CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie raadsvergadering 19 september 2024 over Zonnepark Munnekezijl

It Beslút 19 september 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen zonnepark Munnekezijl21.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aantekenen Raadsgriffie gemeente Noardeast-Fryslân t.a.v. de heer S. Dijkstra Postbus 1 9100 AA DOKKUM

Per post en per e-mail: s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl t e

070 - 376 06 28 jesse.zijlma@barentskrans.nl

behandelaar onze ref.

mr. J.L. Zijlma, advocaat | partner 137368/21780144/551 11 september 2024

Betreft: Inspraakreactie raadsvergadering 19 september 2024 Geachte raad, Namens cliënte, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beryllus Sun Energy B.V. (Beryllus) bericht ik u als volgt. Beryllus heeft kennisgenomen van het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân (het College) aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân van 16 juli 2024, met kenmerk 2024 / UV-20211341 (het Raadsvoorstel) (Bijlage 1). Namens Beryllus maak ik hierbij gebruik van de gelegenheid om te reageren op het Raadsvoorstel. In het hiernavolgende zal in onderdeel I van deze inspraakreactie eerst de achtergrond worden beschreven. In onderdeel II worden de gronden van de inspraakreactie uiteengezet. Ten slotte wordt in onderdeel III afgesloten met een korte conclusie. I

ZIENSWIJZE

1

Beryllus beoogt een zonnepark te realiseren op de percelen aan de Willem van der Ploegweg 1 te Munnekezijl (de Locatie). Met de realisatie van het zonnepark kan een grote hoeveelheid groene stroom worden geleverd aan het elektriciteitsnetwerk (een jaarlijkse stroomopbrengst ter grootte van het verbruik van circa 27.000 huishoudens), hetgeen ook zal resulteren in een aanzienlijke reductie in de CO2- uitstoot. De realisatie van het zonnepark draagt daarmee significant bij aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, namelijk dat in 2030 het aandeel hernieuwbare elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie 70% bedraagt. Bovenal draagt de realisatie van een zonnepark op de Locatie bij aan de ambitie van zowel de gemeente Noardeast-Fryslân, als de gemeente Dantumadiel om in 2030 70% van de benodigde elektriciteit op een duurzame wijze op te wekken. 1

1

Beleidskader Zonne-energie 2020 d.d. 3 mei 2021.

Lange Voorhout 3 Postbus 30457 2500 GL Den Haag t 070 - 376 06 06 www.barentskrans.nl BarentsKrans is de handelsnaam van BarentsKrans Coöperatief U.A., advocaten en notarissen, statutair gevestigd te Den Haag (KvK Haaglanden nr. 27288882). Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van onze aansprakelijkheid is opgenomen.

2

Bij het ontwerpbesluit van 21 juni 2023, met kenmerk 20211341 (het Ontwerpbesluit), heeft het College het voornemen geuit de aanvraag van een omgevingsvergunning d.d. 29 april 2021 (de Aanvraag) voor de activiteiten bouwen en planologisch strijdig gebruik ten behoeve van het realiseren van een veldopstelling met zonnepanelen en bijbehorende bouwwerken op de Locatie te weigeren.

3

Beryllus kan zich niet verenigen met het Ontwerpbesluit en heeft daartegen om die reden bij brief van 21 juli 2023 een zienswijze ingediend tegen het Ontwerpbesluit. Een afschrift van de zienswijze is als Bijlage 2 gehecht aan deze inspraakreactie.

4

Beryllus merkt op dat in het Raadsvoorstel niet is gereageerd op bovenvermelde zienswijze. In het Raadvoorstel wordt uitsluitend gereageerd op één van de gronden in de zienswijze, namelijk dat het College ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) heeft gevraagd aan de gemeenteraad. Beryllus verzoekt om die reden bovenvermelde zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen.

II

INSPRAAKREACTIE

II.1

Beleidskader zonne-energie 2020

5

In het Raadsvoorstel is aangegeven dat de Aanvraag in strijd zou zijn met het Beleidskader zonne-energie 2020. Daartoe heeft het College zich op het standpunt gesteld dat (i) onvoldoende inspanning zou zijn verricht om omwonenden te informeren en draagvlak te creëren, en (ii) geen zicht zou zijn op een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Beryllus zal hierna uiteenzetten dat dit standpunt evident onjuist is.

6

Zoals door Beryllus is toegelicht in randnummers 17-19 van de zienswijze, dient vooropgesteld te worden dat het College meermaals ondubbelzinnig heeft toegezegd dat het Beleidskader niet in de weg staat aan de realisatie van het beoogde project c.q. een omgevingsvergunning zal worden verleend aan Beryllus voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie. Tijdens zowel besprekingen met de gemeente, als uit eerdere mailwisselingen is vanuit de gemeente meermaals kenbaar gemaakt dat de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie past binnen de ambities van de gemeente en medewerking daaraan zal worden verleend. In zoverre mocht Beryllus daaraan de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat een zonnepark op de Locatie past binnen de ambities van de gemeente en medewerking daaraan zal worden verleend. 2

II.1.1

Procesparticipatie

7

De beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie voldoet weldegelijk aan het Beleidskader. Beryllus heeft voldoende inspanning verricht om omwonenden te informeren en om draagvlak te vergroten. Daartoe verwijst zij naar het in dit kader opgestelde participatieverslag (Bijlage 3). Zij heeft de omgeving en de overige partijen (waaronder de gemeente, provincie netbeheerder, Staatsbosbeheer) vroegtijdig en adequaat betrokken bij

2

Vgl. AbRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694.

Pagina 2 van 6

het initiatief. Ook is Beryllus tijdig met alle partijen om tafel gaan zitten om de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie te bespreken, te komen tot een goede landschappelijke inpassing, alle betrokken belangen mee te wegen en te werken aan draagvlak. Voorts heeft Beryllus de omwonenden tijdig geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Tijdens de gesprekken die hebben plaatsgevonden met de eigenaren van de bedrijfswoningen (die op een afstand van circa 900 meter of meer van de Locatie zijn gelegen) is aangegeven dat zij geen bezwaren hebben (dit betreft onder meer een proefboerderij). In de directe nabijheid van de Locatie zijn geen woningen gesitueerd. De Locatie is zodanig afgelegen dat geen sprake zal zijn van direct zicht op het beoogde zonnepark vanuit een woning. Daarmee is door Beryllus eveneens de mogelijkheid tot inspraak geboden en de geleverde inspraak heeft bovendien tot ontwerpaanpassingen geleid. Daarnaast is aan omwonenden de mogelijkheid geboden economisch te participeren in het project en zijn buitenwettelijke informatie- en inspraakmogelijkheden georganiseerd. 8

In het Raadvoorstel is opgenomen dat de initiatiefnemer geen participatierapport zou hebben aangeleverd. Dit is evident onjuist. Beryllus verwijst in dit verband naar het participatierapport dat als bijlage 4 aan de bij brief van 21 juli 2023 ingediende zienswijze is gehecht. Daaruit volgt dat er wel degelijk een participatierapport is aangeleverd, waaruit duidelijk blijkt dat Beryllus vele inspanningen heeft verricht om omwonenden te informeren en draagvlak te vergroten (onder meer door partijen in de gelegenheid te stellen om te reageren op het initiatief).

9

Bovendien merkt Beryllus op dat participatie draagvlak bij de burger kan vergroten (c.q. de initiatiefnemers zich moet inspannen het draagvlak te vergroten). Dit houdt niet in dat sprake is van een resultaatsverplichting op een voor alle partijen aanvaardbare beslissing (resulterend in een ‘omgevingsovereenkomst’).3

10

Ten aanzien van het standpunt in het Raadvoorstel dat procesparticipatie uiteindelijk zou moeten resulteren in (i) een ‘omgevingsovereenkomst’ en (ii) initiatiefnemer een ‘participatierapport’ zou moeten aanleveren, merkt Beryllus het volgende op.

11

Gemeentelijk beleid waarin duidelijk is vastgesteld dat een onderzoek naar de omvang van het draagvlak dient te worden verricht, ontbreekt binnen de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn geheel.4 Niet bekend is wat een dergelijk onderzoek zou moeten inhouden. Onduidelijk is dus aan welke eisen c.q. verplichtingen een initiatiefnemer moet voldoen om voldoende inspanning te hebben verricht, zodat het College aan het Ontwerpbesluit niet ten grondslag heeft kunnen leggen dat onvoldoende draagvlak zou bestaan voor de realisatie van een zonnepark.5

12

Uit de vaste lijn van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat gemeentelijk beleid van kracht moet zijn waarin is vastgesteld dat van een

3 4

5

Rb. 5 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3117. Vgl Rb. Noord-Nederland 23 januari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:113 (in de uitspraak is getoetst aan gemeentelijk beleid waarin is opgenomen welke inspanningen er moeten worden verricht door de initiatiefnemer). Vgl. AbRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209.

Pagina 3 van 6

initiatiefnemer verlangd kan worden dat hij (specifieke) inspanningen verricht. In het gemeentelijk beleid dient dan te zijn vastgelegd dat (en op welke wijze) een onderzoek naar de omvang van het draagvlak verricht dient te worden. 13

Voor wat betreft de participatie is er in het voorliggende geval geen gemeentelijk beleid waarin is vastgesteld dat een initiatiefnemer (specifieke) inspanningen moet verrichten. Ook anderszins is niet in gemeentelijk beleid vastgesteld wat een dergelijk onderzoek exact zou moeten inhouden c.q. hoe omvangrijk dit zou moeten zijn (bijvoorbeeld dat een zogenoemde ‘omgevingsovereenkomst’ zou moeten worden gesloten, dan wel een ‘participatierapport’ zou moeten worden aangeleverd). Bij een gebrek aan een voldoende concreet participatiebeleid kan een vermeende “niet naleving” van het Beleidskader geen grondslag vormen voor de weigering van een omgevingsvergunning.

14

In dit kader verwijst Beryllus eveneens naar de randnummer 21-30 van haar zienswijze (Bijlage 2 bij deze inspraakreactie).

II.1.2

Aansluiting op het elektriciteitsnetwerk

15

In het Raadvoorstel is ten onrechte opgemerkt dat (i) geen ‘zicht’ zou zijn op een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk en (ii) onduidelijk zou zijn of er überhaupt een formeel verzoek voor een netaansluiting is ingediend bij Enexis, dan wel Tennet.

16

In dit verband verwijst Beryllus naar de randnummers 31-36 van haar zienswijze (Bijlage 2). Daaruit volgt dat de NAM-locatie te Grijpskerk inderdaad een gewenste en logische locatie is voor een netaansluiting en om die reden Beryllus contact heeft gelegd met GTS/Gasunie. De gemeente heeft Beryllus echter opgedragen om contact te leggen met Liander en Enexis voor de locatie te Dokkum. Beryllus heeft daar gehoor aan gegeven.

17

Beryllus heeft (op verzoek van de gemeente) de eerste mogelijkheid formeel ingang gezet (te weten de locatie Dokkum) en heeft daartoe een offerte opgevraagd bij Liander. Daaruit is gebleken dat Liander en Enexis niet gaan over de NAM-locatie. Voor een aansluiten op de NAM-locatie verwijst Liander weer naar GTS/Gasunie. Liander heeft het verzoek om een offerte op te stellen afgewezen, omdat Liander daartoe pas zal over gaan indien redelijk zicht op een vergunning bestaat. In zoverre dient eerst een (ontwerp)omgevingsvergunning te zijn verleend en pas daarna kunnen afspraken vastgelegd worden ten aanzien van een netaansluiting. Kortom: Liander wil eerst zicht hebben op een omgevingsvergunning alvorens zij medewerking verleent aan een netaansluiting, terwijl het College weigert om een omgevingsvergunning te verlenen zolang geen zicht is op een netaansluiting.

18

Gelet op het voorgaande en gelet op de meerdere haalbare opties voor een netaansluiting (ter plaatse van onder meer de locaties Dokkum en Grijpskerk) is de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie economisch en technisch uitvoerbaar en kan dit geen weigeringsgrond vormen voor de aangevraagde omgevingsvergunning.

Pagina 4 van 6

19

Tot slot merkt Beryllus op dat het voorgaande ook pragmatisch kan worden ‘opgelost’, te weten: door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de omgevingsvergunning. Hiermee kan worden geborgd dat zolang een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk niet is gerealiseerd niet mag worden overgegaan tot de bouw van een zonnepark. Vanzelfsprekend zal Beryllus niet overgaan tot de realisatie van een zonnepark zolang geen netaansluiting voorhanden is.

20

Procedure tot op heden Daarnaast merkt Beryllus op dat zij - als initiatiefnemer van het project – bijzonder ontstemd is over het verloop van de procedure en meent dat het procedureverloop onrechtmatig is. De Aanvraag dateert van 29 april 2021 en pas na diverse aanmaningen, een ingebrekestelling én het verbeuren van een dwangsom vanwege niet tijdig beslissen is het Ontwerpbesluit gepubliceerd. Van het Ontwerpbesluit deugt vervolgens vrij weinig omdat – bijvoorbeeld - de vvgb niet was gevraagd. Vervolgens duurt dat eenvoudige procesonderdeel, het vragen van de vvgb aan de raad, meer dan een jaar. Vervolgens ligt ieder initiatief bij Beryllus en wordt Beryllus niet op de hoogte gehouden van de voortgang. Ook moet Beryllus zelf ontdekken dat de vvgb aangevraagd wordt en dat de raadvergadering zal plaatsvinden.

21

Beryllus heeft geen afschrift heeft ontvangen van het Raadsvoorstel. Zij is evenmin uitgenodigd om tijdens de raadsvergadering van 19 september a.s. in te spreken. Dat dit is nagelaten, getuigt van onzorgvuldige (voorbereiding van de) besluitvorming.

22

Beryllus verzoekt dan ook om een afschrift van de (ontwerp) vvgb wel tijdig naar haar te verzenden voor inspraak. Beryllus verzoekt de gemeenteraad eveneens om – anders dan in het Raadsvoorstel staat – niet te verklaren dat de ontwerp vvgb tevens de definitieve vvgb is indien geen zienswijze tegen de ontwerp vvgb wordt ingediend. Gelet op hetgeen hiervoor is uiteengezet, dient de gemeenteraad de ontwerp vvgb voor het realiseren van een zonnepark op de Locatie dan ook af te geven.

23

Tot slot merkt Beryllus op dat in het Raadsvoorstel is aangegeven6 dat het College liever had gezien dat samen met Beryllus en Plaatselijk Belang Munnekezijl een oplossing zou zijn gevonden, maar Beryllus daar niet voor gekozen zou hebben. Beryllus kan zich daar niet mee verenigen. Zij is continu met de gemeente, omwonenden en de overige betrokken partijen in constructief overleg gebleven om een oplossing te vinden. Beryllus treedt graag opnieuw in constructief overleg met de betrokken partijen om een zonnepark op de Locatie te realiseren. Temeer nu het College het project kwalificeert als een wenselijk initiatief om invulling te geven aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatkoord om in 2030 minimaal 70% van het elektriciteitsverbruik zelf te produceren.

6

Onder ‘kanttekeningen en risico’s’.

Pagina 5 van 6

III

CONCLUSIE

24

Gelet op het voorgaande verzoekt Beryllus de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân om wel een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de realisatie van zonnepark Munnekezijl.

25

Daarnaast verzoekt Beryllus om bij de nadere besluitvorming met betrekking tot de Aanvraag zowel (i) haar zienswijze van 21 juli 2023 (Bijlage 2 bij deze inspraakreactie), als (ii) hetgeen in deze inspraakreactie naar voren is gebracht te betrekken.

26

Tot slot verzoekt Beryllus de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân om niet te verklaren zoals het college heeft verzocht in voorstel aangezien wel zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerp en voorts het college op te dragen alsnog een omgevingsvergunning te verlenen.

Hoogachtend, BarentsKrans Coöperatief U.A.

J.L. Zijlma

Pagina 6 van 6

Bijlage 1

Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân 2023-125619 Jaartal + zaaknummer

: 2024 / UV-20211341

Raadsvergadering d.d.

: 19 september 2024

Portefeuillehouder

: B. Koonstra

Programma

: (5) Wenjen en Omjouwing

Programmaonderdeel

: 502 en 503.

Naam opsteller

: N. Seinen (E-mail: n.seinen@noardeast-fryslan.nl)

Onderwerp

: Verklaring geen bedenkingen zonnepark Munnekezijl

Begrotingswijziging

: Nee

Voorgesteld raadsbesluit 1. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen zonnepark Munnekezijl niet af te geven. 2. Te verklaren dat de ontwerpverklaring van geen bedenkingen tevens de definitieve verklaring van geen bedenkingen is, indien geen zienswijzen tegen het ontwerp worden ingediend. Inleiding Voor het ontwikkelen van een zonnepark op de Willem van der Ploegweg Munnekezijl is op 29 april 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd (zaaknummer: 20211341). Het besluit moet voorbereid worden met de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Dat betekent dat binnen 26 weken een beslissing genomen moet worden (termijn van orde). De termijn is diverse malen in overleg met, en meestal op verzoek van, initiatiefnemer opgeschort. Het realiseren van het park past niet in het bestemmingsplan. De behandeling van de aanvraag wijst uit dat deze aanvraag niet voldoet aan het Beleidskader Zonne-energie 2020 en is daardoor in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ons college is daarom voornemens de vergunning te weigeren. Hiertoe heeft het ontwerpbesluit ter inzage gelegen van 21 juni 2023 tot 2 augustus 2023. Initiatiefnemer heeft een zienswijze ingediend op dit voorgenomen besluit. Een van de gronden in de zienswijze is dat ons college ten onrechte geen verklaring van bedenkingen (VVGB) heeft gevraagd van uw raad. Deze grond treft doel.

In de wettelijke bepalingen staat dat wij uw raad in vastgestelde gevallen om een VVGB moeten vragen. Het ontwikkelen van een zonnepark is zo’n geval. De gedachte was dat het vragen van een VVGB enkel noodzakelijk was bij het voornemen om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen en niet bij een voorgenomen weigering. Echter klopt deze uitleg van de wettelijke bepalingen niet. Wij herstellen hierbij deze omissie. Beoogd effect Het weigeren van de omgevingsvergunning voor het zonnepark Munnekezijl. Argumenten 1.1 De aanvraag voldoet niet aan het beleidskader zonne-energie 2020. De aanvraag voldoet op de volgende twee gronden niet aan het door de gemeente vastgestelde ‘Beleidskader Zonne-energie 2020’ (hierna: beleidskader): - procesparticipatie; - uitvoerbaarheid gezien de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk.

1.1.1 Volgens het beleidskader is er een inspanningsverplichting om omwonenden te informeren en draagvlak te creëren / vergroten (procesparticipatie). Bij onvoldoende inspanning heeft de gemeente de bevoegdheid om de vergunningaanvraag voor het zonnepark te weigeren. Procesparticipatie moet uiteindelijk resulteren in een omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken tussen initiatiefnemer en de lokale omgeving worden vastgelegd. Daarnaast dient initiatiefnemer een participatierapport aan te leveren. Beide zijn in casu niet gebeurd. 1.1.2 Uitvoerbaarheid gezien de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Bij indiening van het initiatief moet blijk zijn gegeven dat het voorgenomen project uitvoerbaar is in zoverre dat zicht is op aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Daar is in casu geen sprake van. Zie ook het volgende argument. 1.1.3 Voor een groot zonnepark is een eigen elektriciteitskabel noodzakelijk. Het meest voor de hand liggend is dat de kabel dient te worden aangelegd naar de NAM-locatie te Grijpskerk. Reeds meerdere jaren voert de gemeente gesprekken met BSE B.V. of de aansluiting bij Enexis, dan wel bij Tennet zou kunnen plaatsvinden. Op dit moment is het onduidelijk of er überhaupt een formeel verzoek is ingediend bij een van de partijen. Van aantoonbare afstemming met de netbeheerder, zoals het beleidskader voorschrijft, is geen sprake.

1.2 Het initiatief, hoe gewenst ook, voldoet niet aan de regels. Het is een complex traject aan de Willem van der Ploegweg. Het loopt al lang en het project verdient het om te worden gerealiseerd. Dit moet echter wel passen in het beleid van de gemeente. De omgeving, de Mienskip, moet er ook voordelen van ondervinden. Volgens ons blijft de initiatiefnemer hier in gebreke. 2. Het definitief maken van de VVGB wanneer geen zienswijzen worden ingediend, versneld het proces. De ontwerp-VVGB zal ter inzage worden gelegd voor zienswijzen. Daarna zal de raad normaalgesproken worden gevraagd om een definitieve VVGB. Door te verklaren dat de ontwerp-VVGB definitief is wanneer geen zienswijzen worden ingediend, kan deze stap worden overgeslagen. Kanttekeningen en risico’s 1.1 Het ontwikkelen van een zonnepark op deze locatie is een wenselijk initiatief. De gemeente heeft een stevige opgave om in 2030 minimaal 70% van het elektriciteitsverbruik zelf te produceren, bijvoorbeeld met zonne-energie. Het park aan de Willem van der Ploegweg is een serieuze optie om hier mede invulling aan te geven. De gemeente stelt, naast een zorgvuldige inpassing van het park, echter ook eisen aan de participatie van de omgeving. In dit geval voor met name Munnekezijl. Daar voldoet de initiatiefnemer niet aan. 1.2 Het weigeren van de aanvraag kan een onjuist beeld geven.

Als gezegd willen wij een duurzame gemeente zijn. Het feit dat we een zonnepark weigeren lijkt daar haaks op te staan. Liever hadden we gezien dat we samen met initiatiefnemer en Plaatselijk Belang Munnekezijl een oplossing hadden gevonden voor de bovenstaande weigeringsgronden. De initiatiefnemer kiest daar niet voor. Door een ingebrekestelling zijn we gedwongen een inhoudelijk besluit te nemen. Op dit moment moeten we besluiten om geen vergunning te verlenen voor het zonnepark omdat de participatie en de aansluiting op het net niet is geregeld. Financiën N.v.t. Vervolg en planning De ontwerp-VVGB zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder kan zienswijzen indienen.

Eventuele zienswijzen op de ontwerp-VVGB zullen aan uw raad worden voorgelegd. Indien geen zienswijzen op de ontwerp-VVGB worden ingediend, wordt de VVGB definitief. Vervolgens reageert het college middels een reactienota op de binnengekomen zienswijze tegen het ontwerpbesluit inzake de omgevingsvergunning en neemt een definitief besluit op de omgevingsvergunning. Dit besluit wordt bekendgemaakt. Communicatie + Participatie De ontwerp-VVGB zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Initiatiefnemer zal hier persoonlijk van op de hoogte worden gebracht. Bijlagen - Ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Dokkum, 16 juli 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,

de secretaris, H.J.C.M Verbunt MBA

de burgemeester, mr. J.G. Kramer

Raadsbesluit 2024 / UV-20211341

De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 juli 2024; gelet op het bepaalde in de artikelen 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht; Besluit: 1. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen zonnepark Munnekezijl niet af te geven. 2. Te verklaren dat de ontwerpverklaring van geen bedenkingen tevens de definitieve verklaring van geen bedenkingen is, indien geen zienswijzen tegen het ontwerp worden ingediend.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering d.d. 19 september 2024. De raad voornoemd, de (plv.) griffier,

de voorzitter,

{{Signer1}}

{{Signer2}}

S. Kooistra

mr. J.G. Kramer

Bijlage 2

Aantekenen College van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân d.t.v. de heer G. Stienstra Postbus 1 9100 AA DOKKUM

Per aangetekende post en per e-mail: kccvergunningen@noardeast-fryslan.nl t f e

070 - 376 07 67 070 - 361 06 08 jesse.zijlma@barentskrans.nl

behandelaar onze ref. uw ref.

mr. J.L. Zijlma - advocaat/partner 137368/21310092/551 20211341

21 juli 2023

Betreft: Zienswijze tegen het ontwerpbesluit van 21 juni 2023 met kenmerk 20211341 Geacht college, Namens cliënte de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beryllus Sun Energy B.V. (Beryllus), gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend aan Parnassusweg 815 te (1082 LZ) Amsterdam, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 69601720, die in deze zaak woonplaats kiest te Den Haag aan het Lange Voorhout 3 te (Postbus 30457, 2514 EA) Den Haag, ten kantore van BarentsKrans Coöperatief U.A., van welk kantoor mr. J.L. Zijlma als advocaat-gemachtigde zal optreden en als zodanig deze zienswijze zal ondertekenen, bericht ik u als volgt. Beryllus heeft kennisgenomen van het ontwerpbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân (het College) van 21 juni 2023, met kenmerk 20211341, tot weigering van de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en planologisch strijdig gebruik ten behoeve van het realiseren van en veldopstelling met zonnepanelen en bijbehorende bouwwerken op de percelen aan de Willem der Ploegweg 1 te Munnekezijl (de Locatie) (het Ontwerpbesluit) (Bijlage 1). Beryllus kan zich niet verenigen met het Ontwerpbesluit en dient daartegen om die reden hierbij een zienswijze in. In het hiernavolgende zullen in onderdeel I van deze zienswijze eerst de achtergrond en feiten worden beschreven.

In onderdeel II worden vervolgens de gronden van de zienswijze van Beryllus uiteengezet. Ten slotte wordt in onderdeel III afgesloten met een conclusie. I

FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN

1

Beryllus beoogt een zonnepark te realiseren op de Locatie. Met de realisatie van het zonnepark kan een grote hoeveelheid groene stroom worden geleverd aan het elektriciteitsnetwerk (een jaarlijkse stroomopbrengst ter grootte van het verbruik van circa 27.000 huishoudens), hetgeen ook zal resulteren in een aanzienlijke reductie in de CO2uitstoot. De realisatie van het zonnepark draagt daarmee significant bij aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, namelijk dat in 2030 het aandeel hernieuwbare

Lange Voorhout 3 Postbus 30457 2500 GL Den Haag t 070 - 376 06 06 f 070 - 365 18 56 www.barentskrans.nl BarentsKrans is de handelsnaam van BarentsKrans Coöperatief U.A., advocaten en notarissen, statutair gevestigd te Den Haag (KvK Haaglanden nr. 27288882). Op al onze werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van onze aansprakelijkheid is opgenomen.

elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie 70% bedraagt. Bovenal draagt de realisatie van een zonnepark op de Locatie bij aan de ambitie van zowel de gemeente Noardeast-Fryslân, als de gemeente Dantumadiel om in 2030 70% van de benodigde elektriciteit op een duurzame wijze op te wekken.1 2

Bovenvermeld standpunt van Beryllus is in het Ontwerpbesluit door het College bevestigd. In het Ontwerpbesluit is aangegeven dat: “De gemeente wil een duurzame gemeente zijn. Voor de Regionale Energietransitie Strategie heeft gemeente Noardeast-Fryslân een eigen ambitie vastgesteld. Noardeast-Fryslân wil in 2030, minimaal 70% van de elektriciteitsvraag duurzaam opwekken. Dit is ook het aandeel van de gemeente in de Friese RES. (…) De aanvraag voorziet in een zonnepark van ca. 28 ha waarmee ca. 35 GWh duurzame energie opgewekt kan worden. Dit past goed binnen de voorstaande ambities passen en kan een betekenis- en waardevol project zijn in het behalen van de doelstellingen.”

3

Gelet op het voorgaande is de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie de meest gewenste planologische ontwikkeling die eveneens past binnen zowel het rijksbeleid als het gemeentelijk beleid. Het op de Locatie vigerende bestemmingsplan “Kollumerwaard” en het bestemmingsplan “Kollumerwaard partiële herziening” voorzien in de mogelijkheid om de Locatie te gebruiken ten behoeve van de productie en de opslag van explosieven. De realisatie van een bouwwerk op de Locatie ten behoeve van de productie en opslag van explosieven heeft vanzelfsprekend zeer vergaande negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden en zal, anders dan de beoogde realisatie van een zonnepark, verstrekkende (ruimtelijke) gevolgen hebben voor de omgeving. Daarnaast zal daar naar het zich laat aanzien geen maatschappelijk draagvlak voor bestaan. Ter illustratie verwijst Beryllus naar een 3d-tekening waarop de op dit moment toegestane bouwmogelijkheden - ter plaatse van de Locatie - zijn weergegeven (Bijlage 2).

II

ZIENSWIJZE

II.1

Ontvankelijkheid

4

Het College heeft bij het Ontwerpbesluit aangegeven dat bij de indiening van de aanvraag onvoldoende stukken zouden zijn gevoegd om de aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen en om die reden de aanvraag “materieel” nog steeds niet-ontvankelijk zou zijn. Deze nietontvankelijkheid wordt nadrukkelijk betwist.

5

Beryllus heeft bij e-mail van 8 juni 2022 gereageerd op de brief van 8 juni 2022 van het College waarin een termijn is verleend voor het completeren van de aanvraag. Beryllus heeft in dat

1

Beleidskader Zonne-energie 2020 d.d. 3 mei 2021.

Pagina 2 van 9

kader gemotiveerd uiteengezet dat de aanvraag compleet is c.q. de verstrekte gegevens en bescheiden voldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag (Bijlage 3). Vervolgens heeft het College bij e-mail van 22 juni 2021 aangegeven dat het verzoek om aanvulling naar tevredenheid is beantwoord. In zoverre is het vooralsnog onduidelijk om welke redenen bij het Ontwerpbesluit is aangegeven dat de aanvraag “materieel” niet-ontvankelijk zou zijn. 6

Indien het College desondanks het standpunt zou blijven innemen dat met de verstrekte gegevens en bescheiden het (toch) niet mogelijk zou zijn om naar behoren een inhoudelijke beslissing op de aanvraag te nemen, dan had het College op grond van artikel 4:5,eerste lid, Awb de aanvraag niet in behandeling moeten nemen c.q. niet inhoudelijk moeten beslissen. Dit heeft het College niet gedaan, nu bij het Ontwerpbesluit bekend is gemaakt dat het College voornemens is inhoudelijk te beslissen en geen omgevingsvergunning te verlenen. Beryllus gaat er om die reden vanuit dat de aanvraag volledig is en daarmee niet buiten behandeling is gesteld.

7

Bovendien is de beslistermijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag medio december 2021 verstreken.2 Het College heeft Beryllus bij brief van 8 juni 2022 - en daarmee geruime tijd na het verstrijken van de beslistermijn - verzocht om aanvulling van de gegevens. Volgens de vaste lijn in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) moet een verzoek van een bestuursorgaan om aanvulling van een aanvraag worden gedaan vóór afloop van de beslistermijn. Als het bestuursorgaan pas na afloop van die termijn om aanvulling verzoekt, is het niet meer bevoegd om de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, Awb buiten behandeling te stellen.

8

Gelet op het voorgaande zijn bij de aanvraag van 29 april 2021 voldoende gegevens verstrekt om de aanvraag van Beryllus inhoudelijk te behandelen.

II.2

Verklaring van geen bedenkingen ontbreekt

9

Uit het Ontwerpbesluit blijkt dat door het College geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) is gevraagd aan de raad van de Gemeente Noardeast-Fryslan. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling3 volgt dat het College geen eigen afweging mag maken, maar indien sprake is van strijd met het bestemmingsplan altijd een vvgb moet vragen aan de raad. Omdat geen vvgb is verzocht is het Ontwerpbesluit onjuist gemotiveerd en dient de raad alsnog om een vvgb verzocht te worden. Het College heeft vervolgens geen eigen afwegingsruimte: het college moet de omgevingsvergunning weigeren als de verklaring van geen bedenkingen is geweigerd en moet deze verlenen, als de verklaring van geen bedenkingen is verleend.4

2

Bij brief van 19 april 2023 is namens Beryllus geruime tijd na het verstrijken van de beslistermijn een ingebrekestelling verstuurd. Zie onder meer ABRvS 06-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:921, AB 2016/222 m.nt. A.G.A. Nijmeijer, zie met name r.o. 5.3 en ook Rechtbank Den Haag 29 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4868 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 november 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5480

3

4

Pagina 3 van 9

II.3

Bouwbesluit

10

Ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de constructieve veiligheid merkt Beryllus op dat niet eerder door het College is aangegeven dat deze gegevens zouden ontbreken (ook niet bij bovenvermelde brief van het College van 8 juni 2022). Beryllus verneemt graag welke - op basis van de ministeriële regeling Omgevingsrecht vereiste - (nadere) gegevens met betrekking tot de constructieve veiligheid ontbreken, zodat zij die gegevens zo snel als mogelijk kan toesturen.

11

Voor de volledigheid merkt Beryllus op dat in het aanvraagformulier is aangegeven dat de gegevens ten aanzien van de constructieve veiligheid op een later moment zullen worden aangeleverd. Gebruikelijk is dat vervolgens aan een verleende omgevingsvergunning een extra voorschrift wordt verbonden op grond waarvan uiterlijk drie weken voor de aanvang van de bouwwerkzaamheden de betreffende gegevens met betrekking tot de constructieve veiligheid dienen te worden aangeboden aan het College.

12

Overigens is de relevantie van de gegevens ten aanzien van de constructieve veiligheid beperkt. Zonneparken worden gerealiseerd door middel van uitvoerig geteste en gebruikelijke onderconstructies, waarbij geldt dat deze voor de start van de realisatie ingekocht zullen worden. De keuze welke onderconstructie (merk/type/versie) zal worden toegepast wordt te zijner tijd gemaakt op basis van beschikbaarheid.

II.4

Geen strijd met een goede ruimtelijke ordening

13

Bij het Ontwerpbesluit is aangegeven dat de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie niet zou voldoen aan het beleid voor zover het betreft (i) de proces- en financiële participatie en (ii) de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Beryllus kan zich daar niet mee verenigen en zal haar standpunt hierna toelichten.

14

Vooropgesteld dient te worden dat bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub c, Wabo getoetst wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Indien de aanvraag past binnen het geldend beleid en ook voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, dan moet een omgevingsvergunning redelijkerwijs worden verleend. Het gaat (bij de beoordeling of een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening) om ruimtelijk relevante belangen.

15

Aan het Ontwerpbesluit ligt geen motivering c.q. reden ten grondslag op basis waarvan de beoogde activiteit in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. Zoals volgt uit de vaste lijn in de jurisprudentie van de Afdeling betekent de omstandigheid dat geen maatschappelijk draagvlak zou bestaan niet dat een beoogde ontwikkeling niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.5 De enkele omstandigheid dat draagvlak voor de beoogde realisatie van een zonnepark zou ontbreken, kan om die reden geen dragend argument zijn

5

AbRvS 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1702 en AbRvS 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2547.

Pagina 4 van 9

voor het weigeren van de planologische medewerking. De omgevingsvergunning, zoals aangevraagd op 29 april 2021, dient dan ook te worden verleend (dit klemt te meer nu geen sprake is van een aantasting van de individuele belangen van omwonenden en evenmin sprake is van een inbreuk op de woon- en leefomgeving). II.4.1

Proces- en financiële participatie Beleidskader niet van toepassing

16

Bij besluit van 22 september 2021 van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân is het Beleidskader Zonne-energie 2021 NF (7.0 definitieve versie) (het Beleidskader) vastgesteld. 6 Beryllus heeft op 29 april 2021 een aanvraag ingediend voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie. Dat betekent dat Beryllus, als aanvrager van de omgevingsvergunning, ten tijde van het indienen van de aanvraag op 29 april 2021 geen rekening heeft kunnen houden met het Beleidskader dat ruim 5 maanden later is vastgesteld c.q. ten tijde van het indienen van de aanvraag niet van kracht was. Vertrouwensbeginsel

17

Daarnaast geldt dat het College verwachtingen heeft gewekt op basis waarvan Beryllus erop mocht vertrouwen dat het Beleidskader niet van toepassing is op het beoogde project. De betreffende ambtenaren met wie Beryllus veelvuldig heeft gesproken hebben welbewust het standpunt ingenomen c.q. uitdrukkelijk verklaard dat het initiatief van Beryllus tot realisatie van het project op de Locatie dateert van vóór de inwerkingtreding van het Beleidskader en om die reden Beryllus daar niet aan behoeft te voldoen.

18

Daarnaast heeft Beryllus veelvuldig overleg gevoerd met de gemeente. Tijdens de besprekingen is vanuit de gemeente meermaals kenbaar gemaakt dat de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie past binnen de ambities van de gemeente en medewerking daaraan zal worden verleend. Uit eerdere mailwisselingen met de gemeente volgt evident dat de gemeente medewerking zal verlenen aan de realisatie van een zonnepark op de Locatie. Hiermee heeft het College ondubbelzinnig toegezegd dat het Beleidskader niet in de weg staat aan de realisatie van het beoogde project c.q. een omgevingsvergunning zal worden verleend aan Beryllus voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie.

19

Gelet op bovenvermelde uitdrukkelijke toezegging door een daartoe bevoegde persoon mocht Beryllus de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat zij een omgevingsvergunning zal verkrijgen voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie.7

6 7

Bekendgemaakt in het gemeenteblad 2021, met kenmerk 325740. Vgl. AbRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694.

Pagina 5 van 9

Beryllus heeft voldaan aan het Beleidskader 20

Indien en voor zover het Beleidskader toch van toepassing zou zijn op het project, dan geldt dat de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie voldoet aan (hoofdstuk 5 van) het Beleidskader. Procesparticipatie

21

Beryllus heeft vele inspanningen verricht om omwonenden te informeren en draagvlak te vergroten, zie onder meer het in dat kader opgestelde participatieverslag (Bijlage 4). Beryllus merkt daarbij wel op dat een zogenaamd “participatiebeleid” binnen de gemeente NoardeastFryslân ontbreekt. Gemeentelijk beleid waarin duidelijk is vastgesteld dat een onderzoek naar de omvang van het draagvlak dient te worden verricht ontbreekt in zijn geheel. Niet bekend is wat een dergelijk onderzoek zou moeten inhouden. Onduidelijk is dus aan welke eisen c.q. verplichtingen een initiatiefnemer moet voldoen om voldoende inspanning te hebben verricht, zodat het College aan het Ontwerpbesluit niet ten grondslag heeft kunnen leggen dat onvoldoende draagvlak zou bestaan voor de realisatie van een zonnepark.8

22

Uit de vaste lijn van de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat gemeentelijk beleid van kracht moet zijn waarin is vastgesteld dat van een initiatiefnemer verlangd kan worden dat hij (specifieke) inspanningen verricht. In het gemeentelijk beleid dient dan te zijn vastgelegd dat een onderzoek naar de omvang van het draagvlak verricht dient te worden. Voor wat betreft de participatie is er geen gemeentelijk beleid waarin is vastgesteld dat een initiatiefnemer (specifieke) inspanningen moet verrichten. Ook anderszins is niet in gemeentelijk beleid vastgesteld wat een dergelijk onderzoek exact zou moeten inhouden c.q. hoe omvangrijk dit zou moeten zijn. Bij gebrek aan een voldoende concreet participatiebeleid kan een vermeende “niet naleving” van het Beleidskader geen grondslag vormen voor de weigering van een omgevingsvergunning.

23

Beryllus meent overigens dat haar inspanningen ter zake de (proces)participatie sowieso als 'voldoende' kwalificeren. Zij heeft de omgeving en de overige partijen (waaronder de gemeente, provincie netbeheerder, Staatsbosbeheer) vroegtijdig en adequaat betrokken bij het initiatief. Ook is Beryllus tijdig met alle partijen om tafel gaan zitten om de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie te bespreken, te komen tot een goede landschappelijke inpassing, alle betrokken belangen mee te wegen en te werken aan acceptatie. Voorts heeft Beryllus de omwonenden tijdig geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Tijdens de gesprekken die hebben plaatsgevonden met de eigenaren van de bedrijfswoningen (die op een afstand van circa 900 meter van de Locatie zijn gelegen) is aangegeven dat zij geen bezwaren hebben (dit betreft onder meer een proefboerderij). In de directe nabijheid van de Locatie zijn geen woningen gesitueerd. De Locatie is zodanig afgelegen dat geen sprake zal zijn van direct zicht op het beoogde zonnepark vanuit een woning. Daarmee is door Beryllus eveneens de mogelijkheid tot inspraak geboden en de geleverde inspraak heeft bovendien tot ontwerpaanpassingen geleid. Daarnaast is aan

8

Vgl. AbRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209.

Pagina 6 van 9

omwonenden de mogelijkheid geboden economisch te participeren in het project en zijn buitenwettelijke informatie- en inspraakmogelijkheden georganiseerd. 24

In dit kader merkt Beryllus op dat de betrokken ambtenaren binnen de gemeente bij bovenvermelde informatieavonden en bij de overige gesprekken met Plaatselijk Belang Munnekezijl aanwezig zijn geweest. Indien zij van mening waren geweest dat de (proces)participatie onvoldoende zou zijn geweest, dan waren er voldoende gelegenheden geweest om dat eerder (en tijdig) aan te kaarten. Dit is echter nagelaten. Bovendien heeft ook de gemeente Plaatselijk Belang Munnekezijl meerdere keren geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling.

25

Gelet op het voorgaande heeft Beryllus voldoende inspanningen verricht (door onder meer omwonenden tijdig te informeren en draagvlak te vergroten) die gericht waren op het peilen en vergroten van draagvlak onder omwonenden, zodat aan de uitgangspunten met betrekking tot procesparticipatie (zoals volgt uit hoofdstuk 5 van het Beleidskader) is voldaan. Financiële participatie

26

Ten aanzien van de financiële participatie merkt Beryllus op dat dit (ook) wettelijk niet afdwingbaar is, ook niet als inspanningsverplichting. Dit zal anders in strijd zijn met de limitatieve vormen van kostenverhaal (6.12 Wro e.v.).

27

Daarnaast merkt Beryllus op dat hoofdstuk 5 van het Beleidskader als volgt luidt: “Anders dan bij procesparticipatie, heeft de gemeente niet de bevoegdheid om een inspanningsverplichting op het gebied van financiële participatie te eisen. (…) De initiatiefnemer is grotendeels vrij in het exact invulling geven aan participatie. Als gemeente laten wij dit liever over aan de creativiteit van de markt. De initiatiefnemer mag zelf bepalen of het prefereert in te zetten op bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten voor de lokale omgeving en/of dat het liever inzet op een deur-aan-deur-methode.”

28

Zoals volgt uit het Beleidskader, geldt geen inspanningsverplichting op het gebied van financiële participatie. In het Ontwerpbesluit is financiële participatie om die reden ten onrechte als grondslag voor de weigering van de omgevingsvergunning vermeld.

29

Voor de volledigheid merkt Beryllus ten aanzien van de financiële participatie op dat de gemeente niet heeft gereageerd op het voorstel om zelf financieel deel te nemen aan het project en evenmin is gereageerd op een voorstel voor medegebruik van de kabel. Het medegebruik van de kabel en aansluiting heeft een belangrijke financiële waarde voor het gebied. Het biedt de mogelijkheid voor bedrijven om hun eigen daken vol te leggen met zonnepanelen of bijvoorbeeld zelf een zonnepark te realiseren. Beryllus heeft daartoe een voorstel gedaan voor een intentieovereenkomst. Daar is echter niet inhoudelijk op gereageerd.

Pagina 7 van 9

30

Het Beleidskader kan in zoverre geen weigeringsgrond vormen voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie is dan ook ten onrechte geweigerd.

II.4.2

Aansluiting op het elektriciteitsnetwerk

31

Ten aanzien van het standpunt van het College dat op dit moment aan de netaansluiting niet concreet vorm en inhoud zou zijn gegeven, merkt Beryllus het volgende op.

32

Beryllus heeft de mogelijkheden voor de netaansluiting reeds uitvoerig onderzocht. De eerste mogelijkheid daartoe is op een locatie in Dokkum (Liander) en de tweede mogelijkheid is op een NAM-locatie (GTS/Gasunie) in Grijpskerk. Allereerst is door Beryllus contact gelegd met GTS/Gasunie, omdat Grijpskerk een gewenste en een logische locatie is voor een netaansluiting. De gemeente heeft Beryllus echter opgedragen om contact te leggen met Liander en Enexis voor de locatie te Dokkum. Beryllus heeft daar gehoor aan gegeven.

33

Beryllus heeft (op verzoek van de gemeente) de eerste mogelijkheid formeel ingang gezet (te weten de locatie Dokkum) en heeft daartoe een offerte opgevraagd bij Liander.9 Liander heeft het verzoek om een offerte op te stellen afgewezen, omdat Liander daartoe pas zal over gaan indien redelijk zicht op een vergunning bestaat. In zoverre dient eerst een (ontwerp)omgevingsvergunning te zijn verleend en pas daarna kunnen afspraken vastgelegd worden ten aanzien van een netaansluiting.

34

Gelet op het voorgaande staat het Ontwerpbesluit eraan in de weg om een netaansluiting concreet vorm en inhoud te geven. Liander wil eerst zicht hebben op een omgevingsvergunning alvorens zij medewerking verleent aan een netaansluiting, terwijl het College weigert om een omgevingsvergunning te verlenen zolang geen zicht is op een netaansluiting.

35

Het College dient in de vorm van een voorwaardelijke verplichting aan de omgevingsvergunning te borgen dat zolang een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk niet is gerealiseerd niet mag worden overgegaan tot de bouw van een zonnepark. Het spreek voor zich dat ook Beryllus niet zal overgaan tot realisatie van een zonnepark als geen netaansluiting voorhanden is.

36

Gelet op het voorgaande en gelet op de meerdere haalbare opties voor een netaansluiting (ter plaatse van onder meer de locaties Dokkum en Grijpskerk) is de beoogde realisatie van een zonnepark op de Locatie economisch en technisch uitvoerbaar en kan dit geen weigeringsgrond vormen voor de aangevraagde omgevingsvergunning. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op de Locatie is ten onrechte geweigerd.

9

Daaruit is overigens gebleken dat Liander en Enexis niet gaan over de NAM-locatie. Voor een aansluiten op de NAM-locatie verwijst Liander naar GTS/Gasunie.

Pagina 8 van 9

III

CONCLUSIE

37

Gelet op het voorgaande verzoekt Beryllus u deze zienswijze gegrond te verklaren, de aanvraag van 29 april 2021, met OLO 6012907 (in samenhang met de nadien door Beryllus aan het College verstrekte gegevens) in behandeling te nemen en een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub a en sub c, Wabo aan Beryllus te verlenen ten behoeve van de realisatie van een zonnepark op de percelen aan de Willem der Ploegweg te Munnekezijl.

38

Beryllus is graag bereid om het voorgaande nader mondeling aan u toe te lichten.

Hoogachtend, BarentsKrans Coöperatief U.A.

J.L. Zijlma

Pagina 9 van 9

Bijlage 1

21 juni 2023

Bijlage 2

Lantaarnpalen van 15 meter hoog

10 Gebouwen met een footprint van 25x125x15 m (bxlxh)

Overkapping aan linker kant van het gebouw

Hekwerk rondom het terrein van 2,5 meter hoog

De gebouwen hebben een dakgoothoogte van 4 meter

Op de zuidkant van het terrein komt een overkapping van 5,5 meter hoog met zonnepanelen.

Bijlage 3

Renuka Kharagram | BarentsKrans Onderwerp:

FW: zaaknummer 20211341 - het realiseren van een veldopstelling met zonnepanelen op het perceel aan de Willem van der Ploegweg te Munnekezijl

Van: Nico la Crois | Ekwadraat Verzonden: woensdag 8 juni 2022 15:58 Aan: kccvergunningen@noardeast-fryslan.nl CC: Peter van Poecke <pvp@atlasinvest.eu>; Lucas van Poecke <lvp@beryllushydrogen.com> Onderwerp: FW: zaaknummer 20211341 - het realiseren van een veldopstelling met zonnepanelen op het perceel aan de Willem van der Ploegweg te Munnekezijl Beste heer/mevrouw, Eerder vandaag ontving ik uw bijgevoegde brief. Ik heb de inhoud van de brief besproken met aanvrager/opdrachtgever Beryllus Sun Energy BV. In de brief staat min of meer aangegeven dat de aanvraag onvoldoende informatie bevat voor een inhoudelijke beoordeling en de voorbereiding van de besluitvorming. Deze mening delen wij niet. -

-

In de Ministeriële regeling omgevingsrecht is bepaald welke informatie moet worden ingediend bij een vergunningaanvraag. U vraagt specifiek om een ‘voldoende uitwerking van de financiële participatie’. Informatie omtrent financiële participatie is geen indieningsvereiste bij een aanvraag omgevingsvergunning. Gelet op het volgende aandachtsstreepje kunnen wij ook niet plaatsen op basis waarvan u deze informatie nodig heeft voor het beoordelen van de vergunningaanvraag en het voorbereiden van de vergunning. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn de toetsingskaders/weigeringsgronden voor een (aanvraag) omgevingsvergunning uitputtend bepaald. Beryllus vraagt een vergunning aan voor het bouwen van een bouwwerk en voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Als het gaat om het bouwen, is het toetsingskader het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en redelijke welstandseisen (artikel 2.10 van de Wabo). Met de aanvraag en de daarbij gevoegde informatie is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de technische eisen uit het Bouwbesluit. De welstandscommissie heeft inmiddels positief geadviseerd omtrent het project. Beryllus vraagt daarnaast uitdrukkelijk en gemotiveerd om af te wijken van het geldende bestemmingsplan.

Op grond van artikel 2.12 van de Wabo mag een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met een bestemmingsplan, uitsluitend worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De vraag of en in hoeverre sprake is van financiële participatie is niet ruimtelijk relevant en kan geen grond vormen om een omgevingsvergunning te weigeren.

Op basis van het voorgaande verzoek ik u dan ook om de inhoudelijke behandeling van de aanvraag voort te zetten en op korte termijn een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage te leggen. Mocht u zich niet kunnen vinden in bovenstaande argumentatie, dan verzoek ik u om nader toe te lichten op basis waarvan de gevraagde informatie benodigd is voor het beoordelen van de aanvraag en het voorbereiden van de vergunning (inclusief de juridische grondslag op basis waarvan u meent dat deze informatie kan worden gevraagd). Tevens zou ik in dat geval graag een precisering ontvangen van de gevraagde informatie (welke specifieke informatie in welke vorm heeft u nodig) en verneem ik aan de hand van welke kaders u de gevraagde informatie gaat beoordelen (waar is de eis van financiële participatie geregeld/juridische grondslag en wanneer is naar uw oordeel sprake van voldoende financiële participatie om de vergunning te kunnen verlenen). Alvast hartelijk dank voor uw reactie. Met vriendelijke groet, 1

Nico la Crois Senior adviseur omgevingsrecht - Ekwadraat 06 411 400 24 Ynduksjewei 4, 8914 CA Leeuwarden nlacrois@ekwadraat.com

Ga naar de website

Blijf op de hoogte

Op dit bericht is een disclaimer van toepassing: www.ekwadraat.com/disclaimer

Van: KCC Vergunningen Noardeast-Fryslan <KCCVergunningen@noardeast-fryslan.nl> Verzonden: woensdag 8 juni 2022 12:17 Aan: 'pvp@atlasinvest.eu' <pvp@atlasinvest.eu> CC: Nico la Crois | Ekwadraat <nlacrois@ekwadraat.com> Onderwerp: zaaknummer 20211341 - het realiseren van een veldopstelling met zonnepanelen op het perceel aan de Willem van der Ploegweg te Munnekezijl Geachte heer Van Poecke, Naar aanleiding van uw aanvraag ontvangt u hierbij een brief inzake bovengenoemd onderwerp. Bel of mail gerust als u nog vragen heeft Hieronder vindt u onze contactgegevens en kunt u zien op welke dagen wij bereikbaar zijn.

Met vriendelijke groet, Medewerkers KKS Fergunnings kccvergunningen@noardeast-fryslan.nl (0519) 29 88 88, keuze 2 bereikbaar van maandag tot en met donderdag van 8.30 - 16.30 en vrijdags van 8.30 -12.00 uur

2

3

Bijlage 4

Participatieverslag Zonnepark Kollumerwaard Beryllus Sun Energy 19 juli 2023 | Nico La Crois

1

Opdrachtgever Titel rapport

Opdrachtgever

Beryllus Sun Energy Lucas van Poecke

Adviseur

Ekwadraat BV Ynduksjewei 4 8914 CA Leeuwarden T. 088 4000 500 info@ekwadraat.com

Colofon

Nico La Crois Versie 1.0 Definitief 19 juli 2023 Projectnummer: 101612

2

1. Inhoud 1.

Inhoud.................................................................................................................................................. 3

2.

Inleiding ............................................................................................................................................... 4 Algemeen................................................................................................................................................. 4 Procesparticipatie .................................................................................................................................... 4 Financiële participatie ............................................................................................................................. 4 Participatie in relatie tot de ontwikkeling van Zonnepark Kollumerwaard ............................................ 4

3.

Project, projectgebied en stakeholders .............................................................................................. 5 Project ..................................................................................................................................................... 5 Projectgebied........................................................................................................................................... 6 Stakeholders ............................................................................................................................................ 8

4.

Procesparticipatie ................................................................................................................................ 9 Aanwonenden (direct belanghebbenden) .............................................................................................. 9 Grondeigenaren rondom of in de nabijheid van de projectlocatie (direct belanghebbenden) .............. 9 Omwonendenden/belangstellenden .................................................................................................... 11 Belangenorganisaties en overige partijen (niet hiervoor genoemd) .................................................... 11

5.

Financiële participatie ....................................................................................................................... 14

3

2. Inleiding Algemeen In 2017 heeft Beryllus Sun Energy BV (hierna: Beryllus) het initiatief opgevat om ter plaatse van de voormalige kruitfabriek in de Kollumerwaard (Willem van der Ploegweg 1, in het buitengebied bij Munnekezijl) een zonnepark te realiseren. De komst van een zonnepark verandert de omgeving altijd enigszins. Beryllus heeft de overtuiging dat deze locatie zich perfect leent voor het halen van de gemeentelijke energiedoelstellingen, door de grote afstand tot woningen, waardoor er geen zicht is op het park. Verder is deze ontwikkeling voor de omgeving waarschijnlijk wenselijker dan een ontwikkeling zoals beschreven in het bestemmingsplan: Een wapenfabriek (fabriek voor de productie en opslag van explosieven). Toch kan elk zonnepark in meer of mindere mate impact hebben op het leven van de omwonenden. Draagvlak is daarom belangrijk. In het Klimaatakkoord is beschreven dat, in de projectfase, de initiatiefnemer van een energieproject verantwoordelijk is voor het organiseren van participatie. Als het gaat om participatie kunnen twee vormen van participatie worden onderscheiden: Procesparticipatie en financiële participatie. Van een initiatiefnemer kan worden gevraagd om een bepaalde inspanning te leveren als het gaat om procesparticipatie. Procesparticipatie kan leiden tot financiële participatie. Hierna wordt kort ingegaan op beide participatievormen.

Procesparticipatie Participatie betekent letterlijk ‘meedoen’. Procesparticipatie richt zich op het betrekken van de stakeholders tijdens de voorbereiding, ontwikkel- en exploitatiefase. Gemeenten kunnen randvoorwaarden stellen aan de wijze waarop procesparticipatie moet worden georganiseerd. Hierbij gaat het om een inspanningsverplichting.

Financiële participatie Bij financiële participatie investeert de omgeving in het project en/of ervaart de voordelen van de opbrengsten van het project. Zoals gezegd kan financiële participatie een uitkomst zijn van het participatieproces. Financiële participatie kan en mag door de gemeente niet worden afgedwongen.

Participatie in relatie tot de ontwikkeling van Zonnepark Kollumerwaard Sinds het eerste contact met de gemeente omtrent realisatie van Zonnepark Kollumerwaard, heeft Beryllus op verschillende manieren vorm en inhoud gegeven aan procesparticipatie. Tevens zijn voorstellen gedaan om ‘de omgeving’ te laten profiteren van de aanwezigheid van het zonnepark. In dit verslag wordt inzicht geboden in en verslag gedaan van de door Beryllus verrichte inspanningen op het gebied van participatie. Tevens wordt verslag gedaan van de wijze waarop het participatieproces invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het project.

4

3. Project, projectgebied en stakeholders Project Het huidige project behelst de realisatie van een veldopstelling met zonnepanelen op het open middengedeelte van de voormalige kruitfabrieklocatie. De zonnestroominstallatie bestaat uit verschillende bouwwerken: De constructies met zonnepanelen, trafo’s en een hekwerk (ter beveiliging van het terrein). Oorspronkelijk zou het volledige terrein worden ontwikkeld als zonnepark. Dit is teruggebracht tot ongeveer 1/3e deel van het beschikbare terrein als gevolg van gesprekken met verschillende stakeholders (zie verderop in het verslag). Er is sprake van een opgesteld vermogen van ongeveer 42 MWp, uitgaande van een maximale invulling en een oost-westopstelling. De verwachte opbrengst bedraagt in dat geval 35 GWh per jaar. Hiermee kunnen 10.000 huishoudens jaarlijks worden voorzien van elektriciteit. Het zonnepark levert hiermee een aanzienlijke bijdrage aan de gemeentelijke ambities op het gebied van opwekken van duurzame energie. Meer informatie omtrent het project is te lezen in de bij de vergunningaanvraag gevoegde ruimtelijke onderbouwing. Een situatietekening van het projectgebied is hieronder ingevoegd.

5

Projectgebied Het projectgebied is gelegen in het buitengebied bij Munnekezijl. De ligging van het projectgebied is op onderstaande luchtfoto aangeduid met een rode marker.

Het dorp Munnekezijl (bord bebouwde kom) ligt op een afstand van (hemelsbreed) ongeveer 2 kilometer van de projectlocatie. Hetzelfde geldt voor het dorp Zoutkamp. Aan de westzijde grenst het beoogde zonnepark aan het Lauwersmeergebied. Ten oosten bevinden zich gronden die in gebruik zijn voor agrarische doeleinden (akkerbouw). Aan de noord- en zuidzijde van de projectlocatie zijn de aangrenzende gronden in eigendom van Beryllus. Op deze gronden is vooral opgaande beplanting aanwezig. De dichtstbijzijnde (bedrijfs)woningen zijn gelegen op ongeveer 900 meter afstand van de projectlocatie. Het gaat hier om de (bedrijfs)woningen van de Proefboerderij Kollumerwaard en Bakker Bio.

6

Het projectgebied kent een oppervlakte van ongeveer 28 ha en is op dit moment tijdelijk in gebruik voor akkerbouwdoeleinden. Op navolgende luchtfoto is het gebied indicatief aangeduid.

Het gebied is in de jaren 80 door het bedrijf Muiden Chemie ingericht en korte tijd gebruikt als buskruitfabriek en ten behoeve van de opslag van explosieven. Sinds ongeveer 1987 is het perceel in onbruik. Het thans open middendeel is gebruikt voor houtproductie. Het productiebos dat op deze gronden aanwezig was, is inmiddels geruime tijd geleden gekapt. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, mag het volledige terrein op dit moment uitsluitend worden gebruikt voor (gebouwen en bouwwerken) ten behoeve van de productie en opslag van explosieven. Het terrein kent ruime bouwmogelijkheden (o.a. 3 ha aan bedrijfsgebouwen en een niet-gelimiteerde oppervlakte aan overkappingen).

7

Stakeholders Beryllus heeft een stakeholdersanalyse uitgevoerd, met als uitgansgpunt de aard en omvang van het project en de ligging van het projectgebied. Beryllus heeft daarbij de in navolgende tabel weergegeven stakeholders geïdentificeerd. Nr.

Type stakeholder

Stakeholder(categorie)

1 2

Aanwonenden (direct belanghebbenden) Grondeigenaren rondom of in de nabijheid van de projectlocatie (direct belanghebbenden)

3

Omwonenden/belangstellenden

4 5

Belangenorganisaties Overige (niet hiervoor genoemd)

Geen Staatsbosbeheer Proefboerderij Kollumerwaard Agrarische bedrijven Inwoners en ondernemers uit Munnekeijl (e.o.) Inwoners en ondernemers uit Zoutkamp (e.o.) Inwoners en ondernemers uit Lauwerzijl (e.o.) Overige inwoners en ondernemers uit Noardeast-Fryslân Plaatselijk Belang Munnekezijl Gemeente Het Hoogeland Gemeente Westerkwartier Provincie Fryslân Provincie Groningen Waterschap Noorderzijlvest Netbeheerder Liander Netbeheerder Enexis GTS/Gasunie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=1023903b-3575-4153-a974-3d1553d8a6cc