Collegebrief met beantwoording technische vragen VVD - bestemmingsplan fietspad Súd Ie
Tekst van het document
Aan de leden van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 13 9290 AA Kollum
Ons kenmerk:
Z266622-2020
Behandeld door: E-mailadres: Datum:
D. Keegstra d.keegstra@noardeast-fryslan.nl dinsdag 8 februari 2022
Onderwerp: technische vragen VVD f ietspad Súd Ie (bestemmingsplan)
Geachte raad, Op donderdag 3 f ebruari 2022 heef t de f ractie van VVD aan het eind van het Debat nadere mondelinge technische vragen gesteld aan ons college over technische vragen VVD f ietspad Súd Ie (bestemmingsplan). In deze brief geven wij antwoord op die vragen. Vraag 1: De VVD wenst van het college meer inzicht verkrijgen of toepassing van te verwerven ruilgrond alsnog een alternatief kan zijn voor grondverwerving met schadeloosstelling, want dan zou schadeloosstelling misschien niet meer van toepassing hoeven zijn. Als suggestie is daarbij aan het college de aanvullende vraag meegegeven of door derden aangeboden grondposities als bijvoorbeeld actueel aan de andere kant van het dorp Oostrum eventueel in beeld zijn eventueel te betrekken bij fietspad Súd Ie als suggestie voor een eventuele optie van ruilgrond. Antwoord: Bij de beantwoording van deze raadsvragen mogen we de eerdere beantwoording van een raadsmotie door ons college van B&W over het f ietspad Súd Ie kort in uw herinnering brengen. Daarbij hebben we vorig jaar aan uw raad het volgende toegelicht: ‘Het is vanuit het project f ietspad Súd Ie onhaalbaar gebleken om een soort van grondruilproject vanuit de gemeente te initiëren om daarmee ruilgrond te verwerven voor de door de gemeente te verwerven stroken grond welke voor dit f ietspad nodig zijn.’.
Bij ons college en betrokken uitvoeringsorganisatie is in dit verband bijvoorbeeld wel bekend dat er aan de andere kant van het dorp Oostrum momenteel agrarische grondposities te koop staan. In aansluiting op de bovenstaande eerdere beantwoording richting uw raad kunnen wij stellen dat er geen mogelijkheden zijn vanuit het f ietspad het initiatief te nemen voor een kavelruilproject. De gemeente kan in dit verband f inanciële aankooprisico’s voor gronden buiten het project Súd Ie niet verantwoorden binnen de f inanciële kaders van de gemeenteraad en daarnaast ook niet verantwoorden binnen de geldende bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst Súd Ie met in dit geval met name de provincie als bestuurlijk partner in dit project. Vraag 2: de VVD fractie stelt als vervolgvraag waar de overeenstemming met de agrariërs op wacht Antwoord: Richting verschillende individuele grondeigenaren zijn reeds aanbiedingen gedaan op basis van de vereiste onaf hankelijke taxatie. Ook heef t een enkele grondeigenaar een tegenvoorstel gedaan. De meeste grondeigenaren willen eerst wachten op een besluit van de raad over vaststelling van het bestemmingsplan voordat men onderhandelingen met de gemeente wenst af te ronden. .
Vraag 3: De VVD wenst nader inzicht van het college over hoe de toepassing van het instrument volledige schadeloosstelling in de praktijk in zijn werk gaat Antwoord: In juni 2020 heef t uw gemeenteraad bij de grondverwervingsstrategie gekozen voor minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening. Daarbij is over ‘volledige schadeloosstelling’ het volgende toegelicht: ‘Wanneer er sprake is van minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening, dient er een vergoeding op basis van volledige schadeloosstelling geboden te worden. Dat wil zeggen dat er, in tegenstelling tot minnelijke/reguliere verwerving, een vergoeding betaald dient te worden die uit meer bestaat dan alleen de marktwaarde van de onroerende zaak. Deze volledige schadeloosstelling vindt haar oorsprong in de Onteigeningswet en de daaruit voortgevloeide jurisprudentie. Het uitgangspunt hierbij is dat er sprake moet zijn van een volledige schadevergoeding; alle schade, die de eigenaar rechtstreeks en noodzakelijk door het verlies van zijn eigendom lijdt, dient vergoed te worden. Ook erf pachters en pachters dienen voor hun deel een volledige schadeloosstelling te krijgen.’ Bij het bepalen van een volledige schadeloosstelling wordt de op jaarbasis berekende verminderde opbrengst vermenigvuldigd met een zogenoemde kapitalisatief actor.
Voor een eigenaar-gebruiker is dit op grond van jurisprudentie de kapitalisatief actor van 10 jaar. Voor verschillende soorten pachter(s) of huurder(s) gelden op basis van jurisprudentie andere kapitalisatief actoren. Vraag 4: De VVD stelt hierbij als verdiepende vervolgvraag of een hogere kapitalisatiefactor van 20 jaar ook een optie kan zijn. Antwoord: Dat is voor ons college geen optie. Ons college mag niet in een situatie van ongeoorloof de staatssteun terecht komen. De gemeente moet verder zorgvuldig omgaan met voor dit project toegekende publieke investeringsmiddelen. Een f ors hogere schadeloosstelling is verder mede gelet op mogelijke precedentwerking niet buiten de kaders van jurisprudentie te verantwoorden.
Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Noardeast -Fryslân,
H.J.C.M. Verbunt, MBA Secretaris
mr. J.G. Kramer Burgemeester
–2–