Bijlage - toelichting BP Buorfinne 3, 7 en 9 Anjum
Tekst van het document
Partiële herziening Bestemmingsplan Doarpen Buorfinne 3, 7 en 9 te Anjum wijziging naar de enkelbestemming Wonen Gemeente Noardeast-Fryslân
Colofon:
Opdrachtgever:
De heer G. Sipma Buorfinne 7 9133 NR ANJUM
Contactpersoon:
De heer G. Sipma
Uitgevoerd door: Contactpersoon: Telefoon: Telefax: Email: Projectnummer:
mr. A.J. Spoelstra Omgevingsadviseur De heer A.J. Spoelstra 0512-369900 0512-369901 info@spoelstra-advies.nl AJS/157
Datum:
Drogeham, juli 2022
TOELICHTING
-2Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
INHOUDSOPGAVE
pagina
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
5
1.1 1.2 1.3
5 5 6
Aanleiding voor het plan Plangebied Leeswijzer
HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING
7
2.1 2.2 2.3
7 7 8
Ruimtelijke structuur Anjum Huidige erfsituatie Beoogde situatie
HOOFDSTUK 3 BELEID 3.1 3.2 3.3
9 Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9 9 10
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN
11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
11 12 13 13 13 14 14 15 15 15 16 16
Milieuzonering Geluid Geur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Ecologie Archeologie Water Landschappelijke inpassing Kabels en leidingen Conclusie
HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1 Toelichting juridisch systeem 5.2 Toelichting bestemming
17 17 17
HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID
18
6.1 6.2
18 18
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
-3Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
Bijlage 1.
3 brieven Noardeast-Fryslân
Bijlage 2.
Akoestisch onderzoek
Bijlage 3.
Schetsplannen tuininrichting
Bijlage 4.
Vooroverlegreactie Provinsje Fryslân d.d. 29 maart 2022
-4Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1
Aanleiding voor het plan
Initiatiefnemers -de eigenaren van de percelen met opstallen Buorfinne 3, 7 en 9 te Anjum- bewonen hun als woon-werklocaties bestemde percelen zonder dat er nog sprake is van bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse. Om te voorkomen dat dit ter plaatse in de toekomst wederom plaats gaat vinden wensen zij dat hun percelen worden voorzien van een woonbestemming. Dit om het woon- en leefgenot naar de toekomst de garanderen. Dit gebruik is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Doarpen vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Dongeradeel op 26 maart 2009) alwaar de percelen respectievelijk zijn bestemd als “Detailhandel” en “Bedrijf”. Toereikende flexibiliteitsbepalingen zijn hiervoor niet in het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Een partiële herziening van het bestemmingsplan is daarvoor noodzakelijk. Bij brieven d.d. 23 mei 2020, 17 december 2020 en 1 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân meegedeeld onder voorwaarden mee te willen werken aan de voorgestane partiële herziening van het bestemmingsplan en heeft verzocht een herziening van het bestemmingsplan te initiateren. Dit plan beoogt daarin te voorzien. 1.2 Plangebied Zoals uit het bovenstaande duidelijk is geworden omvat het plangebied de onderhavige percelen Buorfinne 3, 7 en 9 te Anjum. Het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: globale ligging van het plangebied
-5Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst dat relevant is voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Onderwerp van hoofdstuk 4 zijn de omgevingsaspecten waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan en tenslotte wordt de uitvoerbaarheid van het plan in hoofdstuk 6 toegelicht.
-6Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
HOOFDSTUK 2. PLANBESCHRIJVING 2.1
Ruimtelijke structuur Anjum
In Anjum zijn enkele historische elementen in de ruimtelijke structuur bewaard gebleven. Met name aan de westzijde is het oorspronkelijke karakter van de terp nog aanwezig. Ook aan de oostzijde is sprake van terpresten en een landschappelijk waardevolle overgang naar het omliggende landelijk gebied. In het ruimtelijk beeld spelen een voormalig boerderijpand bij de noordelijke entree van het dorp, de molen en de kerk een beeldbepalende rol. Door een bedrijfsbeëindiging is er aan de Terpsterwei een locatie voor woningbouw vrijgekomen. Deze is inmiddels ingevuld met een viertal woningen. Voor verdere dorpsuitbreidingen is een gebied aan de noordzijde van het dorp gereserveerd. Op dit terrein is de tweede fase van It Hoarnleger gerealiseerd. Tevens is hier een bedrijventerreintje met woon-werklocaties gerealiseerd en een nieuwe supermarkt. Het onderhavige plangebied spitst zich toe op deze woon-werklocaties. 2.2 Huidige situatie Aan het perceel Buorfinne 3 is deels de bestemming “Detailhandel” en deels de bestemming “bedrijf” toegekend. Op dit perceel is een woning met aangebouwde garage aanwezig. De woning doet thans dienst als bedrijfswoning ten behoeve van daar achtergelegen supermarkt. Aan het perceel Buorfinne 7 is de bestemming “Bedrijf” toegekend. Op dit perceel is een woning met bedrijfsloods aanwezig.
De woning wordt bewoond als burgerwoning en de bedrijfsloods wordt gebruikt als bijgebouw behorende bij de woning. Ter plaatse wordt geen bedrijf meer uitgeoefend. Aan het perceel Buorfinne 9 is de bestemming “bedrijf” toegekend. Op dit perceel is een woning met bedrijfsloods aanwezig. De woning wordt bewoond als burgerwoning en de bedrijfsloods wordt gebruikt als bijgebouw behorende bij de woning. Ter plaatse wordt geen bedrijf meer uitgeoefend. Ten zuidoosten van Buorfinne 9 ligt een perceel waaraan eveneens de bestemming “bedrijf” is toegekend. Hierop is een brandweerkazerne gerealiseerd.
Figuur 2: Luchtfoto bebouwing Buorfinne (bron google maps)
-7Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
2.3 Beoogde situatie Zoals in paragraaf 1.1. reeds is beschreven bestaat de wens om aan deze drie percelen de bestemming “Wonen” toe te kennen waarmee de gebruiksmogelijkheden van die percelen worden beperkt tot in hoofdzaak het wonen. De redenen hiervoor zijn dat de percelen eigenlijk niet geschikt zijn voor bedrijfsmatig gebruik omdat de bereikbaarheid met vrachtverkeer slecht is en de straat continu vrij moet worden gehouden voor de hulpdienstverlening door de Brandweer die eveneens ter plaatse is gevestigd. Aanvullende bebouwing is voor de gewenste woonbestemmingen niet noodzakelijk.
-8Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
HOOFDSTUK 3. BELEID 3.1 Rijksbeleid Het beleid van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit van Nederland tot 2040 is neergelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen acht het Rijk zich verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Buiten deze 13 nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt het juridisch kader om het rijksbeleid te beoordelen. Het rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1. 2. 3.
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
De 13 nationale belangen waarvoor het rijk zich verantwoordelijk acht, vloeien voort uit de hier voor genoemde 3 doelen. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In het SVIR is een eerste integrale afweging van deze belangen gemaakt. De benoemde Rijksbelangen hebben geen betrekking op de ontwikkelingen die binnen het onderhavige plangebied zijn voorgenomen. 3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal omgevingsbeleid van de provincie Fryslân is neergelegd in de Omgevingsvisie 2020 Fryslan. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Dit beleid heeft zijn juridische vertaling gekregen in de provinciale omgevingsverordening 2021. In deze verordening zijn regels gesteld waarmee bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De onderhavige percelen zijn gelegen binnen de begrenzingen van bestaand bebouwd gebied. In principe bepaalt de Omgevingsverordening Romte dat stedelijke functies binnen bestaand bebouwd gebied dienen plaats te vinden (artikel 1.1.1.) De huidige “woon-werklocaties” zijn stedelijke functies en ook de beoogde woonfuncties zijn stedelijke functies. Het initiatief is derhalve niet in strijd met het provinciale beleid.
Daarnaast is in artikel 3.1.1 bepaald dat een ruimtelijk planmogelijkheden voor woningbouw kan bevatten mits dit in overeenstemming is met het gemeentelijke woonplan dat de instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Hiervan kan worden afgeweken als het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen bevat dan wel, voor zover gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, niet meer dan 11 woningen bevat en wordt gemotiveerd op welke wijze een eventuele overschrijding van het woningbouwprogramma kan worden voorkomen. De beoogde drie woningen zijn echter thans reeds aanwezig als bedrijfswoningen zodat het woningbouwprogramma hier niet in het geding is. Geconcludeerd kan dan ook worden dat het gebruik van de percelen met opstallen voor de functie wonen in overeenstemming is met het provinciale beleid.
-9Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
3.3
Gemeentelijk beleid
Zoals in paragraaf 1.1. en 2.2. reeds is gesteld geldt voor het onderhavige plangebied het bestemmingsplan “Doarpen (vastgesteld 26 maart 2009). Aan het perceel Buorfinne 3 is deels de bestemming “Detailhandel” en deels de bestemming “bedrijf” toegekend. Aan de percelen Buorfinne 7 en 9 is de bestemming “Bedrijf” toegekend. Binnen deze bestemming is een bedrijfswoning ter plaatse toegestaan. Een burgerwoning niet. Toereikende flexibiliteitsbepalingen zijn in het bestemmingsplan Doarpen niet opgenomen. In het schrijven d.d. 20 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân ingestemd met onderhavig initiatief mits uit akoestisch onderzoek blijkt dat de op perceel Buorfinne 11 gerealiseerde brandweerkazerne en op perceel Buorfinne 1 gerealiseerde supermarkt geen nadelige gevolgen hebben voor de drie beoogde woningen nu voor burgerwoningen ten aanzien van geluid stringentere voorwaarden gelden dan voor bedrijfswoningen. Bij brief van 17 december 2020 gaan burgemeester en wethouders nader in op de hinderaspecten gerelateerd aan de brandweerkazerne en supermarkt. Op 15 juni 2021 is vervolgens namens initiatiefnemers het gevraagde akoestisch onderzoek ingediend.
In reactie daarop delen burgemeester en wethouders onder vermelding van een aantal aandachtspunten mee dat brandweerkazerne en supermarkt niet zorgen voor geluidoverlast op de drie beoogde burgerwoningen. Genoemde drie brieven alsmede het akoestisch onderzoek zijn als bijlage aan deze toelichting gehecht. Op de genoemde hinderaspecten en aandachtspunten wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan. Op grond van het bovenstaande kan echter worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid.
Figuur 4: fragment bestemmingsplan Doarpen (voormalige) gemeente Dongeradeel (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
- 10 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
HOOFDSTUK 4. OMGEVINGSASPECTEN De voorgenomen herziening van het bestemmingsplan kan mogelijk effecten op de omgeving van het plangebied hebben. In het onderstaande zal nader worden ingegaan op die omgevingsaspecten die relevant kunnen zijn voor het onderhavige plan. Nu de betreffende woningen reeds zijn gerealiseerd en met onderhavige herziening geen bouwactiviteiten zijn gemoeid zal voornamelijk worden ingegaan op de effecten van brandweerkazerne (Buorfinne 11) en supermarkt (Buorfinne 3) op de drie beoogde burgerwoningen. Aan met name het aspect geluid zal in dat verband aandacht worden besteed. 4.1
Milieuzonering
Ter bescherming van de leefkwaliteit is in het algemeen het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies noodzakelijk. Het gaat hier echter om toevoeging van in principe milieugevoelige functies ten opzichte van de twee genoemde milieubelastende functies. Brandweerkazerne De Brandweer heeft desgevraagd aangegeven dat ter plaatse geen brandweeroefeningen worden gehouden aar dat het ter plaatse louter gaat om zogenaamde opstelplaatsen. De hinderbelasting uitgaande van de brandweerkazerne is daardoor geringer dan de in de VNG Brochure “Bedrijven en Milieuzonering” geïndiceerde milieucategorie 3.1. met een richtafstand tot gevoelige bebouwing van 50 meter op grond van de parameter geluid. Onderhavige brandweerkazerne kan hier worden geïndiceerd als milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter. Het plangebied is echter naar omgeving te typeren als “gemengd gebied” (in plaats van omgevingstype rustige woonwijk); naast woningen komen ter plaatse ook andere functies voor zoals de brandweerkazerne en de supermarkt. In dat geval kan gelet op genoemde Brochure de richtafstand behorende bij milieucategorie 2 met één afstandsstap worden verlaagd naar milieucategorie 1 met een bijbehorende afstand van 10 meter. De afstand tussen het parkeerterrein van de brandweerkazerne en de woning op perceel Buorfinne 9 bedraagt ca.
10.50 meter en voldoet daarmee aan de richtafstand van 10 meter. De afstand tussen de perceelsgrens van de brandweerkazerne en de woning op perceel Buorfinne 9 bedraagt ca. 8 meter. Daarmee zou de richtafstand niet worden gehaald. In dat geval is maatwerk noodzakelijk waarmee wordt aangetoond dat de milieubelastende functie niet op te korte afstand van de gevoelige functie is gerealiseerd voor wat betreft in dit geval de parameter geluid. Een akoestisch onderzoek is daartoe verricht waartoe het rapport is bijgevoegd. Hierop zal in de volgende paragraaf nader worden ingegaan. Supermarkt Ingevolge genoemde Brochure dient een supermarkt te worden geïndiceerd in milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter (milieuparameter geluid is daarbij maatgevend). Vanwege de omgevingstypering van gemengd gebied kan ook deze afstand met één afstandsstap worden verlaagd. In dat geval bedraagt de richtafstand 0 meter. De kortste afstand van de erfgrens van het perceel van de nog uit te breiden supermarkt tot de beoogde burgerwoning bedraagt in de nieuwe situatie 0 meter en voldoet daarmee aan de richtafstand. De kortste afstand van het bij de supermarkt behorende parkeerterrein bedraagt ca. 18.5 meter. Ook ten aanzien van het parkeerterrein wordt derhalve aan de richtafstand voldaan.
Desalniettemin is ook akoestisch onderzoek verricht naar de geluideffecten van de supermarkt op de dichtstbijzijnde beoogde woning op perceel Buorfinne 3 rekening houdend met de nog uit te breiden supermarkt. Op de resultaten daarvan wordt in de navolgende paragraaf ingegaan.
- 11 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
Gebruik bijgebouwen Aan de drie percelen in het onderhavige plangebied zal een woonbestemming worden toegekend overeenkomstig de bestemming “Wonen” in het bestemmingsplan Doarpen (artikel 27). De bestemming “Detailhandel” en “Bedrijf” vervalt daarmee. Onderhavige herziening is mede ingegeven door het feit dat initiatiefnemers kiezen voor hun woongenot en daarvoor de bedrijfsbestemmingen opgeven (minder overlast). De bestemming “Wonen” overeenkomstig artikel 27 van het bestemmingsplan Doarpen staat ingevolge de bestemmingsomschrijving woonhuizen in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedriifsmatige activiteit. Gelet op de aanwezigheid van grotere bijgebouwen mag dit laatste het woongenot echter niet overschaduwen omdat daarmee het doel van onderhavige partiële herziening omgedaan zou worden gemaakt. Een aan-huis-verbonden beroep is echter in artikel 1.6 van het bestemmingsplan Doarpen gedefinieerd als een dienstverlenend beroep dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Kernbegrippen zijn in de definitie “dienstverlenend beroep” en “ruimtelijke uitwerking of uitstraling in overeenstemming met de woonfunctie”.
Deze beperkingen voorkomen dat er wederom overlast veroorzakende activiteiten ontstaan onder de noemer “aan-huis-verbonden beroep”. Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn in artikel 1.56 van het bestemmingsplan Doarpen gedefinieerd als de in bijlage 3 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. Bijlage 3 (Lijst met kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten) bevat louter activiteiten die geen overlast veroorzaken en zich alle bevinden in milieucategorie 1. De beperking met deze activiteiten en daarmee gelijk te stellen activiteiten voorkomen dat er wederom overlast veroorzakende activiteiten ontstaan onder de noemer “kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten”. Daarnaast wordt in artikel 27.5 sub c. van het bestemmingsplan Doarpen bepaald dat tot een strijdig gebruik wordt gerekend een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit indien er sprake is van een milieuvergunning plichtige of melding plichtige activiteit in het kader van de Wet Milieubeheer. Ook dit beperkt potentiële overlast veroorzakende activiteiten. Tenslotte wordt in artikel 27.5. sub d.
van het bestemmingsplan Doarpen bepaald dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit is beperkt tot maximaal 50 m2 van de aanwezige bebouwing. Dit samenstel van voorschriften voorkomt in voldoende mate dat ter plaatse zich opnieuw activiteiten voordoen die overlast veroorzaken ook als is ter plaatse sprake van grotere bijgebouwen. Deze voorschriften zullen derhalve van toepassing worden verklaard bij onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan. 4.2
Geluid
In paragraaf 4.1. is de milieuzonering reeds nader beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van een brandweerkazerne en supermarkt in het plangebied. De milieuparameter geluid is daarin maatgevend hetgeen aanleiding is geweest de voorgestane ontwikkelingen in akoestische zin te onderzoeken. Op 14 mei 2021 is door Noorman Bouw- en Milieuadvies te Groningen een akoestisch onderzoeksrapport gepresenteerd dat in afschrift is bijgevoegd en waarnaar kortheidshalve wordt verwezen. In het onderzoeksrapport wordt het navolgende geconcludeerd: Uit het onderzoek volgt dat voor alle drie woningen, ook na de bestemmingswijziging, het akoestisch woonen leefklimaat als goed c.q. acceptabel is te beoordelen. De woningen liggen niet op een als zodanig bestemd - 12 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
bedrijventerrein. Dit betekent voor de brandweerkazerne dat de normstelling en daarmee de vergunde geluidruimte op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer (ook na de bestemmingswijziging) ongewijzigd blijft. De brandweerkazerne wordt niet in haar rechten aangetast. Hetzelfde geldt voor de supermarkt met betrekking tot de woningen Buorfinne 7 en 9. De woning Buorfinne 3 is na de bestemmingswijziging voor de supermarkt te beschouwen als een woning van derden. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de supermarkt ter plaatse van de woning kan voldoen aan de standaard normstelling als vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De bestemmingswijziging levert daarmee geen aanvullende belemmeringen op. De supermarkt wordt niet in haar rechten aangetast. De indirecte hinder, veroorzaakt door verkeer rijdend over de openbare weg naar en van de supermarkt, voldoet ter plaatse van de betreffende woningen aan de geldende voorkeurswaarde van LAeq = 50 dB(A) etmaalwaarde en vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. Ook na gericht onderzoek blijkt derhalve dat het functioneren van de brandweerkazerne en supermarkt niet wordt belemmerd door onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan. NB. Boven tabel 3 op blz. 19 van het onderzoeksrapport is abusievelijk “inclusief en exclusief scherm” opgenomen.
Er is echter geen variant doorgerekend met aanvullend geluidscherm. 4.3
Geur
De parameter geur is thans niet relevant. 4.4
Luchtkwaliteit
In de Wet luchtkwaliteit (2007) zijn normen opgenomen voor de kwaliteit van de buitenlucht. Deze normen hebben betrekking op de concentraties in de buitenlucht van een aantal luchtverontreinigende stoffen. Het betreft de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxide, fijn stof (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Deze wetgeving vloeit voort uit normen voor luchtkwaliteit die door de Europese Unie zijn gesteld. Om aan deze Europese normen te voldoen zijn in Nederland extra maatregelen nodig, met name voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De Nederlandse overheid heeft hiervoor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld. Projecten die van dit NSL deel uit maken hoeven niet afzonderlijk aan de wettelijke normen te worden getoetst. In het onderhavige geval is er echter sprake van een afname van fijn stof nu met name de verkeersbewegingen potentieel zullen afnemen omdat op de onderhavige drie percelen geen bedrijf meer kan worden gevestigd en ter plaatse louter nog wordt gewoond. Onderhavige ontwikkeling draagt derhalve niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk. 4.5
Externe veiligheid
Ter voorkoming van onveilige situaties is regelgeving vastgelegd met als doel om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dergelijke ongevallen kunnen ontstaan doordat binnen bedrijven wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen, maar ook het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Tenslotte kunnen ook buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen in dit verband risicovol zijn. De risico’s worden bepaald aan de hand van het zogenaamde plaatsgebonden risico (voor individuen) en het groepsrisico (voor groepen mensen). Voor deze drie situaties is verschillende wet- en regelgeving van toepassing, waarop onderstaand zal worden ingegaan. - 13 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
Externe veiligheid inrichtingen Op grond van het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) moet afstand worden aangehouden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Risicovolle functies betreffen hoofdzakelijk bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken, welke veiligheidsrisico’s opleveren voor hun directe omgeving. Met de voorgestane functiewijziging is er geen sprake van een inrichting die onder de werkingssfeer van het Bevi valt. In de omgeving van onderhavige percelen zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig die van invloed op het plangebied zijn. Bovendien is in het onderhavige plan geen sprake van de oprichting van een nieuw (beperkt) kwetsbaar object. De drie woningen waren reeds aanwezig. Weg- en railtransport gevaarlijke stoffen De huidige regelgeving voor transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water staat beschreven in het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). De betreffende percelen zijn gelegen aan de Buorfinne. Deze weg is niet aangewezen als een weg waarover transport van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden. Buiten het plangebied komen geen andere wegen of spoorlijnen voor die in dit opzicht veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Bovendien geldt ook hier dat het onderhavige plan niet voorziet in de oprichting van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten.
Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen Voor transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In de nabijheid van het plangebied komen geen buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen als bedoeld in voornoemd besluit. 4.6
Bodem
In het kader van de Wet bodembescherming dient te worden onderzocht of in het plangebied sprake is van bodemverontreiniging. De kwaliteit van de bodem is een belangrijk aspect. Uit het bodemloket van Rijkswaterstaat blijkt dat voor het plangebied geen verdachte (dat wil zeggen mogelijk verontreinigde) locaties te vinden zijn. Voorts zijn de woningen reeds aanwezig en is de grond voor de bouw daarvan op bodemverontreiniging destijds onderzocht. Om die reden is thans geen nader onderzoek naar de bodemkwaliteit gedaan. 4.7
Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin zijn de voormalige Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Flora- en faunawet opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in bescherming van gebieden en van soorten. Daarnaast is in verband met gebiedsbescherming het Natuur Netwerk Nederland (NNN) van belang. Natura 2000 Om de natuur in Europa als geheel te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie samen aan een Europees netwerk van natuurgebieden, het Natura 2000-netwerk. De aanwijzing van Nederlandse natuurgebieden die deel uitmaken van dit netwerk is inmiddels in gang gezet. Natura 2000-gebieden in Nederland worden beschermd door de Wet Natuurbescherming. Om schade aan natuurwaarden binnen Natura 2000-gebieden te voorkomen bepaalt de Natuurbeschermingswet dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de aanwezige soorten niet mogen plaatsvinden zonder vergunning.
- 14 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
De onderhavige functiewijziging is geen project en/of activiteit die een potentieel negatieve invloed op Natura 2000-gebieden zal hebben. Integendeel; de bedrijfsbestemmingen maken plaatse voor woonbestemmingen die potentieel minder effecten sorteren op Natura 2000 gebieden. Daarnaast waren de woningen in de vorm van bedrijfswoningen reeds aanwezig. Ecologische Hoofdstructuur Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur of in de directe nabijheid daarvan. Bovendien is van de wijziging van de bestemmingen geen nadelig effect te verwachten Flora- en fauna De Wet natuurbescherming biedt tevens bescherming aan diverse soorten flora en fauna. Op grond van deze wet mogen beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen), die als zodanig in de wet zijn aangewezen, niet verstoord, verontrust of gedood worden. Er wordt ter plaatse niet gebouwd en alle activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing of op het ter plaatse reeds aanwezige planologische perceel. Effecten voor de eventuele aanwezige flora en fauna zijn derhalve afwezig. 4.8
Archeologie
Het verdrag van Malta beoogt het cultureel erfgoed in de bodem te beschermen. Eén van de doelstellingen van het Verdrag van Malta is de afstemming van het archeologisch belang met de ruimtelijke ordening. Daarom heeft de wetgever ervoor gekozen om de bescherming van het archeologisch erfgoed in te bedden in de ruimtelijke ordening. Op grond van de Erfgoedwet 2016 moeten gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met archeologische waarden en verwachtingen. De voorgestane functiewijziging leidt in eerste instantie niet tot bouwactiviteit of grondbewerkingen. Er is dan ook geen risico op verstoring van eventuele archeologisch resten in de bodem. Om dit risico ook in de toekomst uit te sluiten is namens het college van Gedeputeerde Staten van Fryslan in een vooroverlegreactie d.d. 29 maart 2022 geadviseerd een dubbelbestemming “archeologie” op te nemen om in een basisbescherming te voorzien. Dit advies is overgenomen. In de planregels (artikel 4) is de ondergrens voor archeologische bescherming thans bepaald op ingrepen in de bodem met een diepte groter dan 40 cm. en met een oppervlakte groter dan 2500 m2. 4.9
Water
Vanwege het belang van het water in de ruimtelijke ordening, moet bij nieuwe ruimtelijke plannen worden aangegeven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De verplichting hiertoe vloeit voort uit het bepaalde hieromtrent in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Waterschappen moeten daarom in een vroeg stadium betrokken worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Wederom moet echter op deze plaats worden gewezen op het feit dat de voorgenomen nieuwe activiteiten plaatsvinden in de bestaande gebouwen en op het bestaande planologische erf. De waterhuishouding wordt derhalve niet getroffen door de voorgestane functiewijziging.
4.10
Landschappelijke inpassing/Stedenbouw/Welstand
Nieuwe ingrepen in landelijk gebied worden meestal voorzien van een landschappelijke inpassing. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de begrenzingen van stedelijk gebied en betreft het bestaande erven met - 15 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
bestaande bebouwing. Landschappelijke inpassing is daardoor niet aan de orde. Wel hebben de erven Buorfinne 7 en 9 thans nog een bedrijfsmatige uitstraling. Overeenkomstige de bijgevoegde schetsen zal worden getracht aan deze erven een meer groene invulling te geven om de erven meer passend te maken bij de woonbestemming.
Welstand Welstand is hier niet aan de orde omdat het perceel en bestaande bebouwing intact blijven. Stedenbouw De bijgebouwen bij Buorfinne 7 en 9 zijn groter dan gebruikelijk bij woningen. Stedenbouwkundig gezien is dat hier acceptabel omdat deze bijgebouwen tegen de grote bouwmassa van de supermarkt aan liggen. De bijgebouwen vormen de overgang van een woonomgeving naar de grotere structuur van de supermarkt. Dit vindt zijn oorsprong in het feit dat deze bijgebouwen oorspronkelijk onderdeel waren van woon-/werklocaties. Het nieuwe woonerf van Buorfinne 3 is thans deels gelegen binnen de bestemming “Detailhandel” en deels binnen de bestemming “Bedrijf”. In de bijbehorende planverbeelding heeft dit woonperceel meer logische grenzen gekregen. 4.11
Kabels en leidingen
Binnen het plangebied of in de buurt hiervan zijn geen kabels en leidingen aanwezig waar rekening mee gehouden dient te worden. 4.12
Conclusie
Op grond van hetgeen in de voorgaande paragrafen over de diverse omgevingsaspecten aan de orde is gekomen, kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen partiële herziening van het bestemmingsplan Doarpen.
- 16 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
5. Juridische planbeschrijving 5.1
Toelichting op het juridische systeem
De onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan Doarpen regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. Het gebruik van de gronden wordt vastgelegd in de bestemmingsregels en op een digitale verbeelding. Dit vormt het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt de keuze voor de bestemming gemotiveerd. 5.2 Toelichting op de bestemming Aan het planologisch perceel Buorfinne 3 is deels de bestemming “Detailhandel” en deels de bestemming “bedrijf” toegekend. Aan de percelen Buorfinne 7 en 9 is de bestemming “Bedrijf” toegekend. Aan het perceel Buorfinne 3 zal door middel van een aanpassing op de planverbeelding een nieuw planologisch woonperceel worden toegekend waarop de regels overeenkomstig artikel 27 van het vigerende bestemmingsplan Doarpen van toepassing zullen zijn. De planologische percelen Buorfinne 7 en 9 blijven onveranderd maar daarop zullen met vaststelling van deze partiële herziening eveneens de regels overeenkomstig artikel 27 van het bestemmingsplan Doarpen van toepassing zijn. Daarnaast zal op advies van Gedeputeerde Staten van Fryslan de dubbelbestemming “Waarde - Archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevol gebied” overeenkomstig artikel 29 van het bestemmingsplan Doarpen aan het plangebied worden toegekend.
De planregels zijn verder voor zover relevant gelijkluidend aan die van het bestemmingsplan Doarpen.
- 17 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
6. Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 6.1 Economisch Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling heeft betrekking op een particulier initiatief. De uitvoeringskosten worden gedragen door de initiatiefnemer, die hiervoor de financiële middelen heeft. Grondexploitatie Het doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiele haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van een overeenkomst. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. In dit bestemmingsplan word louter het gebruik van een eigen planologisch perceel gewijzigd. Een reden voor een grondexploitieregeling is derhalve niet aanwezig.
Wel is een planschade overeenkomst overeengekomen tussen bevoegd gezag en initiatefnemer. 6.2
Maatschappelijk
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro opgenomen bestemmingsplanprocedure: Het bestemmingsplan is voor vooroverleg aangeboden aan Gedeputeerde Staten van Fryslân, Brandweer Fryslân en Wetterskip Fryslân. Alleen de reactie van de provincie heeft geleid tot inhoudelijke wijziging van het plan. Die wijziging behelst het opnemen van een archeologische dubbelbestemming (zie ook paragraaf 4.8). Daarna is het ontwerp-bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage aangeboden voor zienswijzen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling van het bestemmingsplan is uiteindelijk voor belanghebbenden beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
- 18 Partiële herziening bestemmingsplan Doarpen, Buorfinne 3,7, en 9 te Anjum wijziging naar de bestemming Wonen, gemeente Noardeast-Fryslân (IMRO-code: NL.IMRO.1970.BpAjbuorfinne379-VA01)
Bijlage 1a. Brief van gemeente aan initiatiefnemers d.d. 20 mei 2020
Bijlage 1b. Brief van gemeente aan initiatiefnemers d.d. 17 december 2020
Uw brief van: Uw kenmerk: Ons adres:
De heer Rosier Buorfinne 1 9133NR Anjum.
Onderwerp: Principeverzoek Buorfinne 3, 5 en 7 te Anjum
Ons telefoonnr: Ons whatsapp nr: Ons e-mailadres: Ons kenmerk:
Postbus 13 9290 AA Kollum (0519) 29 88 88 (06) 120 830 46 info@noardeast-fryslan.nl Z269687-2020
Website:
www.noardeast-fryslan.nl
Behandeld door: Bijlage(n):
R. de Boer
Datum: Datum verzending:
17 december 2020 17 december 2020
Geachte heer Rosier, In vervolg op uw eerder dit jaar ingediende principeverzoek en onze reactie daarop van 20 mei 2020 berichten we u als volgt. Wij hebben in onze brief d.d. 19 mei 2020 aangegeven dat wij: ‘in principe medewerking verlenen aan het beoogde plan mits uit akoestisch (voor)onderzoek is gebleken dat de brandweerkazerne en de supermarkt door geen van de drie woonbestemmingen zal worden belemmerd. Indien dat wel het geval is, dat kan dat voor het gehele plan gevolgen hebben.‘ In de vorengenoemde brief zijn wij ingegaan op het onderdeel “akoestisch vooronderzoek”. Dit met het oog op zowel de brandweerkazerne als ook op de supermarkt en het feit dat voor burgerwoningen ten aanzien van geluid, stringentere voorwaarden gelden dan voor bedrijfswoningen. Op het punt van milieuhinder hebben wij een nadere actie gezet. Dit heeft tijd gekost omdat we hierbij advies hebben ingewonnen. Voordat we daarop in gaan geven we hier als eerste de situatie weer zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan ‘Doarpen’ (zie uitsnede van de verbeelding) waarin uw perceel is gelegen geeft aan dat de woning Buorfinne 3 onderdeel uitmaakt van de bestemming ‘Detailhandel’ en is voorzien van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’.
Voor de adressen Buorfinne 7 en 9 geldt dat zij zijn voorzien van de enkelbestemming ‘Bedrijf’. De woningen zijn daarbij als ‘bedrijfswoning’ aangeduid.
Ten zuidoosten van Buorfinne 9 ligt een perceel waarop inmiddels een brandweerkazerne is gerealiseerd. Vooreerst gaan wij er vanuit dat uw verzoek gezien moet worden als verzoek van een aantal eigenaren betreffende de kadastrale percelen, nummers: 3294, 3293, 3292, 3291, 3290. Milieuhinder 1. De brandweerkazerne. De nabijgelegen brandweerkazerne is qua hindergevoeligheid ten opzichte van de bestemming Wonen in beginsel een probleem. Wij hebben de regionale uitvoeringsdienst, de FUMO te Grou om advies gevraagd. De FUMO heeft daarover vervolgens contact gezocht met de brandweer. De brandweer heeft aangegeven aan dat ter plaatse geen brandweeroefeningen worden gedaan maar dat het gaat om zogenaamde opstelplaatsen. De hinderbelasting bij de brandweerkazerne is daardoor geringer en dit biedt u motiveringsruimte om de milieucategorie die voor brandweerkazerne op 3.1 (50 m) hier te typeren als milieucategorie 2 (30 m) . Dit is overigens nog niet voldoende om de situatie aanvaardbaar te krijgen daar de afstand van de kazerne ten opzichte van Buorfinne 9 veel geringer is en bedraagt circa 7 meter. Dit ‘probleem’ kan worden opgeheven indien u in de uitwerking van uw plan een goede motivering opzet waaruit, gelet op de kenmerken van het plangebied, sprake is van functiemenging.
In uw planuitwerking zult u dit dus nader dienen te motiveren zodat hier voor belanghebbenden (inclusief de brandweer) een aanvaardbare situatie ontstaat. 2. de COOP Uw planvoornemen leidt tot een andere onderlinge milieugevoelige relatie met de COOP. Ook hierover hebben we de FUMO om raad verzocht ten einde u nader te kunnen adviseren. Hier is milieucategorie 1 (10 m) van toepassing en ook daarbij speelt dat de onderlinge relatie nadere motivering vraagt en ook afstemming met de supermarkt. Vanuit ons contact met de FUMO blijkt dat het voornemen om tot woonbestemming over te gaan nadelig werkt voor de geluidsnormstelling bij de COOP. Dit nadeel zal naar verwachting zeker aan de orde zijn als laden en lossen plaatsvindt vóór 07:00 uur en na 19:00 uur. Vooreerst lijkt, zo geeft de FUMO aan, dat er wel een acceptabele situatie op kan treden indien laden en lossen tussen 07:00 uur en 19:00 uur kan plaatsvinden. Deze denkrichting leggen we u voor als nader uit te werken met inzet van een deskundig bureau. Alvorens dat te doen raden we u aan om de uitgangspunten door te spreken met de COOP. Immers het uitsluiten van tijden voor laden en lossen kan van invloed zijn op de bedrijfsvoering van de supermarkt en zij zullen daar wel in mee moeten gaan.
Overige aandachtspunten De omzetting naar de bestemming ‘Wonen’ houdt voor alle duidelijkheid in dat ook de bedrijfs- functie zoals geldend in het vigerende bestemmingsplan komt te vervallen (behoudens voor de locatie van de brandweer). In de uitwerking van uw plan zal dan ook duidelijk moeten zijn dat hier de woonfunctie (al of niet met bedrijfaan-huis/passende bedrijvigheid) wordt ingezet en dat de percelen als zodanig gebruikt worden. Afrondend. Op grond van voorgaande hebben wij nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om met name het milieuhinder-aspect op te lossen. Er is een aantal knelpunten op te lossen. Met hulp van de FUMO is daar een denklijn voor opgezet die om een genuanceerde en deugdelijke uitwerking vraagt. Het is aan u als initiatiefnemer om vanuit deze denklijn verder te werken aan zowel het akoestisch onderzoek als ook aan een nieuw bestemmingsplan. Het is daarbij raadzaam om allereerst met uw buren en met de COOP af te stemmen zodat de beoogde omzetting als geheel wordt uitgewerkt en kan rekenen op draagvlak. Indien u besluit om verder te gaan dan adviseren wij u om voor zowel het akoestisch onderzoek als ook voor het opzetten van een bestemmingsplan, contact te zoeken met ter zake deskundige adviesbureaus. Zij kunnen u helpen met het uitwerken van de benodigde onderzoeken en producten.
De resultaten zullen wij dan te zijner tijd opnieuw beoordelen en indien het voldoet in procedure brengen. Gaat u het traject verder uitwerken dan zullen wij daarvoor zoals in de eerdere brief aangegeven, de gebruikelijke legeskosten in rekening brengen en een planschade-overeenkomst met u afsluiten.
Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders van Noardeast Fryslân,
Teamleider Ruimtelijke Ontwikkeling
–3–
Bijlage 1c. Brief aan initiatiefnemers d.d. 1 september 2021
Bijlage 2. Akoestisch onderzoek
www.noormanadvies.nl
Rapport 22110056.R01
Bestemmingswijziging bedrijfswoningen Buorfinne 3, 7 en 9 te Anjum - Akoestische onderzoek -
Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu
Rapport 22110056.R01
Bestemmingswijziging bedrijfswoningen Buorfinne 3, 7 en 9 te Anjum - Akoestische onderzoek -
Datum:
14 mei 2021
Opdrachtgever:
Spoelstra Omgevingsadviseur Lytse Wei 20 9289 LB Drogeham
Auteurs:
mevr. ing. S.H. van de Werfhorst
Gecontroleerd:
dhr. J. Dijkstra (projectleider)
Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen
Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn
T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl
Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01
Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
www.noormanadvies.nl
Inhoud
1|
Inleiding
5
2| 2.1 2.2 2.3 2.4
Normstelling en beoordeling woon- en leefklimaat VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Beoordeling woon- en leefklimaat Activiteitenbesluit milieubeheer en vergunde rechten Indirecte hinder
6 6 8 8 9
3| 3.1 3.2
Bedrijfssituatie COOP-supermarkt Algemeen Supermarkt
10 10 10
4|
Rekenvoorschrift
12
5| 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Geluiduitstraling supermarkt Algemeen Stationaire geluidbronnen Lossen vrachtwagens Intern transport Manoeuvreren vrachtwagens Bezoekersverkeer en winkelwagens
13 13 13 13 14 14 14
6| 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Rekenmodel Algemeen Objecten, bodemvlakken en toetspunten Geluidbronnen 3D-overzicht Geluidoverdracht
17 17 17 17 17 18
7| 7.1 7.2 7.3
Berekeningsresultaten Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus supermarkt Maximale geluidniveaus supermarkt Indirecte hinder
19 19 20 20
8|
Conclusie
21
22110056.R01
pagina 3 van 21
www.noormanadvies.nl
Figuren 1
Overzicht van het akoestisch rekenmodel, met de ligging van de ingevoerde objecten, bodemgebieden en rekenpunten
2 – 3 Overzicht van het akoestisch rekenmodel, met de ligging van de ingevoerde geluidbronnen
Bijlagen 1
Begrippen
2
Geluidvoorschriften Activiteitenbesluit milieubeheer
3
Specification Searle DKG/DVG Fluid Dry Coolers
4
Ingevoerde objecten en bodemgebieden
5
Ingevoerde geluidbonnen
6
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
7
Maximale geluidniveaus
8
Rekenresultaten indirecte hinder
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van Noorman Bouw- en milieu-advies. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij Noorman Bouw- en milieu-advies gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
22110056.R01
pagina 4 van 21
www.noormanadvies.nl
1 | Inleiding In opdracht van Spoelstra Omgevingsadviseur is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de te Anjum gelegen woningen/percelen Buorfinne 3, 7 en 9. De percelen hebben nu nog de bestemming ‘Bedrijf’. Het voornemen bestaat om de bestemming van alle drie percelen te wijzigen naar regulier ‘Wonen’. De woning Buorfinne 3 hoort op dit moment als bedrijfswoning bij de naastgelegen COOP-supermarkt. Na de bestemmingswijziging is deze woning voor de supermarkt te beschouwen als een reguliere woning van derden. De woning Buorfinne 7 ligt nabij de supermarkt. Het perceel Buorfinne 9 grenst zowel aan het terrein van de supermarkt, als aan het terrein van de brandweerkazerne. Een overzicht van de situatie is gegeven in afbeelding 1. Afbeelding 1: Overzicht van de bestaande situatie met de supermarkt, de brandweerkazerne en de percelen Buorfinne 3, 7 en 9
Zowel de COOP-supermarkt als de brandweerkazerne vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer met de bijbehorende standaard geluidvoorschriften. Het akoestisch onderzoek dient twee doelen: • Enerzijds is nagegaan of de beoogde bestemmingswijziging kan leiden tot een aantasting van de vergunde rechten van beide inrichtingen.
22110056.R01
pagina 5 van 21
www.noormanadvies.nl
• Anderzijds is voor de betreffende woningen nagegaan in hoeverre er sprake is van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat passend bij een reguliere woonbestemming. Voor de beoordeling van het woon en leefklimaat wordt aangesloten bij het toetsingskader uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. De gehanteerde akoestische begrippen zijn gegeven in bijlage 1.
2 | Normstelling en beoordeling woon- en leefklimaat 2.1 VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Een mogelijk toetsingskader voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen is vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009). De publicatie wordt gebruikt als hulpmiddel bij planologische ontwikkelingen en geeft o.a. richtafstanden en stappenplannen om te komen tot het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de directe omgeving van (geluid)gevoelige functies nabij bedrijven. Richtafstanden In tabel 1 is voor de supermarkt en brandweerkazerne een overzicht gegeven van de aanbevolen richtafstanden conform de VNG-uitgave. Tabel 1: Richtafstanden conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ Gebiedstype
Inrichting
Richtafstand voor geluid*
Rustige woonwijk
supermarkt
10 m (milieucategorie 1)
brandweerkazerne
30 m (gelijkwaardig aan milieucategorie 2)
supermarkt
0 m (milieucategorie 1)
brandweerkazerne
10 m (gelijkwaardig aan milieucategorie 2)
Gemengd gebied
*
Het betreft de afstand tussen de grens van de inrichting en de geluidgevoelige bestemming (woning)
Als niet aan de richtafstanden kan worden voldaan is nader (akoestisch) onderzoek nodig teneinde te bepalen of, rekening houdend met het woon- en leefklimaat, een akoestisch verantwoorde inpassing mogelijk is. In tabel 2 is een overzicht gegeven van de hiervoor aanbevolen richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave.
22110056.R01
pagina 6 van 21
www.noormanadvies.nl
Tabel 2: Richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ Gebiedstype
Richtwaarde*
Grenswaarde*
Rustige woonwijk
LAr,LT ≤ 45 dB(A)
LAr,LT ≤ 50 dB(A)
LAmax ≤ 65 dB(A)
LAmax ≤ 70 dB(A)
indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)
indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)
LAr,LT ≤ 50 dB(A)
LAr,LT ≤ 55 dB(A)
LAmax ≤ 70 dB(A)
LAmax ≤ 70 dB(A) **
indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)
indirecte hinder LAeq ≤ 65 dB(A)
Gemengd gebied
*
Als etmaalwaarde
**
Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer
Als aangegeven dient de VNG-publicatie als hulpmiddel en geeft het een mogelijk toetsingskader. Het bevoegd gezag kan gemotiveerd van de richt- en grenswaarden afwijken. De geldende milieuregelgeving kan daarbij een rol spelen. In de motivatie dient te worden aangegeven waarom het bevoegd gezag in deze concrete situatie de (hogere) geluidbelasting acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Gebiedstypering De VNG-richtafstanden en richtwaarden (zie tabel 1 en 2) zijn afhankelijk van de aard van de woonomgeving. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Onder het omgevingstype gemengd gebied wordt een gebied verstaan met een matige tot sterke functievermenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca of kleine bedrijven. Als aangegeven in de VNG-publicatie kan ook (lint)bebouwing in het buitengebied, met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De woningen liggen binnen de akoestische invloedsfeer van de supermarkt en brandweerkazerne. In de wijdere omgeving zijn ook nog een slagerij en horeca-functies aanwezig.
De woningen liggen verder binnen de akoestische invloedsfeer van De Singel. Deze weg vormt de belangrijkste ontsluitingsroute voor het dorp. Op grond van voorgaande kan voor de toelaatbaar te achten geluidniveaus bij de woningen Buorfinne 3, 7 en 9 worden aangesloten bij de richt- en grenswaarden geldend voor een ‘gemengd gebied’.
22110056.R01
pagina 7 van 21
www.noormanadvies.nl
2.2 Beoordeling woon- en leefklimaat Uit tabel 1 en 2 volgt dat de gebiedstypering leidend is voor de aan te houden richtafstanden en richt- en grenswaarden. Er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt in beschermingsniveau tussen bedrijfswoningen en reguliere woningen. De percelen Buorfinne 3, 7 en 9 zijn in de bestaande situatie te karakteriseren als ‘woon-werklocaties’. De gronden ter plaats hebben de ‘enkelbestemming bedrijf’. Op basis van het bestemmingsplan is in de actuele situatie kleinschalige bedrijvigheid tot en met milieucategorieën 2 toegestaan. Hoewel een brandweerkazerne in principe onder milieucategorie 3.1 valt is in het verleden, in afwijking van de planregels, geoordeeld dat vestiging aan de Buorfinne mogelijk is. Dit omdat naar oordeel van B&W de kazerne naar aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen is met een bedrijf in milieucategorie 1 of 2. Zowel in de bestaande situatie als na bestemmingswijziging liggen de woningen een ‘gemengd gebied’. Uit voorgaande volgt dat met de beoogde bestemmingswijziging het aan te houden beschermingsniveau niet wijzigt voor de woningen Buorfinne 7 en 9. Het woon- en leefklimaat is in het verleden reeds beoordeeld en akkoord bevonden. Een verdere beoordeling kan daarmee achterwege blijven.
Voor de woning Buorfinne 3 geldt dat deze op een afstand van circa 10 m van de supermarkt is gesitueerd (de afstand tot het terrein van de brandweerkazerne bedraagt meer dan 50 m). Aan de richtafstand voor een gemengd gebied wordt ruimschoots voldaan. Ook na de bestemminswijziging is er sprake van een goed c.q. acceptabel woon- en leefklimaat.
2.3 Activiteitenbesluit milieubeheer en vergunde rechten De COOP supermarkt en de brandweerkazerne zijn type B inrichtingen als bedoeld in het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’. De relevante geluidvoorschriften zijn opgenomen in Afdeling 2.8 van dit besluit. Een overzicht is gegeven in bijlage 2. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voor de toelaatbare geluidniveaus onderscheid gemaakt tussen reguliere geluidgevoelige gebouwen (woningen) en geluidgevoelige gebouwen voor zover deze zijn gesitueerd op een bedrijventerrein. Voor bedrijfswoningen gelegen op een bedrijventerrein geldt dat de toelaatbare langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus 5 dB hoger mogen zijn dan bij reguliere (bedrijfs)woningen. Een bedrijventerrein is in het besluit gedefinieerd als een: “cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein”.
22110056.R01
pagina 8 van 21
www.noormanadvies.nl
Uit de definitie volgt dat het bedrijventerrein als zodanig moet zijn aangewezen in het bestemmingsplan. In voorliggende situatie is dat nadrukkelijk niet het geval. De betreffende percelen Buorfinne 3, 7 en 9 hebben conform het ‘Bestemmingsplan Doarpen’ de enkelbestemming ‘ Bedrijf’ en niet ‘ Bedrijventerrein’. Concreet betekent de beoogde bestemmingswijziging daarmee het volgende voor de vergunde rechten van de supermarkt en brandweerkazerne: • Brandweerkazerne: De beoogde bestemmingswijziging heeft geen effect. Het toetsingskader is ongewijzigd. Van toepassing zijn zowel in de bestaande situatie, als na bestemmingswijziging van de percelen, de geluidgrenswaarden als opgenomen in tabel 2.17a onder artikel 2.17, lid 1 sub a van het besluit. In de dagperiode zijn maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten uitgezonderd van toetsing (artikel 2.17, lid 1 sub b). Conform artikel 2.18 lid 1 sub a blijft stemgeluid op het buitenterrein buiten beschouwing. Conform artikel 2.22, lid 1 blijven maximale geluidniveaus ten gevolge van het uitrukken van motorvoertuigen ten behoeve van ongevallenbestrijding, spoedeisende medische hulpverlening en brandbestrijding buiten beschouwing. • Supermarkt: De beoogde bestemmingswijziging heeft geen effect voor zover het de woningen Buorfinne 7 en 9 betreft. Het toetsingskader is ongewijzigd.
Van toepassing zijn zowel in de bestaande situatie, als na bestemmingswijziging van deze percelen, de geluidgrenswaarden als opgenomen in tabel 2.17a onder artikel 2.17a, lid 1 sub a van het besluit. In de dagperiode zijn maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten uitgezonderd van toetsing (artikel 2.17, lid 1 sub b). Conform artikel 2.18 lid 1 sub a blijft stemgeluid op het buitenterrein buiten beschouwing. De woning Buorfinne 3 is op dit moment een tot de inrichting behorende bedrijfswoning en valt daarmee buiten de beoordeling. Na bestemmingswijziging moet deze woning worden gezien als woning van derden en is dezelfde normering van toepassing als voor de woningen Buorfinne 7 en 9. Middels nader akoestisch onderzoek dient voor de woning Buorfinne 3 te worden nagegaan of aan de standaard grenswaarden als verbonden aan het besluit kan worden voldaan. De grenswaarden geldend voor de geluidniveaus invallend op de gevels komen in belangrijke mate overeen met de richtwaarden voor een gemengde woonomgeving als vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (zie voorgaande paragraaf).
2.4 Indirecte hinder In het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’ is aangegeven dat maatwerkvoorschriften kunnen worden afgegeven ter voorkoming van indirecte geluidhinder vanwege wegverkeer. Voor de beoordeling kan worden aangesloten bij de Circulaire van 29 februari 1996 ‘Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wet milieubeheer’, uitgave VROM. De VNG-normering is hiervan afgeleid.
22110056.R01
pagina 9 van 21
www.noormanadvies.nl
Indirecte hinder moet worden meegenomen tot het verkeer op de openbare weg deel uitmaakt van het heersende verkeersbeeld. De voorkeursgrenswaarde bedraagt LAeq = 50 dB(A) etmaalwaarde. De maximale grenswaarde bedraagt LAeq = 65 dB(A) etmaalwaarde. Een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) is toelaatbaar mits binnen gevoelige ruimten wordt voldaan aan een binnenwaarde van ten hoogste LAeq 35 dB(A) etmaalwaarde. Het parkeerterrein van de supermarkt wordt ontsloten via de Buorfinne en De Singel. De geluidbelasting verband houdend met het verkeer naar en van de supermarkt, rijdend over deze wegen is te beschouwen als indirecte hinder veroorzaakt door de supermarkt. Het parkeerterrein bij de supermarkt zal vrijwel uitsluitend gebruikt worden door bezoekers van de supermarkt. De parkeerbewegingen, tezamen met het rijden met winkelwagens over het parkeerterrein, zijn aan te merken als aan de supermarkt toe te rekenen directe hinder en overeenkomstig beoordeeld (geen onderdeel indirecte hinder). Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld winkelcentra, waar meerdere winkels zijn aangewezen op een centraal parkeerterrein. In dat geval wordt het parkeren en rijden met winkelwagens aangemerkt als indirecte hinder en overeenkomstig beoordeeld 1.
3 | Bedrijfssituatie COOP-supermarkt 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk is voor de COOP-supermarkt een overzicht gegeven van de bedrijfssituatie. Uitgangspunt is een worst-case invulling (drukke dag, met relatief veel activiteiten), rekening houdend met de geldende regelgeving c.q. geluidvoorschriften als verbonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer.
3.2 Supermarkt Openingstijden De openingstijden van de supermarkt zijn: • Maandag, woensdag t/m zaterdag • Dinsdag • Zondag
1
: 08.00 – 20.00 uur; : 08.00 – 19.00 uur; : 12.00 – 17.00 uur.
Deze wijze van beoordelen is in lijn met de Raad van State uitspraken 201605878/2/R4, d.d. 21 november 2016 en 201605878/1/R3, d.d. 12 april 2017.
22110056.R01
pagina 10 van 21
www.noormanadvies.nl
Stationaire geluidbronnen Binnen de supermarkt wordt gebruik gemaakt van koelapparatuur. Op het dak van de supermarkt staat een koelcondensor opgesteld van het type Searle DKG175-12. Uit leveranciersspecificaties (zie bijlage 3) volgt dat de representatieve bronsterkte varieert van LW = 68 dB(A) bij een laag ventilatortoerental tot LW = 78 dB(A) bij hoog ventilatortoerental. In voorliggende situatie is rekening gehouden met een ‘high speed’ ventilatortoerental (vermogen 257,4 kW, luchtdebiet circa 64.800 m3/uur) met een bronsterkte van LW = 78 dB(A). De condensor is gesitueerd op het platte gedeelte van het dak en wordt deels afgeschermd door de dakrand/hellend dak. Afbeelding 2: Condensor op plat dak met rondom schuine dakrand
Laden en lossen Het laad- en lospunt van de supermarkt bevindt zich aan de zuidoostzijde van het gebouw ter hoogte van de overheaddeur van het magazijn. Vrachtwagens arriveren via De Singel en rijden achteruit naar het magazijn. Bij vertrek rijden de vrachtwagens vooruit via dezelfde route terug. Het aantal zware vrachtwagens ten behoeve van de bevoorrading bedraagt ten hoogste drie per dag in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur (= dagperiode), waarvan ten hoogste twee gekoelde wagens. De vrachtwagens worden direct na aankomst gelost. De effectieve laad- en losduur bedraagt gemiddeld 30 minuten per vrachtwagen (totaal 1,5 uur). Bepalend voor de geluidemissie vanwege het laden en lossen is het rijden met rolcontainers (in en uit de laadbak van de vrachtwagen en over het terrein). Tijdens het lossen worden de vrachtwagenmotor en koelmotor uitgeschakeld. Nota bene: Mogelijk wordt de supermarkt in de toekomst aan de achterzijde, of zuidoostzijde uitgebreid. Deze uitbreiding leidt naar verwachting niet tot een verdere toename van het vrachtverkeer. Met de uitbreiding komt het laad- en lospunt mogelijk verder van de woningen Buorfinne 7 en 9 te