij aan verschillende vormen van dagactiviteiten in het eigen dorp, in plaats van dagbesteding op een locatie buiten het dorp. Door het ondersteuningsaanbod zo licht en toegankelijk mogelijk te organiseren, wordt gestimuleerd dat mensen elkaar blijven ontmoeten en relaties aangaan. Dit voorkomt eenzaamheid en maakt het mogelijk om als inwoner van “waarde” te kunnen zijn voor andere dorpsbewoners. De verbinding met het verenigingsleven, de vrijwilligers en de bestaande voorzieningen (dorpshuizen, verenigingen e.d.) en de informele zorgnetwerken zijn hierbij van belang. Op eigen kracht, tenzij… Inwoners redden zichzelf vanuit de eigen kracht, we helpen alleen wanneer dit echt noodzakelijk is. De gemeente zet in op een gestructureerde toegang tot maatwerk, waarbij volgens de wettelijke kaders wordt beschreven wie ‘recht hebben’ in de vorm van een maatwerkvoorziening of individuele voorziening. Dit betekent dat inwoners in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn om hun ondersteuning te organiseren.
Op eigen kracht, met hulp vanuit familie en vrienden (het netwerk) en eventueel met gebruikmaking van de voorliggende voorzieningen. De gemeente wil de eigen kracht van inwoners en hun netwerk faciliteren. Lukt dit niet dan is ondersteuning met een maatwerkvoorziening aan de orde.
18
Hoe gaan we dit bereiken? In de Regio Noordoost Fryslân willen we toewerken naar een inclusieve samenleving waarin alle inwoners mee kunnen doen. Inwoners kunnen zoveel mogelijk op eigen kracht meedoen in de samenleving, bijvoorbeeld door ondersteuning uit het sociale netwerk of lokale voorzieningen. De eigen kracht staat centraal en inwoners kijken naar elkaar om; men voelt zich actief betrokken bij de samenleving en wil zich waar nodig inzetten voor anderen. Wanneer inwoners dit niet op eigen kracht kunnen dan zijn er voldoende faciliteiten om laagdrempelig ondersteuning te bieden zonder gelijk te ‘medicaliseren’. Hierbij is de insteek van gemeenten dat zij in de eerste plaats de eigen kracht faciliteren door lokaal, laagdrempelige ondersteuning te bieden. Hierbij zetten gemeenten nadrukkelijk in op het collectief in plaats van het individu. Pas wanneer het echt niet langer op eigen kracht gaat wordt er professionele ondersteuning ingezet. We normaliseren zoveel als kan en helpen waar het moet. Op gebiedsniveau is er goede sociale samenhang en een veilig en gezond leef- en opgroeiklimaat. Welzijn, sport en cultuur worden ingezet als middel om de eigen kracht te versterken. Ook zijn er voldoende mogelijkheden voor inwoners om zich te ontwikkelen en ontplooien. Zo kunnen zij een sterke maatschappelijke positie bereiken.
Normaliseren in plaats van medicaliseren Het doel is om de problematiek van inwoners te normaliseren in plaats van medicaliseren. Niet alle ondersteuningsvragen hebben direct professionele ondersteuning nodig. Door de vraag achter de vraag te onderzoeken ontstaat er een goed beeld van de daadwerkelijke behoefte. Mogelijk speelt eenzaamheid een rol en kan dit goed lokaal opgelost worden door verbinding te leggen met bijvoorbeeld welzijnsorganisaties. Zo kan een inwoner laagdrempelig meedoen aan een activiteit en wordt ook het lokale sociale netwerk versterkt. Er wordt ingezet om het zelf oplossend vermogen van inwoners te versterken, zodat zoveel mogelijk ondersteuningsvragen opgelost worden zonder dat professionele ondersteuning nodig is. Dit raakt de Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet. Wat kunnen ouders zelf (of hoort ‘bij het leven’) en is er dan nog verdere ondersteuning nodig? Wat kunnen inwoners zelf doen om zich voor te bereiden op het gezond ouder worden en hoe versterken we de aansluiting met het onderwijs en de arbeidsmarkt? Wat kunnen we doen om inwoners zelf de regie over hun financiën te geven? Ondersteuning laagdrempelig en dichtbij georganiseerd Ook wordt de samenwerking versterkt tussen lichte professionele ondersteuning en lokale voorzieningen.
Denk hierbij aan de verbinding binnen de gebiedsteams, een welzijnswerker of budgetconsulent die gebruik maakt van een lokaal dorpshuis of de POH/OJG-er bij de huisartsen. Inwoners kunnen zo met lichte professionele ondersteuning, in een groep gebruik maken van deze voorziening. De combinatie van het versterken van de eigenkracht en de samenwerking met lichte professionele ondersteuning maakt dat de opschaling naar zware professionele zorg wordt voorkomen of wordt uitgesteld. Versterken werken met “één gezin, één plan en één regisseur’” Daar waar nodig en mogelijk wordt er gewerkt volgens het ‘één gezin, één plan en één regisseur’ principe. Een gezin heeft dan één aanspreekpunt binnen de gemeente die het overzicht behoudt en schakelt met de verschillende expertises die nodig zijn om de ondersteuning te realiseren. We zien dat er in de praktijk regelmatig sprake is van ‘parallelle ondersteuningstrajecten’ in één huishouden, elk met een eigen regisseur. Dit willen we beter structureren.
19
Van dagbesteding naar zinvolle daginvulling De gemeente wil bereiken dat er ingezet wordt op een zinvolle daginvulling in plaats van op dagbesteding. Dit betekent dat rondom een inwoner wordt gekeken naar de wijze waarop er gedurende de gehele week tot een zinvolle daginvulling gekomen kan worden. Hiervoor worden meer dagactiviteiten georganiseerd waar diverse doelgroepen aan kunnen deelnemen. Bijvoorbeeld een dagactiviteit waar jongeren vaardigheden ontwikkelen om hun kans op werk te vergroten en waar ouderen hun ervaring en kennis kunnen overdragen en tegelijkertijd een zinvolle daginvulling hebben. Door een samenwerking tussen lokale organisaties in de basisondersteuning, het verenigingsleven/vrijwilligerswerk en de specialistische organisaties zal er meer collectief aanbod in de dorpen worden georganiseerd. Het doel is om te normaliseren en ervoor te zorgen dat mensen meedraaien in de samenleving Samenhangend aanbod Het is wenselijk om een ondersteuningsketen in te richten, waarin een samenhangend aanbod geboden wordt. Een belangrijke voorwaarde is dat de specialistische ondersteuning (ondersteuning in het kader van de Wmo, jeugdwet en Participatiewet) zoveel mogelijk in de lokale omgeving van de zorgvrager wordt georganiseerd. Hierbij wordt aangesloten bij de lokale voorzieningen aanwezig in de dorpen, bijvoorbeeld verenigingen, buurt- en dorpshuizen en kerken.
Voor jongeren wil de gemeente bereiken dat er een samenhangend aanbod is dat zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving wordt aangeboden. Dit samenhangend aanbod draagt bij aan het vergroten van het netwerk van de jongere. In samenwerking met de lokale organisaties wordt collectief aanbod ontwikkeld dat aansluit bij de behoeften van jongeren. Specifiek voor de doelgroep 18- 18+ worden belemmeringen weggenomen door een samenhangend aanbod te creëren. Monitoring effecten De gemeente streeft voor alle inwoners heldere doelen na, op individueel niveau door middel van één huishouden, één plan (monitoren of de ondersteuning effectief is), maar ook op het niveau van de maatschappelijke effecten. Bijvoorbeeld: We willen bereiken dat minder inwoners zich eenzaam voelen. Dit vraagt om het inrichten van een monitor om jaarlijks te kunnen zien of doelen worden behaald of dat bijstelling nodig is. De zes leefdomeinen van positieve gezondheid dienen hierin als kapstok. In de bijlage van dit visiedocument is eerste aanzet gemaakt om op de formulering van deze inhoudelijke doelen. Naast het monitoren van inhoudelijke effecten, wil de gemeente ook scherp aan het roer zitten om de financiële ontwikkelingen en het gebruik van de ondersteuningsvormen nauwkeurig te kunnen volgen en tijdig te kunnen duiden.
Afbakening van de Toegang tot maatwerkvoorzieningen De gemeente zet in op een duidelijke afbakening van de Toegang tot maatwerkvoorzieningen. Hierbij wordt een heldere formulering gegeven voor degene die op basis van de wettelijke kaders recht hebben op een maatwerkvoorziening. Dit betekent dat inwoners in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn om hun ondersteuning te organiseren. Op eigen kracht, met hulp vanuit familie en vrienden (het netwerk) en eventueel met gebruikmaking van de voorliggende voorzieningen. De gemeente faciliteert de eigen kracht en zet in op netwerkversterking. Een aandachtspunt zijn de directe verwijzers in de Jeugdwet. De gemeente kan dit verwijzingsrecht niet inperken, waardoor de invloed op de toegang beperkt is. In samenwerking met huisartsen en de POH-ers Jeugd kan een deel van de verwijzingen naar maatwerkvoorzieningen worden voorkomen, maar dit vergt extra aandacht.
20
Sterke regierol gemeentelijke Toegang De gemeente heeft met de inrichting van haar Toegang tot maatwerkvoorzieningen dus een stevige sleutel in handen om te bepalen wie recht heeft op een maatwerkvoorziening. Enerzijds door een heldere afbakening op te stellen die vervolgens in de verordening stevig verankerd moet zijn, en anderzijds kan het gebiedsteam in de Toegang de inwoners stimuleren om op eigen kracht “met hulp van vrienden en familie en eventueel met ondersteuning vanuit voorliggende voorzieningen” de ondersteuning te organiseren die zij nodig hebben. Hierbij is het van belang dat er een attitudeverandering gaat optreden bij zowel de inwoners als het gebiedsteam. Niet het gebiedsteam maakt een plan en vraagt aan de inwoner wie zij vanuit het netwerk kunnen betrekken, maar het gebiedsteam faciliteert dat de inwoner zijn eigen plan maakt, zo nodig op onderdelen ingevuld met tijdelijke ondersteuning van een professional. Het is dan ook zaak om niet te vragen “wie kunnen wij betrekken bij het plan”, maar “wie heeft het goed met u voor?”, “Wie maakt zich zorgen om uw situatie?”. Familie en vrienden hoeven er niet op geattendeerd te worden om betrokken te raken in het plan. Immers; familie en vrienden zijn al betrokken. Het zijn de professionals die tijdelijk betrokken worden.
Werken vanuit Positieve Gezondheid Vanuit het concept Positieve Gezondheid wordt er toegewerkt naar het versterken van de eigen regie van de inwoner en naar zelfredzaamheid. De professional sluit (tijdelijk) aan bij het plan van de inwoner. Dit vraagt om een investering in de attitude van de professionals “van zorgen voor, naar zorgen dat…..” en in het faciliteren van de professionals. Hierbij wordt ingezet op het voorkomen van problemen door het inzetten op een Positieve Gezondheid of het voorbereiden op gezond leven en gezond ouder worden. Nawoord Na een globale evaluatie heeft de Regio Noordoost-Friesland een heldere visie en ambitie voor het sociaal domein geformuleerd. We streven naar een inclusieve samenleving waar iedere inwoner naar vermogen kan meedoen. In een inclusieve samenleving ervaren inwoners een positieve gezondheid op de zes leefgebieden, namelijk: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal participeren en dagelijks functioneren.
Deze ambitie hebben we gevangen in drie speerpunten, namelijk - Normaliseren waar kan, helpen waar moet - Ondersteuningsvraag lokaal oplossen, tenzij dit niet kan - Op eigen kracht, tenzij… Dit doen we door onder andere in te zetten op normaliseren in plaats van medicaliseren, versterken we het werken met ‘één gezin, één plan, één regisseur’, versterken we de verbinding met algemene voorzieningen en zorgen we voor een (betere) afbakening van de toegang en de monitoring van effecten. Om aan deze doelstellingen te werken zijn er diverse initiatieven opgezet. Een aantal initiatieven zijn al van start gegaan, andere zijn nog in ontwikkeling. Deze initiatieven maken deel uit van de diverse programma’s, kadernota’s en de financiële beleidscyclus. Voor een totaaloverzicht van de initiatieven, zie bijlage 1. Aan de hand van deze initiatieven zorgen we er als gemeenten, samen met de verschillende partners in het veld voor dat onze regio vitaal is en blijft!