Bijlage - Perspectiefnota Noardeast-Fryslân 2023-2026
Tekst van het document
Perspectiefnota 2023-2026 Datum
8 juni 2022
Versie
1.0
COLOFON Opdrachtgever
Gemeente Noardeast-Fryslân
Rapport gegevens Rapport Opsteller
Perspectiefnota 2023-2026 P.E Westra
Vastgesteld Door Datum Paraaf Gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 13 9290 AA Kollum Tel. (0519) 29 88 88 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl
College Burgemeester en Wethouders 14 juni 2022
PPN 2023-2026
Inhoud 1. INLEIDING ......................................................................................................................2 2. FINANCIEEL PERSPECTIEF................................................................................................3 2.1 Financieel kader ........................................................................................................................3 2.2 Financiële positie ......................................................................................................................3 2.2.1 Structurele positie * zie onderbouwing van het nieuw beleid in hoofdstuk 4. 2.2.2 Eenmalige positie
3 5 5
3. FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN.......................................................................................7 3.1 Gemeentefonds ........................................................................................................................7 Een hoger accres van bijna € 13 miljoen in 2025 Vanaf 2026 lager accres landelijk een ravijn van - € 2,9 miljard Incidentele compensatie voor de jeugdzorg Invoering nieuwe verdeelmodel
7 7 7 8
3.2 Sociaal Domein .........................................................................................................................8 3.3 Omgevingswet ..........................................................................................................................8 3.4 Wet Open Overheid ..................................................................................................................8 3.5 Integraal huisvestingsplan.........................................................................................................9 3.6 Onzekerheden...........................................................................................................................9 3.7 Bedrijfsvoering ........................................................................................................................10 3.7.1 Verbeteragenda 3.7.2 Zero Based Budgetting Noodzaak ZBB Waarvoor kan ZBB gebruikt worden 3.7.3 Huisvesting 3.7.4 ICT 3.7.5 Ontvlechting
10 10 11 11 11 11 12
4. NIEUW BELEID ..............................................................................................................14 4.1 Onuitstelbaar en Onvermijdbaar .............................................................................................14 4.2 Wensen...................................................................................................................................15
BIJLAGEN .........................................................................................................................16
1
PPN 2023-2026
1. INLEIDING Foar jim leit de Perspektyfnota (PPN) dy't it finansjeel foarútsjoch sketst foar de begrutting fan 2023. As kolleezje binne wy bliid dat dit foar ús gemeente in posityf byld sjen lit foar de kommende jierren. We moatte lykwols wach bliuwe op alle ûntwikkelingen om ús hinne, lykas de oprinnende boukosten, gasprizen en ynflaasje. Ek is de finansjele sitewaasje nei 2025, wat de ryksbydragen oanbelanget, noch ûnwis. We moatte dus oppasse dat we ús al te ryk rekkenje. Foar no betsjut it, wat it kolleezje oanbelanget, goed nijs foar de boargers en de skoallen. Sa hoecht de OZB-ferheging, yn line mei de dúdlike winsk fan de ried út, net troch te gean en dat jildt ek foar de fierdere ferheging fan de leezjes. Ek is der genôch romte yn de begrutting foar de nijbouplannen fan de skoallen, sa't dy yn it IHP steane. Dêrnjonken geane wy yn de oanrin nei de begrutting 2023 graach yn petear mei de ried oer fierdere ynvestearrings foar de kommende jierren, bygelyks as it giet om it doarpe- en wikefûns en hoe't we omgeane mei de enerzjytransysje; ek foar minsken mei in smelle beurs. Fierder sille der noch foarstellen taheakke wurde om útfiering te jaan oan de ambysjes foar de kommende jierren as it giet om wenjen, mienskip, soarch, ekonomy en duorsumens.
Koartsein, foar de kommende jierren sjocht it der goed út foar ús gemeente, mar we moatte der om tinke dat it der ek goed útsjen bliuwt.
Voor u ligt de Perspectiefnota (PPN) die het financieel vooruitzicht schetst voor de begroting van 2023. Als college zijn wij blij dat dit een positief beeld laat zien voor de komende jaren. We moeten echter ook alert blijven op alle ontwikkelingen om ons heen, zoals de oplopende bouwkosten, gasprijzen en inflatie. Ook is de financiële situatie na 2025, wat de rijksbijdragen betreft, nog onzeker. We moeten dus oppassen dat we ons al te rijk rekenen. Voor nu betekent het, wat het college betreft, goed nieuws voor onze burgers en de scholen. Zo hoeft de OZB-verhoging, in lijn met de duidelijke wens vanuit de raad, niet door te gaan en dat geld ook voor verdere verhoging van de leges. Ook is er genoeg ruimte in de begroting voor de nieuwbouwplannen van de scholen, zoals die in het IHP staan. Daarnaast gaan wij in de aanloop naar de begroting 2023 graag in gesprek met de raad over verdere investeringen voor de komende jaren, bijvoorbeeld als het gaat om het dorpen- en wijkenfonds en hoe we omgaan met de energietransitie; ook voor mensen met een smalle beurs. Verder zullen er nog voorstellen voorbereid worden om uitvoering te kunnen geven aan de ambities voor de komende jaren als het gaat om Wonen, Mienskip, Zorg, Economie en Duurzaamheid. Kortom, voor de komende jaren ziet het er goed uit voor onze gemeente, maar we moeten oppassen dat het er ook goed uit blijft zien.
2
PPN 2023-2026
2. FINANCIEEL PERSPECTIEF In hoofdstuk 1 is het financiële perspectief al geschetst. In hoofdstuk twee gaan we dit perspectief nader toelichten. In hoofdstuk drie komen de financiële onzekerheden aan bod.
2.1 Financieel kader
De provincie heeft als toezichthouder een wettelijke plicht om gemeentelijke begrotingen te toetsen op structureel en reëel evenwicht. De toets vindt eerst plaats op het begrotingsjaar en als deze niet in evenwicht is moet aangetoond worden dat het evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming wordt hersteld. Hierbij mag geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief waarbij in de opvolgende begrotingen alleen de laatste jaarschijf sluit. Het is dus belangrijk om het begrotingsjaar structureel in evenwicht te hebben en te houden. Voor het financieel beleid wordt als uitgangspunt genomen dat er ruimte voor nieuw beleid aanwezig is, met als randvoorwaarde dat er sprake is van een structureel en reëel sluitende begroting en dat daarnaast de Algemene reserve gedurende de hele begrotingsperiode aan de minimum vastgestelde randvoorwaarde moet voldoen. De verder gehanteerde technische uitgangspunten voor het opstellen van de begroting zijn opgenomen in bijlage 1.
2.2 Financiële positie
De financiële positie van de gemeente Noardeast-Fryslân bestaat uit de structurele positie en de eenmalige positie. De structurele positie van de gemeente zijn de jaarlijks terugkerende baten en lasten die opgeteld tot een saldo leiden en de eenmalige positie zijn de reserves van de gemeente. 2.2.1 Structurele positie
Voor het opstellen van het meerjarenperspectief 2023-2026 nemen wij de jaarschijf 2023 uit de primitieve begroting 2022-2025 (inclusief raadsvoorstel) als uitgangspunt. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van het begrotingssaldo tezamen met de al besloten wijzigingen en de effecten van onvermijdelijke financiële ontwikkelingen. Bedragen (x € 1.000)
Raming primitieve begroting (2022-2025) Niet doorvoeren maatregel: Leges 100% kostendekkendheid Niet doorvoeren maatregel: OZB-verhoging Mutatie meerjarenraming Bijgesteld structureel exploitatiesaldo 20232026
2023 -726 -530
2024 -46 -530
2025 1.351 -530
2026 1.351 -530
-960 10.497 8.281
-1.920 13.289 10.793
-2.880 14.022 11.963
-2.880 7.770 5.711
Uit bovenstaande tabel blijkt dat gemeente Noardeast-Fryslân voldoet aan de wettelijke plicht van de Provincie door een sluitend meerjarenperspectief te presenteren. Om op papier een sluitende meerjarenraming te presenteren zijn in de begroting 2022-2025 twee maatregelen opgenomen. Het gaat om de kostendekkendheid van de leges te verhogen naar 100% en stapsgewijze OZB-verhoging met 10%. Deze lastenverzwaring voor de burger wordt door zowel de raad als het college als onwenselijk beschouwd. De gemeenteraad heeft 4 november 2021 de motie ‘Geen OZB-verhoging’ aangenomen. De gemeenteraad roept hierbij het college op om bij de perspectiefnota 2023 met andere voorstellen te komen om de begroting meerjarig sluitend te 3
PPN 2023-2026
maken. Het college geeft invulling aan de motie door bij de perspectiefnota beide maatregelen op voorhand terug te draaien. Aangezien gemeenten de meerjarenbegroting voor 4 jaar opstellen, was bij vaststelling van de begroting 2022-2025, jaarschijf 2026 nog niet beschikbaar. Deze jaarschijf komt bij de begroting 2023 tot stand. Indicatief is deze hier wel opgenomen. De mutaties tussen de meerjarenraming uit de begroting 2022-2025 en het bijgestelde structurele exploitatiesaldo worden in onderstaande tabel weergegeven. Bedragen (x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Al toe besloten/ verwerkt in begrotingswijzigingen: 2e Tussentijdse rapportage 2021 Onderwijshuisvesting 2022 1e Tussentijdse rapportage 2022 Verplaatsing gemeentewerf Kollum Totaal wijzigingen na vaststellen begroting
728 0 -149 -56 523
734 0 -130 -56 548
734 -287 -180 -56 211
734 -287 -180 -56 211
13.000
16.500
18.500
12.000
-350
-350
-350
-350
-49 -245 16 -9 -287
-49 -247 -13 -27 -336
-49 -249 221 24 -53
-49 -249 469 24 195
0
0
-1.213
-1.213
-355
-1.039
-1.039
-1.039
-2.039 -257
-2.039 -257
-2.039 -257
-2.039 -257
-152 -537 -153 834 -2.304
-152 -537 -153 834 -2.304
-152 -537 -153 834 -2.304
-152 -537 -153 834 -2.304
Nieuwe (autonome) ontwikkelingen, onvermijdbaar: Meicirculaire 2022 Autonome prijsstijging excl. samenwerkingsbegroting (2,2%) Gemeenschappelijke regelingen Bijstelling bijdrage FUMO Bijstelling bijdrage VRF Bijstelling bijdrage Dokwurk Bijstelling bijdrage Mobiliteitsbureau
Integraal huisvestingsplan Nieuw beleid * Samenwerkingsbegroting Noardeast-Fryslân Dantumadiel Autonome stijging loonkosten (3,6%) Autonome prijsstijging samenwerkingsbegroting (2,2%) Mutaties 1e tussentijdse rapportage Bab-banen en SW-functies ICT Aandeel Dantumadiel
4
PPN 2023-2026
Bedragen (x € 1.000)
Totaal (autonome) ontwikkelingen, onvermijdbaar Financiële ontwikkelingen beïnvloedbaar Stijging OZB door waardestijging en areaal uitbreiding Stijging OZB met indexatie (2,2%)
Totaal mutaties structureel exploitatiesaldo
2023 9.704
2024 12.471
2025 13.541
2026 7.289
60
60
60
60
210 270
210 270
210 270
210 270
10.497
13.289
14.022
7.770
* zie onderbouwing van het nieuw beleid in hoofdstuk 4. 2.2.2 Eenmalige positie
De eenmalige positie van de gemeente Noardeast-Fryslân bestaat uit de Algemene reserve. De Algemene reserve is gesplitst in de Algemene reserve ter dekking van risico’s en de Algemene reserve welke vrij besteedbaar is. Bij het bepalen van de minimale omvang van de Algemene reserve wordt het uitgangspunt genomen dat de minimale omvang gelijk moet zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald aan de hand van risico-inventarisatie van NARIS. De risicoinventarisatie van NARIS wordt 2 maal per jaar uitgevoerd, bij de jaarrekening en bij de begroting. De minimale benodigde omvang is afgezonderd in de Algemene reserve ter dekking van de risico’s. Met betrekking tot de eenmalige financiële positie is in onderstaande tabel de stand van het vrij besteedbare deel van de Algemene reserve van Noardeast-Fryslân weergegeven. De geraamde toevoegingen en onttrekkingen (meerjarig) zijn op dit saldo gemuteerd, zodat er een saldo op basis van rechten en verplichtingen ontstaat. In de volgende tabel wordt de stand van de Algemene reserve weergegeven.
5
PPN 2023-2026
Stand 1 januari
2022 20.341
2023 19.640
2024 18.969
2025 18.525
2026 18.490
Resultaatsbestemming rekening 2021 Primitief geraamde stortingen Totaal vermeerderingen
0 1.830 1.830
150 150
150 150
150 150
150 150
Geraamde onttrekkingen begroting Onderwijsprogramma 2022 Meerjarige gevolgen 2e Turap 2021 Voorbereidingskrediet 10 locaties fase 1 PPN: ICT PPN: Maatregelen groenstructuurplan Totaal verminderingen
-2.531
-383
-35
-35
-2.531
788 -159 -495 -519 -286 -150 -821
-150 -594
-150 -185
-150 -185
Stand 31 december
19.640
18.969
18.525
18.490
18.455
Bedrag (x € 1.000)
-61
Het vrij besteedbare bedrag van de Algemene reserve op basis van meerjarige verplichtingen bedraagt €18,5 miljoen.
6
PPN 2023-2026
3. FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN In hoofdstuk 3 worden de belangrijke financiële ontwikkelingen toegelicht die invloed hebben op de gemeentelijke begroting.
3.1 Gemeentefonds
Gemeenten ontvangen bijna de helft van hun inkomsten via het gemeentefonds. Voor de begroting van het komende jaar zijn ze verplicht om zich te baseren op de stand van de meicirculaire. Daarom wordt er ieder jaar reikhalzend uitgekeken naar dit document. Het goede nieuws is dat extra middelen die voor gemeenten werden aangekondigd, bevestigd worden in de meicirculaire. Een hoger accres van bijna € 13 miljoen in 2025
Tot en met het jaar 2025 geldt voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stijgen, het gemeentefonds evenredig meegroeit. Omgekeerd geldt hetzelfde: dalen de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalt het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we de trap-op-trap-af-systematiek. Voor Noardeast-Fryslân betekent dit voor nu een verhoging die oploopt van ongeveer € 2,6 miljoen in 2022 tot € 13 miljoen in 2025. In de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de hogere accressen het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon (WML), inkomensbelasting Box 3 en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2026 lager accres landelijk een ravijn van - € 2,9 miljard
In het regeerakkoord is vastgelegd dat het extra cumulatief accres 2022-2025 van dit akkoord, dat bovenop het accres van de septembercirculaire 2021 komt, in 2026 wordt verlaagd naar € 840 miljoen en dat het accres in de jaren erna op dat niveau blijft bevroren. Het accres voor het jaar 2026 komt daarmee uit op een negatief bedrag - € 2,2 miljard voor het jaar 2026. Voor gemeente Noardeast-Fryslân komt dit uit op een nadeel van € 6 miljoen. In 2026 wordt eveneens het restant van de opschalingskorting van € 675 miljoen alsnog geeffectueerd. Daarmee wordt de totale omvang van de ombuigingen vanaf 2026 op het gemeentefonds € 2,9 miljard. Incidentele compensatie voor de jeugdzorg
De omvangrijkste taakmutatie in de circulaire: de definitieve verdeling voor het jaar 2023 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Bij Noardeast-Fryslan gaat dit om een bedrag van € 6 miljoen. In de gemeentelijke begroting was rekening gehouden met een stelpost van € 2,5 miljoen. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Op goedkeuring van de provincie is de volgende stelpost in de begroting opgenomen: Bedragen (x € 1.000)
Stelpost jeugdzorg
2024 € -2.353
2025 € -2.169
2026 € -2.169
7
PPN 2023-2026
Invoering nieuwe verdeelmodel
De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds zijn geactualiseerd naar de stand per 1 januari 2023. Dit leidt voor de individuele gemeenten tot geactualiseerde herverdeeleffecten.
3.2 Sociaal Domein
De gemeente speelt een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Maar moet daarbij keuzes maken over wie kan rekenen op welke ondersteuning, soms mede ingegeven door financiële overwegingen. We gaan een steviger beroep doen op de zelfredzaamheid van inwoners en geven meer prioriteit aan mensen in de meest kwetsbare posities, zoals jongeren die jeugdzorg nodig hebben of mensen waar problemen op gebied van werken, zorg, wonen en onderwijs zich opstapelen. Door ervoor te zorgen dat de zorg en ondersteuning die geleverd wordt werkt en past bij de situatie, ontstaat ruimte om te investeren in preventie en gezondheid. Dat staat de komende jaren centraal. Door basisvoorzieningen goed op orde te hebben en de zorgvragen, zodra ze zich manifesteren, op te pakken wordt erger voorkomen. We koppelen Zorg en Onderwijs dan ook steviger aan elkaar, evenals Welzijn en Zorg. Voor inwoners met problemen op meerdere levensdomeinen staat de integrale aanpak centraal op de agenda, waarbij schuldhulpverlening, arbeid en sociale activering, (passend) onderwijs, geschikte huisvesting en zorg belangrijke thema’s zijn.
3.3 Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld van 1 juli 2022 naar 1 januari 2023. Reden is dat er meer tijd nodig is om het Digitale Stelsel (DSO) opgeleverd en stabiel werkend te krijgen. Voor onze organisatie is de koppeling van het vergunningensysteem met het zaaksysteem op 1 juli 2022 gereed. Dat geeft de mogelijkheid om een half jaar te testen. Ook voor de andere sporen levert het uitstel geen vertraging op. De komende periode zal vanuit het programma extra aandacht zijn voor de gevolgen van de wet voor college, raad en medewerkers. Hiervoor is een communicatieplan opgesteld dat dit jaar uitgevoerd wordt. Communicatie naar de inwoners vindt vanuit de sporen plaats. Bij de inrichting van de nieuwe organisatie (Verbeteragenda) wordt rekening gehouden met gevolgen voor indeling clusters en culturele (manier waarop overheid zich verhoudt tot samenleving) aspecten. Mogelijke financiële gevolgen van de invoering van de wet worden vanuit de sporen in beeld gebracht en zijn niet meegenomen in de perspectiefnota 2023.
3.4 Wet Open Overheid
De Wet open overheid vervangt de Wet openbaarheid van bestuur en is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van deze wet is een overheid die transparant is over haar functioneren en zorgt dat overheidsinformatie toegankelijk is voor iedereen. De wet regelt dat in beginsel alle overheidsinformatie openbaar is. Alleen bij uitzondering wordt hiervan afgeweken. Ter voorbereiding op deze wet zijn we vorig jaar gestart met een impactanalyse. Hiermee hebben we in kaart gebracht hoever we al staan op dit punt en wat er nog moet gebeuren om aan de wet te voldoen. Wat hebben we al gedaan: ‒ Meer dan de helft van de verplichte categorieën informatie maken we al openbaar. ‒ De (verplichte) contactfunctionaris publieke informatie is aangesteld. ‒ De richtlijn voor het anonimiseren van publieke informatie is vastgesteld. ‒ Er wordt gewerkt aan het (verplichte) meerjarenplan duurzame toegankelijkheid van digitale documenten. 8
PPN 2023-2026
‒
Een collegevoorstel met het gewenste ambitieniveau is in voorbereiding.
Wat moet er nog gebeuren: ‒ De overige categorieën informatie maken we de komende jaren gefaseerd via het landelijke platform PLOOI openbaar. Om dit te realiseren is inmiddels een regionaal project gestart. ‒ Voor de benodigde organisatieverandering starten we een lokaal project. De business case voor beide projecten is al vastgesteld met financiering via meicirculaire. Deze middelen worden hiervoor ingezet. Er zijn geen extra middelen meegenomen in de perspectiefnota 2023.
3.5 Integraal huisvestingsplan
Gemeente Noardeast-Fryslân staat voor verschillende mogelijkheden én uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid als het gaat om onderwijshuisvesting. De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Dit betekent dat de gemeente ervoor moet zorgen dat er voldoende en adequate onderwijshuisvesting is voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en voortgezet onderwijs in de gemeente. Een Integraal huisvestingsplan (IHP) is de manier om invulling te geven aan deze zorgplicht. De voordelen van een IHP ten opzichte van alleen een jaarlijks programma zijn dat gemeente en schoolbesturen beter weten waar ze aan toe zijn op de langere termijn. Daarnaast biedt een IHP een kans om vanuit een breed gedragen visie de onderwijshuisvesting in te richten, in plaats van ad-hoc losstaande beslissingen te nemen. Zo wordt er zorgvuldig omgegaan met gemeenschapsgeld. De meest recente versie van het IHP is eind 2021 door de raad ter kennisgeving aangenomen, als bijlage van het huisvestingsprogramma 2022. De raad heeft daarbij aangegeven om het IHP in de begroting 2023 te verwerken als de financiële positie dit toelaat. Onderstaande financiële consequenties van het IHP zijn verwerkt in de perspectiefnota. Bedragen (x € 1.000)
Onderwijshuisvesting 2022 Integraal huisvestingsprogramma Totaal IHP
2023 0 0 0
2024 0 0 0
2025 -287 -1.213 -1.500
2026 -287 -1.213 -1.500
De financiële concequenties van het IHP zijn in de perspectiefnota opgenomen op basis vastgestelde IHP. De stijgende bouwkosten zijn hier niet in meegenomen.
3.6 Onzekerheden
Naast de onder 3.1 genoemde onzekerheden met betrekking tot het gemeentefonds (daling accres in 2026 en de stelpost Jeugd) spelen er in de huidige economie een aantal onzekerheden die op ons als gemeente afkomen en waarvan wij de financiële vertaling nog niet beschikbaar hebben. Voorbeelden hiervan zijn: ‒ Oorlog Oekraïne ‒ Stijgende bouwkosten ‒ Stijgende gasprijzen ‒ Inflatie
9
PPN 2023-2026
Deze onzekerheden zijn niet financieel verwerkt in de perspectiefnota, maar worden verwerkt in de risicoparagraaf bij de begroting. Via de tussentijdse rapportages volgen wij de effecten van deze onzekerheden op de financiële positie en en als daar aanleiding toe is zullen wij met voorstellen komen tot bijstelling van budgetten.
3.7 Bedrijfsvoering 3.7.1 Verbeteragenda
In 2020 is gestart met de Verbeteragenda. Daarmee werken we aan een organisatie die presteert op een wijze waar inwoners en bestuur blij van worden, die slim georganiseerd is, waar afspraken en resultaten duidelijk zijn en waar het prettig en fijn (samen)werken is. In de afgelopen periode zijn veel verbeterinitiatieven van start gegaan vanuit diverse richtingen: ‒ Sturen op Resultaat: Beter zicht krijgen op de werkvoorraad en op de capaciteit. Samen met onze opdrachtgevers sturen op een goed evenwicht tussen de werkvoorraad en die capaciteit. Van continu improviseren naar voorspelbaarheid. ‒ Optimaal organiseren: Het oppakken van activiteiten om het dagelijkse werk gemakkelijker, leuker en goed van kwaliteit te houden. Door betere procesketens, die goed door ICT ondersteund worden én met het slimmer verdelen en bundelen van het werk en de mensen die daarmee bezig zijn, zodat een keten minder schakels kent. ‒ We kleuren de grijze gebieden in: Het ondersteunen van het proces om eigenaarschap te kunnen nemen. Door helderheid aan te brengen in waar dat formeel zou moeten liggen, de juiste doorvertaling naar taken, bevoegden en verantwoordelijkheden én het stimuleren en faciliteren van de benodigde samenwerking. ‒ We doen het samen en zelf: Het verder betekenisgeven aan en vormgeven van de cultuur die we nastreven.
De nieuwe werkcultuur als fundament voor de verdere doorontwikkeling van onze organisatie. Ook is een basis gelegd voor een nieuwe platte organisatiestructuur en is een nieuwe leidinggevende structuur vastgesteld. Hier zullen we in 2023 verder invulling aan geven en dit ook door ontwikkelen. Daarnaast zullen het komende jaar nog diverse verbeterinitiatieven van start gaan en verder uitgewerkt worden. De uitwerking van de nieuwe organisatie, de leidinggevende structuur en de verbeterinitiatieven zal wel steeds meer vanuit de zich ontwikkelende staande organisatie gebeuren. Dat betekent ook dat de programmaorganisatie geleidelijk zal verdwijnen en we meer in modus van continue verbetering komen. Dus de doorontwikkeling van de organisatie zal ook de komende jaren een mooie en grote uitdaging blijven. In het raadsvoorstel bij de jaarstukken 2021 wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om middelen te bestemmen voor de organisatorische knelpunten en indirect ook voor de verbeteragenda. 3.7.2 Zero Based Budgetting
De afgelopen maanden is het project Zero Based Budgetting (ZBB) uitgevoerd. Het doel van ZBB was om alle budgetten door te lichten (op kostenplaatsniveau), met als doel inzicht geven in: ‒ primair: het bestaansrecht van het product (o.m. wettelijke basis, te realiseren maatschappelijk effect, gewekt vertrouwen bij en verwachtingen van burgers); ‒ het uitvoeringsniveau (de hoogte van de uitgaven) in relatie tot een minimum; ‒ secundair de uitvoeringspraktijk (zelf doen, uitbesteden of samenwerken).
10
PPN 2023-2026
Noodzaak ZBB
Bij de begroting 2022 was vanaf de jaarschijf 2023 de noodzaak in om fors te bezuiningen. Met de recent uitgekomen meicirculaire is deze noodzaak gelukkig op dit moment niet aanwezig. Voorzichtigheid blijft geboden gezien alle ontwikkelingen in de wereld (o.a. inflatie, energieprijzen, bouwkostenstijging) en dat het kabinet in 2026 het accres fors verlaagd. Uit het rapport blijkt dat de knoppen waar wij als gemeente aan kunnen draaien de afgelopen jaren al de revue zijn gepasseerd. Hierbij kunt u denken aan inkomsten verhogen (o.a. OZB en leges), bezuinigingen sociaal domein, afstoten niet wettelijke taken etc. Het rapport geeft ons geen nieuwe inzichten in mogelijkheden. Waarvoor kan ZBB gebruikt worden
In aanloop naar de begroting gaan wij het rapport ZBB doornemen om te beoordelen of er mogelijkheden zijn om zonder effect op de dienstverlening of het beleid ruimte in te vinden in onze begroting. Omdat de toekomst onzeker is en zeker niet stabiel kan het ZBB-rapport ons helpen om bij een noodzaak om bij te sturen hieruit te putten. 3.7.3 Huisvesting
Het besluit over de wijze van uitvoering waarop de centrale huisvesting in Dokkum gerealiseerd kan worden is eind september 2021 door de raad genomen. Hierbij is de keus gemaakt voor het scenario waarbij gebouwdeel C wordt gerevitaliseerd, nieuwbouw plaatsvindt voor gebouwdeel B en dat de gebouwdelen A1 en A2 gerevitaliseerd worden. De uitvoering hiervan dient in fasen plaats te vinden. De voorbereidende werkzaamheden voor de eerste stap (de verbouw van gebouwdeel C in Dokkum) zijn in gang gezet. De voorbereidende werkzaamheden voor de volgende fasen vinden na de zomer plaats. Op basis van de uitgangpunten is, samen met externe partijen zoals een binnenhuisarchitect en huisvestingsadviseurs en in overleg met (een afvaardiging van) de organisatie, een inrichting ontworpen. Op basis van deze inrichting is een aanbesteding gestart voor zowel de aannemer alsook de installateur en aanverwante inrichting en werkzaamheden. De planning is om op 1 juli 2022 te starten met de verbouw van gebouwdeel C en de afronding hiervan wordt halverwege maart 2023 voorzien. Daarbij kan gebouwdeel C eind maart 2023 in gebruik genomen worden. De financiële gevolgen voor de huisvesting zijn verwerkt in de perspectiefnota 2023. De voorgenomen verkoop van de voormalige gemeentehuizen in Ferwert en Kollum komen dichterbij.
De oplevering en eigendomsoverdracht van Kollum is gepland in het tweede kwartaal 2023 met als uiterste datum 30 juni 2023. Voor Ferwert is de datum van eigendomsoverdracht nog niet exact te duiden vanwege de opvang van Oekraïners. De verwachting is dat de verkoop van beide panden een opbrengst zal opleveren die boven de boekwaarde ligt. De opbrengst zal volgens het bestaande beleid terugvloeien in de algemene reserve. De wegvallende exploitatiebudgetten worden aangewend ter dekking van de kosten van de centrale huisvesting. 3.7.4 ICT
In 2021 is het Informatieplan Samen Digitaal opgesteld en geaccordeerd met daarin de lange termijnvisie op de gewenste ontwikkeling van de gemeentelijke ICT. Deze visie zorgt ervoor dat we voor de gewenste richting van onze ICT-ontwikkeling kunnen vormgeven, rekening houdend met de veranderingen in de samenleving, ontwikkelingen op het gebied van techniek en leveranciers en veranderende wetgeving. De uitgangspunten van deze visie zijn: ‒ Maximaal dienstverlenend: maximaal tevreden burger voor alle soorten van dienstverlening; ‒ Flexibel en schaalbaar: snel inspelen op nieuwe wetgeving, technologie of klantverwachtingen; 11
PPN 2023-2026
‒
Kostenbewust en sober: kosten afwegen tegen de baten en business case gedreven werken.
In de tweede helft van 2022 wordt dit informatieplan geactualiseerd voor de coalitieperiode 20222026. Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Deze wet omvat een stevige ICT-component. Kort na de zomer moeten de basisfuncties hiervan gereed zijn zodat we de laatste maanden van 2022 kunnen werken aan testen, verbeteren en opleiden. Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden die de Wet openbaarheid van bestuur vervangt. In 2022 en 2023 werken we regionaal aan de benodigde koppelingen met de landelijke publicatievoorziening. Daarnaast werken we de komende jaren lokaal aan het bewustzijn en de veranderingen die deze wet van ons vraagt. Ook verwachten we eind 2022 een nieuw sociaal intranet te realiseren. De nadruk ligt hierbij op samenwerken en verbinding. Om flexibel te kunnen samenwerken en het werk te doen waar het past is in veel vergaderzalen extra apparatuur aangebracht om dat mogelijk te maken. Ook voor 2023 hebben wij ons weer noodgedwongen beperkt tot onvermijdelijke investeringen: ‒ Vervanging GisVG Belastingen (heffen en innen van belastingen): onvermijdelijk om een wijziging bij het Kadaster ons huidige systeem onbruikbaar maakt. Daarnaast is het verouderd en biedt niet meer de juiste ondersteuning van onze medewerkers.
‒ Doorontwikkeling Digitaal en Zaakgericht werken: de doorontwikkeling en het breder in gebruik nemen van het zaaksysteem is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen zoals de Omgevingswet, Archiefwet, de Wet elektronische publicaties en de Wet open overheid. ‒ Vervanging telefooncentrale: vervanging van onze telefonie is onvermijdelijk vanwege continuïteit. Door dit regionaal aan te pakken kiezen we daarbij voor regionale harmonisatie en schaalvoordeel. ‒ Grondexploitatie: inzicht in grondkosten en grondopbrengsten van ruimtelijke ontwikkelingen is noodzakelijk om de juiste keuzes te maken en beslissingen te nemen. Het huidige systeem biedt niet meer de noodzakelijke functionaliteit om dit goed uit te voeren. Voor bovenstaande projecten zijn is incidenteel € 390.000 benodigd en bedragen de jaarlijkse exploitatiekosten € 12,500. Daarnaast stijgen de totale exploitatiekosten voor het SSC met ongeveer 4,7% van € 2.980.000 naar € 3.120.000. Dit heeft te maken met kostenindexaties en licentiestijgingen. Ook de ingebruikname van nieuwe softwarepakketten dit jaar vertalen zich in een stijging van de kosten. Het aandeel van gemeente Noardeast-Fryslân bedraagt 73,44% in de totale kosten. Incidenteel komt dit neer op € 286.000 en structureel € 112.000. De financiële consequenties zijn verwerkt in de perspectiefnota. 3.7.5 Ontvlechting
Sinds 1 januari 2019 werken de gemeenten Dantumadiel en Noardeast-Fryslân samen binnen de kaders van “de centrumregeling en het dienstverleningshandvest samenwerking Dantumadiel en Noardeast-Fryslân”. Hierin staat beschreven dat Dantumadiel alle diensten afneemt van NoardeastFryslân. De belangen van beide partijen zijn zo goed mogelijk geborgd. Naar aanleiding van de in 2021 uitgevoerde evaluatie die uitgevoerd is door bureau & Van de Laar bleek dat beide gemeenten onvoldoende meerwaarde zien in het doorzetten van de ambtelijke dienstverlening door de gemeente Noardeast-Fryslan aan Dantumadiel na 1 januari 2024. Daarom willen zij de centrumregeling opheffen.
12
PPN 2023-2026
Om inzicht te krijgen in de consequenties van een ontvlechting van de samenwerking hebben beide colleges opdracht aan bureau Lysias gegeven om de impact van een ontvlechting in kaart te brengen. In dit rapport is de impact van ontvlechting in beeld gebracht op de organisatie, tractie, ICT, dienstverlening, waarbij ook is gekeken naar de juridische en financiële impact. Helder is dat de definitieve keuzes voor de nieuwe organisatievorm grote invloed zullen hebben op de hoogte van de structurele kosten. Daarnaast is gekeken naar hoe beide organisaties hun toekomstige organisatie willen inrichten en is een doorkijk voor het vervolg gegeven. De consequenties en risico’s zijn met impactonderzoek goed in beeld gebracht en hier kan bij de ontvlechting rekening mee worden gehouden. Beide gemeenten moeten rekening houden met incidentele en structurele kosten. De incidentele kosten kunnen variëren tussen de € 2,3 miljoen en de € 7,2 miljoen. De structurele kosten tussen € 1,3 miljoen en de € 5,8 miljoen. Bureau Lysias heeft in haar rapport aangegeven dat om daadwerkelijk te komen tot een ontvlechting een aantal sporen gaat lopen: 1. Onderhandeling en afspraken 2. Ontvlechting (en opbouw) 3. Reguliere dienstverlening Aanvullend kunnen er twee parallelle sporen worden gevolgd die de opbouw/herinrichting van de twee ambtelijke organisaties betreffen.
Bestuurlijk zijn de voor- en nadelen van het opheffen van de centrumregeling afgewogen en beide besturen hebben een weloverwogen keuze gemaakt. De Ondernemingsraad heeft advies uitgebracht over het voornemen tot opheffing van de centrumregeling. Met dit advies heeft het college van Noardeast-Fryslân zijn raad gevraagd toestemming te verlenen tot opheffing van de centrumregeling. De raad van Dantumadiel had daar eind 2021 al toestemming aan zijn college voor gegeven. Naar verwachting zullen in augustus 2022 zullen beide colleges het besluit tot opheffing nemen. Vervolgens zal aan een registeraccountant en een extern adviseur opdracht worden geven een opheffingsplan op te stellen. De raad zal hierbij goed geïnformeerd blijven. De voorbereidingen op de ontvlechting zullen worden gestart, zodat beide gemeenten per 1 januari 2024 zelfstandig verder kunnen. In het raadsvoorstel bij de jaarstukken 2021 wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om een bestemmingsreserve Ontvlechting in te stellen. In deze reserve zal vanuit het jaarrekeningresultaat € 3,5 miljoen gestort worden. Ingeschat is dat er € 1,5 miljoen incidenteel nodig is en € 1 miljoen structureel. Er is voor gekozen om eerst voor 2 jaar de structurele middelen in de bestemmingsreserve te storten. Daarna zal het binnen de begroting gedekt moeten worden.
In de perspectiefnota is financieel geen rekening gehouden met de ontvlechting.
13
PPN 2023-2026
4. NIEUW BELEID In aansluiting op de voorgaande hoofdstukken wordt in dit hoofdstuk ingegaan op nieuwe beleidsontwikkelingen die in deze perspectiefnota verwerkt zijn.
4.1 Onuitstelbaar en Onvermijdbaar
Bij het vaststellen van de begroting 2022-2025 was het beeld dat het meerjarenperspectief alleen sluitend gemaakt kon worden door stapsgewijze verhoging van de onroerendezaakbelasting en het kostendekkend maken van de leges. Met dit uitgangspunt is de uitvraag van nieuw beleid in de organisatie uitgezet. Hierbij is aangegeven dat in eerste instantie alleen voorstellen verwerkt kunnen worden die voldoen aan de criteria onuitstelbaar en onvermijdbaar. De criteria houden het volgende in: Uitgaven zijn onuitstelbaar als deze direct noodzakelijk zijn en niet uitgesteld kunnen worden. Hierbij mag uitstel niet leiden tot grotere (financiële) gevolgschade of kapitaalvernietiging. Uitgaven zijn onvermijdbaar als het gaat om uitgaven op basis van een wet, contract of overeenkomst. Op basis van de uitvraag worden de volgende voorstellen verwerkt in de perspectiefnota 2023-2026. Het gaat hierbij om de volgende structurele mutaties: Nr. Omschrijving 1 Nieuwbouw bouwdeel B in Dokkum 2 Rondweg Wânswert 3 Renovatie bouwdeel A1 en A2 in Dokkum 4 Inrichting bouwdeel A1/A2 en B in Dokkum 5 Zoutloods Gemeentewurk Kollum 6 Aanbesteding externe taxateur 7 Installatieverantwoordelijke (1 fte) 8 Adviseur Kabinetszaken (1 fte) 9 Vervanging track and trace systeem tractie 10 Tankinstallatie en railsysteem wasplaats Kollum 11 Bescherming houtopstanden Totaal
Krediet € 5.700.000 €3.700.000 € 2.600.000 €616.000 € 176.000
€ 39.000 € 37.000
Bedrag € 234.000 € 221.000 € 146.000 € 54.000 € 10.000 € 155.000 € 100.000 € 80.000 € 13.000 € 6.000 € 20.000 € 1.039.000
Op basis van bovenstaande voorstellen bedraagt de structurele exploitatielast vanaf 2023 € 355.000. De kapitaallasten van de investeringen die in 2023 aangeschaft worden, hebben vanaf 2024 een financieel gevolg. De structurele exploitatielast vanaf 2024 bedraagt € 1.039.000. Deze financiële gevolgen zijn verwerkt in de perspectiefnota 2023-2026. Het gaat hierbij om de volgende incidentele mutaties: Nr. Omschrijving 1 Maatregelen groenstructuurplan 2023-2026 Totaal
Krediet
Bedrag € 150.000 € 150.000
14
PPN 2023-2026
Op basis van bovenstaande voorstel zal incidenteel € 150.000 beschikbaar gesteld worden voor de komende 4 jaar. Deze middelen worden gedekt uit de Algemene reserve.
4.2 Wensen
Naast het verplichte nieuw beleid zijn er vanuit de ambtelijke organisatie ook een aantal wensen opgehaald. Aangezien de financiële positie het toelaat om ook wensen te honoreren, zal de wensenlijst in aanloop naar het opstellen van de begroting 2023 verder uitgewerkt worden.
15
PPN 2023-2026
BIJLAGEN
16
PPN 2023-2026
De algemene technische uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2023 zijn: ‒ ‒ ‒ ‒ ‒ ‒ ‒
‒
De raming van lasten en baten van bestaand beleid vindt plaats op basis van analyses en niet uitsluitend op basis van inflatie indexering. De raming van gemeentelijke bijdragen aan externe instanties (zoals GR Dokwurk) vindt plaats op basis van de meest recente begrotingen van deze partijen. Voor de meerjarenbegroting wordt geraamd op basis van constante prijzen. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten en incidentele baten zijn voornamelijk dekkingsmiddel voor incidentele lasten. De algemene reserves en de weerstandscapaciteit voldoen aan normen die zijn gebaseerd op een risicoanalyse (op te nemen in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen). De financierings- en schuldpositie en het kasstroomsaldo voldoen aan de normen van de Economische Monetaire Unie (EMU) en de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën). Door middel van de in de begroting opgenomen onderhoudsplannen wordt te allen tijde ruimte gelaten voor onderhoud van kapitaalgoederen in overeenstemming met de door de raad vastgelegde kwaliteitsniveaus. Vrijvallende kapitaallasten van vervangingsinvesteringen met betrekking tot de bedrijfsvoering blijven beschikbaar voor noodzakelijke vervangingen in de bedrijfsvoering.
Bij het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de volgende parameters. Begrotingsparameter Prijseffect bij interne budgetten (m.b.t. de leveringen binnen de gemeente)
Prijseffect bij externe budgetten (uitgaven) Rente % (voor interne verrekeningen: kosten kort geld, rekenrente reserves, kapitaallasten) Cao-loonstijgingspercentage (betreft stijging bovenop periodieke loonstijging)
Aan te houden waarde Geen vaste aanpassingen, maximaal volgens de Prognose van de HCPI (geharmoniseerde consumentenprijsindex) van het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2022: 2,2%. Geen vaste indexering, eveneens maximaal volgens CPB-prognose van de HCPI 2022: 2,2%. Uitgegaan wordt van het volgens BBV-bepalingen berekende omslagpercentage. Voor 2022 is deze vastgesteld op 1,6% Loonvoet sector overheid op basis van CBP CEP raming maart 2022: 3,6%.
Meicirculaire De meicirculaire 2022 informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen – inclusief die voor het sociaal domein - en de decentralisatieuitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2022 en verder. Daarnaast bevat de circulaire informatie over andere financiële onderwerpen die voor de gemeenten van belang zijn. De effecten voor iedere individuele gemeente moeten doorgerekend worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het programma Frontin PAUW. De circulaire is op 1 juni 2022 uitgekomen en de effecten zijn vertaald in het structurele financiële perspectief.
17