Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan ‘Aldwâld – Simmerwei 15’
Tekst van het document
bestemmingsplan
Aldwâld - Simmerwei 15 Noardeast-Fryslân
DATUM IMRO IDN
02-05-2023
PROJECTNUMMER
20220686
AUTEUR STATUS
ontwerp
NL.IMRO.1970.BpAwSimmerwei15-ON01
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Plangebied
5
1.3
Huidige planologische regeling
5
1.4
Leeswijzer
6
Beschrijving van het plangebied
7
2.1
Huidige situatie
7
2.2
Gewenste situatie
8
Beleidskader
9
3.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
9
3.2
Provinciaal beleid
10
3.3
Gemeentelijk beleid
10
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
12
4.1
Algemeen
12
4.2
Verkeer en parkeren
12
4.3
Archeologie
12
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
13
4.5
Bodem
14
4.6
Cultuurhistorie
14
4.7
Ecologie
14
4.8
Externe veiligheid
15
4.9
Geluid
16
4.10
Kabels en leidingen
16
4.11
Luchtkwaliteit
17
4.12
Water
17
Juridische toelichting
18
5.1
Algemeen
18
5.2
Toelichting op de bestemmingen
18
5.3
Verbeelding
19
Uitvoerbaarheid
20
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
20
6.2
Economische uitvoerbaarheid
20
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
1/66
Bijlagen toelichting
23
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
25
Bijlage 2
Watertoets
27
Bijlage 3
Advies FUMO
29
Bijlage 4
Overlegreactie Brandweer
31
Regels Hoofdstuk 1
33 Inleidende regels
35
Artikel 1
Begrippen
35
Artikel 2
Wijze van meten
39
Bestemmingsregels
40
Artikel 3
Bedrijventerrein
40
Artikel 4
Tuin
43
Artikel 5
Wonen - 1
45
Hoofdstuk 3
Algemene regels
49
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
49
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
50
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
51
Artikel 9
Overige regels
52
Overgangs- en slotregels
53
Artikel 10
Overgangsrecht
53
Artikel 11
Slotregel
54
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels
55
Bijlage 1
Staat van bedrijven
57
Bijlage 2
Landschapskenmerken
59
Bijlage 3
Lijst van toegestane beroepen en bedrijven aan huis
61
Bijlage 4
Handleiding inrichtingsplan
63
Verbeelding
2/66
65
Toelichting
3/66
4/66
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Simmerwei 15 te Aldwâld zijn plannen om de bestaande bedrijfswoning in gebruik te nemen als reguliere woning. Het perceel heeft in de huidige situatie een bedrijfsbestemming. Reguliere bewoning is niet toegestaan. De gemeente heeft aangegeven mee te willen werken aan deze ontwikkeling door een bestemmingswijziging door te voeren waarbij ook de beperking van de naastgelegen autosloperij wordt meegenomen. Om het voornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk, waarin het voorgenomen gebruik geregeld wordt. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Plangebied
De locatie is gelegen aan de Simmerwei 15 te Aldwâld. Het plangebied is oostelijk gelegen van de dorpskern Aldwâld. In figuur 1.1 is een kaart met het daarin betreffende plangebied weergegeven.
Figuur. 1.1
1.3
Globale ligging van het plangebied
Huidige planologische regeling
Het perceel bevindt zich binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012' van de voormalige gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, die op 28 september 2017 deels onherroepelijk in werking is gesteld. Het plangebied heeft in deze partiële en correctieve herziening de enkelbestemming "Bedrijventerrein" met deels de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - autosloperij'. Hierin zijn bedrijven uit categorie 1 tot en met 3.1 toegestaan die zijn benoemd in een bijlage bij de regels. Verder is een bedrijfswoning toegestaan mits deze al aanwezig is. Binnen het plangebied
5/66
staat een bedrijfswoning. Strijdigheid Op basis van het huidige bestemmingsplan is het niet toegestaan om de bestaande woning als reguliere woning te betrekken, maar uitsluitend als bedrijfswoning. Daarom past het voornemen niet binnen de bestaande regeling. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de functie gewijzigd naar een reguliere woonfunctie, waarin dit wel is toegestaan. In figuur 1.2 is een uitsnede weergegeven van het bestemmingsplan.
Figuur. 1.2 Uitsnede van het bestemmingsplan Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze toelichting is aandacht besteed aan de functionele en ruimtelijke structuur in de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het voor dit bestemmingsplan relevante beleid van Rijk, provincie en gemeente opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komen de juridische aspecten aan bod, in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6/66
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plangebied
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit een bedrijfsperceel waarop een autoservicebedrijf met een bedrijfswoning is gevestigd. De activiteiten van het autoservicebedrijf bestaan met name uit onderhoud, bandenservice, reparatie/herstel en periodieke keuring (APK) van (personen-)auto’s, demontage van sloopauto’s en in- en verkoop van auto’s en auto-onderdelen. De bedrijfswoning is aan de oostzijde van het bedrijf gelegen. Achter op het perceel van de bedrijfswoning, aan de zuidkant, is nog een bijgebouw aanwezig. Een luchtfoto van de actuele situatie is opgenomen in figuur 2.1.
Figuur. 2.1
Huidige situatie van het plangebied en directe omgeving
Het omliggende gebied wordt getypeerd door agrarisch land, natuur, bedrijventerrein en woningen. Ten oosten van het plangebied staat een aantal woningen en ten westen bevindt zich een bedrijvnterrein. Aan de noordkant ontsluit het plangebied aan de Simmerwei. Ten zuiden van het plangebied ligt de Stroobossertrekvaart, waarvan ten zuiden natuur ligt. Verder wordt het plangebied omringd door agrarische gronden.
7/66
2.2
Gewenste situatie
De gewenste situatie bestaat uit het in gebruik nemen van de bedrijfswoning ten behoeve van reguliere bewoning. Het uiterlijk blijft ongewijzigd. Het gaat uitsluitend om een functiewijziging van de bestaande bebouwing. Hierbij dient ook het naastgelegen autobedrijf meegenomen te worden. De autosloperij zal inwaarts worden gezoneerd, waarbij de activiteiten van de autosloperij slechts op een beperkt vlak bij de woning vandaan zijn toegestaan door middel van een aanduiding. Om de bedrijfsbestemming te scheiden van de woonbestemming wordt de groenstrook doorgetrokken richting de Simmerwei. De maximaal toegestane bouwoppervlakte van de woning blijft hetzelfde ten opzichte van de huidige situatie, namelijk 150 m2. Verder blijven de goot- en bouwhoogte ook gelijk, namelijk respectievelijk 3,5 m en 9,5 m.
8/66
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Groningen, waar Friesland deel vanuit maakt, is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Noord-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Friesland onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI.
9/66
3.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. De toelichting van een ruimtelijk project dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevatten. Indien het project die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het in gebruik nemen van een bestaande bedrijfswoning ten behoeve van reguliere bewoning wordt, vanwege de relatieve kleinschaligheid, niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet aan de orde.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Verordening Romte Fryslân In de Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld op 25 juni 2014, geconsolideerd op 23 maart 2021) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Volgens artikel 3.1.1 kan een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan. Het aantal woningen neemt in de gewenste situatie niet toe dus het woonsaldo blijft gelijk ten opzichte van de huidige situatie. Daarom past dit op voorhand binnen gemeentelijk woonprogramma.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Beleidsvisie Wonen en Woon programma De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een woonvisie opgesteld binnen het samenwerkingsverband van DDFK-gemeenten. DDFK-gemeenten zijn het ambtelijke samenwerkingsverband van de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a.. Ook is er op basis hiervan het Woonprogramma 2015-2020 opgesteld. Hierin is gezamenlijk woonbeleid voor de vier gemeenten opgenomen. De provincie Fryslân ondersteunt het in dit beleid opgenomen doel een toekomstbestendige, gedifferentieerde woningvoorraad te ontwikkelen die is afgestemd op de woonwensen van de inwoners, waarbij de focus van het beleid zich richt op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Vervanging heeft prioriteit boven nieuwbouw en inbreiding boven uitbreiding. Inmiddels hebben de provincie en de regio Noordoost Fryslân in mei 2020 nieuwe woningbouwafspraken gemaakt. Uitgangspunt daarbij is dat de gemeenten meer vrijheid krijgen om hun woonprogramma in te vullen en de voortgang halfjaarlijks met de provincie afstemmen. De nieuwe woningmarktanalyse van de regio Noordoost Fryslân (KAW, juni 2020) met een daarbij behorende dorpenatlas en voortdurende monitoring van de woningmarkt geven hierbij richting aan het beleid. Deze nieuwe regionale woningbouwafspraken zijn verder uitgewerkt, hetgeen geresulteerd heeft in een flexibel woonprogramma.
In dit geval gaat het om het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. De functiewijziging is niet strijdig met de beleidsvisie van de gemeente.
10/66
3.3.2 Woonvisie 2020-2025 De woonvisie legt op hoofdlijnen vast wat de basis is voor preciezere plannen en afspraken in de komende vijf jaar. De hoofdlijnen werkt de gemeente uit in een woonagenda op basis waarvan ze in gesprek gaan met de Mienskip en met partners. De woonvisie is ook de basis voor het maken van nieuwe prestatieafspraken met de corporaties. De woonvisie bevat 7 speerpunten voor de komende jaren: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten. 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp. 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit. 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken. 5. Energietransitie en verduurzaming. 6. Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen. 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. De gewenste situatie betreft de wijziging van functie van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Dit bestemmingsplan is daarom ook niet strijdig met de woonvisie van de gemeente.
11/66
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Algemeen
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de juridisch planologische regeling van een reguliere woning waar nu een bedrijfswoning staat. In dit hoofdstuk worden de omgevingsaspecten besproken welke relevant zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Verkeer en parkeren
Het perceel wordt ontsloten via de Simmerwei. Het perceel ligt in het 'buitengebied' van Aldwâld. Hier kan worden uitgegaan van een verkeersgeneratie van 7,8 mvt/etmaal bij een vrijstaand huis. Echter wordt bij de huidige situatie van het plangebied, waarbij het plangebied een bedrijventerrein betreft, een hogere verkeersgeneratie verwacht. Omdat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie afneemt, wordt aangenomen dat in de huidige situatie geen sprake is van problemen in de verkeersafwikkeling, wordt ervan uitgegaan dat de ontsluiting voldoende is. Ook de parkeerbehoefte neemt af door de voorgenomen ontwikkeling. De parkeerbehoefte in de nieuwe situatie zal 2,4 betreffen, op basis van de ligging 'rest bebouwde kom' en de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk'. Voor een bedrijfsperceel geldt een hogere parkeerbehoefte doordat hier personeel en klanten moeten kunnen parkeren. De behoefte aan 3 parkeerplaatsen wordt volledig op eigen erf opgevangen. Hier is voldoende ruimte voor.
4.3
Archeologie
Tot 1 juli 2016 was de Monumentenwet 1988 het toetsingskader voor cultuurhistorie en archeologie. Die wet is grotendeels komen te vervallen omdat op die datum de Erfgoedwet in werking is getreden. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor de provincie Fryslân is dit opgenomen in de provinciale FAMKE. Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).
De provincie beveelt in het plangebied aan om bij ingrepen van meer dan 2.500 m2 een karterend archeologisch onderzoek te verrichten voor de steentijd - bronstijd. Voor de periode ijzertijd - middeleeuwen adviseert de provincie een archeologisch onderzoek bij ingrepen groter dan 5.000 m2.
12/66
Het plangebied is met circa 9.500 m2 groter dan 5.000 m2. Dit plan betreft een functiewijziging waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden. Hierdoor hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. Aan de oostkant van het perceel ligt een autosloperij. Dit betreft een functie uit milieucategorie uit milieucategorie 3.2. Voor geur geldt hiervoor een richtafstand van 0 meter. Verder geldt voor stof een richtafstand van 10 meter. De woning ligt op een afstand van 10 meter, daarom kan er van worden uitgegaan dat er wordt voldaan aan de richtafstand. Rekening houdende met een gemengd gebied betreft dit een richtafstand voor geluid van 50 meter. Echter betreft de afstand tussen de woning en de autosloperij circa 10 meter en wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter. De werkzaamheden vanuit de autosloperij zullen worden ingeperkt naar de andere kant van het perceel (uit de richting van de woning). De afstand tussen de gevel van de woning en de grens van de autosloperij zal hierdoor toenemen, waardoor aan de richtafstand wordt voldaan. Geluidrelevante demontagewerkzaamheden (als slijpen e.d.) aan sloopauto's zijn beperkt tot de demontagewerkplaats.
Ten behoeve van de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 1. In het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met een relatief maximale invulling van de activiteiten, uitgaande van een volledige bezetting en rekening houdend met een verhoogd aantal verkeersbewegingen (van zowel personenauto's, als middelzware en zware vrachtwagens). Uit het onderzoek volgt dat onder deze omstandigheden ter plaatse van de (her te bestemmen) woning Simmerwei 15 wordt voldaan aan de VNG-richtwaarden. Verder volgt uit het onderzoek dat onder deze omstandigheden zowel ter plaatse van de woning Simmerwei 15 als ter plaatse van de overige omliggende woningen wordt voldaan aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden als verbonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Verder volgt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening er in akoestische zin geen belemmeringen zijn. De geluidbelasting vanwege het autoservicebedrijf, alsmede de te verwachten maximale geluidniveaus, voldoen ter plaatse van de woning Simmerwei 15 aan de richtwaarden zoals opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Geluidbelasting door indirecte hinder, veroorzaakt door verkeer rijdend over de openbare weg naar en van het autoservicebedrijf, voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
Er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een als 'goed' te beoordelen akoestisch woon- en leefklimaat.
13/66
4.5
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen in het kader van de Wet bodembescherming bij ruimtelijke plannen en projecten te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Het plangebied is in de huidige situatie bestemd als "Bedrijventerrein" met "bedrijfswoning". Een woning is een bodemgevoelige functie op zowel een woonbestemming als op een bedrijfsbestemming. Er wordt op dit moment al gewoond op het perceel. Op basis van de huidige planologische regeling kan daarom worden aangenomen dat het perceel geschikt is voor bewoning, en daarmee ook voor reguliere bewoning. Daarom wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De FUMO heeft het plan beoordeeld en geeft aan dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de bestemmingswijziging.
4.6
Cultuurhistorie
Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Om de cultuurhistorische waarden vast te stellen is de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. De kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. In het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. In het voorgenomen project verandert niks aan de kenmerken van de woning. De bestaande woning past al binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Daarmee is de ontwikkeling op voorhand niet in strijd met mogelijke cultuurhistorische waarden.
4.7
Ecologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze waarden zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. 4.7.1 Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen deze gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden.
14/66
Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het zuidwestelijk gelegen gebied de Groote Wielen met een afstand van 13 km. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Conform de wetswijziging die op 1 juli 2021 is aangenomen is het voor bestemmingsplannen uitsluitend nog noodzakelijk om de gebruiksfase te berekenen. In dit geval is er geen sprake van verandering in woningsaldo. Er is enkel sprake van een functiewijziging van een bedrijfswoning tot een reguliere woning. Het aantal verkeersbewegingen neemt planologisch gezien ten opzichte van de huidige situatie af. Daarom wordt geen verandering in stikstofemissie verwacht door de woning zelf of het wegverkeer.
Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling op voorhand geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden met zich meebrengt.
4.7.2 Soortenbescherming Er is geen sprake van sloop-, kap-, nieuwbouw- en/of dempingswerkzaamheden. Daarmee kan op voorhand worden bepaald dat eventueel aanwezige beschermde soorten niet nadelig worden beïnvloed. Een quickscan ecologie is daarom niet noodzakelijk.
4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Per 1 juli 2012 is de regelgeving veranderd. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (2015) moet rekening worden gehouden met het zogenaamde basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt van het basisnet is dat door het vastleggen van veiligheidszones de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Risicobronnen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen zoals inrichtingen die gevaarlijke stoffen bevatten.
15/66
Transport gevaarlijke stoffen Naast inrichtingen kan het aspect van externe veiligheid een rol spelen bij (spoor/weg/auto)weg in verband met het transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt niet binnen het invloedgebied van de transportroutes gevaarlijk stoffen die een verhoging van het groepsrisico kunnen inhouden. Buisleidingen Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied van een buisleiding. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op ruim 2,8 km afstand. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.
4.9
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Indien een geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. Formeel is de Simmerwei een 60 km/uur-weg en is de Wgh van toepassing. In het kader van de Wgh dienen nieuwe woningen getoetst te worden, echter is er in het voorgenomen plan geen sprake van een nieuwe situatie in de zin van de Wet geluidhinder. De woonfunctie in de voormalige bedrijfswoning houdt deze funtie waarbij het woningsaldo hetzelfde blijft. Op basis van artikel 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Een akoestisch onderzoek is daarom niet nodig.
Het wegverkeerslawaai is daarmee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
4.10 Kabels en leidingen In (de omgeving van) een plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om de veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. In en direct rond het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een planologische bescherming nodig hebben. Daarom is er geen noodzaak tot nader onderzoek. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
16/66
4.11 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De situatie betreft de functiewijziging van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Dit betreft geen verandering ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het plan draagt daarom ook niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.12 Water Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets is als bijlage 2 bij de toelichting toegevoegd. De uitkomst van de watertoets is dat er geen waterschapsbelang is. Het aspect water staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
17/66
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestemmingsplan 'Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012' en actuele bestemmingsplannen in de omgeving van het plangebied. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
Het bestemmingsplan bestaat uit een set met bestemmingsregels en een digitale verbeelding met de daarbij behorende plantoelichting. In deze paragraaf volgt een toelichting op de bestemmingsregels. Bedrijventerrein Op het perceel met de bestemming "Bedrijventerrein" zijn bedrijven toegestaan in de categorieën 1 tot en met 3.1. Het westelijke deel van het bedrijventerrein heeft de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein autosloperij", zodat het autosloopbedrijf niet direct naast de woning kan worden gesitueerd. Tuin Van de noordelijke grens van het plangebied tot circa 1 meter achter de gevel geldt de enkelbestemming "Tuin". Deze enkelbestemming staat een tuin toe en voorkomt de bouw van bijgebouwen voor de voorgevel. De bestemming "Tuin" fungeert ook als scheiding tussen het woonperceel en het perceel met het bedrijventerrein. Wonen Op het woonperceel geldt de enkelbestemming "Wonen - 1". Binnen deze bestemming is het mogelijk één hoofdgebouw (woning) te bouwen. Het hoofdgebouw moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. Ondergeschikte bebouwing mag wel buiten het bouwvlak worden gebouwd.
18/66
5.3
Verbeelding
Rond de huidige woning is een bouwvlak opgenomen. Het bestaande bijgebouw is ondergeschikte bebouwing en bevindt zich buiten het bouwvlak. Aan de voorzijde van de woning heeft het plangebied de tuinbestemming. Dit is overeenkomstig de systematiek in het moederplan. Bovendien ligt de tuinbestemming op de grens tussen de bedrijfsbestemming en de woonbestemming.
19/66
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
De verplichting bestaat om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan en de grondexploitatie. Bij de uitvoerbaarheid wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan de betrokken overleginstanties. De FUMO heeft in een eerder stadium reeds een advies gegeven met betrekking tot het aspect bodem. Dit advies is opgenomen in bijlage 3 en verwerkt in paragraaf 4.5. In het kader van het vooroverleg heeft Brandweer Fryslân een advies gegeven, welke is opgenomen in bijlage 4. De brandweer geeft aan geen bezwaar tegen de beoogde ontwikkeling te hebben. Wel adviseert de brandweer om na te gaan of er uit het water in het plangebied voor minimaal 60 minuten bluswater onttrokken kan worden. Dit advies is afgestemd met de gemeente. Gezien de aanwezigheid van oppervlaktewater in de nabijheid van het plangebied zijn er geen belemmeringen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Vaststellingsfase Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld.
Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De financiële haalbaarheid is niet in het geding.
20/66
Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Er zal een overeenkomst voor het afwentelen van planschade met de initiatiefnemer en gemeente gesloten worden.
21/66
22/66
Bijlagen toelichting
23/66
24/66
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek
25/66
26/66
www.noormanadvies.nl
Rapport 22210239.R01
Autoservice Keizer te Oudwoude - Akoestisch onderzoek industrielawaai -
Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu
Rapport 22210239.R01
Autoservice Keizer te Oudwoude - Akoestisch onderzoek industrielawaai -
Datum:
12 september 2022
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs B.V. Postbus 150 3000 AD Rotterdam
Auteur:
dhr. J. Dijkstra (projectleider)
Collegiale toets:
mevr. dr. R.F. Noorman
Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen
Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn
T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl
Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01
Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
www.noormanadvies.nl
Inhoud 1|
Inleiding
5
2| 2.1 2.2 2.3
Autoservice Keizer Algemeen Terrein en bebouwing Geluidrelevante activiteiten en werkzaamheden
6 6 6 7
3|
Woning Simmerwei 15
8
4| 4.1 4.2 4.3 4.4
Toetsingskader Milieuzonering Activiteitenbesluit milieubeheer Bescherming buitenruimte (tuin) Indirecte hinder
9 9 11 12 12
5| 5.1 5.2
Meet- en rekenvoorschrift Algemeen Geluidmetingen
12 12 13
6| 6.1 6.2 6.3 6.4
Geluidgegevens Algemeen Equivalente bronnen Maximale geluidbronnen Niet relevante geluidbronnen
13 13 13 15 16
7| 7.1 7.2 7.3 7.4
Rekenmodel Geluidbronnen Objecten Rekenpunten Geluidoverdracht
16 16 16 17 17
8| 8.1 8.2 8.3
Berekeningsresultaten Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Maximale geluidniveaus Indirecte hinder
18 18 19 20
9|
Conclusie
21
22210239.R01
pagina 3 van 21
www.noormanadvies.nl
Figuren 1
Overzicht van het rekenmodel met de ligging van de objecten, bodemgebieden en rekenpunten
2
Overzicht van het rekenmodel met de ligging van de ingevoerde equivalente geluidbronnen
3
Overzicht van het rekenmodel met de ligging van de ingevoerde maximale geluidbronnen
Bijlagen 1
Begrippen
2
Gemeten binnenniveaus
3
Bronsterkteberekeningen
4
Overzicht van de voor de inrichting ingevoerde geluidbronnen
5
Overzicht van de voor de inrichting ingevoerde objecten en bodemgebieden
6
Overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
7
Overzicht van de berekende maximale geluidniveaus
8
Overzicht van de berekende geluidniveaus indirecte hinder
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van Noorman Bouw- en milieu-advies. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij Noorman Bouw- en milieu-advies gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
22210239.R01
pagina 4 van 21
www.noormanadvies.nl
1 | Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is een akoestisch onderzoek “industrielawaai” uitgevoerd voor Autoservice Keizer te Oudwoude. De inrichting is gevestigd aan de Simmerwei 15a te Oudwoude. Onderdeel van de inrichting is een bedrijfswoning aan de Simmerwei 15. Aanleiding voor het onderzoek is de beoogde bestemmingswijziging voor deze woning van ‘bedrijfswoning’ naar regulier wonen (enkelbestemming ‘Wonen-1’). Met deze bestemmingswijziging is de woning voor het autoservicebedrijf te beschouwen als een reguliere woning van derden. Van belang is enerzijds dat het bedrijf als gevolg van de bestemmingswijziging niet in haar activiteiten wordt belemmerd en anderzijds dat ter plaatse van de woning een in akoestisch opzicht goed c.q. acceptabel woon- en leefklimaat is gewaarborgd, passend bij de nieuwe bestemming. Een overzicht van de bestaande situatie is gegeven in afbeelding 1. Afbeelding 1: Bestaande situatie
Autoservice Keizer (Simmerwei 15a)
(bedrijfs)woning Simmerwei 15
Ten behoeve van het onderzoek is de inrichting bezocht op 25 augustus 2022. Daarbij is de bedrijfssituatie doorgesproken en zijn aanvullend geluidemissiemetingen uitgevoerd. De in dit onderzoek gehanteerde akoestische begrippen zijn toegelicht in bijlage 1.
22210239.R01
pagina 5 van 21
www.noormanadvies.nl
2 | Autoservice Keizer 2.1 Algemeen Autoservice Keizer is een autoservicebedrijf. De activiteiten bestaan met name uit: onderhoud, bandenservice, reparatie/herstel en periodieke keuring (APK) van (personen-)auto’s; demontage van sloopauto’s; in- en verkoop van auto’s en auto-onderdelen. De reguliere openingstijden zijn op werkdagen van 08.00 – 17.00 uur. De werkzaamheden en activiteiten binnen de inrichting zijn daarmee voornamelijk beperkt tot de akoestische dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur). Buiten de akoestische dagperiode kunnen in voorkomende gevallen nog enkele verkeersbewegingen naar en van de inrichting plaatsvinden.
2.2 Terrein en bebouwing Het bedrijfspand is opgetrokken in thermisch geïsoleerde sandwichpanelen. In het dak zijn (dubbelwandige) kunststof daklichten opgenomen. In afbeelding 2 is een nader overzicht gegeven van de inrichting met ruimtebenaming. Als ook te zien in afbeelding 2 is het terrein van de inrichting in belangrijke mate verhard (beton/stelconplaten). Aan de noordzijde, parallel aan de Simmerwei, is een deel van het terrein voorzien van een semi-verharding bestaande uit rood puingranulaat. Op dit semi-verharde terreindeel worden met name de voor de verkoop bedoelde auto’s gestald. Sloopauto’s worden, nadat deze volgens de geldende richtlijnen zijn ontdaan van vloeistoffen, gestald op het zuidelijke en oostelijke stallingsterrein. Dit terrein is middels een circa 2,5 m hoog geprofileerd stalen scherm (met afsluitbare doorgang) afgescheiden van het westelijke terreindeel. Het verharde westelijke terrein, ter hoogte van de werkplaats en nabij de in-/uitgang aan de Simmerwei is met name in gebruik voor het parkeren/stallen van auto’s ten behoeve van reparatie/onderhoud in de werkplaats.
22210239.R01
pagina 6 van 21
www.noormanadvies.nl
Afbeelding 2: Overzicht inrichting
G1
F B
G2
C A
K H
J3 D
E
J1
A:
onderhoudswerkplaats
B:
kantoor
C:
magazijn/bandenopslag
D:
demontagewerkplaats
E:
opslag vloeistoffen (tanks, overkapt)
F:
stalling handelsauto’s
G:
stalling onderhoudsauto’s / parkeren bezoekers
H:
stalling sloopauto’s (op vloeistofdichte plaat) in afwachting van demontage
J:
stalling gedemonteerde sloopauto’s
K:
geprofileerd stalen schutting (h= 2,5 m)
I J2
2.3 Geluidrelevante activiteiten en werkzaamheden Werkplaatsen Binnen de onderhouds- en demontagewerkplaats vinden de standaard werkplaatsactiviteiten plaats behorende bij een autoservicebedrijf. Het betreft onder meer het gebruik van (elektrische) handgereedschappen, sleutelen, gebruik persluchtspuit, etc. De in gebruik zijnde machines en apparaten bestaan onder meer uit een bandenwisselmachine, remmentestbank, hefbruggen, aircoservicemachine, uitlaatafzuiging en airbagafzuiging. Gebruikelijk zijn niet meer dan 3 tot 4 personen werkzaam binnen de inrichting. Tijdens warme dagen kunnen de overheaddeuren gedurende langere tijd geheel of deels geopend zijn. Op basis van de ter plaatse uitgevoerde geluidmetingen (zie ook hoofdstuk 5 en 6) bedraagt het gemiddeld te verwachten equivalente geluidniveau in de verschillende werkplaatsen niet meer dan LP = 75 dB(A) bij volledige bezetting. Dit is inclusief het testen van motoren en een mogelijk op de achtergrond spelende radio. Ter plaatse is vastgesteld dat muziekgeluid buiten het terrein van de inrichting niet hoorbaar is.
22210239.R01
pagina 7 van 21
www.noormanadvies.nl
Stallingsterrein sloopauto’s Voor het intern verplaatsen van sloopauto’s wordt gebruik gemaakt van een kleine shovel van het type Zettelmeyer ZL 402. Het gebruik van deze shovel is maatgevend voor de geluidbelasting afkomstig van het stallingsterrein voor sloopauto’s Verkeersbewegingen Het bedrijf beschikt over een eigen autoambulance. Het betreft een middelzware vrachtwagen van het type FUSO Canter. Verder zijn twee leenauto’s beschikbaar voor klanten. Naast in- en uitgaande bewegingen door bezoekers en klanten kunnen test en proefritten plaatsvinden. Onderdelen en dergelijke worden door koeriers met bestelwagens aangeleverd. Interne vervoersbewegingen bestaan onder meer uit het in- en uitrijden van de werkplaats. Periodiek, gemiddeld 2 maal per jaar, komt een container-vrachtwagen ten behoeve van de afvoer van autowrakken. De wrakken worden met de grijper in de vrachtwagen geladen. De effectieve laaden losduur bedraagt circa 0,5 uur per keer. Verder wordt circa 2 maal per jaar een volle bandencontainer afgevoerd en worden gemiddeld eenmaal per jaar de vloeistoftanks leeggezogen met een tankwagen. Voor de in dit onderzoek in beeld gebrachte representatieve bedrijfssituatie is voor het aantal in- en uitgaande verkeersbewegingen uitgegaan van de in tabel 1 weergegeven aantallen. Tabel 1: Verkeersbewegingen naar en van de inrichting Omschrijving
Aantal rijbewegingen per periode dag
avond
nacht
zware vrachtwagens
2
--
--
auto-ambulance personenauto’s en bestelwagens (incl. proefritten)
10
2
1
60
4
2
Voor het aantal interne rijbewegingen (van terrein naar werkplaats en vice versa) van personenauto’s en bestelwagens is aanvullend rekening gehouden met 60 verkeersbewegingen in de dagperiode.
3 | Woning Simmerwei 15 De woning Simmerwei 15 betreft een vrijstaande, in metselwerk opgetrokken, woning met aangebouwde garage. De woning is recent uitgebreid, waarbij op de eerste verdieping het verblijfsoppervlak is uitgebreid en boven de oorspronkelijke garage, een extra verblijfsruimte is gerealiseerd.
22210239.R01
pagina 8 van 21
www.noormanadvies.nl
Het perceel Simmerwei 15 heeft in de actuele situatie een bedrijfsbestemming. Deze bestemming komt te vervallen en zal worden gewijzigd naar ‘wonen-1’ met bijbehorende tuin, als ook weergegeven in onderstaande afbeelding 3. Afbeelding 3: Beoogde plansituatie Simmerwei 15
4 | Toetsingskader 4.1 Milieuzonering Een mogelijk toetsingskader voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen is vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009). De publicatie wordt gebruikt als hulpmiddel bij planologische ontwikkelingen en geeft o.a. richtafstanden en stappenplannen om te komen tot het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de directe omgeving van (geluid)gevoelige functies nabij bedrijven. In tabel 2 is een overzicht gegeven van de bijbehorende aanbevolen richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave.
22210239.R01
pagina 9 van 21
www.noormanadvies.nl
Tabel 2: Richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ Gebiedstype
Richtwaarde*
Grenswaarde*
Rustige woonwijk
LAr,LT ≤ 45 dB(A)
LAr,LT ≤ 50 dB(A)
LAmax ≤ 65 dB(A)
LAmax ≤ 70 dB(A)
indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)
indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)
LAr,LT ≤ 50 dB(A)
LAr,LT ≤ 55 dB(A)
LAmax ≤ 70 dB(A)
LAmax ≤ 70 dB(A) **
indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)
indirecte hinder LAeq ≤ 65 dB(A)
Gemengd gebied
*
Als etmaalwaarde
** Uitgezonderd maximale geluidniveaus door aan- en afrijdend verkeer
Als aangegeven dient de VNG-publicatie als hulpmiddel en geeft het een mogelijk toetsingskader. Het bevoegd gezag kan gemotiveerd van de richt- en grenswaarden afwijken. De geldende milieuregelgeving kan daarbij een rol spelen. In de motivatie dient te worden aangegeven waarom het bevoegd gezag in deze concrete situatie de (hogere) geluidbelasting acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Gebiedstypering De VNG-richtwaarden (zie tabel 2) zijn afhankelijk van de aard van de woonomgeving. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Onder het omgevingstype gemengd gebied wordt een gebied verstaan met een matige tot sterke functievermenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca of kleine bedrijven. Als aangegeven in de VNG-publicatie kan ook (lint)bebouwing in het buitengebied, met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid als gemengd gebied worden beschouwd evenals bebouwing gelegen langs belangrijke verkeersaders. Rekening houdend met de naastliggende bestaande bedrijfsbestemmingen is het gebiedstype in voorliggende situatie te karakteriseren als een gemengd gebied.
22210239.R01
pagina 10 van 21
www.noormanadvies.nl
4.2 Activiteitenbesluit milieubeheer De inrichting is een type B inrichting als bedoeld in het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’. Van toepassing zijn de geluidvoorschriften, zoals opgenomen in Afdeling 2.8 van dit besluit 1. In de normstelling wordt onderscheid gemaakt tussen woningen gelegen óp en woningen gelegen buiten een bedrijventerrein2. De grenswaarden voor het toelaatbare langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (L Ar,LT) en maximale geluidniveaus (LAmax) bedragen conform artikel 2.17 van het besluit: Woningen buiten een bedrijventerrein (waaronder Simmerwei 15):
- LAr,LT = 50 dB(A) en LAmax = 70 dB(A) in de dagperiode, - LAr,LT = 45 dB(A) en LAmax = 65 dB(A) in de avondperiode, - LAr,LT = 40 dB(A) en LAmax = 60 dB(A) in de nachtperiode. Woningen op een bedrijventerrein (waaronder Simmerwei 8):
- LAr,LT = 55 dB(A) en LAmax = 75 dB(A) in de dagperiode, - LAr,LT = 50 dB(A) en LAmax = 70 dB(A) in de avondperiode, - LAr,LT = 45 dB(A) en LAmax = 65 dB(A) in de nachtperiode. Verder geldt dat maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten in de dagperiode, tussen 07.00 en 19.00 uur, zijn uitgezonderd van toetsing (art. 2.17, lid 1 sub b). Onder het verruimde begrip 'laad- en losactiviteiten' worden tevens aanverwante activiteiten verstaan, zoals het dichtklappen van autoportieren en het starten en wegrijden van voertuigen. Ook stemgeluiden vanwege personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein dat onderdeel is van de inrichting blijven buiten beschouwing (art. 2.18, lid 1 sub a). Op grond van artikel 2.20, eerste lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere (hogere) grenswaarden vaststellen. Maatwerk is alleen mogelijk als het binnenniveau in geluidgevoelige ruimten c.q. verblijfsruimten van geluidgevoelige gebouwen beperkt blijft tot ten hoogste 35 dB(A) etmaalwaarde. Verschil regelgeving conform het Activiteitenbesluit milieubeheer en de VNG-normering Het verschil tussen de normering in het kader van het VNG en de voorschriften als vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer is met name gelegen in het feit dat bij de toetsing aan de VNG-criteria specifieke geluidbronnen als bijvoorbeeld stemgeluiden niet zijn uitgezonderd van toetsing.
1 2
Het besluit met de bijbehorende voorschriften is onder meer gepubliceerd op de overheidssite www.wetten.nl. Waarbij geldt dat sprake is van een bedrijventerrein als dit als zodanig ook is opgenomen in het bestemmingsplan
22210239.R01
pagina 11 van 21
www.noormanadvies.nl
4.3 Bescherming buitenruimte (tuin) Voor tuinen/buitenruimten is geen normstelling gedefinieerd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ook is er geen gemeentelijk beleid op dit vlak. Duidelijk is dat een tuin/buitenruimte minder bescherming behoeft dan een geluidgevoelig object (lees: woning). Dit is ook in lijn met jurisprudentie (uitspraak Raad van State 201302959/1/R1). Uitgangspunt in voorliggend onderzoek is dat met het voldoen aan de grenswaarden als vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer ook de buitenruimten/tuinen van aangrenzende percelen voldoende zijn beschermd.
4.4 Indirecte hinder Onder indirecte hinder wordt verstaan de geluidbelasting als gevolg van bedrijfsverkeer rijdend over de openbare weg naar en van de inrichting. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn geen grenswaarden opgenomen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting. In het kader van de zorgplicht (artikel 2.1) dient geluidhinder vanwege indirecte hinder zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel tot een aanvaardbaar niveau te worden beperkt. Voor de beoordeling kan worden aangesloten bij het toetsingskader als beschreven in de Circulaire van 29 februari 1996 ‘Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wet milieubeheer’, uitgave VROM. Indirecte hinder moet worden meegenomen tot het verkeer op de openbare weg deel uitmaakt van het heersende verkeersbeeld. De voorkeursgrenswaarde bedraagt LAeq = 50 dB(A) etmaalwaarde. De maximale grenswaarde bedraagt LAeq = 65 dB(A) etmaalwaarde. Een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) is toelaatbaar mits binnen gevoelige ruimten wordt voldaan aan een binnenwaarde van ten hoogste LAeq 35 dB(A) etmaalwaarde.
5 | Meet- en rekenvoorschrift 5.1 Algemeen De metingen en berekeningen van de geluidniveaus vanwege de inrichting zijn uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ uitgegeven door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (HMRI ’99). Het gebruik van de handleiding is als zodanig omschreven in artikel 1.11, negende lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
22210239.R01
pagina 12 van 21
www.noormanadvies.nl
5.2 Geluidmetingen Bij de op 25 augustus 2022 uitgevoerde geluidmetingen is gebruik gemaakt van klasse 1 meetapparatuur. De metingen zijn uitgevoerd onder representatieve bedrijfsomstandigheden, als geluidemissiemeting op korte afstand van de bron. Het meteoraam industrielawaai, als gedefinieerd in de handleiding is niet van toepassing. Een overzicht van de meetresultaten en de bronsterkteberekeningen zijn gegeven in bijlage 2 en 3.
6|
Geluidgegevens
6.1 Algemeen Modelvorming Bij de uitwerking is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu V2022.2 rev 2. Een overzicht van het rekenmodel, met de ligging van de objecten, rekenpunten en ingevoerde geluidbronnen is gegeven in de figuren 1 t/m 3. Geluidemissiegegevens Bij de uitwerking is zowel gebruik gemaakt van de meetresultaten als van geluidemissiekentallen. Deze kentallen/emissiegegevens zijn gebaseerd op meerdere metingen aan vergelijkbare activiteiten, machines en/of motorvoertuigen elders.
6.2 Equivalente bronnen Een samenvatting van de ingevoerde equivalente geluidbronnen is gegeven in tabel 3 en 4. Tabel 3: Overzicht van de ingevoerde equivalente geluidbronnen Bronnummer en omschrijving
Bronsterkte
Bedrijfsduur [uren / %] / be-
LW in dB(A)
drijfsduurcorrectie Cb in dB dag avond nacht
01
deuropening werkplaats
85
8
--
--
02
deuropening werkplaats
85
8
--
--
03
deuropening sloophok
86
8
--
--
04
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
05
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
06
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
07 08
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53 53
8 8
---
---
22210239.R01
pagina 13 van 21
www.noormanadvies.nl
Bronnummer en omschrijving
Bronsterkte
Bedrijfsduur [uren / %] / be-
LW in dB(A)
drijfsduurcorrectie Cb in dB dag avond nacht
09
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
10
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
11
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
12
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
13
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
14
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
15
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
16
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
17
lichtdoorlatende beplating dak werkplaats
53
8
--
--
18
lichtdoorlatende beplating dak sloophok
50
8
--
--
19
lichtdoorlatende beplating dak sloophok
50
8
--
--
20
lichtdoorlatende beplating dak sloophok
50
8
--
--
21
lichtdoorlatende beplating dak sloophok
50
8
--
--
22
lichtdoorlatende beplating dak sloophok
50
8
--
--
23
lichtdoorlatende beplating dak sloophok
50
8
--
--
24
uitlaat afzuiging uitlaatgassen werkplaats
94
1
--
--
25
uitlaat (pijp) airbagafzuiging sloophok
74
1
--
--
26
stationair draaien autoambulance
80
0,42
0,083
0,042
27
stationair draaien autoambulance
80
0,42
0,083
0,042
28 29
laden vrachtwagen wrakken shovel ZL402 - verplaatsen autowrakken
107 96
0,50 0.75
---
---
Tabel 4: Overzicht van de voor de inrichting ingevoerde mobiele geluidbronnen Bronnummer en omschrijving
Aantal rijbewegin-
Bron-
Rijsnel-
gen per periode
sterkte LW
heid
dag
avond
nacht
in dB(A)
in km/uur
Binnen de inrichting mb-01
personenauto's en bestelwagens
35
2
1
89
5
mb-02
personenauto's en bestelwagens
15
2
1
89
5
mb-03
personenauto's en bestelwagens
10
--
--
89
5
mb-04
personenauto's en bestelwagens (intern)
55
--
--
89
5
mb-05
personenauto's en bestelwagens (intern)
5
--
--
89
5
mb-06 mb-07
autoambulance vrachtwagen wrakken
10 2
2 --
1 --
94 101,5
5 5
Openbare weg (indirecte hinder) mb-08
pers.-auto's en bestelwagens Simmerwei
30
2
1
101,5
60
mb-09 mb-10
autoambulance Simmerwei vrachtwagen wrakken Simmerwei
5 1
1 --
1 --
106 109
60 60
22210239.R01
pagina 14 van 21
www.noormanadvies.nl
Toelichting tabel 3 en 4 Bepalend voor de geluidbijdrage vanwege het bedrijfspand is de uitstraling via de geopende deuren van de werkplaatsen, de geluidemissie via de kunststof daklichten en de uitlaten van de verschillende afzuigingen. Deze afzuigingen zijn gebruikelijk kortdurend in bedrijf. Periodiek komt een vrachtwagen voor de afvoer van autowrakken, dan wel de afvoer van banden of vloeistoffen. Akoestisch maatgevend is de afvoer, inclusief laden (0,5 uur), van autowrakken. Voor het gebruik van de shovel is rekening gehouden met een gemaximeerde tijdsduur van 0,75 uur in de dagperiode. De shovel wordt op het gehele stallingsterrein voor sloopauto’s ingezet. De totale geluidemissie is middels een oppervlaktebron evenredig over het terrein verdeeld. De bedrijfsduur voor het stationair draaien van de autoambulance is gebaseerd op 5 minuten per rijbeweging. De totale bedrijfsduur is evenredig verdeeld over twee representatieve bronlocaties. De inrichting is bereikbaar via de Simmerwei, vanuit noordwestelijke en zuidoostelijke richting. De verkeersbewegingen op de openbare weg zijn evenredig (50/50) over de beide rijrichtingen verdeeld. Dit komt overeen met de gangbare praktijk.
6.3 Maximale geluidbronnen De voor de maximale geluidniveaus (door piekgeluiden) ingevoerde geluidbronnen zijn gegeven in tabel 5. Tabel 5: Overzicht van de ingevoerde maximale geluidbronnen Bronnummer en omschrijving
Bronsterkte LWmax in
Actief in periode? dag
avond
nacht
dB(A) max-01
max deuropening werkplaats
100
ja
nee
nee
max-02
max deuropening werkplaats
100
ja
nee
nee
max-03
max deuropening sloophok
101
ja
nee
nee
max-04
max shovel ZL402
104
ja
nee
nee
max-05
max shovel ZL402
104
ja
nee
nee
max-06
max shovel ZL402
104
ja
nee
nee
max-07
laden vrachtwagen wrakken
120
ja
nee
nee
max-08
dichtklappen portier
98
ja
ja
ja
max-09
dichtklappen portier
98
ja
ja
ja
max-10
dichtklappen portier
98
ja
ja
ja
max-11 max-12
dichtklappen portier dichtklappen portier
98 98
ja ja
ja nee
ja nee
22210239.R01
pagina 15 van 21
www.noormanadvies.nl
Toelichting tabel 5 Het laden van autowrakken is qua maximale geluidemissie maatgevend ten opzichte van het opladen/wisselen van de bandencontainer [LWmax ≈ 115 dB(A)] en het legen (met eigen pompunit) van de vloeistoftanks door de tankwagen [LWmax ≈ 107 dB(A)]. De maximale bronsterkte via de deuropeningen is gebaseerd op een gemeten maximaal binnenniveau LPmax = 90 dB(A) tijdens hameren (klappen metaal op metaal).
6.4
Niet relevante geluidbronnen
De in voorgaande paragrafen beschreven geluidbronnen zijn maatgevend voor de geluidbelasting en maximale geluidniveaus vanwege de inrichting. De geluidbijdrage vanwege mogelijk stemgeluid is zowel qua geluidbelasting als maximale geluidemissie verwaarloosbaar.
7|
Rekenmodel
7.1
Geluidbronnen
Een overzicht van de in het rekenmodel ingevoerde geluidbronnen met coördinaten, hoogten en octaafbandspectra is gegeven in bijlage 4. De ligging van de ingevoerde geluidbronnen is weergegeven in de figuren 2 en 3.
7.2
Objecten
De in het rekenmodel voor de inrichting opgenomen objecten zijn met coördinaten, hoogten, reflectiecoëfficiënten en bodemfactoren gegeven in bijlage 5. Erfverhardingen, wateroppervlakken en omliggende wegen zijn ingevoerd met een bodemfactor B = 0,0 (reflecterend). Het niet-gedefinieerde bodemgebied is als absorberend aangehouden (B = 1,0). Een grafische weergave van het rekenmodel met de ligging van de ingevoerde objecten is gegeven in figuur 1. Afbeelding 3 geeft een driedimensionale weergave van het rekenmodel.
22210239.R01
pagina 16 van 21
www.noormanadvies.nl
Afbeelding 3: 3D-weergave van het rekenmodel gezien vanuit zuidwestelijke richting
7.3 Rekenpunten De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn berekend ter plaatse van de woning Simmerwei 15 en aanvullend ter plaatse van de westelijk gelegen bedrijfswoning Simmerwei 8 en de zuidelijk (aan de overzijde van de Trekvaart) gelegen woningen Trekwei 7 en 6. De beoordelingshoogte bedraagt ho = 1,5 m in de dagperiode (leefniveau overdag) en ho = 5 m in de avond- en nachtperiode (verdiepingsniveau). De ligging van de rekenpunten is weergegeven in figuur 1.