CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Woonvisie Noardeast-Fryslân

It Beslút 21 januari 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen Woonvisie Noardeast-Fryslân 2020 – 2025 en Reactienota Inspraak15.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aandachtspunt hierbij is dat de financiële gevolgen bij krimp niet eenzijdig bij corporaties en/of gemeenten neergelegd kunnen worden. 3.2.3 Bewoners goed uitleggen hoe toewijzen werkt De strengere toewijzingseisen in de sociale huur (EU-norm, passend toewijzen) zijn nu al enige tijd van kracht. Toch blijft bij veel mensen het beeld bestaan dat iedereen (ook mensen met een midden- of hoger inkomen) een sociale huurwoning kan betrekken. Daarnaast is in de Huisvestingswet opgenomen dat bij woningtoewijzing sprake is van vrije vestigingsmogelijkheden. Huurwoningen kunnen dus niet met voorrang worden toegewezen aan inwoners die afkomstig zijn uit het betreffende dorp waar deze woningen staan. Om

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

25

ervoor te zorgen dat mensen (in welke woonsituatie dan ook) een goed beeld hebben van hun verhuismogelijkheden, is het belangrijk dat er meer voorlichting komt over de mogelijkheden en onmogelijkheden die de sociale huursector in Noardeast-Fryslân biedt. Via de prestatieafspraken zullen hierover afspraken worden gemaakt. 3.2.4 Vroegsignalering betalingsachterstanden Vroegsignalering binnen de schuldhulpverlening is het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen. Dit om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken door gebruik te maken van daadwerkelijke signalen en door zelf het initiatief tot hulpverlening te nemen (outreachende hulpverlening). Binnen het nieuw te ontwikkelen beleidskader ‘Integraal en kindgericht armoedebeleid’ medio 2020 wordt stevig ingezet op vroegsignalering van schulden en de preventie ervan. Samen met onder andere de woningcorporaties en partners in welzijn en zorg zal dit projectmatig worden vormgegeven.

Door het passend toewijzen krijgen huishoudens met een laag inkomen zoveel mogelijk een woning met een lage huur toegewezen. Deze maatregel kan echter niet voorkomen dat er nog steeds huurders zijn die in de financiële problemen komen, waardoor zij vervolgens de huur niet meer kunnen betalen. Betalingsachterstanden ontstaan vaak door het wegvallen of achteruitgang in inkomen of onvoldoende bewaking van het uitgavepatroon. Daarom willen we in samenspraak met de corporaties en partners die actief zijn in het sociaal domein verdere afspraken maken op het gebied van vroegsignalering van betalingsproblemen en informatievoorziening richting huurders met betalingsachterstanden. Wij steunen Thús wonen en andere partijen in initiatieven om (preventieve) maatregelen te nemen. ‘Coach Minima’ en de Voorzieningenwijzer Nu al zijn er verschillende initiatieven in de gemeente. De 'Coach Minima' wordt eind 2020 geïntroduceerd in de gemeente Noardeast-Fryslân en is een samenvoeging tussen de armoedecoach (lopend pilotproject met Stichting Welzijn Het Bolwerk en stichting Lang&Gelukkig) en een koppeling met 3 nieuwe initiatieven uit het nieuwe beleidskader ‘Integraal en kindgericht armoedebeleid’: 1. Energiecoach: de energiecoach komt gratis en vrijblijvend langs bij huishoudens met een smalle beurs om hen te helpen bij het verlagen van de energierekening.

De coach biedt tevens gratis energiebesparende diensten aan. 2. De VoorzieningenWijzer (pilot met de Bewonersraad, en woningcorporaties Thús Wonen en Wonen Noordwest-Friesland): In Nederland moeten circa 600.000 huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Zij kunnen hun koopkracht aanzienlijk verbeteren door bewuste keuzes te maken en beschikbare voorzieningen beter te benutten. De VoorzieningenWijzer helpt hierbij. 3. Digitalisering minimagids (i.r.t. Noodoosthelpt.nl): uitwerking van de invoering van De VoorzieningenWijzer. Doelgroepensegmentatie; 3 belangrijke doelgroepen: - Huishoudens met forse schulden in (relatieve) armoede; - Huishoudens met beginnende schulden en een verhoogd risico op (relatieve) armoede; - Huishoudens met een verhoogd risico op schulden en (relatieve) armoede. 3.2.5 Duurzaamheid moet bijdragen aan betaalbaar wonen We vragen aan onze corporaties om verduurzaming zo uit te voeren dat het tegelijk ook bijdraagt aan de betaalbaarheid van het wonen. Dat betekent in het algemeen: inzetten op bewezen kostenbesparende maatregelen (zoals goede isolatie en zonnepanelen) en als gemeente zien we liever geen dure experimenten.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

26

En zoeken naar woningen waar zichtbaar veel energielasten gemaakt worden. We vragen de corporaties om dit te blijven monitoren en waar dit speelt de situatie met voorrang te verbeteren. 3.2.6 Vergunninghouders Vergunninghouders zijn één van onze doelgroepen die we passend willen huisvesten in de sociale huursector. Per 1 juli 2017 zijn de wettelijke voorrangsregels voor de huisvesting van vergunninghouders vervallen, maar op basis van de gemeentelijke taakstelling hebben gemeenten echter de wettelijke taak om woonruimte te regelen voor vergunninghouders. Vanwege de noodzaak van doorstroming van vergunninghouders uit asielzoekerscentra en de onmogelijkheid voor vergunninghouders om tijdig in te schrijven voor een sociale huurwoning, ziet de gemeente vergunninghouders als een urgente groep woningzoekenden. We spannen ons samen met de woningcorporaties in om de halfjaarlijkse taakstellingen te realiseren. In de prestatieafspraken worden jaarlijks door de gemeenten, Thús Wonen, Wonen Noordwest Friesland en De Bewonersraad afspraken gemaakt over de huisvesting van vergunninghouders.

Gemeente en corporaties werken samen volgens het document 'Werkwijze huisvesting vergunninghouders'. Afstemming en uitvoering met betrekking tot de taakstelling vindt plaats binnen de werkgroep Wonen en Zorg, onder de prestatieafspraken.

In het geval dat er een te hoge druk op de sociale huursector is/dreigt te komen (> 10% van de vrijkomende huurwoningen) dan wordt het ‘Plan van Aanpak huisvesting vergunninghouders bij verhoogde taakstelling’ aangewend. In het Plan van Aanpak staan alternatieve vormen van huisvesting. Uitgangspunt is het bevorderen van maximale integratie van deze huishoudens in de samenleving door middel van spreiding over woonbuurten en uitvoering van een actief integratiebeleid.

3.3 

Woonagenda Betaalbaar wonen Samen met de corporaties vinger aan de pols (aan de hand van kengetallen) om keuzes te maken voor afname, stabiliteit of groei van de sociale voorraad. De druk op de sociale voorraad kan bijvoorbeeld toenemen door veranderende economische omstandigheden en doordat de gemiddelde inkomens in de gemeenten laag zijn;



Gemeente helpt de corporaties waar mogelijk om vervanging en nieuwbouw mogelijk te maken: met sociale grondprijzen of op maat andere middelen;



Verdunnen naast renovatie als middel om bij afname van de vraag toch te vernieuwen;



Verduurzaming gericht op betaalbaarheid, in afstemming met de corporaties;



Verdere stappen zetten met de corporaties in vroegsignalering van betalingsachterstanden en het voorkomen daarvan;



Het voeren van een actief integratiebeleid voor vergunninghouders overeenkomstig gemaakte afspraken tussen gemeenten en corporaties;



Gezamenlijke herijking van de ‘Raamovereenkomst Prestatieafspraken’ op basis van de Woonvisie

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

27

4 Wonen en zorg 4.1

Achtergrond en opgaven

4.1.1 Vergrijzing Het aandeel ouderen in Nederland, en in de regio Noordoost Fryslân, neemt toe. Daarnaast wordt de groep ouderen ook steeds ouder: de grote babyboomgeneratie is nu grotendeels de 65-jaargrens gepasseerd. Deze groep is gemiddeld vitaler en koopkrachtiger dan de generatie voor hen. Voor vitale ouderen geldt dat zij doorgaans niet verhuizen en dat zij in staat zijn om in hun eigen behoeften te voorzien. 4.1.2 Definities Er zijn vele definities om wonen en zorg in te delen naar soorten woningen al dan niet met zorgaanbod, al dan niet zelfstandig, al dan niet collectief. Het schema hieronder hanteren wij in deze woonvisie. Voor alle zelfstandige vormen van wonen geldt dat ze bij voorkeur levensloopgeschikt zijn en voor meerdere doelgroepen aantrekkelijk. Naarmate de factor zorg groter wordt, zijn specifiekere woonvormen logischer.

4.1.3 Langer zelfstandig in eigen huis Ouderen blijven in meer dan 90 procent van de gevallen zelfstandig wonen tot hun dood. Enerzijds komt dit door de wijzigingen in de landelijke regelgeving, maar anderzijds is dit omdat zij het zelf willen en vaak ook kunnen. Vrijwel de meeste koopwoningen zijn met relatief beperkte middelen geschikt te maken om oud in te worden: wegnemen van drempels, trapliften, sanitair beneden, etc. Daarmee zijn de woningen fysiek geschikt genoeg om er oud in te worden en met een zorgvraag te leven, maar is de zorg zelf nog niet georganiseerd. Wel zien we een drempel bij mensen die wél willen verhuizen: de stap naar huur wordt vaak wel als wens genoemd, maar vanwege de inkomenstoets is dat vaak niet mogelijk. In andere gevallen kan er geen huurtoeslag worden ontvangen en is huren beduidend duurder in de maandlast dan in de eigen woning

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

28

blijven wonen. Voor zittende huurders geldt weer dat een lange woonduur ook een lage huurprijs betekent; ook dan leidt verhuizen tot hogere woonlasten. 4.1.4 Behoefte aan woningen specifiek voor ouderen en zorgvragers niet overschatten Doordat ouderen langer in hun woning blijven wonen, leidt dat tot weinig uitstroom uit (gezins)woningen. Het uitstellen van zulke verhuizingen leidt nu tot vraag naar nieuwe levensloopgeschikte woningen. Wel verwachten we dat verhuizing de komende jaren steeds vaker alsnog noodzakelijk wordt door verdere vergrijzing en hogere leeftijden. Op het moment dat die verhuizing op hogere leeftijd dan toch plaatsvindt, is de resterende woonduur relatief kort. Daarmee is ook de doorstroming relatief hoog en is het totaal aantal benodigde woningen minder groot dan men kijkend naar de vergrijzing zou verwachten. Dat is reden om wel met enige voorzichtigheid woningen te realiseren die alleen voor senioren en zorgvragers aantrekkelijk zijn. Het bouwen van woningen met een levensloopgeschikt karakter – voor meerdere doelgroepen aantrekkelijk – is daarom des te belangrijker. 4.1.5 Kleinschalige woonzorgvormen (met zorg binnen handbereik) juist meer gevraagd De meeste ouderen blijven dan wel in eigen woning wonen, maar omdat de groep gemiddeld steeds ouder wordt, neemt de vraag naar specifieke woonvormen voor ouderen evengoed toe.

Daarnaast zullen ook jongere mensen met een zorgvraag steeds vaker zelfstandig wonen. De groep die nu al onzelfstandig woont, blijft dat in veel gevallen zo doen. Vooral nieuwe generaties blijven lang zelfstandig wonen. Voor een groep die wel zelfstandig woont, maar tegelijk een intensievere zorgvraag heeft, is het aanbod aan specifieke kleinschalige woonvormen nog beperkt. Tegelijk is het aantal aanvragen voor medewerking aan kleinschalige wonen/zorg-complexen is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Er zijn in de gemeente veel leegstaande panden en/of locaties beschikbaar die geschikt zijn voor wonen/zorg. Soms worden ook voorzieningen ontwikkeld die bewoners van buiten de regio aantrekt. Zorgwoningen en woningbouwafspraken Zorgwoningen vallen buiten de bedoelde woningbouwopgave als het gaat om vervangende nieuwbouw van zorgvastgoed of als het gaat om wooncomplexen voor bijzondere doelgroepen (bv. begeleid wonen) en kleinschalig WLZ doelgroepen en die dus niet beschikbaar zijn voor de reguliere woningmarkt. Extra aanbod leidt echter wel tot concurrentie met de zelfstandige woningvoorraad. 4.1.6 Intensieve zorg: clusteren is de tendens Daarnaast groeit de groep mensen met een (matig) intensieve zorgvraag. Het is belangrijk om voor die groep dan ook een passend aanbod te hebben.

Door de uitgestrektheid van de regio Noordoost Fryslân is het voor zorgpartijen niet haalbaar om op alle plekken hetzelfde niveau van wonen, zorg en voorzieningen te bieden. De tendens is dat dit aanbod steeds meer geclusterd aangeboden wordt in de vaak grotere kernen waar de randvoorwaarden daarvoor goed zijn. Hierbij speelt ook het streven voor een meer gemengde samenstelling (mix) in de verschillende buurten. 4.1.7 Zorg en welzijn: een organisatievraagstuk Naast het vastgoedvraagstuk is een essentiële vraag: hoe zijn welzijn en zorg georganiseerd? Is de plek waar de woningen staan geschikt en draagt de omgeving bij aan zelfredzaamheid? Ouderen en/of mensen met een zorgvraag hebben behoefte aan gemakkelijke toegang tot zorg en voorzieningen. Dit kan betekenen dat er zorg aan huis wordt geleverd of dat zorg en welzijnsvoorzieningen goed bereikbaar zijn ongeacht hun woonlocatie. Voorop staat het welzijn van inwoners, waarbij mensen niet vereenzamen.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

29

4.1.8 Bijzondere doelgroepen Bijzondere doelgroepen zijn bijvoorbeeld doelgroepen met een psychische of lichamelijke beperking, senioren, jongeren en vergunninghouders. Zij wonen steeds meer zelfstandig in straten. Zonder begeleiding en aandacht hiervoor kunnen er ongewenste (sociale) situaties ontstaan, voor deze bewoners of juist voor buurtbewoners.

4.2

Onze visie

4.2.1 Voorzieningendorpen als duurzame clusters van wonen, welzijn en zorg Als gemeente stimuleren we dat in bestaande voorzieningendorpen een duurzaam aanbod blijft bestaand voor zorg, welzijn en voorzieningen. Door dat uit te spreken willen we organisaties en ondernemers duidelijkheid bieden. Dit past bij ook het beleid van zorgpartijen en woningcorporaties: zij baseren hun keuzes voor investeringen in kernen waar een samenhangend aanbod duurzaam houdbaar is. We vragen zorgpartijen om in deze dorpen het aanbod overeind te houden. Daar hoort ook een breed aanbod aan zelfstandige en liefst ook onzelfstandige woonvormen bij, zoals in het schema getoond. 4.2.2 Ook in kleinere dorpen zo lang mogelijk zelfredzaam wonen In kleinere dorpen is het aanbieden van speciale woonzorgvormen en voorzieningen niet altijd mogelijk. Tegelijk weten we dat veel ouderen en/of mensen met een zorgvraag graag in hun eigen omgeving blijven wonen. Juist de gemeenschapszin is in kleine dorpen vaak sterk, waarbij de informele zorg en het sociaal contact belangrijke factoren zijn in de leefkwaliteit. Als gemeente willen we de randvoorwaarden daarvoor zo goed mogelijk maken. Denk dan aan: 

Ondersteunen van lokale initiatieven om elkaar te helpen;



Gebiedsteams en welzijnsinstellingen zijn hier juist van grote waarde, ook al is het fysieke aanbod aan wonen en zorg minder uitgebreid als in grotere dorpen;



In gesprek met de corporaties over (verdunde) kleinschalige nieuwbouw / vervanging van woningen die wél levensloopgeschikt zijn, ook al is het dorp geen zorgcluster (types 1 t/m 3);



Versterken van verbindingen tussen kleine dorpen en voorzieningendorpen (fiets, OV of alternatief vervoer);



Flexibele tijdelijke oplossingen.

Zie ook: een zorgzame woonomgeving. Bij initiatieven maken we hierin een afweging, in samenspraak met het dorp. 4.2.3 Levensloopgeschikte woningen: voor zoveel mogelijk groepen bruikbaar Voor de meeste ouderen zijn geen speciale woningen nodig. Bij nieuwbouw stimuleren we echter wel dat woningen als levensloopgeschikt gebouwd worden (type ½ in het schema) of eenvoudig zodanig aangepast kunnen worden. Vergroten van de aanpasbaarheid van woningen kan bijvoorbeeld door het realiseren van brede deurposten, het bouwen zonder drempels en het creëren van een flexibele indeling van de woning (toilet op zowel boven- als benedenverdieping, mogelijkheid tot slapen beneden). De verwachting is dat de piek van de vergrijzing in de gemeente rond 2035/2040 ligt. Omdat woningen langer meegaan, stimuleren we ook dat nieuwbouw van levensloopgeschikte woningen zo is dat deze ook voor andere doelgroepen aantrekkelijk zijn op het moment dat het aandeel ouderen afneemt.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

30

4.2.4 Instrumenten om langer zelfstandig thuis te wonen Binnen de bestaande particuliere woningvoorraad zijn veel woningen (nog) niet aangepast. De meeste ouderen in de koop blijven wonen in hun huidige woning. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid voor instrumenten die ingezet kunnen worden om langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken. Hierbij zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van ervaringen elders en (landelijke) regelingen die beschikbaar zijn of komen. Daarmee worden woningen niet altijd geheel levensloopgeschikt maar is het doorgaans wel voldoende veilig te maken om er tot op hoge leeftijd / met een zorgvraag te blijven wonen. 4.2.5 Beschermde woonvormen zijn welkom, maar wel in afstemming In de gemeente is vraag naar een zelfstandige beschermde woonvorm (type 3/4 in het schema): met zorg echt binnen handbereik. Ook is er in de gemeente behoefte aan plaatsen voor tijdelijk verblijf. In onze gemeente is er vooral in de grote dorpen voldoende basis hiervoor. Er zijn ook veel initiatieven in kleine kernen, die elkaar soms beconcurreren en waar niet altijd duidelijk is of het initiatief ook op langere termijn kan standhouden. Als hulpmiddel bij het maken van keuzes hierbij heeft de gemeente een beleidskader ontwikkeld om de aanvragen voor (kleinschalige) zorginstellingen te reguleren.

In het beleidskader beoordelen we plannen ook op criteria: volkshuisvestelijk, ruimtelijk, bouwkundig, financieel, zorg en welzijn, economisch, maatschappelijke impact in een dorp. 4.2.6 Intramuraal wonen (types 5 en 6) Bij zorgorganisaties is er een tendens om te kiezen voor schaalgrootte. Met hen gaan we in gesprek, met als oproep zich in te spannen om zo kleinschalig mogelijk intensieve zorg en intramuraal wonen te blijven bieden, met een redelijke verspreiding over het gebied (type 5: kleinschalig, samen, zelfstandig of semi-zelfstandig, maar wel met zorg inclusief). 4.2.7 Een zorgzame woonomgeving Wanneer de woonomgeving uitnodigt om zelfstandig activiteiten te ondernemen, draagt dat bij aan de zelfredzaamheid van mensen én aan beperking van de zorgvraag. Onze visie is een omgeving die schoon, heel, veilig en comfortabel is, te voet maar ook steeds vaker op de fiets en met de auto. -

In buurten waar veel mensen met een zorgvraag of beperking wonen, zoeken we naar oplossingen in de directe woonomgeving: straten en routes naar voorzieningen waaronder ontmoetingsplekken (lopen, fietsen, inclusief voldoende oplaadplekken voor elektrische fietsen, rustplekken, gebrek aan obstakels).

-

We spannen ons in voor goed georganiseerd vervoer, regulier of op alternatieve wijze. Dat kan ook zijn: een bewonersinitiatief.

-

We verwelkomen in brede zin initiatieven waarin bewoners zelf verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en de woonomgeving.

-

In buurten waar weinig mogelijkheid is maar wel behoefte tot sociaal contact, helpen we om dit mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door samen met bewoners te bedenken of hiervoor een plek nodig is (bijvoorbeeld een gemeentelijk pand, een woning van de corporatie als huiskamer voor de buurt, etc.) en of er meer dan alleen een plek nodig is.

4.2.8 Organiseren zorg en welzijn We zien graag een verbinding tussen grotere clusters van wonen, welzijn en zorg en plekken waar dit fysiek minder aanwezig is. Daarbij zoeken we naar samenwerking tussen bijvoorbeeld corporaties, zorgpartijen, welzijnspartijen, ondernemers en ook niet-professionele initiatieven en bewoners. Te denken valt aan halen en brengen van diensten, slim combineren van activiteiten, het laagdrempeliger toegankelijk maken van

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

31

diensten, etc. Dit vergroot enerzijds het draagvlak onder de voorziening die fysiek aanwezig zijn, anderzijds biedt het ook de verder gelegen wijken en dorpen de mogelijkheid om mensen lang in eigen huis te laten wonen. Bij succes kan dat ook reden zijn om ook op plekken zonder zorgvoorzieningen toch levensloopgeschikte woningen te bouwen of een tweede kans te zien in bestaande verouderde seniorenwoningen.

4.3 

Woonagenda Wonen en zorg We zetten ons in om bestaande (zorg)voorzieningenkernen ook in de toekomst die positie te laten behouden;



Maatwerk speciale en bijzondere woonvormen voor de kleinere dorpen op basis van lokale vraag en initiatieven;



Nieuwe woningen worden zoveel mogelijk levensloopgeschikt, voor meerdere doelgroepen geschikt;



Ouderen moeten zolang mogelijk in hun eigen woning kunnen wonen. De gemeente doet onderzoek naar de inzet van instrumenten voor langer zelfstandig thuis wonen bijvoorbeeld met inzet van SVn-middelen (blijverslening of variant daarop);



We gaan onderzoeken of een bredere aanpak (campagne) mogelijk is: aanpassen van woningen als kans om ook iets te doen aan de energetische kwaliteit (lasten, comfort);



Gemeenten, corporaties en zorginstellingen houden minstens 2x per jaar een overleg over ontwikkelingen van de woon-zorgcomplexen. Vooral herontwikkeling en (vervangende) nieuwbouw moet goed worden afgestemd;



We willen samenwerken met zorg- en welzijnsinstellingen, corporaties, ondernemers en niet-professionele partijen. Met al onze partners willen we samenwerken en invulling geven aan goed wonen en welzijn.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

32

5 Energietransitie en verduurzaming 5.1

Achtergrond en opgaven

5.1.1 Klimaatakkoord en Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie: hitte en water Het Klimaatakkoord gaat over het voorkomen van klimaatverandering, maar gaat ook over dat we ons moeten aanpassen aan een ander klimaat. Met, onder andere, het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie bereidt Nederland zich voor op het tijdig aanpassen aan de gevolgen van het veranderende klimaat. Alle lagen van de Nederlandse overheid investeren in het weerbaarder maken van Nederland tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie onderscheidt daarin een drietal stappen in het weerbaar maken: 1.

Weten: welke locaties zijn vatbaar voor overstroming en hittestress;

2.

Willen: welke overlastgebieden kunnen en willen we oplossen;

3.

Werken: het uitvoeren van maatregelen.

Om de eerste vraag uit het Deltaprogramma uit te voeren hebben de Friese overheden de handen ineen geslagen en hebben gezamenlijk de Friese Klimaatatlas ontwikkeld. Deze atlas laat zien naar welke lager gelegen gebieden het water stroomt, als er een hoosbui valt met een intensiteit van 60 mm per uur. Ter vergelijking: normale buien hebben een neerslagintensiteit van 20 mm per uur. Daarnaast zorgt de klimaatverandering er ook voor dat het warmer gaat worden. Niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgt, ook de extremen nemen toe. Blootstelling aan hoge temperaturen kan zorgen voor gezondheidsrisico's. Hittestress is een serieus probleem dat vaak onderschat wordt. Hittestress ontstaat door de opwarming van vooral de verharde delen van een gebied. De verharding geeft haar hitte weer af aan de lucht, terwijl deze al warm is. Het gevolg is dat de omgevingstemperatuur in sterk verstedelijkte en versteende delen warmer is dan het in het landelijk gebied is. De temperatuur kan wel tot 3 à 4 graden hoger liggen.

De Friese Klimaatatlas laat ook in Noardeast-Fryslân een aantal wateroverlastlocaties zien en in mindere mate ook een aantal gebieden die gevoelig zijn voor hittestress. Deze laatste komen vooral voor in de stad Dokkum, de grotere dorpen en op de grotere industrieterreinen in beide gemeenten. De gemeenten hebben de opdracht vanuit het Klimaatakkoord en het Deltaprogramma om mitigerende maatregelen te nemen ter voorkoming van wateroverlast en hittestress. Het gaat hierbij veelal om grote ingrepen en bijbehorende investeringen. Vanuit het Deltaprogramma wordt geadviseerd om dergelijke maatregelen te nemen op logische momenten zoals bij herstructureringen van woonwijken en/of bedrijventerreinen, maar ook bij kleinere wegreconstructies of zelfs werkzaamheden ten behoeve van herstraten en ingrepen in plantsoenen e.d. Dit beleid wordt momenteel vastgelegd in het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan voor de gemeente Noardeast-Fryslân. Ondanks dat het beleid nog niet is vastgesteld worden de nieuwe plannen alvast wel getoetst aan het nieuwe beleid en worden voorstellen gedaan om de overlastgebieden op te lossen.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

33

Maatregelen in de gemeente Noardeast-Fryslân Hittestress: elk gebied vraagt om een eigen pakket aan maatregelen afhankelijk van de functie. Bijvoorbeeld het aanplanten van bomen zorgt op termijn voor zowel schaduw als een koelere luchttemperatuur door de grotere verdamping. Ook laag groen, zoals stuiken, en (brede) waterpartijen zorgen voor een lagere omgevingstemperatuur. In hittestressgevoelige gebieden kan in gebouwen, door de hogere buitentemperatuur, het binnenklimaat onaangenaam worden. Bij gebouwen/woningen in dergelijke gebieden zal extra aandacht moeten zijn voor een goed binnenklimaat.

Wateroverlast: vooral woonwijken uit de jaren ’50 - ’70 van de vorige eeuw zijn veelal (te) laag aangelegd. Deze woonwijken zijn in de latere decennia omsloten door wegenstructuren die hoger zijn aangelegd dan de oorspronkelijke woonwijken. Met als gevolg dat deze woonwijken vaker te maken hebben van wateroverlast tijdens hoosbuien. Dit wordt onderschreven door de uitkomsten van een enquête die gehouden is t.b.v. de opstelling van het gemeentelijk rioleringsplan voor beide gemeenten. De oudere woonwijken hebben ook te kampen met het ontbreken van natuurlijke watergangen in de woonwijken, waardoor het overtollige hemelwater via de riolering moet worden afgevoerd. Riolering is en zal onvoldoende capaciteit hebben om de grote hoeveelheid hemelwater tijdens hoosbuien af te kunnen voeren. De oplossing voor wateroverlast ligt in de bovengrond. Zo kunnen wegen worden aangelegd die water kunnen bergen, die water kunnen afvoeren naar oppervlaktewater (indien aanwezig). Een aanvullende maatregel kan zijn om de in de wijk aanwezige groenstroken in te richten voor waterberging (wadi’s). 5.1.2 Een grote opgave: aardgasvrij en energieneutraal Het Klimaatakkoord van Parijs en het recente besluit om af te stappen van het Groninger gas hebben ervoor gezorgd dat de energietransitie in een stroomversnelling terecht is gekomen. Nieuwe woningen moeten nu al aardgasvrij worden gebouwd.

De opgave om wijken gefaseerd af te koppelen van het aardgas is groot. We hebben echter hiervoor de komende 30 jaar de tijd, maar zullen concreet moeten aangeven op welke wijze de gemeente dit wil doen. 5.1.3 Regionale energiestrategie in de maak Onze gemeente werkt mee aan het maken van een regionale energiestrategie (RES). Wij maken deel uit van de RES-regio Fryslân, waaronder alle Friese gemeenten, de provincie en het waterschap vallen. Met deze strategie komen gemeenten tot een regionaal gedragen keuze voor de opwekking van duurzame elektriciteit.

5.1.4 Gemeentelijke warmte transitievisie in voorbereiding Gemeenten moeten uiterlijk eind 2021 een Warmte Transitievisie (WTV) hebben opgesteld. Deze Visie heeft een bindende status en daarin is vastgelegd wanneer een buurt of wijk van het aardgas afgaat. Dit biedt huiseigenaren, bewoners, netbeheerders en warmtebedrijven een goede basis om toekomst bestendige investeringsbeslissingen te nemen. De WTV wordt vastgesteld in samenspraak met onder meer een vertegenwoordiging van de woningcorporaties, huiseigenaren, het MKB, eigenaren van maatschappelijk vastgoed, de dorpsverenigingen én de energiecoöperaties. De WTV kijkt naar technische mogelijkheden, een logische volgorde van werken en samenhang met andere ingrepen zoals in riolering of herinrichting van openbare ruimte. 5.1.5 Corporaties halen hun doelen van 2020, particulieren blijven achter qua investeringstempo De corporaties werken al langere tijd projectmatig aan verduurzaming en erkennen het belang hiervan. Het verduurzamen is niet alleen in het belang van de corporaties zelf maar vooral ook in het belang van de

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

34

huurders. De in de gemeenten werkzame corporaties zoals Thús Wonen en Wonen Noordwest-Friesland (WNWF) zijn al een eind op weg om in 2021 alle woningen op gemiddeld energielabel B te krijgen. Dit heeft het Rijk ook afgesproken met de corporatiesector.

We constateren dat de particulier over het algemeen achterblijft en behoefte heeft aan informatie en ondersteuning vanuit de overheid. Hiervoor is er het Duurzaam Bouwloket en ondersteunt de gemeente al langere tijd energiecoöperaties. Ook voor de mensen met de smalle beurs moet de verduurzaming financieel haalbaar zijn. In het armoedebeleid zal de gemeente hiervoor met een uitwerking komen. Om op schema te blijven voor het halen van lange termijn doelen, is het wenselijk dat ook huiseigenaren actie ondernemen.

5.2

Onze visie

5.2.1 Verduurzaming corporaties: vervolgafspraken maken naar 2030 Wij maken graag vervolgafspraken met de corporaties om toe te werken naar verdere verduurzaming naar “gemiddeld label B” in 2020. Daarbij vinden we het van belang dat deze transitie ook voor huurders betaalbaar blijft en we zullen de huurdersorganisaties daar ook bij betrekken. Het is dan belangrijk om te kijken naar de totale woonlasten: huur én energierekening. 5.2.2 Huiseigenaren stimuleren om stappen te zetten Om een succes te maken van de energietransitie is het belangrijk dat nu ook particuliere huiseigenaren de mogelijkheid hebben om hun woning te verduurzamen en dat ook gaan doen. In onze gemeente en regio is dit zeker van groot belang omdat ca. 75% van de woningvoorraad uit particulier bezit bestaat. Verduurzaming leidt ook tot waardebehoud en courantheid van woningen. Zo hebben eigenaren ook meer kans om door te stromen: één van onze andere ambities. De Trias Energetica is hiervoor de maatstaf: eerst besparen, isoleren, dan opwekken. 1. We zetten in op voorlichting en bewustwording van huiseigenaren en waar mogelijk initiatieven vanuit de Mienskip stimuleren en ondersteunen. Dit doen we onder andere door regelmatig via de krant, onze gemeentelijke website en digitale media te adviseren.

Ook blijven we het Duurzaam Bouwloket promoten, waar huiseigenaren goede informatie vinden en op weg worden geholpen naar keuzes en uitvoering. Bij de voorlichting richten we ons speciaal op natuurlijke investeringsmomenten zoals bij onderhoud, renovatie en nieuwbouw. Hoe we dit het beste verder kunnen inrichten, willen we ook bespreken met belanghebbenden binnen de gemeente: makelaars, bouwers en ontwikkelaars. Hiervoor gaan we een Platformstructuur organiseren, waarbij we ook corporaties en huurdersorganisaties betrekken. 2. Verduurzaming moet betaalbaar en financierbaar, ook zijn voor particulieren. We zien de volgende middelen: 

Landelijke en provinciale subsidieregelingen voor particuliere (monumentale) woningeigenaren en Vve’s (Vereniging van Eigenaren);



Nationale Energie Bespaarfonds, met daarin het Warmtefonds als meest geëigende financiële instrument. Via dit landelijk Warmtefonds is het voor veel mensen mogelijk om te kiezen voor verduurzaming van de eigen woning. Voor de groep die niet aan de financiële voorwaarden voldoet, moet de gebouw-gebonden financiering na 2022 een oplossing bieden. Tot die tijd werken wij als gemeente aan oplossingen voor de niet-financierbare groep;

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

35



Samen met het SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) werken we verder aan een voor de gemeente passend financieel instrument als aanvulling op landelijke regelingen, waarbij bestaande gemeentelijke leenconstructies worden (her)overwogen;

5.2.3 Gebiedsgerichte aanpak Woningverbetering kan leiden tot een gebiedsgerichte aanpak en of een buurtinitiatief, of in omgekeerde volgorde. Soms komen deze ontwikkelen spontaan tot stand: daar waar buurten of dorpen initiatief tonen, helpen wij ze waar mogelijk. Organisaties kunnen hiervoor vouchers aanvragen bij de provincie voor ondersteuning. De gemeente wil aanvullend in buurten actief zijn, indien de aard van het vastgoed daar aanleiding voor biedt. Te denken valt hierbij aan een hoge energielast en lage woningwaarde in combinatie met mensen die een lager inkomen hebben. Hier beginnen we met actiegericht onderzoek naar wat voor deze inwoners belangrijk is als het gaat om de energietransitie en verduurzaming. 5.2.4 Hitte en water Bij nieuwe woongebieden zal hitte en water een integraal deel moeten zijn van planvorming. Juist in de oudere woonwijken zal flink geïnvesteerd moeten worden in infrastructurele maatregelen om de wateroverlast te voorkomen. Echter 70% van het bebouwd gebied van een gemeente is in particulier bezit. Slechts 30% is in eigendom van de gemeente. Het is daarom een maatschappelijk probleem waaraan een ieder een steentje moet bijdragen. Van belang is dat projectontwikkelaars/woningcorporaties/etc. klimaatadaptief gaan bouwen en daarmee negatieve effecten op de omgeving voorkomen.

Provincie, Wetterskip Fryslân en de gemeenten zijn bezig om dit klimaatadaptief bouwen in de omgevingsvisies op te nemen.

5.3 

Woonagenda Energietransitie en verduurzaming Met corporaties afspraken maken over verduurzaming en betaalbaar wonen in de periode 2020-2030, o.a. via de werkgroep verduurzaming. Deze werkgroep is vanuit de prestatieafspraken betrokken bij dit proces;



Met voorlichting en communicatie huiseigenaren stimuleren;



Aanvullend op landelijke financiële instrumenten, lokale instrumenten ontwikkelen om ook de nietfinancierbare groep te helpen;



Onderzoek doen in Stad, dorpen en buurten, om te achterhalen waar de behoefte en motivatie ligt, daar dan plannen voor maken;



Duurzaamheidsinitiatieven op dorps- of buurtniveau ondersteunen en faciliteren, met vouchers voor coöperaties, door het lokaal inzetten van beschikbare Rijksmiddelen zoals de RRE-subsidies op woningniveau;



In een nieuwe Platformstructuur mogelijkheden voor verduurzaming bespreken met onze belanghebbenden.



Omgang met water en hitte samen met maatschappelijke partners laten doorklinken in plannen voor nieuwe gebieden én de bestaande woonomgeving. Dit krijgt zijn beslag in de omgevingsvisie.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

36

6 Leefbare dorpen 6.1

Achtergrond en opgaven

Een gangbare omschrijving van het begrijp leefbaarheid is: de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de

voorwaarden en behoeften die er door de mens aan worden gesteld. Of mensen hun (woon)omgeving als leefbaar ervaren hangt af van sociale, economische en fysiek-ruimtelijke factoren. Denk bijvoorbeeld aan de kwaliteit van onderwijs en zorg, mogelijkheden voor ontspanning en ontmoeting, sociale samenhang en sociale veiligheid, cultuur en zingeving, maar ook de beschikbaarheid van zinvol werk, voldoende inkomen, ruimte en condities om te ondernemen, investeringsklimaat en mobiliteit. En ook de kwaliteit van de woning en woonomgeving, infrastructuur en bereikbaarheid, milieukwaliteit, natuur en landschap, schoon water en bodem en bescherming tegen water. Bij leefbaarheid van dorpen hangen sociale en fysieke elementen samen: een aantrekkelijke fysieke woonomgeving en sociale samenhang helpen bij het binden van inwoners en daarmee houden ze ook weer verband met draagvlak voor voorzieningen. Het is daarom nodig om leefbaarheid als een breed begrip te herkennen en te vertalen naar samenhangende oplossingen bij problemen. 6.1.1 Saamhorigheid als kracht, openbare ruimte als zorgpunt Uit de enquête die in het voorjaar van 2019 is gehouden met het oog op de omgevingsvisie voor NoardeastFryslân blijkt dat de inwoners over het algemeen positief zijn over hun woonomgeving. Het gemiddelde cijfer dat inwoners geven is een 7,3.

Naast de natuur en groene omgeving vinden inwoners de saamhorigheid, vriendelijkheid en de gemoedelijke sfeer positieve kenmerken van de leefomgeving. Zorgen zijn er over het onderhoud van het openbaar groen en wegen. Een nette, goed onderhouden omgeving vindt men belangrijk. Zorgen zijn er ook over het voorzieningenniveau in de toekomst. 6.1.2 Sociale samenhang en veiligheid: lokaal onder druk door maatschappelijke ontwikkelingen In een straat, buurt, dorp en stad leven verschillende (groepen) mensen met elkaar samen. Sociale samenhang en sociale veiligheid zijn belangrijke factoren die ervoor zorgen dat men ergens prettig woont. Goed samenleven met oog voor elkaar gaat niet altijd vanzelf en vergt inzet en aandacht van gemeente en andere betrokkenen. Dit komt lokaal onder spanning te staan als gevolg van onder meer passend toewijzen (concentraties van de laagste inkomensgroepen), extramuralisering (in een gewone buurt wonen door mensen met een bijzondere zorgachtergrond) en soms door overschotten aan woningen (mensen kiezen vanwege snelle beschikbaarheid, minder vanuit buurtbinding). Dit vraagt om aandacht.

6.1.3 Voorzieningen en bereikbaarheid: nabijheid gaat ook over bereikbaarheid In de discussie over leefbaarheid gaat het vaak over voorzieningen en een groep inwoners maakt zich hier ook zorgen over, ook in relatie tot de openbaar vervoermogelijkheden. Bevolkingsdaling leidt tot een verminderd draagvlak voor voorzieningen (onderwijs, sport, zorg en ontmoeten). Omdat het niet mogelijk is om alle voorzieningen of accommodaties overal te behouden is het belangrijk dat voorzieningen veilig

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

37

bereikbaar zijn en blijven voor de doelgroepen. Er is verdieping nodig in discussies over de gewenste voorzieningenspreiding en mogelijke clustering van voorzieningen. En vervolgens is afstemming nodig met betrokken partners om deze te realiseren.

6.2

Onze visie

De gemeente streeft naar een zo groot mogelijke kwaliteit van de fysieke en sociale leefomgeving met een accent op een toekomstbestendige voorzieningenstructuur. Het realiseren daarvan zal leiden tot een zekere mate van clustering van voorzieningen. Voor inwoners die minder mobiel zijn zullen de dorpen met veel voorzieningen aantrekkelijker zijn om te wonen. 6.2.1 Samen met bewoners werken aan perspectief De transitie naar een toekomstbestendige voorzieningenstructuur en fysieke leefomgeving vergt tijd en zal vorm moeten krijgen met betrokken partners (zoals schoolbesturen en sportverenigingen, zorginstellingen, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties) en de dorpen (inwoners). Het is belangrijk betrokkenen te informeren over bevolkingsontwikkelingen en met elkaar de reële perspectieven voor de toekomst te bespreken. De woningbouw en het aanbod van sociale huurwoningen moet deze leefbaarheid ondersteunen en faciliteren. Thús Wonen heeft ‘kwaliteitskaarten’ gemaakt, die per dorp de eigen identiteit en kwaliteit weergeeft. Die kaarten gebruiken we bij het maken van plannen. 6.2.2 Gebiedsgericht samenwerken met woningcorporaties We zoeken naar mogelijkheden om de sociale én fysieke leefomgeving gelijktijdig te verbeteren. Die mogelijkheden dienen zich vaak aan waar ook corporaties investeren.

We zijn alert op dergelijke kansen en stemmen de plannen dan onderling af. 6.2.3 Pilots dorpsgerichte samenwerking We willen intensiever samenwerken met onze dorpen bij het maken van plannen. Dat is een doorlopend leerproces, als onderdeel van de Omgevingswet. Als onderdeel hiervan kunnen we pilotdorpen aanwijzen waarmee we zoeken naar een andere vorm van samenwerking in de eigen woon- en leefomgeving. 6.2.4 Dorpsontwikkelingsmaatschappijen (DOM’s) Een manier om de dorpen te ondersteunen in het behouden en vergroten van de leefbaarheid van hun dorp zijn de zogenaamde DOM’s. Inmiddels kent onze gemeente al 12 DOM’s (NE-F). Zij krijgen ondersteuning bij het ontwikkelen van hun dorp. De dorpen bepalen zelf de onderwerpen waarmee ze aan de slag gaan. De onderwerpen variëren van herbestemming van vastgoed en wandelpaden, tot meer groen en activiteiten binnen het dorp. De gemeente helpt de dorpen op weg met het vinden van financiering, prioriteren en om de plannen te laten aansluiten op geldende regels en toekomstige plannen van de gemeentelijke en provinciale overheid, maar ook van woningcorporaties en bijvoorbeeld Staatsbosbeheer.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

38

6.3 

Woonagenda Leefbare dorpen We zoeken met onze dorpen naar een structuur waarin maatschappelijke voorzieningen (voor onderwijs, sport, cultuur en ontmoeten) toekomstbestendig zijn: betaalbaar, bereikbaar (waaronder OV tussen dorpen), waar mogelijk geclusterd met het oog op meer samenwerking en multifunctioneel gebruik. Dit maakt deel uit van ons proces waarin we met de dorpen in gesprek blijven en samen plannen maken.



We werken gebiedsgericht in samenwerking met de corporaties;



Er is ruimte voor pilots;



Openbare ruimte (waaronder verkeersveiligheid en onderhoud) heeft voortdurend aandacht.



We zoeken naar instrumenten voor behoud van sociale cohesie en veiligheid, een evenwichtige bevolkingssamenstelling.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

39

7 Noardeast-Fryslân: positie Dokkum 7.1

Achtergrond en opgaven

De vestingstad Dokkum is met haar 12.600 inwoners het stedelijk centrum van de regio Noardeast-Fryslân. Dit is o.a. vastgelegd in de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum (2008) waarin o.a. de volgende uitgangspunten zijn benoemd: 

Het behoud en de verdere ontwikkeling van de regionale functie van Dokkum, zowel vanuit het oogpunt van verzorging als van werkgelegenheid.



Het behoud en de versterking van de cultuurhistorisch waardevolle binnenstad



Voldoende ruimte bieden voor de ontwikkeling van nieuwe woongebieden en bedrijfslocaties in Dokkum.



Daarmee neemt Dokkum een bijzondere positie in binnen de gemeente Noardeast-Fryslân maar ook binnen de regio.

Uit de woningmarktanalyse 2017, de uitgevoerde monitoring en de eerste resultaten van een nieuwe woningmarktanalyse blijkt dat er de komende jaren binnen Dokkum nog een stevige woningbehoefte is. Er zal daarbij in eerste instantie ingezet worden op herstructurering (sloop/nieuwbouw) en inbreiding. Daarnaast zal in beperkte mate ook buitenstedelijk gebouwd moeten worden om aan de algehele woningbehoefte binnen Dokkum te kunnen voldoen. De woningbehoefte voor Dokkum kan als ruim bestempeld worden, waar nog ruimte is voor alle segmenten en woningtypen. Ook kunnen meer grondgebonden woningen worden ingepland ten koste van de bestaande voorraad rijwoningen (daar waar een verdunningsvraag is).

7.2

Masterplan “Langs de Dokkumer Ee”

Vanuit een open agrarisch landschap loopt de Dokkumer Ee, Dokkum binnen. Langs deze Dokkumer Ee staan in allerlei verschijningsvormen bedrijven, woningen en maatschappelijke bebouwing. Bij binnenkomst van Dokkum over het water geeft dit momenteel een vrij treurig beeld wat duidelijk aan een update toe is. Onlangs heeft de eerste transformatie plaatsgevonden op de Houtkolk. Sloop van bestaande bedrijfsgebouwen en de realisatie van een aantal imposante appartementencomplexen. Op relatief korte termijn zullen langs de Dokkumer Ee meerdere locaties getransformeerd worden en (deels) ingevuld worden met woningbouw. Daardoor is er behoefte aan een samenhangende visie op dit deel van Dokkum waarin de woningbehoefte en de ruimtelijke kansen elkaar kunnen ontmoeten, naar type woningen en woonmilieu. Om dit te bewerkstelligen wordt momenteel gewerkt aan het Masterplan “Langs de Dokkumer Ee”. In dit masterplan zullen de volgende deelgebieden, waarbinnen woningbouw een rol gaat spelen, meegenomen worden: 

Tussen de vaarten



Stadsdock



Prinslocatie



Houtkolk I (reeds gerealiseerd)



Houtkolk II



Groen van Prinstererschool en omgeving

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

40

De verwachting is dat dit masterplan rond de zomer van 2020 afgerond zal worden.

Woonvisie 2020-2025

Gemeente Noardeast Fryslân

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=3b77184a-5500-4705-a46b-44ca8c93cd7b