Bijlage - Bestemmingsplan ‘Bremwei E 6794, Sweagerbosk’ met bijlagen
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Bremwei Perceel E 6794, Sweagerbosk’
Planstatus: vastgesteld Datum: 2023-03-16 IMRO code: NL.IMRO.1970.BpZbBremweiE6794-VA01
REGELS
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 4 1 Inleidende regels ............................................................................................................. 5 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 5 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 8
2 Bestemmingsregels ....................................................................................................... 10 Artikel 3 Tuin ...................................................................................................................................... 10 Artikel 4 Wonen - 1 ............................................................................................................................ 11 Artikel 5 Waarde - Archeologie .......................................................................................................... 14
3 Algemene regels ............................................................................................................ 16 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel .............................................................................................................. 16 Artikel 7 Algemene bouwregels......................................................................................................... 16 Artikel 8 Algemene gebruiksregels ................................................................................................... 16 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels.................................................................................................. 16
4 Overgangs- en slotregels .............................................................................................. 18 Artikel 10 Overgangsrecht ................................................................................................................. 18 Artikel 11 Slotregel ............................................................................................................................ 18
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
4
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Bremwei Perceel E 6794, Sweagerbosk met identificatienummer NL.IMRO.1970.BpZbBremweiE6794-VA01 van de gemeente Noardeast-Fryslân; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen; 1.3 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of bedrijf dat in of bij een woning en/of daarbij behorende ondergeschikte bebouwing wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroeps- of bedrijfsuitoefening ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7 bebouwingsbeeld: de visuele waarden van het totaal aan bebouwing en de bebouwing in het landschap; 1.8 bêd en brochje: logiesruimte in de vorm van een kleinschalige recreatief verblijf met een kortstondig karakter en ondergeschikt aan de woonfunctie; 1.9 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.10 bestaand:
het gebruik dat en/of de bebouwing die ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan legaal plaatsvindt, respectievelijk aanwezig is, dan wel bebouwing die kan worden gebouwd krachtens een verleende bouw- en/of omgevingsvergunning; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
5
1.13 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.17 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.18 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.19 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.20 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling: bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een
garagebedrijf en een seksinrichting; 1.21 erf: een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.22 evenement: een voor publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg, binnen gebouwen of op het openbare water, met uitzondering van betogingen, samenkomsten en vergaderingen, jaar- en weekmarkten, bioscoop- en theatervoorstellingen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in de volgende categorieën: a. Categorie 1: lokale evenementen op dorps/wijk en buurtniveau. Deze evenementen dragen in belangrijke mate bij aan de binding tussen inwoners in het dorp. Deze evenementen zijn vooral gericht op participatie, ontmoeting tussen burgers en toeristisch-recreatieve promotie van het dorp; b. Categorie 2: lokale en regionale evenementen met groeipotentie. Dit zijn middelgrote evenementen die zich kenmerken door een min of meer vaste deelnemers/publieksgroep en die zich door een onderscheidende programmering/activiteiten richten op groei. Het programma richt zich op een duidelijke hoofdactiviteit met eventueel side-events Bij deze categorie evenementen is een sterke variatie in bezoekersaantallen van een paar honderd tot enkele duizenden;
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
6
c. Categorie 3: boegbeeldevenementen. Dit zijn (jaarlijks) terugkerende evenementen met een internationaal karakter, bovenregionale uitstraling die een belangrijke bijdrage leveren aan de promotie van het dorp. De evenementen vinden vooral plaats op historische locaties, in en rond het water en hebben een economische spin-off voor het dorp. De evenementen kenmerken zich door authenticiteit, uitstraling, goede organisatie en promotie; 1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.25 gevellijn: een als zodanig aangegeven lijn, die tevens functioneert als lijn waarnaar het hoofdgebouw met de gevel moet zijn gekeerd, behoudens voor zover uitdrukkelijk anders bepaald in deze regels; 1.26 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmeting, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken, met uitzondering van ondergeschikt bebouwing; 1.27 huishouden: een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; 1.28 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of
onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Niet als kampeermiddelen worden beschouwd: vaartuigen, woonwagens in de zin van de Woningwet, tenten in gebruik voor het houden van bijeenkomsten, tentoonstellingen of voorstellingen, en voertuigen in gebruik als directiekeet; 1.29 ondergeschikte bebouwing: hieronder wordt de volgende bebouwing verstaan: a. ondergeschikte gebouwen of delen van gebouwen; b. een bouwwerk van 1 bouwlaag dat dient ter overkapping en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omsloten; 1.30 ondergeschikte gebouwen of delen van gebouwen: hieronder wordt de volgende bebouwing verstaan: a. een gebouw dat als afzonderlijke ruimte dan wel als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; b. een op zichzelf staand gebouw, dat gelet op de bestemming en door zijn ligging en/of architectonische verschijningsvorm ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
7
1.31 overig bouwwerk (bouwwerk, geen gebouw zijnde): een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.32 overkapping: een bouwwerk voorzien van een plat dak dan wel een kap en met maximaal één wand is uitgevoerd; 1.33 paardenbak: buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, voorzien van een zandbed en al dan niet voorzien van een omheining; 1.34 peil: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.35 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.36 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde dan wel richtwaarde voor het risico c.q.
een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.37 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een sekstheater, een seksautomatenhal, of een parenclub, of een daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.38 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen gevel; 1.39 voorste bouwgrens: een naar de weg gekeerde bouwgrens; 1.40 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
8
2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat met het meten van de goothoogte ondergeschikte bouwdelen zoals wolfskappeneinden en goten van dakkapellen worden niet meegerekend; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstanden: afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot erfafscheidingen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.7 ondergeschikte bouwdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van bouwwerken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten,
pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
9
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. b. c. d.
tuinen; groenvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen; water.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden:
a. mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. mag geen ondergeschikte bebouwing worden gebouwd met uitzondering van: o erkers tot een breedte van 50% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw, met een maximale diepte van 1,5 m en een maximale bouwhoogte van niet meer dan 30 cm boven de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; o bestaande ondergeschikte bebouwing. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 8 m; 2. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 1 m, met dien verstande dat daarop een open gaasconstructie met een minimale maaswijdte van 10 cm is toegestaan, waarbij de gezamenlijke bouwhoogte van de terrein- en erfafscheiding en de gaasconstructie niet meer dan 2 m mag bedragen; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, vóór (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 1 m; 4.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen, achter (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat daarop een open gaasconstructie met een minimale maaswijdte van 10 cm is toegestaan, waarbij de gezamenlijke bouwhoogte van de terrein- en erfafscheiding en de gaasconstructie niet meer dan 2,5 m mag bedragen; 5. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, achter (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 2 m.
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
10
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, met het oog op het voorkomen van onevenredige aantasting van: a. b. c. d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de bezonnings- en privacy-situatie.
3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; b. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen.
Artikel 4 Wonen - 1 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen al dan niet in combinatie met een beroep/bedrijf aan huis, zoals genoemd in Bijlage 1 Lijst voor bedrijven en beroepen aan huis; en tevens voor: b. bestaande bêd & brochje; met daarbij behorende: c. d. e. f.
groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen; waterlopen.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat de voorgevel van het hoofdgebouw in de voorste bouwgrens dient te worden gebouwd en de maximale bouwdiepte 10 m bedraagt; b. het aantal woningen binnen het bouwvlak bedraagt niet meer dan twee aan een te bouwen woningen; c. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m respectievelijk 8 m; 4.2.2 Ondergeschikte bebouwing Voor het bouwen van ondergeschikte bebouwing ten behoeve van wonen gelden de volgende regels:
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
11
a. ondergeschikte bebouwing wordt gebouwd binnen een bouwvlak dan wel buiten het bouwvlak b. ondergeschikte bebouwing wordt ten minste 3 m achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw gebouwd; c. de goothoogte van ondergeschikte bebouwing bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan 30 cm boven de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, voor zover aan dit hoofdgebouw wordt gebouwd; d. in afwijking van de goothoogte voor ondergeschikte bebouwing als bedoeld onder b, mag niet meer dan 30% van de totale gootlengte van ondergeschikte bebouwing met een hogere goothoogte worden gebouwd; e. de bouwhoogte van ondergeschikte bebouwing bedraagt niet meer dan 6 m; f. de gezamenlijke oppervlakte van ondergeschikte bebouwing bedraagt: 1. voor percelen die niet groter zijn dan 1000 m2: niet meer dan 100 m2 per bouwperceel, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd, dan wel ten minste de bestaande oppervlakte, indien deze meer is; 4.2.3 Openbare nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de inhoud per gebouwtje bedraagt niet meer dan 50 m3; b. de bouwhoogte per gebouwtje bedraagt niet meer dan 3 m.
4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden ten minste 3 m achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het dichtst naar de weg gelegen hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen en vlaggenmasten; b. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat daarop een open gaasconstructie met een minimale maaswijdte van 10 cm is toegestaan, waarbij de gezamenlijke bouwhoogte van de terrein- en erfafscheiding en de gaasconstructie niet meer dan 2,5 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 8 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 5,5 m. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, met het oog op het voorkomen van onevenredige aantasting van: a. b. c. d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de bezonnings- en privacy-situatie.
4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Hoofdgebouwen, ondergeschikte bebouwing, bouwwerken geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: 16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
12
a. het bepaalde in 4.2.1 sub a ten behoeve van het bouwen achter de voorste bouwgrens; b. het bepaalde in lid 4.2.2 sub b en lid 4.2.4 sub a ten behoeve van het bouwen van ondergeschikte bebouwing en bouwwerken geen gebouwen zijnde tot aan (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw. 4.4.2 Toepasbaarheid De afwijkingsbevoegdheid ziet uitsluitend op hoeksituaties waarbij de toepassing niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van: a. b. c. d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de bezonnings- en privacy-situatie.
4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande ondergeschikte gebouwen voor bewoning; b. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande onderschikte gebouwen voor een beroep/ bedrijf aan huis, met uitzondering van het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande onderschikte gebouwen voor een beroep/ bedrijf aan huis ten behoeve van opslag; c. het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken voor niet-permanente bewoning; d. het stallen of laten stallen van vlieg-, vaar- en voertuigen, anders dan ten behoeve van het woongenot; e. detailhandelsactiviteiten bij een beroep/bedrijf aan huis, anders dan direct voortvloeiend uit het beroeps- of bedrijfsmatig gebruik. 4.5.2 Beroep/bedrijf aan huis De uitoefening van een beroep/bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan voor zover de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en geen ernstige hinder of afbreuk wordt gedaan aan het woonmilieu. Dit betekent dat: a. de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven; b. uitsluitend zeer beperkte reclame-uitingen zijn toegestaan; c. parkeren op eigen erf moet plaatsvinden, dan wel in parkeren kan worden voorzien in de nabije omgeving; d. d. geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeers- en/of publieksaantrekkende werking; e.
bij het hebben van een webwinkel de levering van producten (inkoop en verkoop) niet thuis plaatsvindt, maar wordt verzorgd via post/koerier; f. geen buitenopslag van goederen plaats mag vinden; g. de woonfunctie mag worden gecombineerd met een beroep/bedrijf aan huis, voor zover de oppervlakte hiervan niet meer dan 50% van de oppervlakte van het hoofdgebouw, vermeerderd met het oppervlak van aan het hoofdgebouw gebouwde ondergeschikte gebouwen bedraagt, met een maximum van 45 m2. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
13
a. 1 voor de vestiging van beroep/bedrijf aan huis die niet zijn genoemd in Bijlage 1 Lijst voor bedrijven en beroepen aan huis, mits deze beroepen/bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat gelijk kunnen worden gesteld met de beroepen/bedrijven die wel zijn genoemd; b. het bepaalde in 4.1 en 4.5.1 sub c voor het toestaan van bêd & brochje, met dien verstande dat wordt voldaan aan de in 4.5.2 gegeven criteria.
Artikel 5 Waarde - Archeologie 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken, waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 2,5 ha en dieper dan 30 cm, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 5.2.2 wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist, met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 2,5 ha en dieper dan 30 cm: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van de gronden; b. het graven of dempen van watergangen;
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
14
c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 5.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 5.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie . 5.3.3 Toetsingscriteria De in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of: b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of: c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: d. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; e. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of: f.
een verplichting de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Indien Burgemeester en Wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden als bedoeld in artikel 5.3.3, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
15
3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene bouwregels Voor zover legaal gebouwde (delen van) bouwwerken op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet voldoen aan de in het plan genoemde maten, gelden de dan aanwezige bestaande maten, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als vervangende regel.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Algemene gebruiksregel Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen. 8.2 Evenementen Evenementen behorende tot categorie 1 zijn toegestaan, mits de bestemming dit ter plaatse toestaat en hiervoor een vergunning dan wel toestemming op grond van andere regelgeving is verleend.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Afwijkingen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Teneinde deze bij de definitieve uitmeting van het plan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen of aanduidingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 25 m mag bedragen; e. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt;
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
16
2. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer dan 15 m bedraagt. 9.2 Toepasbaarheid De in 9.1 bedoelde afwijkingen bij omgevingsvergunning mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van:
a. b. c. d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de bezonnings- en privacy-situatie.
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
17
4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Bouwen a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk van de gemeente Noardeast-Fryslân.
16 maart 2023 | Bestemmingsplan ‘Bremwei Perceel E 6974, Sweagerbosk’ | Witpaard
18
VOORGEVEL
LINKER ZIJGEVEL
RECHTER ZIJGEVEL
ACHTERGEVEL
C W T G E
Bouwkundig teken- en adviesbureau Leerstra
Bijlage 1 Lijst van toegestane beroepen en bedrijven aan huis
·
· 3
4
6
:
%
L
F
g
'
!
(
%
(
#
(
)
*
'
%
#
(
)
*
'
.
$
%
&
'
$
)
+
/
%
%
(
'
"
$
!
,
"
+
"
#
+
,
)
(
%
'
#
,
-
+
+
(
"
0
1
+
.
$
%
,
,
&
&
$
"
+
(
%
"
-
&
,
0
1
$
-
&
,
(
*
'
(
%
5
+
-
&
,
3
+
"
<
;
(
(
:
&
+
+
"
%
'
<
"
(
-
"
(
%
,
-
!
>
'
!
(
-
&
(
*
'
"
(
-
&
,
<
<
%
%
"
&
,
0
+
$
"
(
-
&
$
%
#
'
!
(
,
'
"
'
!
(
(
!
%
+
(
"
%
%
1
1
5
>
@
"
#
$
#
%
-
&
,
-
&
,
0
0
!
>
<
"
#
%
#
%
$
"
$
#
"
%
$
%
-
(
*
'
8
&
,
0
+
.
!
<
$
(
%
!
.
%
-
!
$
(
+
0
1
K
F
L
I
M
*
I
'
N
%
H
L
;
O
P
I
Q
*
%
R
L
O
:
Q
Q
L
:
I
F
F
G
I
S
I
T
F
K
K
Q
U
!
!
"
"
#
$
%
&
$
1
W
,
(
*
'
%
#
0
B
*
"
.
%
#
0
C
5
4
*
%
3
#
$
%
&
$
0
W
*
*
!
%
%
>
0
W
(
(
!
%
@
<
$
+
(
-
.
"
+
0
W
#
Y
"
%
%
'
"
<
$
1
Z
%
(
0
[
#
#
(
3
-
&
,
<
"
(
0
]
*
'
'
(
(
"
0
=
*
!
^
.
#
!
%
(
*
-
&
,
_
L
I
"
H
Q
H
L
b
c
;
F
5
L
Q
S
I
<
%
Q
R
&
"
(
L
(
*
O
Q
Q
L
I
F
F
G
I
S
I
T
F
K
K
Q
U
d
'
"
0
W
&
(
%
%
"
(
#
*
,
*
%
.
%
(
<
$
#
"
%
(
,
"
-
%
!
.
1
e
S
-
6
K
· ·
.
!
f
$
C
J
&
C
· · · ·
#
"
'
\
(
3
T
B
a
%
A
I
"
+
-
!
· · · · ·
`
5
$
$
=
· · ·
\
"
9
4
8
(
X
I
H
!
%
'
· · · · · V
(
*
G
"
#
=
F
9
E
+
· · ·
D
"
7
*
?
· ·
!
2
2
M
L
O
F
G
(
I
%
J
K
T
T
L
Q
S
P
K
<
Q
*
N
'
I
%
g
<
&
L
O
T
F
:
4
*
%
+
/
+
h
i
j
k
l
m
n
i
o
p
q
r
k
j
l
s
q
t
u
j
v
j
w
i
j
x
j
h
y
m
r
$
"
+
<
%
$
(
.
.
.
!
+
'
&
"
1
(
%
"
&
+
%
<
y
j
r
(
(
h
(
"
l
s
"
j
%
,
z
{
j
q
h
>
&
"
j
h
%
<
+
s
p
.
$
w
%
y
}
*
~
%
*
.
|
(
h
%
+
"
$
%
(
&
&
+
#
+
'
%
/
.
(
+
.
1
+
%
%
!
-
&
"
&
$
$
-
+
<
&
-
-
"
&
"
$
,
#
*
%
-
+
,
-
#
&
,
-
-
"
$
-
.
&
,
+
'
"
(
!
#
(
(
(
"
$
%
"
%
.
+
-
&
,
,
1
#
+
.
'
%
$
!
/
%
(
%
-
#
-
+
+
%
-
.
*
%
1
+
.
+
"
%
#
Verkennend bodemonderzoek
Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
Colofon Titel:
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
Projectcode: Referentie: Versie: Datum: Auteur:
P03186 220211_193926 Definitief 27-04-2022
Opdrachtgever:
Witpaard
Opdrachtnemer:
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Telefoon: Email: Website:
Contactpersoon: Telefoon: Email: Vrijgave projectleider
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☐ Indicatief ☒ NEN 5740 ☐ NEN 5707 ☐ NTA 5755 BRL-protocol ☒ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☒ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☐ 2018 (asbest in grond)
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 2 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................ 4
1.1
Aanleiding en doel ........................................................................................................................ 4
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid .......................................................................................... 4
1.3
Leeswijzer .................................................................................................................................... 4
2
Vooronderzoek ............................................................................................................................. 5
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ..................................................................................................... 5
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken ............................................................ 5
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................. 6
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet ............................................................... 7
3
Veldonderzoek ............................................................................................................................. 8
3.1
Verrichte werkzaamheden ............................................................................................................ 8
3.2
Bodemopbouw ............................................................................................................................. 8
3.3
Zintuiglijke waarnemingen ............................................................................................................ 8
3.4
Veldmetingen grondwater ............................................................................................................. 9
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest................................................................ 9
4
Chemisch onderzoek ...................................................................................................................10
4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses .........................................................................10
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie ..................................................................................10
4.2.1
Resultaten en toetsing standaardpakketten..................................................................................10
4.2.2
Resultaten en toetsing asbest in grond ................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4.2.3
Resultaten en toetsing PFAS .................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4.3
Bespreking en interpretatie resultaten ..................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4.4
Gevalsdefinitie ........................................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
5
Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................12
5.1
Conclusie ....................................................................................................................................12
5.2
Advies .........................................................................................................................................12
5.3
Algemene opmerkingen ...............................................................................................................12
Bijlagen Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Overzichtstekening veldwerkzaamheden Bijlage 3: Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsingskaders Bijlage 6: Toetsingsresultaten Bijlage 7: Historische informatie
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 3 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
1 Inleiding In opdracht van Witpaard B.V. is door Greenhouse Advies bv een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd ter plaatse van Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Westergeest, sectie E, perceelnummer 6794. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 600 m2.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en aanvraag omgevingsvergunning onderdeel bouw. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit ter plaatse zodat bij de behandeling van de bestemmingswijziging en aanvraag omgevingsvergunning rekening gehouden kan worden me eventueel aanwezige bodemverontreinigingen. Tevens wordt indicatie de kwaliteitsklasse van de bodem bepaald.
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies bv of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies bv heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SKIB 2000 en bijbehorende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een AS3000 erkend laboratorium dat voldoet aan de accreditatiecriteria van de Raad van Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ● ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Veldonderzoek (hoofdstuk 3); Chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 4 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven, hiervoor is de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) aangehouden. De formele aanleiding conform de NEN 5725 is aanleiding A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van voormalige bodembedreigende activiteiten en eventuele aanwezige bodemverontreiniging ter plaatse of in de nabijheid van het project tot een straal van 25 meter rondom de locatie. Dit resulteert in een hypothese over een mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
In onderstaande tabel zijn de kadastrale gegevens en andere relevante informatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.1 : Algemene informatie onderzoekslocatie Adres Gemeente Coördinaten Kadastrale gegevens • Gemeente • Sectie • Perceelnummers Gebruik locatie • Voormalig • Huidig • Toekomstig
Bremwei ongenummerd in Zwagerbosch Noardeast-Fryslân X: 199123, Y: 584708 • • •
Westergeest E 6794
• • •
Bos / wonen Braakliggend Wonen
De onderzoekslocatie is centraal in Zwagerbosch gelegen. Het te onderzoeken perceel ligt braak. De directe omgeving van de locatie bestaat uit een woonwijk met huizen en tuinen. Een tekening met daarop de regionale ligging van de locatie is opgenomen als bijlage 1.
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken
Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ● het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); ● de bodematlas van de provincie Friesland; ● website Topotijdreis (www.topotijdreis.nl); ● eerder uitgevoerd bodemonderzoek; ● bodemkwaliteitskaart; ● locatiebezoek door dhr. op 14-03-2022, direct voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden. Bodemloket / Bodematlas Friesland De database van het landelijke Bodemloket en de bodematlas van Friesland komen voor de onderzoekslocatie en de directe omgeving overeen wat de beschikbare gegevens betreft. Op de onderzoekslocatie zelf is vermeld dat er een demping aanwezig is die voldoende is onderzocht. In de directe omgeving (25 m omtrek) zijn diverse bodemonderzoeken bekend: - Heidewei 42 tot 76: een indicatief bodemonderzoek in 1987. - Boskwei: het wegtrace van deze weg is onderzocht in 2014, en een sanering heeft plaatsgevonden in 2015. Eerder uitgevoerde onderzoeken Indicatief onderzoek Heidewei 42-76, 1987 In 1987 heeft Oranjewoud een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd voor het terrein van Heidewei 42-76 (rapportnummer: 89-03100-12, 01-05-1987). De aanleiding voor het onderzoek is de bestemmingswijziging Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 5 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
voor de bouw van een VINEX-locatie. Uit het onderzoek blijkt dat er zintuigelijk geen verontreinigingen zijn waargenomen. In de bovengrond is lokaal het gehalte aan PAK en EOX boven de A-waarde. De ondergrond is niet onderzocht. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Verkennend bodemonderzoek wegtracé Boskwei, 2014 In 2014 is het wegtracé van de Boskwei onderzocht door Enviso (rapportnummer 140447, 16-06-2014). Uit het onderzoek blijkt dat bij enkele boven- en ondergrondmonsters het gehalte van minerale olie boven de interventiewaarde aangetoond is. In het grondwater is lokaal de concentratie minerale olie eveneens sterk verhoogd aangetoond. Het tracé waarin minerale olie verhoogd is aangetoond is gelegen bij Boskwei 69-79, en ligt op circa 250 meter van de onderzoekslocatie. Topotijdreis Op historische topografische kaarten van Topotijdreis is te zien dat rond het jaar 1900 de onderzoeklsocatie uit bos bestaat. Op een kaar uit 1910 is de onderzoekslocatie agrarisch grasland. Op een kaart uit 1961 is te zien dat op de onderzoekslocatie twee sloten zijn gelegen (linker afbeelding 2.1) . Op de afbeelding van 1982 is op de locatie nog een schuur weergeven welke in 2001 is verwijderd (rechter afbeelding 2.1) . Afbeelding 2.1 : Topotijdreis 1961
Topotijdreis 1982
In 1982 staat ten westen van de onderzoekslocatie een woonhuis op de locatie, en zijn de sloten aangeduid als perceelgrenzen. Op luchtfoto’s is te zien dat in 2021 het huis ten westen van de locatie is gesloopt. Bodemkwaliteitskaart Voor een deel van de provincie Friesland is een grondverzetviewer beschikbaar met de actuele bodemkwaliteitskaarten (https://www.geosolutions.nl/sites/bkk-fryslan/, bezocht op 14-02-2022). Uit deze viewer blijkt dat de bodemfunctieklasse voor de onderzoekslocatie onder de functie Wonen valt. Op zowel de ontgravingskaart als de toepassingskaart hebben zowel de boven- als de ondergrond de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Locatiebezoek 14 maart 2022 Uit locatie bezoek blijkt dat de huidige schuur niet verdacht is op het voorkomen van asbest. Volgens een buurtbewoner is in het verleden een schuur afgebroken en in de grond verwerkt.
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In de onderstaande afbeelding is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is met behulp van het Dinoloket de data uit het BRO REGIS II v2.2 model gekozen voor de onderzoekslocatie. Er is niet gekozen voor data van eerder uitgevoerde boringen aangezien er geen data van diepe boringen voor de regio beschikbaar zijn.
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 6 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
Afbeelding 2.2 Boorbeschrijving bodem BRO REGIS II v2.2 Dinoloket
De regionale bodem bestaat ten opzichte van het maaiveld uit 1,0 meter dekzand. Onder het dekzand bevindt zich een laag klei, tot 4,0 meter diepte, daaronder wisselen de lagen klei en het zand elkaar diverse malen af. De globale grondwaterstroming is waarschijnlijk naar het westen, naar de Nieuwe Vaart gericht. Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa +1,14 m t.o.v. NAP (Algemeen Hoogtebestand Nederland).
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet
Op basis van het historisch onderzoek wordt de strategie Onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) gehanteerd conform de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Om de demping van de sloten vast te stellen en het materiaal waarmee de sloot is gedempt vast te stellen word geen vaste strategie maar maatwerk geleverd, middels het plaatsen van extra boring tot 2,0 m-mv. De locatie is op voorhand niet verdacht op het voorkomen van asbest, als in de slootdemping asbestverdacht materiaal of puin aangetroffen wordt zal voor deze deellocatie opgeschaald worden naar een asbestonderzoek. Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. De onderstaande tabel geeft de gehanteerde aantallen weer conform de onderzoeksopzet. Gepland aantal boringen, peilbuizen en analyses in de onderzoeksopzet Onderzoek (Deel)locatie hypothese Aantal boringen Overige terrein Onverdacht 4 boringen tot 0,5 m-mv 1 boringen tot 2,0 m-mv 1x peilbuis
Analyses 1x STAP grond1 (laag 0-0,5 m-mv) 1x STAP grond1 (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x STAP grondwater1
Gedempte sloot
1x STAP grond
Maatwerk
1 boringen tot 2,0 m-mv in combinatie met het overige terrein
1 Standaardpakketten grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
De bij de boringen opgeboorde grond is in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen. Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 7 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
3 Veldonderzoek 3.1
Verrichte werkzaamheden
De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de onderzoeksopzet, echter kon niet dieper dan 1,0 meter worden geboord. Ter plaatse van boring 6 werd op gestaakt op hout. Boring 2, 3 en 4 werd gestaakt op een solide laag. Hierdoor konden de boringen tot 2,0 m-mv niet worden uitgevoerd. De locaties van de monsterpunten zijn weergegeven in bijlage 2. Het veldwerk is op 14-03-2022 uitgevoerd door werkzaam bij Greenhouse Advies bv. Het grondwater is bemonsterd op 22-03-2022 door A. Noppers, werkzaam bij Greenhouse Advies bv. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens uitvoering van de boringen is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Door middel van de ‘olie-op-water’-proef is een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen.
3.2
Bodemopbouw
De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 1,0 m-mv bestaat uit (zeer) fijn zand. . Vanaf circa 1,0 tot 2,2 bestaat de ondergrond uit matig fijn zand. Op 2,2 m-mv wordt een leemlaag aangetoond. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 0,9 m-mv.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld, waarbij geen actieve geurwaarnemingen zijn gedaan. Aansluitend is de grond beschreven en bemonsterd, en zijn de te analyseren (meng)monsters geselecteerd. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen beschreven. Tabel 3.1 : Zintuigelijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen Boring B01 B02 B03 B04 B05 B06
Traject (m -mv) 0,50 - 1,00 0,70 - 1,10 1,10 - 1,11 0,50 - 0,80 1,10 - 1,11 0,90 - 1,20 1,20 - 1,21 0,50 - 1,00 1,10 - 1,11
Waargenomen bijzonderheden sporen baksteen, sporen beton, 1-2% sporen baksteen, resten glas, gestaakt na 2x op solide (puin)laag sporen baksteen, sporen beton, gestaakt op solide laag sporen beton, gestaakt op solide laag sporen kolengruis, sporen beton, 2-8% gestaakt na 2x op hout
Op vier boringen werd gestuit op een solide (puin) laag of op hout. De bijmengingen zijn mogelijk afkomstig van dempingen van voormalige sloten.
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 8 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
3.4
Veldmetingen grondwater
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn in het veld metingen verricht; deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3.2 : Veldmetingen tijdens bemonstering van het grondwater Peilbuis Datum Datum Grondwater(filterstelling) plaatsing bemonstering stand (m-mv) 1,40 - 2,40 B05 (1,4-2,4) 14-03-2022 22-03-2022
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
0,71
5,9
537
De troebelheid van het grondwatermonster is hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. De zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (EGV) wijken niet af van de waarde die in een natuurlijke situatie verwacht wordt. De locaties van de boringen en de peilbuiszijn weergegeven op de overzichtstekening die is opgenomen als bijlage 2.
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest
Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de opgeboorde grond is zintuiglijk naast sporen beton in de laag van 0,5 tot 1,0 m-mv geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Opgemerkt wordt dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 (Monsterneming en analyse van asbest in bodem) of NEN 5897 (Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat, heeft plaatsgevonden.
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 9 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
4 Chemisch onderzoek 4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses
Op aanwijzing van Greenhouse Advies zijn door Eurofins Analytico grondmengmonsters samengesteld. De mengmonsters zijn zo samengesteld dat na uitvoering van de analyses een representatief beeld ontstaat van de milieuhygiënische kwaliteit van de boven en ondergrond en grondwater. In onderstaande is de samenstelling van de geanalyseerde (meng)monsters weergegeven. In afwijking tot de onderzoekopzet is een extra analyses uitgevoerd op een standaard pakket grond wegens het voor komen van bijmengingen. Tabel 4.1 :Samenstelling van geanalyseerde (meng)monsters Deellocatie Motivatie Samenstelling Grond BG1
Bovengrond, geen bijmengingen
OG1
Ondergrond, bijmengingen sporen kolengruis, sporen beton Ondergrond, bijmengingen met beton en baksteen
OG2
B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B05 (0,50 - 1,00)
Traject (m-mv)
Analyse
0-0,5
Standaard pakket grond
0,5-2,0
Standaard pakket grond
B01 (0,50 - 1,00) B02 (0,70 - 1,10) B03 (0,50 - 0,80) B04 (0,90 - 1,20)
Standaard pakket grond
Grondwater Pb5
Filterstelling 1,4-2,4
Standaard pakket grondwater
1 Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie
De analysecertificaten van de onderzochte monsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingskaders voor de Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), asbest in bodem, waterbodem en het handelingskader voor PFAS zijn opgenomen in bijlage 5. De resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage 6.
4.2.1
Resultaten en toetsing standaardpakketten
In onderstaande tabel wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb) en het besluit bodemkwaliteit (Bbk) weergegeven. Eindoordeel Wbb en Bbk na toetsing van de analyseresultaten Monster Traject Samenstelling Toetsing Wbb (m-mv) Beoordeling Grond BG1 0-0,5 B01 (0,00 - 0,50) + B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) OG1 0,5-2,0 B05 (0,50 - 1,00) OG2 0,5-1,2 B01 (0,50 - 1,00) + B02 (0,70 - 1,10) Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
lood
Altijd toepasbaar
Lood en zink
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
Pagina 10 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
B03 (0,50 - 0,80) B04 (0,90 - 1,20) Grondwater Pb2 + ++ +++
1,4-2,4
+
Barium en zink
n.v.t.
< Achtergrond-/streefwaarde (niet verontreinigd) > Achtergrond-/streefwaarde (licht verontreinigd) > Tussenwaarde (matig verontreinigd) > Interventiewaarde (sterk verontreinigd)
Uit de toetsing van de analyseresultaten aan het Wbb blijkt dat in de zintuiglijk schone bovengrond een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de laag van 0,5 tot 1,2 mmv waarin bijmengingen met baksteen, beton en/of kolengruis zijn waargenomen zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond Uit de toetsing van de analyseresultaten aan het Bbk blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde valt, en dus altijd toepasbaar is. Dit betreft een indicatieve toetsing. Uit de toetsing van het grondwater aan de Wbb blijkt dat de concentraties barium en zink licht verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. Alle overig onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond.
Projectcode: P03186 Versie: Definitief
Pagina 11 van 13
Verkennend bodemonderzoek Bremwei (ongenummerd) te Zwagerbosch
5 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van Witpaard is door Greenhouse Advies bv een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd ter plaatse van Bremwei ongenummerd te Zwagerbosch. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Westergeest, sectie E, perceelnummer 6794. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 600 m2. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en aanvraag omgevingsvergunning onderdeel bouw. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit ter plaatse zodat bij de behandeling van de bestemmingswijziging en aanvraag omgevingsvergunning rekening gehouden kan worden me eventueel aanwezige bodemverontreinigingen. Tevens wordt indicatie de kwaliteitsklasse van de bodem bepaald.
5.1
Conclusie
Vooronderzoek De database van het landelijke Bodemloket en de bodematlas van Friesland komen voor de onderzoekslocatie en de directe omgeving overeen wat de beschikbare gegevens betreft. Op de onderzoekslocatie zelf is vermeld dat er een demping aanwezig is die voldoende is onderzocht. Op de locatie heeft in het verleden een schuur gestaan welke rond 2001 is gesloopt. De locatie is onderzocht met als strategie voor een onverdachte locatie, waarbij extra aandacht is getoond voor het aantreffen van een eventuele demping. Veldonderzoek Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 2,0 m-mv bestaat uit fijn tot fijn zand zand. Daaronder is een leemlaag aangetroffen. In vier boringen werd vanaf circa 1,0 m-mv een stabilisatie/ puinlaag aangetroffen waar middels een handboor niet dieper in kon worden geboord. De bovengrond is zintuiglijk schoon. In de laag van 0,5 tot 1,0 m-mv zijn bijmengingen aangetoond met sporen baksteen, sporen beton en/of kooldeeltjes, welke mogelijk afkomstig zijn van de gedempte sloten. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 0,8 m-mv.