CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Startnotitie energieprogramma

It Petear 15 januari 2026, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presintaasje - Startnotitie energieprogramma3.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie raad ENERGIEPROGRAMMA Opdrachtgever Opsteller Versie Versiedatum Status Zaaknummer

: : : : : :

Sven Boender J.K. Star en S. Elverdink 1 1 december 2025 Definitief 2025-225367

BIJLAGEN Nummer

Titel

Opmerkingen

Inleiding Huidige situatie Vanuit het Klimaatakkoord en de bijbehorende Klimaatwet moet de energievoorziening uiterlijk in 2050 verduurzaamd zijn. Gemeenten spelen een belangrijke rol in deze energietransitie. Ingrepen in de fysieke leefomgeving, zoals het realiseren van duurzame elektriciteit en de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, vinden namelijk plaats op lokaal niveau. Via beleid kan de gemeente sturen op de ontwikkeling van haar energietransitie. In dat kader stelde de raad in 2021 al het ‘Plan van aanpak energietransitie’ vast. Sindsdien is de opgave van de energietransitie volop in ontwikkeling geweest. Het thema groeit snel en deelonderwerpen poppen in hoog tempo op. Denk bijvoorbeeld aan opwekking van duurzame elektriciteit, netcongestie, opslag, groengas, energiehubs, de warmtetransitie en energiearmoede. Hoe zorgen we voor samenhang op deze deelonderwerpen? En hoe dragen deze thema’s gezamenlijk bij aan een duurzame energievoorziening in 2050? Energie is een typisch voorbeeld van een sector-overstijgend thema. Dit zien we bijvoorbeeld terug in de vijf klimaattafels van het Klimaatakkoord (Figuur 1). In al deze vijf tafels speelt energie een rol. Bijvoorbeeld in de gebouwde omgeving, industrie, vervoer en landbouw. Daarnaast definieert het Klimaatakkoord ‘elektriciteit’ als separate klimaattafel. Maar ook elektriciteit loopt dwars door al deze sectoren heen.

Denk bijvoorbeeld aan woningen die worden aangesloten op elektrische warmtepompen, auto’s die elektrisch gaan rijden en de elektrificatie van de industrie. Een onderwerp dat in de praktijk op velerlei manieren samenhangt en in elkaar verweven is, vraagt ook in beleid om samenhang.

Figuur 1: Klimaattakkoord onderverdeeld in vijf sectoren Die samenhang zien we ook terug in ons eigen beleid. Zo werkt de gemeente momenteel al aan het warmteprogramma, dat betrekking heeft op de sector gebouwde omgeving. Het warmteprogramma is een wettelijk verplicht programma dat eind 2026 moet zijn vastgesteld. Vandaar dat dat proces eerder is opgestart. Zoals gezegd hangt de gebouwde omgeving nauw samen met de sector elektriciteit. Om diens dwarsverbanden goed te vatten in beleid, vraagt het warmteprogramma in feite ook om een overkoepelend energieprogramma. Zodat de verschillende sectoren waarin energie een rol speelt goed op elkaar worden afgestemd. Het energieprogramma hangt daarmee als het ware boven het warmteprogramma (zie Figuur 2). In het energieprogramma brengen we de energieopgave als geheel samen.

Figuur 2: positionering energieprogramma Gewenste situatie Een duurzame energievoorziening in 2050 vormt een heldere stip op de horizon. Tegelijkertijd is het vrijwel onmogelijk om nu al het pad vast te leggen voor de komende 25 jaar. Vandaar dat we ons in het energieprogramma richten op een strategie voor de komende 10 jaar, tot en met 2035. Dit komt overeen met de periode van het warmteprogramma. Een belangrijk doel van het energieprogramma is om concreet te maken hoeveel duurzame energie we in 2035 nodig hebben. Hierbij ligt er een grote focus op hoeveel duurzame elektriciteit (zonne- en windenergie) we dan moeten produceren. Want de meeste sectoren zijn voor hun verduurzaming grotendeels afhankelijk van elektrificatie. Op dit moment heeft Noardeast-Fryslân al de ambitie om in 2030 minimaal 70% van de benodigde elektriciteit duurzaam op te wekken. Richting 2035 neemt de elektriciteitsvraag toe, o.a. door warmtepompen die aardgas vervangen en elektrisch koken, het verduurzamen van proceswarmte in het MKB en de industrie (bv. bakkerijen in onze gemeente), en elektrisch vervoer (zowel privé als zakelijk). Deze veranderende omstandigheden vragen om een aangescherpte ambitie, een nieuwe stip op de horizon voor de middellange termijn.

Het energieprogramma beperkt zich echter niet alleen tot het vastleggen van een doel voor 2035, maar beschrijft ook de activiteiten die de komende 10 jaar nodig zijn om tot dit doel te komen. Daarbij maken we de activiteiten zo ruimtelijk expliciet als mogelijk. Probleemstelling De directe aanleiding voor de energietransitie volgt uit de noodzaak tot verduurzaming. Maar de energietransitie gaat al lang niet meer alleen over verduurzamen. De bredere impact op de leefbaarheid in onze gemeente wordt steeds duidelijker. Denk bijvoorbeeld aan de relatie met bedrijvigheid. Ondernemers in onze gemeente zijn vanuit Europese wetgeving ook genoodzaakt te verduurzamen. Ook zij hebben meer elektriciteit nodig om te verduurzamen. De congestie op het elektriciteitsnetwerk biedt momenteel echter een serieus obstakel. Waar de afgelopen decennia het aanvragen van een groter vermogen aan energie een formaliteit was, is dat nu alles behalve vanzelfsprekend. Energie is een steeds schaarser product geworden, waardoor sturing en prioritering al vroegtijdig moet plaatsvinden. Voor de bedrijven geldt dat alleen als zij ruimte krijgen om lokaal duurzame elektriciteit op te wekken en op te slaan, dat ze dan in staat zijn om te verduurzamen en hun bedrijvigheid te behouden (of idealiter zelfs uit te breiden).

Komt die ruimte er niet, dan is er geen economisch perspectief en dreigen bedrijven te vertrekken. Daarmee komt de regionale

werkgelegenheid onder druk te staan, terwijl dit een belangrijk fundament is voor de leefbaarheid binnen onze Mienskip. Denk bijvoorbeeld aan het verenigingsleven, dat grotendeels gesponsord wordt door lokale bedrijven. Ruimte bieden impliceert in dit geval ook beleidsmatig ruimte bieden. Op dit moment is die ruimte er niet altijd. Denk bijvoorbeeld aan provinciaal beleid omtrent windturbines. Wil de gemeente een rol spelen in het bieden van toekomstperspectief aan ondernemers en inwoners, dan zal de gemeente daar beleidsmatig op moeten sturen. Het behoud van de lokale economie vraagt om actieve sturing van de gemeente. Voordat we richting provincie en Rijk kunnen aangeven wat wij van hen nodig hebben, is het zaak om eerst voor onszelf in kaart te brengen welke richting de gemeente op wil. Deze richting leggen we vast in het energieprogramma. Daarmee vormt het energieprogramma een belangrijk instrument richting medeoverheden om te lobbyen voor ruimte. Ruimte voor onze gemeente, voor onze ondernemers, voor onze Mienskip als geheel. Uitvoering De reden om nu een energieprogramma op te stellen, is dat de urgentie de afgelopen tijd sterk is toegenomen. Mocht de noodzaak tot verduurzaming niet al voldoende reden zijn om snel in actie te komen, dan is de relatie met werkgelegenheid en leefbaarheid een extra impuls. Bovendien is de samenhang met het warmteprogramma van belang.

Het warmteprogramma wordt uiterlijk eind 2026 vastgesteld. Nu starten met het energieprogramma betekent ook dat we de inhoudelijke samenhang tussen deze programma’s goed kunnen vormgeven. Het doel van deze startnotitie is om u als raad in positie te brengen om kaders mee te geven voor de verdere ontwikkeling van het energieprogramma. Met name omdat we uitgebreid inzetten op participatie (zie paragraaf ‘Betrokken partijen en participatie’) is het meegeven van kaders van belang. Op die manier worden er geen verwachtingen geschept, die uiteindelijk niet uitvoerbaar blijken.

Aansluiting op (strategische) programmadoelen •

Programmadoel 502.1-1, Wenjen en Omjouwing: “Conform de Klimaatwet is Noardeast-Fryslân in 2050 onafhankelijk van fossiele brandstoffen”

•

Programmadoel 502.1-1A, Wenjen en Omjouwing*: “Noardeast-Fryslân wekt in 2030 minimaal 70% van de benodigde elektriciteit op duurzame wijze op” * In het energieprogramma wordt dit doel herijkt voor het jaar 2035

Effecten, doelen en resultaten van het proces Het doel van het energieprogramma is om richting te geven aan de gemeentelijke energietransitie van de komende 10 jaar, tot en met het jaar 2035. In het proces zetten we ruim in op participatie (zie volgende paragrafen), zodat we gezamenlijk tot de juiste richting komen. Op die manier hopen we eind 2026 een bestuurlijk en maatschappelijk gedragen energieprogramma te kunnen presenteren. Het resultaat van deze nieuwe richting is meerledig. Ten eerste draagt het bij aan de verduurzaming van de gemeente. We brengen in kaart welke activiteiten nodig zijn per 2035, zodat we op koers lopen voor een fossielvrije energievoorziening in 2050. In dat kader wordt uw raad in het energieprogramma gevraagd om een nieuwe ambitie voor duurzame elektriciteit voor 2035 vast te stellen. Ten tweede draagt het energieprogramma bij aan toekomstperspectief voor lokale ondernemers. De activiteiten uit het energieprogramma moeten een voedingsbodem zijn voor bedrijvigheid op de lange termijn. Ten derde zorgt richting op het energievraagstuk voor handelingsperspectief bij bewoners: hoe kunnen zij meeprofiteren van de lokale energietransitie? Tot slot moet het energieprogramma bijdragen aan het bijstellen van provinciaal en landelijk beleid, zodat de voorgestelde activiteiten ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden.

Aanpak, reikwijdte en afbakening Waar het warmteprogramma een wettelijk verplicht programma is met een duidelijke einddatum (eind 2026) en heldere participatievereisten, betreft het energieprogramma een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Dit betekent dat we qua planning, participatie en inhoudelijke invulling veel ruimte hebben om het programma naar wens in te vullen. Juist omdat er veel vrijheid is, is het belangrijk voor uw raad om via deze startnotitie heldere kaders mee te geven. Hierbij doen we een voorstel voor kaders: • Op 11 juli 2024 heeft uw raad ingestemd met de concept Friese Energievisie1. Deze visie is richtinggevend voor de Friese energietransitie van de komende jaren. Het energieprogramma waar de gemeente nu aan werkt is een vertaling van deze visie naar lokaal niveau. De stap van visie naar programma impliceert een concretiseringsslag. Dat betekent dat het energieprogramma concrete activiteiten bevat, die de gemeentelijke energietransitie versnellen. • Het energieprogramma richt zich op een strategie tot en met 2035. Activiteiten die na die periode eventueel nodig zijn, worden nog niet in dit energieprogramma beschreven. Wel brengen we in kaart of we met de huidige activiteiten op koers lopen voor een fossielvrije energievoorziening in 2050.

• Het energieprogramma gaat in op het energiedoel voor 2035 en welke activiteiten nodig zijn om daartoe te komen. Waarschijnlijk worden er ook activiteiten voorgesteld, waarvoor op dit moment nog geen beleidsmatige ruimte is. Voordat uitvoering van het energieprogramma kan plaatsvinden, zal ruimtelijk beleid dus moeten worden aangepast. Dit vindt plaats na vaststelling van het energieprogramma en valt daarmee buiten de scope van dit project. In andere woorden, we wachten niet met het vaststellen van het energieprogramma totdat het ruimtelijk beleid is aangepast. Het energieprogramma dient juist als lobbyinstrument om te komen tot aanpassing van ruimtelijk beleid. • Gezien de horizon van 2035 stellen we in het energieprogramma alleen activiteiten voor, die gebaseerd zijn op bewezen energietechnieken. Immers, energieprojecten moeten binnen 10 jaar gerealiseerd kunnen worden om bij te dragen aan de ambitie van het energieprogramma. In de praktijk betekent dit voor onze gemeente een combinatie van opwekking van zonne- en windenergie, opwekking van groengas, opslag via batterijen en andere slimme oplossingen voor het tegengaan van congestie. • Uitgangspunt bij het inrichten van het energiesysteem van de toekomst is dat vraag en aanbod zo goed als mogelijk worden gecombineerd.

Hoe beter de afstemming tussen vraag en aanbod (het local-4-localprincipe), hoe kleiner de impact op het elektriciteitsnetwerk. Bovendien wordt de ruimtelijke impact van de energietransitie op die manier evenredig verdeeld naar de gebruikers. • Tevens onderdeel van het local-4-localprincipe is het kostprijs+-model. De lokaal opgewekte energie wordt door lokale afnemers ingekocht tegen een prijs die representatief is voor de productiekosten, aangevuld met een redelijk rendement voor ontwikkelaars. Dit principe draagt bij aan de betaalbaarheid van de energietransitie. • Aanvullend op het voorgaande punt is een belangrijk uitgangspunt bij energieprojecten dat de Mienskip meeprofiteert, in het kader van het combineren van lasten en lusten. Zo is in ons beleidskader zonne-energie al opgenomen dat we streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Dit streven hanteren we voor alle activiteiten, die worden voorgesteld in het energieprogramma. • Parallel aan het energieprogramma wordt er al gewerkt een het warmteprogramma. Dat programma gaat in op de energie die nodig is voor het verwarmen van woningen en andere gebouwen (klimaattafel gebouwde omgeving). Inhoudelijke keuzes voor het verduurzamen van woningen, zoals de keuze voor een warmtetechniek, horen dus thuis in het warmteprogramma en niet in het energieprogramma. Echter, het energieprogramma hangt wel boven het warmteprogramma.

Dat wil zeggen, de keuzes in het warmteprogramma hebben wel invloed op het energieprogramma. Denk bijvoorbeeld aan de extra elektriciteitsvraag die ontstaat door het realiseren van meer warmtepompen. Dat betekent namelijk dat aanvullende voorstellen voor het realiseren van duurzame elektriciteit nodig zijn in het energieprogramma. • We constateren dat de urgentie van het energievraagstuk op de bedrijventerreinen van Hallum en Dokkum Betterwird dusdanig groot is, dat we parallel aan het opstellen van het energieprogramma 1 https://noardeastfryslan.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/1d78162b-2651-4788-9ae6-

6ddbdeefdd15?documentId=cc43d4af-52e9-41a1-8651-a5d12ec76be5&agendaItemId=748ecaaeccea-4174-8420-6aaac6d3b0f0

•

hier alvast separate participatietrajecten voor willen opstarten (zie volgende paragraaf voor de exacte invulling van participatie). Het realiseren van energiehubs, dat wil zeggen een combinatie van lokale opwekking van duurzame elektriciteit met opslag en het slim uitwisselen van energie, is nodig voor het bieden van voldoende vestigingsklimaat op lange termijn. Bij het ontbreken van dergelijk perspectief is het niet uit te sluiten dat bedrijven vertrekken uit onze gemeente. Gezien deze urgentie stellen we voor om niet te wachten tot vaststelling van het energieprogramma, voordat we de verkenning voor de energiehubs starten. Met deze startnotitie geeft u het kader mee dat het participatieproces voor deze verkenning alvast gestart mag worden. Deze keuze wordt ondersteund door het coalitieakkoord: o “We zetten, vanuit sociaal, economisch en maatschappelijk belang, in op de realisatie van “smart energy hubs” in Hallum en zo mogelijk ook op Betterwird. Daarbij houden we rekening met de uitgangspunten van de zonneladder, omgevingsparticipatie en technische innovatie.” Omdat het maatschappelijk effect van de energietransitie groot is, zetten we uitgebreid in op participatie. Meer hierover in de volgende paragraaf. Als kader geldt dat deze participatie niet verder gaat dan de trede ‘adviseren’ van de participatieladder (zie Figuur 3).

We gaan in gesprek met onze inwoners en ondernemers over mogelijke oplossingen. De gemeenteraad blijft beslissingsbevoegd en kan dus te allen tijde gemotiveerd afwijken van het advies dat volgt uit de Mienskip.

Betrokken partijen en participatie Zoals eerder aangegeven zetten we in dit project in op een uitgebreide vorm van participatie. Het energieprogramma heeft namelijk een directe invloed op de omgeving. We betrekken belanghebbenden al vroeg in de planvorming. Dus al bij het opstellen van het energieprogramma, en niet pas in de uitvoering, bijvoorbeeld bij de realisatie van zonne- en windenergie. Op die manier kunnen we de kennis en kunde van de Mienskip namelijk goed borgen in ons beleid. Volgend op de kaders in de vorige paragraaf maken we daarbij een uitzondering voor de bedrijventerreinen in Hallum en Dokkum Betterwird, waardoor twee separate sporen ontstaan. Spoor 1: participatie brede energieprogramma Voor het opstellen van het energieprogramma gaan we actief de dialoog aan met onze inwoners om hun belangen goed mee te nemen in onze afwegingen. Specifiek zetten we in op de participatievorm ‘burgerforum’. Een burgerforum is een dialoog tussen willekeurig geselecteerde burgers die met elkaar een advies schrijven aan de gemeente over plannen die in de designfase zijn. Het advies geeft een overzicht van de meningen, zorgen en behoeften van de mensen die worden geraakt door een keuze van de gemeente.

Een burgerforum beantwoordt de vraag: waar moet de politiek volgens de burger rekening mee houden? Een burgerforum brengt advies uit vanuit het belang en perspectief van de burger als stakeholder. Dit betekent dat het burgerforum wel rekening kan en zal houden met het belang van andere stakeholders, maar dat dit niet leidend is. De uitkomst van het burgerforum is bedoeld als inbreng en verrijking voor het reguliere democratisch en wettelijk proces. Op de participatieladder is het dan ook gesitueerd op de trede ‘adviseren’. Dit betekent dat de gemeenteraad altijd beslissingsbevoegd blijft. De raad kan gemotiveerd afwijken van het advies van het burgerforum. Het burgerforum kan aangevuld worden met een internetraadpleging. Daarvoor loopt intern al een aanvraag voor een digitaal platform. Naast inwoners betrekken we bij het opstellen van het energieprogramma vanzelfsprekend nog andere belanghebbenden. Denk bijvoorbeeld aan interne collega’s van verschillende vakdisciplines (o.a. RO, economische zaken, verkeer, landbouw en communicatie), de provincie, netbeheerders en energiecoöperaties. De informatie die we in dit traject ophalen, is ook weer een voedingsbodem voor de dialoog in het burgerforum.

(MEE)BESLISSEN Inwoners beslissen t erwijl overheid vooraf de kaders vast st elt of achteraf t oet st .

CO- CREËREN Inwoners en overheid zijn samenwerkingspart ners. Formeel beslist de overheid.

ADVISEREN Inwoners mogen oplossingen en voorst ellen aandragen. De gemeente kan beargumenteerd afwijken van het advies.

RAADPLEGEN/ CONSULTEREN Het ophalen van meningen, ervaringen en ideeën zonder dat deze bindend zijn.

INFORMEREN Het delen van informat ie zonder dat bewoners formele inbreng hebben.

Figuur 3: participatieladder

Spoor 2: omgevingsadviesraden in Hallum en Betterwird Voor Hallum en Betterwird onderzoeken we parallel aan het opstellen van het energieprogramma de potentie van energiehubs. De participatievorm die we daarvoor gebruiken is een Omgevingsadviesraad2 (OAR). Voor beide bedrijventerreinen richten we een separate OAR op. In een OAR zitten alle relevante stakeholders uit de lokale omgeving op een gelijkwaardige manier aan tafel. Dit bevordert begrip, vermindert harde confrontaties en verhoogt de democratische legitimiteit van besluiten. Idealiter bestaat de OAR uit maximaal 20 mensen die verschillende belangen vertegenwoordigen: omwonenden, ondernemers, maatschappelijke organisaties, initiatiefnemers en het bevoegd gezag (inclusief interne collega’s van verschillende domeinen om de raakvlakken goed te borgen). Een OAR is een manier om een duidelijk participatietraject op te zetten voor alle belanghebbenden, specifiek de direct omwonende burgers. Het beoogt alle stakeholders op een gelijkwaardige manier aan tafel te krijgen en om zo te komen tot het beste resultaat. Het doel van een OAR is om te komen tot consensus: met welk plan of welke uitvoering kunnen alle betrokken partijen akkoord gaan? Ook bij een OAR geldt dat de mate van participatie niet verder gaat dan de trede ‘adviseren’ van de participatieladder. Dat betekent dat het advies niet bindend is.

De gemeente blijft het bevoegd gezag en de rol van de raad wordt dus nadrukkelijk niet ondermijnd. Maar als er wordt afgeweken van het advies van de OAR, dan moet dit goed worden onderbouwd. Ook inwoners en andere belanghebbenden die niet deelnemen aan de OAR worden actief geïnformeerd over het proces en de inhoud van dit participatieproces. Bijvoorbeeld via het organiseren van separate informatiebijeenkomsten. Bovendien kan een internetraadpleging worden toegevoegd aan het proces, zodat de inwoners die wel deelnemen aan de OAR ook gevoed worden door verschillende geluiden uit de Mienskip. Ook kan er een separaat bewonersplatform ingericht worden, die als klankbord dient voor de bewoners die deelnemen aan de OAR.

Betrokkenheid raad Allereerst wordt uw raad gevraagd om kaders mee te geven via deze startnotitie. Hiervoor vindt in januari 2026 een Petear, Debat en Beslút plaats. Vervolgens kan het participatieproces gestart worden. Nadat we informatie hebben opgehaald bij inwoners en andere belanghebbenden, stellen we uw raad in positie om een ambitie vast te stellen voor het energieprogramma, specifiek voor 2035 (ook weer middels een Petear, Debat en Beslút). Daarbij werken we verschillende scenario’s van ambitie uit, zoals we dat ook bij de eerder opgestelde ambitie voor 2030 hebben gedaan3. De ambitie die hieruit volgt is vervolgens weer input voor de verschillende participatietrajecten. De adviezen uit het burgerforum en de omgevingsadviesraden vertalen we daarna in een ontwerp energieprogramma. Deze leggen we aan uw raad voor (Petear, Debat en Beslút). Bij instemming kan het definitieve energieprogramma naar verwachting medio 2027 worden vastgesteld door het college.

Globale tijdsplanning Globale tijdsplanning Participatie energieprogramma Omgevingsadviesraden Hallum en Betterwird Scenario’s ambitie raad Ontwerp energieprogramma Definitief energieprogramma

Q1 2026 – Q2 2027 Q1 2026 – Q1 2027 Q4 2026 Q1 2027 Q2 2027

2 Handboek Omgevingsadviesraden, Nederlands Platform Burgerparticipatie en Overheidsbeleid

(NPBO), in opdracht van Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES); https://npbo.nl/archief/update-handboek-omgevingsadviesraad 3 https://noardeastfryslan.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/fe3e9a32-20ab-4ca4-8ab63e48f4c7c52f

Kosten en financiering Kosten Interne uren* Participatie** (3x € 30.000) Totaal

Bedrag € 226.233 € 90.000 € 316.233

* Interne uren betreft projectleiding, communicatie, en afstemming ruimtelijke ordening, economische zaken en verkeer. ** Op basis van inschatting Nederlands Platform Burgerparticipatie en Overheidsbeleid (NPBO) De dekking volgt uit de zogeheten CDOKE-regeling (capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). Deze regeling is juist bedoeld voor opstellen van dergelijk beleid via dekking van de personeelslasten, zowel intern als extern. Uit deze regeling zijn nog meer dan voldoende middelen beschikbaar. Voor het opstellen van het energieprogramma worden dus geen extra middelen gevraagd aan de raad.

Bewaking Tijd Aangezien het energieprogramma een vrijwillig programma betreft, is er geen vereiste einddatum. De einddatum is nu op medio 2027 gezet, maar hier zit enige tolerantie in. Daarin is veel afhankelijk van participatie. Als blijkt uit het participatieproces dat meer tijd benodigd is, dan wordt dat gecreëerd. Tegelijkertijd is er urgentie om het energieprogramma zo snel mogelijk vast te stellen. Want hoe langer we wachten, hoe meer de bedrijvigheid in onze gemeente onder druk komt te staan. Geld In de vorige paragraaf zijn de kosten van het energieprogramma begroot. Dit wordt gedekt vanuit de CDOKE-regeling (capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid). Enige tolerantie is mogelijk, omdat er de komende jaren nog voldoende middelen beschikbaar zijn uit de CDOKE. Dit betreffen de kosten voor het opstellen van het energieprogramma. Middelen die nodig zijn voor het uitvoering geven aan de actielijnen uit het energieprogramma worden te zijner tijd op geld gezet. Dat financieel besluit volgt bij het vaststellen van het energieprogramma. Kwaliteit Belangrijk voor de kwaliteit van het energieprogramma, is dat het handelingsperspectief biedt voor ondernemers en inwoners. Om te borgen dat de juiste maatregelen worden uitgewerkt in het energieprogramma, vindt continue afstemming plaats met inwoners en ondernemers, o.a. via de Omgevingsadviesraden.

Deze uitgebreide inzet op participatie draagt bij aan de kwaliteit van het energieprogramma. Daarnaast moet het energieprogramma ook leiden tot aanpassing van landelijk en provinciaal beleid. Om te borgen dat de activiteiten die worden uitgewerkt ook ruimtelijk haalbaar zijn, vindt in het proces van het energieprogramma ook nauwe afstemming plaats met deze actoren, met name de provincie. Organisatie Vanuit Team Enerzjy wordt de projectleiding en -ondersteuning vormgegeven. Daarnaast worden verschillende beleidsafdelingen betrokken voor het signaleren van koppelkansen. Ook halen we input op bij uw raad en bij de Mienskip, in de participatievormen zoals eerder geschetst. Informatie Voor dit traject is het met name van belang om de informatie uit het participatietraject goed te borgen. Daarom wordt er een participatieverslag toegevoegd aan het energieprogramma. Daarbij beschrijven we niet alleen de opgehaalde informatie, maar verantwoorden we ook of en hoe deze informatie is verwerkt in het energieprogramma.

Evaluatie Zoals meermaals aangegeven is het effect van het energieprogramma breder dan alleen verduurzaming. Ook het behoud van bedrijvigheid is een belangrijk uitgangspunt. Voor het evalueren van het effect van het energieprogramma betekent dit het volgende: • Verduurzaming: in het energieprogramma wordt een nieuwe ambitie voor duurzame elektriciteit voor 2035 vastgesteld. Het aandeel duurzame elektriciteit monitoren we jaarlijks. In 2024 betrof dit nog 59%, waarmee we aardig op koers lopen voor minimaal 70% duurzame elektriciteit in 2030 (huidige ambitie). Vanwege elektrificatie neemt de opgave echter steeds verder toe, waardoor monitoring van belang blijft. • Bedrijvigheid: in 2023 betrof de economisch toegevoegde waarde van alle economische activiteiten in Noardeast-Fryslân € 896 miljoen (bron: provincie o.b.v. CBS en methode LISA). Voor het behoud en/of versterken van de bedrijvigheid nemen we dit als referentiepunt mee. Monitoring vindt plaats via dezelfde bron en methode. Nadat het energieprogramma is vastgesteld, praten we uw raad periodiek bij over de uitvoering. Bijvoorbeeld in de vorm van de nieuwsbrief energie, die u reeds periodiek ontvangt. Mocht het zo zijn dat de doelstellingen uit het energieprogramma uit zicht dreigen te raken, dan kan een herijking van het energieprogramma volgen. Bijvoorbeeld parallel aan de herijking van het warmteprogramma rond 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=b3f70eec-ec11-4ec5-9dcd-ea494fdf8b3b