Bijlage - Bestemmingsplan ‘Transformatorstation Hallum’
Tekst van het document
Transformatorstation Hallum
Bestemmingsplan
Opdrachtgever
Liander N.V.
Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer
Noardeast-Fryslân NL.IMRO.1970.BPHaRegelstation-ON01 Ontwerp 11 november 2022 R. Nijdam 1196
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................... 3 Begrippenlijst................................................................................................................. 3
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Het plan ......................................................................................................................... 5 Bestaande situatie ........................................................................................................ 5 Locatiekeuze ................................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 7 Landschappelijke inpassing .......................................................................................... 9
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader ............................................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 11 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 13
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 15 Inleiding ....................................................................................................................... 15 Archeologie ................................................................................................................. 15 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 16 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 17 Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................................... 18 Water........................................................................................................................... 18 Natuur ......................................................................................................................... 22 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 23 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 23 Geluid ..........................................................................................................................
26 Magneetvelden ........................................................................................................... 26 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 26 Externe veiligheid ........................................................................................................ 27 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 28
5 5.1 5.2
Toelichting op de regels .............................................................................................. 29 Algemeen .................................................................................................................... 29 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 29
6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 32 Planschade ................................................................................................................. 32 Conclusie .................................................................................................................... 32
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 33 Inspraak en vooroverleg artikel 3.1.1. Bro .................................................................. 33 Zienswijzen ................................................................................................................. 33
Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek Quickscan Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten Watertoets Quickscan Flora en fauna Akoestisch onderzoek Nota Inspraak en Vooroverleg
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van gas- en elektriciteitsnetten in (delen van) de provincies Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Om te zorgen voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. De capaciteit van het bestaande transformatorstation aan de Doniaweg 15a in Hallum is onvoldoende om de groeiende energievraag en teruglevering van energie door toename aan duurzame energieopwekking. Om de capaciteitsproblematiek op te lossen moet het bestaande transformatorstation vervangen worden. Omdat het bestaande station pas uit bedrijf gehaald kan worden wanneer het nieuwe station gerealiseerd is en in bedrijf is, is een nieuwe locatie nodig in de directe omgeving. De huidige locatie biedt namelijk onvoldoende ruimte voor de nieuwbouw. De nieuwe locatie is gevonden aan de Ljouwerterdyk N357 (zie afbeelding 1). Op de nieuwe locatie wordt een transformatorstation gebouwd, bestaande uit een gebouw met installatieruimte en een transformator. Het gebruik en de bebouwing is niet toegestaan in het huidige bestemmingsplan.
Zodoende is dit nieuwe bestemmingsplan opgesteld, zodat de gewenste capaciteitsuitbreiding van de elektriciteitsvoorziening in de omgeving van Hallum mogelijk wordt.
afbeelding 1: ligging plangebied (rode cirkel)
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
1/33
Inleiding
1.2
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’, dat is vastgesteld op 13 februari 2014. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen. Ook zijn er over het plangebied twee verschillende gebiedsaanduidingen opgenomen, te weten de ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’ en de ‘vrijwaringszone – weg’. Aan de noordwestzijde van het plangebied ligt de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’ ter bescherming van de oude spoorlijn hier. Een smalle strook overlapt met het plangebied. Een uitsnede van het huidige bestemmingsplan is in afbeelding 2 getoond.
afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Enkelbestemming Agrarisch Binnen deze bestemming zijn ondergeschikte openbare nutsvoorzieningen toegestaan. Het nieuwe transformatorstation is echter niet ondergeschikt aan het agrarisch gebruik. Ook is de gewenste bebouwing groter dan wat is toegestaan binnen de bouwregels. Gebiedsaanduidingen De gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’ is opgenomen ten behoeve van het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Hiervoor zijn hoogtebeperkingen opgenomen voor nieuwe bouwwerken. Ter plaatse van het plangebied geldt een hoogtebeperking van 65 meter. De nieuwe bebouwing blijft daar ruim onder. Er zal geen conflict zijn met deze regeling. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de gebiedsaanduiding met hoogtebeperking opnieuw opgenomen. De gebiedsaanduiding vrijwaringszone – weg’ is opgenomen ter bescherming van een veilig en doelmatig functioneren van de provinciale weg Ljouwerterdyk. Dit is onder andere om te voorkomen dat er te dicht op de weg wordt gebouwd en dit in de toekomst infrastructurele aanpassingen onmogelijk maakt. Er geldt een verbod op het bouwen van nieuwe bouwwerken, met de mogelijkheid om hier van af te wijken nadat ontheffing is verleend door de wegbeheerder (in dit
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
2/33
Inleiding
geval de provincie). De nieuwe bebouwing zal (deels) binnen de vrijwaringszone komen. Ten behoeve van de ontwikkeling van het transformatorstation heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie. De vrijwaringszone is hier ruim, ca. 32 m. Deze ruimte is naar de toekomst toe niet nodig. In paragraaf 2.3 is nader ingegaan op de positie van de nieuwe bebouwing en de wijze van ontsluiten van het plangebied. De vrijwaringszone wordt opnieuw opgenomen in het bestemmingsplan, maar dan voor een kleiner gebied. Daarmee is naar de toekomst toe geregeld dat er niet te dicht op de weg wordt gebouwd en de nieuwe bebouwing komt niet in de nieuwe vrijwaringszone. Dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle lijnen Deze dubbelbestemming loopt over een smalle strook aan de noordwestzijde van het plangebied. Hierbinnen worden geen nieuwe bouwwerken geprojecteerd. De dubbelbestemming wordt overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Conclusie Het nieuwe transformatorstation is niet mogelijk binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Er zijn geen afwijking- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen in het bestemmingsplan die de gewenste bebouwing en het gewenste gebruik mogelijk maken.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.
1.4
Begrippenlijst
In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel regelstation of elektriciteitsstation genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
3/33
Inleiding
Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (regel)station.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
4/33
Het plan
2
Het plan
2.1
Bestaande situatie
Het plangebied betreft een deel van het weiland aan de westzijde van de Ljouwerterdyk aan de noordwestzijde van de kern Hallum (kadastraal aangeduid als gemeente Hallum, sectie C, nummer 2159). Het gaat om de zuidelijke helft van het weiland, ongeveer tot aan de bestaande toegang tot het weiland (zie afbeelding 3). Het plangebied is in gebruik als agrarische grond. De gronden zijn onbebouwd. Er zijn geen bomen of struiken in het plangebied. Aan de randen van het perceel loopt een sloot. Langs het water zijn rietkragen aanwezig. Direct ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de smalle sloot, bevindt zich een gierzwaluwtil op hoge palen. Er is een pad vanaf de N392 dat met een bocht precies naar het plangebied loopt. Het plangebied grenst aan de oude spoorverbinding naar Dokkum. Daarom ligt de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’ op een deel van het perceel. De strook betreft een spoordijk(je) waarop een voormalig regionaal spoortracé van de NoordFriesche Locaalspoorweg-Maatschappij (NFLS) liep. Dit tracé van Leeuwarden via Stiens en Ferwerd naar Dokkum werd ook wel het 'Dokkumer lokaaltje' genoemd.
afbeelding 3: luchtfoto bestaande situatie (plangebied nieuwe station is met rode lijn aangeduid)
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
5/33
Het plan
afbeelding 4: aanzicht vanaf de Ljouwerterdyk kijkend richting het noordwesten (plangebied is globaal met een witte lijn aangeduid)
2.2
Locatiekeuze
In het huidige regelstation van Hallum worden momenteel hoge spanningen in het elektriciteitsnetwerk veroorzaakt doordat er veel duurzame energie terug geleverd wordt. Deze hoge spanningen liggen op een kritiek punt en bij verdere toename kan dit tot spanningsklachten in het voorzieningsgebied leiden. Daarom heeft Liander een rood schaarste niveau afgekondigd voor het voorzieningsgebied, waardoor er geregeld duurzame energie bronnen afgeschaald moeten worden en er geen nieuwe initiatieven aangesloten kunnen worden totdat het bestaande regelstation is vervangen. Omdat uitbreiding op de huidige locatie niet mogelijk is en het nieuwe regelstation gerealiseerd en in bedrijf dient te zijn voordat het bestaande station weggehaald kan worden, is een nieuwe locatie nodig. Het vinden van een geschikte locatie is een complexe opgave omdat een regelstation zowel boven- als ondergronds om ruimtebeslag vraagt. Hiervoor is op basis van verschillende randvoorwaarden een zoekgebied geformuleerd. Een belangrijke randvoorwaarde is dat het regelstation centraal gelegen is in het voedingsgebied i.v.m. met de lengte van de kabels. Belangrijke toevoeging hieraan is dat het de voorkeur van Liander heeft dat de nieuwe locatie zo dicht mogelijk bij het huidige regelstation wordt gesitueerd omdat deze centraal gelegen is in het voedingsgebied.
Als het nieuwe regelstation ver weg zit van het voedingsgebied, leidt dat ertoe dat er langere verbindingen gelegd moeten worden om het voedingsgebied te bereiken. Het leggen van verbindingen is zeer kostbaar én brengt extra ondergronds ruimtebeslag met zich mee. Bij de keuze van locatieopties voor het nieuwe regelstation binnen het zoekgebied zijn door Liander de volgende beoordelingscriteria gehanteerd: A. Ruimtebeslag/centrale ligging in het zoekgebied B. Bovengrondse bereikbaarheid C. Ondergrondse bereikbaarheid D. Omgevingsaspecten (bijv. afstand tot woningen, natuur, bodemverontreiniging, etc.). De locatie dient op voldoende afstand van gevoelige bestemmingen zoals woningen te zijn gelegen. De locatie dient vrij te zijn van bebouwing en er moeten er geen belemmeringen zijn zoals onder andere beschermd natuurgebied, hoge archeologische of aardkundige waarden of vrijwaringszones van dijken. Het heeft de voorkeur om het station nabij bestaande openbare wegen te realiseren in verband met bereikbaarheid voor zwaar materieel en de bereikbaarheid
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
6/33
Het plan
voor ondergrondse infrastructuur (inkomende en afgaande kabels). Dan dient er ook nog overeenstemming te worden verkregen met de grondeigenaar. Liander is daarom op zoek gegaan naar een locatie in een straal van 1 km rond het huidige regelstation. De zoekstraal is gebaseerd op technische beperkingen wat betreft overname van kabelverbindingen tussen het bestaande en nieuwe regelstation. De in aanmerking komende locaties zijn in samenwerking met de gemeente getoetst op planologische, landschappelijke en technische haalbaarheid. De locatie aan de westzijde van de Ljouwerterdyk - kadastraal aangeduid als gemeente Hallum, sectie C, nummer 2159 - even buiten de bebouwde kern van Hallum is als voorkeurslocatie naar voren gekomen. De voorkeurslocatie is tot stand gekomen in overleg met Liander, de gemeente en de provincie. De nieuwe locatie, ook wel ‘het driehoekje’ genoemd, bevindt zich in het buitengebied, direct grenzend aan de bebouwde kom van Hallum.
2.3
Toekomstige situatie
In het plangebied komt een nieuw (modulair) regelstation. Het nieuwe regelstation zal bestaan uit een nieuw 20 kV gebouw met daaraan vast een transformatorruimte. In de transformatorruimte komt een 40 MVA transformator. Hiermee is sprake van milieucategorie 3.1 (zie uitleg in paragraaf 4.9). Het gebouw wordt circa 4,2 m hoog. De transformator komt in een transformatorruimte, welke ongeveer 4,2 m hoog wordt. Bovenop de bebouwing komen voorzieningen voor valbeveiliging van circa 1 m (hekwerk). De transformatorruimte bestaat uit een fundatie en drie wanden en een opening aan één zijde. Er komt geen dak op. Op de transformatorwanden komen voorzieningen voor bliksemafleiding, zogenoemde bliksemspitsen. Deze worden ca. 7,5 à 8 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. In afbeelding 5 is een schets getoond van de inrichting van de zuidzijde van het terrein waar het nieuwe regelstation komt. In de vormgeving van de nieuwe bebouwing wordt aangesloten bij de stijl van de stationsgebouwen behorend bij het Dokkumer Lokaaltje (zie afbeelding 7). In het rode metselwerk komt een metselwerkgeleding van horizontale banden met een gele steen. Vanwege de landelijke, provinciale en gemeentelijke ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid, is het niet ondenkbaar dat in de toekomst de capaciteit verder moet worden vergroot. Dan zal uitbreiding nodig zijn in noordelijke richting.
Dit zal betekenen dat er extra transformatorvermogen nodig is en extra bebouwing. Om ruimte te bieden aan dit toekomstscenario is in het bestemmingsplan het hele perceel bestemd voor Bedrijf-Nutsvoorzieningen en is een ruim bouwvlak opgenomen met een maximale bouwhoogte van 6 m voor gebouwen en transformatorruimten. De omvang van de toekomstige bebouwing zal maximaal 1.700 m2 zijn, wat neerkomt op een maximum bebouwingspercentage van 40%. Het terrein dat niet verhard of bebouwd wordt, krijgt een groene inrichting (zie ook par. 2.4). Het voornemen is om beplanting aan te brengen langs de zijde van de provinciale weg. Dit zal bestaan uit struiken en enkele bomen. Met de nieuwe beplanting dient rekening te worden gehouden met de locatie van kabelverbindingen, aangezien hier bovenop geen diepwortelende beplanting mag komen. De nieuwe bebouwing en verharding blijft buiten de gronden die behoren bij de oude spoorverbinding naar Dokkum en zijn aangeduid met de dubbelbestemming ‘WaardeCultuurhistorisch waardevolle lijnen’. Het nieuwe regelstation wordt ontsloten via de provinciale weg N357. Er is in overeenstemming met de provincie gekozen voor de aanleg van een nieuwe inrit iets noordelijker dan de huidige inrit (zie afbeelding 8). Hiermee wordt de toegang beter waarneembaar vanuit het zuiden (beperking zicht door bocht in de N357).
Er komt alleen af en toe personeel ten behoeve van controle en onderhoud. Op het terein is voldoende ruimte voor parkeren.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
7/33
Het plan
De zuidoostelijke strook van het perceel heeft de aanduiding 'vrijwaringszone - weg'. Deze strook is mede bestemd voor het beschermen van een veilig en doelmatig functioneren van wegen. De breedte van deze strook is ter plaatse van het plangebied verkleind tot 5 m vanaf de rand van de watergang. Met de grens van het bouwvlak is rekening gehouden met deze vrijwaringszone.
afbeelding 5: plattegrond van het nieuwe regelstation, de exacte inrichting wordt nog nader uitgewerkt (bron: Liander)
afbeelding 6: 3D impressie van hoe een regelstation er uit ziet (bron: Liander)
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
8/33
Het plan
afbeelding 7: links het Dollumer Lokaaltje, rechts een impressie van het metselwerk van het nieuwe transformatorstation
2.4
Landschappelijke inpassing
Het perceel waar het nieuwe regelstation op komt, ligt op de overgang van de bebouwde kom en het open landelijk gebied. Om te komen tot een zorgvuldige landschappelijke inpassing, is een beplantingsvoorstel gemaakt. Hierbij is het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor de ondergrondse kabelverbindingen (ter hoogte van de aar kabels kan geen diepwortelende beplanting komen). Het voornemen is om langs de Ljouwerterdyk schietwilgen te planten. In het zuidelijke deel van de rij wilgen, worden meerdere struiken toegevoegd, zoals lijsterbes en vogelkers. Doordat de zuidelijke rand dichter is en de openheid naar het noorden toeneemt, zal een zachte overgang ontstaan van het bebouwde deel naar het open landelijke gebied. Langs het talud van de oude spoorlijn worden populieren geplant. Dit vergroot de waarneembaarheid van het cultuurhistorische lijnelement. Er is in artikel 3.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van de landschappelijke inpassing.
afbeelding 8: voorstel landschappelijke inrichting
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
9/33
Beleidskader
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De realisatie van het nieuwe transformatorstation bij Hallum sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
10/33
Beleidskader
Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie De Romte Diele De provincie Fryslân heeft op 21 oktober 2020 haar nieuwe omgevingsvisie, de Omgevingsvisie De Romte Diele vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld van de Friese leefomgeving. Alle onderwerpen uit de fysieke leefomgeving, zoals als water, natuur, landschap en infrastructuur worden met elkaar verbonden. De visie sluit aan bij de doelen van de Omgevingswet: minder regels, ruimte voor maatwerk en initiatieven, meer samenhang in beleid. De provinciale ambities en doelen van de provincie voor de komende jaren zijn als volgt: • vitaal en veerkrachtig; • karakteristiek en gezond; • meebewegen en samenwerken. Naast deze ambities voor de lange termijn, heeft de provincie ook een viertal meer urgente opgaven benoemd, die nu om acties en keuzes vragen: • Fryslân houdt de leefomgeving leefbaar, vitaal en bereikbaar; • Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; • Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; • Fryslân versterkt de biodiversiteit. Betekenis voor het plan De provinciale ambities op duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. In de visie is aangegeven dat er een infrastructuur nodig is om de opgewekte, duurzame energie te transporteren. Het transformatorstation vormt onderdeel van de hiervoor noodzakelijke infrastructuur en sluit aan bij de provinciale ambities op het gebied van duurzame energie.
3.3.2 Verordening Romte Fryslân De verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie 2020) is opgesteld om er voor te zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen. In de verordening staan regels over bundeling, ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken, recreatie en toerisme, landbouw, natuur, kustverdediging en duurzame energie. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt buiten het bestaand stedelijk gebied van Hallum (zie afbeelding 9). De provincie hecht aan zorgvuldig ruimtegebruik en nieuwe stedelijke functies dienen zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied plaats te vinden. Een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
11/33
Beleidskader
in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.
nieuwe station
bestaande station
afbeelding 9: ligging buiten bestaand bebouwd gebied (bron: Verordening Romte)
Op 16 maart 2022 heeft de provincie gereageerd op het informatieverzoek ten aanzien van de voorgenomen locatie. De locatie is gelegen in het landelijk gebied aansluitend aan het bestaande stedelijk gebied. De provincie heeft geadviseerd dat de voorgestane ontwikkeling passend is binnen de Verordening Romte indien wordt voldaan aan een goede motivering waarin een afweging wordt gemaakt over noodzaak, locatie en inpassing. Hierbij dient rekening te worden gehouden met ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik en ecologie. Voor de ecologische beoordeling dient een ecologische quickscan te worden uitgevoerd. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de waterveiligheid, het toetspeil en mogelijke effecten van een dijkdoorbraak en eventueel te nemen maatregelen. Het nieuwe transformatorstation is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk en om de ambities op het vlak van duurzame energieopwekking mogelijk te maken. Er is onvoldoende ruimte om bij het bestaande station uit te breiden. Daarom is een nieuwe locatie nodig. Zodoende is een verkenning uitgevoerd naar mogelijke locaties (zie toelichting in paragraaf 2.2). Er is gezocht naar locaties in de nabijheid van het bestaande station.
Van de onderzochte locaties, is gekozen voor de locatie aan de Ljouwerterdyk vanwege de beschikbare ruimte voor de nieuwe bebouwing en omdat er nog geen andere ruimteclaims waren. Ook biedt de locatie goede mogelijkheden voor aansluiting op het ondergrondse netwerk en ligt de locatie tegen het bestaand stedelijk gebied en het bedrijventerrein aan. Voor het plan is een quickscan naar beschermde flora en fauna uitgevoerd, zie paragraaf 4.7. Er zijn geen beschermde planten- of diersoorten aanwezig in het plangebied. Er zijn enkele aandachtspunten waar tijdens de realisatie maatregelen voor te nemen zijn (afstand tot gierzwaluwtil, rekening houden met broedseizoen en beperken van kans op verstoring door licht).
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
12/33
Beleidskader
In paragraaf 4.6 is de waterhuishoudkundige situatie beschreven. In het ontwerp wordt rekening gehouden met waterveiligheid door de bebouwing op voldoende hoogte te plaatsen. Natuurinclusief De provincie heeft recent de nieuwe Omgevingsverordening Fryslân vastgesteld (21 september 2022). Daarin vraagt de provincie tevens aandacht aan het onderwerp natuurinclusief. Er is een plan gemaakt voor de landschappelijke inrichting van de gronden, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting. Het voornemen is om langs de Ljouwerterdyk schietwilgen te planten. In het zuidelijke deel van de rij wilgen, worden meerdere struiken toegevoegd, zoals lijsterbes en vogelkers. Doordat de zuidelijke rand dichter is en de openheid naar het noorden toeneemt, zal een zachte overgang ontstaan van het bebouwde deel naar het open landelijke gebied. Langs het talud van de oude spoorlijn worden populieren geplant. Behalve dat de nieuwe beplanting zorgt voor landschappelijke kwaliteit en het vergroten van de herkenbaarheid van het cultuurhistorisch lijnelement, zorgt het ook voor extra biotoop voor diverse soorten. Uit het ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd voor het bestemmingsplan is gebleken dat het plangebied een (onbeschermde) functie als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten kan vervullen.
Door eventuele verlichting op het gebouw te doven tussen zonsondergang en -opkomst en door bij het toepassen van eventuele verlichting op het toekomstige transformatorhuisje te kiezen voor vleermuisvriendelijke (amberkleurige, UV-vrije) verlichting, kan verstoring van deze functie makkelijk worden voorkomen. Dit wordt nader uitgewerkt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen. 3.3.3 Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte In de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, vastgesteld op 26 maart 2014, zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten die karakteristiek zijn voor Fryslân en haar ontwikkelingsgeschiedenis vastgelegd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het Kleigebied Oostergo. De provincie hecht waarde aan de grootschalige openheid van de terpdorpen, liggend op de brede kwelderwal. Een belangrijke eigenschap van de kwelderwal is het aanwezige microreliëf, zowel natuurlijk als kunstmatig (akkers en terpen). Behalve enige zware wegbeplanting en verspreid voorkomende erfbeplanting is er geen opgaande beplanting. Ook is de invloed van de dynamiek van de zee zichtbaar in de ligging van dorp en stad en de waterlopen.
Het plangebied ligt tegen de kern van Hallum aan, waar de openheid van het landschap beperkt is vanwege het bedrijventerrein aan de Doniaweg. Zodoende is met de ontwikkeling ook geen sprake van aantasting van provinciaal aangewezen waardevolle landschapsstructuren. Door een groene inrichting rond het terrein, zal het transformatorstation zich inbedden in het landschap (zie ook paragraaf 2.3).
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum In de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum is de ambitie geformuleerd om meer en nieuwe werkgelegenheid te creëren en om Noordoost Fryslân te veranderen in een groeiregio. In vergelijking met de rest van Nederland heeft Fryslân een hogere werkloosheid, een lager inkomen per huishouden en een lager gemiddeld opleidingsniveau. In het uiterste noorden van Fryslân zijn deze kenmerken sterk aanwezig. De afgelopen jaren is samen met de regio en de ondernemers een flinke slag gemaakt en het werkloosheidspercentage is gedaald. In het belang van een goede ruimtelijke ordening en in het belang van behoud van werkgelegenheid is het belangrijk om de bewegingen in de markt te faciliteren. In het collegeprogramma 2019-2022 staat het volgende: “Het bevorderen van het economisch klimaat en de bedrijvigheid in Noardeast-Fryslân is belangrijk met het oog op werkgelegenheid, de economische vitaliteit, het verdienend vermogen van onze gemeente en de leefbaarheid in
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
13/33
Beleidskader
de kernen. De gemeente wil, op een manier dat het geen afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit, ruimte bieden aan ondernemers die willen uitbreiden en aan nieuwe ondernemers”. Betekenis voor het plan Om deze ambitie te verwezenlijken is een goed functionerend elektriciteitsnet een absolute voorwaarde, die niet alleen zorgdraagt voor een toekomstbestendig en ontwikkelingsgericht bedrijventerrein in Hallum maar zorgt voor een adequate energievoorziening in de hele regio. Het huidige station in Hallum is een centraal elektriciteitsknooppunt voor de elektrische energievoorziening van onder andere de dorpen Hallum, Marrum en Ferwert. Met de realisatie van het nieuwe transformatorstation zal de energievoorziening voor het dorp Stiens worden toegevoegd. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van een duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling op lokaal en regionaal niveau. 3.4.2 Structuurvisie Ferwerderadiel 2002 In 2002 heeft de voormalige gemeente Ferwerderadiel met de structuurvisie een ruimtelijk beleidskader geformuleerd, waaraan ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst. Centraal hierin staat de ambitie om de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente te behouden en te versterken. De identiteit wordt gekenmerkt door de elementen rust, ruimte, historie en natuur.
Het behouden van deze identiteit moet echter niet ten koste gaan van de leefbaarheid van de gemeente. Hierdoor is het dan ook noodzakelijk om te voorzien in ruimte voor economische ontwikkeling van de bestaande bedrijvigheid en werkgelegenheid. Het vasthouden van het inwoneraantal en daarmee het draagvlak voor de voorzieningen is noodzakelijk om de leefbaarheid en vitaliteit van de gemeente te behouden. Het bouwen om het inwonertal op peil te houden en het voorzien in ruimte voor de economische ontwikkeling van de bestaande bedrijvigheid en werkgelegenheid is dan ook noodzakelijk. Ook het optimaal benutten van het cultuurhistorisch en landschappelijk potentieel is van belang voor de gemeente. De karakteristieke verscheidenheid tussen de verschillende landschapstypen zal dan ook in de toekomst nog herkenbaar moeten zijn. Betekenis voor het plan Voor een duurzaam ruimtelijk-economische ontwikkeling is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk nodig. Het plan past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie van de voormalige gemeente Ferwerderadiel. Daarnaast is voor het plan een landschapsplan opgesteld om zorg te dragen voor een goede landschappelijke inpassing in het gebied. Het landschapsplan is gebaseerd op de gebiedskwaliteiten en cultuurhistorische waarden. Hiermee wordt het transformatorstation zorgvuldig in de omgeving ingepast.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
14/33
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Voor het aspect archeologie in de provincie Fryslân is beleid ontwikkeld waarmee rekening móet worden gehouden: de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra, de FAMKE. Daarin staan ook de beleidsparagraaf en beleidskaarten opgenomen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is daarmee rekening gehouden. 4.2.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is FAMKE geraadpleegd, zie onderstaande afbeeldingen. Zowel voor de steentijd – bronstijd als voor de ijzertijd-middeleeuwen zijn er geen verwachtingen en is er geen onderzoek nodig.
afbeelding 10: FAMKE advies steentijd-bronstijd, plangebied is met een rode lijn aangeduid
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
15/33
Omgevingsaspecten
afbeelding 11: FAMKE advies ijzertijd-middeleeuwen
4.2.3 Conclusie Er zijn geen archeologische verwachtingen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1 Provinciale Cultuurhistorische Kaart De Cultuurhistorische Kaart (CHK) is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. Er zijn 26 categorieën van elementen en structuren onderzocht die getuigen zijn van het verleden. Dit zijn zowel aardkundige, als archeologische, historisch-geografische en bouwhistorische zaken. Het geheel weerspiegelt het ontstaan, het gebruik en de inrichting van het landschap en bestaan uit niet-zichtbare als zichtbare, ooit aangelegde of gebouwde structuren en bouwwerken. Die zijn van belang voor de kennis, de beleving en de waardering van de ruimtelijke inrichting van de provincie. In het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid wordt van de initiatiefnemers en plannenmakers gevraagd met deze elementen en structuren rekening te houden bij plannen en ontwikkelingen. Betekenis voor het plan Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, ligt aan de westzijde van het plangebied de oude spoorverbinding naar Dokkum. De strook betreft een spoordijk(je) waarop een voormalig regionaal spoortracé van de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij (NFLS) liep. Dit tracé van Leeuwarden via Stiens en Ferwerd naar Dokkum werd ook wel het 'Dokkumer lokaaltje' genoemd. Tussen het dijklichaam en het plangebied ligt een sloot.
Over het tracé is een dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’ neergelegd ter bescherming. Deze dubbelbestemming overlapt een deel van het plangebied. Hierbinnen is geen nieuwe bebouwing geprojecteerd. De dubbelbestemming is in het bestemmingsplan overgenomen, zodat er ook in de toekomst geen bebouwing kan komen. Als onderdeel van de landschappelijke inpassing zal een rij populieren worden geplant langs het dijklichaam. Dit versterkt de waarneembaarheid van het cultuurhistorische element.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
16/33
Omgevingsaspecten
afbeelding 12: cultuurhistorische waarden rond het nieuwe onderstation (bron: Cultuurhistorische Kaart provincie Fryslân)
4.4
Bodemkwaliteit
4.4.1 Inleiding In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. 4.4.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd bodemonderzoek uitgevoerd (IDDS, 30 mei 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting. Het vooronderzoek is voor het hele plangebied van het bestemmingsplan uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek met boringen is voor de zuidelijke helft uitgevoerd waar de eerste bouwactiviteiten zullen plaatsvinden. Het verkennend bodemonderzoek voor de noordelijke helft zal te zijner tijd plaatsvinden wanneer hier omgevingsvergunning voor bouwen voor wordt aangevraagd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat het plangebied onverdacht is op het voorkomen van verontreinigingen. Uit het verkennend bodemonderzoek voor het zuidelijk deel is vervolgens het volgende naar voren gekomen: • In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen; • De bovengrond is licht verontreinigd met kwik en/of lood; • De ondergrond is niet verontreinigd; • Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
17/33
Omgevingsaspecten
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek worden er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien ten aanzien van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Er is geen belemmering voor de voorgenomen realisatie van een regelstation en het hierop volgende gebruik. 4.4.3 Conclusie Er is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Er zijn vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien met betrekking tot de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de voorgenomen realisatie van een regelstation.
4.5
Ontplofbare oorlogsresten
4.5.1 Inleiding Voor bepaalde gebieden kan een verwachtingswaarde voor het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten gelden, bijvoorbeeld voor locaties waar in de Tweede Wereldoorlog gevochten is. Voorafgaand aan graafwerkzaamheden is verstandig om onderzoek te doen naar de verwachtingen. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van ontplofbare oorlogsresten kunnen passende maatregelen worden getroffen. 4.5.2 Resultaten onderzoek Voor het bestemmingsplan is een quickscan uitgevoerd (‘Quickscan Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten Ljouwerterdyk, Hallum’, IDDS Explosieven B.V., 9 maart 2022). Het rapport is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. Voor de quickscan is een historisch vooronderzoek uit 2021 geraadpleegd. Tevens zijn diverse bronnen geraadpleegd om te achterhalen of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Er zijn geen indicaties dat er binnen het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden die doen vermoeden dat er binnen het onderzoeksgebied ontplofbare oorlogsresten te verwachten zijn. Zodoende kan het onderzoeksgebied als niet verdacht worden beschouwd. 4.5.3 Conclusie Het onderzoeksgebied is niet verdacht op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.
De voorgenomen werkzaamheden kunnen plaatsvinden binnen de contouren van het onderzoeksgebied. Er is geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten.
4.6
Water
4.6.1 Beleid en regelgeving Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik, bijvoorbeeld door de landbouw, natuur of recreatie, hebben gevolgen voor het waterbeheer. Waterschappen willen vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Wetterskip Fryslân heeft op 19 april 2016 het Waterbeheerplan vastgesteld. In dit plan wordt aangegeven hoe vorm gegeven wordt aan het waterbeheer voor de periode 2016 – 2021. Hierin staan de maatregelen die Wetterskip Fryslân neemt om het watersysteem op orde te houden en verbeteren. Daarnaast beschikt het Wetterskip over een verordening: de Keur 2013 en een Leggerkaart. In de Keur staan de regels die het Wetterskip hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. De Legger is een besluit in de vorm van een kaart waarop een overzicht van de verschillende waterstaatswerken is opgenomen. Ook is
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
18/33
Omgevingsaspecten
te vinden wie onderhoudsplichtig is en voor welke gebieden beperkingen gelden (beschermingszones). Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies van het Wetterskip (zie bijlage 3). De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Er geldt een compensatienorm van 10% voor poldergebieden. Er kunnen ook alternatieve maatregelen in het plan worden toegepast, uitgaande van de volgorde vasthouden – bergen – afvoeren. In de ‘Leidraad watertoets’1 heeft het Wetterskip nadere informatie over de compensatiemaatregelen beschreven.
Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. 4.6.2 Situatie plangebied 4.6.2.1 Verhardingstoename Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.200 m2 en is volledig onverhard. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van circa 290 m2 (installatiegebouw en transformatorruimte). Bij de nieuwbouw komt extra verharding en er komt verharding voor de ontsluiting (ca. 500 m2). Dit betekent dat sprake is van 790 m2 aan verharding en bebouwing. Daarvoor is nog geen compensatie nodig. De bestaande aansluiting op de provinciale weg met duiker wordt verbreed tot 6 m breedte (is nu ca. 4m). Hier is een watervergunning voor verleend door het Wetterskip. Om ruimte te geven aan toekomstige groei van het vermogen, is in het bestemmingsplan ruimte geboden aan uitbreiding van de bebouwing. Dit is vastgelegd op maximaal 1.700 m2 (40%). De precieze inrichting van de gronden met hoe en waar de extra bebouwing en verharding komt is nog niet bekend. Voor de watertoets is uitgegaan van nog eens 500 m2 aan verharding rondom de bebouwing.
Dit betekent dat bij uitbreiding in de toekomst er sprake zal zijn van ongeveer 2.700 m2 aan bebouwd en verhard oppervlak. Voor deze situatie zal 270 m2 aan extra oppervlaktewater nodig zijn. Dit kan mogelijk worden gerealiseerd door één of enkele van de omringende watergangen te verbreden. De exacte omvang is echter nu nog niet te bepalen, aangezien de inrichting nog niet bekend is. In de verdere uitwerking en inrichting wordt rekening gehouden met de benodigde compensatie. Daar komt ook bij dat er water wordt gedempt om de bestaande inrit iets te verbreden. Hierover wordt afgestemd met het Wetterskip in het kader van de vergunningsplicht bij een toename van meer dan 1.500 m2 aan verhard oppervlak en de vergunning in verband met het dempen van water. De realisatie van nieuw water is in het nieuwe bestemmingsplan in elk geval mogelijk gemaakt, zodat aan de compensatieopgave voldaan kan worden. 4.6.2.2 Waterkwaliteit Het plan mag niet leiden tot verslechtering van oppervlaktewaterkwaliteit. Dit betekent dat geen gebruik gemaakt mag worden van uitlogende materialen op oppervlakken waar hemelwater op valt. Er worden voor de gevels en dakbedekking geen uitlogende materialen gebruikt. Het hemelwater dat valt op het dak en het verhard terrein rond het station is schoon. De transformatorruimte is aan de bovenkant open.
Hemelwater dat in contact kan komen met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Dit hemelwater mag niet op het oppervlaktewa-
1
https://www.wetterskipfryslan.nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets_2013.pdf
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
19/33
Omgevingsaspecten
ter worden afgevoerd of in de bodem komen. Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal daarom mogelijk worden afgevoerd op de aanwezige riolering. Een andere mogelijkheid is dat een hemelwatersysteem met oliedetectie wordt toegepast, zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar groenzones. Er wordt zorggedragen dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd. Het plangebied grenst direct aan het bestaande water aan de west-, zuid- en oostzijde (zie afbeelding 13). De watergangen grenzend aan het plangebied zijn geen onderdeel van het hoofdwater of schouwwater. De grens van het bouwvlak is op minstens 2 meter afstand van de rand van de omliggende watergangen gelegen. Zo is geborgd dat er voldoende ruimte is voor onderhoud aan het water.
afbeelding 13: uitsnede Legger Wetterskip met de watergangen aangegeven en het plangebied is globaal aangeduid met een rode stippellijn
4.6.2.3 Grondwater Voor het graven van een bouwkuip en kabelsleuven is mogelijk grondwaterbemaling nodig. Hiervoor moet een bemalingsplan worden opgesteld en – afhankelijk van de onttrekkingshoeveelheid en -duur – een melding of watervergunning worden aangevraagd (incl. melding voor lozen bemalingswater). Hierover wordt met het Wetterskip afgestemd in het kader van de realisatie wanneer meer inzicht is in de omvang van de bouwkuip en de duur van de bemaling. 4.6.2.4 Waterkeringen en overstromingsrisico Het is niet toegestaan om zonder watervergunning te bouwen binnen een beschermingszone of waterkering volgens de Keur artikel 3.2. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een waterkering, persleiding grondwaterbeschermingsgebied of andere beschermingszone. Een transformatorstation heeft een grote infrastructurele waarde. Dit betekent dat de nieuwbouw op voldoende hoogte dient te liggen mocht er sprake zijn van een eventuele overstroming. Het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte van 0,25m boven NAP. De provinciale weg Ljouwerterdyk ligt op ongeveer 0,95 m boven NAP. De Klimaateffectatlas is geraadpleegd om na te gaan wat de kansen zijn op overstromingen (zie afbeelding 14). Het plangebied ligt op de overgang van een mogelijke ondiepe overstroming (20-50cm waterdiepte) tot zeer ondiepe overstroming (0-20 cm waterdiepte). Dit betekent dat
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
20/33
Omgevingsaspecten
om eventuele schade te beperken het advies is om een drooglegging van minimaal 50 cm aan te houden.
afbeelding 14: uitsnede Klimaateffectatlas (blauw is zeer ondiep, geel is ondiepe overstroming)
4.6.3 Resultaat watertoets In de voorbereidende fase van het plan is afgestemd met het Wetterskip over het initiatief. Het Wetterskip kan instemmen met het verzoek en geeft enkele aandachtspunten mee. Deze gaan over de realisatie van een klimaatbestendig gebouw op voldoende hoogte en rekening houden met een eventuele overstroming. Verder wordt aandacht gevraagd om voldoende compensatie van de toename aan verharding en om in de plaatsing van gebouwen en hekwerken rekening te houden met het kunnen uitvoeren van regulier onderhoud (hekkelen) langs de aanwezige sloot. Daarnaast heeft de sloot langs de locatie een belangrijke aan- en afvoerfunctie van water vanuit Hallum, het bebouwd gebied. Mocht een dam met duiker worden aangelegd, dient met het Wetterskip afgestemd te worden voor de juiste diameter. Deze aandachtspunten zijn verwerkt in de voorgaande waterparagraaf. Voor het bestemmingsplan is de digitale watertoets op 30 mei 2022 doorlopen. Het resultaat is opgenomen in een rapportage, welke als bijlage 3 bij de toelichting is opgenomen. Uit de watertoets blijkt dat de normale watertoetsprocedure moet worden gevolgd vanwege de toename aan verharding en mogelijke bemaling van het grondwater tijdens de bouw. Dit betekent dat er nader overleg plaats zal vinden met het Wetterskip.
Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over de waterhuishoudkundige aspecten van het plan en zal beoordelen of het waterbelang voldoende gewaarborgd is. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan toegestuurd aan het Wetterskip (zie paragraaf 7.1 en de als bijlage 6 opgenomen Nota Inspraak en Vooroverleg). Met inachtneming van enkele aandachtspunten, kan het Wetterskip instemmen met het bestemmingsplan. 4.6.4 Conclusie De digitale watertoets is doorlopen en er spelen waterbelangen. In het kader van het vooroverleg wordt het plan toegestuurd aan het waterschap. Er gelden aandachtspunten vanwege de toename aan verharding in het gebied. De toename is meer dan 1.500 m2, wat betekent dat er gecompenseerd zal worden. Hier wordt met het waterschap verder over afgestemd.
Bestemmingsplan Transformatorstation Hallum, Ontwerp
21/33
Omgevingsaspecten
4.7
Natuur
4.7.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.7.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (‘Quickscan Wet natuurbescherming Ljouwerterdyk, Hallum’, IDDS, 19 mei 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. 4.7.2.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De ingreep leidt niet tot een fysieke afname van oppervlakte aangewezen habitattypen in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op soorten. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is de Waddenzee op circa 2 kilometer afstand (stikstofgevoelig). Externe effecten (zoals trillingen, lichtuitstraling) als gevolg van de voorgenomen plannen, gezien de afstanden tot nabijgelegen Natura-2000 gebieden niet te verwachten.
Het enige dat op een dergelijke afstand mogelijk effect kan hebben is eventuele stikstofemissie. Stikstofdepositie Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op grotere afstand. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een transformatorstation. Een transformatorstation stoot geen stikstof uit en wordt niet verwarmd. Er zijn ook geen mensen op de locatie aan het werk. Af en toe komt er een monteur voor controle en onderhoud. Zodoende zal de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase niet resulteren in een toename van stikstofemissie. Hierdoor wordt op voorhand uitgesloten dat er in de gebruiksfase sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Sinds 1 juli 2021 geldt onder de Stikstofwet een partiële vrijstelling voor de bouwfase, waarmee aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb. art. 2.9a). Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan.
4.7.2.2 Soortenbescherming Uit de bureaustudie en biotooptoets komt naar voren dat direct naast het plangebied een gierzwaluwtil aanwezig is. De til staat op voldoende afstand om niet gestoord te worden door geluid of trillingen. Verstoring door licht kan voorkomen worden door tijdens het broedseizoen van de gierzwaluw (april tot en met juli) niet op de nestingangen te schijnen met felle (bouw)verlichting. Binnen het plangebied kunnen vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Algemene vogelsoorten die broeden zijn gedurende deze tijd beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden of voor het broedseizoen te beginnen en continu door te werken tijdens het broedseizoen zodat vogels niet tot broeden komen in het plangebied. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten, dient er een broedvogelinventarisatie gedaan te worden door een deskundig