Bijlage - Programmabegroting 2026 met bijlagen
Tekst van het document
2025
294,00
398,00
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
In Euro’s
2025
834,00
957,00
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
In Euro’s
2025
906,00
1.050,00
Overhead
% van totale lasten
2026
9,91
-
Uniforme beleidsindicatoren
Eenheid
Gemiddelde WOZ waarde
Leeswijzer uniforme beleidsindicatoren Uniforme beleidsindicatoren
Toelichting
Bron
Gemiddelde WOZ waarde
De gemiddelde WOZ-waarde van woningen. In duizenden euro's
CBS
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
COELO
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
COELO
Overhead
Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
Eigen begroting
69
Overzicht baten en lasten Algemiene dekkingsmiddels Bedragen x €1.000 Exploitatie
Primaire begroting 2026
Baten PRG90
90 Algemiene dekkingsmiddels
PRD090
090 Lokale heffingen
14.716
PRD091
091 Algemene uitkering
125.514
PRD092
092 Dividend
PRD093
093 Overige algemene dekkingsmiddelen
445 154
Totaal 90 Algemiene dekkingsmiddels PRG91
140.829
91 Overhead
2.638
Totaal Baten
143.467
Lasten PRG90
90 Algemiene dekkingsmiddels
PRD090
090 Lokale heffingen
PRD092
092 Dividend
PRD093
093 Overige algemene dekkingsmiddelen
499 57 2.100
Totaal 90 Algemiene dekkingsmiddels
2.656
PRG91
91 Overhead
21.180
PRG92
92 VPB
PRG93
93 Onvoorzien
11 1
Totaal Lasten
23.848
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
119.619
Onttrekkingen PRG90
90 Algemiene dekkingsmiddels
378
PRG91
91 Overhead
545
Totaal Onttrekkingen
922
Stortingen PRG90
90 Algemiene dekkingsmiddels
0
Mutaties reserves
922
Nieuw beleid Algemiene dekkingsmiddels Bedragen € (x 1.000)
Nr.
Titel
Bedrag
Incidenteel/structureel/ kapitaalsinvestering
14
Aanvulling huisvesting bouwdelen A en B Gemeentehuis Dokkum
10.750
Kapitaalsinvestering
14
Aanvulling huisvesting bouwdelen A en B Gemeentehuis Dokkum
104
Structureel
70
Bezuinigingen Algemiene dekkingsmiddels Bedragen € (x 1.000)
Totaal budget
Bezuiniging
% van budget
Structureel
150
500
333%
Schrappen van de structurele toevoeging aan de Algemene Reserve
Structureel
150
150
100%
7.03
Van 9 naar 8 clusterhoofden per 1-1-2026
Structureel
1.197
133
11%
7.04
Verhogen OZB inkomsten ; + 5% struct.
Structureel
12.156
605
5%
7.05
Bezuinigingen vervanging bij ziekte, budgetverlaging. Organisatiebreed
Structureel
400
150
38%
7.06
Verlagen structureel onvoorzien naar € 1.000
Structureel
101
100
99%
Nr.
Naam bezuiniging
7.01
Opnemen stelpost in de Algemene Uitkering Gemeentefonds voor de afrekening van het BTWcompensatie fonds waar het Rijk op voorhand budget achterhoud als reserve indien er meer gecompenseerd wordt dan in het BTW-fonds zit.
7.02
Incidenteel/Structureel
71
Majeure projecten Centrale huisvesting SMART-doelstelling Centrale huisvesting Activiteit 101.1-1A: Het bestuurlijke deel van het gemeentehuis in Dokkum wordt vernieuwd en opgeknapt. In 2026 gaan we verder met het vernieuwen en opknappen van het bestuurlijke deel van het gemeentehuis. Dit gaat om bouwdelen A en B. We werken dan het ontwerp verder uit. Inhoud We zijn begonnen met het maken van een voorlopig ontwerp. Dit doen we op basis van het schetsontwerp dat er al is. Daarna maken we een definitief ontwerp. Met dit ontwerp vragen we ook de omgevingsvergunning aan. Als de vergunning is aangevraagd, starten we met de voorbereiding voor de aanbesteding. Dat betekent dat we op zoek gaan naar een aannemer en een installateur die het werk gaan uitvoeren. Planning In 2026 maken we het definitieve ontwerp en starten we de aanbesteding. Als de aannemer en installateur zijn gekozen, beginnen we met de sloop en nieuwbouw van bouwdeel B. Als bouwdeel B klaar is, starten we met de sloop en nieuwbouw van de bouwdelen A2 en A3. Ook voeren we groot onderhoud uit aan de monumentale delen van het gebouw, namelijk A1-1 en A1-2. Financiën Financiën (in tabelvorm) Omschrijving
€ (x 1.000)
Kadernota 2023: Bouwdeel A1 (rijksmonumenten) en A2
2.600
Bouwdeel B
5.700
Inrichting A en B
616
Raadsbesluit 18-09-2025 verhogen investeringskrediet
11.571
Actueel budget
20.487
Af: uitgaven (t/m 26-09-2025) Saldo
623 19.864
Toelichting: De begroting hierboven geldt voor de hele duur van het project. Het project loopt van 2024 tot en met 2028. Dat betekent dat alle uitgaven en verplichtingen in deze begroting horen bij deze periode van vier jaar. 72
Campus Kollum SMART-doelstelling Campus Kollum Activiteit 203.1-1B: Onderzoek Campus Kollum uitvoeren Omdat er steeds meer leerlingen zijn, hebben de scholen voor het basis- en voortgezet onderwijs in Kollum te weinig ruimte. Daarom is uitbreiding van de gebouwen van de Campus Kollum en het Kindcentrum Kollum nodig. Er zijn daardoor plannen voor een Brede Campus Kollum. Inhoud Het definitieve plan voor Brede Campus Kollum werd op 13 maart 2025 aan de Raad voorgelegd. Omdat er veel vragen waren werd besloten om een tweede petear te houden op 20 maart. Na een debat heeft de raad op woensdag 21 mei een positief besluit genomen. Via een amendement werd bovenop de gereserveerde middelen een aanvullend budget toegekend van 7,5 miljoen euro. Planning Het betreft een meerjarenplanning. De stand van zaken aan het begin van 2026 is als volgt: • • • •
Het definitieve plan werd in H1 2025 voorgelegd aan de raad; De formele procedure omgevingswet werd in H2 2025 gestart;. Start bouw Kindcentrum: H2 2026/ H1 2027; Start bouw Campus Kollum: H2 2026/ H1 2027.
Financiën Financiën (in tabelvorm) Omschrijving
€ (x 1.000)
2023: Raadsbesluit december 2023 t.b.v. Programma Onderwijshuisvesting (OHP) 2024
12.760
2025: Raadsbesluit 21-5-2025 verhogen budget
7.500
Actueel budget
20.260
Af: uitgaven Saldo
505 19.755
73
MFC Burdaard SMART-doelstelling MFC Burdaard Activiteit 202.1-1B: Uitvoeren aanpak MFC Burdaard In 2021 gaf het toenmalige bestuur van het MFC it Spektrum bij ons aan dat zij zorgen hadden over de toekomst van het MFC. De exploitatie was niet sluitend te krijgen door tegenvallende inkomsten en hoge kosten. Wij zijn een traject gestart om tot een oplossing te komen, zodat de basisvoorzieningen voor Burdaard en Jislum e.o. behouden blijven.
Financiën (in tabelvorm) Omschrijving
x € 1.000
2024: Onderzoeksbudget beschikbaar gesteld
30
2025: restant subsidiebudget MFC
24
2025: Vrijval exploitatiesubsidie
20
Actueel budget
74
Af: Kosten projectleiding en kosten uitwerken varianten (stand 26-09-2025)
100
Af: nog te maken kosten augustus t/m december 2025
49
Saldo
-75
Via de 2e rapportage 2025 is aanvullend budget aangevraagd ten bedrage van € 75.000.
74
Scholenpark Dokkum SMART-doelstelling Scholenpark Dokkum Activiteit 203.1-1C: Onderzoek Scholenpark Dokkum uitvoeren Hoofddoel van het project is om te komen tot voldoende en adequate onderwijshuisvesting voor Dockinga College, Dalton Dokkum, Burgerschool en Bonifatiusschool op de locatie van Scholenpark A aan de Parklaan/ Woudweg. En het verplaatsen van vmbo gemengd/ theoretisch Dockinga College naar Scholenpark B. De uitgangspunten kunnen worden samengevat in zeven hoofdthema’s. Gelijkwaardigheid, Groen, Cultuur en Sport, Verbinding, Veiligheid, Zichtbaar, Flexibel en Zorg en onderwijs. Inhoud De ontwerpfase van de vier scholen en inrichting van het openbaar gebied + infrastructuur op het Scholenpark A is volop in proces. Dit proces loopt door in kalenderjaar 2026. In 2025 werd gestart met het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van Scholenpark A. De uitvoering van dit proces loopt door in kalenderjaar 2026. De raad heeft in 2025 het investeringsvoorstel voor Scholenpark Dokkum goedgekeurd en de investeringskredieten beschikbaar gesteld. Planning Q1 2025 t/m Q1 2026 Ontwerpfase vier scholen en openbaar + infra H2 2025 t/m H2 2026 Wijzigen omgevingsplan Financiën In 2026 wordt circa 10% van het totale investeringsbudget uitgegeven (circa 4 miljoen euro). Financiën (in tabelvorm) Omschrijving
€ (x 1.000)
Raadsbesluit 5 juni 2025 Scholenpark A
32.177
Vmbo GT
7.431
Kinderopvang
2.400
Actueel budget
42.008
Af: uitgaven (tot en met 26-09-2025) Saldo
-598 41.410
Toelichting: nvt 75
Noordelijke stadsentree SMART-doelstelling Noordelijke stadsentree Activiteit 402.1-2A: Ontwikkeling van de Noordelijke stadsentree Door de ontwikkeling van de Noordelijke stadsentree (en vervanging van het huidige Panwurk) verzorgen van een economische impuls door het verbeteren van de bereikbaarheid van de (autoluwe) binnenstad en daarmee het verhogen van het binnenstadbezoek. Het Panwurk is inmiddels gesloopt a.g.v. de zeer slechte technische staat en vervanging op deze plek is noodzakelijk gelet op de toenemende parkeerdruk op de stad en ter versterking van de Noordelijke toegang tot de stad. Financiën Omschrijving
€ (x 1.000)
2020: Aanbiedingsbrief begroting onderzoeksbudget
150
2024: 1e rapportage verhoging voorbereidingskosten
100
Actueel budget
250
Af: Kosten tot en met 26-08-2025
188
Saldo
62
Harddraverspark SMART-doelstelling Harddraverspark Activiteit 404.1-2A: Herinrichting Harddraverspark in Dokkum tot toeristisch en recreatief gebied Het Voorlopig Ontwerp is door het College vastgesteld. Of het plan volgens het huidige ambitie niveau wordt uitgevoerd hangt nog af van de toekenning van de regiodealmiddelen. Als deze middelen niet worden toegekend wordt alleen de basisinfrastructuur variant aangelegd. De ruimtelijke procedure van het Voorlopig Ontwerp is afgerond. In 2026 zal het park verder uitvoeringsgereed worden gemaakt. Er wordt ook gestart met het opstellen van het Definitief Ontwerp (DO) in een bouwteamconstructie. De procedure voor aanbesteding van zowel de nieuwe recreatieondernemer alsook de aannemer voor de vervolgfase is opgestart, de gunning vindt plaats in 2026. Daardoor kan in 2026 gestart worden met het bouwteam.
76
Financiën Financiën (in tabelvorm) Omschrijving Totale investering Harddraverspark 2022
€ (x 1.000) 5.115
Begrotingswijziging: inrichting skatepark
50
aanvullend krediet kunstgrasveld vv Dokkum
100
aankoop grond tennisclub Dokkum
216
investeringsbijdrage vv Dokkum & KV Oostergo bouw kantine
350
ophogen investeringskrediet Harddraverspark 2023 1e turap 2024 overname onroerend goed en voorbereidingskosten
2.900 700
Actueel budget
9.431
Af: uitgaven (tot en met 26-09-2025)
2.651
Saldo
6.780
De raad wordt middels de tussentijdse rapportage geïnformeerd over de voortgang. Súd Ie SMART-doelstelling Súd Ie Activiteit 404.1-2C Realisatie (fase 3) Súd Ie & Wetterfront Dokkum Het Programma Súd Ie & Wetterfront Dokkum omvat de volgende deelprojecten: 1. Fietspad Súd Ie. 2. De vaarroute Súd Ie in de provinciale DM-vaarklasse 3. Ontsluiting van de Noordelijke Stadsgrachten met de Aalsumerpoortbrug. Onderdeel van het Programma Súd Ie is ontsluiting van de Noordelijke Stadsgrachten via een verhoogde Aalsumerpoortbrug op de route Súd Ie. Daarnaast geldt ook de output van een tweede kleine brug en een aanlegvoorziening. 4. Vismonitoring, waterstekjes, boomgaardeilandje, vermarkten, etc.
77
Inhoud 1. Het deelproject fietspad Súd Ie betreft de aanleg van 8 kilometer fietsroute tussen Dokkum en Oostmahorn 2. Voor de inmiddels voltooide Dm-vaarroute Súd Ie tussen Dokkum en De Skâns (Oostmahorn) aan het Lauwersmeer met 2,40 meter doorvaarthoogte moet na afronding van alle (andere) deelprojecten van het programma Súd Ie nog de vaststelling van de subsidie Waddenfonds e.d. plaatsvinden. 3. Ontsluiting Noordelijke Stadsgrachten: Voor de Aalsumerpoortbrug is in 2024 de keuze gemaakt in te zetten op een hoog architectuurniveau brugontwerp met historisch karakter. De andere beide (kleinere) deelprojecten bestaan uit de upgrading van de kleine houten brug naar De Helling en de realisatie van een openbare aanlegvoorziening. 4. De uitvoering van twee deelprojecten vismonitoring wordt uitgevoerd door Van Hall Larenstein in samenwerking met o.a. Wetterskip Fryslân. 5. De upgrading van het boomgaardeilandje bij de binnenstad van Dokkum is een klein deelproject op het kruispunt van vaarwegen. 6. De output voor de vermarkting van de Súd Ie is in 2024 geleverd met een tweede evenement bij de opening van de Saatsenbrêge en daarmee de voltooiing van de vaarroute. Financieel kan dit deelproject niet eerder dan na afronding van alle deelprojecten met het Waddenfonds in een vaststelling van subsidie worden afgesloten. 7.
Bijzonder deelproject betreft de aanleg van enkele waterstekjes als kunstwerken en beleefplekken langs de recreatieve route Súd Ie Financiën Oorspronkelijk kasritme: € 2,3 miljoen in 2025 en € 4,2 miljoen in 2026
Geactualiseerd kasritme i.r.t. bijgestelde uitvoeringsplanning: € 0,8 miljoen in 2025 en € 5,7 miljoen 2026
Dit nieuwe kasritme hangt samen met de bovengenoemde bijgestelde uitvoeringsplanning voor de deelprojecten in de Noordelijke Stadsgrachten en de het fietspad Súd Ie.
De Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân (CBAF) zal dit najaar besluiten over toekenning van een schadebedrag van ca. €65.000 voor 5 gerealiseerde bruggen in het bodemdalingsgebied. Het te ontvangen bedrag van CBAF dient te dekking van niet subsidiabele kosten van het project Súd Ie.
Link met Programma 6 voor deelfinanciering van de Aalsumerpoortbrug: Voor de financiering van specifieke deelopgaven bij realisatie van de Aalsumerpoortbrug en de benodigde noodbrug is door de raad binnen Programma 6 afzonderlijke aanvullende (deel)financiering beschikbaar gesteld. Het doorschuiven van die beschikbare financiering naar realisatiejaar 2026 wordt in dat Programma beschreven.
78
Financiën (in tabelvorm) Omschrijving
€ (x 1.000)
Budget T2 2024
35.200
Actueel budget
35.200
Af: uitgaven (tot en met 26-09-2025)
-29.332
Saldo
5.868
Klimaatplan SMART-doelstelling Klimaatplan Activiteit 503.1-5A: In 2025 is een Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie opgesteld Wij stellen een Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie op om dat uw raad op 15 september 2022 een motie ‘klimaatadaptieve maatregelen’ heeft aangenomen. Hierin wordt gevraagd een gemeentelijk klimaatadaptatieplan op te stellen, met als doel de gevaren en gevolgen voor mens en dier van de toenemende hitte, droogte en wateroverlast te beperken en te bestrijden. Er is hierbij gevraagd om onderzoek te doen naar klimaatadaptieve maatregelen, en waar nodig initiatieven te nemen om onze gemeente klimaatbestendiger te maken. Mobiliteitsplan SMART-doelstelling Mobiliteitsplan Activiteit 602.1-1A: Uitvoering gemeentelijk mobiliteitsplan (GMP) Het project geeft uitvoering aan de maatregelen die in het gemeentelijk mobiliteitsprogramma zijn opgenomen. Het beleidsdeel van het Gemeentelijk mobiliteitsplan (GMP) is vastgesteld. Er wordt een uitvoeringsplan gemaakt. Hierin staan de uit te voeren maatregelen beschreven. Dit plan wordt afgestemd op het geplande wegenonderhoud en de beschikbare subsidies. Op basis van het uitvoeringsplan worden de maatregelen voorbereid en het bestek gereed gemaakt. Start van de realisatie is voorzien in Q2 2026.
79
Financiën (in tabelvorm) Omschrijving
€ (x 1.000)
2023: Uitvoering GMP
700
Actueel budget
700
Af: uitgaven (tot en met 26-09-2025)
10
Bij: 2025: Provinciale projectsubsidie OV Busbaan Hallum
-42
Saldo
732
Rondweg Wânswert SMART-doelstelling Rondweg Wânswert Activiteit 602.1-3D: aanleggen van een rondweg om Wânswert De aanleg van de rondweg bij Wânswert betreft het realiseren van een fysieke verbinding die de ruimtelijke structuur van het dorp versterkt. Het doel van deze infrastructuur is om het doorgaande verkeer — waaronder zwaar verkeer — uit het dorpshart te halen en daarmee de leefbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren met aandacht voor landschap en ruimtelijke kwaliteit. Financiën (in tabelvorm)
Omschrijving
€ (x 1.000)
Restant investeringsbudget Ferwerderadiel per 1-1-2019 (start Noardeast-Fryslân, inclusief bijdrage provinsje Fryslân van € 600.000)
1.657
Begroting 2023 verhoging budget
3.700
begroting 2024: verhoging budget i.v.m. grondaankoop
2.658
Af: 1e tussentijdse rapportage 2025 (niet ontvangen subsidie provinsje Fryslân)
-300
Bij: Kadernota 2026 (nieuw beleid)
300
Actueel budget
8.015
Af: uitgaven (tot en met 26-09-2025)
3.011
Saldo
5.004
80
Paragrafen Paragraaf lokale heffingen Inleiding Hieronder treft u een beknopte uiteenzetting aan van de omvang van het huidige pakket aan belastingen en van het beleid met betrekking tot de jaarlijks vast te stellen tarieven en de kwijtschelding van belastingen. Ook zijn de effecten van dat beleid vertaald in de woonlastenontwikkeling voor het jaar 2026 ten opzichte van 2025. Overzicht belastingen en heffingen Onroerendezaakbelastingen De onroerendezaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen waarvan de opbrengst tot de algemene middelen behoort en dus naar eigen inzicht kan worden besteed. De hoogte van de aanslagen is zowel afhankelijk van de waarde van een object, zoals die elk jaar wordt bepaald op basis van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ), als van de door de raad vastgestelde tarieven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen tarieven voor eigenaren van woningen, eigenaren van nietwoningen en gebruikers van niet-woningen. Roerende woon- en bedrijfsruimteheffingen Deze qua omvang bescheiden heffingen, zijn een tegenhanger van de onroerendezaakbelastingen. Het kenmerkende verschil is, zoals de naam van deze belastingen al doet vermoeden, dat zij zich richten op roerende zaken die bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, zoals bedrijfsvaartuigen en woonboten. De hoogte van de heffing is gekoppeld aan de WOZ-waarde van die objecten.
Net als de onroerendezaakbelastingen kennen ook deze belastingen drie tarieven. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven van een natuurlijke persoon die voor hemzelf of zijn gezin (meer dan) negentig dagen een gemeubileerde woning binnen de gemeente beschikbaar houdt (veelal een tweede woning). Bijkomende eis is, dat diegene geen hoofdverblijf houdt binnen de gemeente waar de woning is gelegen. De belasting is gekoppeld aan de hoogte van de WOZ-waarde van de woning. Dat is dezelfde waarde als wordt gebruikt voor de onroerendezaakbelastingen. Bij de forensenbelasting geldt een maximumtarief. Toeristenbelasting Met ingang van 1 januari 2021 is de toeristenbelasting ingevoerd. De toeristenbelasting is een algemene belasting en daarmee een algemeen dekkingsmiddel. De belasting is gebaseerd op de gedachte dat door personen die binnen de gemeentegrenzen verblijven en niet zijn ingeschreven in het BRP, maar wel gebruik maken van de (algemene) gemeentelijke voorzieningen, een bijdrage leveren aan deze algemene voorzieningen. De belasting moet dan ook worden gezien als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeente voor de instandhouding van die voorzieningen. De belasting wordt verschuldigd voor het houden van verblijf met overnachting tegen vergoeding en wordt geheven van degene die verblijf biedt.
Deze is dan op grond van regelgeving bevoegd de belasting te verhalen op de persoon of personen die verblijf houden.
81
Reclamebelasting Deze belasting wordt geheven voor het doen van openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Het tarief is een vast bedrag per jaar per vestiging. In de praktijk betalen voornamelijk de eigenaar/gebruikers van winkelruimten in het centrum van Dokkum deze belasting. Vanwege een overeenkomst met Stichting Ondernemersfonds Dokkum, wordt de jaarlijkse opbrengst onder aftrek van perceptiekosten (gemeentelijke kosten om deze belasting te heffen en te innen) uiteindelijk teruggegeven aan de Stichting. De gelden dienen dan te worden aangewend voor diverse promotionele activiteiten gericht op versteviging van de economische positie van de binnenstad van en haar winkelbestand. Parkeerbelastingen Deze belastingen worden geheven voor het parkeren van motorvoertuigen waar dat alleen tegen betaling is toegestaan. En voor de afgifte van een vergunning om op een betaalde plaats te mogen staan zonder de meter in werking te stellen. Het zogenoemde belanghebbende parkeren. De gemeente is vrij om de hoogte van de tarieven te bepalen. Dat geldt niet voor het tarief als niet of niet tijdig voor het parkeren is betaald. In dat geval ontvangt de houder van het kenteken een naheffingsaanslag (“parkeerbon”) waarvan de maximale hoogte wettelijk is vastgesteld. Voor het jaar 2026 is dat maximum € 82,00. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een zogenaamde bestemmingsheffing.
De opbrengst vloeit niet naar de algemene middelen, maar dient ter dekking van de kosten van afvalinzameling en –verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtschelding volledig worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing (100% kostendekking). In de tariefstelling wordt onderscheid gemaakt tussen een- en meerpersoonshuishoudens. Hiermee wordt invulling gegeven aan het principe “de vervuiler betaalt”. Rioolheffing De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door middel van de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen die op dat stelsel zijn aangesloten. De gemeente heeft naast de zorgplicht voor gemeentelijk afval- en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. De opbrengst van de rioolheffing, met als uitgangspunt 100% kostendekking (inclusief kosten van kwijtschelding) wordt gebruikt om de voorzieningen, die dienen voor de uitvoering van genoemde zorgplicht, te bekostigen. Leges Voor elk van de belastingverordeningen waarbij sprake is van kostenverhaal, zoals de hiervoor aangehaalde verordeningen afvalstoffen- en rioolheffing, moet inzichtelijk worden gemaakt, dat de totale geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale lasten van de verordening.
Deze opbrengstnorm ziet op de verordening in haar totaliteit, maar anders dan in bijvoorbeeld de Verordening rioolheffing of afvalstoffenheffing worden in de Legesverordening heel veel verschillende diensten van een tarief voorzien. Voorbeelden zijn paspoorten, rijbewijzen, huwelijksvoltrekkingen, omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen en drank- en horecavergunningen. De diensten waarvoor leges worden geheven, zijn in de Legesverordening op samenhang geclusterd. • Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening; • Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; • Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Onder hoofdstuk 1 vallen met name de legestarieven voor diensten van Burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen en huwelijksvoltrekkingen). Onder hoofdstuk 2 vallen de legestarieven voor diensten die verleend worden in het kader van de Omgevingswet. Onder hoofdstuk 3 vallen de legestarieven voor diensten die uitsluitend verleend worden aan ondernemers zoals de vergunningen in het kader van de Alcoholwet, de evenementenvergunning en de vergunning voor seksbedrijven. 82
Kruissubsidiëring Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten. Ook binnen hoofdstuk 2 is kruissubsidiëring toegestaan en ook tussen hoofdstuk 1 en 2. Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder hoofdstuk 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergunning uit hoofdstuk 2. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen hoofdstuk 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Voor elk van de tarieven van die Titel geldt de norm van maximaal 100% kostendekking. Kostendekking (ANG-model) Met ingang van het jaar 2021 is besloten om voor hoofdstuk 1 tot en met 2 van de legesverordening de tarieven op een zodanig niveau vast te stellen dat (al dan niet met gebruikmaking van kruissubsidiering) ernaar wordt gestreefd dat 100% van de lasten wordt verhaald. Dit wordt niet voor hoofdstuk 3 toegepast omdat de effecten daarvan te veel op maatschappelijke en economische weerstand stuitten. Uitgangspunt voor de berekening van de lasten is het zogenoemde ANG-model. Ook voor het jaar 2026 is dat model leidend voor de in aanmerking te nemen geraamde lasten per hoofdstuk.
Liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen Ofschoon de groep van belastingplichtigen in belangrijke mate dezelfde is als die voor de roerende woon- en bedrijfsruimteheffing, dient deze heffing toch een ander doel. De roerende woon- en bedrijfsruimte is een echte belasting zoals de onroerendezaakbelastingen. Daarmee zijn de middelen van die belasting vrij aanwendbaar. De heffing liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen is daarentegen een retributie, die dient tot verhaal van gemeentelijke kosten voor de instandhouding van ligplaatsen. De houder van de ligplaatsvergunning is belastingplichtig en betaalt per jaar een in de belastingverordening opgenomen vast bedrag. Bruggelden Onder de naam “bruggelden” wordt een recht geheven voor het door de gemeente openen en geopend houden van een brug voor het doorlaten van een vaartuig. Het gaat daarbij om een drietal in de belastingverordening nader aangeduide bruggen over de Dokkumer Ee. Afhankelijk van welke brug men passeert, variëren de tarieven per passage. Het voornemen is om per 1 januari 2026 te stoppen met het heffen van bruggelden. De opbrengsten hiervan worden dan verwerkt in de tarieven voor ligen staangelden. De komende tijd wordt dit verder uitgewerkt. Omdat definitieve besluitvorming hierover nog plaats moet vinden , is toch een bedrag opgenomen voor bruggelden.
Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers Op grond van deze belastingverordening worden rechten geheven van houders van pleziervaartuigen en campers die gebruik maken van respectievelijk lig- en standplaatsen die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn. De heffing ziet hoofdzakelijk op passanten. Voor zover zij tevens nachtverblijf houden tegen vergoeding is ook toeristenbelasting verschuldigd. De hoogte van de heffing voor liggelden is afhankelijk van de lengte van het schip en de duur van het verblijf. Voor campers wordt steeds een vast bedrag per dag per standplaats in rekening gebracht. Het voornemen is om per 1 januari 2026 te stoppen met het heffen van bruggelden. De opbrengsten hiervan worden dan verwerkt in de tarieven voor lig- en staangelden. Wat dit precies betekent voor de hoogte van die tarieven is op dit moment nog niet bekend; dit wordt de komende tijd verder uitgewerkt. De definitieve besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Rioolaansluitrecht Nog slechts zelden worden op fiscale wijze de kosten verhaald voor het aansluiten van bestaande panden op het gemeentelijke rioolnet. In die sporadische gevallen voorziet de verordening rioolaansluitrecht in een eenmalige heffing. De belasting wordt geheven van de aanvrager van de dienst. 83
Lijkbezorgingsrechten Op basis van deze belastingverordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en de daarmee samenhangende diensten. Zowel het gebruik als de aard van de af te nemen diensten kennen veel verschijningsvormen, die in de bij de verordening behorende tarieventabel met naam en toenaam limitatief zijn genoemd. Tarieven- en kwijtscheldingsbeleid Tarievenbeleid •
Voor zover geen ander beleid of andere overwegingen gelden, worden de tarieven van de belastingen, heffingen en rechten verhoogd met de stijging van het consumentenprijsindexcijfer. Voor het jaar 2026 is daarbij uitgegaan van een inflatiepercentage van 3,7 %, gebaseerd op de Consumentenprijsindex van maart 2025 van het Centraal bureau voor de statistiek.
•
Besloten is om de inkomsten OZB voor het jaar 2026 te verhogen, wat tot een structurele extra inkomst van € 605.000 zorgt. De opbrengst onroerendezaakbelastingen wordt enerzijds beïnvloed door de WOZ-waardeontwikkeling en anderzijds door de tariefstelling. Voor woningen wordt een waardestijging verwacht van 10,39% en voor niet-woningen 1,5%. Dit resulteert in een daling van het tarief van OZB eigenaar woningen met 1,46%. Het tarief OZB eigenaar niet-woningen stijgt met 8,17% en het tarief OZB gebruiker niet-woningen stijgt met 7,95%.
•
Voor de toeristen- en parkeerbelastingen geldt, dat zij dienen als instrumentarium en daarmee als onderdeel van een veel meer omvattend beleid over toerisme en de bereikbaarheid van winkelkernen. De tariefontwikkelingen van die belastingen zijn dan ook zelden autonoom, maar vaak gekoppeld aan de gewenste richting op genoemde beleidsterreinen. Zoals aangekondigd in de kadernota 2025-2028 wordt het tarief toeristenbelasting voor het jaar 2026 verhoogd naar € 2,00. Ook is besloten om de inkomsten uit parkeerbelastingen in 2026 te verhogen. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheid om betaald parkeren uit te breiden naar de randgebieden ( conform de Kadernota 2026).
•
Besloten is om de inkomsten forensenbelasting voor het jaar 2026 te verhogen, wat tot een structurele extra inkomst van € 78.500 zorgt. De belasting is gekoppeld aan de hoogte van de WOZ-waarde van de woning. Het tarief forensenbelasting is verhoogd met het inflatiepercentage van 3,7%. Daarnaast is het maximumtarief verhoogd naar € 1.600,00 (was € 1.193,00). Het maximumtarief is al een paar jaar hetzelfde gebleven. Omdat het maximumtarief niet is aangepast aan de waardestijging, is de waarde ervan elk jaar minder geworden. In 2022 is het maximumtarief voor het laatst verhoogd. Nu is een inhaalslag gemaakt.
•
Voor de afvalstoffen- en rioolheffing wordt een kostendekking aangehouden van 100%. Dit resulteert in een stijging van de tarieven voor de afvalstoffenheffing met 12,54%. Het tarief voor de rioolheffing blijft gelijk.
•
Voor de leges is aansluiting gezocht bij het ANG-model.
•
Het tarief voor de reclamebelasting in overleg met de Stichting vastgesteld op € 485. Dit is een vast tarief, tenzij het bestuur met een verzoek tot verhoging komt.
84
Kwijtscheldingsbeleid Met het hanteren van een kwijtscheldingsregeling geeft de gemeente een deel van zijn burgers de mogelijkheid om voor een lagere belastingaanslag in aanmerking te komen. De ruimte om een eigen gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid te voeren is beperkt. De criteria waaraan kwijtscheldingsverzoeken getoetst worden, zijn op rijksniveau vastgesteld. Wel mogen gemeenten zelf bepalen van welke belastingen zij kwijtschelding verlenen en welk deel van de belastingaanslag wordt kwijtgescholden. De aanslagen onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing komen in principe voor kwijtschelding in aanmerking. De gemeente Noardeast-Fryslân maakt gebruik van de ruimst mogelijke normen voor kwijtschelding, te weten de 100% bijstandsnorm en 100% AOW-norm. Dit geldt tevens voor de vermogenstoets, waarbij ook de ruimst mogelijke extra vermogensvrijstelling gehanteerd wordt. Het totaalbedrag aan te verlenen kwijtscheldingen wordt geraamd op € 400.000. Dit totaalbedrag is nagenoeg gelijk toe te kennen aan de afvalstoffenheffing en ook rioolheffing. Tarieven 2026 Belasting soort
Tarief 2025
Tarief 2026
%
OZB-eigenaar woningen
0,1248%
0,1230%
-1,46%
OZB-eigenaar niet-woning
0,2954%
0,3195%
8,17%
OZB-gebruiker niet-woning
0,2249%
0,2428%
7,95%
RWBR-eigenaar woning
0,1248%
0,1230%
-1,46%
RWBR-eigenaar niet-woning
0,2954%
0,3195%
8,17%
RWBR-gebruiker niet-woning
0,2249%
0,2428%
7,95%
Forensenbelasting
0,5567%
0,5773%
3,7%
Reclamebelasting
€ 485,00
€ 485,00
0%
Parkeerbelastingen
div.
div.
Leges
div.
div.
€ 1,50
€ 2,00
Woning
€ 240,21
€ 240,21
Niet-woning
€ 240,21
€ 240,21
Grootverbruikers
€ 21,21
€ 21,21
Percelen zonder aansluiting op waterleidingnet of waterverbruik < 10m3
€ 47,59
€ 47,59
Toeristenbelasting
33,33%
Rioolheffing
0%
85
Afvalstoffenheffing Eénpersoonshuishouden
€ 170,46
€ 191,84
Meerpersoonshuishouden
€ 242,18
€ 272,55
€ 5,10
€ 5,30
3,70%
€ 1,80
€ 1,90
3,70%
Liggeld woonschepen en bedrijfsvaartuigen
div.
div.
Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers
div.
div.
€ 1.128,40
€ 1.170,15
div.
div.
12,54%
Bruggelden Altenabrêge •
Per vaartuig
Bruggen Dokkumer Ee •
Per vaartuig
Rioolaansluitrecht Lijkbezorgingsrechten
3,70%
86
Belastingopbrengsten Opbrengsten belastingen 2026 (bedragen x 1.000 euro) Verwachte opbrengst 2025
Begroting 2026
Mutatie
OZB-eigenaar woningen
7.547
8.219
672
OZB-eigenaar niet-woning
2.845
3.239
394
OZB-gebruiker
1.764
1.989
225
1
1
0
Forensenbelasting
238
317
79
Toeristenbelasting
588
785
197
Parkeerbelastingen
312
895
584
Reclamebelasting
89
89
0
Afvalstoffenheffing
4.508
5.054
546
Rioolheffing
4.971
4.822
-149
Liggeld woonschepen en bedrijfsvaartuigen
4
4
0
Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers
4
83
79
Bruggelden
93
93
0
2.103
2.014
-89
518
516
-2
25.582
28.118
2.536
Belasting soort
RWBR
Leges Lijkbezorgingsrechten Totaal
87
Kostendekking Afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en rechten lijkbezorging Afvalstoffenheffing (bedragen x 1.000 euro) Overzicht kostendekking afvalstoffen
Taakveld
Begroting 2026
Exploitatielasten afvalstoffen
7.3 Afval
4.236
Straatreiniging
7.3 Afval
62
0.64 Belastingen overig
5
0.4 Overhead
375
n.v.t.
684
6.3 Inkomensregelingen
200
7.3 Afval
227
LASTEN:
Heffings- en inningskosten Overhead Compensabele BTW Kwijtscheldingen Kapitaallasten Totale lasten
5.789
BATEN: Afvalstoffenheffing
7.3 Afval
4.490
Dividend
7.3 Afval
30
0.5 Treasury
225
Onttrekking voorziening
7.3 Afval
240
Overige baten
7.3 Afval
240
Tariefstijging 12,54%
7.3 Afval
563
Verpakkingen/matrassen/prullenbakken
Totale baten
5.789
Dekkingspercentage
100%
88
Rioolheffing (bedragen x 1.000 euro) Overzicht kostendekking riolering
Taakveld
Begroting 2026
Exploitatielasten riolering
7.2 Riolering
2.235
Straatreiniging
7.2 Riolering
62
Heffings- en inningskosten
7.2 Riolering
5
Overhead
0.4 Overhead
400
n.v.t.
535
6.3 Inkomensregelingen
200
7.2 Riolering
1.866
LASTEN:
Compensabele BTW Kwijtscheldingen Kapitaallasten Totale lasten
5.304
BATEN: Rioolheffing
7.2 Riolering
4.822
Overige baten
7.2 Riolering
16
Onttrekking aan voorziening
7.2 Riolering
466
Totale baten
5.304
Dekkingspercentage
100%
89
Lijkbezorgingsrechten (bedragen x 1.000 euro) Overzicht kostendekking lijkbezorgingsrechten
Taakveld
Begroting 2026
7.5 Begraafplaatsen
882
0.4 Overhead
156
7.5 Begraafplaatsen
105
LASTEN: Exploitatielasten begraafplaatsen Overhead Kapitaallasten Totale lasten
1.143
BATEN: Begraaftarieven
7.5 Begraafplaatsen
516
Overige baten
7.5 Begraafplaatsen
168
Totale baten
684
Dekkingspercentage
60%
Leges (bedragen x 1.000 euro)
Titel 1 Algemene Dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Totaal Titel 1 en 2 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnen Totaal Legesverordening
Begrote opbrengsten 2026
Toegerekende kosten ANG model
Kostendekking
1.116
1.175
95%
868
817
106%
1.984
1.993
100%
30
118
25%
2.014
2.110
95%
90
Woonlastenontwikkeling een- en meerpersoonshuishoudens Woonlasten 2026 eigenaar - bewoner 1) Gemiddelde woonlasten eigenaar-bewoner
Eenpersoonshuishouden 2026
Meerpersoonshuishouden 2026
Onroerendezaakbelastingen eigenaar 2)
426,00
426,00
Afvalstoffenheffing
191,84
272,55
Rioolheffing 3)
240,21
240,21
Totaal
858,05
938,76
Gemiddelde woonlasten 2025
834,00
906,00
Toename lokale lastendruk
2,88 %
3,62 %
1) Woonlastenontwikkeling een- en meerpersoonshuishoudens 2025 – 2026 in overeenstemming met de door het COELO gehanteerde berekening. 2) Voor het jaar 2026 is voor de berekening van de woonlasten een geschat gemiddelde WOZwoningwaarde aangehouden van € 346.219 (voor 2025 was dit € 339.000) 3) Rioolheffing voor meerpersoonshuishoudens gebaseerd op een waterverbruik van 135 m3 per jaar en voor éénpersoonshuishoudens op 46 m3 per jaar. Woonlasten huurder Gemiddelde woonlasten huurder
Eenpersoonshuishouden 2026
Meerpersoonshuishouden 2026
Afvalstoffenheffing
191,84
272,55
Rioolheffing 3)
240,21
240,21
Totaal
432,05
512,76
Gemiddelde woonlasten 2025
410,67
482,39
Toename lokale lastendruk
5,20%
6,29%
91
Vergelijken woonlasten op basis van Atlas van de lokale belastingen Elk jaar publiceert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, de zogenoemde Atlas van de lokale belastingen. Dat Atlas geeft jaarlijks een overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen, waaraan wij voor het jaar 2025 de onderstaande tabellen hebben ontleend. In die tabellen worden de gemiddelde woonlasten voor de eigenaar-bewoner en de huurder weergegeven, en ook de provinciale en landelijke rangorde voor wat betreft de meerpersoonshuishoudens. In het verlengde daarvan hebben wij, zowel in relatieve als absolute zin, de afwijkingen ten opzichte van het Fryske gemiddelde weergegeven. Let wel: het gaat hierbij om de cijfers 2025. De cijfers 2026 zijn uiteraard pas in de loop van volgend jaar beschikbaar. Woonlasten 2025 eigenaar - bewoner
Gemeente
Eenpersoons
Meerpersoons
Rangorde Provinciaal meerpersoons
Rangorde landelijk meerpersoons
NoardeastFryslân
834
906
10
47
Gemiddelde in Fryslân
811
927
Eenpersoons
Meerpersoons
2,83%
-2,26%
23
-21
Verhouding t.o.v. Frysk gemiddelde In procenten In euro's
De provinciale rangorde is in 2025 in vergelijk met 2024 niet gewijzigd. Van de 18 gemeenten binnen de provincie staat Noardeast-Fryslân op plek 10 (was ook 10). Nummer 1 heeft de laagste woonlasten (Ameland) en nummer 18 de hoogste (Schiermonnikoog). Woonlasten 2025 huurder
Gemeente
Eenpersoons
Meerpersoons
Rangorde Provinciaal meerpersoons
Rangorde landelijk meerpersoons
NoardeastFryslân
411
482
10
171
Gemiddelde in Fryslân
350
470
92
Verhouding t.o.v. Frysk gemiddelde In procenten In euro's
Eenpersoons
Meerpersoons
17,42%
2,55%
61
12
Voor de huurder met een meerpersoonshuishouden geldt, dat de provinciale positie in 2025 ten opzichte van 2024 is gewijzigd. Van plek 11 naar 10. Nummer 1 heeft de laagste woonlasten (Weststellingwerf) en nummer 18 de hoogste (Waadhoeke). Ook is de landelijk positie verbeterd. Daar is de gemeente in de rangorde van “goedkoopste” gemeenten gestegen van plek 188 naar plek 171. De relatieve verschillen ten opzichte van het Fryske gemiddelde worden steeds kleiner. De gemeente groeit langzaam naar het Fryske gemiddelde toe.
93
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De Gemeente Noardeast-Fryslân acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is het weerstandsvermogen berekend. Risicoprofiel Om de risico's van de gemeente in kaart te brengen is een risico-inventarisatie uitgevoerd in samenwerking met de betrokken medewerkers uit de organisatie. Hierbij is gebruik gemaakt van het softwareprogramma NARIS waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld. Uit de inventarisatie zijn 45 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht wordt de top 10 van deze risico’s gepresenteerd die de hoogste bijdrage leveren aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Deze top 10 risico’s bepalen gezamenlijk voor 85% het noodzakelijke weerstandsvermogen.
Met deze risico-inventarisatie hebben wij een eerste stap gezet in het beschrijven van risico’s. Het geeft meer inzicht in de aanwezige risico’s en stelt organisatie en bestuur in staat beter te sturen op de beheersing van risico’s en te bepalen welk weerstandsvermogen nodig is om financiële schade voortkomend uit risico’s te ondervangen. Wij zijn van plan de komende jaren het inzicht in risico’s en de sturing en beheersing van de risico’s verder te ontwikkelen. In tabel 1 treft u een overzicht aan van de top-10 risico’s van de gemeente Noardeast-Fryslân. Tabel 1: belangrijkste financiële risico's
Risiconummer
Risico
Gevolgen
Kans
Financieel gevolg
Invloed
R309
Virussen en/of hacking.
Stagnatie van werkzaamheden, performance verlies en/of verlies gegevens.
30%
max. € 5.000.000
25.85%
R311
Overschrijdingen door scherper aan de wind te gaan varen met de begroting.
50%
max. € 2.600.000
22.43%
R173
Toename van het aantal jeugdvoorzieningen door meer aanvragen dan verwacht.
35%
max. € 1.750.000
13.92%
Er komt een overschrijding op de begrote budgetten. Deze overschrijding is afhankelijk van de zorgvraag en varieert per zwaarte van de zorgindicatie.
94
R162
Prijsstijging van uit te besteden werk. Vertraging in leveringen. Prijsstijging inkoop bouwmateriaal en materieel.
R315
Besluit tot gaswinning bij Ternaard.
R313
Budgetten tractie en randapparatuur vervanging en onderhoud onder druk.
R320
Het Rijk kent onze SPUK-aanvraag BTW Sport niet volledig toe omdat landelijk het uitkeringsplafond is bereikt.
R214
Het budgethouderschap en de sturing & control op de bewaking van budgetten is niet optimaal.
Toenemende kosten bij onderhoud, vervanging en nieuwe projecten.
70%
max. € 800.000
6.43%
60%
max. € 600.000
5.52%
70%
max. € 500.000
4.01%
30%
max. € 630.000
2.18%
Overschrijding van budgetten.
30%
max. € 500.000
1.72%
R229
Het subsidiebureau voor de versnellingsagenda maakt een (procedurele) inschattingsfout bij de beoordeling van een ingediende subsidieaanvraag, waardoor door de Regioboard en het college van Noardeast-Fryslan een foutieve subsidietoekenning plaatsvindt.
Een bezwaarschift kan er toe leiden dat de aangevraagde middelen toch moeten worden toegekend. Het niet goed hanteren van de regels (bijv. voor steunverlening) kunnen ertoe leiden dat subsidie moet worden teruggevorderd.
30%
max. € 500.000
1.71%
R136
Er wordt een Elfstedentocht op de schaats georganiseerd.
De kosten bestaan voornamelijk uit de te nemen maatregelen voor het veilig verloop van een
10%
max. € 1.555.000
1.64%
Te lage vervangingsinvesteringen in de begroting en een tekort aan onderhoudsbudget.
95
Elfstedentocht. Denk hierbij aan verkeersmaatregelen met bijbehorende hekken, bebording en verkeersregelaars, cameratoezicht, beveiliging en ook personeelskosten.
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd in NARIS. Deze simulatie is toegepast om inzicht te krijgen in de financiële impact van de risico’s en om te bepalen welk bedrag gereserveerd moet worden om voldoende weerstand te kunnen bieden. Hierbij is bewust gekozen om niet het maximale bedrag van alle risico’s gezamenlijk te reserveren, aangezien het onwaarschijnlijk is dat alle risico’s gelijktijdig en in hun volle omvang zullen optreden. Door gebruik te maken van de simulatie is berekend welk bedrag nodig is om ten minste 90% van de potentiële risico’s af te dekken. Uit de analyse blijkt dat hiervoor een bedrag van € 6.756.000 benodigd is. Dit bedrag wordt aangeduid als de benodigde weerstandscapaciteit. Het vormt een realistische inschatting van de financiële buffer die noodzakelijk is om de organisatie in staat te stellen adequaat te reageren op onvoorziene gebeurtenissen, zonder dat dit direct leidt tot financiële problemen. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Noardeast-Fryslan bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In het geval van de gemeente Noardeast-Fryslân is dat de Algemene reserve en de post onvoorzien. Weerstandscapaciteit
Bedrag
Algemene reserve
€ 8.760.000
Algemene reserve ter dekking van risico’s
€ 6.756.000
Post onvoorzien Totale weerstandscapaciteit
€ 1.000 € 15.517.000
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
96
De normtabel hieronder is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
Het weerstandsvermogen valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Echter, het weerstandsvermogen alleen zegt niet zoveel over de financiële positie van de gemeente. Om een beter beeld te krijgen van de financiële positie moeten verschillende kengetallen, opgenomen onder het kopje ‘Kengetallen’ in samenhang beoordeeld worden. Alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding geeft dit een goed beeld van de actuele financiële positie. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van gemeenten. Om dit te bereiken is de BBV op dit onderdeel aangepast en wordt deze paragraaf uitgebreid met de volgende kengetallen voor: -
Netto schuldquote; Solvabiliteitsratio; Grondexploitatie; Structurele exploitatieruimte; Belastingcapaciteit.
Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente.
97
Netto Schuldquote/Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Hoe hoger de schuld hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote laat de verhouding zien tussen de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen van de gemeente en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- en exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Rekening 2 024
Begroting 2 025
Begroting 2 026
Begroting 2 027
Begroting 2 028
Begroting 2 029
Netto schuldquote
39%
68%
94%
119%
122%
109%
Netto schuldquote ( excl. doorgeleende gelden)
34%
63%
89%
114%
117%
104%
De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Bij deze signaalwaarde is sprake van een relatief hoge schuldendruk. Voor Noardeast-Fryslân kan vastgesteld worden dat er geen sprake is van een hoge schuldendruk, echter loopt deze wel op de komende jaren. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio (= Eigen Vermogen/ Totaal Vermogen) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe weerbaarder de gemeente is.
Solvabilit eit
Rekening 2 024
Begroting 2 025
Begroting 2 026
Begroting 2 027
Begroting 2 028
Begroting 2 029
27%
18%
16%
13%
12%
12%
Harde normen voor de waarde die de solvabiliteit zou moeten hebben, zijn er niet. De signaalwaarde voor de solvabiliteit bedraagt 5%, bij een lagere uitkomst heeft de gemeente een hoge schuldbelasting van het bezit. De Solvabiliteit van een gemeente is relatief laag doordat veel van de activa van de gemeente niet verhandelbaar is. Een solvabiliteit van rond de 20% is voor een gemeente goed te noemen. Om dit niveau vast te houden kan de Algemene reserve slechts beperkt aangewend worden, de raad heeft geen minimumniveau voor wat betreft de Solvabiliteit vastgesteld.
98
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten uit de exploitatie. Omwille van de vergelijkbaarheid van jaar op jaar is voor alle jaren uitgegaan van grondwaarden exclusief niet in exploitatie genomen gronden (zoals vanaf de jaarrekening 2016 voorgeschreven door het BBV).
Grondexploit atie
Rekening 2 024
Begroting 2 025
Begroting 2 026
Begroting 2 027
Begroting 2 028
Begroting 2 029
3%
3%
3%
2%
1%
0,2%
Het lage percentage geeft aan dat de grondposities van de gemeente zeer beperkt zijn. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar het saldo van de structurele baten en structurele lasten en dit saldo wordt afgezet tegen de totale baten.
Structurele exploitatierui mte
Rekening 2 024
Begroting 2 025
Begroting 2 026
Begroting 2 027
Begroting 2 028
Begroting 2 029
0,4%
0,8%
1,6%
0,8%
-1,8%
-1,1%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale lasten woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar “t” te vergelijken met het landelijke gemiddelde in jaar “t-1” in en uit te drukken in een percentage.
Belastingcapa citeit
Rekening 2 024
Begroting 2 025
Begroting 2 026
Begroting 2 027
Begroting 2 028
Begroting 2 029
87%
82%
86%
86%
86%
86%
Het betekent dat de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Noardeast-Fryslân onder het landelijk gemiddelde ligt.
99
Paragraaf financiering Inleiding Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in de begroting in afzonderlijke paragrafen beleidsrichtlijnen vastgelegd over relevante beheersmatige aspecten. In de beheers verordening naar artikel 212 van de Gemeentewet geeft de raad het kader aan. In het Treasurystatuut van de gemeente Noardeast-Fryslân, staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De geplande uitvoering van het treasurybeleid is weergegeven in de paragraaf financiering. Renteontwikkeling Een cruciale factor bij de uitvoering van het treasurybeleid is de verwachte rentebeweging. Onze renteprognose wordt opgesteld in samenwerking met verschillende financiële instellingen. Na een periode van historisch lage rentes, is de rente sinds 2022 aanzienlijk gestegen. Bij stabiele inflatiecijfers, waarbij de inflatie rond het doel van 2% blijft, zal de Europese Centrale Bank (ECB) doorgaans een neutraal monetair beleid handhaven. Dit betekent dat de ECB geen drastische wijzigingen in de rentetarieven of andere beleidsinstrumenten zal doorvoeren. Kasbeheer De gemeente Noardeast-Fryslân voert haar betalingsverkeer voornamelijk via de BNG Bank uit. Daarnaast wordt de Rabobank gebruikt voor het afstorten van contant geld en als service voor klanten.
Het saldo op deze rekening wordt periodiek overgeboekt naar de BNG-rekening. Met de BNG Bank is een financieringsovereenkomst afgesloten voor één jaar, die jaarlijks op 1 januari stilzwijgend wordt verlengd. Bij de Rabobank is geen kredietfaciliteit beschikbaar. De gemeente Noardeast-Fryslân kan echter tot de kasgeldlimiet (8,5% van het totale budget) voor een bepaalde periode kortlopende leningen aangaan. Schatkistbankieren Schatkistbankieren voor decentrale overheden is wettelijk verankerd in de Wet FIDO en heeft als doel de EMU-schuld van de collectieve sector te verlagen. Omdat schatkistbankieren verplicht is, moeten decentrale overheden alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taken in de schatkist onderbrengen. Er is echter een drempelbedrag van toepassing, afhankelijk van de financiële omvang van de decentrale overheid. Per 1 juli 2021 is deze drempel verhoogd van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal naar 2%, met een minimum van €1.000.000. De overtollige middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt en op elk moment kan opnemen, worden vergoed met daggeldrente tegen het Euro Short-Term Rate-tarief (€STR).
100