Ingekomen stuk 240611 Reactie herstelbesluit bestemmingsplan Dokkum – Mollema
Tekst van het document
Gemeente Noard-East Fryslan Postbus 13 9291 AA Kollum T.a.v. de gemeenteraad van Noardeast Fryslan / Collega van B&W (in cc)
Dokkum, 08 juni 2024
Betreft: Reactie herstelbesluit bestemmingsplan Dokkum – Mollema / schrijven van advocaat Rotshuizen Geense
Geachte leden van de gemeenteraad, Op vrijdag 07 juni jongstleden mochten wij, via onze advocaat, een schrijven ontvangen van uw advocaat althans, hij gaf aan namens de raad acties te kunnen en zullen ondernemen. De mail luidde als volgt: “Op dit moment zal de gemeenteraad niet vragen om opheffing van de schorsing voor wat betreft de woonbestemmingen, omdat de betreffende woningen nu nog niet worden gebouwd. Wel is met de uitspraak van de Voorzieningenrechter een onbedoeld neveneffect ontstaan, dat belemmerend kan werken voor de bouw op de niet geschorste plandelen. Dit zit als volgt. In het noordelijke geschorste plandeel is door de Voorzieningenrechter per abuis een weggedeelte meegenomen. Dit betreft de bestemming Verkeer-verblijfsgebied aan de onderkant en rechterkant van het roodgemaakte blok. Zie het fragment uit de uitspraak hieronder.
De ontwikkelaar wil daar wel aan de slag, om de ten zuiden van het roodgemaakte blok gelegen woningen te kunnen bouwen. Nu zou de aanleg van de (bouw)weg, het gebruik daarvan en de aanleg van bijbehorende (nuts)voorzieningen als strijdig met de uitspraak van de Voorzieningenrechter kunnen worden aangemerkt. Zijn jouw cliënten bereid
dergelijke werkzaamheden binnen het roodgemaakte blok ter plaatse van de bestemming Verkeer-verblijfsgebied te accepteren? Als het antwoord ‘ja’ is, zal ik namens de gemeenteraad een verzoek om opheffing van de schorsing indienen voor zover die ziet op de bestemming Verkeer-verblijfsgebied, onder de mededeling dat jouw cliënten akkoord zijn. Als het antwoord ‘nee’ is, zal ik namens de gemeenteraad een verzoek om opheffing van de schorsing indienen voor zover die ziet op de bestemming Verkeer-verblijfsgebied en krijgen we een zitting. Graag verneem ik van je. Met vriendelijke groet, X “
De heer X stelt dat en door de voorzieningenrechter een fout zou hebben gemaakt door meer “rood” te markeren dan nodig is. Voor de duidelijkheid refereert de rechter in de uitspraak aan het feit dat het geblokkeerde gebied aan de noordzijde van het plan Agrarische grond betrof (bestemming Agrarische Cultuurgrond) en daarom niet tot stedelijk gebied gerekend kon worden. Dit is naar de mening van de rechter onvoldoende onderbouwd en op basis daarvan zou dit deel van het bestemmingsplan dus niet gewijzigd kunnen worden naar de bestemming wonen. De vraag is dan op basis waarvan het “rode” gebied gemarkeerd is aan de noordzijde. De rechter heeft dus zeker niet een fout gemaakt maar alle gronden gemarkeerd welke de bestemming Agrarische Cultuurgrond hadden (hebben). Zoals u in het bijgevoegde plaatje kunt zien zijn dat de secties E 2428 en E 2423 (bijlage “Grond tuincentrum.png”). In de bijgevoegde brief van de gemeente van 14 juli 2020 worden betreffende percelen ook als zodanig benoemd (zie bijlage “getekende uitgaande brief aan X.XXXXXX.pdf”) Ad. 3. De bestemming van de percelen in het bestemmingsplan Dokkum-Regiostad is deels agrarisch cultuurgrond (2423/2428) en deels bedrijventerrein (2137) zonder bouwmogelijkheden. In deze brief staat heel duidelijk aangegeven dat hier niet gebouwd kan worden, dat geldt ook voor sectie E 2137 overigens.
Als je dan naar het kaartje kijkt (bijlage “AC grond 2024-06-07 190905.png”), dan komt het gebied van de rechter exact overeen met de bestemming agrarische cultuurgrond. De kans dat de rechter dan ook een fout zou hebben gemaakt is naar mijn mening “nul”. Het argument dat het een “Verkeer-verblijfsgebied” zou betreffen gaat natuurlijk niet op, dat is alleen zo wanneer het bestemmingsplan in werking zou treden. Tot die tijd blijft de bestemming agrarische cultuurgrond van kracht. Waarom dan dit schrijven, aanvullend op het schrijven van 31 mei jongstleden?
Graag wil ik dan ingaan op het feit dat dhr. X eigenlijk probeert de zaak onder druk te zetten namens de gemeenteraad, in het kennelijke belang van de firma Zwanenburg, door te wijzen op een veronderstelde fout van de voorzieningenrechter. Hij tracht hiermee ons te bewegen te accepteren dat we een gerechtelijke uitspraak van de rechter negeren, nogmaals, kennelijk in opdracht van de gemeenteraad. De consequentie zou zijn, en dat voelt bijna als een dreigement, dat we wederom een zitting zouden krijgen. Wellicht in de hoop dat wij dat financieel niet kunnen dragen of dat ons dit (te) veel tijd zou kosten? U zult begrijpen dat ik deze handelswijze op zijn minst schandelijk vind. Voor mijn gevoel begint het zo langzamerhand te schuren tegen wat is toegestaan binnen ons rechtssysteem tussen advocaten, overheden en projectontwikkelaars/ investeerders. Ik zou je dan ook willen vragen om dit “voorval” te beoordelen en te wegen in uw besluit op 20 juni as. Het toont namelijk aan welke discutabele handelswijzen men (u als verantwoordelijke) bezigt om tegen elke prijs, zelfs buiten de wet, de zaken door te drukken in het belang van genoemde Projectontwikkelaars en investeerders. Ik vraag u dan ook om goed te overwegen welk standpunt u de 20e in wilt nemen en of dit binnen of buiten de wet is. M.vr.gr., X