CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief aan raad - beantwoording technische vragen VVD - Mono-vergister Iedyk 8 Burdaard

It Beslút 11 juli 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit adviesrecht gemeenteraad Iedyk 8 Burdaard1.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 1 9100 AA Dokkum

Ons kenmerk:

2024-104893

Behandeld door: E-mailadres:

Lammert Visser l.visser@noardeastfryslan.nl 10 juli 2024

Datum:

Onderwerp: Bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor realisatie mono-mestvergistingsinstallatie op de Iedyk 8 te Burdaard Geachte raad, Op 9 juli 2024 heeft mevrouw Ferwerda-Havenga van fractie VVD, technische vragen gesteld n.a.v. raadsvoorstel geagendeerd voor 11 juli 2024, over Bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor realisatie mono-mestvergistingsinstallatie op de Iedyk 8 te Burdaard. In deze brief geven wij antwoord op die vragen. Vraag 1: Waarom is op 15 mei niet de aanvraag op de lijst van ingekomen stukken geplaatst? Antwoord: De Omgevingswet is nieuw. En daarmee is het totale werkveld volledig veranderd van wetgeving, en beoordelingen tot digitale systemen communicatiemiddelen tot en werkwijzen en rollen en verantwoordelijkheden. Zo zijn ook nieuwe afspraken met de raad gemaakt over de advies. Hier is afgesproken dat het gewenst is binnen 1 week de Bopa aanvragen ter kennis worden gebracht van de raad. In te praktijk blijkt, bij dit eerste geval, dat deze termijn niet haalbaar is. Wel willen we proberen deze termijn wel haalbaar te maken. Ook is niet geheel duidelijk welke stukken voor de raad van belang zijn voor deze kennisgeving. Mochten de aangeboden stukken te weinig zijn dan zullen wij deze voor volgende gevallen uitbreiden.

De werkafspraken zullen na enige tijd wel geëvalueerd worden en dan zal een realistische termijn worden gesteld. Vraag 2: Wat is er geadviseerd? Graag ontvang ik ook de stukken waarin de reactie/het advies n.a.v. het verzoek om vooroverleg staat Antwoord: De reactiebrief op het vooroverleg gaat hierbij als bijlage 1. Het verzoek is ingetrokken omdat de aanvraag is vanwege de tijdsdruk ingediend was. Vraag 3: Waarom hebt u zich op dit punt niet aan de werkafspraken gehouden? Antwoord: In de werkafspraken staat dat de aanvraag wordt mee gezonden. De aanvraag is strikt genomen enkel het formulier, de rest zijn bijlagen bij de aanvraag Sinds 1 januari blijkt dat het formulier geen wezenlijke informatie biedt, zie bijlage 2. De ruimtelijke notitie is het document waarin alle wezenlijke informatie staat ten aanzien van het afwijken van het omgevingsplan waar uw raad advies op geeft. Daarom is voor de helderheid gekozen voor het bijvoegen van enkel dit document. Vraag 4a: Klopt dat deze wijzigingen niet met deze ontwerp-vergunning worden vergund en nog afzonderlijk aangevraagd moeten worden?

Antwoord: Nee dat klopt niet. De titel van de aanvraag (deze wordt door aanvrager bedacht) is geen volledige beschrijving van de aanvraag. Deze omvang blijkt uit het aanvraagformulier (activiteiten) en de bijlages bij de aanvraag. Hieruit blijkt dat de aanvraag betreft het veranderen van de huidige covergistingsinstallatie naar een mono-mestvergistingsinstallatie. Hiervoor wordt een mono-vergistingssilo geplaatst, installatie voor de vergister toegevoegd en bestande bouwwerken en installaties verplaatst en gewijzigd, de bedrijfsprocessen gewijzigd (a.o. de co-vergister wordt enkel voor mestopslag). Evident is dat de titel geen volledige beschrijving kan zijn. Vraag 4b: Bent u het ermee eens dat tot een ‘mestvergistingsinstallatie’ niet alleen de vergistingssilo behoort, maar ook de (eventuele) WKK, biogasopwaardeerinstallatie, vaste stoftoevoer en navergister? Antwoord: Ja Vraag 5: Klopt deze bewering dat de beoogde situatie niet in strijd is met de bouwregels van het paraplubestemmingsplan? Of is er wel strijd met het paraplubestemmingsplan waarbij met de beleidsregels voor monovergisting toestemming kan worden verleend als aan die regels is voldaan? Antwoord: In het concept-besluit is op pagina 11 en 12 de toetsing aan het omgevingsplan vastgelegd. Het voornemen is ook in strijd met het paraplu-bestemmingsplan.

De vergunning kan enkel verleend worden als er sprake is van een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties”. De beleidsregel vormt hier een belangrijk kader voor. Vraag 6: Vindt u dat voldaan is de beleidsregel over het meeprofiteren van de omgeving? Zo nee, wat is daarvan het gevolg? Of is er afgezien van toepassen van deze regel vanwege het feit dat de bedrijfseigen monovergisting in de plaats komt van co-vergisting? Antwoord: Er is sprake van een verplichte participatie. Aan deze verplichting is voldaan door de belanghebbenden te betrekken bij de vorming van de plannen. Deze resultaten zijn als bijlage bij de aanvraag gevoegd maar niet naar u meegezonden (AVG). De financiële participatie is een inspanningsverplichting. Dit is door aanvrager met onze eenheid Duurzaamheid onderzocht. Er zijn op mogelijkheden geen mogelijkheden om dit te verwezenlijken. Vraag 7a: Hebt u de aanvraag (en met name de ruimtelijke motivering) zo opgevat dat er na de overgangsperiode van maximaal 1 jaar op het bedrijf aan de Iedyk 8 alleen nog bedrijfseigen mest wordt vergist? Antwoord: De overgangsperiode ziet enkel op de ombouw van de huidige vergunde co-vergisting naar de mono-vergisting. Voor de mono vergisting geldt dat alleen bedrijfseigen mest mag worden ingevoerd.

Vraag 7b: Leiden de onduidelijkheden/tegenstrijdigheden in de aanvraag ertoe dat u het raadsvoorstel gaat terugtrekken? Antwoord: Nee. Hieronder gaan wij op de ‘tegenstrijdigheden’ in. Tegenstrijdigheid a: wij begrijpen de verwarring. De mono-mestvergister zal dezelfde na-opslagsilo als de co-vergister gebruiken. In de uiteindelijke situatie zal de co-vergister omgebouwd worden. Beiden mponovergistingssilo’s maken deel uit van 1 monovergistingsinstallatie die gebruiken dezelfde navergistingssilo. Dit is een maatwerkoplossing waar uw raad bij de behandeling van het paraplu-bestemmingsplan om gevraagd heeft. Het betreft mest van het eigen bedrijf van aanvrager. Het bedrijf heeft meerdere locaties. Van de Hikkaarderdyk zal in de vergunde situatie nog gezien worden als mest van eigen bedrijf. Ander locaties van aanvrager (nu onder onderdeel van de milieuvergunning als 1 inrichting) worden niet meer gezien als eigen mest. De hoeveelheid van de locatie van de Hikkaarderdyk is relatief klein. De ruimtelijke effecten daarom ook. En het is een duidelijke verbetering t.o.v de huidig vergunde situatie, maatwerk dus. Het is niet toegestaan om mest van derden aan te voeren. “In de overgangssituatie wordt ca. 14.000 m3 mest afkomstig van de Iedyk 8 in de mono mestvergisting verwerkt.

–2–

De overige mest die afkomstig is van de eigen bedrijfsvoering aan de Iedyk 8 zal verwerkt worden in het overgangsjaar in de co-vergistingsinstallatie. Na het jaar wordt alle mest in de monomestvergistingsinstallatie verwerkt Tegenstrijdigheid b: de bestaande na-vergistingssilo wordt in de nieuwe situatie een na-opslag en/of navergisting voor zowel de mono-mestvergistingsinstallatie als de co-vergister. Er kan dus sprake zijn van na-vergisting. Het biogas wordt opgevangen in het gasdak. de huidige co-vergistingssilo wordt in de nieuwe situatie een na-opslag en/of navergisting voor de mono vergistingsinstallatie. De bouwwerken zijn ongewijzigd, het bedrijfsproces/ het gebruik verandert dus wel. Tegenstrijdigheid c: de invoer van vast mest is mogelijk bij de huidige co-vergister. Bij de monomestvergistingsinstallatie zal de invoer van vaste stof (vaste mest) ook mogelijk gemaakt worden. Er wordt dus wel een vaste stofinvoer aangevraagd. Tegenstrijdigheid d: De mestscheider is onderdeel van de co-vergister. De mestscheider zal in gebruik blijven. Er wordt echter niet meer digestaat gescheiden dan in de huidige situatie. Dit maakt dan ook geen onderdeel uit van de huidige aanvraag.

Vraag 7c: Zo nee, hebt er u dan bezwaar tegen als de raad onder de voorwaarde instemt dat de volgende voorwaarden aan bijlage 2 van de concept-vergunning worden toegevoegd? “In de biogasopwaardeerinstallatie, waar het biogas wordt opgewerkt tot groen gas, mag vanaf een jaar na ingebruikname van de biogasopwaardeerinstallatie uitsluitend biogas dat opgewekt is door vergisting van bedrijfseigen mest worden verwerkt.” en “Vanaf een jaar na het tijdstip van ingebruikname van de monomestvergistingssilo (bouwwerk ‘L’ op de plattegrond bij de aanvraag) of van de biogasopwaardeerinstallatie, als die ingebruikname eerder plaatsvindt, wordt er op het bedrijf Iedyk 8, Burdaard, alleen bedrijfseigen mest vergist, geen co-producten en geen mest afkomstig van elders.” Antwoord: Het is de bevoegdheid van de raad om (bindend)advies te geven. Het college kan en wil deze bevoegdheid niet inperken. Inhoudelijk voegen de voorschriften niks toe aan de vergunning. Sterker nog zij geven meer ruimte om in uw 1ste voorschrift het jaar pas aanvangt vanaf ingebruikname. In de aanvraag en dus ook de vergunning begint het jaar te lopen vanaf de start van de realisatie van de monovergistingsinstallatie. In het 2de voorschrift wordt ook dit jaar na in gebruik name geregeld.

In de aanvraag en de vergunning zal na in gebruikname van de installatie (dit is 1 geheel en geen losse onderdelen) per direct de regels van eigen mest gelden.

Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân,

H.J.C.M. Verbunt, MBA Secretaris

mr. J.G. Kramer Burgemeester

–3–

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=400329eb-29fd-41ba-9f48-2fc935543481