CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - beleidsnotitie participatiebeleid

It Beslút 20 november 2025, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Participatieverordening11.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Alle stimmen telle Participatiebeleid Noardeast-Fryslân

19 december 2024

1

Participatiebeleid

INHOUDSOPGAVE 1

SAMENVATTING BELEIDSNOTITIE ................................................................................................2

2

INLEIDING ....................................................................................................................................3

2.1

Doel ......................................................................................................................................4

3

WETTELIJKE KADERS ....................................................................................................................4

4

PARTICIPATIE IN NOARDEAST-FRYSLAN ......................................................................................5

5

SOORTEN PARTICIPATIE (BURGERPARTICIPATIE & OVERHEIDSPARTICIPATIE) ...........................8

5.1

Right to Challenge ................................................................................................................8

5.2

Participatieladder ...............................................................................................................10

5.3

Participatieproces ...............................................................................................................11

6

PARTICIPATIE ONDER DE OMGEVINGSWET...............................................................................12

5.1

De mate van participatie bepalen .......................................................................................13

5.2

Hoe toetst de gemeente verplichte participatie? ................................................................15

7

PARTICIPATIEPOOL SOCIAAL DOMEIN .......................................................................................16

7.1

Huidige situatie participatieraden sociaal domein...............................................................16

7.2

Gewenste situatie ...............................................................................................................17

8

JONGERENPARTICIPATIE ............................................................................................................20

9

STEM VAN NOARDEAST .............................................................................................................21

10

OANHEAKKER .............................................................................................................................22

11

PARTICIPATIEVERORDENING .....................................................................................................22

12

PARTICIPATIE DAGELIJKS MAKEN ..............................................................................................23

13

BEGROTING ................................................................................................................................25

2

Participatiebeleid

BIJLAGEN ..............................................................................................................................................26

1

SAMENVATTING BELEIDSNOTITIE

De gemeente Noardeast-Fryslân zet in op interactieve beleidsontwikkeling en participatie. Dit wil zeggen dat de gemeente beleid maakt mét inwoners in plaats van óver inwoners. Het doel van het participatiebeleid is om te zorgen dat in onze gemeente de stem van inwoners en andere belanghebbenden wordt meegenomen. Dit leidt tot beleid en plannen die beter aansluiten bij het dagelijkse leven van inwoners. (Hoofdstuk 1) Er zijn verschillende wetten die ons ieder op hun eigen manier sturen in de richting van meer participatie: 1. Omgevingswet: pak maatschappelijke vraagstukken integraal aan en breng alle belangen in beeld om tot de best mogelijke oplossing te komen. 2. Wet versterking participatie decentraal niveau: betrek inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Verbreed de inspraakverordening naar een participatieverordening. 3. Wet open overheid: zorg voor openbaarheid en duurzame toegankelijkheid van publieke informatie. 4. Participatiewet, Jeugdwet en Wmo: betrek cliënten bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid en regelingen (Hoofdstuk 2). In Noardeast-Fryslân hebben we een aantal belangrijke waarden als het gaat om participatie.

Deze staan in het participatiekader en zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3: - De Mienskip op 1 - Transparant - Heldere verwachtingen - Open houding - Gelijkwaardig Right to Challenge (RtC), het uitdaagrecht, is een bijzondere vorm van overheidsparticipatie, waarbij initiatiefnemers de gemeente kunnen uitdagen om taken over te nemen als zij denken dat het anders, beter en/of goedkoper kan. De dorpencoördinatoren spelen hier een belangrijke rol in. We nemen de werkwijze rondom RtC op in de participatieverordening die we als vervolg op het participatiebeleid gaan maken (Hoofdstuk 4). Onder de Omgevingswet stimuleren wij initiatiefnemers om aan participatie te doen. Participatie is verplicht wanneer er voor een vergunningsaanvraag een wijziging van het Omgevingsplan nodig is of wanneer het om een vergunning gaat voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (bopa). Voor verplichte participatie heeft de gemeenteraad de volgende vier gevallen aangewezen: - Het realiseren van minimaal één windmolen waarvan de ashoogte hoger is dan 15 meter. - Het plaatsen van zonnepanelen op landbouw-of natuurgronden, ongeacht de grootte. - Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals: biomassa-installatie en waterstof). - Een activiteit die niet past binnen de doelen van de omgevingsvisie en/of in strijd is met ander door de gemeenteraad vastgesteld beleid.

Voor deze verplichte participatie stellen we beleidsregels op en plaatsen we een format participatieverslag op de website (Hoofdstuk 5).

3

Participatiebeleid

De positieve ervaringen binnen het sociaal domein om te werken met ervaringsdeskundigen willen we uitbouwen. Hiervoor richten we een participatiepool op waar de huidige platformen in op gaan. De verdere ontwikkeling van de participatiepool doen we samen met inwoners (Hoofdstuk 6). In NeF zijn verschillende initiatieven voor jongerenparticipatie op scholen. De afgelopen 2 jaar hebben hier ruim 200 jongeren aan deelgenomen. Door beter gebruik te maken van deze initiatieven kunnen we jongerenparticipatie binnen Noardeast nog gerichter inzetten (Hoofdstuk 7). Dit geldt ook voor een aantal instrumenten die we al hebben binnen de gemeente zoals de Oanheakker en de Stem van Noardeast, ons digitale participatieplatform (Hoofdstuk 8 en 9). Als vervolg op het participatiebeleid stellen we een participatieverordening op. We betrekken inwoners hierbij onder andere via de nieuw te ontwikkelen participatiepool (hoofdstuk 10). Participatie is een vast onderdeel van ons werk. Belangrijk is om een goede werkwijze te blijven delen en gezamenlijk en inwoners te blijven leren (hoofdstuk 11). De consequenties voor de begroting zijn opgenomen in hoofdstuk 12.

2

INLEIDING

De gemeente Noardeast-Fryslân zet in op interactieve beleidsontwikkeling en participatie. Dit wil zeggen dat de gemeente beleid maakt mét inwoners in plaats van óver inwoners. Bij plannen van de gemeente moet het voor inwoners vanaf het begin duidelijk zijn waarover en hoe ze kunnen meedenken. Het gaat hier om het samenspel tussen gemeente en gemeenschap gericht op het realiseren van maatschappelijke doelen. Participatie gaat over het samenspel tussen gemeente, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het kan zorgen voor kwalitatief beter beleid, doordat meerdere perspectieven en oplossingen worden meegenomen. Het kan ook zorgen voor meer draagvlak voor plannen doordat belanghebbenden inzicht krijgen in de belangen die de gemeente moet meewegen. Hierdoor kan het vertrouwen over en weer toenemen. Participatie is geen kant en klaar recept, maar een grondhouding van waaruit je werkt. Het roept verschillende beelden op; “Participatie is moeilijk omdat niet iedereen zijn zin kan krijgen”, “Participatie kost veel tijd” of “Voor goede participatie is vertrouwen nodig en dat is er nu niet”. Participatie gaat niet over gelijk krijgen of over het allemaal met elkaar eens zijn. Het is het zoeken naar een balans tussen belangen, kaders, overleggen en meters maken. Het gaat over samenwerken aan doelen van de gemeente en onze inwoners.

Participatie is niet nieuw in Noardeast-Fryslân. Er is de afgelopen jaren in de praktijk al veel gedaan en geleerd. Sommige participatietrajecten zijn goed gegaan en andere minder. Van alle ervaringen is geleerd. Deze praktijkervaringen zijn gebruikt als basis bij het opstellen van dit participatiebeleid. De gemeente wil participatie breed toepassen in de gemeentelijke organisatie: van het sociaal domein tot vergunningen tot veiligheid en alles daar tussenin. Als eerste stap heeft de gemeenteraad begin 2022 het participatiekader vastgesteld. Hierin is een basis gelegd voor hoe de gemeente participatie vormgeeft. Het participatiebeleid is een vervolg hierop, waarin we een aantal concrete afspraken maken over hoe we participatie doen in de praktijk in Noardeast-Fryslân. Bij de totstandkoming van dit participatiebeleid is voortgebouwd op het participatiekader uit 2022.

4

Participatiebeleid

De inbreng van inwoners over participatie die naar aanleiding van het participatiekader en later ook de omgevingsvisie is opgehaald is ook meegenomen. Er zijn gesprekken gevoerd met bestaande participatieplatformen, ambtenaren en leidinggevenden. Daarnaast is gebruikgemaakt van voorbeelden van andere gemeente, zoals Smallingerland, Groningen, Zeist en Rotterdam. 2.1

Doel Iedereen die in Noardeast-Fryslân woont en werkt heeft te maken met participatie: bestuurders, inwoners, ambtenaren, ondernemers en particuliere initiatiefnemers. Participatie is volgens de Wet versterking participatie op decentraal niveau: “een manier van beleidsvoering waarbij inwoners, individueel of georganiseerd, direct of indirect, de kans krijgen om invloed uit te oefenen op de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid”. Doel van dit participatiebeleid is om te zorgen dat in de gemeente Noardeast-Fryslân de stem van inwoners en andere belanghebbenden wordt meegenomen in het maken van beleid. Het gaat erom beleid en projecten uit te voeren in samenspraak met de mensen om wie het gaat. Dit leidt tot een bredere afweging in besluitvorming en beleid dat beter aansluit bij de leefwereld van inwoners en daarmee het vertrouwen tussen inwoners en gemeente over en weer verhoogt. Daarnaast is een doel van dit beleid om activiteiten en instrumenten op het gebied van participatie in onze gemeente te bundelen, zodat een overzicht ontstaat van wat we allemaal doen en we beter gebruik kunnen maken van alle instrumenten die we hebben. Er is de afgelopen jaren al op meerdere momenten gesproken en geschreven over participatie.

Dit beleid sluit aan op de volgende doelen van de gemeente: - Doel Vastgesteld participatiebeleid uit Plan van Aanpak Programma Implementatie Omgevingswet, Het Invoeringsspoor / Spoor 2 (p. 4, p. 8, p.11) - Doel 201.2 (Programma Mienskip) Meer zelforganisatie, zelfsturing en eigen verantwoordelijkheid van burgers, Programmabegroting 2022 NEF Activiteit: er wordt een beleidskader voor participatie en een leidraad voor participatie ontwikkeld voor initiatieven vanuit de samenleving en gemeentelijke projecten. We gaan daarbij uit van het principe ‘ja, mits”. - Doel Meer samen met inwoners beleidsvoornemen door middel van interactieve beleidsvorming in lijn met de Omgevingswet uit het Lokaal akkoord Noardeast-Fryslân (p.35) - Het beleid sluit aan bij de doelen van de besturing-en organisatiefilosofie (BOF NEF) - Actieplan integraal een kind gericht armoede en schuldenbeleid 2022-2026: Iedereen denkt mee: samen beleid maken. We betrekken ervaringen van onze inwoners bij het beleid” - Ferbûn mei de Mienskip NEF 2022-2026 (p.29 en p.34): .En p.38: “De afgelopen vier jaar heeft NEF samen met ervaringsdeskundigenarmoedebeleid ontwikkeld met speciale aandacht voor kinderen en sociale uitsluiting. Dit beleid moeten we, in samenspraak met de doelgroep, verder doorontwikkelen”. - De samenwerkingsprincipes en de participatiespelregels zoals verwoord in de Omgevingsvisie (p.27-29)

3

WETTELIJKE KADERS

Er zijn meerdere wetten die erop sturen dat gemeenten burgers betrekken bij het maken van beleid en het uitvoeren van projecten. Omgevingswet

5

Participatiebeleid

De Omgevingswet streeft ernaar maatschappelijke vraagstukken integraal aan te pakken. Dat betekent dat alle belangen in beeld moeten zijn om vervolgens tot de best mogelijke oplossing te komen. De Omgevingswet stimuleert daarom vroegtijdig participatie om belangen, meningen en creativiteit tijdens de voorbereiding en uitwerking van een initiatief op tafel te krijgen. Deze wet omvat vier kerninstrumenten: Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma, Omgevingsplan, Omgevingsvergunning en stelt daarbij verschillende eisen op het gebied van participatie. In bijlage I staat een overzicht van de eisen die per instrument aan participatie worden gesteld. Wet versterking participatie op decentraal niveau De Wet versterking participatie op decentraal niveau wil de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van hun gemeente, provincie of waterschap versterken. Met deze wet wordt de huidige inspraakverordening verbreed naar een participatieverordening. Ook wordt het uitdaagrecht, ook wel Right to Challenge genoemd, als specifieke vorm van participatie, wettelijk verankerd. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners hun overheid uitdagen om de uitvoering van een taak over te nemen zoals het beheer of onderhoud van een park of buurthuis. Wet open overheid Openheid en transparantie zijn essentieel voor het vertrouwen tussen samenleving en overheid.

De Wet open overheid bevordert dit door de openbaarheid en duurzame toegankelijkheid van publieke informatie bij bestuursorganen te verbeteren. In de Woo is geregeld welke informatie de overheid openbaar moet maken en om welke redenen informatie niet openbaar kan worden. Hier ligt een belangrijke link met participatie. Inwoners kunnen goed participeren wanneer de benodigde en relevante informatie actief openbaar wordt gemaakt en dus voor iedereen die mee wil doen beschikbaar is. Participatiewet, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning Al langere tijd bestaat vanuit de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet de verplichting om cliënten of hun vertegenwoordigers te betrekken bij de uitvoering van deze wetten. De vorm hiervoor is vrij. Belangrijk is dat cliënten en hun vertegenwoordigers een stem hebben bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid en regelingen. De gemeente dient in een verordening vast te leggen hoe zij cliënten of hun vertegenwoordigers betrekt bij de uitvoering van deze wetten. Al deze wetten geven aan de gemeente het signaal af om inwoners de kans te geven om invloed uit te oefenen op beleid en regelgeving. Met andere woorden, om participatie goed te regelen in de gemeente.

4

PARTICIPATIE IN NOARDEAST-FRYSLAN

De sociale samenhang (Mienskip) in onze gemeente is sterk. Mensen pakken samen zaken op en zorgen voor elkaar. De inwoners zijn in veel dorpen onmisbaar voor het op peil houden van basisvoorzieningen in de dorpen. Denk aan dorpshuizen, maar ook sportvoorzieningen. De rol van de overheid verandert. Onze inwoners worden zelfbewuster en mondiger. Budgetten slinken en de taken van de gemeente nemen toe. De overheid kiest steeds vaker voor een meer regisserende, faciliterende en voorwaardenscheppende rol. We willen minder regelen en meer aan de samenleving overlaten.

6

Participatiebeleid

We verschuiven van inspraak en toetsing achteraf naar actief betrekken voorafgaand aan een project. En ook van het betrekken van inwoners bij gemeenteprojecten naar het ondersteunen van inwoners met een eigen initiatief. We zijn er van overtuigd dat er mooiere plannen ontstaan als we investeren in overleg vooraf in plaats van plannen (alleen) achteraf te toetsen. Vooroverleg helpt om een beter begrip te krijgen van de verwachtingen en vereisten zodat een beter resultaat wordt behaald. Waarden Participatie is maatwerk. Geen enkel traject is het hetzelfde. Daarom is het van belang om een set waarden te hebben die wel altijd gelden wanneer we aan participatie doen. Deze vijf vormen de basis van hoe wij werken. Ze zijn geformuleerd in het Participatiekader en verder uitgewerkt in de Omgevingsvisie. Hieronder volgt een overzicht van deze waarden en een uitleg hoe ze zich vertalen naar de praktijk.

7

Participatiebeleid

1. DE MIENSKIP OP 1 De Mienskip zijn we samen: bewoners, ondernemers, organisaties en gemeente. Samen weten we beter wat er speelt en nodig is. Daarom maken we er werk van maatschappelijke opgaven met elkaar op te pakken en te realiseren. • We sluiten aan bij initiatieven die de Mienskip versterken. • We onderhouden contact met inwoners, begeven ons in netwerken en vangen signalen op. • We zorgen voor diversiteit in participatie. We letten erop dat verschillende geluiden gehoord worden. 2. TRANSPARANT Door ervoor te zorgen dat alle relevante informatie breed toegankelijk is, kan iedereen aanhaken en is duidelijk wat er gebeurt met de uitkomsten van het proces. • We zorgen voor een helder proces, we geven duidelijk aan hoe het proces is opgebouwd en wanneer je mee kunt doen. • We maken informatie breed toegankelijk, beschikbaar en begrijpelijk. • We geven aan wat we met de uitkomsten doen, aan de voorkant en achteraf. 3. HELDERE VERWACHTINGEN Doen wat je zegt en zeggen wat je doet, maakt je als initiatiefnemer betrouwbaar. Daarom zijn we duidelijk over wat niet kan en wat juist wel. • We maken duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en rollen. • We zijn open over de ruimte die er is: wat staat vast en waar kun je nog iets van vinden? ‘Nee’ is ook een antwoord. Dit noemen we de participatiebelofte. 4.

OPEN HOUDING We staan open voor de wijsheid van de groep en onverwachte ideeën. Dat maakt oplossingen rijker. We luisteren met oprechte aandacht en inlevingsvermogen naar ieders inbreng. • We betrekken inwoners, organisaties en ondernemers zo vroeg mogelijk. • We luisteren actief en staan open voor ideeën en denken mee. • We nodigen inwoners uit om met plannen te komen en inbreng te geven. 5. GELIJKWAARDIG Iedereen die dat wil moet kunnen meedoen, om zoveel mogelijk belangen te kunnen meewegen in besluiten. We zorgen voor uitnodigende gespreksomgevingen waar we elkaar met respect en als gelijken behandelen. • We zorgen ervoor dat het in de verschillende fasen van het proces gemakkelijk is om aan te haken. • We wegen persoonlijke belangen en het algemene belang, op zoek naar de gemene deler.

Huidige situatie Bij verschillende plannen en projecten in de afgelopen jaren had participatie een plek. Bij het maken van de Omgevingsvisie waren er bijvoorbeeld dialogen met 500 inwoners in de Oanheakker en hebben 400 leerlingen via een Mentimeter hun stem laten horen. In 2022 deed de gemeente mee aan een pilot met het digitale platform de Stem van Noardeast. Ruim 120 bewoners van Fûgellân hebben zo hun stem laten horen en besloten over de kleur van de straatstenen en het soort groen dat ze wilden in hun wijk. In deze pilot is nadrukkelijk ervaring opgedaan met het formuleren van de participatiebelofte: het van tevoren bepalen van de impact van de stem van inwoners of andere participanten. We werken nauw samen met lokale netwerken zoals dorpsbelangen en de wijkraden, maar ook met verschillende inwonersplatformen binnen het sociaal domein. De dorpencoördinatoren en de gebiedsteams hebben een belangrijke rol. Voor beleidsmedewerkers wordt het steeds normaler om

8

Participatiebeleid

de telefoon te pakken als er een zienswijze binnenkomt en de afdeling beheer overlegt al sinds jaar en dag over het wel of niet meenemen van een stoepje bij het uitvoeren van onderhoud. Participatie is een term die we inmiddels allemaal kennen. We hebben ervaring opgedaan, maar we zijn nog niet uitgeleerd. Waar werken we naartoe? We werken toe naar een situatie waarin gemeente en inwoners elkaar opzoeken voor het uitwerken van plannen en beleid. Ondanks het risico dat we het niet overal met elkaar over een eens zijn. We zoeken contact en werken samen. Dit geldt ook voor de samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie. Goede participatie mogelijk maken vraagt om over de grenzen van beleidsterreinen en afdelingen heen te kijken. We brengen zoveel mogelijk belangen in beeld en gaan op zoek naar de beste oplossingen. We sluiten aan bij initiatieven van inwoners en realiseren gezamenlijk de doelen van de gemeente. Er zijn verschillende instrumenten beschikbaar om participatie vorm te geven.

5

SOORTEN PARTICIPATIE (BURGERPARTICIPATIE & OVERHEIDSPARTICIPATIE)

Binnen participatie is een onderscheid te maken tussen overheidsparticipatie en burgerparticipatie. Burgerparticipatie gaat over het deelnemen van inwoners aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen. Dit is bijvoorbeeld de manier waarop inwoners geïnformeerd worden of meedenken over de plannen voor hun wijk. Overheidsparticipatie gaat over de betrokkenheid van de overheid bij initiatieven en ideeën van burgers en maatschappelijke organisaties. Hierbij ondersteunt de overheid de actieve rol van burgers en geeft ruimte voor participatie in het bestuurlijk proces.

Burgerparticipatie en overheidsparticipatie Gemeente heeft initiatief

Betrekt inwoners

Burgerparticipatie

Inwoners hebben initiatief

Gemeente ondersteunt

Overheidsparticipatie

Bij overheidsparticipatie zijn inwoners initiatiefnemer en geeft de gemeente ruimte aan deze initiatieven. Een speciale vorm hiervan is Right to Challenge. 5.1

Right to Challenge Het Right to Challenge (RtC) staat voor het recht om uit te dagen. De kern van de aanpak is dat een groep (georganiseerde) inwoners taken van gemeenten kan overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan. De relatie tussen overheid en inwoners verandert zo in een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. (Bron: www.vng/right-t0-challenge) Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA bewoners), een landelijke vereniging van bewonersinitiatieven geeft de volgende definitie:

9

Participatiebeleid

“Het Right to Challenge, geeft een bewonerscollectief dat ziet dat een dienst beter uitgevoerd kan worden en de capaciteit heeft om dat zelf te doen, de mogelijkheid om deze dienst over te nemen. Denk aan openbaar groen, zorg en welzijn, de bibliotheekdienst of werkgelegenheid. Dat zijn diensten waar mensen in wijken en buurten zich zorgen om maken en waar bewonerscollectieven aan bij willen dragen” (Bron: https://www.lsabewoners.nl/meebeslissen/het-right-to-challenge/).

In Noardeast-Fryslân zijn er een paar voorbeelden van bewonersinitiatieven die in de buurt komen van het uitdaagrecht. Het eerste voorbeeld is een groenstrook in Tolhuis waar bewoners zelf het onderhoud op zich hebben genomen. Dit initiatief is inmiddels weer gestopt. Een ander voorbeeld is het Pompster vervoer. Naar aanleiding van het nieuws van de schoolsluiting in Kollumerpomp namen ouders het initiatief om zelf vervoer van en naar de naburige school te organiseren. In no time lag er vanuit het dorp een plan dat ondersteund werd door alle inwoners. Een goede samenwerking tussen collega’s bij de gemeente zorgde voor duidelijkheid over de wettelijke kaders. De grondhouding van daaruit was denken in “hoe kan het wel?” Omdat de inwoners hierbij geen taak hebben overgenomen, gaat het technisch gezien niet om het uitdaagrecht. De manier waarop er gewerkt is om dit initiatief mogelijk te maken is wel een voorbeeld van hoe je je als gemeente bij het uitdaagrecht kunt opstellen.

Uit de voorbeelden van binnen de gemeente Noardeast-Fryslân blijken de volgende punten belangrijke voorwaarden te zijn voor het inspelen op initiatieven van burgers: - signalen oppikken van inwoners, - naast deze inwoners gaan staan, de rek opzoeken (hoe kan het wél) - goede samenwerking tussen ambtenaren, inwoners en raad Uiteindelijk gaat het bij Right to Challenge over de vraag ‘hoe kunnen we de samenwerking tussen overheid en inwoners zo organiseren dat lokaal initiatief mogelijk is?’ Uit een bezoek aan de gemeente Rotterdam waar men al een aantal jaren actief is met het uitdaagrecht kunnen we een aantal observaties en leerpunten halen: - Initiatieven die zich lenen voor uitdaagrecht zijn alle huidige voorzieningen en taken die de gemeente uitvoert, behalve wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Voorbeelden zijn het schoonmaken op een markt, beheer van een speeltuin of het inrichtingsplan van een straat. - Realiseer je dat Right to Challenge spannend is voor betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie. Het gaat niet om een extra subsidiepotje maar om het budget van de gemeente zelf. Als je wordt uitgedaagd, dan gaat het om je eigen budget. - Het is belangrijk dat initiatiefnemers zijn geworteld in de buurt en dat hun initiatief door de buurt wordt gedragen.

- Het is van belang om flexibel om te gaan met kaders rond om Right to Challenge. Van de 18 challenges die in Rotterdam vanaf de start zijn uitgevoerd is er voor de meeste afgeweken van het kader. - Het is belangrijk om in het oog te houden dat inwoners vaak niet op kunnen tegen commerciële partijen. Hier kun je rekening mee houden door ‘geen winstoogmerk’ mee te nemen als criterium voor initiatieven of door een deel van het budget van onderaannemers open te stellen voor challenges. - Het is belangrijk dat initiatieven bijdragen aan de doelen van de gemeente. Initiatieven die daaraan bijdragen krijgen voorrang.

10

-

Participatiebeleid

De doelstelling van een challenge wordt gebaseerd op het doel en de uitkomst die de gemeente voor zichzelf had geformuleerd. Een uitdager hoeft het niet beter te doen dan de gemeente.

Wat gaan we (meer) doen: - We nemen Right to Challenge (conform wettelijke verplichting) op in de participatieverordening. - Dorpen- en wijkencoördinatoren zijn voor Right to Challenge oog en oor voor initiatieven. Zij zorgen voor contact tussen inwoners en ambtenaren en staan hierbij naast de inwoners. - We verwijzen inwoners met een initiatief naar de mogelijkheid om lid te worden van het landelijk bewonersplatform: https://www.lsabewoners.nl/lid-worden/. LSA is het landelijk samenwerkingsverband actieve bewoners. Dit is een vereniging van bewonersinitiatieven in heel Nederland, die belangen behartigt van en kennis deelt met bewonersinitiatieven. - We leggen contact met Kennisnetwerk participatie en uitdaagrecht en verkennen mogelijke deelname aan leerateliers voor ambtenaren. 5.2

Participatieladder Bij Right to Challenge heeft de gemeente een faciliterende rol en ligt de regie voor het initiatief bij de externe partij. In de participatieladder hieronder is te zien dat dat het hoogste niveau van participatie is. Te zien is ook dat op de lagere niveaus in de ladder de gemeente het voortouw neemt. Hoe hoger je komt op de ladder, hoe meer de inwoners zelf in de lead komen en hoe meer de gemeente ondersteunend wordt.

1 2

3

4

5

6

PARTICIPATIELADDER Niveau Kenmerken Faciliteren Autonomie bij de externe partners, die zijn eigenaar van inhoud en proces. Mede beslissen Overheid en externe partners zijn samen, gelijkwaardig eigenaar van inhoud en proces. Co-produceren Gezamenlijk, gelijkwaardig eigenaarschap van inhoud, partners hebben invloed op proces. Advies vragen Tweerichtingsverkeer, zenden en ontvangen, overheid volledig eigenaar van het proces, externen mede eigenaar van de inhoud. Raadplegen Tweerichtingsverkeer, zenden en ontvangen, overheid volledig eigenaar, externen hebben invloed op de inhoud. Informeren Eenrichtingsverkeer, overheid volledig eigenaar van inhoud en proces.

Rolverdeling en relevantie Overheid is voorwaardenscheppend, externe partij heeft regie. Relevant bij uitvoering door externen.

Overheid is partner, externen zijn mede eigenaar. Relevant bij besluitvorming of agendasetting.

Overheid stelt kaders, externen zijn partner. Relevant bij ontwikkelen en gezamenlijke strategie of aanpak.

Overheid luistert, externen zijn adviseur.

Relevant bij agendasetting, verbeteren, beleidskwaliteit of versterken draagvlak. Overheid wil toetsen, externen zijn klankbord. Relevant bij evaluatie of toetsen draagvlak.

Overheid is leidend, externen zijn toehoorder. Relevant bij verantwoorden.

11

Participatiebeleid

De participatieladder kan helpen bij het bepalen van de rol van de gemeente, initiatiefnemers en participanten. Het kan zijn dat in een langer durend traject de rollen van participanten veranderen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand aan het begin van een traject geïnformeerd moet worden, zodat hij op de hoogte is en dat in het vervolg van het project iemand met de gemeente om tafel zit om gezamenlijk een plan uitwerken en dus op de ladder op co-produceren zit. Onder participanten verstaan we partijen die deelnemen aan het participatieproces. Dat kunnen zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties of andere bestuursorganen. 5.3

Participatieproces Ieder participatieproces is maatwerk. Er is geen kant-en-klaar stappenplan dat je langsloopt waarmee je een perfect participatietraject hebt. Participatie is wel in een aantal processtappen op te delen die altijd genomen moeten worden en die soms ook meerdere keren herhaald moeten worden in een participatietraject. Deze gelden zowel voor initiatieven in het fysieke als in het sociale domein.

Wat speelt er?

Belangen en motivaties in beeld

Samenspel

Organiseren en evalueren

Stap 1 – Wat speelt er? In deze stap beschrijf je het vraagstuk. Op welk publiek probleem zoeken we een antwoord? Wat is een mogelijke impact op het gebied en inwoners? En met welk doel willen we participeren? Mogelijke doelen van participatie zijn: - Perspectieven in beeld brengen: achterhalen hoe de meningen rond het vraagstuk liggen. Bijvoorbeeld in de verkennende fase van een initiatief. - Kwaliteit van aanpak en beleid vergroten: ervaringskennis en collectieve wijsheid aanboren en alternatieve oplossingen doordenken. - Legitimiteit/ draagvlak vergroten: acceptatie vergroten en onbehagen verminderen. - Eigenaarschap stimuleren: eigen verantwoordelijkheid en invloed van participanten vergroten. - Ontplooiing: democratische vaardigheden van betrokkenen versterken.

12

Participatiebeleid

Stap 2 - Belangen en motivaties in beeld Deze stap begint met een goede stakeholdersanalyse. Dit betekent dat je alle mensen die belanghebbend zijn bij een initiatief of project in kaart brengt. Iemand die veel merkt van het project, heeft een groter belang en daarmee ook meer inbreng in het projectplan. Iemand die er niet zoveel van merkt, hoeft ook een minder grote rol te spelen in de participatie. Belangrijk is hier ook om de ruimte voor invloed te bepalen: wat ligt al vast en op welke punten is samenspraak mogelijk? Wat gebeurt er met de inbreng van participanten? Stap 3 - Samenspel In deze stap maak je procesafspraken, dus afspraken over de manier van werken tijdens de participatie. Wie heeft welke rollen en verantwoordelijkheden het participatieproces? Welke waarden gelden in het samenspel? Hoe zorgen we voor een proces waarin zoveel mogelijk geluiden gehoord worden? Stap 4 - Organisatie Deze stap gaat over het plannen en organiseren van de participatie. Wat hebben deelnemers praktisch nodig om mee te kunnen doen? Hoeveel tijd vraagt elke stap? Hoe zit het met budget en welke werkvormen passen bij de participatie?

Wat gaan we (meer) doen? - We maken een handreiking participatie voor medewerkers en delen en bespreken deze via werkoverleggen. - We nemen een participatieparagraaf op in ons projectsjabloon. - We stellen een format stakeholders analyse beschikbaar. - In college- en raadsvoorstellen beschrijven we bij de toelichting op welke manier participatie heeft plaatsgevonden en wat daarvan de uitkomsten waren. - Bij grotere (gevoelige) projecten vragen we de raad via een startnotitie om instemming te geven op het participatietraject.

6

PARTICIPATIE ONDER DE OMGEVINGSWET

De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om belangen, meningen en creativiteit tijdens de voorbereiding en uitwerking van een initiatief op tafel te krijgen. Op welke manier de gemeente Noardeast-Fryslân participatie aanpakt als we zelf initiatiefnemer zijn, is beschreven in hoofdstuk 4. Het kan zijn dat de initiatiefnemer een externe partij is. Hoe wij initiatiefnemers (anders dan de gemeente zelf) faciliteren bij participatie en hoe we hun participatie inspanningen toetsen staat beschreven in dit hoofdstuk. De gemeente Noardeast-Fryslân vindt participatie belangrijk voor een transparant, inclusief en effectief besluitvormingsproces bij het aanvragen van een omgevingsvergunning. Participatie is voor externe initiatiefnemers in alle gevallen gewenst. De gemeente stimuleert dan ook alle initiatiefnemers om aan participatie te doen. Onder initiatiefnemer verstaan we degene die de activiteit (het plan) wil gaan uitvoeren.

13

Participatiebeleid

Verplichte participatie Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning is het voor een aantal gevallen verplicht om aan participatie te doen. Het gaat daarbij om plannen waarbij van de regels van het gemeentelijke omgevingsplan moet worden afgeweken. Daarvoor is dan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) nodig. De gemeenteraad van Noardeast-Fryslân heeft de volgende activiteiten aangewezen: -

Het realiseren van minimaal één windmolen waarvan de ashoogte hoger is dan 15 meter Het plaatsen van zonnepanelen op landbouw-of natuurgronden, ongeacht de grootte Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals: biomassa-installatie en waterstof) Een activiteit die niet past binnen de doelen van de omgevingsvisie en/of in strijd is met ander door de gemeenteraad vastgesteld beleid.

Participatie is ook verplicht wanneer er voor een vergunningsaanvraag een wijziging van het omgevingsplan nodig is. Deze verplichting ligt wettelijk bij de gemeente. Het college kan dan met initiatiefnemer afspreken dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie voordat de aanvraag kan worden ingediend. 5.1 De mate van participatie bepalen De mate van participatie die nodig is voor een initiatief hangt af van twee belangrijke factoren: - Heeft het initiatief impact op een grote of een kleine groep mensen? - Hoe groot is de impact van het initiatief op deze mensen? Bij het bepalen van de mate van participatie gaan we uit van drie levels. Deze levels zijn gebaseerd op de Quickscan participatie (https://quickscanparticipatie.nl/). Per participatielevel bieden we initiatiefnemers een uitleg voor het maken van een participatieplan. Level 1: beperkte participatie Het gaat hier om initiatieven die een kleine impact hebben op een kleine groep mensen. Alleen de directe omgeving merkt er iets van. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het plaatsen van een dakkapel of een kleine verbouwing aan het huis, bijvoorbeeld een schutting of een garage. Level 2: actieve participatie Dit level geldt voor de meeste initiatieven die invloed hebben op de hele omgeving en duidelijk merkbaar zijn.

Het gaat hier bijvoorbeeld om het bouwen van een nieuwe bedrijfsloods op agrarische grond, het bouwen van een woning of over het maken van een café, B&B of winkel in een woonhuis. Level 3: intensieve participatie Bij dit level gaat het om plannen voor een groter gebied, bijvoorbeeld om projectontwikkeling. Veel mensen merken het en er spelen veel belangen. Voorbeelden zijn het realiseren van een nieuwe woonwijk of een uitbreiding van een bestaande, het uitbreiden van een bedrijventerrein, het veranderen van een boerderij naar recreatie of zorgvoorzieningen, het vestigen van een bedrijf of het vernieuwen van een wijk. Deze plannen zijn voor een groter gebied van belang en hebben voor een grote groep inwoners in en buiten de gemeente (maatschappelijke) gevolgen. Een initiatiefnemer bepaalt zo eerst voor zichzelf welk niveau van participatie past bij zijn plan. Vervolgens gebruikt hij onderstaande infographic om te zien welke stappen hij moet zetten om belanghebbenden bij zijn plannen te betrekken. De volgorde is voor alle levels hetzelfde.

14

Participatiebeleid

Bij elk level hoort een format participatieplan. Dit bieden we aan via de website. Het format is beperkt op level 1 en uitgebreider op level 3. In de Quickscan die de basis vormt voor initiatiefnemers anders dan de gemeente zelf, staan vier niveaus van invloed die participanten in een participatieproces kunnen hebben. Deze zijn gebaseerd op de Factor C-methode die ook door de rijksoverheid wordt gebruikt. Dit zijn: meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Deze niveaus worden in onderstaande tabel uitgelegd. Niveau

Doel

Rol participant

Rol initiatiefnemer Informeren

Meeweten

Bewustwording

Geen actieve rol

Meedenken

Verbeteren van kwaliteit van beleid

Denkt mee, levert inbreng en ideeën

Uitnodigen, vragen stellen, luisteren

Meedoen

Eigenaarschap

Werkt mee aan plannen, bijv. in een werkgroep, heeft actieve rol

Meebeslissen Zeggenschap

Is medebeslisser, heeft bepalende

Maakt participant onderdeel van projectaanpak, werkt samen met participant Geeft zeggenschap aan participant, faciliteert

Participatie-middel Huis-aan-huis krant, website gemeente, inloopavond Digitale peiling (via de Stem van Noardeast), Oanheakker Atelier (zoals bij de herinrichting van de markt in Dokkum), een denktank Digitale stemming (via de Stem van

15

Participatiebeleid

invloed op project of uitvoering

Noardeast), Rightto-Challenge

De rol van participanten kan per fase van een project veranderen. Iemand kan bijvoorbeeld in het beginstadium participeren op het niveau van meeweten en later in het project op het niveau van meedoen. 5.2 Hoe toetst de gemeente verplichte participatie? Uit de Omgevingswet volgt dat de uitgevoerde participatie enige inhoud moet hebben gehad. De manier waarop participatie moet plaatsvinden en is daarbij vormvrij. Het college beoordeelt of er voldaan is aan de participatieverplichting. Belangrijk hierbij is dat de uitgevoerde participatie passend is bij de impact en omvang van een initiatief. Bij verplichte participatie toetst het college de participatie op basis van het verslag van de initiatiefnemer. Uit het verslag moet op te maken zijn: - Wat de gevolgen van het initiatief zijn voor de omgeving volgens initiatiefnemer en volgens participanten - Het gekozen participatieniveau - Participanten die zijn uitgenodigd - Participanten die bij het participatieproces zijn betrokken - De verschillende belangen van participanten - Wat er met de inbreng van participanten is gedaan - Hoe het verslag is gedeeld met participanten. Het college kan in twee gevallen oordelen dat de participatie onvoldoende is geweest: a) als er geen participatie is gedaan of b) als de participatie onvoldoende is uitgevoerd.

In beide gevallen krijgt de initiatiefnemer de gelegenheid dit gebrek in de aanvraag binnen een nader te bepalen termijn te herstellen. Als de initiatiefnemer dit gebrek niet voldoende herstelt, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten.

Wat gaan we (meer) doen? - We stellen beleidsregels op over hoe het college participatie toetst als dat verplicht is aangewezen bij een vergunningsaanvraag. We maken deze regels bekend via https://www.officielebekendmakingen.nl/ en plaatsen ze op de website van de gemeente. (Zie bijlage II) - We evalueren deze beleidsregels een jaar na de ingangsdatum. - We stellen een format participatieverslag beschikbaar voor initiatiefnemers via de website. (zie bijlage III) - We evalueren de informatie op de website met inwoners en ondernemers medio 2025 en besluiten op basis daarvan of de Quickscan tool in zijn geheel moet worden geïmplementeerd. - We stellen een lijst met mogelijke stakeholders beschikbaar via de website.

16

7

Participatiebeleid

PARTICIPATIEPOOL SOCIAAL DOMEIN

De wetten binnen het sociaal domein, maar ook daar buiten, stimuleren de gemeente om bij de beleidsontwikkeling en uitvoering van deze wetten cliënten actief te betrekken. De afgelopen jaren heeft de gemeente Noardeast-Fryslan steeds meer ingezet op interactieve beleidsontwikkeling in het sociaal domein. De gemeente vindt het gebruiken van ervaringskennis hierbij belangrijk. Dit sluit aan bij een ontwikkeling die landelijk en in veel andere gemeenten plaatsvindt. Steeds meer beleidsmakers willen ervaringskennis beter benutten. Door bij de leefwereld van mensen aan te sluiten krijgen ze meer inzicht in de gevolgen van beleid (Movisie, 2024). Hierdoor sluiten beleid en regelingen beter aan op de behoeften en de dagelijkse praktijk van mensen voor wie ze bedoeld zijn. Dit is een vorm van participatie die we in Noardeast-Fryslân verder willen uitbouwen in een zogenoemde participatiepool.

Ervaringen, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid Het is van belang drie begrippen te onderscheiden: ervaringen, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Eén ervaring leidt niet meteen tot de benodigde kennis voor de verbetering van beleid. Wanneer je ervaringen bundelt en er bijvoorbeeld met een groep op reflecteert, ontstaat ervaringskennis. Als iemand in staat is diens ervaringskennis in te zetten om lotgenoten, onderzoekers, organisaties of beleidsmakers te helpen, is er sprake van ervaringsdeskundigheid (Movisie, 2024).

7.1

Huidige situatie participatieraden sociaal domein In Noardeast-Fryslân hebben we de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met het gebruiken van ervaringskennis in beleidsontwikkeling. Op dit moment wordt er gewerkt met de volgende groepen: - De Participatieraad is sinds 2017 actief binnen Noardeast-Fryslân. Deze raad heeft tot taak om gevraagd of ongevraagd het college te adviseren over beleid dat betrekking heeft op het terrein van de Wmo 2015, Jeugdwet, Participatiewet en aanverwante wetten die participatie in de samenleving beogen en van invloed zijn op de positie van de inwoners van de gemeente. - Sinds 2018 is er het Platform voor elkaar. Dit platform is opgericht door een groep actieve inwoners, ondersteund door de gemeente en stichting Welzijn het Bolwerk. In het platform zitten ervaringsdeskundigen op het gebied van armoede en schulden. Het platform heeft onder andere als doel samen met de gemeente het armoede en schuldenbeleid te ontwikkelen en het taboe dat rust op armoede te doorbreken. - In juli 2016 werd in Nederland het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (kort: VN-verdrag Handicap) van kracht. Vandaaruit zijn er verschillende inclusiepanels opgericht binnen de gemeente. Dit zijn werkgroepen van ervaringsdeskundigen op diverse terreinen.

Een belangrijk doel van de inclusiepanels is om een inclusieve samenleving te krijgen door mensen met elkaar in contact te brengen en zo te zorgen voor meer begrip voor elkaar.

17

Participatiebeleid

Voorbeeld interactieve beleidsontwikkeling armoede- en schuldenbeleid. Tijdens de ontwikkeling van het nieuwe actieplan Integraal en Kindgericht armoede- en schuldenbeleid 2022-2026 is er nauw samengewerkt met ervaringsdeskundigen van het Platform Voor Elkaar. Een werkgroep van ervaringsdeskundigen is bij elke fase van de ontwikkeling van het actieplan betrokken geweest. We zijn gestart met het ophalen van input bij een tal van organisaties binnen de gemeente. Dit is onder andere gedaan door het organiseren van ‘Meedenksessies’. Elke sessie bestond uit een thema waarin de ervaringsdeskundige de ruimte kreeg diens verhaal te doen. Tijdens deze sessies is informatie opgehaald die verwerkt is in het uiteindelijke actieplan. De ervaringsdeskundigen hebben een actieve bijdrage geleverd tijdens de schrijf-fase van het actieplan. Telkens weer stonden zij er voor open de concepten te lezen en te voorzien van feedback. Als gemeente hebben we hierdoor meer inzicht gekregen in de leefwereld van inwoners die te maken hebben met het armoede- en schuldenbeleid. Met als resultaat dat het beleid beter aansluit op wat de inwoner nodig heeft. Daarnaast hebben we ervaren dat het samenwerken met inwoners wederzijds begrip kan opleveren. De ervaringsdeskundigen gaven aan zich gehoord te voelen. Ook hebben ze meer inzicht in waar de gemeente wel of niet invloed op heeft.

Geleerde lessen Naast het belang van ervaringskennis in beleidsontwikkeling hebben we van de samenwerking met de huidige groepen een aantal dingen geleerd: - Goed contact tussen de groep en de gemeente is een voorwaarde voor een goede samenwerking. Ambtenaren zijn hierbij aan zet. - Goede begeleiding is belangrijk. Deze begeleiding moet passen bij de behoefte van de groep. Dit kan variëren van administratieve ondersteuning tot gespreksleiding. De begeleiding moet een schakelfunctie kunnen vervullen tussen gemeente en de groep zelf. - Aansluiten bij de energie en behoeften van een groep is van belang. Sommige groepen willen alleen online bij elkaar komen, andere fysiek. Sommige groepen willen kortdurend meedenken, andere meer structureel. - Meedenksessies zijn een goede manier om samen met inwoners beleid te maken of te verbeteren. 7.2

Gewenste situatie We willen interactieve beleidsontwikkeling samen met inwoners verder ontwikkelen. We bouwen voort op dat wat goed werkt en laten los wat minder goed werkt. De focus ligt op het gebruiken van ervaringskennis. We ontwikkelen zo een nieuwe structuur voor een participatiepool sociaal domein, die gemeentebreed kan worden ingezet. We werken toe naar een participatiepool met daarin zoveel mogelijk doelgroepen voor wie de gemeente beleid uitvoert. De groepen in deze pool bepalen ieder hun eigen ritme en manier van bijdragen. Iemand kan onderdeel zijn van meerdere doelgroepen. Een mantelzorger kan

18

Participatiebeleid

bijvoorbeeld ook een nieuwkomer zijn. Een jongere kan ook iemand met een kleine portemonnee zijn. En zo zijn er meerdere combinaties te bedenken. Met deze participatiepool geven we uitvoering aan de wettelijke verplichting om inwoners te betrekken bij beleid, zoals geformuleerd in de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarbij sluiten we aan op de manieren waarop verschillende groepen betrokken willen worden. Jongeren willen misschien kortdurend meedenken over een project, ouderen willen misschien maandelijks bij elkaar komen en vaker inbreng geven. Daarnaast maken we binnen het sociaal domein ook gebruik van andere instrumenten die beschikbaar zijn om participatie vorm te geven, zoals bijvoorbeeld de Stem van Noardeast of de Oanheakker. Per vraagstuk wordt gekeken wat het best passende instrument is.

Hoe past de participatiepool binnen de vereisten van de wetten binnen het sociaal domein? De gemeente dient in een verordening vast te leggen hoe zij cliënten of hun vertegenwoordigers betrekt bij de uitvoering van deze wetten. Hierin moet in ieder geval aandacht zijn voor: - De wijze waarop zij in de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen: de groepen worden betrokken bij de beleidsontwikkeling, tijdens dit proces kunnen zij hun input geven - De wijze waarop zij vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen De groepen maken dynamische samenwerkingsafspraken met de betreffende beleidsambtenaar - De wijze waarop zij worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen: Er wordt gezorgd voor begeleiding (dit kan zijn door de betreffende beleidsambtenaar of een organisatie). We reserveren budget voor training en ontwikkeling. - De wijze waarop zij deel kunnen nemen aan periodiek overleg De groepen bepalen dit zelf in samenspraak met de begeleiding.

De kerngroep komt periodiek bij elkaar voor overleg - De wijze waarop zij onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden De groepen maken dynamische samenwerkingsafspraken met de betreffende beleidsambtenaar - De wijze waarop zij worden voorzien van informatie die voor een adequate deelname aan het overleg nodig is. De groepen maken dynamische samenwerkingsafspraken met de betreffende beleidsambtenaar

Samengevat zijn dit de uitgangspunten voor de participatiepool: - We werken samen volgens de gestelde participatiewaarden van Noardeast-Fryslân (zie hoofdstuk 3).

19

-

-

-

-

-

-

Participatiebeleid

Contact tussen gemeente en verschillende doelgroepen is de basis: we kennen de mensen ‘voor wie we het doen’ (beleid maken/ regelingen uitvoeren, etc.) Ervaringskennis geeft richting: we maken gebruik van ervaringen van cliënten/ gebruikers en bundelen deze. Dit geeft richting voor het maken van beter beleid en regelingen. Ruimte voor ontwikkeling en experiment: we laten de vorm ontstaan in overleg met inwoners. Dat betekent dat we de werkwijze nu niet dichttimmeren, maar alleen de uitgangspunten vaststellen. We leren door te doen. Maatwerk: ieder vraagstuk heeft een eigen aanpak. Belangrijk is dat we kunnen schakelen als een vraag zich voordoet. We werken met een maatwerk aanpak en volgen geen bureaucratisch proces. Laagdrempelig: we zorgen ervoor dat de groepen bekend zijn binnen de gemeente en benaderbaar zijn voor inwoners en ambtenaren. Omgekeerd zijn de ambtenaren bekend binnen de pool en benaderbaar. Waardering: we waarderen de tijd en energie die inwoners beschikbaar stellen door goed gebruik te maken van hun tijd en input en door duidelijke terugkoppeling te geven over wat we doen met hun inbreng. Doelstelling participatiepool: de participatiepool organiseert jaarlijks minimaal 1 themabijeenkomst voor inwoners, ambtenaren of politici. Ondersteuning gemeente: de groepen in de pool krijgen ondersteuning vanuit de gemeente.

Hierbij gaat het over ruimte om bij elkaar te komen, notulist, gespreksleiding, workshops etc. Dit kan een tijdelijke of meer structurele vorm krijgen, afhankelijk van de behoefte van de groep. Kerngroep participatie: we vormen een kerngroep participatie en ervaringskennis, met daarin een afvaardiging van inwoners uit de verschillende groepen en ambtenaren. Deze kerngroep beheert de pool en evalueert hoe de gemeente gebruik heeft gemaakt van ervaringskennis in beleid en projecten. De kerngroep komt 3 keer per jaar bij elkaar.

Onderstaande afbeelding laat de doelgroepen en de werkwijze zien. De plaatsing van de groepen laat zien dat er soms overlap is. Iemand kan deel uitmaken van meerdere doelgroepen. De plaatsing van de groepen is willekeurig. Er zijn nog meer combinaties mogelijk.

Participatiepool Vraagstuk of ontwikkeling

Ondernemers -vereniging

Wijkraad

Dorpsbelang

Thema’s ……… square

Kerngroep participatie en ervaringskennis Samenwerkingsplatform Welzijn

Werkgroep binnenstad = mix van groepen

20

Participatiebeleid

Wat gaan we (meer) doen: - Huidige platformen gaan op in de nieuwe vorm van de participatiepool. - We verwerken de wettelijke vereisten en werkafspraken in de nieuw te maken participatieverordening. - Deze werkafspraken en de verordening werken we verder uit mét de participatiepool.

8

JONGERENPARTICIPATIE

Jongerenparticipatie betekent dat kinderen en jongeren actief meedoen, meepraten en meebeslissen over zaken die voor hen belangrijk zijn en op plekken waar zij zelf deel van uitmaken. Bron: www.nji.nl/jeugdparticipatie. Dit geldt voor vraagstukken op het fysieke en het sociale domein. Medezeggenschap en participatie van jonge inwoners is belangrijk voor Noardeast-Fryslân. Zij zijn in de toekomst volwassen burgers in onze gemeente en het is belangrijk om hen mee te nemen in hoe de gemeente beleid en plannen maakt en welke invloed zij daar zelf op hebben. Daarbij hebben jongeren vaak een frisse en vernieuwende blik op het maken, uitvoeren en evalueren van beleid. Binnen de gemeente lopen momenteel meerdere initiatieven op het gebied van jongerenparticipatie. Een aantal daarvan loopt via scholen in de gemeente. Dit zijn bijvoorbeeld de Miensker Challenge en Tienskip. De Miensker Challenge werkt met uitdagingen die geformuleerd worden door bijvoorbeeld de gemeente of woningbouwcorporaties (https://www.mienskerchallenge.frl/). Deze uitdagingen worden dan in het kader van burgerschapsontwikkeling uitgewerkt door schoolklassen op zowel basis- als voortgezet onderwijs. Voor de inrichting van het stadsstrand in het Harddraverspark hebben kinderen en jongeren meegedacht naar aanleiding van een uitdaging van de gemeente.

Daarnaast waren jongeren aangehaakt door middel van het jongerenwerk in de gemeente. Tienskip is een vergelijkbaar initiatief dat jongeren via scholen benadert. Het startpunt van deze werkwijze ligt bij jongeren zelf: zij worden uitgedaagd om na te denken over wat ze zouden willen veranderen en naar aanleiding daarvan een plan te maken. Dit gebeurt tijdens de zogenaamde Tienskipdagen. Voor de extra gemotiveerde jongeren volgt een natraject onder de noemer Ereburgers: hierin werken de jongeren een plan verder uit. De planning van Tienskipdagen wordt onder ambtenaren en raadsleden bekendgemaakt. Zij kunnen zich aanmelden als begeleider tijdens deze dagen en zo in gesprek gaan met jongeren over specifieke beleidsvragen. De afgelopen twee jaar hebben ruim 200 jongeren uit Noardeast-Fryslân met een van de twee initiatieven meegedaan. Daarmee is de blik van jongeren betrokken bij het ontwikkelen van beleid en plannen. Onlangs heeft een student van de Universiteit van Utrecht onderzoek gedaan naar de ervaringen van gemeenten in Fryslân in het betrekken van jongeren bij het beleidsvormingsproces. Noardeast-Fryslân heeft hieraan meegewerkt. Een van de aanbevelingen vanuit dit onderzoek was om meer gebruik te maken van netwerkorganisaties zoals Tienskip, omdat deze manier van werken goed aansluit bij jongeren. Een managementsamenvatting van dit onderzoek is te vinden in bijlage IV.

21

Participatiebeleid

Naast de Miensker Challenge en Tienskip hebben we in Noardeast-Fryslân elk jaar een nieuwe kinderburgemeester. Dit is een basisschool leerling uit groep 8. De kinderburgemeester is aanwezig bij diverse evenementen. Bijvoorbeeld bij de intocht van Sinterklaas. De kinderburgemeester vertegenwoordigt alle kinderen in onze gemeente. Daarnaast zet de kinderburgemeester zich vaak ook in voor een bepaald doel of project. Aan het einde van zijn termijn mag de kinderburgemeester een motie indienen voor dit project. Daarnaast loopt het traject maatschappelijke diensttijd onder begeleiding van het Bolwerk. Jongeren tussen de 12 en 30 jaar kunnen hier een eigen project kiezen en uitvoeren wat zij belangrijk vinden voor de gemeente. Het afgelopen jaar was er een groep bezig om met graffiti een binnenplaats te verfraaien. We komen tot de conclusie dat er op dit moment werkzame initiatieven zijn met een grote reikwijdte. De uitdaging is om hier beter gebruik van te maken en om jongeren gerichter mee te laten denken over beleid en projecten binnen de gemeente. Door jongeren via scholen te betrekken sluiten we aan bij de leefwereld van jongeren. We zetten in op meer en laagdrempelig contact en inhoudelijke betrokkenheid van jongeren, ook via de Participatiepool.

Voor de vorm laten we ruimte aan de behoefte van jongeren, zodat zij zelf aan kunnen geven hoe zij gehoord en betrokken willen worden. Wat gaan we (meer) doen? - We maken de huidige initiatieven en hun werkwijze bekend bij ambtenaren via werkoverleggen. We wijzen op de mogelijkheden op challenges aan te leveren of om begeleider te zijn bij Tienskipdagen. - In de nieuw te ontwikkelen participatiepool betrekken we jongeren als doelgroep en laten hen zelf meedenken over manieren waarop ze betrokken willen worden. Hierbij kan de betrokken ambtenaar gebruik maken van Reloading democracy: een leerwerktraject voor jongerenparticipatie verzorgd door onder andere het Nederlands jeugdinstituut of SALTO.

9

STEM VAN NOARDEAST

Om zoveel mogelijk verschillende mensen te bereiken, zetten we naast fysieke participatie ook in op digitale participatie. We gebruiken hiervoor een digitaal participatieplatform genaamd de Stem van Noardeast. Hiermee kunnen we de mening en inbreng van grotere groepen mensen peilen of inwoners laten meebeslissen over een van tevoren bepaald onderwerp. Op deze manier bereiken we ook de mensen die geen interesse hebben in fysieke bijeenkomsten. Daarmee krijgen we andere geluiden en inbreng die we mee kunnen nemen in het ontwikkelen van beleid en projecten. De Stem van Noardeast is in eerste instantie gebruikt als pilot om de inwoners van Fûgellân te betrekken bij keuzes voor vernieuwing in de wijk. Onlangs is de Stem van Noardeast gebruikt in het participatietraject rondom Harddraverspark. Belangrijk hierbij is op te merken dat dit digitale platform altijd aanvullend wordt gebruikt op fysieke participatiemomenten. Hiermee krijgen we een mooie mix van stemmen en belangen van inwoners. De Stem van Noardeast is relatief eenvoudig te gebruiken voor partijen in de gemeente die een rol spelen in participatie. Te denken valt aan dorpsbelangen of wijkraden. Ook binnen de nieuwe participatiepool kunnen we gebruik maken van de Stem van. Bijvoorbeeld om een peiling uit te

22

Participatiebeleid

voeren onder inwoners en zo mensen te bereiken die niet zo snel naar een bijeenkomst komen om hun stem te laten horen. De Stem van Noardeast is momenteel opgenomen in de begroting onder Omjouwing & Ekonomy. Voorstel is om dit platform onder te brengen bij ICT vanuit de gedachte dat dit een instrument is dat door de hele ambtelijke organisatie en mogelijk ook door partijen als dorpsbelangen gebruikt kan worden. Wat gaan we (meer) doen: - We gaan meer gebruik maken van de Stem van Noardeast door het proces en de werkwijze van dit platform beter bekend te maken bij ambtenaren - We bieden andere partijen zoals dorpsbelangen, wijkraden of de participatiepool de mogelijkheid gebruik te maken van de Stem van Noardeast

Proces Stem van Noardeast Initiatiefnem er (IN) wil (digitale) peiling organiseren als onderdeel van het participatiepl an

Samen met COM en overige interne betrokkenen (bijv. dorpencoördinator) wordt het vraagstuk verkend en gedefinieerd: IN neemt contact op met Communicatie (COM)

IN levert benodigde informatie aan bij COM. COM richt Stem van-pagina in, volgens de afspraken die zijn gemaakt. Idealiter eerst in de testomgeving.

Wie kan er meedoen, Wat is de participatiebelofte? (waarover kan en mag men wel én niet wat vinden – waar zit de ruimte?), wat is het gewenste resultaat, wat doen we met de inbreng, welke fasering past daar bij? Vindt de participatie ook offline plaats? Hoe koppelen we de resultaten terug?

COM presenteert IN de testomgeving. Idealiter vindt er nog een test bij de doelgroep plaats, de ‘digitale klantreis’ (zijn de teksten duidelijk, is de participatiebelofte helder, is het technische deel gebruiksvriendelijk ).

10

OANHEAKKER

11

PARTICIPATIEVERORDENING

Het participatieproces begint en met de vooraf bepaalde communicatiemidd elen wordt men tijdens verschillende momenten gevraagd om mee te doen.

IN koppelt terug via stem van wat er met de uitslag wordt gedaan

De Oanheakker is een aanhanger die de afgelopen tijd regelmatig is ingezet voor verschillende participatietrajecten. Bijvoorbeeld bij het maken van de Omgevingsvisie haalden 25 collega’s informatie op bij alle dorpen en stadswijken. De Oanheakker is een dialoogwagen die is ingericht op een goed gesprek en is te reserveren via Topdesk.

De wet versterking participatie decentraal niveau stelt gemeenten verplicht om de inspraakverordening te vervangen door een participatieverordening. Daarin moet het uitdaagrecht

23

Participatiebeleid

een plek krijgen. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2025 in werking. Er geldt een overgangstermijn van 2 jaar, dit betekent dat elke gemeente voor 1 januari 2027 over een participatieverordening moet beschikken.

Wat gaan we (meer) doen: - We stellen de participatieverordening op volgend op dit participatiebeleid. - We onderzoeken of de verschillende wetten over participatie, van Participatiewet tot Omgevingswet in deze verordening kunnen worden opgenomen. - We stellen de verordening op in samenspraak met inwoners en de participatiepool.

12

PARTICIPATIE DAGELIJKS MAKEN

Participatie is onderdeel van het werk van iedere ambtenaar, maar ook van de raad en onder invloed van de Omgevingswet ook steeds meer van initiatiefnemers, zoals (maatschappelijke) ondernemers en inwoners. Belangrijk is ook om dat zo te blijven benadrukken. Participatie is niet per definitie geregeld als er allemaal instrumenten en raden zijn. Deze kunnen ook afleiden van waar het allemaal om draait: dat we als gemeente, ondernemers en inwoners samen werken aan de doelen die de gemeenteraad en het college in hun beleid hebben afgesproken. Samenwerking begint bij contact en elkaar opzoeken. Voor een goede samenwerking tussen gemeente en inwoners is een goede interne samenwerking tussen ambtenaren nodig. De werkgroep participatie met wie dit beleid tot stand is gekomen krijgt een rol in het dagelijks maken van participatie door het delen van goede voorbeelden en het evalueren van het beleid. Werkenderwijs maken we de samenwerking iedere een keer een stapje beter. Voor veel ambtenaren geldt dat ze zelf ook inwoners zijn van de gemeente. Hoe kun je beter participeren dan beginnen bij jezelf en je af te vragen hoe en waarvoor jij graag benaderd zou willen worden? (en waarvoor niet) Wat gaan we meer doen? - We beleggen participatie als expertise bij de dorpencoördinatoren en de afdeling communicatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=88f183f2-ac35-4d7f-bd4b-216ecf69e338