Functieomschrijving wethouders.docx
Tekst van het document
Functieomschrijving wethouders De raad benoemt de wethouders. Zo is dat aangegeven in artikel 35 Gemeentewet. Deze benoeming is meer dan een formaliteit. Het college en daarmee de wethouders zijn het college van de hele gemeente, van de hele gemeenteraad. Niet van hun partij, niet van de coalitie, maar van de hele raad! Elke stem van elk raadslid telt bij de benoeming even zwaar, de wet maakt hierin geen onderscheid. Om de raad behulpzaam te zijn bij het selecteren van goede wethouderskandidaten, kan het gebruik van een functieomschrijving handig en zinvol zijn. Een algemene, a-politieke functieomschrijving. Zodat degenen die kandidaten gaan selecteren, maar ook de kandidaten zelf, weten wat er van het ambt wordt verwacht. Functieomschrijving Een wethouder is een stevige politiek-bestuurlijke functie, het is een topfunctie in het openbaar bestuur. De wethouder dient bestuurlijk sturing te geven aan de organisatie, dient vanuit een gedragen visie keuzes te maken. Die keuzes maakt zij / hij elke dag, vaak meerdere malen. Soms op basis van uitgebreide ambtelijke of externe adviezen, maar soms ook op basis van intuïtie en gevoel. Daarbij dient zij / hij rekening te houden met draagkracht in de mienskip, in het college en in de raad. Niet alleen deskundigheid telt, maar ook de politieke en financiële mogelijkheden.
Een wethouder moet dus naast sturing geven, ook een verbinder zijn, moet vaak heel veel verschillende partijen mee krijgen richting goede besluitvorming. Dat vereist visie, ruggengraat, doortastendheid, daadkracht, overtuigingskracht maar ook flexibiliteit en communicatieve vaardigheden. De rollen en taken van een wethouder zijn te groeperen per speelveld waarop zij / hij acteert: 1. het politieke speelveld: a. het speelveld tussen college en raad; b. alle raadsleden worden gelijkwaardig bediend, geïnformeerd en bejegend; c. de wethouder is zich bewust van de ruimte tussen de taken van het dagelijks bestuur en de rollen en taken van de raad en gaat daar krachtig en tegelijkertijd respectvol mee om; d. de wethouder moet goed kunnen luisteren, debatteren, de politieke sensitiviteit aanvoelen, de positie en maatschappelijke context van de raad inschatten, raadsleden respectvol en duidelijk bejegenen. Een goede mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is noodzakelijk; 2. het bestuurlijke speelveld: a. de samenwerking in het college is op basis van “teamwork”, de wethouder is een teamplayer. Collegiaal beraad en collegiale besluitvorming staat voorop; b. de balans van loyaliteit slaat door naar het college, in mindere mate naar de eigen fractie of politieke partij; c. de wethouder is sensitief, kan de opvattingen goed verwoorden.
Zij / hij kan onderhandelen en samenwerken (= individuele belangen opofferen voor het collectief belang). 3. het ambtelijk speelveld: a. de wethouder is een goed en duidelijk opdrachtgever richting ambtelijke organisatie; b. zij / hij weet het verschil tussen de opdrachtgevende rol en de ambtelijk belegde managementtaken; c. de wethouder is duidelijk, concreet, kan prioriteren, weet ambtenaren te inspireren en een ambtelijk-bestuurlijke samenwerking te creëren, gebaseerd op erkenning van enerzijds het bestuurlijk primaat en anderzijds de opdracht tot onafhankelijke beleidsadvisering door ambtenaren;
4. het publiek speelveld: a. de wethouder vertegenwoordigt het gemeentebestuur in de mienskip: richting bedrijven, inwoners, andere bestuurders etc. Zij / hij doet dat als een waardig ambassadeur van een gemeente met een omvang van 45.000 +; b. zij / hij is betrokken, heeft aandacht, maar is zich bewust van het risico van druk van pressiegroepen. Zij / hij maakt gebruik van de objectieve advieskracht van de ambtelijke organisatie om daarin de handen vrij te houden; c. zij / hij is naast een vakinhoudelijk portefeuillehouder ook gebiedswethouder, vooral bedoeld om verbinding met de samenleving in een specifiek deel van de gemeente te onderhouden. Zij is daarop open, toegankelijk, geïnteresseerd in dit gebied en maakt (voldoende) tijd vrij om in het gebied te zijn en mensen te ontmoeten. Een wethouder moet in staat zijn effectief te bewegen in het spanningsveld tussen raad, college, eigen fractie, burgers en ambtelijke organisatie. Dat vergt dat hij/zij in staat is om hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden, goed kan formuleren en in staat is om in overlegsituaties een punt te maken en zo mogelijk te ‘scoren’. Daarnaast dient de wethouder integer, loyaal en transparant te zijn. Hij/zij moet vertrouwd kunnen worden met zijn/haar portefeuille, zowel qua inhoud als persoon, zowel naar binnen (organisatie en bestuur) als naar buiten (burgers, ondernemers, belangengroeperingen).