Formatiedossier - Bijlage Contourenagenda 2026 - 2030
Tekst van het document
Contouren agenda 2026 - 2030 Maart 2026
Colofon Opdrachtgever:
Driehoek gemeente Noardeast-Fryslân
Rapport gegevens: Rapport: Opsteller: Versie: Datum:
Contouren agenda 2026 - 2030 Ambtelijke dienst gemeente Noardeast-Fryslân Definitief Maart 2026
1 Gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 1, 9100 AA Dokkum Tel. (0519) 29 88 88 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl
Naam rapport
2
Contouren agenda 2026 – 2030
Inhoudsopgave INLEIDING
3
1
YNWENNER EN BESTJOER
4
1.1
Dienstverlening
4
1.2
Veiligheid
4
1.3
Huisvesting
4
2
MIENSKIP
5
2.1
Samenwerken op het terrein van leefbaarheid
5
2.2
Cultuur
5
2.3
Friese taal
5
3
SOARCH EN WOLWÊZEN
6
3.1
Financiële zorgen
6
3.2
Beweging naar preventie
6
3.3
Vergrijzing
6
3.4
Opgaven ten aanzien van ontheemden
6
4
WURK BEDRIUW EN REKREAASJE
8
4.1
Regiostad Dokkum
8
4.2
Bedrijventerreinen
8
4.3
Regionale samenwerking
8
4.4
Recreatie en toerisme
9
4.5
Landbouw en visserij
9
4.6
Samenwerking met de ondernemers
9
5
WENJEN EN OMJOUWING
10
5.1
Fysieke leefomgeving
10
5.2
Betaalbare en beschikbare woningen
10
5.3
Duurzaamheid en energietransitie
10
3
Contouren agenda 2026 – 2030
5.4
Landschap en biodiversiteit
11
5.5
Behoud van voorzieningen
12
5.6
Erfgoednota
12
6
IEPENBIERE ROMTE
13
6.1
Kapitaalgoederen (onderhoud wegen, groen, riolering, gemeentelijke gebouwen etc.) 13
6.2
Klimaat
13
6.3
Verkeer
14
LINKS
15
4
Contouren agenda 2026 – 2030
Inleiding Op 18 maart 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Deze zijn de opmaat voor de komende raadsperiode 2026-2030. De politieke partijen die deelnemen aan deze verkiezingen hebben, mogelijk mede op basis van de versie 1.5 van dit document (januari 2025) hun verkiezingsprogramma’s opgesteld. Doel van dit document is vanuit de organisatie een vrijblijvend hulpmiddel voor het de (in)formatie van de nieuwe coalitie en het coalitieakkoord te bieden. In ‘Contouren agenda 2026-2030’ zijn ontwikkelingen en dilemma’s voor de komende raadsperiode van de gemeente Noardeast-Fryslân geschetst. Niet alle ontwikkelingen en dilemma’s zullen vanuit het niets opdoemen en de gemeente als complete verassing overvallen. Daarom is op een aantal velden ook aangegeven hoe daar vanuit het huidige beleid op kan worden ingesprongen. Ook de afgelopen jaren hebben we meerdere ontwikkelingen gekend die van invloed zijn op onze gemeente en waar we op ook in de komende periode op moeten anticiperen, van mondiaal tot regionaal niveau. In een wereld die steeds instabieler wordt door geopolitieke spanningen, oorlogsdreiging en een fragmenterende wereldorde, groeit ook nationaal de zorg over hybride dreigingen - combinaties van cyberaanvallen, sabotage, spionage en desinformatie die vitale processen kunnen ontwrichten en maatschappelijke verdeeldheid kunnen versterken.
Deze mondiale ontwikkelingen werken door in onze samenleving en kunnen gemeenten direct raken, onder andere via toenemende spanningen tussen groepen inwoners, een verhard maatschappelijk debat en afnemend vertrouwen in instituties. Juist in dit klimaat is het van belang dat gemeenten actief investeren in weerbaarheid, inclusiviteit, sociale samenhang en veiligheid. Een veerkrachtige en inclusieve gemeenschap helpt voorkomen dat mensen in kwetsbare posities tussen wal en schip vallen, en draagt bij aan het dempen van maatschappelijke spanningen. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol: door vroegtijdig polarisatie te signaleren, ruimte te bieden aan ontmoeting en verschil, en door structureel te bouwen aan een sterke, weerbare en veilige lokale gemeenschap. Dit sluit aan op onze ambities voor het zijn van een betrouwbare overheid met optimale dienstverlening en transparantie. Dat vraagt veel de gemeentelijke medewerkers. De gemeente streeft al naar voortdurende verbetering door innovatie en het werken aan effectiviteit en efficiëntie. Dit kan door het bevorderen van een gezonde en productieve werkomgeving en het invoeren van nieuwe technologieën zoals Artificiële Intelligentie (AI). Dit kan ons helpen de genoemde uitdagingen aan te gaan.
Daarbij moeten we wel goede afwegingen maken en maatregelen treffen om de rechten en privacy van onze inwoners en onze informatieveiligheid te beschermen. Ook vragen onderwerpen als biodiversiteit, duurzaamheid, klimaatverandering, de opwarming van de aarde, de energievraagstukken, de spanning op de woningmarkt en de druk op voorzieningen om passende antwoorden. Bovengenoemde uitdagingen op talloze gebieden maken eens te meer duidelijk dat we als gemeente een onderdeel zijn van de wereldgemeenschap. Daarbij kunnen we profiteren van de kracht van samenwerking en onze regionale, provinciale, landelijke en mondiale netwerken, zoals ANNO, het Europa Pact Fryslân (EPF), de Vereniging Friese Gemeenten (VFG), P10 (het samenwerkingsverband van de 30 grootste plattelandsgemeenten in Nederland) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties helpen ons om invulling te geven aan duurzame oplossingen. Deze notitie is opgebouwd langs de lijn van de huidige programma’s: 1. Ynwenner en bestjoer 2. Mienskip
5
3. 4. 5. 6.
Contouren agenda 2026 – 2030
Soarch en wolwêzen Wurk, bedriuw en rekreaasje Wenjen en omjouwing Iepenbiere romte
De tekst is bedoeld om een doorkijkje te geven naar ontwikkelingen voor de komende jaren, waarbij de partijen keuzemogelijkheden hebben hoe daar invulling of prioritering aan te geven. Grote strategische opgaven Onze gemeente staat de komende jaren voor grote strategische opgaven die vragen om bestuurlijke wendbaarheid en stevige regie. De ontwikkelingen rond defensie, de (afhandeling van) mijnbouw en gaswinning, de energietransitie en andere complexe gebieds- en leefbaarheidsopgaven worden steeds omvangrijker, integraler en voelbaar in de mienskip. Deze opgaven vragen om professioneel projectleiderschap en het vermogen om tijdig te kunnen schakelen. De afgelopen periode hebben we de externe inhuur al merkbaar terug weten te dringen, waarmee we stappen zetten richting meer continuïteit, kennisborging en interne wendbaarheid. Tegelijkertijd neemt de druk op de organisatie toe: de hoeveelheid ambities, wettelijke verplichtingen en maatschappelijke verwachtingen groeit. Dat betekent dat we als gemeente steeds scherper moeten prioriteren welke opgaven we wanneer oppakken, en dat extra strategische uitdagingen ook vragen om gerichte investeringen in mensen, vaardigheden en uitvoeringskracht.
Daarom willen we de komende periode investeren in het versterken van onze interne projectorganisatie, waarin medewerkers beter zijn toegerust voor het leiden van complexe opgaven en waarin we structureel werken aan het vergroten van de benodigde competenties, samenhang en inzetbaarheid. Deze beweging is noodzakelijk om onze strategische ambities waar te maken en om voorbereid te zijn op de grote maatschappelijke en ruimtelijke uitdagingen die op onze gemeente afkomen. In het laatste hoofdstuk zijn nog enkele “Links” toegevoegd met interessante achtergrondinformatie, cijfers en trends voor de komende jaren.
6
1
Ynwenner en bestjoer
1.1
Dienstverlening
Contouren agenda 2026 – 2030
De afgelopen jaren hebben we stevig geïnvesteerd in het verbeteren van onze dienstverlening. Dit sluit aan bij onze ambitie om een moderne, burgergerichte gemeente te zijn die behoort tot de best presterende noordelijke overheidsorganisaties. In 2025 is hiervoor het programma Dienstverlening uitgevoerd en zijn een visie en bijbehorende ambities vastgesteld. Deze ambities zijn: eenvoudig bereikbaar, inclusief en toegankelijk, deskundig en betrouwbaar, digitaal én persoonlijk, en modern en eigentijds. In de komende raadsperiode wordt verder gewerkt aan het realiseren van deze visie en aan het daadwerkelijk verankeren van de ambities in de dagelijkse praktijk van de organisatie. Binnen de organisatie is hiervoor de interne campagne IEPEN gestart. Met deze campagne benadrukken we dat wij er zijn voor inwoners, ondernemers, besturen en maatschappelijke partners. We luisteren actief, denken mee, regelen wat nodig is en pakken door waar dat kan. Dit doen we al met veel inzet en plezier. Tegelijkertijd helpt de campagne ons om deze houding nog verder te versterken en blijvend te verankeren in ons dagelijks werk. IEPEN ondersteunt medewerkers in hun ontwikkeling en maakt zichtbaar waar we als organisatie voor staan: open, toegankelijk en dienstbaar naar onze omgeving. Iepen stean = fierder helpe.
Met een open blik, open vraag en open houding helpen we inwoners, ondernemers, elkaar én onszelf vooruit. De kern van IEPEN bestaat uit: • Inclusief – Onze dienstverlening is inclusief, bruikbaar, begrijpelijk en toegankelijk. • Eenvoudig – Inwoners kunnen eenvoudig contact met ons leggen en krijgen antwoord. • Persoonlijk – Wij staan voor persoonlijk contact, online waar het kan en offline waar het helpt. • Eigentijds – Onze dienstverlening wordt iedere dag beter. • Nauwkeurig – We doen wat we beloven, van grote lijnen tot in detail.
1.2
Veiligheid De gemeente staat voor het versterken van het veiligheidsgevoel van inwoners in de leefomgeving, zowel thuis als in de openbare ruimte. Van de gemeente mag worden verwacht dat de gemeente zich inspant om het woon- en leefklimaat te beschermen, overlast weg te nemen en veiligheidsrisico’s te beperken. De gemeente kan niet overal voor zorgen, inwoners zijn zelf ook verantwoordelijk voor veiligheid in hun eigen woon- en leefomgeving. Daarbij staat de gemeente voor continue verbetering van de samenleving door overlast weg te nemen. De gemeente zet zich in op thema’s jeugdoverlast, crisis, georganiseerde criminaliteit (ondermijning), cyber, horeca & evenementen, personen met verward/onbegrepen gedrag, de jaarwisseling en maatschappelijke onrust (betogingen). De huidige raad heeft deze accenten vastgesteld. Halverwege de volgende raadsperiode zal de raad opnieuw prioriteiten moeten vaststellen in de Veiligheidsnota. Dat moet elke vier jaar gebeuren op last van de wetgever.
1.3
Huisvesting Bij de huisvesting van ambtenaren en bestuur dient de volgende stap te worden gezet: de ver- en nieuwbouw van bouwdelen A en B. Het ontwerp moet aansluiten bij de behoeften van bestuur, medewerkers en burgers en ontmoeting en samenwerking stimuleren. Hierbij is rekening houden met toekomstige ontwikkelingen essentieel, met aandacht voor flexibiliteit, duurzaamheid en circulair bouwen via aanpasbare ontwerpen, energiezuinige technologieën en hergebruik van materialen. De gemeente vervult op het gebied van duurzaamheid en circulariteit een voorbeeldfunctie. Open ontwerpen en inclusieve voorzieningen bevorderen transparantie en toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke beperking. Daarnaast is participatie van belang om ontwerpen beter af
7
Contouren agenda 2026 – 2030
te stemmen op lokale behoeften. Digitalisering en slimme technologie, voor het gebouw en hybride werkplekken, vergroten zowel efficiëntie als gebruiksgemak. Goed werkgeverschap wordt gestimuleerd door een goed gebouwde en ingerichte kantooromgeving met ergonomische werkplekken, natuurlijke elementen en voldoende voorzieningen, wat des te belangrijker is gezien de krapte op de arbeidsmarkt.
1.4
Noardeast-Fryslân in Europa De komende bestuursperiode valt samen met een kantelpunt in het Europese beleid en financieringslandschap. Europese samenwerking is voor gemeenten traditioneel sterk verbonden met projecten. Met het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MMFK; 2028–2034) verschuiven de accenten binnen de EU-begroting richting veiligheid en weerbaarheid, duurzame welvaart en concurrentiekracht, innovatie, digitalisering en de groene transitie. Dit zet druk op klassieke budgetpijlers zoals landbouw en cohesie, waar regio’s en gemeenten traditioneel sterk van afhankelijk zijn. Traditionele beleidsterreinen zoals cohesie en regionale ontwikkeling groeien niet meer vanzelfsprekend. Voor gemeenten betekent dit minder voorspelbaarheid, meer concurrentie en een grotere afstand tussen lokale opgaven en Europese besluitvorming. Regio’s en gemeenten dreigen onder te sneeuwen. Een reëel risico is dat regio’s en gemeenten in het nieuwe MFK minder directe toegang krijgen tot middelen en invloed. Veel zal afhangen van de uitwerking van nationale plannen en de mate waarin regio’s gezamenlijk optrekken richting Den Haag en Brussel. Omdat Europese cohesiemiddelen in landsdeelbeheer zijn (in Noord-Nederland via SNN), is het voor gemeenten geen automatisme meer om aan tafel te zitten. Zichtbaarheid en strategische samenwerking zijn bepalend.
Dit maakt de relatie tussen Europa, Rijk en regio tot een expliciet politiek thema, waar ook het nieuwe college positie in kan kiezen. Met het oog op het nieuwe MFK kunnen gemeenten die tijdig investeren in netwerkvorming en inhoudelijke profilering op middellange termijn een voorsprong pakken. Voor Noardeast-Fryslân is dit hét moment om te bepalen waar we straks klaar voor willen staan.
1.5
Financiën De komende jaren staat Noardeast-Fryslân voor een financieel krachtenveld dat zowel uitdagingen als kansen biedt. Landelijk stijgen de uitgaven aan sociaal‑maatschappelijke kostenposten. Dit legt een toenemende druk op de gemeentelijke begroting. Tegelijkertijd verandert de financiële relatie met het Rijk: fluctuaties in het gemeentefonds, herijking van verdeelmodellen en de onzekerheid rond specifieke uitkeringen maken dat meerjarige stabiliteit minder vanzelfsprekend wordt. Als plattelandsgemeente worden we bovendien geconfronteerd met demografische verschuivingen zoals krimp, vergrijzing en veranderende woonbehoeften, die de druk op voorzieningen vergroten en de inkomstenbasis beïnvloeden. Tegen deze achtergrond vraagt de financiële koers zowel om wendbaarheid als strategisch denken. Investeringen in een vitaal platteland, leefbare dorpen en toekomstbestendige infrastructuur zullen noodzakelijk zijn om onze economische en maatschappelijke veerkracht te behouden. Dit vereist scherpe prioritering, innovatieve samenwerkingsvormen en het vermogen om middelen te koppelen aan opgaven. Daarin rijst een wezenlijke vraag: welke gemeente willen wij de komende jaren zijn in dit veranderende financiële landschap? De dynamiek van onzekerheid vraagt niet alleen om technische sturing, maar vooral om een expliciete keuze in onze bestuurlijke houding.
Willen we een gemeente zijn die vroegtijdig risico’s opvangt door preventief te bezuinigen en zo financiële buffers versterkt? Of kiezen we er juist voor om te investeren, vanuit het vertrouwen dat gerichte investeringen in leefbaarheid onze toekomstbestendigheid vergroten en latere kosten kunnen voorkomen?
8
2
Mienskip
2.1
Samenwerken op het terrein van leefbaarheid
Contouren agenda 2026 – 2030
Onze gemeente kent een actieve Mienskip. Inwoners en ondernemers werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van hun dorp of wijk om de leefbaarheid te vergroten. Tegelijkertijd komt deze ontwikkelkracht onder druk te staan door een veranderende bevolkingssamenstelling. De uitdagingen waar onze inwoners voor staan, vragen daarom een stimulerende en faciliterende overheid. Nationaal zijn plattelandsregios’s lange tijd onderbelicht geweest als het ging om de vorming van Rijksbeleid. In maart 2023 hebben drie adviesraden hun krachten gebundeld om daar onderzoek naar te doen. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Elke regio telt’ waarin de regionale ongelijkheid duidelijkheid werd gemaakt. In navolging daarop heeft de Rijksoverheid gewerkt aan een programma waarin het gesprek werd gevoerd met de regio. Een concreet resultaat uit dit programma is het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Met het NPVR zet het Rijk in op langjarig commitment en samenwerking van het rijk voor de regio’s aan de randen van het land, met uitgangspunten die meer passend zijn voor de specifieke context, kenmerken, kansen en uitdagingen voor deze regio’s. Als gemeente blijft het belangrijk om de Mienskip te ondersteunen. Verenigingen en dorpsbelangen verdienen het om ondersteund te worden. Het dorpen- en wijkenbudget is daarbij de laatste jaren een goed middel gebleken.
Ook de directe verbinding tussen de gemeente en de dorpen door middel van de dorpencoördinatoren vormt een belangrijk onderdeel van de samenwerking tussen gemeente en dorpen/wijken.
2.2
Cultuur Als gemeente willen we, waar mogelijk, de voorwaarden scheppen voor een veelzijdig en inspirerend cultureel leven. Daarbij staat een aantal punten centraal. Primair zijn kunst en cultuur voor en door iedereen. Dat vraagt om een gevarieerd, toegankelijk en gespreid aanbod, zodat elke inwoner kan genieten van culturele activiteiten. Verder wil de gemeente kinderen en jongeren op laten groeien met cultuur. Daarom is cultuureducatie en participatie van jongeren aan culturele evenementen van belang. Wil de gemeente een aantrekkelijk cultureel aanbod behouden dan zullen er investeringen moeten worden gedaan. Dat kan betekenen dat er middelen beschikbaar moeten zijn voor het aantrekken en organiseren van grote evenementen, maar ook voor investeringen in onze lokale culturele infrastructuur. Welke keuzes willen we hier als gemeente in maken?
2.3
Friese taal De gemeente Noardeast-Fryslân is één van de koplopers als gaat om de stimulering van de Friese taal. Samen met onderwijs, culturele instellingen en inwoners werken we samen aan het zichtbaar maken van het Fries en het onderwijzen van inwoners in het Fries. Daarbij staat het Fries taalbeleid en Actieplan Frysk centraal. Bij de uitvoering van het Fries taalbeleid zijn op nationaal niveau afspraken gemaakt in de vorm van de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer (BFTK). In de periode 2024-2028 stelt het Rijk middelen beschikbaar voor de bescherming en bevordering van de Friese taal en cultuur. Daarbij is een vijftal prioriteiten: • Zichtbaarheid in de openbare ruimte; • Digitalisering van het Fries; • Fries in het onderwijs en onderzoek; • Taaloverdracht tussen generaties; • Decentraal taalbeleid.
9
2.4
Contouren agenda 2026 – 2030
Een goed voorzieningenniveau De leefbaarheid in onze regio is gebaat bij een goed voorzieningenniveau. Scholen, dorpshuizen, sportvelden en zwembaden zorgen ervoor dat het prettig wonen is in onze gemeente. Het zijn deze plaatsen die de Mienskip bij elkaar brengt en waar ze elkaar ontmoeten. De voorzieningen zijn ook de plaatsen waar we investeren in onze mienskip om te zorgen dat de biljartclub een locatie heeft in het dorpshuis en de kinderen een plek krijgen om naar school te gaan en de ouderen in onze gemeenschap een kop koffie met elkaar kunnen drinken. Tegelijkertijd staan deze voorzieningen ook onder druk. De daling van het aantal leerlingen in onze gemeente draagt eraan bij dat onderwijsinstellingen voor de moeilijke keuze staan om een school wel of niet open te houden. Deze afweging wordt verder bemoeilijkt door het aantal leraren. Verder is het de vraag of alle dorpshuizen wel de vrijwilligers hebben om open te blijven, zeker gezien de lange termijn. Willen we een goed voorzieningenniveau in stand houden dan zullen in de komende jaren investeringen nodig zijn en moeten er keuzes worden gemaakt. Een deel van de voorzieningen is sterk gedateerd en willen we onze jongeren goed onderwijs geven dan zullen we ook moeten kijken naar onze onderwijshuisvesting.
3
Soarch en wolwêzen
3.1
Financiële zorgen Sinds de decentralisaties in 2015 staat de gemeente aan de lat voor de uitvoering van een aantal wetten: Participatiewet, Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). De komende jaren zal de gemeente scherp moeten letten op de uitgaven in het Sociaal Domein. Zeker gezien de nieuwe opgaven (vanuit het Rijk), zoals de Hervormingsagenda Jeugd en de Woon-Zorgvisie, zal er scherp gelet moeten worden op de uitvoering van de wettelijke taken en bestuurlijke ambities. Ook op gemeentelijk niveau kan dit leiden tot keuzes in het ambitieniveau en uitvoering van taken. Tegelijkertijd vragen de ontwikkelingen op het Sociaal Domein om durf en lef van bestuurders om ontwikkelingen in gang te zetten en voort te zetten.
3.2
Beweging naar preventie De zorgkosten stijgen en als we op de huidige manier verder gaan zullen de zorgkosten in de toekomst niet houdbaar zijn. Nationaal probeert men hier invulling aan te geven door middel van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Door middel van het IZA willen deelnemende partijen een duurzaam en preventief gezondheidsbeleid opstellen met het GALA als concrete uitwerking hiervan. De uitvoering hiervan is echter moeizaam. Gemeenten en andere deelnemers vragen om structurele financiering en bevoegdheden om deze beweging in gang te zetten. Het Rijk stelt zich hier terughoudend in op. Reden voor de VNG, en ook een aantal andere deelnemers, om uit de onderhandelingen met de Rijksoverheid te stappen met betrekking tot het Integraal Zorg Akkoord. De beweging naar preventie wordt lokaal op verschillende manieren uitgewerkt. Zo wordt er gewerkt aan het Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en wil de gemeente door middel van een welzijnsplatform samenwerking stimuleren tussen diverse partijen, zoals culturele instellingen en sportorganisaties. Willen we deze lijn naar de toekomst doorzetten? Op het terrein van Jeugdzorg wordt door middel van het programma “Zorg en Onderwijs” vormgegeven aan de preventiebeweging. Door jongeren tijdig hulp te bieden en goede verbindingen
10
Contouren agenda 2026 – 2030
tot stand te brengen hoopt de gemeente jongeren zo goed als mogelijk te ondersteunen en te zorgen dat zij niet in zwaardere en duurdere trajecten belanden.
3.3
Vergrijzing De gemeente ziet zich de komende jaren geconfronteerd met een vergrijzende beroepsbevolking. Dit gaat effect hebben op de zorg, zowel in het aantal zorgbehoevenden als de zorgverleners. Tot 2040 zal de regio Noordoost-Friesland te maken krijgen met dubbele vergrijzing. Het aantal 65-plussers zal toenemen. Binnen deze groep zal het aantal 85-plussers sterk groeien. Dit betekent dat de druk op de huisarts en de wijkverpleging zal toenemen, maar ook op de WMO en de Wet langdurige Zorg (Wlz). Tegelijkertijd zullen er onvoldoende mensen zijn om deze werkzaamheden uit te voeren. De vergrijzing zal ook effect hebben op de woningmarkt. In de totale regio Noordoost-Friesland is ongeveer 85 procent van de woningen niet levensloopbestendig en/of zorggeschikt. Concreet betekent dit dat een deel van de inwoners in de toekomst geen passende woning zal hebben. Als regio is hiervoor gewerkt aan een visie op Wonen en Zorg.
3.4
Opgaven ten aanzien van ontheemden De komende jaren zal de opvang van asielzoekenden, Oekraïense vluchtelingen en statushouders een blijvend onderdeel zijn van de gemeentelijke werkzaamheden. De ambitie van het vorige kabinet was om de instroom te beperken. De gemeente krijgt elk half jaar een opgave als het gaat om de huisvesting van ontheemden. Deze verdeelbesluiten worden provinciaal aangeboden en beoordeeld door het Rijk. Dit betekent dat er dus ook afspraken met andere gemeenten gemaakt kunnen worden over de huisvesting van deze groepen. De gemeente zal een rol behouden in de huisvesting en ondersteuning van de bovengenoemde groepen. De gemeente is er de afgelopen jaren niet in geslaagd om het aantal statushouders te huisvesten. Hiervoor zal samenwerking met de betrokken organisaties in de gemeente, zoals woningcorporaties en scholen, verder moeten worden versterkt.
11
4
Wurk bedriuw en rekreaasje
4.1
Regiostad Dokkum
Contouren agenda 2026 – 2030
De uitstraling van de Regiostad Dokkum is van groot belang voor de versterking van de lokale economie en werkgelegenheid in onze gemeente. In omgevingsprogramma Regiostad Dokkum is de verdere ontwikkeling en groei van Dokkum vastgelegd. Daarin is aandacht voor verschillende functies, waaronder detailhandel, de horeca andere bedrijvigheid. Regiostad Dokkum staat de komende jaren voor uitdagingen op drie grote thema’s: de woningbouwuitbreidingen, de autoluwe binnenstad inclusief parkeren en de netcongestie. De netcongestie is bijvoorbeeld van directe invloed op de economische groei in de stad. Provinciaal wordt Regiostad Dokkum onvoldoende (h)erkend. De provincie richt zich veelal op de F4 gemeenten. Dit betekent dat deze functie continu bewezen moet worden bij het realiseren van de doelstellingen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het werken aan de vermindering van de netcongestie in deze regio. Hoe willen we Regiostad Dokkum op de kaart zetten en aan de daarmee gepaard gaande leefbaarheid voor het gebied?
4.2
Bedrijventerreinen De verkoop van de bedrijfskavels heeft, als gevolg van een betere bereikbaarheid door de realisatie van de Centrale As, een grote vlucht genomen, waardoor uitbreiding van de bedrijventerreinen in Dokkum niet alleen wenselijk is, maar ook noodzakelijk. In Kollum, Kollumerzwaag en Hallum wordt de uitbreiding van de bedrijfskavels met kracht ter hand genomen. Van groot belang daarbij is een goede bereikbaarheid voor nu en in de toekomst. Een goed voorbeeld hiervan is een betere verkeersontsluiting, bijvoorbeeld het Oosttangent in Kollum of de Westelijke Rondweg in Dokkum. De energie-infrastructuur wordt hierbij meer en meer bepalend, de netcongestie leidt tot een afname van de economische groei in de regio. Samenwerking en bouwen aan een robuuste energie infrastructuur is voorwaardelijk om bedrijventerreinen te kunnen blijven verkopen en ontwikkelen. Door innovatie en economische ontwikkeling groeit het tekort aan arbeidskrachten. Dit brengt nieuwe vraagstukken met zich mee, bijvoorbeeld over hoe we omgaan met arbeidsmigranten.
4.3
Regionale samenwerking De regionale samenwerking in ANNO verband wordt nagestreefd, maar de samenwerking verloopt de laatste jaren om verschillende redenen niet altijd even soepel. Met de Versnellingsagenda staat er nu een stevig samenwerkingsverband tussen (regionale) overheden, kennisinstellingen en bedrijven waarvan de komende jaren groei kan worden verwacht. Het geeft een impuls aan de gehele regio op een aantal terreinen die de dragers vormen van onze economie. Er wordt daaraan vorm en inhoud gegeven op de terreinen bouw, metaal, landbouw en Recreatie en Toerisme. Waarbij de toename van de arbeidsparticipatie van groot belang is. Vooral de aspecten innovatie en duurzaamheid zijn daarbij, nog meer dan voorheen, richtinggevende items. Het streven van ANNO is om een topregio te worden in 2040. De huidige ANNO III-agenda loopt af in 2025. Dit is een goed moment om de balans op te maken. Willen we volledig inzetten op de ANNOsamenwerking, of willen we onze blik verbreden? Gemeenten Waadhoeke en Het Hoge Land zouden interessante samenwerkingspartners kunnen zijn gezien de geografische ligging en overlap in uitdagingen.
12
4.4
Contouren agenda 2026 – 2030
Recreatie en toerisme Op basis van de regionaal ontwikkelde visie op het gebied van recreatie en toerisme (R&T) zal er vooral aandacht zijn voor het verder uitrollen van de vijf streekmerken, waarbij de inzet en betrokkenheid van de sector van groot belang is. Daarbij moet ook aandacht zijn voor de regiomarketing juist in regionaal verband, onder leiding van stichting Recreatie en Toerisme. Er liggen goede kansen voor het ontwikkelen van onze kustregio, bijvoorbeeld met projecten zoals ‘Vitale waddenkust’. Het vraagt om samenwerking tussen gebruikers uit de kuststreek – landbouw, waterbeheer, recreatie, cultuur en dorpen. Dit om met elkaar te zoeken naar gedeelde kansen en te kijken of men elkaar kan versterken vanuit dat ene gezamenlijke belang: een levendige en vitale Friese Waddenkust aan de rand van het Unesco Werelderfgoed Waddenzee. Op dit vlak dient de samenwerking met Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân en gemeente Waadhoeke verder ontwikkeld te worden. Ook de verdere visievorming en ontwikkeling van de oostkant van onze gemeente, grenzend aan het Nationaal park het Lauwersmeer, zal in samenwerking met de gemeente Het Hogeland verder opgepakt en uitgewerkt moeten worden, want ook daar liggen nog vele mogelijkheden. Daarnaast liggen er kansen om de banden met Waddeneilanden Ameland en Schiermonnikoog aan te halen.
Op deze manier zou een toeristisch combinatiebezoek met regiostad Dokkum gerealiseerd kunnen worden.
4.5
Landbouw en visserij Noardeast-Fryslân is qua oppervlakte één van de grootste gemeenten in Nederland, met als logisch gegeven dat de landbouw van groot belang is in dit vooral agrarisch gebied. In Noardeast-Fryslân werken meer dan 2000 mensen in de landbouw en visserij en aanverwante sectoren. Deze sector is daarmee van groot belang voor de lokale economie. Het hebben van een visie op de landbouw is daarbij vanuit meerdere gezichtspunten van groot belang. Deze is verwerkt in het omgevingsprogramma landbouw. De landbouw staat de komende jaren voor grote uitdagingen. Denk hierbij aan stikstofproblematiek, klimaatverandering, bodemkwaliteit en verminderde biodiversiteit. Daarnaast staat de landbouw door Europese- en landelijke regelgeving voor een sterk innovatieve koers in het landelijk gebied. Door deze innovatie zien we ook een nieuw type schaalvergroting ontstaan. Door industrialisatie in de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven, bijvoorbeeld verwerking en verpakking van akkerbouwproducten, ontstaan steeds grotere bedrijven in het buitengebied. Dit heeft consequenties voor de openbare ruimte. Hier kunnen we als gemeente actief op inspelen door dit te reguleren door middel van bijvoorbeeld geconcentreerde vestigingsgebieden op aangewezen terreinen, of juist door stengere kaders te stellen aan de inpassing van dergelijke bedrijvigheid in het open landschap.
Hier dient een afweging gemaakt te worden op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en landschappelijke waarden.
4.6
Samenwerking met de ondernemers Voor het hebben van een goed en uitnodigend economisch beleid is het hebben van een goede en gezonde relatie met de ondernemers van groot belang. Daar hoort ook het faciliteren van ondernemerschap bij. Het actief ondersteunen van ondernemers draagt bij aan een vitaal economisch klimaat en stelt ons in staat tijdig in te spelen op kansen en knelpunten in de regio.
13
Contouren agenda 2026 – 2030
Onze gemeente is voor 45 procent eigenaar van de haven in Lauwersoog. De visserij daar vormt een groot deel van onze economie, want veel vissers wonen in onze gemeente. Dat maakt dat de haven van essentieel belang voor onze economische structuur. Gezien de grote economische belangen zou het een strategische keuze kunnen zijn om voor langere termijn te investeren in de haven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan investeringen in de infrastructuur of verduurzaming van de havenfaciliteiten. Deze investeringen kunnen bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de sector, het vergroten van de regionale werkgelegenheid en het versterken van de concurrentiepositie van Lauwersoog. Het is daarom goed om de komende jaren een duidelijke koers te bepalen: welke rol wil de gemeente innemen als aandeelhouder in de ontwikkeling van de haven?
14
5
Wenjen en Omjouwing
5.1
Fysieke leefomgeving
Contouren agenda 2026 – 2030
Binnen dit programma gaat het steeds om de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Ook in de komende jaren zullen we moeten blijven zoeken naar de balans tussen economische, sociale, ecologische en culturele belangen. Dat evenwicht bepaalt de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij zal het in onze gemeente gaan om wonen, ruimte voor bedrijven (programma 4), landbouw, natuur, biodiversiteit en duurzaamheid. De verschillende programma’s bepalen in onderlinge samenhang de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de samenleving. De herijking van de verhouding tussen overheid en samenleving zal door de inmiddels ingevoerde Omgevingswet het samenwerken met de samenleving wijzigen op het gebied van visie, manier van werken, vergunning en handhaving, participatie en dienstverlening. Eén en ander heeft invloed op de rolopvatting van de raad en de ruimte die je geeft aan een ander samenspel tussen inwoner en overheid. Hoeveel ruimte is de raad bereid te laten aan initiatieven uit de samenleving en welke basisprincipes wil de raad in de kaders daarvoor minimaal vastleggen? Zie hiervoor ook https://www.noardeast-fryslan.nl/omgevingsvisie en https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet. De rol van die de gemeente zichzelf toedicht staat mee onder invloed van politieke keuzes daarover.
5.2
Betaalbare en beschikbare woningen Met de Woonvisie, door de raad vastgesteld, wordt vooruitgeblikt en geanticipeerd op de komende jaren. De daarin opgenomen thema’s blijven de komende jaren belangrijk. Verwacht mag worden dat de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van koop- en huurwoningen voor enige spanning in onze lokale samenleving zal blijven zorgen. Gelet op de toegenomen spanning op de woningmarkt kan de samenleving hiermee nog verder belast worden dan nu al het geval is. Met de flexibele doorstroomlijst worden de dorpen zo adequaat mogelijk bediend en wordt zo goed mogelijk in de plaatselijke woonbehoeften voorzien. Dat zou kunnen worden doorgezet. Een accent wordt gelegd op Kollum om de dynamiek die daar heerst in goede banen te leiden. Aan de westkant van de gemeente groeit in Hallum eveneens een dynamiek die de komende jaren aandacht vraagt, maar dan van andere aard, nl. het industrieterrein met bedrijven die op nationaal en internationaal niveau actief zijn waar netcongestie moet worden bestreden en daarnaast de spanning tussen de groeibehoefte van de gevestigde bedrijven en het provinciale beleid dat daar tegendruk aan geeft. Voor de spanning op woongebied zou een mogelijkheid om het dorp een groter woonprogramma toe te kennen. In onze gemeente is nog steeds een tekort aan sociale huurwoningen.
Het blijft een opgave om via de prestatieafspraken met de woningcorporaties en in overeenkomsten met projectontwikkelaars dit tekort gestaag weg te werken. Ook voor statushouders zullen we overigens ruimte moeten blijven zoeken. In de discussie over de vestiging van een AZC is duidelijk geworden hoe verschillend de politieke ambities op dat vlak kunnen zijn. Dit alles komt samen met de enorme opgave om de woningvoorraad te verduurzamen in de komende tijd van energietransitie. Er zijn belangrijke subsidies daarvoor binnengehaald, die de komende jaren goed moeten worden besteed. Jaarlijks komen dergelijke opgaven aan de orde bij het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties. Hier zijn keuzes in ambitieniveau mogelijk.
5.3
Duurzaamheid en energietransitie Duurzaamheid in brede zin en meer specifiek de energietransitie zullen de komende jaren maatschappelijk nog relevanter worden. Het loopt als thema door alle programma’s heen. De Trias Energetica staat centraal in de energietransitie. Door besparing verlagen we de energievraag, de benodigde energie wekken we zoveel mogelijk op met duurzame bronnen en de resterende fossiele
15
Contouren agenda 2026 – 2030
brandstoffen zetten we efficiënt in. De raad heeft hierbij de ambitie vastgesteld om in 2030 minimaal 70 procent van onze elektriciteitsbehoefte binnen de gemeentegrenzen op te wekken. De uitvoering hiervan is mede door de netcongestie afgeremd. Dezelfde netcongestie zorgt voor vertraging van de verduurzaming bij het bedrijfsleven, hetgeen bijdraagt aan omzet verlies en deels stilstand van bedrijven. De impact hiervan op onze economische ontwikkeling en daarmee de leefbaarheid maakt dat er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Deze keuzes grijpen in op de omgeving. Maatregelen zijn tijdelijk, zoals windmolens, zonneparken en of groen gas- productie. Hier liggen principiële keuzen aan ten grondslag. De inzet van mens en materialen vanuit bijvoorbeeld de netbeheerders is beperkt. Daarom moeten er keuzen worden gemaakt. Het organiseren van vraag en aanbod bij elkaar ten behoeve van het ontlasten van het huidige energiesysteem maakt dat we een weg moeten vinden tussen het behouden van onze levenstandaard en de kwaliteit van onze omgeving. De Friese Energievisie geeft hieraan een duidelijke invulling. De ruimtelijke impact zal in de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie worden bepaald.
Zijn we bereid grote ambities te kiezen, of is dat een te grote aanslag op andere belangen, zoals landschapsbehoud, inzet van burgers en bedrijven en dergelijke? Wat betreft de uitvoering realiseren we de komende periode zonne-energieprojecten die zorgvuldig in het landschap worden ingepast via het zonnebeleid. Op het gebied van windenergie beginnen we met de kleine “EAZ”-turbines bij boerenerven en starten we met het zoeken naar bundeling van bestaande molens tot nieuwe windmolens met een grotere capaciteit. De verwachte stijging in gasprijzen voor de komende jaren maken de opgave nog urgenter om de energielasten van onze inwoners zo te beperken. De doelgroep in de energiearmoede krijgt hierin extra aandacht om te verduurzamen. Naast de Energietransitie zetten we ook in brede zin in op duurzaamheid via de Sustainable Development Goals (https://www.sdgnederland.nl/). Hiermee maken we duurzaamheid in onze gemeente meetbaar en transparant en bevorderen we het welzijn van onze inwoners. Hier zijn veel keuzes mogelijk, vooral ook in ambitieniveau. Een specifiek probleem waartoe we ons de komende jaren toe zullen moeten verhouden is de netcongestie die nog een aantal jaren aan zal houden. Om de gevolgen van netcongestie zoveel mogelijk te kunnen neutraliseren is het o.a. nodig om op cruciale plekken energiehubs te realiseren. Een onmisbaar onderdeel daarvan is windenergie.
Dat maakt een afweging nodig tussen economische belangen, landschapsbelangen en duurzaamheidsbelangen. Is het acceptabel dat windenergie selectief wordt toegepast om de lokale economie te beschermen? En hoe verhoudt zich een standpunt daarover met standpunten over windenergie voor algemenere klimaatdoelstellingen?
5.4
Landschap en biodiversiteit De samenleving krijgt steeds meer oog voor de vitaliteit van landschap en natuur. Landschapspijn is een bekend begrip. De komende jaren zal de (her)inrichting van het landschap veel besproken worden. Niet alleen vanwege zonnepanelen en windmolens, maar ook vanwege functieverandering, cultuurhistorische eigenheid, klimaatadaptatie, schaalgrootte e.d. (zie o.a. de publicatie over het omgevingslab Fries platteland. https://publinova.nl/product/omgevingslab-fryslan-bouwsteen-fries-platteland Het landschap en de ontwikkeling van het landschap is beschreven in de Landschapsbiografie. Daarin zijn ook de kernwaarden van ons landschap benoemd. Deze zijn onderschreven door onze inwoners. Zie https://www.noardeast-fryslan.nl/landschapsbiografie Om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen is het nodig om een kwalitatief goed en gevarieerd landschap te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Als gemeente kunnen wij daar een voortrekkersrol in vervullen door met het onderhoud en het beheer van onze eigendommen op biodiversiteitsherstel in te spelen. Het is aan de politiek om af te wegen hoe zwaar we daarop in moeten zetten en wat we er voor over hebben. De keuzes daarin kunnen niet los worden gezien van het beheersniveau van de openbare ruimte en het groen in die openbare ruimte.
De afweging die moet worden gemaakt is welk accent de biodiversiteit in de openbare ruimte krijgt en hoe zich dat dan verhoudt tot de kosten die dat vergt, de representativiteit van onze gemeente en de invloed daarvan op de aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen.
16
Contouren agenda 2026 – 2030
Verbonden met dit onderwerp is de blijvende en wellicht toenemende neiging tot het accentueren van de eigenheid en bijzondere waarden in de gemeente. Dat komt niet alleen de eigen fysieke leefomgeving en de ruimtelijke kwaliteit ten goede, maar ook het toerisme en de recreatie, waarvan we meer afhankelijk worden. Zorg voor cultuurhistorie, in stad, dorpen en landschap, waaronder meer specifiek het cultureel erfgoed, zoals rijksmonumenten, beschermenswaardige dorpskernen, bebouwings- en inrichtingsstructuren, zal de komende jaren de aandacht blijven vragen.
5.5
Behoud van voorzieningen Het voorzieningenniveau in de kernen van onze gemeente blijft ook de komende periode een punt van zorg. Het detailhandelsbeleid is erop gericht om de winkels die er in de dorpen zijn zoveel mogelijk te behouden. Moet dat zo blijven of wordt het niet erg zinvol gevonden om ontwikkelingen met in algemene zin een autonoom karakter actief te blijven tegengaan. De discussie die zich waarschijnlijk meer opdringt is of het houdbaar is om de spreiding van de voorzieningen, zoals dorpshuizen, sportterreinen en -gebouwen, over de kernen op het huidige niveau te behouden. Moeten we misschien onder druk van demografische ontwikkelingen en de kosten van een fijnmazig verzorgingsnetwerk toch meer naar grofmaziger spreiding via clustering? Ook dit is een al jarenlang durende en maatschappelijk gevoelige discussie, die zich de komende periode weer opnieuw zal opdringen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de ontwikkelingen in Burdaard. In 2012 is al eens onderzocht hoeveel voorzieningen er nodig zijn, gelet op de krimp waar we toen nog over spraken: ‘Naar een regionaal voorzieningenspreidingsmodel in Noordoost Fryslân 2020-2030’ heette de Regioconsultatie die toen in ANNO-verband is uitgevoerd.
Door middel van het project Atlas van Noordoost Fryslân is vervolgens breed gediscussieerd met maatschappelijke organisaties en inwoners en zijn criteria opgehaald die van belang zijn bij het maken van keuzes. Wordt dat keuzemodel actueel gevonden of moet er nu anders worden gekeken naar de spreiding van voorzieningen?
5.6
Omgevingsprogramma Erfgoed Onze gemeente is relatief rijk bedeeld met erfgoed. We zijn de belangrijkste archeologiegemeente van Nederland. Erfgoed bepaalt onze identiteit mee en heeft onderscheidende betekenis ten opzichte van andere gemeenten. Erfgoed in de bebouwde omgeving is van belang voor het tegengaan van inwisselbaarheid en daarmee ook voor recreatie en toerisme. Het erfgoedbeleid is op dit moment op een relatief beperkt ambitieniveau ingestoken. De komende periode wordt er gekeken hoe wij onze rol uit het Omgevingsprogramma erfgoed invullen.
17
Contouren agenda 2026 – 2030
6
Iepenbiere romte
6.1
Kapitaalgoederen (onderhoud wegen, groen, riolering, gemeentelijke gebouwen etc.) De openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar inwoners van NoardeastFryslân en talloze bezoekers/toeristen en bedrijven dagelijks gebruik van maken. In de gesprekken met bewoners van dorpen en wijken is de openbare ruimte vaak onderwerp van gesprek. Om zaken als bruggen, wegen, groen, riolering en gemeentelijke gebouwen (kapitaalgoederen) op orde te hebben is een forse (financiële) inspanning nodig om onder andere achterstanden weg te werken en openbare ruimte ‘veilig en netjes’ te houden. Een veilige, nette openbare ruimte, daar vragen onze inwoners en bezoekers nadrukkelijk om. In het klimaatakkoord zijn stevige doelen gesteld, met de opgave om in 2050 95 procent minder CO2 uit te stoten ten opzichte van het jaar 1990. Daarnaast is het de bedoeling dat gebouwen aardgasvrij gemaakt worden. Ook maatschappelijke organisaties moeten hun steentje bijdragen aan deze opgave, door hun gebouwen te verduurzamen. Voor de gemeentelijke gebouwen ligt er dus een grote verduurzamingsopgave. Gaan we hierin voor de huidige wettelijke norm, of gaan we voor het maximale rendement? Daarnaast zijn er (beleids)ontwikkelingen ten aanzien van duurzaamheid en biodiversiteit (programma 5) die gevolgen hebben voor inrichting, beheer en onderhoud van kapitaalgoederen.
Zo worden in de infra de komende jaren drie duurzame hoofddoelen van groot belang: klimaatadaptief, circulair en klimaatneutraal. Op deze thema’s heeft het rijk strakke doelen gesteld. Zo moet in 2030 de CO2-uitstoot in de bouw en infra met 50 procent gedaald zijn. Dit is de eerste fase richting een CO2-neutrale economie. In 2050 moet hebben we een circulaire economie zonder afval. De route hier naartoe heeft impact op onderhoud aan en aanleg van nieuwe infrastructuur, waarbij we de komende jaren de eerste stappen zetten. In 2026 wordt een nieuwe Nota Kapitaalgoederen opgesteld en ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. Deze nota vormt het beleidsmatige kader voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen. In de nota worden verschillende onderhoudsniveaus uitgewerkt en ter keuze voorgelegd, waarbij rekening wordt gehouden met actuele maatschappelijke opgaven, relevante beleidsontwikkelingen en financiële kaders.
6.2
Klimaat De klimaatverandering stelt ons voor een grote uitdaging. Stortbuien en langdurige regen zorgen voor wateroverlast. Om schade te voorkomen (waterrobuust te zijn) gaan we maatregelen nemen die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van onze omgeving. Wij vinden het belangrijk om met de veranderingen van het klimaat rekening te houden en passen de plannen aan, aan de mogelijke risico’s. We vinden het belangrijk dat we ruimtelijk adaptief zijn. Bijvoorbeeld bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, bij het opknappen van bestaande bebouwing, bij vervanging van riolering en wegenonderhoud. We zoeken naar alternatieven voor waterberging (geen regenwater in riool) en we zorgen voor meer groen en vermindering van het verhard oppervlak. Er ligt een rol bij ons als overheid, maar hoe vullen we deze in? Daarnaast zijn ook bij onze inwoners zelf verantwoordelijk; immers een groot deel van het oppervlak van onze gemeente is privaat bezit; zeker in de stad, dorpen en buurtschappen. Houden we zelf de regie en stellen we eisen aan bijvoorbeeld waterafvoer, of laten we de regie bij het individu? Of stellen we bijvoorbeeld subsidies beschikbaar voor wateropslag?
18
6.3
Contouren agenda 2026 – 2030
Verkeer Het is goed wonen, werken en leven in onze gemeente. Bereikbaarheid van de voorzieningen in en rondom onze regio is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. We willen dat al onze inwoners en gasten kunnen gaan waar ze naar toe willen. Een goede bereikbaarheid van voorzieningen zoals werk, onderwijs, zorg en de supermarkt zijn noodzakelijk voor de instandhouding van onze Mienskip. De komende jaren zal ook de vervoerssector verder verduurzamen. Omdat niet alle voorzieningen voor alle inwoners in onze gemeente op de fiets te bereiken zijn, is de auto erg belangrijk. De komende decennia zal in het teken staan van de overgang van benzineauto’s naar elektrische auto’s. Om deze transitie te faciliteren zijn er voldoende laadpalen nodig. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de openbare ruimte. Ook in deze transitie blijft verkeersveiligheid het grootste goed. We vinden het belangrijk om maatregelen te blijven nemen om het aantal verkeersslachtoffers in onze gemeente omlaag te brengen. In Dokkum zetten we in op een autoluwe binnenstad. Om dit te realiseren, moeten keuzes gemaakt worden. Hoe worden de verkeersstromen de stad door geleid? Gaan we bijvoorbeeld auto’s voorbij de Zijl nog toestaan? En hoe maken we de parkeerfaciliteiten ondersteunend aan het principe van autoluwe binnenstad? Er zullen de komende jaren investeringen gedaan moeten worden in parkeerfaciliteiten.
Om de groei van de stad aan te kunnen zijn er voor 2035 driehonderdvijftig extra parkeerplekken nodig. Is het wenselijk om deze op één plek te centreren zodat de impact op de openbare ruimte beperkt blijft, of is spreiding een betere optie? Goede bereikbaarheid betekent voor ons niet alleen investeren in infrastructuur binnen de grotere kernen, maar ook zorgen voor veilige en toekomstbestendige verbindingen tussen de dorpen en regionale knooppunten. Dit vraagt om een integrale blik op mobiliteit, waarin OV-bereikbaarheid, fietsroutes, verkeersveiligheid en verduurzaming met elkaar worden verbonden. Daarnaast is in de vorige periode het gemeentelijk mobiliteitsplan vastgesteld. Het doorvoeren van de vastgestelde maatregelen kost tijd en zal de komende jaren in beslag nemen. Daarnaast wordt de roep om verbeterde verkeersontsluiting in Dokkum (Westelijke Rondweg) en Kollum (Oosttangent) steeds luider. Om beide rondwegen te realiseren is financiering nodig en moet een stevige lobby opgetuigd worden.
19
Contouren agenda 2026 – 2030
Links In dit hoofdstuk is een aantal links opgenomen. Dit betreft links naar andere toekomstverkenningen, trends of andere nuttige informatie. Centraal Bureau voor de Statistiek, Informatie voor gemeenten, Website CBS, 15-03-2026 https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/nederland-regionaal/informatie-voor-gemeenten Centraal Planbureau, Concept Macro Economische Verkenning 2025, downloadbaar pdf-bestand, website CPB, 16 augustus 2024 https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Raming-Concept-Macro-EconomischeVerkenning-2025.pdf Centraal Planbureau, Middellange termijn verkenning t/m 2028, website CPB, 16 augustus 2024 https://www.cpb.nl/actualisatie-verkenning-middellange-termijn-tot-en-met-2028-augustus-2024 Data Fryslân, “Fryslan kan tegen 2050 fors krimpen zonder migratie, wat betekent dit voor de provincie?”, website Data Fryslân, 30 september 2024 https://www.datafriesland.nl/2024/09/30/fryslan-kan-tegen-2050-fors-krimpen-zonder-migratie-watbetekent-dit-voor-de-provincie-3/ Gemeente Noardeast-Fryslân, “Omgevingsvisie”, website gemeente, 17-01-2025 https://www.noardeast-fryslan.nl/omgevingsvisie Gemeente Noardeast-Fryslân, “Landschapsbiografie”, website gemeente, 17-01-2025 https://www.noardeast-fryslan.nl/landschapsbiografie De Friesland, Regiobeeld-Friesland; downloadbaar pdf-bestand, 4 juli 2023, website De Friesland
file:///H:/Downloads/Regiobeeld%20Friesland%20versie%204%20juli%202023%20(1).pdf Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Trendscan Ministeries BZK en VRO, downloadbaar pdf document, 02-02-2026, website, Ministerie BZK https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/rapporten/2024/11/14/trendscan-ministeries-vanbzk-en-vro P10, “Het platteland biedt ruimte voor oplossingen”, website P10, 15-03-2026 https://p-10.nl/ Planbureau Fryslân, Fryslan blijft de provincie met de gelukkigste inwoners, 19-12-2024 website planbureau Fryslân https://www.planbureaufryslan.nl/nieuws/fryslan-blijft-de-provincie-met-de-gelukkigste-inwoners/ Rijksoverheid, “Omgevingswet”, website Rijksoverheid, 17-01-2025 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet.
SDG Nederland, Voor een betere en duurzame wereld voor iedereen, Website, SDGNederland, 2024 https://www.sdgnederland.nl/ Vereniging Friese Gemeenten (VFG), “De Vereniging Friese Gemeenten”, Website VFG, 24-01-2025 https://www.friesegemeenten.nl/ Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Innovaties en trends, website VNG, maart 2026, https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/innovatie-en-trends VNG, “Gemeenten lanceren digitale agenda 2028”, Website VNG, 04-09-2024 (met link naar Digitale Agenda Gemeenten 2028) https://vng.nl/nieuws/gemeenten-lanceren-digitale-agenda-2028 VNG Realisatie, Waarstaatjegemeente, Website Waarstaatjegemeente, 15-03-2026 https://www.waarstaatjegemeente.nl/home