College brief NF beantwoording technische vragen Begroting 2023-2026
Tekst van het document
Aan de leden van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 13 9290 AA Kollum
Ons kenmerk: Behandeld door: E-mailadres: Datum:
2022-202412 P. Westra p.westra@noardeast-fryslan.nl maandag 24 oktober 2022
Onderwerp: Technische vragen Begroting 2023 Geachte raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de technische vragen over de begroting 2023 van gemeente Noardeast-Fryslân. ChristenUnie 1 Blz.12, onder 21: de structurele last van 300k/25= 12k. In de Begroting wordt 16k genoemd. Vanwaar het verschil?;
2 3
4
Blz. 14, onder 30: de structurele last van 419k/25 = 16.760,- In de Begroting wordt 22k genoemd. Vanwaar het verschil?; Blz. 14, onder 31: de structurele last van 470k/25= 18.8k. Idem 345k/25= 13.8k. In de Begroting wordt 17k genoemd. Vanwaar het verschil? Blz.14 onder 33 en blz. 15 onder 34 en 38: ook hier zijn verschillen in structurele last bversus afschrijvingsbedrag/25 jaar Blz.17 onder opmerking BMC over budgethouderschap: a. hoeveel medewerkers zijn geautoriseerd om betalingen voor de gemeente te verrichten? b. Wordt er bij het verrichten van betalingen ook het 4-ogen principe toegepast (fiattering) ?
Bijlagen: 2
Het verschil wordt verklaard doordat in de begroting rekening gehouden is met de totale kapitaalasten bestaande uit de rente en afschrijving. In dit voorbeeld is de totale last € 16.000, bestaande uit € 12.000 afschrijving en € 4.000 rente. Zie voor beantwoording vraag 1. Zie voor beantwoording vraag 1.
In het betalingsproces is een aantal stappen ingebouwd, die softwarematig worden bewaakt: ‒ Het aanmaken of wijzigen van een bankrekening van een crediteur moet altijd door een 2e persoon worden geautoriseerd. ‒ Facturen worden gecodeerd door of namens de kredietbeheerder gecontroleerd. De meeste kredietbeheerders zijn, conform de budgethouderregeling, door de budgethouder geautoriseerd om facturen tot maximaal € 25.000 zelfstandig af te handelen. Boven de € 25.000 komt altijd de budgethouder in beeld. Na de budgethouder is er nog een controle op door de financiële administratie.
‒
5
Progr. 4, onder 401.1: waarom is de ontsluiting Kollum via de Oostelijke rondweg uit de plannen verdwenen?
6
Progr. 6, onder 601 activiteit 1b: welke kosten zijn hiermee gemoeid?
VVD 1 Bij programma 4 staat bij 402: Smartdoel 1: Het in stand houden van het winkelaanbod voor de dagelijkse boodschappen in de kernen van NoardeastFryslân. Activiteit: In voorkomende gevallen wordt actief ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen als het gaat om de leegstand in één van de kernen.
2
Hoe moeten we dit zien? Wat doet de gemeente concreet? Bij programma 2 staat wens nr. 11: Verhogen subsidie admiraliteitsdagen De admiraliteitsdagen krijgen een structurele subsidie van € 25.000. Bij het organiseren van een volwaardige editie wil de gemeente deze bijdrage structureel verhogen met € 35.000. Lezen wij goed dat €25.000 wordt verhoogd met 35.000,00? Dus totaal €60.000? 2e deel van deze vraag: We hebben begrepen dat de subsidie van €25.000 die in eerste instantie aan de admiraliteitsdagen werd gegeven een start subsidie was. Nu blijkt dat de admiraliteitsdagen goed lopen en naar onze mening afgelopen jaar een volwaardig evenement was, vragen wij ons af waarom deze subsidie wordt verhoogd? Of dit nu
Voor de uiteindelijke betaling vinden er op de financiële administratie nog een steekproefcontrole en een controle op alle betalingen boven de € 25.000 plaats.
Een betaalbatch (de gecontroleerde en geacccordeerde facturen wekelijks in een grote run betaalbaargesteld) bij de BNG moet altijd (digitaal) door twee personen worden getekend. Er zijn 10 mensen die geautoriseerd zijn om eem digitale handtekening te zetten, maar iemand kan nooit een eerste én een tweede handtekening zetten. Dit moeten altijd twee verschillende personen zijn. De Oostelijke rondweg bij Kollum is niet uit de plannen verdwenen. Deze ontsluiting is als smartdoel opgenomen in het voorstel programmabegroting 2023 en wordt als oosttangent benoemd. De ontsluiting maakt onderdeel uit van de mobiliteitsstudie ANNO. De visie is reeds opgeleverd. Eén van de opgaven, voortvloeiend uit de visie, is de ontsluiting van de oostflank van het ANNO-gebied. Onderdeel van deze opgave is onder andere de ontsluiting van Kollum. De nut en noodzaak van de Oostelijke rondweg maakt hier onderdeel van uit. De kosten bedragen totaal € 240.000 verdeeld over 2023 en 2024. Zie toelichting bij wens 28 in de inleiding van de begroting. Dit heeft betrekking op detailhandel in brede zin, anders dan de term ‘dagelijkse boodschappen’ zou kunnen suggereren. Wat gedaan kan worden is bijvoorbeeld in overleg met makelaars en ondernemers kijken hoe er weer invulling gegeven kan worden aan leegstaande winkelpanden.
Ja, dit klopt. Bij een volwaardige editie wordt het subsidiebedrag € 60.000. Antwoord op het 2e deel van de vraag. Nu het goed loopt, betekent het ook dat er veel meer bij komt kijken en de kosten stijgen. Niet alleen vanwege de stijgende kosten is extra budget nodig. Ook moeten er op veiligheidsgebied meer maatregelen genomen worden, meer beveiligers, hekkenbewaarders/verkeersregelaars (professionals) bijv. ingezet worden, meer EMS (ehbo). De organisatie kan daar niet op bezuinigen, maar daar moet meer op geïnvesteerd worden. Dit vanwege de extra mensen die ook in de komende jaren verwacht worden. Er is dit jaar een extra area toegevoegd. Het kan zijn (vanwege spreiding/veiligheid) dat in 2023 er nog een area
–2–
naar 35.000,00 of naar 60.000,00 wordt verhoogd. Ons lijkt dat een start subsidie een subsidie is die niet structureel hoeft te zijn. En een evenement wat goed loopt zou helemaal geen subsidie hoeven te ontvangen.
toegevoegd wordt, maar dat betekent wel extra inzet van mensen op veiligheidsgebied. Bovendien maakt de politie een terugtrekkende beweging en zet minder personeel in ivm te weinig capaciteit. Dit geldt ook voor de medische hulpverlening. Vanuit de GHOR worden er ook strengere eisen gesteld. Er kan niet bezuinigd worden op de veiligheid van dit evenement. De organisatie moet ook zekerheid krijgen. Het ene jaar wel een extra bijdrage, andere jaar niet. Als organisator ben je dan te afhankelijk en weet je niet waar je aan toe bent en wel/niet kunt gaan organiseren. Zeker bij dit soort grootschalige evenementen moeten materiaal, beveiliging en ook artiesten vaak een jaar van te voren al vastgelegd worden.
FNP 1 Blz 63 - R.62: Risico overschrijding budget Sud Ie programma: Op basis wêr fan wurdt dit risiko ynskat?
2
Blz 63 - R.162: Inkoop en uit te besteden werk: Hoe wurdt dit risiko opfongen en hoe kaderje jo dat yn mei de ynflaasje?
3
Blz. 10: Subidieregeling kleine activiteiten: moatst die sinten foar gemeentewurk/facilitearjen brûke? Of is it wurk fan gemeentewurk in soart service dat neist de subsydzje kin? Blz 27: Skema: hoe kin it dat it oantal banen yn us gemeente leger leit as lânlik en yn relaasje dêr ta it oantal útkeringen ek?
4
Het programmabureau doet periodiek een risicoinventarisatie met de projectleiders en het programmamanagement voor de deelprojecten die onderdeel uitmaken van het programma op basis van de op dat moment beschikbare informatie. Daarbij schatten ze de risico’s in bepaalde risicoklassen met een kans van voordoen. Deze inschatting brengen ze in bij de bespreking van de gemeentebrede risico’s. Uit deze bespreking volgt het risico dat we opnemen in NARIS, het risico-simulatiemodel dat door de gemeente wordt gebruikt. Op dit moment zijn de uitslagen van de aanbestedingen en dus de prijzen nog rond opgenomen bedragen in de projectbegrotingen. We stellen in de werken voor volgend jaar de begrotingseenheden (kosten per onderdeel) bij zodat we op werkniveau op peil blijven. De gevolgen totaal per kapitaalgoed worden in de gaten gehouden en bij verandering doorgenomen met de betreffende portefeuillehouder. Dizze regling moat noch konkreet útwurke wurde. Foar lytse aktiviteiten is ek net altyd ynset fan Gemeentewurk nedich. Nei de fêststelling fan de begrutting gean we oan de slach mei it opstellen fan in regeling. Het antwoord is niet eenvoudig te geven, maar er zijn vele factoren voor onderlinge verschillen per regio van het aantal banen van werknemers.
Van belang zijn de locatiefactoren en regionale omstandigheden die de vestigingsplaatskeuze en/of het economisch functioneren van bedrijven bepalen. Voorbeelden zijn: dichtheid van een regio, Europese of nationale ligging, groei van de (potentiële beroeps-) bevolking en opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Welke locatiefactoren relevant zijn, verschilt per sector. Het UWV heeft in een rapportage van september 2019 e.e.a. uitgelicht, zie bijlage 1. Voor de verdeling van het budget voor uitkeringen wordt sinds 2015 gebruikgemaakt van het verdeelmodel inkomensdeel
–3–
Participatiewet: een multiniveaumodel, ontwikkeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het verdeelmodel voorspelt de kans dat een huishouden in de bijstand zit in eerste instantie op basis van de kenmerken van dat huishouden. Die geven namelijk het werkelijke risico op bijstand weer. Daarnaast houdt het model rekening met de wijk, de gemeente en de regio. S!N 1 Blz. 8 Ingeschat wordt dat het gasverbruik van de gemeente Noardeast-Fryslán nadelig gaat uitpakken (lees een structureel nadeel van 190.000 euro). Hoe gaat het college borgen dat het gasverbruik in gemeentelijke gebouwen binnen de perken blijft?
2
Blz. 17 In paragraaf 2.6 up bladzijde 17 wordt door BMC aangegeven dat er beperkt zicht is bij de medewerkers en managers op de budgetten en men leunt op de kennis van de afdeling financiën. Dat dit erg risicovol is wordt ook door BMC opgemerkt. Hoe gaat het college voorkomen dat er een te grote druk komt te staan op de afdeling financiën? Een aantal van de managers van toen is nu namelijk clusterhoofd geworden.
3
Blz. 16/17 De gemeente wil anticiperen op de verwachte uitstroom door vergrijzing en de 'slechte arbeidsmarkt'. De gemeente anticipeert hierop o.a. door 7 BBL trajecten te starten. Voor de invulling zoekt het college naar samenwerking met Dokwurk. Een prima initiatief. Welke initiatieven onderneemt het college verder om personeel te werven en te behouden voor de toekomst?
Borging hiervan voor de korte termijn wordt een lastig verhaal. Er is wel afgesproken om de standaard temperatuur in de gebouwen te verlagen naar 19 graden. Voor de ver- en nieuwbouw van de gemeentelijke gebouwen in Dokkum wordt veel aandacht geschonken om de gebouwen zo energie neutraal als mogelijk te maken. Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan de wettelijke eisen. Gebouwdeel C, welke nu verbouwd wordt, zal na oplevering volledig gasloos uitgevoerd zijn. Voor de andere bouwdelen wordt deze oplossing zoveel als mogelijk doorgevoerd. In het inwerkprogramma van de clusterhoofden krijgt budgethouderschap een prominente plek. De clusterhoofden zijn degenen die verantwoordelijk zijn voor de budgetten die onder hun cluster vallen. Daarnaast zijn er kredietbeheerders die (deel)budgetten beheren voor de clusterhoofden. Door middel van uitleg en training wordt het kennisniveau van beiden verhoogt. Naast aandacht voor de budgethouder en kredietbeheerders is het college ook gestart met het verbeteren van de P&C cyclus naar aanleiding van het rekenkamerrapport. De eerste verbeteringen van de Planning & Control cyclus zijn zichtbaar gemaakt in de tweede tussentijdse rapportage 2022 en in de voorliggende begroting 2023. Het is nog een tussenstap omdat de programma’s nog in ontwikkeling zijn. Dit is ook de reden dat er verschillen zichtbaar zijn tussen de verschillende programma’s.
In aanloop naar de Perspectiefnota 2024-2026 zal de raad meegenomen worden in verdere verbeteringen in de Planning & Control cyclus. In het kader van “employer branding” is de gemeente voor de korte termijn bezig met een herijking van het arbeidsvoorwaardenpakket. Wat ís employer branding eigenlijk? Simpel gezegd is employer branding het investeren in je communicatie, imago en cultuur als werkgever. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een actieplan, waarbij het strategisch model van “employer branding” wordt vertaald naar een concreet actieplan, verdeeld over meerdere fases. De verwachting is dat dit plan aan het eind van het jaar/begin volgend jaar kan worden vastgesteld.
–4–
4
Blz. 59 De verwachte opbrengst van de toeristenbelasting in 2023 ligt gelijk aan 2022. Staat dit niet haaks op de verwachting dat het aantal toeristen in omvang toeneemt de komende jaren? Waarom verwerkt het college de verwachte stijging niet mee in het totaal aan opbrengsten? Bij de parkeerbelasting gaat men wel uit van meer inkomsten bijv. CDA 1 Is er met de staat van investeringen ook rekening gehouden met de inflatie? 2 Hoe zijn de plannen mbt het coalitie akkoord ( 1,9 miljoen) in de begroting verwerkt? Graag een overzicht. 3 De OZB is komend jaar bevroren. Hoe verhoudt deze zich dan met het Fries gemiddelde?
4
Bij wensen onder 18 wordt energie-armoede aanpak onder programma 3 Soarch en Wolwezen gebracht. En het is verder een doel in programma 5:Subdoel 505: ‘De energiearmoede wordt zodanig verminderd dat in 2030 alle inwoners blijvend in hun energiebehoefte kunnen voorzien op basis van een maatschappelijk verantwoord niveau van levensonderhoud.’ Hoe wordt dit gemonitord en hoort de wens nummer 18 bij het doel van 505? En is het nu structureel of incidenteel geld?
5
Waarom wordt er meer geld beschikbaar gesteld voor de Aalsumerpoort brug ?
De verwachte opbrengst voor de toeristenbelasting is behoudend toegepast. De reden daarvoor is dat de toeristenbelasting in 2021 is geharmoniseerd en dat er door Corona nog geen stabiel beeld is ontstaan. Daarom is op dit moment rekening gehouden met gelijkblijvende opbrengst.
Nee, daar is in de staat van investeringen geen rekening mee gehouden. Zie bijlage 2. Als gevolg van bevriezing van het OZB tarief en de verdere daling van de afvalstoffenheffing zullen de woonlasten zich absoluut en relatief meer naar het Frysk gemiddelde bewegen. Alhoewel er argumenten zijn te geloven dat dit ook voor 2023 mogelijk is, kan dit niet met zekerheid worden gesteld omdat ons de tarieven 2023 van de Friese gemeenten nog niet bekend zijn. Conform subdoel 505 zal monitoring een belangrijk onderdeel zijn van het Plan van Aanpak. Hiervoor sluiten we aan bij Data Fryslân, zodat we jaarlijks goed inzicht hebben in het verloop van energiearmoede. Via de begrotingscyclus houden we u als raad hiervan op de hoogte. De wens nummer 18 hoort inderdaad deels bij programmadoel 505. Van de € 1,1 miljoen is namelijk € 400.000 specifiek bedoeld voor energiearmoede. Dit bedrag wordt (indien vastgesteld door u als raad) opgeteld bij de € 1,4 miljoen die vanuit de specifieke uitkering energiearmoede en het Nationaal Isolatieprogramma zijn ontvangen van het Rijk. Daarnaast is € 400.000 bedoeld voor een loket geldzaken (dat een relatie heeft met programma 3) en de overige € 300.000 voor het verduurzamen van sportverenigingen, dorpshuizen, musea, etc. Al deze bedragen betreffen incidentele middelen. Zie toelichting wensenlijst nummer 21, blz 12.
Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân,
H.J.C.M. Verbunt, MBA Secretaris
mr. J.G. Kramer Burgemeester
–5–