Bijlage bij amendement Ontwerp-Omgevingsvisie NF 2023-12-05 aanpassing nav amendement blz 58 in geel
Tekst van het document
29
Omgevingsvisie
Inwoners en ondernemers die met een initiatief komen, krijgen hulp die past bij wat ze nodig hebben. Het digitale loket is de eerste plek waar men met een initiatief naar toe gaat. De inhoud en de complexiteit van een initiatief bepaalt of en hoe het gerealiseerd kan worden. Er is een handreiking beschikbaar die initiatiefnemers helpt bij kiezen van het best passende participatieproces. We gaan van toetsen achteraf naar overleggen vooraf We zijn er van overtuigd dat er mooiere plannen ontstaan als we investeren in overleg vooraf in plaats van plannen (alleen) achteraf te toetsen. Vooroverleg helpt om een beter begrip te krijgen van de verwachtingen en vereisten zodat een beter resultaat wordt behaald. Samenwerken met andere overheden Per opgave kijken we welk samenwerkingsverband het meest voor de hand ligt. Soms wordt dit wettelijk bepaald. Een aantal voorbeelden van bestaande samenwerkingsverbanden: - De Friese Aanpak: de Friese overheden werken samen aan complexe en urgente thema’s zoals implementatie Omgevingswet, NOVEX, energie en klimaatadaptatie. - Agenda Netwerk Noordoost (ANNO): het samenwerkingsplatform van 4 gemeenten, Provincie, Wetterskip en andere partners. - Versnellingsagenda; het doel is om samen met partners uit het onderwijs en bedrijfsleven versneld de economische structuur te versterken.
Er is een aparte organisatie voor opgericht, waarin ondernemers en onderwijs net zoveel te zeggen hebben als de overheid. - Waddenkust: 1DYK, Herstel bodemdaling Dongeradielen, Waddenzeegemeenten, Holwerd aan Zee. - We zijn aangesloten bij het P10-netwerk van grote plattelandsgemeenten; gemeenten die voor vergelijkbare uitdagingen staan op het gebied van bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen, recreatie en toerisme, functieveranderingen op het platteland, nieuwe economische kansen in de buitengebieden, veiligheid in het landelijke gebied (aanrijtijden), leefbaarheid in de kernen (voorzieningen, zorg, onderwijs), natuur- en waterbeheer, duurzaamheid. - Voor diverse onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving is een gemeenschappelijke regeling gevormd. Het betreft onder andere de Hûs en Hiem (welstandsadvisering), Marrekrite, de FUMO (vergunningverlening, milieuadvies en handhaving) en de Veiligheidsregio (calamiteitenbestrijding en advisering over een veilige leefomgeving). - Voor klimaatadaptieve maatregelen werken we nauw samen met Wetterskip Fryslân en andere overheden. Wat gaan we doen? - We ontwikkelen participatiebeleid met handreikingen voor initiatiefnemers - We richten heldere werkprocessen in - We faciliteren initiatieven door middel van integraal planoverleg, intaketafel en omgevingstafel - We organiseren vooroverleg
30
5.3
Omgevingsvisie
Hoe wegen we af: afwegingsprincipes De Omgevingsvisie nodigt onze Mienskip, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, uit om samen met de gemeente te werken aan onze doelen: fitaal, sûn, oantreklik, duorsum en ûndernimmend. En te werken aan een leefomgeving waar men prettig kan wonen, werken en recreëren, met aandacht voor de intrinsieke waarden van natuur en cultuur. Om dit te bereiken, wegen we ons eigen beleid, projecten, en de initiatieven van inwoners en bedrijven af we aan de hand van de volgende principes: - Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal - Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander, nu en in de toekomst - Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies - Het plan/beleid draagt bij aan een leefomgeving die fitaal, sûn, oantreklik, duorsum en ûndernimmend is - We bekijken vraagstukken in samenhang (integraal) - We werken gebiedsgericht en durven onderscheid te maken - Het draagt bij aan een inclusieve samenleving. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal We willen onze eigenheid en kwaliteiten behouden. En we willen de gemeente nog mooier en aantrekkelijker maken. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen die ook invloed zullen hebben op die eigenheid en kwaliteiten. Daarom gaan we zorgvuldig met onze omgeving om en zetten we in op verantwoord vernieuwen.
Dit betekent dat: - We ‘Us Goud’ (zoveel mogelijk) behouden en versterken. Indien dat niet kan motiveren we waarom niet - We de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten zoals benoemd in de landschapsbiografie (zoveel mogelijk) behouden - We verantwoord vernieuwen. Hierbij gaat het om ontwikkelen met respect voor de bestaande (landschappelijke) kwaliteiten en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. - We de kwaliteiten en kenmerken van het opgave gebied goed in kaart brengen en deze als uitgangspunt nemen bij nieuwe ontwikkelingen - Bodem en water (zoveel mogelijk) sturend zijn: het water- en bodemsysteem speelt een belangrijke rol in keuzes voor de inrichting en het gebruik van de ruimte - We elke ruimtelijke ontwikkeling/opgave van enige omvang als een ontwerpopgave zien: we gebruiken de kracht van het ontwerp. - We de uitgangspunten uit het ‘Groenstructuurplan’ en het ‘Biodiversiteitsplan’ hanteren. Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander nu en in de toekomst Het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in de behoefte van de huidige generatie bewoners én dat wat wij nu doen niet ten koste gaat van toekomstige generaties.
Dit betekent dat we ons houden aan het volgende: - We maken toekomstbestendige plannen (klimaat robuust) en zo duurzaam mogelijk (streven naar circulair, energieneutraal) - We gaan uit van de vier milieubeginselen: o het voorzorgsbeginsel: iedereen neemt maatregelen wanneer activiteiten negatieve gevolgen hebben voor milieu of gezondheid. o het beginsel van preventief handelen: iedereen neemt vooraf maatregelen om te voorkomen dat er negatieve effecten op milieu en gezondheid ontstaan. o het beginsel dat milieuaantastingen aan de bron bestreden wordt: waar de vervuiling optreedt worden maatregelen getroffen om vervuiling elders te voorkomen.
31
o
Omgevingsvisie
het beginsel dat de vervuiler betaalt: degene die de activiteit uitvoert moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies We hebben meer ruimte nodig dan beschikbaar is. Voor alle doelen hebben we bijna twee keer onze gemeente aan ruimte nodig. De beschikbare ruimte groeit niet mee met onze behoeften. Toch moeten we ruimte vinden voor onze doelen en opgaven. Dit betekent dat we slim functies gaan combineren om alles mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een zonnepark waarbij we ook een watervraagstuk oplossen en combineren met biodiversiteit en recreatie, of een ondergrondse parkeergarage met een park erboven. We maken onze straten groener voor het vergroten van biodiversiteit én voorkomen hiermee hittestress. Kortom, we moeten functies combineren. Dit denken moet een grondhouding van ons worden. Het is ingewikkeld om meerdere doelen op één plek te bereiken. Het vereist anders denken, meer samenwerking en zoeken naar kansen vooraf. Het plan of beleid draagt bij aan een leefomgeving die fitaal, sûn, oantreklik, duorsum en ûndernimmend is We willen een gemeente zijn die fitaal, sûn, oantreklik, duorsum en ûndernimmend is. Dat is ons doel. Beleid, plannen en ontwikkelingen moeten bijdragen aan dit doel. We toetsen daarom vooraf of dit het geval is en geven aan hoe het plan bijdraagt aan de doelen. Hoe wij invulling geven aan onze doelen is beschreven in het hoofdstuk Kernopgaven.
Als het beleid of initiatief in strijd is met onze doelen zijn er twee mogelijkheden: - Het beleid/initiatief wordt aangepast, zodat het wél bijdraagt aan de doelen. - We willen afwijken van onze doelen omdat het beleid/initiatief toch belangrijk vinden. Dit doen we dan goed gemotiveerd (maatwerk). Bovenstaande is ook de volgorde waarin we werken. Eerst onderzoeken we of het plan kan worden aangepast. Als dat niet mogelijk is én we vinden het beleid/initiatief toch belangrijk, dan onderbouwen we goed waarom we vinden dat het beleid/initiatief toch door kan gaan. Als het beleid betreft, zullen we deze omgevingsvisie mogelijk ook bij moeten stellen. We bekijken vraagstukken in samenhang (integraal) Integraal werken betekent samenwerken. Met verschillende disciplines, maar ook buurgemeenten, de provincie, wetterskip, met uitvoeringsorganisaties en de samenleving. Het betekent dat mensen uit verschillende hoeken, met een verschillende manier van kijken naar de werkelijkheid, samen op zoek gaan naar passende oplossingen. Dit gebeurt niet apart per beleidsgebied, maar in samenwerking en gebaseerd op de doelen van de Omgevingsvisie en regels.
Integraal werken betekent: - multidisciplinair - opgavegericht - een integrale afweging van alle belangen (initiatiefnemer, omwonenden, beleidsbelangen) - organisatie van de samenwerking tussen alle betrokken beleidsafdelingen, met de initiatiefnemer, met ketenpartners, met belanghebbenden en andere relevante partijen. De omgevingstafel is een voorbeeld van een hulpmiddel bij het maken van een integrale afweging. Maar nog belangrijker dan de hulpmiddelen, is het besef van het belang van verschillende vakgebieden en denkwijzen. En de bereidheid om samen te werken. Integraal werken gaat dus vooral om hoe je denkt en samenwerkt. We werken gebiedsgericht en durven onderscheid te maken We gaan uit van zoveel mogelijk dezelfde regels in heel Noardeast-Fryslân. Tegelijkertijd beseffen we dat niet elk gebied of situatie hetzelfde is. Als je midden in de weilanden staat, ziet de omgeving er
32
Omgevingsvisie
totaal anders uit dan wanneer je op de Syl in Dokkum staat of in een rustige buurt in Hallum. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken én opgaven. Daarom is het ook logisch om per gebied te kijken wat de opgaven zijn. En in het ene gebied andere regels te stellen dan in het andere gebied. Daarnaast kan een opgave of locatie vragen om maatwerk. Dit leveren we dan, maar wel goed gemotiveerd. Het draagt bij aan een inclusieve samenleving Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen optimaal mee kan doen. Het maakt niet uit wat je leeftijd, culturele achtergrond, gender, gerichtheid, inkomen, talenten of beperkingen zijn. Om te komen tot een inclusieve samenleving moet iedereen mee op weg, intern binnen het gemeentehuis, de ervaringsdeskundigen, externe partners en natuurlijk ook de inwoners; kortom de hele samenleving. Bewustwording is nodig. Want lang niet iedereen realiseert zich dat er letterlijk en figuurlijk drempels in de samenleving zijn voor mensen met een beperking of mensen die anders zijn. We betrekken alle medewerkers van de gemeente bij inclusie: inclusie moet het nieuwe normaal worden. Zodat we als vanzelfsprekend inclusie meenemen in het beleid, bij de uitvoering van projecten, bij het verlenen van subsidies en vergunningen en bij aanbestedingen.
Wat gaan we doen? - We gebruiken een afwegingsformat Omgevingsvisie voor initiatieven en beleid - We ontwikkelen omgevingskwaliteitbeleid/programma - We voegen een inclusieparagraaf toe aan de sjablonen van het college- en raadsvoorstel.
33
Kernopgaven
Omgevingsvisie
34
6
Omgevingsvisie
KERNOPGAVEN Om het takomstperspektyf in 2030 te bereiken zien we vier integrale kernopgaven voor ons. We werken aan het behouden en versterken van: 1. levendige dorpen en stad waar het prettig wonen en leven is 2. gezonde en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving 3. een gezonde economische structuur en toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid 4. een energieneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente Onderstaand schema geeft de relatie tussen de kernopgaven en doelen weer. Het laat zien aan welke doelen de kernopgaven bijdragen. Een kernopgave kan aan meerdere doelen bijdragen. Maar het zwaartepunt ligt vaak bij één of twee van de doelen. De kleurintensiteit geeft dat aan.
1
2
3
KERNOPGAVEN levendige dorpen en stad waar het prettig wonen is
DOELEN Fitaal Sûn
Oantreklik
Undernimmend
Duorsum
gezonde en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving de gezonde economische structuur en toeristischrecreatieve aantrekkelijkheid
4 Energieneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente Zo draagt kernopgave 1 ‘levendige dorpen en stad waar het prettig wonen en leven is’ bij aan alle doelen, maar het zwaartepunt ligt bij Fitaal en Sûn en Oantreklik. Kernopgave 2 ‘gezonde en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving’ draagt met name bij aan Fitaal en Sûn, en ook aan Oantreklik en Duorsum. Bij kernopgave 3 ‘gezonde economische structuur en toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid’ ligt het zwaartepunt bij Undernimmend, en draagt de opgave tegelijk ook bij aan Fitaal, Sûn en Oantreklik. Kernopgave 4 ‘Energieneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente’ draagt aan alle 5 de doelen, vooral aan Duorsum. Hieronder staat per kernopgave wat de kernopgave inhoudt en zijn ze verder uitgewerkt in wat we als gemeente gaan doen en hoe. Hiermee wordt duidelijk waar we concreet aan werken. In het hoofdstuk 7 werken we de opgaven en doelen per gebied uit.
35
6.1
Omgevingsvisie
Levendige dorpen en stad waar het prettig wonen en leven is Noardeast-Fryslân staat bekend om het prettige woonklimaat en de gevarieerde woonomgeving met een mooie stad en grotere en kleinere kernen. Uit onderzoek blijkt dat onze inwoners de leefbaarheid in onze gemeente goed vinden: het is prettig wonen en leven in Noardeast-Fryslân. Een fijne woning, een mooie en schone woonomgeving, werk, bereikbare voorzieningen en mogelijkheden om te ontspannen dragen hier aan bij. Door allerlei veranderingen in de samenleving kan de leefbaarheid onder druk komen te staan. Bijvoorbeeld door het verdwijnen van voorzieningen of een tekort aan woningen. We zoeken samen met onze inwoners naar manieren om de leefbaarheid zo hoog mogelijk te houden. We blijven een aantrekkelijke woongemeente Om een aantrekkelijke woongemeente te blijven streven we naar voldoende en een passend aanbod van woningen van goede kwaliteit. We willen ervoor zorgen dat starters en jonge gezinnen in onze gemeente betaalbare woningen kunnen kopen of huren. Er zijn ook meer woningen nodig voor ouderen omdat het aantal ouderen nog verder toeneemt. Bij het toevoegen van woningen voor ouderen sluiten we zoveel mogelijk aan bij de aanwezigheid van (zorg)voorzieningen. We beslissen zorgvuldig welke nieuwe woningen we bouwen, rekening houdend met verschillende eigenschappen en soorten woningen voor verschillende doelgroepen.
Een goede balans op de woningmarkt vinden we belangrijk. Elk jaar kijken we hoe het gaat op de woningmarkt. Het is belangrijk om goed in te spelen op wat mensen op dat moment willen. Om snel te kunnen reageren op veranderingen en trends, moeten we flexibel zijn in onze aanpak. 3 We werken aan het versnellen van de bouw van huizen en zorgen ervoor dat ze betaalbaar zijn. We doen dat in lijn met de ambities van de rijksoverheid en provincie en werken samen met de regio om de bouwopgave te realiseren, zoals beschreven in de regionale woondeal. In 2023 is deze ondertekend. Hiermee committeren Rijk, Provinsje en de gemeente zich om zich in te spannen om tot 2030 in Noardeast-Fryslân 1175 woningen te realiseren. Deze woningen zijn verdeeld over verschillende segmenten en locaties, waarbij zowel de projecten in Dokkum als in de kleinere kernen sleutelprojecten zijn. De afspraken kunnen jaarlijks worden herijkt. De komende jaren richten we ons in samenhang met benodigde nieuwbouw vooral op het verbeteren van bestaande huizen, het transformeren van leegstaande gebouwen naar woningen en het vernieuwen van woonwijken. We zetten ons zoveel mogelijk in om de bestaande woningen aantrekkelijk te houden voor verschillende doelgroepen. En ze aan te passen aan wat mensen willen en ze duurzamer te maken. We geven naast aanvullende nieuwbouw prioriteit aan het verbeteren van bestaande woningen.
We stimuleren het verduurzamen van woningen door subsidies en leningen aan te bieden. Duurzame woningen zijn niet alleen comfortabeler maar behouden ook hun waarde en zijn makkelijker te verkopen. Dit is gunstig voor de doorstroming. We kijken ook naar mogelijkheden om leegstaande gebouwen te veranderen, maar we zijn selectief en letten goed op de locatie en kwaliteit. We zijn zuinig op ons landelijk gebied. Daarom gaan herstructurering en inbreiding in principe vóór uitbreiden. Inbreiden mag echter niet ten koste gaan van bestaande kwaliteiten zoals groenstructuren en water. Het behoud van voldoende groen is ook van belang voor een aantrekkelijke woonomgeving. Om de vitaliteit te behouden kunnen we buiten de dorpen bouwen als er binnen de Voor de meest actuele stand van zaken verwijzen we daarom naar het meest recente woonprogramma en woonzorgprogramma (in ontwikkeling).
3
36
Omgevingsvisie
dorpen geen goede plek is en als we een goede reden hebben. We passen de ladder van duurzame verstedelijking toe. Nieuwbouw moet bij voorkeur iets toevoegen dat nog ontbreekt. Wat gaan we doen? - Samen met onze partners zorgen we ervoor dat: o We voldoende woningen van goede kwaliteit realiseren, die passen bij de woonwensen van iedere doelgroep o Er voldoende starters- en levensloopbestendige woningen zijn o We 1175 nieuwe woningen realiseren volgens de regionale woondeal o Bestaande woningen verduurzamen naar toekomstbestendige woningen - We faciliteren de transformatie van leegstaand vastgoed naar woningen - We zorgen voor goede randvoorwaarden voor betaalbare woningen - We moniteren de woningmarkt
Hoe gaan we dit doen? - We stellen een flexibel woon- en woonzorgprogramma op - We zetten verschillende financiële instrumenten in om ervoor te zorgen dat eigenaren hun woning aan de toekomst kunnen aanpassen - We hebben subsidieregelingen en leningen voor verduurzaming panden
We zetten in op bereikbare en duurzame voorzieningen van goede kwaliteit Passende maatschappelijke voorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de gemeente. De vraag naar en het gebruik van voorzieningen verandert door allerlei factoren, waaronder bevolkingsontwikkeling en toegenomen mobiliteit. Als er niets wordt gedaan sluit de vraag en aanbod van zorg-, sport, woon- en onderwijsvoorzieningen niet meer goed op elkaar aan. Denk hierbij ook aan openbare voorzieningen zoals begraafplaatsen. Om de voorzieningen duurzaam in stand te kunnen houden is bundeling soms onvermijdelijk. Dit vraagt een zorgvuldige afweging die er per type voorziening anders uitziet. Bereikbare voorzieningen van goede kwaliteit Voorzieningen dragen bij aan de leefbaarheid in de dorpen en wijken, op verschillende manieren: ze zorgen voor benodigde diensten en producten, maar ook voor reuring en voor onderling contact. De dorpscentra vinden we belangrijk voor de leefbaarheid: voor de identiteit van de dorpen en voor het woonplezier. De leefbaarheid en uitstraling van dorpscentra staat soms onder druk, o.a. door het verdwijnen van voorzieningen. De kwaliteit van de voorzieningen staat op het spel wanneer het draagvlak afneemt. Minder leerlingen op een school, minder leerkrachten, minder leden van een sportvereniging, minder bezoekers van een dorpshuis, etc.
zorgen voor onzekerheid over de toekomst en kunnen een bedreiging voor de kwaliteit zijn en daarmee ook van het gebruik van deze voorzieningen. Het lesgeven aan combinatieklassen vraagt bijvoorbeeld meer van de kwaliteit van een leerkracht. Niet alle voorzieningen hebben in de toekomst voldoende bezoekers/gebruikers en/of voldoende budget. Dit kan ertoe leiden dat een voorziening verdwijnt. Voorzieningen worden vaak in stand gehouden door de inzet van vrijwilligers. Mogelijk zijn er op termijn minder vrijwilligers te vinden om een sportkantine geregeld open te houden of een dorpshuis elke dag te bemannen. Er zouden dan gaten in de ruimtelijke spreiding van voorzieningen kunnen vallen. Zeker als niet wordt gestuurd op een goede spreiding. Zie ook Atlas van Noordoost Friesland.
37
Omgevingsvisie
Om de sociale samenhang te waarborgen is een ontmoetingsplek nabij essentieel. Denk aan een dorpshuis, een buurtkamer, een kerk of een sportkantine. We ondersteunen daarom het in stand houden daarvan. Optimaliseren voorzieningenstructuur Hierbij zijn verschillende partijen aan zet: soms de gemeente, soms een ondernemer, soms een bestuur van een stichting. De spanning tussen nabijheid aan de ene kant en kwaliteit aan de andere kant wordt door verschillende partijen (inwoners, ervaringsdeskundigen, experts) en voor verschillende voorzieningen anders ingevuld, zo blijkt uit de gesprekken tijdens de dialogen in de Ferbiningsfase: - Scholen hebben een belangrijke rol in de sociale binding in een dorp of wijk. Maar juist hierbij is de kwaliteit ook erg belangrijk en die hangt samen met een bepaald leerlingenaantal. - Ook voor zorgvoorzieningen is de kwaliteit van belang maar tegelijkertijd wil men zorg zoveel mogelijk dichtbij houden, door zorg aan huis. Fysieke zorgvoorzieningen kunnen worden gebundeld - Voor sportvoorzieningen ligt bundelen wat meer voor de hand. Als bundeling van voorzieningen overwogen wordt, dan doen we dit zorgvuldig en samen met betrokken partijen. En we hebben daarbij aandacht voor goede verbindingen tussen de dorpen. Optimaliseren van de voorzieningenstructuur en deze toekomstbestendig maken, is zeker niet een kwestie van een koude sanering.
Het biedt ons en partijen een unieke mogelijkheid voorzieningen te moderniseren, te verduurzamen, te voorzien van een kwaliteitsimpuls en de juiste voorziening voor de juiste plek te bepalen. Door gebruik te maken van innovaties, in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en verwachte toekomstige consumptiepatronen kunnen voorzieningen worden gerealiseerd die ook in de toekomst bijdragen aan de leefbaarheid en vitaliteit van Noardeast-Fryslân. Op een aantal plekken en thema’s zijn hier al mooie voorbeelden van te zien (Hart van Hallum, scholenontwikkelingen Kollum). Wat gaan we doen? - Samen met onze partners zorgen we voor: o een goede bereikbaarheid van voorzieningen o bundeling van voorzieningen in dorpshuizen indien nodig. We pakken de kansen voor modernisering, verduurzaming en kwaliteitsimpuls o ondersteuning en in stand houden van ontmoetingsplekken
Hoe gaan we dit doen? - We stimuleren en /of faciliteren initiatieven vanuit de samenleving gericht op een toekomstbestendige voorzieningenstructuur. - Subsidieregelingen waaronder de Subsidieregeling duurzaamheidsmaatregelen voor dorpshuizen, sportclubs en culturele organisaties.
We werken aan een goede en passende omgevingskwaliteit Goed wonen en leven gaat ook over de kwaliteit van de omgeving. Een goede omgevingskwaliteit is van groot belang voor het welzijn en welbevinden van inwoners. Het verhoogt de aantrekkelijkheid van de gemeente om er te wonen, te recreëren, te werken. Het zorgt voor een identiteitsvolle
38
Omgevingsvisie
gemeente, het draagt bij aan een betekenisvol gevoel en binding met de plek en aan behoud van de Friese cultuur. Cultureel erfgoed geeft dorpen, de stad en landschappen karakter Het bepaalt voor een groot deel onze identiteit. Daarom is het belangrijk om cultuurhistorisch waardevolle elementen te behouden. Dit vraagt om een balans tussen behoud van erfgoed en de ontwikkeling ervan, bijvoorbeeld door panden goed te herbestemmen. Ook vinden we het belangrijk om andere vormen van cultureel erfgoed, zoals landschappelijk en maritiem erfgoed, te behouden. Cultuurhistorie is een integraal onderdeel van de belangenafweging bij ruimtelijk beleid, planontwikkeling en uitvoering. We proberen deze zo goed mogelijk te behouden en te versterken. Als dat niet mogelijk is, motiveren we waarom niet. De erfgoedladder uit de erfgoednota gebruiken we hierbij als hulpmiddel. We gaan uit van het principe ‘behoud door ontwikkeling’. Gebiedsgericht omgevingskwaliteitsbeleid en monumentenzorg Dat betekent: verschil tussen stad, dorp en buitengebied. Binnen deze hoofdindeling zijn er nog andere herkenbare gebiedstypen, zoals beschermde stads- en dorpsgezichten, woonwijken, dorpskernen etc. Om de herkenbaarheid en identiteit te behouden en vergroten, is gebiedsgericht beleid nodig. Hoe strikt we beschermen of hoe vrij we ontwikkelingen kunnen laten is per gebied verschillend.
Daarom zullen we per gebiedstype de kenmerken en karakteristieken uitwerken. En hierbij zo duidelijk mogelijke regels formuleren. Tegelijkertijd blijft kwaliteit maatwerk en accepteren we dat niet alles in regels te vatten is. Juist bij omgevingskwaliteit is dat een belangrijk besef. Daarom richten wij ons op gebiedsgericht romgevingskwaliteitsbeleid en monumentenzorg. De onderlinge samenhang tussen de gebouwen, waardevolle gebieden, historische structuren en archeologische locaties is belangrijk voor de cultuurhistorische ‘ensemble’ waarde. Dit voegen we toe aan ons beleid. Het energiezuinig en aardgasvrij maken van panden kan ten koste gaan van cultuurhistorische waardevolle elementen. Behoud van erfgoed kan soms functie belemmerend of kostenverhogend werken. Dit vraagt om maatwerk. Het toepassen van de erfgoedladder uit de erfgoednota kan hierbij helpen. Inrichting openbare ruimte Omgevingskwaliteit gaat ook over een openbare ruimte die goed functioneert en er goed uitziet. We gaan bij de inrichting van de openbare ruimte uit van de identiteit van de plek. We brengen in beeld welke wensen en eisen er zijn voor het gebruik en de inrichting van de ruimte. Dit gaat over wat de gebruikers en omwonenden van belang vinden.
Maar ook de eisen die er zijn vanuit verschillende gemeentelijke vakdisciplines (zoals verkeer, groen, water, stedenbouw), de ondergrondse infrastructuur en de technische voorwaarden vanuit de beheerdisciplines. Gezamenlijk komen we tot een goede inrichting van de openbare ruimte, passend bij de plek, veilig, bruikbaar, duurzaam. Omgevingskwaliteit als basishouding Voor omgevingskwaliteit is de grootste opgave dat het integraal meegenomen wordt bij ontwikkelingen. Dit betekent dat alle disciplines die een rol spelen bij het vraagstuk betrokken worden en input geven, dat er altijd aandacht voor omgevingskwaliteit is, dat het meegewogen wordt in keuzes en dat er een ruimtelijk ontwerper meedenkt in de opgaven. Ontwerpers zijn in staat om alle belangen te vertalen naar een ontwerp dat ook nog eens goed functioneert en van hoge omgevingskwaliteit is. Zo is een bedrijventerrein niet alleen bedoeld om zo veel mogelijk grond te verkopen, het is een plek waar veel mensen werken en dus waar mensen zich prettig moeten kunnen voelen. Door toepassen van bijvoorbeeld groen en aanleg van wandelpaden wordt gewerkt aan omgevingskwaliteit.
39
Omgevingsvisie
Wat gaan we doen? - We nemen omgevingskwaliteit integraal mee in onze opgaven - We formuleren bij nieuwe ontwikkelingen de gewenste omgevingskwaliteit - We gaan uit van de identiteit en kwaliteiten van een gebied en voegen daar nieuwe kwaliteiten aan toe - We stellen samen met de inwoners dorpsbiografieën op - We gaan bij de inrichting van de openbare ruimte uit van de identiteit van de plek - Samen met onze partners zorgen we voor omgevingskwaliteit in de woonomgeving (bij bestaande voorraad en bij (her)ontwikkelingen)
Hoe gaan we dit doen? - We stellen een beleidsprogramma openbare ruimte op. Hierin komen de gebruikseisen, de beeldkwaliteitseisen, de technische- en beheerseisen in samen. - We voeren het Groenstructuurplan en het biodiversiteitsplan uit - We werken omgevingskwaliteit verder uit op basis van de: o Landschapsbiografie: benoemt de landschappelijke kwaliteiten en is daarmee onderlegger voor nieuwe plannen en beleid o Dorpsbiografieën: benoemt de dorpse (cultuurhistorische) kwaliteiten en vormt daarmee een vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving per dorp o Nota erfgoed: hoe gaan we om met ons erfgoed o Digitale atlas cultuurhistorie en landschap: waar liggen de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten?
We houden Noardeast-Fryslân goed en veilig bereikbaar Mobiliteit en bereikbaarheid zijn een levensbehoefte. We nemen deel aan het verkeer om naar ons werk, school, familie en vrienden te gaan en boodschappen te doen. Of we maken een fietstocht of wandeling in onze vrije tijd. Goede bereikbaarheid van onze gemeente en goede mobiliteit voor onze inwoners en bezoekers zorgt ervoor dat we een dynamische plattelandsregio zijn. Een gemeente dus, waar het mooi wonen, werken en leven is. Om in al deze behoeften te kunnen voorzien moet de deelname aan het verkeer veilig zijn en veilig blijven. Tegelijkertijd willen we de CO2-uitstoot verminderen door het gebruik van de fiets en openbaar vervoer te stimuleren. Bereikbaarheid is randvoorwaarde Onze gemeente is goed bereikbaar. Door de Centrale As, de Haak om Leeuwarden, de Noordwesttangent en de extra sneltrein tussen Leeuwarden en Groningen zijn reistijden de laatste jaren aanmerkelijk korter geworden. Dat maakt onze gemeente aantrekkelijk om in te wonen, werken en te leven. Onze gunstige ligging ten opzichte van de stedelijke driehoek Leeuwarden-Groningen en Drachten willen we verder benutten. Door optimale verbindingen zowel per trein, bus, auto als fiets. En in de toekomst ook door passende aansluiting op de Lelylijn. Ook binnen de gemeentegrenzen is de bereikbaarheid belangrijk.
De ontwikkeling van clustering van winkels en (zorg)voorzieningen in grotere dorpen gaat door. Voor degenen die de beschikking hebben over een auto is dat meestal geen probleem. Voor inwoners die minder automobiel zijn is het lastiger. Zij zijn aangewezen zijn openbaar vervoer, terwijl het openbaar vervoer onder druk staat. De vaak ‘dunnere lijnen’ zijn moeilijker te exploiteren. Combineren van vervoerswijzen en slimmer organiseren (met digitale hulpmiddelen) kan een oplossing zijn.
40
Omgevingsvisie
Ruimte voor de e-biker en de voetganger Nieuwe ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan ons wegennet. De opkomst van de e-bike zorgt ervoor dat grotere afstanden ook prima te doen zijn per fiets. Daarmee kan de fiets de concurrentie aan met de auto, vooral de tweede auto. Fietsen is daarnaast gezond en duurzaam. Fietsen willen we dan ook stimuleren. Dit vraagt wel om aantrekkelijke, veilige en comfortabele fietsroutes. Bestaande fietspaden zullen (her)ingericht moeten worden op hun functie en gebruik. Veel fietspaden zullen daarom verbreed moeten worden, met een comfortabele verharding (asfalt of beton). Ook een aantal kruispunten zullen verkeersveiliger gemaakt moeten worden. En de voetganger mag ook niet vergeten worden. We hebben ons gecommitteerd aan Charter for Walk. Dit betekent dat we zorgen voor een loopvriendelijke infrastructuur. Mobieler door slim koppelen van vervoerssystemen We willen de bestaande netwerken voor fiets, openbaar vervoer en auto beter aan elkaar koppelen. Met digitale app’s is het steeds makkelijker om slimme keuzes te maken en van vervoerswijze te wisselen. We willen toe naar een samenhangend mobiliteitssysteem waarin de reiziger bij een overstapknooppunt (Hub) gemakkelijk van het ene vervoermiddel kan overstappen op het andere.
We verduurzamen de mobiliteit Meer laadpalen voor auto's en fietsen moeten zorgen voor minder uitstoot door auto's en voor meer fietskilometers.
Wat gaan we doen? - We stimuleren gebruik van de fiets door aantrekkelijke, veilige en comfortabele fietsroutes - We richten bestaande fietspaden in op hun functie en gebruik: verbreden en comfortabele verharding (asfalt of beton) - We maken een aantal kruispunten verkeersveiliger - We realiseren een loopvriendelijke infrastructuur - We zetten ons in voor het in stand houden van het openbaar vervoer door vervoerswijzen te combineren: hub’s en slimmer organiseren met digitale hulpmiddelen - We realiseren meer oplaadpunten en laadpalen voor e-bike en elektrische auto
Hoe gaan we dat doen? - We stellen een Omgevingsprogramma Mobiliteit op en voeren dit uit.
41
6.2
Omgevingsvisie
Gezonde en vitale mensen in een gezonde, veilige leefomgeving Uit onderzoek blijkt dat inwoners in Fryslân en dus ook Noardeast-Fryslân de gelukkigste mensen in Nederland zijn. Ook het ‘mienskipsgevoel’ is groter dan in de rest van Nederland. Een groot deel van onze inwoners leeft gezond en voelt zich vitaal. Zij eten gezond, bewegen en sporten, wonen in een gezonde omgeving en slapen goed. Er zijn ook inwoners die minder gezond leven en daardoor een grotere kans hebben op gezondheidsproblemen en mogelijk korter leven. Omdat zij roken, (veel) alcohol of drugs gebruiken, overgewicht hebben, te weinig bewegen en/of vaker in armoede leven. We willen graag dat onze inwoners gezonder en langer leven. Een gezonde leefomgeving helpt daarbij. Voor ons is een gezonde leefomgeving een omgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Een omgeving die ervoor zorgt dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en mee kunnen doen. Een omgeving die sociale cohesie en inclusie bevordert. Dat is niet vanzelfsprekend; daar moeten we op blijven inzetten. Gezondheid van mensen wordt door veel factoren beïnvloed, zowel in positieve als in negatieve zin. De leefomgeving speelt bij veel van deze factoren een rol. Er is dus een sterke relatie tussen omgeving, leefgewoonten en gezondheid.
Wat een gezonde leefomgeving maakt, is niet altijd vastomlijnd. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn: - uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, spelen, sporten), elkaar ontmoeten, ontspannen - rookvrij en met een gezond voedselaanbod - een goede milieukwaliteit (zoals luchtkwaliteit, geluid) - klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast) - een goede toegang tot voorzieningen nabijheid en/of passend vervoer. Beschermen, bevorderen en faciliteren zijn drie manieren om toe te werken naar een gezonde leefomgeving. Deze drie vormen de rode draad in deze paragraaf. We nemen gezondheid en veiligheid als basis voor een goede ruimtelijke ontwikkeling Een aantrekkelijke omgeving met groen, water, rust, woningbouw met voldoende variatie draagt bij aan gezondheid. Bij het ontwerp van nieuwe plannen en de (herinrichting van de) openbare ruimte nemen we deze aspecten integraal mee. We beschermen de gezondheid We streven naar een leefomgeving die de gezondheid geen schade toebrengt. Bedrijvigheid kan milieuhinder met zich meebrengen. Deze bedrijvigheid moet zoveel mogelijk gescheiden blijven van (milieu)hinder gevoelige functies, zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven, verpleeg- en verzorgingstehuizen.
Tegelijkertijd herkennen we ook een behoefte aan functiemenging, zoals woonwerklocaties, en bebouwingslinten met een menging van functies. We zorgen voor een omgeving die gezondheid bevordert We willen onze inwoners bewust maken van de invloed van gedrag op zowel hun fysieke als mentale gezondheid. Een omgeving die uitnodigt tot sporten, bewegen en recreëren, helpt hen om gezonde keuzes te maken. Zo’n omgeving bevordert en stimuleert gezond gedrag. Samen met
42
Omgevingsvisie
samenwerkingspartners zorgen we er daarom voor dat er voldoende en voor iedereen bereikbare voorzieningen zijn voor sport, bewegen en recreëren. Als gemeente nemen we daarin vooral een stimulerende, faciliterende – en regisserende rol aan. We zorgen samen met onze inwoners voor voorzieningen die ontmoeting en ontspanning stimuleren en faciliteren. Dit draagt ook bij aan het voorkomen van eenzaamheid. Toegankelijkheid is altijd een eerste voorwaarde om mee te kunnen doen. Het moet dus voor iedereen mogelijk zijn ergens (letterlijk en figuurlijk) toegang te krijgen en ook weer veilig weg te gaan (uitgankelijkheid). Wat gaan we doen? - We beschermen de gezondheid door: o Milieuambities in te stellen per gebiedstype o Milieuhinderlijke en milieugevoelige functies te scheiden waar het moet en een menging van functies toe te staan waar dat meerwaarde heeft. - We bevorderen gezondheid door: o focus op kwetsbare doelgroepen, zoals kinderen en ouderen, door passende interventies in te zetten; o in te zetten op voldoende bereikbare en toegankelijke voorzieningen; o het creëren van een duurzame omgeving waarin gezonde keuzes logisch zijn; o te zorgen voor voldoende bereikbaar groen en water (bijvoorbeeld in straten en pleinen); o initiatieven vanuit de mienskip die bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners te stimuleren en te ondersteunen.
- We nemen gezondheid en veiligheid mee bij: o maatregelen voor klimaatadaptatie (hittestress), inrichten groen, energietransitie (binnenklimaat gebouwen), mobiliteitsopgave, aanbod voorzieningen; o in de projecten zoals herinrichting van een wijk, riolering, brede school etc.; o in alle beslissingen en belangenafweging over de leefomgeving. We faciliteren een blijvend passend aanbod wonen, zorg en ondersteuning Voor kwetsbare inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben, blijft er een passend aanbod dat bijdraagt aan zelfredzaamheid en een gezonde en leefbare omgeving, zodat mensen bijvoorbeeld langer thuis kunnen blijven wonen. Samen met onze partners werken we aan een passend woningaanbod voor alle doelgroepen. Voor ouderen, maar ook voor mensen met een beperking. Mobiliteit en de spreiding van (zorg)voorzieningen staan onder druk en daarom proberen we de vraag naar zorg te verminderen, waarbij de nadruk ligt op preventie en het vroeg signaleren van problemen.
Wat gaan we doen? - We benutten technologische mogelijkheden op het gebied van gespecialiseerde woonvoorzieningen, domotica en consult op afstand - We zetten in op preventie door een stevige koppeling te maken tussen welzijn, gezondheid en zorg - We zetten een samenwerkingsplatform op om samen met (welzijns)partners toe te kunnen werken naar een preventieve infrastructuur in dorpen en wijken - We realiseren laagdrempelige ontmoetingsplekken (buurtkamers) - We gaan samenwerkingsverbanden aan met huisartsen (welzijn op recept), om patiëntenstromen met een niet medische hulpvraag, af te buigen naar welzijnsorganisaties
43
Omgevingsvisie
We werken aan een inclusieve samenleving Er zijn nog veel mensen die niet genoeg mee kunnen doen, bijvoorbeeld vanwege een fysieke of visuele beperking of omdat ze ‘anders‘ zijn. Mensen die zich buitengesloten voelen, kunnen zich ook eerder eenzaam voelen. We combineren daarom de aanpak van eenzaamheid en het bevorderen van een inclusieve samenleving. We doen dat door uitvoering te geven aan de Lokale Inclusie Agenda. In de Lokale Inclusie Agenda zijn doelen en actiepunten op de drie noodzakelijke onderwerpen uitgewerkt: bewustwording, toegankelijkheid en ontmoeting. We werken aan een veilige leefomgeving Veiligheid heeft in relatie tot de fysieke leefomgeving betrekking op verschillende onderwerpen, o.a. - Sociale veiligheid - Verkeersveiligheid - Externe veiligheid - Klimaatverandering - Evenementenveiligheid Sociaal veilig Een veilige buurt en omgeving zijn essentieel om je prettig te voelen in je omgeving. Het is ook een belangrijke voorwaarde om aansluiting te vinden bij de samenleving. Mensen zien de fysieke omgeving graag beheersbaar, voorspelbaar en aantrekkelijk. Dit draagt bij aan het gevoel van veiligheid. Effecten van krimp, zoals leegstand, rotte kiezen en het verdwijnen van voorzieningen hebben effect op de beleving van de sociale veiligheid.
Een goede inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan de (sociale) veiligheid en de mogelijkheden om calamiteiten te voorkomen en te bestrijden. Daarnaast gaan we als gemeente bewust om met het verkleinen en beheersen van veiligheidsrisico’s. De beleving van veiligheid wijkt soms af van de ‘echte’ veiligheidscijfers. De veiligheidsbeleving onder de inwoners van gemeente Noardeast-Fryslân scoort hoog: een 7,9. We vinden het belangrijk dat onze inwoners zich veilig voelen, zowel thuis als in de openbare ruimte en gebouwen. Onze ambitie is dan ook om in 2023 deze score vast te houden of zelfs te verbeteren. We willen dat slachtoffers van misdrijven de weg weten te vinden naar de politie om de veiligheid binnen buurt en wijk te waarborgen. In 2020 is de Veiligheidsagenda ‘Mei elkoar foar feiligens’ opgesteld, met een aantal prioriteiten voor de komende vier jaar. Inwoners geven aan dat ze zich zorgen maken over criminaliteit en overlast. We zetten daarom in op preventie. Op landelijk niveau is de ambitie uitgesproken om een daling van 30% van het aantal woninginbraken te realiseren. Gemeente Noardeast-Fryslân wil een bijdrage leveren aan deze ambitie, maar vanuit het uitgangspunt dat past bij dit gebied: ‘iedere inbraak is er één te veel’.
Omdat nul inbraken helaas niet realistisch is, streeft de gemeente naar een stabilisering van het aantal (woning)inbraken naar het niveau van 2017. De komende jaren wordt er ingezet op de aanpak van problematische jeugdgroepen en groepsgedrag door: - het verminderen van criminaliteit en overlast - het versterken van de sociale positie en de jongeren perspectief bieden - het verstoren van de negatieve groepsdynamiek - het voorkomen van aanwas - het vergroten van het veiligheidsgevoel in de wijken en dorpen en onder de jongeren We werken aan verkeersveiligheid volgens de richtlijnen van Duurzaam veilig Al een aantal jaren stijgt het aantal ernstig verkeersgewonden én het aantal verkeersdoden. Met name door ongelukken met fietsers. De gezamenlijke overheden willen het aantal verkeersdoden
44
Omgevingsvisie
terugbrengen naar nul. Ons wegennet is niet veilig genoeg. We zijn een plattelandsgemeente met veel landbouwverkeer. Dit vereist extra aandacht. De inwoners noemen ook verschillende specifieke verkeersonveilige situaties. Het aanpakken daarvan heeft voor hen een hoge prioriteit. We willen de doelstellingen van Duurzaam Veilig realiseren. Hiervoor is een extra inspanning nodig. We zetten in op omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Omgevingsveiligheid (ook wel externe veiligheid genoemd) gaat over het beheersen van de risico’s bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen. We willen de risico’s (branden, rampen, crises) beperken. Voor risicocontouren van nog niet vergunde milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s is het uitgangspunt dat deze geheel binnen het eigen bedrijfsperceel liggen. Valt de risicocontour over de grens van het perceel dan is een aanvullende beoordeling nodig of dit aanvaardbaar is. Als het redelijkerwijs niet te voorkomen is dat de contour buiten het bedrijfsperceel ligt, is het belangrijk te kijken waar de contour komt te liggen. Het is bijvoorbeeld minder problematisch als de contour komt te liggen op de akkers of weilanden van hetzelfde bedrijf dan wanneer de contour komt te liggen over de openbare weg of een andere voor publiek toegankelijke plaats.
Dit vergt maatwerk. We zetten in op klimaatbestendigheid De uitdaging rondom de verandering van het klimaat en de manier waarop we hiermee omgaan, raakt ons allemaal en werkt overal in door. Het klimaat is daarmee een heel belangrijk thema om onze leefomgeving gezond en veilig te houden. Klimaatmitigatie zijn maatregelen waarmee we de opwarming willen beperken. De gemeente draagt hier aan bij door de CO2-uitstoot te verminderen en een energietransitie te maken. Deze vraagstukken hebben sterk met elkaar te maken. Energietransitie betekent dat we de oorzaak van klimaatverandering (uitstoot van broeikasgassen) proberen te verminderen. Klimaatadaptatie wil zeggen: we passen de omgeving aan om beter om te gaan met de effecten van de klimaatverandering. Als we daar optimaal mee kunnen omgaan, dan noemen we dat klimaatbestendigheid. Zie verder hoofdstuk 6.4. Veiligheid bij evenementen en horeca We willen een levendige gemeente zijn met een gezond horecaklimaat, en met evenementen waarbij een veilig verloop voorop staat. Overlast, geweld en excessief middelengebruik wordt zoveel mogelijk voorkomen.
Wat gaan we doen? - We zetten in op preventie van criminaliteit en overlast - We werken volgens de doelstellingen van Duurzaam Veilig - We treffen maatregelen om risico’s te beperken: o We houden afstanden aan tussen risicovolle activiteiten en risicobronnen ten opzichte van woningen en andere gevoelige functies zoals scholen o We streven verschillende veiligheidsniveaus na afhankelijk van het gebiedstype (bedrijventerrein, agrarisch/landelijk, woongebied / kernen) o Daar waar aandachtsgebieden zijn op het gebied van omgevingsveiligheid komen we door beschermende maatregelen tot maatwerkoplossingen o Bij de beoordeling van plannen voor nieuwe ontwikkelingen kijken we naar gebiedstype en de ligging van aanwezige risicobron(nen); we denken daarbij ook aan (nieuwe) opslag van energie in verband met energietransitie o We besteden aandacht aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van mensen, in het bijzonder bij kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en zieken o We beschermen de vitale infrastructuur zodat mensen het gebied snel en veilig kunnen verlaten als dat nodig is. We richten de omgeving zo in dat hulpdiensten snel en effectief kunnen werken o We werken samen met verschillende gespecialiseerde instanties om veiligheidsrisico’s te onderkennen en te beperken (denk hierbij aan de veiligheidsregio, de FUMO en de brandweer)
45
Omgevingsvisie
Hoe gaan we dit doen? - We voeren de Veiligheidsagenda ‘Mei elkoar foar feiligens’ uit - We stellen een Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie op - We stellen een Omgevingsprogramma Mobiliteit op
6.3
Een gezonde economische structuur en toeristisch-recreatief aantrekkelijk Vanwege het ontbreken van agglomeratievoordelen, is de economische structuur van NoardeastFryslân wat minder robuust dan in meer stedelijke regio’s. De beroepsbevolking bestaat uit een relatief groot aandeel praktisch opgeleide mensen, wat samen met een krimpende beroepsbevolking een uitdaging vormt in de groeiende kenniseconomie. Noardeast-Fryslân heeft een aantal sterke stuwende sectoren, zoals de bouw, de metaalsector, de agrofood en voedingsmiddelenindustrie. Daarnaast heeft de sector recreatie en toerisme potentie om verder te groeien. Voor de meer verzorgende sectoren (bijv. detailhandel, zorgsector) speelt het vraagstuk van voldoende lokaal/regionaal economisch draagvlak een grotere rol. Hierbij is de positie van Dokkum als regiostad van belang (zie ook hoofdstuk 7.3). Meer dan 70% van het landschap wordt ingevuld door de landbouwsector. De landbouw zorgt voor veel werkgelegenheid en is een belangrijke economische drager. De landbouw is bezig met een belangrijke transitie. De landbouw verduurzaamt en er is steeds meer aandacht voor nieuwe vormen van bedrijfsvoering (o.a. kringlooplandbouw). Zodoende ontstaan er nieuwe kansen voor de agrarische sector in relatie met de toeristische sector.
Verbeteren van de economische structuur; economische ontwikkelkracht door samenwerking Dit is de belangrijkste opgave voor de toekomst op gebied van economie. Om dit te bereiken streven we naar een mix van stuwende sectoren en verzorgende sectoren. Zo bouwen we voort op de sterke punten in de regio. Het vestigingsklimaat moet van hoog niveau zijn. We willen Dokkum als regiostad sterk blijven positioneren ten opzichte van andere grote stedelijke kernen in Fryslân. We zetten ons in voor voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de overige kernen naar aard en schaal. Het vermogen tot innoveren in het bedrijfsleven in Noordoost Fryslân ligt onder het Nederlands gemiddelde. Verhogen hiervan is het doel, waarbij we als overheid een stimulerende rol hebben vanwege de positieve externe effecten op de gehele economie. Economische ontwikkelkracht zal onder andere worden gegenereerd door samenwerking met de overige drie gemeenten en met economische stakeholders in de regio Noordoost Fryslân, een regio met in totaal 125.000 inwoners. Met de ondertekening van de Regiodeal Noordoost Fryslân “de Versnellingsagenda” zet de regio onder meer sterk in op de bevordering van het innovatievermogen van het regionale bedrijfsleven en op een betere aansluiting van het onderwijs op de vraag uit de regionale arbeidsmarkt.
De arbeidsparticipatie is in de gemeente Noardeast-Fryslân al relatief hoog, gelijk aan het landelijk gemiddelde. Groei van de economie zal dan met name moeten komen van groei van de arbeidsproductiviteit. Binnen de marge die mogelijk is, zet de gemeente zich in om er iets aan te doen.
46
Omgevingsvisie
We hebben daarvoor de Versnellingsagenda. Hier worden projecten ondersteunt die als doel hebben een hogere productiviteit te bereiken door middel van een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt (opleiding verhogen/scholing personeel) en het bevorderen van automatisering/digitalisering bij ondernemers, zodat relatief minder personeel nodig is. Daarnaast zetten we in op verbetering van het algehele vestigingsklimaat, door gerichte investeringen in infrastructuur (wegen, bedrijventerreinen, glasvezel, duurzame energie), het op peil houden van het voorzieningenniveau (o.a. aantrekkelijkheid winkelgebieden), relatiebeheer richting ondernemers en promotie van de regio. Uitbreiding van bedrijventerrein op voorraad is mogelijk in Dokkum, Kollum, Kollumersweach en Hallum; elders alleen met maatwerk naar aard, schaal en directe behoefte. Dit betekent dat de ontwikkeling past bij de schaal van het dorp en de bebouwing. Uitbreiding van bedrijvigheid in of bij de dorpen gaat niet ten koste van woningbouw. Langs de Waddenkust komt geen industrie. Havenslib en binnendijks slib wordt lokaal verwerkt. Dat wil zeggen: waar het vrijkomt, om ongewenste vervoersbewegingen te voorkomen. We bieden ook ruimte aan energieproductie en -opslag.
Als er nieuwe ontwikkelingen zijn met het oog op duurzame energie (bijvoorbeeld waterstof) dan passen we maatwerk toe en zoeken de combinatie met andere al bestaande functies. Denk aan veerdiensten. Wat gaan we doen? - Samen met onze partners: o zorgen we voor een evenwichtige en duurzame mix van economische activiteiten o bouwen we voort op sterke punten van de regio (de stuwende sectoren) o stimuleren we het innovatief vermogen o genereren we economische ontwikkelkracht - We zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en promotie van de regio - We zetten in op versterking van de positie regiostad Dokkum - We zorgen voor bedrijfskavels op voorraad bij Dokkum, Hallum, Kollum, Kollumersweach. In de overige kernen zorgen we voor ontwikkelingsmogelijkheden bij concrete behoefte naar aard en schaal - We faciliteren samenwerking in een netwerk - Samen met onze partners werken we aan duurzame energie-ontwikkelingen
Hoe gaan we het doen? - We voeren Regiodeal ‘de versnellingsagenda’ uit
We werken aan een vitaal platteland Land- en tuinbouw en visserij als belangrijke economische drager Er wordt van boeren en tuinders verwacht dat zij steeds meer inspanningen leveren ten behoeve van natuur, milieu en klimaat. Ons voedsel wordt daardoor steeds duurder. Voedselarmoede mag geen nieuw maatschappelijk probleem worden. We gaan door om onze voedselvoorziening verder te verduurzamen en willen dat gezond voedsel ook in de toekomst betaalbaar blijft.
47
Omgevingsvisie
We hebben in onze gemeente een hoogwaardige land- en tuinbouwsector. De landbouw zorgt voor veel werkgelegenheid, de beschikbaarheid van voldoende en betaalbaar voedsel, onderhoud van het landschap en is een belangrijke economische drager zowel direct als indirect. In directe zin door de agrarische productie en de werkgelegenheid in de agrofood sector zelf. Indirect levert toelevering, verwerking en dienstverlening ook veel werkgelegenheid op. Hetzelfde geldt voor de visserijsector die geconcentreerd is in Lauwersoog. Tegelijkertijd hebben we een grote opgave om te komen tot een meer duurzame toekomstbestendige agrarische- en visserijsector. Naast land- en tuinbouw is ook de visserijsector een belangrijke schakel in de voedselvoorzieningsketen en banenmotor voor onze gemeente. De visserij concentreert zich voornamelijk in Lauwersoog. Naast de vissersvloot zijn op het haventerrein ook verschillende aan de visserij gerelateerde bedrijven te vinden: van visafslag tot scheepsonderdelen en van visrestaurants tot winkels voor de watersport. Met onze steun wordt geïnvesteerd in havenfaciliteiten, verduurzaming van de visserij en visafslag, een Werelderfgoedcentrum Waddenzee en recreatie en toerisme. De ontwikkeling van Lauwersoog valt of staat met de vitaliteit en omvang van de visserijvloot en het in stand houden van gerelateerde economische activiteiten.
Gemeente Noardeast-Fryslân wil bestaande, innovatieve en duurzame ontwikkelingen op visserij-gebied waar mogelijk in stand houden, versterken en faciliteren. Agrariërs zijn belangrijke beheerders van ons landschap We zijn trots op ons aantrekkelijke landelijk gebied. Meer dan 70% van het landschap wordt ingevuld door de landbouwsector. Agrariërs zijn belangrijke beheerders van ons landschap en zij hebben een ‘taak’ om een aantrekkelijk landschap met specifieke natuurkwaliteiten in stand te houden en te ontwikkelen. Voor de inwoners van de gemeente maar ook voor bezoekers/toeristen. Agrarische collectieven, zoals Noardlike Fryske Wâlden en Waadrâne hebben een belangrijke uitvoerende rol bij agrarisch natuurbeheer. Ook behoud van cultureel erfgoed zoals de karakteristieke “pleats”, it boerehiem, de kenmerkende verkavelingspatronen en landschapselementen is bij ontwikkelingen van een divers landschap van belang. Schaalvergroting in de sector leidt tot vrijkomende agrarische gebouwen en erven die opnieuw ingevuld moet worden. We gaan zoeken naar oplossingen om zo veel mogelijk de karakteristieke bebouwing te behouden door invulling met wonen (rood voor rood), agrarische hulpbedrijven, of andere in te passen functies. We zijn voorstander van meervoudig ruimtegebruik. Voorbeelden hiervan zijn de nu al ontwikkelde ganzen-gedooggebieden en weidevogel- kansgebieden.
En de ontwikkelingen om verzilting en bodemdaling tegen te gaan en tegelijkertijd waterberging te faciliteren. Duurzame toekomstbestendige agrarische ontwikkeling De sector heeft te maken met tal van uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming. Met duurzame landbouw wordt gewerkt aan het oplossen van de problemen: het verminderen van milieubelasting en vergroten van landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. De gronden in onze gemeente zijn vruchtbaar en de (zee)lucht fris: de voedselproductie is hoogwaardig en productief. Daarom willen we in ons buitengebied ruim baan geven aan de landbouw. Tegelijkertijd weten we dat monocultuur en de intensieve wijze van grondbewerking op de langere termijn niet houdbaar is. Voor een duurzame toekomstbestendige agrarische ontwikkeling faciliteert de gemeente alternatieven voor de akkerbouw en veehouderij, zoals omschakeling naar natuur inclusief en biologische landbouw. Voldoende beschikbaarheid en betaalbaarheid van gezond en duurzaam geproduceerd voedsel zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Bij deze ontwikkelingen maakt het in beginsel niet uit of deze grootschalig of kleinschalig zijn.
48
Omgevingsvisie
Ontwikkelingen zoals opwek en productie van groene energie (onder andere zonnepanelen, windmolens, vergisting), compostering, verwerking van de oogst en/of directe verkoop van producten, vragen ruimte op het erf van de boerderij. Hierdoor verandert het beeld van het agrarisch functioneren of gaat dit in de toekomst nog veranderen. Maar ook voor ontwikkelingen die niet direct de agrarische productie raken, zoals recreatieve voorzieningen en huisvesting van seizoenarbeiders op het erf wordt ruimte gevraagd. De gemeente faciliteert waar mogelijk en denkt mee door aan te haken in processen die lopen. Ook worden verbindingen gelegd, zoals met de energietransitie en met de recreatiesector. Zo bieden wij ruimte voor verbreding met bijvoorbeeld recreatie en werken wij samen met de agrarische sector bij het inrichten en ecologisch onderhouden van bermen en oevers in het kader van klimaatadaptatie, landschapsbeheer en biodiversiteit. De ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden. Bodemdaling en verzilting zijn uitdagingen De bodem daalt enerzijds als gevolg van natuurlijke processen en anderzijds als gevolg van delfstofwinning. Het zoutgehalte in de bodem en het oppervlaktewater neemt geleidelijk toe. De verzilting is een specifieke uitdaging voor de landbouw in ons gebied.
Er zijn (beperkt) mogelijkheden om de bodemdaling en verzilting tegen te gaan. Bijvoorbeeld door te stoppen met delfstoffenwinning en door het verhogen van het waterpeil. Het aanpassen op de veranderende omstandigheden (adaptatie) vergroot de levensvatbaarheid van agrarische bedrijven. We zijn dan ook voorstander van een tijdige transitie van de landbouw in verziltingsgevoelige gebieden. Dit kan bijvoorbeeld door onderzoek en proeven te doen naar geschikte technieken en gewassen die passen bij de nieuwe omstandigheden. Of door het vergroten van de (lokale) zoetwaterberging of het aanleggen van alternatieve drainagesystemen. Een goede balans tussen voldoende, gezond en betaalbaar voedsel én natuur en landschap vinden wij belangrijk. Een geleidelijke transitie naar een klimaat adaptieve en duurzame landbouwsector met voldoende verdienpotentieel is daarbij essentieel. Dit is geen gemakkelijke opgave, zorgt voor de nodige tegenstellingen en vraagt om zorgvuldige afwegingen. Bewustwording, kennisvergroting, flexibiliteit, onderzoeken en keuzes maken op basis van feiten helpen hierbij. Ook het verbinden van opgaven en kansen (omgaan met klimaatverandering, verzilting, energietransitie, biodiversiteit, recreatie en meer) is nodig om hier zo goed mogelijk mee om te gaan.
Ruimte voor innovatieve landbouw en agrarische experimenten De landbouw in onze gemeente is een hoogtechnologische en innovatieve sector. Daarom bieden we ruimte aan hoogwaardige en innovatieve landbouw en agrarische experimenten passend in de streek en bij het landschap. We streven hierbij naar een duurzame, natuurinclusieve en hoogproductieve voedselproductie. Ofwel: met minder input, een lagere milieubelasting en geschikte innovatieve technologieën, een gezondere bodem en meer biodiversiteit toch een goede productie halen. Daarom stimuleren en faciliteren we slimme landbouw. Dit is een innovatieve vorm van landbouw waar moderne technologieën worden gebruikt om grond- en hulpstoffen, machines en arbeid efficiënter en duurzamer te in te zetten. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld niet kerende grondbewerking, natuurlijke plaagbestrijding, plaatsspecifieke bemesting en bestrijding, data, robotica en mobiele autonome oplossingen wordt de landbouw steeds meer milieuvriendelijk en toekomstbestendig. De rol van de gemeente is faciliterend De rol van de gemeente in de land- en tuinbouwtransitie is faciliterend: het aanjagen van innovatie, verbinden en koppelen van kansen, samenwerking stimuleren, belanghebbenden bewust maken en subsidies beschikbaar stellen ten behoeve van de transitie.
Ook faciliteert de gemeente waar mogelijk gebieds- en sectorgerichte aanpakken, verruimen van regelgeving en denkt (pro)actief mee aan oplossingen voor een toekomstbestendige natuurinclusieve land- en tuinbouw.
49
Omgevingsvisie
Om de transitie naar een toekomstbestendige natuurinclusieve land- en tuinbouw te realiseren werken we nauw samen met de sectoren en alle belanghebbenden. In onze gemeente zijn de verbindingen kort en is de communicatie sterk. Daar zetten we als gemeente voortdurend op in: Meiinoar goed buorkje út eigen krêft! In het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) maakt het Rijk bestuurlijke afspraken met de zogenaamde decentrale overheden. Het Wetterskip heeft een Blauwe Omgevingsvisie (BOVI - FryslânKlimaatbestendig2050+) opgesteld en de provincie een Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 4 . Samen met het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG) zijn deze documenten richtinggevend. De gemeente is niet hierin niet leidend, maar zoekt aansluiting bij genoemde Omgevingsvisies en het FPLG.
Wat gaan we doen? - Samen met onze partners zorgen we ervoor dat: o de landbouwsector een belangrijke economische en landschappelijke drager blijft o agrarische sector duurzaam en toekomstbestendig wordt - We bieden ruimte aan agrarische bedrijvenaken - We maken herinvulling van vrijkomende agrarische bedrijven mogelijk. Denk aan wonen (rood voor rood), agrarische hulpbedrijven, en andere in te passen functies. - We geven ruimte aan energietransitie in de sector, passend bij erf en landschap - We geven ruimte voor verbreding van functies op agrarische bedrijven - We maken tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders op het erf mogelijk - We ondersteunen de havenfaciliteiten, verduurzaming van de visserij en visafslag