Bijlage - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Woningbouw Mearswei Nijewier
Tekst van het document
bestemmingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Woningbouw Mearswei Nijewier Noardeast-Fryslân
DATUM IMRO IDN
20-10-2025 NL.IMRO.1970.TAMopNwMearswei-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20231269
AUTEUR STATUS
vastgesteld
Inhoudsopgave
Motivering
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Planologische regeling
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
12
Participatie en vooroverleg
16
3.1
Participatie omgeving
16
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
17
3.3
Zienswijzen
17
Hoofdstuk 4
Beleidskader
18
4.1
Rijksbeleid
18
4.2
Provinciaal beleid
20
4.3
Waterschapsbeleid
22
4.4
Gemeentelijk beleid
23
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving
26
5.1
Inleiding
26
5.2
Mer-beoordeling
26
5.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
27
5.4
Welstand
28
5.5
Mobiliteit en parkeren
29
5.6
Natuur
30
5.7
Luchtkwaliteit
33
5.8
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
34
5.9
Geluid door activiteiten
35
5.10
Geur
36
5.11
Omgevingsveiligheid
36
5.12
Trilling
38
5.13
Schaduwhinder en windhinder
39
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5
3/338
5.14
Cultureel erfgoed
39
5.15
Bodem
41
5.16
Water
42
5.17
Duurzaamheid
45
5.18
Gezondheid
45
Juridische vormgeving
47
6.1
Toepassingsbereik
47
6.2
Begrippen
47
6.3
Algemeen verbod
48
6.4
Functies en activiteiten
48
6.5
Algemene regels
49
6.6
Overgangsregels
50
Hoofdstuk 7
Financiële haalbaarheid
51
Hoofdstuk 8
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
53
Hoofdstuk 6
Bijlagen motivering
55
Bijlage 1
Criteria omgevingskwaliteit
57
Bijlage 2
Reactienota vooroverleg
65
Bijlage 3
Mer-beoordeling
85
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
103
Bijlage 5
Quickscan ecologie
111
Bijlage 6
Nader ecologisch onderzoek
139
Bijlage 7
Akoestisch onderoek wegverkeerslawaai
179
Bijlage 8
Archeologisch onderzoek
187
Bijlage 9
Bodemonderzoek
225
Bijlage 10
Wateradvies
293
Bijlage 11
Berekening watercompensatie
301
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
4/338
303 Inleidende regels
304
Begrippen
304
Artikel 2
Toepassingsbereik
309
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
310
Artikel 4
Algemeen verbod
313
Functies en activiteiten
314
Artikel 5
Agrarisch
314
Artikel 6
Groen
319
Artikel 7
Wonen
320
Hoofdstuk 3
Algemene regels
322
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
322
Hoofdstuk 2
Artikel 9 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
323
Artikel 10
Algemene bouwregels
324
Artikel 11
Bodemgevoelig gebouw bouwen
325
Overgangsregels
326
Overgangsrecht
326
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Bijlagen regels
329
Bijlage 1
Richtlijnen inpassingsplan
331
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing camperplaatsen
333
Verbeelding
5/338
337
Motivering
6/338
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Noardeast-Fryslân wil de woningvoorraad in het dorp Nijewier uitbreiden en heeft daarom een stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke uitbreidingslocaties in en bij het dorp. Daarin zijn verschillende opties voor uitbreidingslocaties onderzocht. Eén van deze locaties is de bietenopslaglocatie aan de Mearswei. Deze locatie, ten noorden van de sportvelden, is als meest geschikte locatie uit de bus gekomen. Hier wil de gemeente maximaal 4 woningen realiseren. De locatie, het plangebied, is planologisch geregeld in het bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel. Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het (tijdelijke) Omgevingsplan Noardeast-Fryslân. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van (het tijdelijke deel van) het Omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân. In paragraaf 1.3 wordt ingegaan op de strijdigheid met het omgevingsplan. De gemeente wil door een wijziging van het omgevingsplan de beoogde ontwikkeling mogelijk maken. Een onderdeel van de wijziging is een goede motivering waaruit moet blijken dat de activiteiten in overeenstemming zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteiten ook uitvoerbaar zijn. Hiervoor is deze motivering opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Mearswei en grenst aan de noordoostrand van het dorp Nijewier. Het plangebied bestaat uit het perceel E 1.193 Nijkerk Friesland en een deel van de percelen E 770 Nijkerk Friesland, E 772 Nijkerk Friesland en E 773 Nijkerk Friesland. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
7/338
Figuur 1.1. Liging plangebied Nijewier
1.3
Planologische regeling
Het omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke regels die nu zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten, vastgestelde veiligheidscontouren, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Tevens bestaat het tijdelijk deel van het omgevingsplan uit een aantal regels die voorheen geregeld waren op rijksniveau. Deze regels zijn voor een deel afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wabo. De volgende bestemmingsplannen zijn van toepassing in het plangebied. Bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel (vastgesteld 27-06-2013) Bûtengebiet Dongeradeel, herziening 2015 (vastgesteld 21-03-2016) Partiële herziening afwijkingsmogelijkheid 2e agrarische bedrijfswoning (vastgesteld 24-06-2020) Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân (vastgesteld 27-01-2022) Paraplubestemmingsplan covergisting en mono-mestvergisting (vastgesteld 18-04-2024)
8/338
De beoogde ontwikkeling betreft het bouwen van woningen in het plangebied. De woningen worden nabij een agrarisch bedrijf met recreatieve activiteiten gerealiseerd. Deze activiteiten (camperplaatsen en verblijfsrecreatie) worden ook meegenomen bij deze wijziging van het omgevingsplan. In paragraaf 2.2.1 wordt ingegaan op deze plannen. Zoals aangegeven is de ontwikkeling op basis van de regels die op grond van het omgevingsplan voor het plangebied gelden, strijdig met het Bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel. De volgende regels zijn van toepassing in het plangebied: Het plangebied heeft de enkelbestemmingen ‘Verkeer’, ‘Groen’ en 'Agrarisch'. Bovendien is op een klein gedeelte de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol terrein' van toepassing. Ter plaatse van het agrarisch bouwperceel is de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf' van toepassing. Een deel van het agrarisch bouwperceel is voorzien van een bouwvlak. In figuur 1.2 is de plankaart van het voormalige bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 1.2. Uitsnede bestemmingsplankaart Bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel De verkeersbestemming geldt voor het gedeelte dat verhard is ten behoeve van de opslag van suikerbieten.
9/338
Deze gronden zijn onder andere bestemd voor wegen en straten en mogen ter plaatse van het plangebied niet worden bebouwd. De gronden met de groenbestemming zijn bestemd voor onder meer groenvoorzieningen, bosschages, bebossing en beplanting. Ter plaatse van het plangebied heeft het groen als doel de bietenopslagplaats af te schermen. Ook binnen de groenbestemming mag niet worden gebouwd. De gronden met de agrarische bestemming zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Ter plaatse van de functieaanduiding is alleen een grondgebonden agrarisch bedrijf mogelijk. Bovendien mag op de gronden met de agrarische bestemming alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak ten behoeve van de agrarische bestemming. De gronden met de archeologische dubbelbestemming zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. In paragraaf 1.1 is aangegeven dat er om de beoogde ontwikkeling te realiseren sprake is van strijdigheid met de regels van het Bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel. Het is namelijk niet mogelijk om woningen te bouwen op gronden met een groenbestemming, een verkeersbestemming of een agrarische bestemming. Bovendien is het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een standplaats voor kampeermiddelen binnen de agrarische bestemming niet toegestaan.
Ook het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden is niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt het omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân gewijzigd.
10/338
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
2.1.1 Situatie plangebied Het plangebied bestaat uit een voormalige bietenopslagplaats, een deel van het aangrenzend agrarisch perceel en het agrarisch bedrijfsperceel grenzend aan de opslagplaats. De opslagplaats is deels verhard en deels voorzien van beplanting in de vorm van bomen en struiken. Het agrarisch perceel dat deel uitmaakt van het plangebied is in gebruik als grasland. De bedrijfsgebouwen (kassen) op het agrarisch bouwperceel worden deels gebruikt als caravan- en camperstalling. Grenzend aan de bedrijfsbebouwing bevinden zich aan de noord- en westzijde camperplaatsen. Een op het erf aanwezige (kap)schuur is in gebruik als opslag van kuubskisten. Tegen de bedrijfswoning aan staat een loods. Op het agrarisch perceel bevindt zich ook een bedrijfswoning. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1 Luchtfoto huidige situatie
11/338
2.1.2 Situatie omgeving plangebied Het plangebied is gelegen aan de Mearswei, op de grens van de bebouwde kom van het dorp Nijewier en het buitengebied. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich de dorpsbebouwing. De komgrens ligt ter hoogte van de opslagplaats. Op de Mearswei is ter hoogte van het plangebied een maximum snelheid van 30 km/uur toegestaan. Buiten de bebouwde kom is een 60 km/uur regiem van toepassing. Langs de weg staat een transformatorhuisje. Ten noorden en ten noordwesten van het plangebied zijn agrarische percelen gelegen. Tussen de aangrenzende agrarische percelen bevindt zich de Grientereed, een onverharde weg tussen Nijewier en de N358. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het kaatsveld 't Mearsfjild. In figuur 2.2 is een foto van de huidige situatie weergegeven, waarbij het plangebied zich aan de rechterzijde van de weg bevindt.
Figuur 2.2
2.2
Huidige situatie
Toekomstige situatie
2.2.1 Ontwikkeling De beoogde ontwikkeling op de huidige opslagplaats bestaat uit de bouw van maximaal 4 woningen. Hierbij wordt gedacht aan twee-onder-een-kapwoningen en/of vrijstaande woningen. In figuur 2.3 wordt één van de mogelijke situatieschetsen voor de inrichting van de voormalige opslagplaats weergegeven.
12/338
Figuur 2.3 Situatieschets plangebied Op grond van de planologische mogelijkheden van het agrarisch bedrijf, is er sprake van een hindercirkel waarbinnen een woonfunctie niet aanvaardbaar is. In de feitelijke situatie is de agrarische bedrijfsvoering beperkt ten opzichte van de bestaande planologische mogelijkheden. Daarom is het agrarisch bouwperceel ook meegenomen in deze wijziging van het omgevingsplan. De bedrijfsgebouwen worden niet meer intensief gebruikt voor een agrarische bedrijfsvoering, maar er is sprake van extensief agrarische gebruik. Verder wordt een deel van de bedrijfsgebouwen gebruikt voor onder meer voor caravanstalling. Dit wordt in de nieuwe situatie geregeld. Bovendien worden 15 camperplaatsen mogelijk gemaakt aan de noord- en westkant van de bedrijfsbebouwing. In de bestaande situatie was al sprake van het gebruik van een deel van de gronden voor het kamperen met een camper. De landschappelijke inpassing van de camperplaatsen is als voorwaardelijke verplichting opgenomen. De komgrens en de verkeersdrempel zullen worden verplaatst zodat de gehele uitbreiding binnen de kom komt te vallen.
13/338
2.2.2 Ontwerp Het uitbreidingsplan wordt, samen met de bestaande boerderij en het kaatsveld, de nieuwe entree van het dorp vanaf de oostzijde. Om het dorpse karakter te versterken zal er licht worden gevarieerd in de rooilijn. In paragraaf 5.4 wordt ingegaan op de ruimtelijke uitgangspunten voor de omgevingskwaliteit. De huidige entree van het dorp valt onder het welstandsregime 'buitengebied terpengebied (bijzonder)', met ten westen 'lintbebouwing (regulier)' en ten zuiden 'sport en groen (regulier)'. De terp (wierde) ten zuidwesten is aangemerkt als 'Dorpskernen (bijzonder)'. Ten aanzien van de plaatsing van de nieuwe woningen wordt in het stedenbouwkundig plan het volgende opgemerkt: 'Het is wezenlijk dat de woningen licht verspringen in rooilijn waarbij een lichte hoekverdraaiing tot de mogelijkheden behoort om het dorpse karakter van Nijewier te versterken. Er wordt dan ook voorgesteld om de woningen minimaal 10 meter uit de as van de weg te plaatsen, te weten minimaal twee meter achter de kavellijn van de trafo. Voor het beeld is het belangrijk dat de woningen minimaal 0,5m van elkaar verspringen.' 'Het uitgangpunt voor de architectuur is dat er een ambachtelijke en klassieke vormgeving wordt gevraagd die past bij het traditionele dorpse karakter.
Een hedendaagse woning met een moderne interpretatie van de lokale stijlkenmerken is ook mogelijk indien de architectuur van bovengemiddelde kwaliteit is. De basis van elk ontwerp dient te zijn dat een positieve bijdrage wordt geleverd aan de omgevingskwaliteit van het dorp. Daarvoor is het wezenlijk om de kwaliteiten van het bestaande dorp te analyseren en zowel qua positionering, hoofdvorm, vormgeving van de gevels alsmede de kleur- en materiaalkeuze alsook de detaillering een passend ontwerpidee consequent uit te werken. De tuininrichting is bovendien een wezenlijk punt om de omgevingskwaliteit op een hoger plan te brengen. Vergroening dient daarbij de basis te zijn, waarbij erfverharding beperkt dient te blijven.' Per woning moeten minimaal 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het toepassen van halfopen verharding of halfverharding wordt aanbevolen. Om de gewenste kwaliteit in het plangebied te bereiken heeft de gemeente criteria opgesteld ten behoeve van de omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen in bijlage 1. De gemeenteraad heeft deze criteria bij wijze van nieuw welstandsregime op 13 februari 2024 vastgesteld. 2.2.3 Ruimtelijke inpassing De beoogde ontwikkeling sluit aan op de bestaande dorpsstructuur. Door de inrichting van het plangebied ontstaat een aantrekkelijke entree aan de oostkant van het dorp Nijewier.
Bij de inrichting van het plangebied wordt het dorpse karakter versterkt. Met de beoogde ontwikkeling, die het best getypeerd kan worden als lintbebouwing, ontstaat een duidelijke overgang van het groene open en agrarische landschap naar het dorp. Een groenstructuur moet deze overgang tussen het buitengebied en de bebouwde kom verzachten. Realisatie van de structuur zal als voorwaardelijke verplichting worden opgenomen. In het kader van een goede ruimtelijke inpassing wordt met de kopers van de percelen afspraken gemaakt over de plaatsing van bomen achterop de kavels. In figuur 2.4 is de plaatsing van de bomen weergegeven.
14/338
Figuur 2.4 Gewenste verkaveling inclusief plaatsing bomen (bron: gemeente Noardeast-Fryslân)
15/338
Hoofdstuk 3 3.1
Participatie en vooroverleg
Participatie omgeving
Naar aanleiding van de uitkomsten van de woonenquête die de gemeente Noardeast-Fryslân heeft uitgevoerd, heeft participatie plaatsgevonden. Uit de enquête is gebleken dat in Nijewier behoefte is aan woningen. In het volgende overzicht zijn deze particpatiemomenten opgenomen: Datum 1 juni 2023
Participatiemomenten Overleg Dorpsbelang Nijewier – gemeente Besproken: uitkomsten enquête wonen en woonbehoefte, waarbij een inschatting gemaakt is van het aantal woningen en soort woningen waar behoefte aan is, locaties woningbouw, proces rond woningbouw en rol Dorpsbelang.
30 okt. 2023
Overleg Dorpsbelang Nijewier – gemeente Besproken: de opgestelde stedenbouwkundige verkenning, proces en verdere stappen, beantwoorden van vragen.
1 mei 2024
Uitnodiging inloopbijeenkomst + reactieformulier verstuurd naar alle inwoners van Nijewier en Wetsens.
16 mei 2024
Inloopbijeenkomst over nieuwbouw in Nijewier Presentatie schetsen locatie nieuwbouwkavels. Ongeveer 30 aanwezigen. 6 reactieformulieren ingestuurd. Naar aanleiding hiervan is een definitief stedenbouwkundig ontwerp gemaakt.
8 juli 2024
Nieuwsbrief over woningbouw verstuurd naar degenen die belangstelling voor nieuwbouw getoond hebben + naar Dorpsbelang Nijewier
In verband met de ligging van de woningen in de nabijheid van een agrarisch bouwperceel, hebben ook afstemmigsmomenten tussen de gemeente en de eigenaar van het agrarisch bedrijf plaatsgevonden. Met de eigenaar van de boerderij Mearswei 1 is afgesproken dat de schuren en loodsen op zijn terrein niet agrarisch gebruikt mogen worden om hinder voor de nieuwe woningen te voorkomen. De caravanstalling en de camperplaatsen krijgen een plaats in het nieuwe omgevingsplan dat de nieuwe woningen mogelijk maakt. Om het plan mogelijk te maken ruilt hij een stuk grond met de gemeente.
16/338
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
Onder de Omgevingswet is informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken, kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd. In het kader van de woningbouwplannen waarbij de locatie buiten bestaand stedelijk gebied van het dorp Nijewier is gelegen, heeft de gemeente reeds contact gehad met de provincie. Op 2 oktober 2023 heeft de provincie gereageerd op het woningbouwplan. Desgevraagd heeft de gemeente onder andere aanvullend gemotiveerd waarom inbreiding in Nijewier geen optie is en waarom de locatie aan de Mearswei te verkiezen is boven enkele andere locaties. Op 15 november 2023 heeft de provincie met instemming gereageerd op de aanvullingen van de gemeente. De gemeente heeft ook met Wetterskip Fryslân overleg gehad over het aspect water in het kader van de beoogde ontwikkeling. Het Wetterskip heeft een advies uitgebracht dat in paragraaf 5.16 aan de orde komt. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft naast provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân ook Brandweer Fryslân, Liander, TenneT, Vitens en de GGD in het kader van het vooroverleg op de hoogte gebracht van de beoogde ontwikkeling.
Naar aanleiding daarvan zijn reacties gekomen van Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, GGD en Brandweer. De reacties en de gemeentelijke reactie daarop zijn opgenomen in de reactienota (Bijlage 2).
3.3
Zienswijzen
Van 19 juni tot en met 30 juli 2025 heeft het ontwerpbesluit TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Woningbouw Mearswei Nijewier ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen. Naar aanleiding van gesprekken met de eigenaar van de in het plangebied gelegen (voormalige) boerderij Mearswei 1 is een ambtshalve wijziging doorgevoerd. In het ontwerp van de planwijziging, en in het traject daaraan voorafgaand, ging het steeds over tien camperplaatsen, maar in de praktijk is er regelmatig behoefte aan vijftien plaatsen, aldus de uitbater van de camperplaatsen. Omdat dat aantal, en ook de situering van het terrein ten opzichte van de omgeving, past binnen het in september 2024 vastgestelde beleidskader kleinschalige logiesaccommodaties, is er geen bezwaar om aan die verruiming van het aantal camperplaatsen mee te werken. Voorwaarde is wel dat de uitbater het terrein met passende beplanting landschappelijk inpast. Een in overleg met de uitbater ontworpen beplantingsplan maakt als voorwaardelijke verplichting deel uit van de omgevingsplanwijziging.
17/338
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Opgave Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI gaat uit van de volgende vier prioritaire opgaven: Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio's met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Principes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. De volgende drie inrichtingsprincipes worden gehanteerd om een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken in het geval van botsende belangen bij een specifieke casus of gebied: 1. Combineren boven enkelvoudig. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: 1. een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; 2. de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; 3. de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit;
18/338
5. concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; 6. herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waarvan de beleidsvrijheid bij de gemeente en de provincie ligt. Er wordt richting gegeven aan 'concentratie van stedelijke ontwikkeling en behoud van openheid van het landschap'. De beoogde ontwikkeling betreft een kleine dorpsuitbreiding ten behoeve van woningbouw. Gezien de huidige functie van het plangebied wordt geen aanspraak gemaakt op het open landschap. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de doelstellingen van het Rijk. De ontwikkeling past binnen de kaders van het rijksbeleid. Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving, zoals bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Deze wet is op 1 januari 2024 ingegaan en werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: Omgevingsbesluit Dit besluit bevat regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering. Het regelt ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Bal stelt algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het bepaalt of een melding of omgevingsvergunning nodig is en bevat rijksregels voor diverse activiteiten. Deze regels richten zich direct op burgers en bedrijven. Gemeenten mogen onder voorwaarden aanvullende regels in het omgevingsplan opnemen of afwijken van het Bal. Deze afwijkingen mogen het beschermingsniveau van het Bal niet verlagen. Dit is alleen toegestaan als het Bal dit uitdrukkelijk toestaat via maatwerkregels of -voorschriften. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Bkl bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Deze regels gelden voor gemeenten, provincies en waterschappen bij het opstellen van omgevingsplannen en verordeningen. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat instructieregels die een omgevingsplan minimaal moet bevatten voor een evenwichtige toedeling van functies. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Bbl regelt veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Het bevat ook regels voor de staat en het gebruik van bouwwerken en voor bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze regels richten zich op burgers en bedrijven. Het Bbl behandelt de technische aspecten van bouwwerken, terwijl het ruimtelijke deel van bouwen in het omgevingsplan staat.
Voor de woningbouwontwikkeling in Nijewier moet beoordeeld worden welke omgevingswaarden, instructieen beoordelingsregels relevant zijn en vertaald worden naar de planregels. De wijziging van het omgevingsplan
19/338
voor deze locatie bevat regels om aan de instructieregels te voldoen. In hoofdstuk 5 van deze motivering worden de verschillende thema's verder uitgewerkt en wordt beoordeeld met welke instructieregels rekening dient te worden gehouden.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd buiten bestaand stedelijk gebied, waarbij de omgevingskwaliteit als basis voor het ontwerp wordt toegepast. Hierbij wordt de situering en maatvoering van de nieuwbouw afgestemd op de al aanwezige bebouwing in de directe omgeving. Verder wordt in de omgevingsvisie ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk als in het ontwerp rekening wordt gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij de uitwerking van de bouwplannen wordt ingezet op natuurinclusief bouwen.
Omgevingsverordening Provincie Fryslân Op 8 februari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Artikel 2.1 Omgevingskwaliteiten als basis Het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. In lid 2 is aangegeven dat moet worden gemotiveerd op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in Grutsk op 'e Romte. De kernkwaliteiten moeten zoveel mogelijk behouden blijven en waar mogelijk versterkt. Kernkwaliteiten zijn ruimtelijke eigenschappen die zo typisch zijn voor het Friese landschap, dat zij tezamen de ruimtelijke identiteit van Fryslân vormen. Met de beoogde ontwikkeling wordt de landschappelijke structuur gehandhaafd en wordt aangesloten op de bestaande bebouwing. Artikel 2.2 Koppelen en verbinden Het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. In artikel 2.2 is aangegeven dat bij nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd hoe nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving,
20/338
zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit, door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen. Gelet op de beperkte omvang van het plangebied worden er geen nieuwe voorzieningen toegevoegd. Het idee is nadrukkelijk om aan te sluiten op de bestaande kern. Dit blijkt onder andere uit de aansluiting op de bestaande ontsluitingsweg. Te verwachten valt dat de nieuwe bewoners, zeker gelet op de lokale verbondenheid, een positieve bijdrage zullen leveren aan zowel de sociale cohesie als de bestaande voorzieningen in en rondom Nijewier. Uitgangspunt bij de inrichting en ontwikkeling van een dergelijke locatie is het principe van de "integrale duurzaamheid". Dit is een breed begrip dat in grote lijnen inhoudt dat er gebouwd wordt voor nu en in de toekomst, waarbij de woon- en leefkwaliteit behouden blijft. De woningen moeten energiezuinig en gasloos gebouwd worden.
Artikel 2.3 Zuinig en meervoudig ruimtegebruik In lid 1 van artikel 2.3 is aangegeven dat een ruimtelijk plan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied moet voorzien in een onderbouwing van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik waaruit ten minste blijkt dat: de nieuwe functie voorziet in een behoefte; het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van een bestaand bouwperceel, en de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en indien mogelijk worden benut. In lid 2 is aangegeven dat indien een nieuwe stedelijke functie wordt toebedeeld buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden onderbouwd waarom die functie redelijkerwijs niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de behoefte aan woningen in de kern Nijewier. Er heeft een locatiestudie plaatsgevonden met alternatieve bouwlocaties in Nijewier. Het plangebied is daarbij als voorkeurslocatie naar voren gekomen.
Artikel 2.6 Bundeling stedelijke functies In dit artikel is aangegeven dat, in ruimtelijke plannen op gronden buiten het bestaand stedelijk gebied, nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies, indien deze aansluiten op het bestaand stedelijk gebied en wat betreft aard en schaal passen bij de stad of het dorp. De uitbreiding van Nijewier is met deze ontwikkeling kleinschalig en sluit qua bebouwingsvorm en gebruik aan op de bestaande aangrenzende bebouwing. Artikel 2.7 Programmering woningbouw In dit artikel is aangegeven dat een ruimtelijk plan nieuwe woningen kan bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. Er heeft een kwantitatieve afweging plaatsgevonden. In paragraaf 5.3 wordt hierop ingegaan. Hieruit blijkt dat de beoogde nieuwbouw aansluit bij de behoefte en is opgenomen in de regionale woningbouwafspraken.
21/338
Artikel 2.14 Kleinschalige recreatieve voorzieningen In dit artikel is aangegeven dat buiten bestaand stedelijk gebied op, of in aansluiting op een agrarisch bouwperceel, kleinschalige recreatieve voorzieningen worden toegestaan. Het gaat hierbij om een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 kampeerplaatsen. Deze kampeerplaatsen zijn ook bestemd voor campers. De beoogde ontwikkeling waarbij onder andere 15 camperplaatsen mogelijk worden gemaakt is niet in strijd met de provinciale verordening. Artikel 3.7 Kans op overstroming vanuit regionale wateren In dit artikel is aangegeven dat voor de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, de omgevingswaarden gelden zoals opgenomen in de verordening. In artikel 3.9 is aangegeven dat voor het gebied, waar ook het plangebied in is gelegen, de omgevingswaarde 'Overstromingskans bebouwd gebied' geldt voor de kans op overstroming vanuit regionale wateren. Voor deze overstromingskans geldt dat eens in de 100 jaar, nul procent van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben. In paragraaf 4.3 wordt ingegaan op het waterschapsbeleid en in paragraaf 5.16 hoe met het aspect water wordt omgegaan in het plangebied.
Artikel 3.8 Instructieregel Waterschap In dit artikel is aangegeven dat het waterschap de omgevingswaarden uitwerkt op de gebiedsnormenkaarten en dat de omgevingswaarden in acht worden genomen in het waterbeheerprogramma. De omgevingswaarden voor kans op overstroming vanuit regionale wateren zoals bedoeld in artikel 3.9, zijn inspanningsverplichtingen. Met Wetterskip Fryslân worden afspraken gemaakt met betrekking tot het aspect water. In paragraaf 5.16 wordt hierop ingegaan.
4.3
Waterschapsbeleid
Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor de veiligheid (sterke dijken), het bewaken van de waterkwaliteit, een goed waterpeil, voldoende water en het zuiveren van afvalwater. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Het beheergebied is de provincie Fryslân en een deel van het Groninger Westerkwartier. In 2023 heeft het Wetterskip de toekomstvisie vastgesteld. De visie geeft inhoud voor het Fries Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Omgevingsvisie. Voor het ontwikkelen van beleid en plannen over water, bodem en ruimte is de visie de basis. Wetterskip Fryslân gebruikt de visie ook om bestaande plannen, zoals het Waterbeheerprogramma 2022-2027, te herzien. Dit Waterbeheerprogramma 2022-2027 is nu nog het geldende plan en geeft inzicht in de maatregelen en ruimtelijke keuzes om onder meer klimaatverandering op te kunnen vangen. Dit programma is in samenwerking met de Provincie Fryslân opgesteld. De provincie is verantwoordelijk voor het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 dat het kader is voor het waterbeheerprogramma. Het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 is op 30 november 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In dit programma legt de provincie het beleid voor waterbeheer vast voor de planperiode. In de omgevingsverordening Fryslân zijn regels opgenomen die gaan over veiligheid en water. Dit is uitgewerkt in
22/338
paragraaf 4.2. Het hoofddoel is dat de provincie Fryslân in 2050 zoveel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. In het Waterprogramma zijn de doelen in programmalijnen opgenomen voor klimaatadaptatie, waterveiligheid, voldoende water en waterkwaliteit. De uitwerking vindt plaats door de waterschappen. De waterschapsverordening Wetterskip Fryslân bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het Wetterskip stelt binnen haar beheersgebied. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om met de inwerkingtreding van de Omgevingswet beleidsluw over te gaan. Dit houdt in dat de waterschapsverordening qua vorm en opzet volledig voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening provincie Fryslân zijn in hoofdstuk 3 de instructieregels met betrekking tot water opgenomen. In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op het wateraspect in het provinciaal beleid. In paragraaf 5.9 wordt ingegaan op het wateraspect met betrekking tot de beoogde ontwikkeling.
4.4
Gemeentelijk beleid
Beleidsregels logiesaccommodaties De raad van Noardeast-Fryslân heeft in september 2024 de Beleidsregels logiesaccommodaties vastgesteld. Daarin wordt aangegeven dat kamperen bij de boer onder de volgende voorwaarden mogelijk is: Kamperen bij de boer is mogelijk op of in aansluiting op het bouwperceel van een agrarisch bedrijf. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de kampeerplaatsen is een vereiste; Bij kamperen bij de boer zijn in beginsel uitsluitend mobiele kampeermiddelen toegestaan; Het maximaal aantal kampeerplaatsen voor mobiele kampeermiddelen is 25; Auto's van kampeerders dienen op eigen terrein te worden geparkeerd; De afstand van het kampeerterrein tot een woning van derden is minimaal 50 m; Er moet sprake blijven van een ondergeschikte nevenactiviteit bij een hoofdfunctie. Op het agrarisch bedrijf/perceel mag daarom geen andere verblijfsrecreatie, zoals recreatiewoning(en) of groepsaccommodatie, aanwezig zijn. Een B&B kan wel worden gecombineerd met een kleinschalig kampeerterrein; Kampeermiddelen mogen alleen aanwezig zijn van 15 maart tot en met 31 oktober. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden naast de agrarische functie camperplaatsen toegestaan. Daarbij zijn de uitgangspunten uit de beleidsregels van toepassing.
Woonvisie 2020-2025 De Woonvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân legt op hoofdlijnen vast wat in de komende vijf jaar de basis is voor verder uitgewerkte woonplannen en -afspraken . De hoofdlijnen worden uitgewerkt in een woonagenda. De woonvisie bevat de volgende speerpunten: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp;
23/338
3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare stad en dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. Op basis van de woonvisie wordt de uitvoeringsagenda vastgesteld. De woonvisie is een dynamisch document waarbij aan de hand van het woonprogramma, de woningbouwprogrammering, de prestatieafspraken en overleg met de stakeholders jaarlijks zal worden bepaald of en op welke onderdelen een actualisatie nodig is. Mede gezien de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt is deze actualisatie extra urgent en noodzakelijk. Op basis van de nieuwe Woonvisie zal het college ook de woningbouwprogrammering heroverwegen en bijstellen. Deze programmering moet aansluiten op de doelen in de eigen woonvisie en op de regionale woningbouwafspraken die de regiogemeenten en de provincie Fryslân hebben gemaakt. Daarbij worden het reeds aanwezige Afwegingskader voor bouwplannen en de woningmarktmonitor gebruikt als hulpmiddelen. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft samen met de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel en Tytsjerksteradiel zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau structureel afstemming over het woningbouwprogramma. De uitwerking krijgt een plek in de Woonagenda.
Voor de ontwikkeling in Nijewier zijn vooral speerpunt 2 en 7 van de Woonvisie van toepassing. In speerpunt 2 wordt aangegeven dat in de woonkernen altijd ruimte is voor nieuwbouw. Dit moet wel op maat, passend bij de schaal en de behoefte in het dorp zijn. De ontwikkeling betreft de bouw van maximaal 4 woningen in het dorp Nijewier. In Nijewier worden weinig woningen gebouwd, terwijl er wel behoefte aan woningen is. Bovendien is de behoefte aan de woningen gebleken naar aanleiding van een woonenquête. Dit sluit aan op speerpunt 7. Woonzorgvisie De visie wonen, zorg en welzijn is een belangrijk middel om te komen tot verdere verbinding tussen gemeenten, corporaties, welzijns- en zorgorganisaties. Bij de lokale prestatieafspraken moeten conform het programma ‘Een Thuis voor iedereen’ ook de zorg- en welzijnsorganisaties worden betrokken. De gemeente maakt hier een begin mee in 2025, aansluitend op de uitvoeringsagenda wonen, zorg en welzijn In de woonzorgvisie is Nijewier aangemerkt als basisdorp. Uit de meest recente woningmarktanalyse blijkt dat er geen behoefte is aan specifieke woningen voor ouderen met een zorgvraag. De behoefte is afgestemd met het dorp en in lijn met de woningmarktanalyse.
Afwegingskader Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwinitiatieven aansluiten bij de actuele, kwalitatieve woningbehoefte en de volkshuisvestelijke ambities van de gemeente, willen de regio Noordoost-Friesland en de provincie de komende jaren sturen op basis van een gezamenlijke set van criteria. Hiervoor is in regionaal verband als werkdocument een Afwegingskader opgesteld waarmee nieuwe woningbouwinitiatieven op kwaliteit worden getoetst. Aan de hand van dit Afwegingskader wordt gekeken in hoeverre nieuwe plannen aantoonbaar inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte en of zij bijdragen aan andere kwalitatieve ambities, zoals langer zelfstandig wonen, verduurzamen of het oplossen van een ruimtelijk knelpunt. Het plangebied is gelegen in het gebied Metslawier e.o. In het afwegingskader wordt aangegeven dat in dit gebied behoefte is aan
24/338
koopwoningen, waaronder 2 onder 1 kap en vrijstaand. Hierdoor voldoet de beoogde ontwikkeling aan het Afwegingskader. Woonprogramma De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een woonprogramma opgesteld waarin de woningbouwprojecten en -initiatieven in Noardeast-Fryslân zijn opgenomen. In november 2021 heeft de provincie Friesland hierop akkoord gegeven. Woningmarktanalyse Noordoost-Fryslân en Woningmarktmonitor In 2020 is een woningmarktanalyse opgesteld om op regionaal niveau inzicht te krijgen in de woningbouwbehoefte. Samenwerking binnen de regio, zowel tussen gemeenten als tussen dorpen, is van belang bij het vaststellen van de woonprogrammering. De woningmarktanalyse biedt een kwalitatief afwegingskader waar gemeenten gebruik van kunnen maken bij het ontwikkelen van woningbouwplannen. De provincie Fryslân vraagt de regio om een offensieve regionale visie te maken. Dat betekent dat er geen dorp op slot wordt gezet en dat er ruimte is voor toekomstbestendig en zorgvuldig toevoegen van woningen. Daarbij houdt de provincie vast aan de lijn "binnendorps vrij, buitendorps beperkt". In de woningmarktanalyse is per dorp inzichtelijk gemaakt hoe de woningmarkt er nu voor staat en welke ontwikkelingen er te verwachten zijn. Op deze manier kan snel worden ingespeeld op ontwikkelingen. Het dorp Nijewier is bij de analyse meegenomen bij het dorp Metslawier en omstreken.
Uit de analyse blijkt dat er een totale behoefte is aan maatwerk. In de woningmarktanalyse wordt aangegeven dat zachte plannen ook van meerwaarde kunnen zijn voor dorpen. Er wordt ook aangegeven dat in veel kleinere kernen meer plannen voor vrijstaande koopwoningen zijn opgenomen dan waaraan behoefte is. Hierbij wordt wel aangegeven dat goed moet worden gekeken naar de reële vraag en af te stemmen op het aanbod in de omliggende dorpen. In Nijewier zullen maximaal 4 woningen op de voormalige opslag worden gerealiseerd. Door het aantal te realiseren woningen niet exact vast te leggen is flexibiliteit mogelijk in vorm (vrijstaand of twee-onder-een-kapwoning) en aantal.
25/338
Hoofdstuk 5 5.1
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving
Inleiding
De beoogde ontwikkeling is van invloed op de fysieke leefomgeving. De aard, omvang en locatie van de ontwikkeling zijn de reden dat het omgevingsplan moet worden gewijzigd. Dit betekent dat de omgevingsaspecten en andere thema's onderzocht moeten worden om te beoordelen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) als de gewenste ontwikkeling is uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling wordt in dit hoofdstuk getoetst aan onder meer de instructieregels uit het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving). In het Bkl is namelijk aangegeven dat daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, aandacht nodig is voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook voor de gevolgen die de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit.
5.2
Mer-beoordeling
Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een wijziging van het omgevingsplan project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer(beoordelings)-plicht geldt. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. Bij het bevoegd gezag, (het college van B&W) moet een mededeling (de aanmeldnotitie) worden gedaan waarin een beschrijving van het plan, de locatie en de mogelijke milieueffecten zijn opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Toetsing Een stedelijk ontwikkelingsproject, waar woningbouw onder valt, is een activiteit uit kolom 1 van bijlage V van het Ob en valt onder categorie J11.
Het mogelijk maken van een permanente kampeerplaats valt onder categorie M4 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- of caravanterreinen’. Voor beide categorieën geldt vanuit kolom 2 dat de mer-plicht niet van toepassing is. De mer-beoordelingsplicht uit kolom 3 is wel van toepassing. Op grond van artikel 16.43, lid 1, sub a moet worden beoordeeld of de ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Om deze reden is er een aanmeldnotitie opgesteld, zie Bijlage 3. Conclusie Uit de aanmeldnotitie blijkt dat het plan niet gelegen is in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Het project leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige
26/338
mer-procedure is niet noodzakelijk.
5.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of de behoefte aanwezig is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Toetsing Artikel 5.129.g van het Bkl bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129.g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van maximaal 4 woningen waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Ladder is dus niet van toepassing.
Wel moet de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Voorliggende onderbouwing voorziet hierin. Onderbouwing programma De woningbouwontwikkeling in Nijewier is één van de projecten die de gemeente Noardeast-Fryslân gaat realiseren. Per project is een intensief traject doorlopen om de volkshuisvestelijke behoefte op lokaal niveau scherp te krijgen. Er is gebruik gemaakt van verschillende gegevens. Allereerst is de woningmarktanalyse van KAW geraadpleegd. Ten tweede is de meest recente versie van de woningmarktmonitor geraadpleegd. Zoals aangegeven in paragraaf 3.1 is een enquête, opgesteld door de gemeente, verspreid door Doarpsbelang. De resultaten van deze enquête zijn besproken met Doarpsbelang. Hierbij is met name aandacht geweest voor de combinatie van stijgende bouwkosten en toegenomen rentepercentages. Hierop is een beoogd programma vastgesteld. Daarin is de invulling van de locatiezoektocht meegenomen. Het resultaat is besproken met de bewoners van Nijewier om te toetsen of het een programma is wat goed aansluit op de lokale behoefte. Deze behoefte heeft geleid tot deze planontwikkeling. Aandeel betaalbare woningen Dit is afhankelijk van de uiteindelijke prijzen en de definitie van betaalbaarheid op het moment van bouwen. Dat is ten tijde van het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan nog onbekend.
Het is wel aannemelijk dat vrijstaande woningen buiten dit segment vallen, terwijl dit voor 2/1-kappers afhankelijk zal zijn van de marktomstandigheden. Hoe dan ook valt het aandeel betaalbaar te verantwoorden in de bouwstroom in de volledige gemeente. Per dorp is hier dus ruimte om af te wijken.
27/338
Aandeel corporatiewoningen De corporaties hebben aangegeven geen financiële investeringsruimte te hebben om nog extra locaties in de betreffende dorpen in te vullen. De woningen in Nijewier worden allemaal koopwoningen. Wonen en zorg voor ouderen Er wordt nog gewerkt aan een woon-/zorgvisie. Er is dan ook nog geen beeld bij de behoefte aan zorg- en woon-/zorgvormen in de toekomst in Nijewier. Gezien de grote druk op de woningmarkt is deze specifieke vorm van wonen daarom buiten beschouwing gelaten. Wel is de behoefte aan levensloopbestendige woningen nadrukkelijk meegenomen. Die zijn goed te realiseren binnen de beoogde woningbouwontwikkeling. In Nijewier wordt dit niet als specifiek programma onderdeel opgenomen. Regionale woondeals De projecten van het programmabureau zijn opgenomen in de regionale woondeals als sleutelproject. Daar valt het plan, waaronder de woningbouw in Nijewier, ook onder. Het opgevoerde aantal in de regionale woondeals is een streefgetal en zoals gezegd: De flexibiliteit die is meegenomen in de plannen geeft hierbij enige speelruimte om in te spelen op de lokale behoefte. Hoeveelheid woningen Gezien de stormachtige ontwikkelingen op de woningmarkt is het lastig om een exact en hard aantal te relateren aan kleine projecten. Dát vernieuwing en doorstroming op de woningmarkt nodig is, staat buiten kijf.
Voor zowel de leefbaarheid van de dorpen als voor de behoefte aan een passende mix aan woningtypen. Volgens de eerder geschetste aanpak is in samenspraak met het dorp en de beschikbare gegevens en onderzoeken gekeken naar wat de exacte behoefte is. Zicht op realisatie is hierbij van belang. In principe is het zo dat de projectmatige (buitenstedelijke) opgave van deze dorpen hiermee geborgd is voor komende jaren. De woningbouwontwikkeling met maximaal 4 woningen in Nijewier is een positieve impuls voor het dorp. De kavels worden door de gemeente uitgegeven en de woningen worden door bewoners zelf of in koppels ontwikkeld. Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er behoefte is aan de woningen. Het project voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
5.4
Welstand
Toetsingskader Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Toetsing Er worden in de Welstandsnota Noardeast-Fryslân 12 welstandsgebieden onderscheiden. Het plangebied ligt in
28/338
het welstandsgebied 'Buitengebied (terpengebied)'. Zoals aangegeven in paragraaf 2.2.2 wordt ruimtelijk gezien het best worden aangesloten op het welstandregiem 'lintbebouwing (regulier)', omdat de woningen ten westen van het plangebied hier ook toe behoren. Op 13 februari 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw welstandsregime, op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet, voor dit woningbouwplan vastgesteld. Na de wijziging van het omgevingsplan worden de woningen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd beoordeeld op basis van de nieuw vastgestelde welstandscriteria. Deze beoordeling gebeurt door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De commissie geeft hierover advies waarmee het college van B en W rekening houdt bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning.
5.5
Mobiliteit en parkeren
Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk. Toetsing Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Mearswei, de Terpstrjitte en de Auck Doniastrjitte. Via de Mearswei wordt het plangebied in oostelijke richting via het buitengebied ontsloten richting Mitselwier. Via de Auck Doniastrjitte wordt het plangebied in westelijke richting ontsloten en via de Terpstrjitte in zuidelijke richting. De ontsluitingswegen in westelijke en zuidelijke richting zijn gelegen binnen het dorp Nijewier. Nieuwbouw woningen Op basis van maximaal 4 vrijstaande woningen bedraagt het aantal lichte verkeersbewegingen 33 per etmaal (weekdag). Dit is berekend op basis van het CROW-kengetal van 8,2 motorvoertuigen per etmaal voor vrijstaande woningen (publicatie 744). Het totale aantal verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen bedraagt afgerond 0,08 mvt/etmaal. Bedrijfswoning De bedrijfswoning heeft een verkeersgeneratie van 9 op basis van het CROW-kengetal van 8,2 motorvoertuigen per etmaal. Het totale aantal verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen bedraagt afgerond 0,02 mvt/etmaal.
Camperplaatsen Met de beoogde ontwikkeling wordt een camperplaats voor 15 campers mogelijk gemaakt. Uitgaande van een verkeersgeneratie van 0,44 voor standplaatsen op een camping op basis van de CROW-norm, betekent dit 6,6 mvt/etmaal. De camperplaats is in de periode van 15 maart tot 1 november in gebruik. Dit betekent dat gedurende een periode van 7,5 maanden de camperplaats beschikbaar is en dat in die periode met de verkeersgeneratie rekening moet worden gehouden. Caravanstalling
29/338
In de caravanstalling is plaats voor maximaal 40 caravans, campers en dergelijke. Er van uitgaande dat deze jaarlijks worden gebruikt, betekent dit 80 verkeersbewegingen (1 keer ophalen en 1 keer stallen) in de periode tussen maart en november. Het plangebied is goed ontsloten. De toename van verkeer is beperkt en kan zonder problemen worden opgevangen. Parkeren Nieuwbouw woningen Voor de parkeerbehoefte zijn de parkeerkencijfers uit de CROW publicatie 744 gehanteerd. Hieruit blijkt dat voor de bouw van vrijstaande woningen 2,2 parkeerplaatsen per woning en voor twee-onder-een kapwoningen 2,1 parkeerplaatsen per woning moeten worden gerealiseerd. Uitgaande van een maximale ontwikkeling van 4 vrijstaande woningen zijn er maximaal 9 parkeerplaatsen nodig in het plangebied. Het uitgangspunt is dat het op eigen terrein wordt gerealiseerd. De gemeente heeft al aangegeven dat op elke bouwkavel 2 auto's kunnen worden geparkeerd. De gemeente legt tussen de nieuwbouwkavels en de bestaande weg een strook graskeien aan waarmee extra parkeerruimte wordt gecreëerd zodat in de parkeerbehoefte kan worden voorzien. Bedrijfswoning De parkeernorm voor de vrijstaande bedrijfswoning is 2,2 op basis van de CROW publicatie 744. Bij deze woning is voldoende ruimte op het eigen terrein om te parkeren.
Camperplaatsen en caravanstalling Het aspect parkeren voor camperplaatsen en caravanstalling is niet aan de orde. Conclusie De beoogde ontwikkeling veroorzaakt geen capaciteitsproblemen op het bestaande wegennet. Bovendien is er in voldoende mate ruimte om aan de parkeerbehoefte te voldoen.
5.6
Natuur
Toetsingskader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast.
30/338
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Mocht het plan gevolgen hebben voor houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap (dat wil zeggen: er moeten bomen worden geveld), gelden rijksregels uit het Bal. Bij vellen hoort een herplantingsplicht maar hierop bestaan uitzonderingen (zie artikel 11.111 Bal). Als de rijksregels voor vellen van toepassing zijn, is het vellen van houtopstanden verboden zonder eerst een melding te doen. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, en om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren.
Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied ligt op circa 5 kilometer van het Natura 2000-gebied de Waddenzee en op circa 7 kilometer van het Lauwersmeer. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. De ontwikkeling betreft nieuwbouw van woningen en het mogelijk maken van een caravanstalling en 15 camperplaatsen. De woningen worden gasloos gebouwd. Door verkeersbewegingen en de inzet van materieel is het mogelijk dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden toeneemt. Om de stikstofdepositie inzichtelijk te maken is een stikstofonderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in Bijlage 4. Hieruit blijkt dat er geen relevant effect is, waardoor negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring niet aan de orde zijn.
Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1.000 m2) of een (deel van een) bomenrij van meer dan 20 bomen buiten de bebouwingscontour houtkap kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Binnen het plangebied zullen bomen worden gekapt om woningbouw mogelijk te maken. Hiervoor is op 25 augustus 2025 een kapvergunning verleend. Als de abelen die onderdeel zijn van de bomenlaan langs de weg worden gekapt, is er sprake van een bomenrij van meer dan 20 bomen die wordt gekapt. Ook is het houtareaal in het plangebied mogelijk groter dan 1.000 m2 in oppervlak.
31/338
Het plangebied valt binnen de bebouwingscontour houtkap, zie figuur 5.1. Er is geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
Figuur 5.1: Overzicht bebouwingscontour houtkap (bron: Omgevingsloket) Soortenbescherming Om in beeld te brengen of er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een ecologische quickscan uitgevoerd waarvan de resultaten zijn opgenomen in Bijlage 5. Hieruit blijkt het volgende: Algemene broedvogels Binnen en buiten het plangebied kunnen vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces. Er wordt geadviseerd om de bouwwerkzaamheden buiten het broedseizoen van 15 maart-15 juli uit te voeren. Jaarrond beschermd boomnest De aanwezigheid van een jaarrond beschermd boomnest vlak buiten het plangebied, maar binnen de invloedssfeer van het planvoornemen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Er wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten de broedperiode (grofweg 15 maart – 15 juli) uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is, wordt nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest aan de hand van een drietal gerichte veldbezoeken in het voorjaar. In de loop van 2025 zal dit nader onderzoek worden uitgevoerd. Indien een jaarrond beschermd nest wordt vastgesteld zal voor de desbetreffende soort een vergunning worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân.
Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Jaarrond beschermde nesten en de kerkuil De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten (huismus, ringmus en gierzwaluw) in de woning en loods