Bijlage D - Ontwerp beleidsregel met wijzigingen
Tekst van het document
Beleidsregel zonnepanelen en -collectoren, en buitenunits
warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen in beschermde stadsen dorpsgezichten 2025
De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 juli 2025 en zaaknummer 2025-177955;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 4:19 van de Omgevingswet;
overwegende dat het wenselijk is om een beleidsregel vast te stellen waarin duidelijkheid wordt gegeven aan de wijze waarop energiebesparende maatregelen en maatregelen ten behoeve van energie-opwek in beschermde stads- en dorpsgezichten mogelijk zijn, waarbij de waarden en de kwaliteit van de beschermde stad- en dorpsgezichten niet (onomkeerbaar) aangetast worden, b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel zonnepanelen en -collectoren, buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen in beschermde stads- en dorpsgezichten van de gemeente Noardeast-Fryslân 2025 College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân; b e s l u i t de volgende ontwerp beleidsregel van 10 april tot en met 22 mei ter inzage te leggen: Zonnepanelen en -collectoren en buitenunits warmtepompen in beschermde stads- en dorpsgezichten van de gemeente Noardeast-Fryslân 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Deze beleidsregel verstaat onder: 1.
Achterdakvlak: het van het openbaar toegankelijk gebied afgekeerde dakvlak, niet zijnde een
2.
Monument: een gebouwd monument dat door de gemeente, provincie of het Rijk is aangewezen
zijdakvlak.
als monument.
3.
Beschermd (dorps- of stads)gezicht: een afgebakend gebied dat door de gemeente, provincie of
4.
Kapvorm: de wijze waarop een gebouw is afgedekt. Vaak zijn twee dakvormen te onderscheiden,
het Rijk is aangewezen als beschermd (dorps- of stads)gezicht.
met een hellend of met een plat dak. Binnen de hellende dakvormen komen meerdere kapvormen voor, die ook samengesteld kunnen zijn. Veelvoorkomende kapvormen zijn:
5.
Kil- en hoekkeper: de hoek tussen twee hellende dakvlakken:
5.6. Legplan: een tekening, op schaal en voorzien van maatvoering, van het dakvlak of de dakvlakken inclusief eventuele obstakels zoals een schoorsteen, rookgasafvoerpijp, dakvenster of dakkapel, waarop in de juiste afmetingen, verhoudingen en kleuren te zien is hoe de initiatiefnemer de zonnepanelen en/of -collectoren op het dak wil aanbrengen.
6.7. Nok, Noklijn: horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak. De noklijn en
dus de ligging van het dak ten opzichte van de openbaar toegankelijke weg is belangrijk voor de zichtbaarheid van zonnepanelen.
7.8. Openbaar toegankelijk gebied: wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
Wegenverkeerswet 1994, en pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen alleen bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
8.9. Plat dak: een vrijwel volledig horizontaal, niet hellend dakvlak en alleen precies schuin genoeg aflopend voor de afvoer van water. Op dit daktype hebben panelen het minste impact voor het aanzicht.
9.10.
Thuisbatterij: een thuisbatterij (ook wel thuisaccu genoemd) is een soort grote oplaadbare
batterij bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Meestal wordt de batterij opgeladen door
zonnepanelen en eventueel ook door het elektriciteitsnet op uren dat de stroom goedkoop is. Daarmee kan de opgewekte stroom van zonnepanelen opgeslagen worden om op een later moment te gebruiken.
10.11.
Tentdak of piramidedak: een daktype met vier of meer gelijkbenige driehoekige hellende
11.12.
Voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk, en die
schilden die samenkomen in één punt. Een stolp met een enkel vierkant heeft een tentdak.
wordt bepaald door de naar het openbaar toegankelijk gebied, zoals de weg, openbaar groen of water, gekeerde gevel of het verlengde daarvan. Als een pand op een hoek staat kunnen er meerdere voorgevellijnen zijn.
12.13.
Voorkant: de voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw, de
zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde direct grenst aan de weg of openbaar groen dan wel water. Als een gebouw twee voorgevelrooilijnen heeft, bepaalt de gemeente wat de voorkant van een gebouw betreft.
14. Warmtepomp: Een warmtepomp is een systeem waarbij warmte uit de buitenlucht, de bodem of
het grondwater gebruikt wordt om een huis te verwarmen. Veel warmtepompen hebben naast een binnenunit, ook een buitenunit. Voor de buitenunit van het warmtepompsysteem is dit toetsingskader opgesteld.
13.15.
14.16.
Wolfsdak: gelijkenis met een schilddak maar gekenmerkt door een kort afgeschuind
15.17.
Zijdakvlak: een hellend dakvlak dat zich aan de zijkant van een gebouw bevindt.
16.18.
Zonnecollector: een paneel voor warmteopwekking uit zonne-energie, inclusief eventuele
17.19.
Zonnepaneel: een paneel dat zonne-energie omzet in elektriciteit, inclusief eventuele
driehoekig vlak aan de korte zijde.
bijbehorende leidingen en bedrading.
bijbehorende leidingen en bedrading.
Artikel 2. Doel De beleidsregel is bedoeld om duidelijkheid te geven aan initiatiefnemers welke regels gelden bij het
plaatsen van zonnepanelen of -collectoren, buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen in beschermde stads- en dorpsgezichten. Hierbij is het doel om meer ruimte te bieden aan verduurzaming
van panden en tegelijkertijd de waarden van de beschermde gezichten te behouden. De beleidsregel wordt door de gemeente gebruikt om initiatieven af te wegen.
Deze beleidsregel is niet bedoeld om te bepalen wanneer er wel of niet een vergunning verplicht is.
Artikel 3. Afbakening Deze beleidsregel is van toepassing binnen de gemeente Noardeast-Fryslân voor het aanbrengen van zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen in een rijksbeschermd stad- of dorpsgezicht (conform de contouren zoals deze in het omgevingsplan zijn aangegeven) en volgens de definities vermeld in artikel 1.
Deze beleidsregel geldt niet voor monumenten in de gemeente Noardeast-Fryslân.
Hoofdstuk 2. Reversibiliteit Artikel 4. Reversibel aanbrengen In een beschermd stads- of dorpsgezicht staan burgemeester en wethouders het aanbrengen van
zonnepanelen en -collectoren, buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen alleen toe als deze reversibel worden aangebracht. Dit betekent dat de bestaande dakconstructie, dakbedekking, gevels en karakteristieke elementen zoals schoorstenen en dakkapellen zo min mogelijkniet beschadigd mogen worden en gehandhaafd blijven.
Hoofdstuk 3. Zonnepanelen en -collectoren Artikel 5. Zichtbaarheid zonnepanelen en -collectoren Elk plan wordt beoordeeld in welke categorie van zichtbaarheid de panelen vallen. Er zijn vierdrie
categorieën te onderscheiden voor de zichtbaarheid van de zonnepanelen en -collectoren op de daken gezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied: 1.
2.
Niet zichtbaar – niet grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied, waarbij a.
de zonnepanelen en -collectoren geheel niet zichtbaar zijn;
b.
of zéér beperkt zichtbaar zijn (bijvoorbeeld vanuit één zichtpunt).
Deels zichtbaar – niet grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied, waarbij a.
het dakvlak waarop de zonnepanelen of -collectoren komen deels zichtbaar is, en daarmee een deel van de zonnepalen zichtbaar zijn;
•
de delen van dakvlakken die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied worden tot categorie 1 gerekend;
•
op de delen van dakvlakken die zichtbaar zijn, mogen in beperkte mate zonnepanelen conform de regels van deze beleidsregel.
3.
(vrijwel) Volledig zichtbaar – niet grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied, waarbij a.
de panelen (vrijwel) volledig zichtbaar zijn vanaf meerdere posities vanuit het openbaar
b.
onder vrijwel volledig zichtbaar wordt verstaan dat 75% en meer van de panelen zichtbaar zijn;
toegankelijk gebied;
4.3. Niet, Ddeels of volledig zichtbaar – grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied; of delen van dakvlakken die heel nadrukkelijk zichtbaar zijn – niet grenzend aan of gericht op openbaar toegankelijk gebied. En waarbij: 5.4. het zichtpunt gemeten is vanaf gemiddelde ooghoogte ten opzichte van het maaiveld (1,70m) •
bij situaties waarbij het zichtpunt hoger ligt, zoals bij de bolwerken in Dokkum, op de
terpen en bij de zeedijk zoals bij Moddergat, etc. ligt de ooghoogte op 1,70m gemeten ten opzichte van het verhoogde maaiveld;
6.5. het gaat om jaarrond zichtbaarheid. Bomen, struiken en andere groenvoorzieningen die voor de zichtlijn het dakvlak staan worden als niet aanwezig gezien;
7.6. openbare gebouwen niet worden verstaan onder openbaar toegankelijk gebied; 8.7. de zichtbaarheid ook wordt bezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied dat zelf niet in het beschermde gezicht ligt;
9.8. de gemeente de zichtbaarheid beoordeeld.
Artikel 6. Algemene regels 1.
Er is een volgordelijkheid van locaties waar zonnepanelen en -collectoren geplaatst dienen te worden: a.
plat dak,
b.
bijgebouw,
c.
hoofdgebouw;
2.
zonnepanelen en -collectoren tasten de waarden van het beschermde gezicht niet aan;
3.
zonnepanelen en -collectoren worden reversibel geplaatst;
2.4. zonnepanelen en -collectoren zijn voor eigen gebruik; 3.5. zonnepanelen en -collectoren aan gevels zijn niet toegestaan; 4.
een zonnepaneel vormt een geheel met de installatie voor de opwekking van elektriciteit en/of het verwarmen van water;
6.
de draagconstructies, bevestigingsmiddelen zijn zo goed als niet zichtbaar en in onopvallende
7.
het benodigde kabel- en leidingwerk en bijbehorende, ondersteunende installaties ten behoeve
kleuren;
van de zonnepanelen en -collectoren, tast historische waarden niet aan en worden inpandig dan wel uit het zicht aangebracht voor zover de installatie al niet één geheel vormt met het zonnepaneel;
8.
op plat gedekte dakkappelen mogen zonnepanelen conform de regels voor zonnepanelen op platte daken.
Artikel 7. Regels zonnepanelen en -collectoren op een plat dak 1.
Artikel 5 is niet van toepassing voor zonnepanelen en -collectoren op platte daken.Zonnepanelen
2.
Voor zonnepanelen en -collectoren die niet zichtbaar zijn gelden de volgende regels:
en -collectoren die zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied zijn niet toegestaan;
Plaatsing a.
binnen het dakvlak;
b.
indien zonnepanelen en -collectoren 1.
deels of volledig zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied worden ze
2.
niet zichtbaar, of heel moeilijk zichtbaar zijn, mag de hellingshoek van de panelen mag
volledig vlakliggend geplaatst; maximaal 35° zijn. Waarbij a.
Aafhankelijk van de zichtbaarheid ze vlakker plaatsenworden geplaatst;
b.
het uitgangspunt liggende plaatsing (niet staand) is, of liggend (i.p.v. staand) plaatsen.
Doel van dit artikel is hierbij is dat de panelen niet storend zichtbaar zijn; b.c. de afstand tot de dakrand moet ten minste gelijk zijn aan de hoogte van het zonnepaneel; c.d. de zonnepanelen worden bij elkaar geplaatst en de zonnecollectoren worden bij elkaar geplaatst. Dus niet door elkaar heen;
d.e. op dakkappelen uit het zicht is ook ruimte voor zonnepanelen, conform de regels van artikel 7;
Vormgeving e.f. de panelen en collectoren liggen aaneengesloten in een rechthoek; f.g. de zonnepanelen -of collectoren worden in dezelfde richting geplaatst (allen staand of allen liggend);
Kleur en materiaal g.h. zonnepanelen op hetzelfde dakvlak zijn van hetzelfde type, kleur en formaat. Hetzelfde geldt voor zonnecollectoren;
h.i. de zonnepanelen zijn van een egale, matte kleur in zwart, antraciet of donkergrijs zonder
contrasterende randen, rasterpastronen en dergelijke, waardoor er een egaal vlak ontstaat.
Artikel 8. Regels zonnepanelen en -collectoren op bijgebouwen en overkappingen 1.
Zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 4 3 van artikel 5 zijn niet toegestaan;
2.
voor zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 1 en, 2, 3 van artikel 5 gelden de volgende regels: a.
de dakbedekking waarop de zonnepanelen of -collectoren worden geplaatst, bestaat niet uit
kwetsbare en historisch waardevolle materialen zoals koper of zink, waarbij de plaatsing van de zonnepanelen – of collectoren de dakbedekking (onherstelbaar) aantast leisteen, riet, koper, zink of andere metalen;
b.
voor bijgebouwen met een gebogen dak, een samengesteld dak, of een tent- of piramidedak:
c.
gebruik één type per dakvlak: op één dakvlak kunnen niet én zonnepanelen én
zie artikel 9 zonnepanelen en -collectoren voor daken met bijzondere dakvorm; zonnecollectoren;
Plaatsing d.
de bestaande oude, historische dakpannen als onderliggende dakbedekking worden behouden;
e.
de zonnepanelen of -collectoren liggen geheel binnen het dakvlak en de hellingshoek is gelijk
f.
zonnepanelen en -collectoren op de korte zijde van een schilddak, wolfseind, ed. niet zijn
aan die van het dakvlak; toegestaan;
Vormgeving g.
de panelen en collectoren liggen aaneengesloten in een rechthoek;
h.
de zonnepanelen en -collectoren worden in dezelfde richting geplaatst (allen staand of allen liggend);
Kleur en materiaal
3.
i.
zonnepanelen of -collectoren op hetzelfde dakvlak of in één vlak zijn van hetzelfde type, kleur
j.
de zonnepanelen zijn van een egale, matte kleur in zwart, antraciet of donkergrijs zonder
en formaat;
contrasterende randen, rasterpastronen en dergelijke, waardoor er een egaal vlak ontstaat.
Voor zonnepanelen en -collectoren die vallen binnen categorie 2 en 3 van artikel 5 gelden de volgende aanvullende regels:
Plaatsing a.
Op bijgebouwen waarvan het dakvlak deels zichtbaar is, waarbij het dakvlak niet gericht is naar
a.
op bijgebouwen die in de voorste rooilijn of binnen 2 meter van deze rooilijn van het
of grenst aan het openbaar toegankelijk gebied, mogen zonnepanelen op het zijdakvlak als ze: hoofdgebouw staan, mogen zonnepanelen alleen op het zijdakvlak als ze:
•
maximaal 50% van het dakvlak bedekken;
•
aan alle zijden minstens 0,5 meter tot de dakrand vrijhouden;
•
zo ver mogelijk naar achter liggen (gezien vanaf het openbaar toegankelijk gebied) of zo min mogelijk in het zicht komen te liggen.
Artikel 9. Regels zonnepanelen en -collectoren op bijzondere kapvormen Er zijn 3 bijzondere kapvormen onderscheiden: ronde of gebogen kappen, tent of piramide kappen, samengestelde kappen. 1.
De volgende regels zijn van toepassing voor gebogen of ronde kapvormen: a.
op het gebogen deel van de kap zijn geen zonnepanelen en -collectoren mogelijk;
b.
op de niet gebogen delen van de kap zijn de regels van artikel 11 voor hoofgebouwen van
2.
3.
toepassing.
De volgende regels zijn van toepassing op een tent- of piramide kapvorm: a.
zonnepanelen en -collectoren zijn alleen toegestaan indien ze niet zichtbaar zijn vanuit
b.
de panelen liggen in een rechthoek, waarbij ca. 0,5 meter afstand tot de dakranden wordt
c.
verder zijn de regels van artikel 11.2 voor hoofgebouwen van toepassing.
openbaar toegankelijk gebied; gehouden;
De volgende regels zijn van toepassing op een samengestelde kap: a.
de zonnepanelen en -collectoren liggen niet voorbij de lijn waar hoek- of kilkepers beginnen zie
b.
verder zijn de regels van artikel 11 zonnepanelen en -collectoren op hoofdgebouwen van
afbeelding 1; toepassing.
Afbeelding 1
Artikel 10. Regels zonnepanelen en -collectoren op (voormalige) boerderijen en woonboerderijen 1.
Zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 34 van artikel 5 zijn niet toegestaan;
2.
voor zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 1 en, 2, 3 van artikel 5 gelden de volgende regels: a.
de bestaande oude, historische dakpannen als onderliggende dakbedekking worden behouden;
b.
als de dakbedekking riet is, kunnen de zonnepanelen en -collectoren in de dakbedekking
c.
gebruik één type per dakvlak; op één dakvlak kunnen niet en panelen en collectoren;
d.
leg de zonnepanelen indien mogelijk op het dak van het schuur- of staldeel van de boerderij,
gelegd worden;
•
waarbij als de zonnepanelen (redelijkerwijs) niet mogelijk zijn op het (voormalig) schuur- of staldeel en op het oorspronkelijke woongedeelte van de boerderij komen, zie verder criteria voor hoofdgouwen artikel 11;
Plaatsing e.
de zonnepanelen en -collectoren liggen •
geheel binnen het dakvlak, waarbij de hellingshoek is gelijk aan die van het dakvlak;
•
op een centrale plek op het dak, op ruime afstand tot de dakranden;
•
niet op de korte zijde van een schilddak, wolfseind, ed.;
•
niet voorbij de lijn waar hoek- of kilkepers beginnen (zie afbeelding 1);
Vormgeving f.
de panelen liggen aaneengesloten in een rechthoek;
g.
waarbij onderbrekingen in het dakvlak zoals dakkappelen, schoorstenen en dakvensters de
h.
de zonnepanelen worden in dezelfde richting geplaatst (allen staand of allen liggend);
gesloten vorm niet aantasten;
Kleur en materiaal i.
de zonnepanelen en -collectoren zijn van een egale, matte kleur in zwart, antraciet of
donkergrijs zonder contrasterende randen en rasterpastronen e.d., waardoor er een egaal vlak ontstaat;
j. 3.
de zonnepanelen en -collectoren op hetzelfde dakvlak zijn van hetzelfde type, kleur en formaat; voor zonnepanelen en -collectoren die vallen binnen categorie 2 en 3 van artikel 5 gelden de volgende aanvullende regels:
Plaatsing a.
zonnepanelen en -collectoren zijn een ondergeschikte toevoeging aan een het gebouw, waarbij •
ten minste 50% van het oorspronkelijke dakvlak zichtbaar blijft;
•
de panelen zo ver mogelijk naar achter liggen (gezien vanaf het openbaar toegankelijk gebied) of zo min mogelijk in het zicht komen te liggen.
Artikel 11. Regels zonnepanelen en -collectoren op hoofdgebouwen 1.
Indien er een plat dak is, is artikel 7 van toepassing;
2.
indien het gebouw een bijzondere kapvorm heeft, is ook artikel 9 van toepassing;
3.
indien het gebouw een (voormalige) boerderij of woonboerderij is, is artikel 10 van toepassing;
4.
zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 4 3 van artikel 5 zijn niet toegestaan;
5.
voor zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 1,en 2, 3 van artikel 5 gelden de volgende regels: a.
de dakbedekking waarop de zonnepanelen worden geplaatst, bestaat niet uit kwetsbare en historisch waardevolle materialen zoals koper of zink
a.b. de bestaande oude, historische dakpannen als onderliggende dakbedekking worden behouden; b.c. als de dakbedekking riet is, kunnen de zonnepanelen en -collectoren in de dakbedekking gelegd worden;
c.d. gebruik één type per dakvlak: op één dakvlak kunnen niet en zonnepanelen en zonnecollectoren;
d.e. de plaatsing van zonnepanelen en -collectoren bij rijenwoning: en twee-onder-een-
kapwoningen volgt het principe van de trendsetter zo veel mogelijk in rustig ogend beeld;
rechthoekig legplan, egaal zwart, indien mogelijk zelfde typen en grootte van de panelen en dezelfde positie op dak.;
Plaatsing e.f. de zonnepanelen en -collectoren liggen geheel binnen het dakvlak en de hellingshoek is gelijk aan die van het dakvlak;
f.g. zonnepanelen en -collectoren op kleine schuine vlakken van bijv. een dakkappel, of op de korte zijde van een schilddak, wolfseind, ed. zijn niet toegestaan;
g.h. de zonnepanelen en -collectoren liggen niet voorbij de lijn waar hoek- of kilkepers beginnen (zie afbeelding 1);
Vormgeving h.i. de zonnepanelen en -collectoren liggen aaneengesloten in een rechthoek; i.j. hierbij tasten onderbrekingen in het dakvlak zoals dakkappelen, schoorstenen en dakvensters de gesloten vorm niet aan;
j.k. de zonnepanelen en -collectoren worden in dezelfde richting geplaatst (allen staand of allen liggend);
Kleur en materiaal
k.l. de zonnepanelen en -collectoren zijn van een egale, matte kleur in zwart, antraciet of
donkergrijs zonder contrasterende randen en rasterpastronen e.d., waardoor er een egaal vlak ontstaat;
l.m. zonnepanelen en -collectoren op hetzelfde dakvlak dienen van hetzelfde type, kleur en formaat te zijn.
4.
Voor zonnepanelen en -collectoren die vallen binnen categorie 2 en 3 van artikel 5 gelden de volgende aanvullende regels:
Plaatsing a.
de zonnepanelen en -collectoren zijn een ondergeschikte toevoeging het gebouw;
b.
rondom het vlak met zonnepanelen wordt minimaal 0,50 meter ruimte naar de dakranden
c.
ten minste 50% van het zichtbare dakvlak wordt niet bedekt;
d.
de panelen komen te liggen op het deel van het dak dat zo ver mogelijk uit het zicht ligt / het
e.
rooi de panelen minimaal 3m terug ten opzichte van de voorgevellijn van het gebouw.
gehouden;
minst zichtbaar zijn;
Afbeelding 2 goede en foute voorbeelden
Artikel 12. Regels zonnepanelen en -collectoren op de grond in de tuin of op het erf 1.
Zonnepanelen en -collectoren die vallen onder categorie 34 van artikel 5 zijn niet toegestaan; 1.a. Indien met een inpassingsplan de zonnepanelen en -collectoren aan het zicht kunnen worden onttrokken, dan gelden de regels van artikel 12.2;.
2.
voor zonnepanelen en -collectoren die niet of deels zichtbaar zijn vanuit openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende regels: a.
er worden geen monumentale of beeldbepalende bomen gekapt ten behoeve van de plaatsing
b.
historische tuin- en erfonderdelen worden niet aangetast door de plaatsing (boomgaard,
van de zonnepanelen en -collectoren; slingertuin, ed);
c.
zonnepanelen en -collectoren liggen elk in hun eigen rechthoek (niet door elkaar heen), tenzij ze zodanig ingepast kunnen worden dat ze jaarrond niet zichtbaar zijn;
Plaatsing d.
in het achtererfgebied;
e.
als onderschikt onderdeel van de tuin of het erf;
f.
de zonnepanelen en -collectoren worden op het maaiveld (niet verhoogd) geplaatst;
g.
de zonnepanelen en -collectoren liggen op de grond, met een maximale hellingshoek van 35
h.
de zonnepanelen en -collectoren worden liggend (niet staand) geplaats, maximaal één rij hoog;
i.
de zonnepanelen en -collectoren liggen aaneengesloten in een rechthoek op een lijn;
graden, waarbij indien ze storend zichtbaar zijn de panelen vlakker geplaats worden;
i.j. Eventueel kunnen zonnepanelen aan de binnenzijde van een erfafscheiding verticaal worden geplaatst, waarbij ze niet of niet storend zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte;
Kleur en materiaal j.k. de zonnepanelen of -collectoren zijn van een egale, matte kleur in zwart, antraciet of donkergrijs zonder contrasterende randen en rasterpastronen;
3.
voor zonnepanelen en -collectoren de (deels) zichtbaar zijn vanuit openbaar toegankelijk gebied gelden volgende aanvullende regels: a.
er dient een plan voor de inpassing gemaakt te worden, waarbij het doel is de panelen zo veel
mogelijk aan het zicht te onttrekken, waardoor ze niet of slechts deels en niet storend zichtbaar zijn.
Hoofdstuk 4. Buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen
Artikel 13. Regels buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen Plaatsing a.
Indien mogelijk worden de buitenunits niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied geplaatst;
a.b. indien mogelijk worden de thuisbatterijen inpandig geplaats. Als dat niet mogelijk is, dan is de voorkeur dat ze niet zichtbaar vanaf openbaartoegankelijk gebied worden geplaatst;
b.c. buitenunits, thuisbatterijen, bevestiging/ondersteuning en leidingen in het zicht is alleen mogelijk wanneer het plaatsen hiervan uit het zicht niet mogelijk is of redelijkerwijs niet rendabel; •
waarbij ze in geen geval aan de voor- of zijgevel gericht op openbaar toegankelijk gebied worden geplaatst;
c.d. Voor plaatsing op een plek zichtbaar zijn vanuit openbaar toegankelijk gebied:
•
op de grond en ten opzichte van de gevellijn zo ver mogelijk naar achter te worden teruggerooid (minstens 3 meter).
•
hogere plaatsing bijvoorbeeld op een bijgebouw of aan de gevel kan alleen indien het niet storend zichtbaar is vanuit de openbare ruimte.
d.e. bij het bevestigen dient de gevel c.q. het dak zoveel mogelijk intact gelaten te worden, bijvoorbeeld door bevestiging in de voegen i.p.v. in de stenen;
Vormgeving en kleurstelling e.f. de buitenunits en thuisbatterijen zijn duidelijk ondergeschikt; f.
de kleuren van de buitenunits, thuisbatterijen, ondersteuning en leidingen zodanig kiezen dat het geheel zo min mogelijk opvalt;
•g. indien in het zicht geplaatstwaarbij als de buitenunit in het zicht komt, of bij opvallende of contrasterende kleuren dient deze afgeschermd dient te worden met een omkasting in onopvallende of bijpassende kleuren of ingepast te worden in de beplanting.
Hoofdstuk 5. Afwijken van de regels Artikel 14. Afwijken van de regels Om maatwerk in de belangenafweging mogelijk te maken kunnen burgemeester en wethouders afwijken van één of meerdere regels zoals gesteld in deze beleidsregel, mits wordt onderbouwd dat de strikte
toepassing van de regels of regels zich onevenredig verhoudt of verhouden tot de mate waarin de waarden en beeldkwaliteit van de beschermde stads- en dorpsgezichten worden aangetast. Op grond van behoud
van de kwaliteiten van het beschermde gezicht, of op grond van verduurzamingsmogelijkheden kan meer ruimte voor de zonnepanelen en -collectoren worden geboden.
Hoofdstuk 6. Indieningsvereisten Artikel 15. Indieningsvereisten Een aanvraag voor het plaatsen van zonnepanelen of -collectoren en buitenunit van warmtepompen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bevat minimaal de volgende gegevens boven op de aanvraagvereisten die volgen uit de Omgevingswet: 1.
een situatietekening met een schaal 1:1000, met daarop aangeduid welke perceel het betreft en
2.
kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing;
3.
specificatie van het type product en de kleur;
4.
in geval van zonnepanelen en -collectoren een zorgvuldig vormgegeven legplan (een tekening
wat de plaatsing is;
voorzien van maatvoeringen), waaruit blijkt; a.
op welk dakvlak de zonnepanelen of -collectoren worden gelegd en in wat voor vlak;
b. 5.
hoe omgegaan wordt met eventuele obstakels zoals een schoorsteen, rookgasafvoerpijp, dakvenster of dakkapel;
in geval van zonnepanelen en -collectoren informatie waaruit blijkt hoe de zonnepanelen of collectoren aan het dakvlak worden bevestigd en in welke hellingshoek ten opzichte van het
dakvlak deze worden gelegd. En informatie waaruit blijkt op wat voor constructie de zonnepanelen of -collectoren en buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen worden geplaatst; 6.
informatie waaruit blijkt of een plattegrond waarop wordt aangegeven hoe de zonnepanelen of collectoren en de buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen worden
aangesloten op de elektra van het gebouw (waar de bekabeling loopt, waar de omvormer wordt geplaatst etc.).
7. Slotbepalingen Artikel 16. Intrekking oude beleidsregels Het onderdeel van de objectgerichte criteria ‘OT6 zonnepanelen en collectoren in beschermde stads- en dorpsgezichten’ van de welstandsnota van 1 december 2022 van de gemeente Noardeast-Fryslân wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.
Artikel 17. Overgangsbepalingen (Lopende) aanvragen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel,
worden getoetst aan de objectgerichte criteria OT6 zonnepanelen in beschermde stads- en dorpsgezichten van de welstandsnota van 1 december 2022 van de gemeente Noardeast-Fryslân. Burgemeester en
wethouders kunnen hiervan afwijken, in het geval dat het voor de initiatiefnemer van het aanbrengen van
de zonnepanelen en -collectoren gunstiger is als de aanvraag inhoudelijk wordt getoetst aan onderhavige beleidsregel. Restitutie van reeds in rekening gebrachte leges op grond van dit artikel is niet mogelijk.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregel treedt als onderdeel ‘OT6’ van de welstandsnota gemeente Noardeast-Fryslân 2022 in werking op de dag na bekendmaking van het besluit.
2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Ontwerp beleidsregel zonnepanelen en -collectoren, en
buitenunits warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen in beschermde stads- en dorpsgezichten van de gemeente Noardeast-Fryslân 2025.
Aldus vastgesteld door gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân in de vergadering van [nnb].
[Ondertekening]
Toelichting In een beschermd stads- of dorpsgezicht zijn veel mogelijkheden om zonnepanelen en -collectoren te
plaatsen. Hetzelfde geldt voor buitenunits van warmtepompen en airco’s en thuisbatterijen. Op plekken die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied bijvoorbeeld. Ook op plekken die wel zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied zijn er mogelijkheden. Dit document geeft daarvoor de toetsingskaders.
Het plaatsen van zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen in de beschermde
stads- en dorpsgezichten vraagt om een zorgvuldige afweging. Dit vanwege de cultuurhistorische waarden die hier aanwezig zijn en die we willen behouden. Tegelijkertijd dragen zonnepanelen en -collectoren bij aan het opwekken van een duurzame energie; iets wat de gemeente wil stimuleren. Meebewegen met de tijd is belangrijk om de panden én de leefbaarheid van de beschermde gezichten te behouden.
Met dit toetsingskader biedt de gemeente meer ruimte voor zonnepanelen dan in het oude beleid en zijn we tegelijkertijd zuinig op de waarden van de beschermde gezichten.
Toetsingskader Dit toetsingskader is bedoeld om duidelijkheid te geven welke regels gelden bij het plaatsen van
zonnepanelen of -collectoren en buitenunits van warmtepompen in beschermde stads- en dorpsgezichten. Voor de zonnepanelen en -collectoren zijn vragen opgesteld, door de vragen te beantwoorden komt u uit bij de welstandscriteria die voor uw situatie van toepassing zijn. De beleidsregel wordt door de gemeente gebruikt om initiatieven afwegen.
Wanneer een plan niet voldoet aan het toetsingskader maar er geen of slechts beperkt sprake is van een negatief effect, zijn er ook mogelijkheden. Dit is een maatwerkvraagstuk.
Er moet meestal een vergunning worden aangevraagd In een beschermd gezicht moet voor zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen
meestal een vergunning worden aangevraagd. Meer informatie over vergunningen vindt u op de website van de gemeente.
Deze beleidsregel is niet bedoeld om te bepalen wanneer er wel of niet een vergunning verplicht is.
Het is verstandig om vooroverleg te voeren Dit vooroverleg kunt u indienen via het online formulier. Dit is te vinden op de website van de gemeente Noardeast-Fryslân onder "Omgevingsoverleg - overleg over initiatief, plan of idee"
Inspiratietool Ook in een beschermde stads- en dorpsgezichten geldt dat verduurzamen van een pand begint met
energiebesparing. De energie die je bespaart, hoef je ook niet meer op te wekken! Daarom maakt de
gemeente een Inspiratietool verduurzamen in beschermde stads- en dorpsgezichten. Hierin staan de stappen om een oude woning te verduurzamen.
Er worden voorbeelden opgenomen van (oude) manieren om energie te besparen, hoe een woning
geïsoleerd kan worden met aandacht voor de historische waarden, hoe de woning verwarmd kan worden en voorbeelden hoe zonnepanelen en -collectoren geplaatst kunnen worden met respect voor de bestaande kwaliteiten.
Deze beleidsregel geldt in de beschermde gezichten Deze beleidsregel is van toepassing binnen de gemeente Noardeast-Fryslân in een rijksbeschermd stad- of dorpsgezicht, waarbij de contouren zoals deze in het omgevingsplan staan worden aangehouden.
Er zijn 12 beschermde gezichten in de gemeente met elk hun eigen karakter Het beschermde stadsgezicht van Dokkum en de beschermde dorps-gezichten van Burdaard, Ie, Ferwert,
Hallum, Hegebeintum, Holwert, Jannum, Kollum, Mitselwier, Moddergat en Feankleaster. Allen hebben een eigen en waardevol monumentaal karakter. Dit karakter willen we graag behouden.
Elk stads- en dorpsgezicht is anders. Sommige zijn dicht bebouwd, sommige hebben heel veel ruimte.
Vrijwel elk gebouw is anders en ook de oriëntatie van de gebouwen is zeer divers. Het opstellen van één eenvoudige regeling die recht doet aan alle situaties is vrijwel onmogelijk.
Zonnepanelen en buitenunits van warmtepompen en thuisbatterijen zijn op sommige plekken wenselijker dan op andere plekken. Daarom hanteren we een voorkeursvolgorde. Uiteraard heeft het plaatsen op een plek waar ze niet zichtbaar zijn de grootste voorkeur. En als ze deels in het zicht komen, dan is het bijvoorbeeld wenselijker om ze op een bijgebouw te plaatsen dan op het hoofdgebouw.
Het toetsingskader geldt niet voor rijksmonumenten Het toetsingskader geldt voor alle panden binnen de beschermde gezichten, met uitzondering van de daar aanwezige (rijks)monumenten. Voor deze panden wordt voorlopig een maatwerkoplossing toegepast
(gebaseerd op deze beleidsregel). Indien wenselijk zullen hiervoor op een later moment aparte criteria
gemaakt worden die van toepassing zullen zijn op alle monumenten in de gemeente (dus niet alleen voor de monumenten in de beschermde gezichten).
Zonnepanelen en -collectoren kunnen op daken geplaatst worden waarbij het onderliggende dak niet aangetast wordt
Daardoor zijn de panelen en collectoren weer te verwijderen, zonder dat er daarna nog wat zichtbaar van is of er schade is ontstaan. Met andere woorden: de ingreep is reversibel. Dat is belangrijk, want de waarden van een beschermd gezicht worden niet permanent aangetast. Dit geldt ook voor karakteristieke elementen, zoals schoorstenen, en ornamenten: het is niet de bedoeling deze te verwijderen om zonnepanelen te kunnen plaatsen.
Gezien de snelle ontwikkelingen voor duurzame energie, kan het zo zijn dat de panelen over een aantal
jaar niet meer nodig zijn. Vergelijkbaar met de antennes uit de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Deze zijn nu ook vrijwel volledig verdwenen.
Zonnepanelen en zonnecollectoren Het toetsingskader is opgesteld om situaties te beoordelen waarvoor een vergunning nodig is om panelen op of bij een gebouw te plaatsen. Deze panelen zijn onderdeel van een installatie: •
om elektriciteit mee op te wekken (een fotovoltaïsch/PV-paneel);
•
om water mee te verwarmen (een thermisch paneel/zonnecollector).
In dit document gebruiken we soms alleen het woord zonnepanelen, maar daarmee worden ook de zonnecollectoren bedoeld.
Buitenunits warmtepompen en airco’s Een warmtepomp gebruikt warmte uit de buitenlucht, de bodem of het grondwater om een huis te
verwarmen. Veel warmtepompen hebben naast een binnenunit, ook een buitenunit. Voor de buitenunit van het warmtepompsysteem is dit toetsingskader opgesteld.
In dit document gebruiken we soms alleen het woord warmtepompen, maar hiermee bedoelen we ook de buitenunits van airco-systemen.
Thuisbatterijen Een thuisbatterij, ook wel thuisaccu genoemd, is een compact energieopslagsysteem, vergelijkbaar met een grote oplaadbare accu.
De thuisbatterij kan overtollige zonne-energie opslaan en later afgeven voor stroom in huis, bijvoorbeeld wanneer de zon niet meer schijnt. Dit betekent dat er minder stroom hoeft te worden afgenomen van het elektriciteitsnet en meer zonnestroom direct in huis kan worden benut.
.