CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Plan van aanpak Volkshuisvestingsfonds energiearmoede

It Debat 6 maart 2025, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Debat - Volkshuisvestingsfonds energiearmoede9.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aan de andere kant willen we geen subgroep energiearmoede creëren bij de inkomens die daar net boven zitten en niet in aanmerking komen voor verschillende regelingen. Met een harde grens bestaat dat risico wel. Dat kan tot negatieve respons en minder draagvlak voor deze regeling leiden. Wellicht dat de laagste inkomens vanwege het stigma zich dan ook niet melden. Om die reden stellen we voor om met de volgende gestaffelde subsidie te werken: • Inkomens tot 130% van het sociaal minimum: 70% subsidie vanuit dit project • Inkomens van 130% tot 140% van het sociaal minimum: 60% subsidie • Inkomens van 140% tot 150% van het sociaal minimum: 50% subsidie Doordat we werken met subsidiepercentages is het totale bedrag aan subsidie ook hoger bij woningen die meer isolatie en onderhoud nodig hebben. Op die manier bieden we maatwerk aan de verschillen in de praktijk. Echter, om ervoor te zorgen dat bewoners geen onnodige uitgaven gaan doen, hanteren we wel een ruim plafondbedrag van € 50.000. Doordat we het subsidiepercentage voor de laagste inkomens iets naar boven afronden, zou het aantal woningen dat subsidie kan ontvangen in eerste instantie lager zijn. Echter, zoals uit paragraaf 7.1 bleek, leiden de lagere kosten voor de projectorganisatie tot meer beschikbare middelen voor de actielijn woningverbetering.

In totaal is er tot en met 2033, mits er voldoende cofinanciering komt, een bedrag van € 10.053.853 beschikbaar. Met een gemiddeld subsidiebedrag van € 31.300 (70% maal € 44.700) verwachten we daarom 321 woningen te kunnen ondersteunen. Dit is iets meer dan de doelstelling van 314 woningen. Echter, hoeveel woningen precies kunnen worden ondersteund, hangt dus heel erg af van de daadwerkelijk kosten per woning. Zoals gezegd kan dit sterk afwijken, afhankelijk van de huidige energetische staat en afhankelijk van het woningtype. Bovendien kunnen in de looptijd van dit project prijsstijgingen in de bouwsector ontstaan, met hogere kosten voor woningverbetering tot resultaat. Het effect hiervan op het subsidiebedrag zal gedurende het project continu gemonitord worden. Een belangrijk aandachtspunt bij het hanteren van een vast subsidiepercentage per inkomensgroep is om te zorgen dat bewoners geen onnodige investeringen gaan doen. Naast het ruime subsidieplafond, wordt op verschillende manieren geborgd dat dergelijke situaties worden voorkomen. Enerzijds worden bewoners gemotiveerd om de kosten van woningverbetering te drukken via hun eigen inbreng. Hogere kosten leiden weliswaar ook tot een hoger subsidiebedrag, maar tegelijkertijd ook tot een hogere eigen lening. Daarmee is er een directe financiële prikkel om de kosten voor isolatie en onderhoud zo laag mogelijk te houden.

Anderzijds worden bewoners in

26

Volkshuisvestingsfonds energiearmoede

het proces gestuurd om effectieve maatregelen te treffen, namelijk via de inzet van de energieadviseur. Deze adviseur helpt hen ook met selectie van maatregelen, en zorgt daarmee dat alleen rendabele en benodigde maatregelen worden getroffen. In de subsidieregeling wordt opgenomen dat het advies van de energieadviseur daarin leidend is.

27

Volkshuisvestingsfonds energiearmoede

8

PLANNING EN MONITORING

8.1

Mijlpalen Wanneer het plan van aanpak akkoord wordt bevonden, dan kan de uitvoering van dit project op relatief korte termijn starten. De meeste voorbereidingen, met name als het gaat om de verschillende stappen binnen de klantreis, staan al klaar. Wel moet de subsidieregeling, afhankelijk van de kaders die worden meegegeven in deze aanpak, nog worden vastgesteld door het college. Het voornemen is dat de uitvoering van project in april 2025 kan beginnen. Het begin van het project staat in het teken van communicatie. De subsidiemogelijkheden moeten onder aandacht worden gebracht bij de doelgroep. Dit doen we met name via het aanschrijven van de adressen die bekend zijn vanuit de energietoeslag, eventueel opgevolgd door deur-tot-deur benaderen via de Energiecoach. Ook worden algemene communicatiemiddelen ingezet. Zodra de eerste bewoners zich hebben aangemeld, kunnen de eerste gesprekken met de Energiecoach worden gepland. Daarna volgen de andere stappen van de klantreis, waaronder het energieadvies, het aanvragen van offertes en uiteindelijk de uitvoer van de maatregelen. Het is sterk afhankelijk van de capaciteit bij uitvoerende bedrijven hoeveel tijd dit in beslag neemt. Maar de initiële inschatting is dat de gehele klantreis circa een jaar tijd in beslag neemt. Rond de zomer van 2026 verwachten we daarom de eerste resultaten te kunnen presenteren.

Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven, heeft het project een maximale looptijd van 10 jaar na het moment van beschikking. Dat betekent dat de laatste resultaten uiterlijk eind 2033 moeten zijn opgeleverd. Omdat de gehele klantreis circa een jaar tijd in beslag neemt, kunnen de laatste bewoners zich dus uiterlijk eind 2032 aanmelden. Maar afhankelijk van het succes van het project kan de subsidie tegen die tijd ook al op zijn. Gemiddeld genomen kunnen tot en met 2033 jaarlijks ruim 30 woningeigenaren subsidie ontvangen. Gedurende de uitvoering zal continu gemonitord worden of we op schema liggen en of er bijgestuurd moet worden, zie volgende paragraaf.

Figuur 5: globale planning project

28

8.2

Volkshuisvestingsfonds energiearmoede

Monitoring en evaluatie Er wordt continu gemonitord hoeveel aanvragen er lopen en in welke stap van de klantreis huishoudens zich begeven. Daarbij is met name van belang welk percentage van de huishoudens ook daadwerkelijk overgaat tot maatregelen. Zo kunnen we bijsturen op de proceskosten die we maken. Via de inzet van de Energiecoach is er vanaf het eerste gesprek tot het nazorggesprek nadrukkelijk contact met de bewoner. Op die manier signaleren we obstakels in een zo vroeg mogelijk stadium. Voor de huishoudens die overgaan tot maatregelen monitoren we wat het gemiddelde subsidiebedrag per huishouden is, om te borgen of de doelstelling van minimaal 314 woningen wordt behaald. Ook de communicatiestrategie wordt geëvalueerd, met name de conversie die we behalen met het direct aanschrijven van de doelgroep. Uw raad wordt via raadsbrieven en/of nieuwsbrieven op de hoogte gehouden van deze monitoring en evaluatie. Tweejaarlijks ontvangt u een raadsbrief, waarin we de stand van zaken van alle energietransitie projecten terugkoppelen. Daarin zal ook de evaluatie van dit project terugkomen. Naast de concrete resultaten staan we daarbij ook stil bij de aanvullende cofinanciering die nodig is, waardoor we een groter deel van de beschikking van het Rijk kunnen benutten.

Als uit het evalueren blijkt dat significante bijsturing nodig is in de beleidskeuzes, dan leggen we dit voor aan het college of uw raad, afhankelijk van de omvang van deze aanpassingen. De looptijd van het project geeft voldoende ruimte om bij te sturen en onze aanpak vorm te geven naar de wensen vanuit de praktijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=15a9e180-a466-4e28-8c55-cf7c8c528df5