CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Beleidsnotitie Fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik

It Beslút 16 oktober 2025, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen beleidsnotitie Fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik4.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Signed By: Dijkstra, Sytze 17/10/2025 13:06:56 CEST ID: 4f22597c-b0eb-4062-861e-5832fab3a8a9

Behoort bij raadsbesluit 16 oktober 2025 gemeente Noardeast-Fryslân: Auth: Scribble

Beleidsnotitie fraude misbruik en oneigenlijk gebruik

Datum: 24 juni 2025 Opgesteld door: Concerncontrol

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................................................2

2

Fraude ...................................................................................................................................................3

3

2.1

Definitie fraude ..............................................................................................................................3

2.2

De drie factoren van frauderisico’s ...............................................................................................3

2.3

Fraudebeleid .................................................................................................................................4

2.4

Visie op fraude ..............................................................................................................................5

2.5

Procedure bij (vermoeden van) fraude .........................................................................................5

Misbruik & oneigenlijk gebruik ...............................................................................................................7 3.1

Definitie misbruik & oneigenlijk gebruik ........................................................................................7

3.2

M&O-beleid ...................................................................................................................................7

3.3

Uitgangspunten van M&O-beleid ..................................................................................................7

3.4

Uitvoering van het M&O-beleid .....................................................................................................8

3.5

Risicogebieden misbruik en oneigenlijk gebruik ...........................................................................9

1 Inleiding Fraude krijgt steeds meer aandacht in de publieke sector. Fraude kan namelijk een groot effect hebben op de reputatie van de organisatie en kan tot grote financiële schade leiden. In de gemeente NoardeastFryslân, niet zijnde de organisatie gemeente Noardeast-Fryslân, is fraude zelfs het meest voorkomende misdrijf met meer dan 200 delicten per jaar. In verschillende wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet, de Ambtenarenwet 2017, de Wet bescherming klokkenluiders, de Wet open overheid (Woo) en de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) komt het thema fraude naar voren. De aandacht voor fraude blijkt onder andere ook uit het toetsingscriterium ‘misbruik en oneigenlijk gebruik’ bij de rechtmatigheidsverantwoording die het college moet opnemen in de jaarrekening. In de Financiële verordening van de gemeente is vastgesteld dat het college verantwoordelijk is voor het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik om te voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording. Daarnaast is de accountant vanaf boekjaar 2022 verplicht om bij wettelijke controleopdrachten in hun controleverklaring te rapporteren over hun werkzaamheden op het gebied van fraude en continuïteit. Deze beleidsnotitie ziet toe op de onderwerpen fraude en misbruik- en oneigenlijk gebruik.

De doelstellingen van deze beleidsnotitie zijn: - Het ontwikkelen van bewustwording bij management en medewerkers; - Het verstrekken van inzicht omtrent de visie van de gemeente Noardeast-Fryslân ten aanzien van fraude en misbruik- en oneigenlijk gebruik; - Het definiëren van werkzaamheden, inclusief verwijzingen naar reeds opgesteld beleid, die worden uitgevoerd ten aanzien van fraude- en misbruik en oneigenlijk gebruik; - Het definiëren van duidelijke procedures voor te nemen stappen bij (het vermoeden van) fraude inclusief de taken en verantwoordelijkheden van een ieder. Deze beleidsnotitie betreft een overkoepelend beleid waarin de belangrijkste uitgangspunten ter voorkoming en bestrijding van fraude en misbruik- en oneigenlijk gebruik (M&O) en zijn opgenomen. De uitwerking van het beleid vindt plaats in de diverse specifieke regelingen, verordeningen en processen. Ten aanzien van het onderwerp integer handelen is een integriteitsbeleid (voor de medewerkers) en gedragscodes (voor het college) opgesteld. Op het intranet van de gemeente Noardeast-Fryslân zijn deze te vinden. Tevens zijn hier meldingsformulieren opgenomen om misstanden te melden. De gemeente beschikt over een klokkenluidersregeling. Deze beleidsnotitie focust zich daarom niet op integriteit.

2

2 Fraude Er is in toenemende mate belangstelling voor het voorkomen en beperken van fraude binnen overheidsorganisaties. Fraude doet het vertrouwen in de overheid afnemen. Ook kan fraude gemeenschapsgeld kosten. In dit hoofdstuk gaan we in op wat we onder fraude verstaan, wat de factoren voor frauderisico’s zijn, wat ons fraudebeleid inhoudt en wat onze uitgangspunten voor dit beleid zijn. Tot slot beschrijven we in het dit hoofdstuk de procedure die we volgen bij (een vermoeden van) fraude.

2.1 Definitie fraude Naast fraude kennen we ook nog de begrippen onrechtmatigheid (niet voldoen aan wet- en regelgeving), misbruik- en oneigenlijk gebruik, criminaliteit en integriteit. Deze begrippen overlappen elkaar voor een deel. Fraude is bijvoorbeeld per definitie onrechtmatig, maar onrechtmatig handelen hoeft geen fraude te zijn. Beide begrippen liggen dicht bij elkaar. Het verschil zit in de ‘wie’ vraag: - Fraude: Intern gericht op handelen van gemeenteraadsleden, collegeleden en ambtenaren - Misbruik: Extern gericht op gegevensverstrekking van derden (burgers en/of ondernemingen) Hieruit blijkt dat fraude enkel kan bestaan van binnenuit, of met hulp van binnenuit, de organisatie. M&O kan (ook) alleen van buitenuit ontstaan. Dit maakt dat iedere organisatie gevoelig is voor fraude en M&O. Hieronder is het onderscheid van deze verschillende begrippen visueel weergegeven.

Figuur 1: Relatie fraude met andere vormen van niet integer gedrag Fraude is een verzamelnaam voor allerlei verwijtbaar, niet-toegestaan en/of niet gewenst gedrag. Er is geen definitie van fraude in de wet. Voor definitie van fraude wordt aangehaakt bij Standaard 240 vanuit de NV COS (Nadere voorschriften controle- en overige standaarden): “Fraude is een opzettelijke handeling door één of meer leden van het management, met governance belaste personen, werknemers of derden, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding teneinde onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen.”

2.2 De drie factoren van frauderisico’s Er zijn drie factoren die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van fraude. Samen vormen deze die factoren de fraudedriehoek: - Gelegenheid: de mogelijkheid die de organisatie openlaat om te frauderen. De frauderisico’s zijn in dat geval niet afgedekt met beheersingsmaatregelen. Gelegenheid bestaat altijd; waar gewerkt wordt, bestaat gelegenheid. In de praktijk richten fraudebeheersingsmaatregelen zich met name op de gelegenheid. Hier ligt de kern van het probleem, want gelegenheid op zich maakt nog niet de dief. Er moet ook sprake zijn van de andere twee factoren: motivatie en rationalisatie. - Motivatie/druk: interne of externe druk die er toe leidt dat iemand fraudeert. Wanneer belangen met de normen in conflict staan, zoals geldgebrek, het behalen van doelen of concurrentie

3

-

overwegingen, dan ontstaat er druk die tot fraude kan leiden. Het gaat hierbij niet alleen om geld. Ook prestige en de privésituatie veroorzaken druk. Er zijn factoren aan te wijzen die druk verhogend werken en daarmee een verhoogd frauderisico voor een organisatie veroorzaken. Rationalisatie: dit heeft betrekking op het begrijpen van de normen en het willen nakomen van die normen. Het is nauw verbonden aan de mens dat hij/zij een rechtvaardiging zoekt waarom hij/zij met de bestaande druk gebruik maakt van de gelegenheid. Voor deze rechtvaardiging speelt bijvoorbeeld voorbeeldgedrag van goed, maar ook van fout gedrag een grote rol. Goed voorbeeldgedrag van de leiding en het bestuur is noodzakelijk, zodat intern geen voedingsbodem voor rationalisatie ontstaat. Ook de cultuur binnen de organisatie is doorslaggevend. Medewerkers spiegelen hun eigen gedrag aan het gedrag van hun collega’s.

Ontbreekt een van de drie factoren, dan is frauduleus handelen uitgesloten. Andersom is het niet zo dat wanneer alle drie de factoren aanwezig zijn, een individu dan altijd fraude pleegt. Je hebt zelf de keuze of je misbruik maakt van de situatie of niet. De drie factoren van frauderisico’s staan bekend als de fraudedriehoek van Donald Cressey. In figuur 2 is deze fraudedriehoek weergegeven.

Figuur 2: Fraudedriehoek Zoals blijkt uit bovenstaande figuur, wordt nog een vierde factor benoemd, namelijk bekwaamheid. Je moet namelijk wel de kwaliteiten hebben om fraude te kunnen plegen. Zo moet je het financiële systeem in de organisatie kunnen begrijpen om geld te kunnen verduisteren. De factor bekwaamheid wordt meestal onder gelegenheid geschaard en niet apart genoemd. Als de bekwaamheid ontbreekt, dan heb je namelijk ook niet de gelegenheid om fraude te plegen.

2.3 Fraudebeleid Het verkleinen van de kans op fraude doen we onder andere door het opstellen van gemeentelijke weten regelgeving, richtlijnen en procedures. In de bedrijfsprocessen hebben we verschillende maatregelen geborgd om de kans op fraude te verkleinen. Voorbeelden van deze beheersingsmaatregelen zijn de controle-technische functiescheiding, het vier-ogenprincipe, tariefcontroles en primaire registraties. Deze beheersingsmaatregelen zijn vooral gericht op het aspect ‘gelegenheid’ van de fraudedriehoek. Ze worden ook wel de ‘hard controls’ genoemd. De zogenoemde ‘soft controls’, die vooral gericht zijn op de aspecten ‘motivatie’ en ‘rationalisatie’, zien toe op het integer handelen van onze medewerkers en het college. Hier is een seperaat integriteitsbeleid en gedragscode voor opgesteld. Per proces wordt jaarlijks een risicomatrix opgesteld, waarin rekening wordt gehouden met fraude. Met deze analyse maken we per proces inzichtelijk welke risico’s op het gebied van fraude zich kunnen voordoen bij onze gemeente, wat de kans op en de impact van deze frauderisico’s zijn en of in het proces

4

reeds beheersingsmaatregelen aanwezig zijn ter afdekking van het risico. Met de interne controles van Concerncontrol wordt gedurende het jaar onafhankelijk de opzet, het bestaan en de werking van de beheersingsmaatregelen (systeemgericht) vastgesteld. Daarnaast worden er door Concerncontrol diverse steekproeven, verbandscontroles, cijferanalyse en diverse aansluitingen uitgevoerd (gegevensgericht). De uitgevoerde controles zijn er mede op gericht om frauduleuze handelingen te detecteren.

2.4 Visie op fraude Als gemeente behandelen we het thema fraude met de professionaliteit, integriteit en zorgvuldigheid die onze inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden van ons mogen verwachten. De volgende uitgangspunten zijn de basis voor ons fraudebeleid: 1. 2. 3. 4.

We nemen de verantwoordelijkheid van behartiger van het algemeen belang. We zijn transparant in onze keuzes en leggen hierover verantwoording af. We hebben een open houding waarmee we dilemma’s bespreekbaar maken. Maatregelen die worden genomen om fraude te voorkomen, zijn proportioneel. Dat wil zeggen dat zij in verhouding staan tot de risico’s die de gemeente loopt. 5. De clusterhoofden en coördinatoren zijn verantwoordelijk voor het nemen van beheersingsmaatregelen binnen de processen in hun team om fraude te voorkomen. 6. Na vaststelling van een overtreding wordt de onrechtmatige situatie zo snel mogelijk hersteld en de overtreder zo nodig bestraft (bijv. door intrekking besluit, terugvordering, aangifte).

2.5 Procedure bij (vermoeden van) fraude Vaak wordt geprobeerd fraude te verhullen. In de praktijk gebeurt het daarom maar zelden dat een kant en klare overduidelijke fraude wordt geconstateerd. Meestal begint het met een vermoeden van fraude waarbij één of meerdere signalen wijzen op frauduleus handelen. Juist in die fase is het belangrijk dat medewerkers zich veilig voelen om het vermoeden van fraude bespreekbaar te maken. Vooral omdat soms achteraf zal blijken dat er van daadwerkelijke fraude geen sprake was. Als er sprake is van (een vermoeden van) fraude is het belangrijk snel en adequaat te handelen. De volgende stappen ondernemen we bij (een vermoeden van) fraude: 1. Signalering en melding: Elk onderzoek naar fraude begint met het signaleren van (een vermoeden van) fraude en de melding die hierover wordt gemaakt a. Een medewerker meldt een (vermoende van) fraude bij het clusterhoofd van zijn/haar afdeling; b. Als de melding gaat over het (vermoedelijk) frauduleus handelen van het clusterhoofd, dan doet de medewerker de melding bij de gemeentesecretaris; c. Als de melder anoniem wenst te blijven, dan kan deze op grond van de regeling Melding Vermoeden Misstand een melding doen bij de aangewezen externe vertrouwenspersoon. In die situatie wordt de in die regeling vastgelegde procedure voor het verrichten van een onderzoek door het college gevolgd.

Bij dat onderzoek wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij punt 3 en volgende van deze beleidsnotitie. 2. Beoordeling: Het clusterhoofd of de gemeentesecretaris bespreekt in eerste instantie de melding met de melder. Op basis van het gesprek oordeelt het clusterhoofd of de gemeentesecretaris of er objectief gezien inderdaad gesproken kan worden van een vermoeden van fraude. Als dat het geval is, dan wordt door het clusterhoofd of gemeentesecretaris hoor en wederhoor toegepast met de betrokken medewerker over wie de melding is gemaakt. Vervolgens zoekt het clusterhoofd afstemming met de gemeentesecretaris. De gemeentesecreatris beoordeelt de melding en besluit tot het al dan niet instellen van een onderzoek naar de vermeende fraude.

5

3. Onderzoek: De gemeentesecretaris geeft de opdracht tot het uitvoeren van een intern of extern onderzoek waarbij eerst wordt onderzocht of er daadwerkelijk sprake is geweest van fraude. In het onderzoek worden onder andere de volgende feiten verzameld: a. Wat is de aard van de fraude? b. Wat is de omvang van de fraude? c. Wie is bij de fraude betrokken? d. Welke voordelen heeft de fraudeur behaald? e. Hoe heeft de fraude kunnen plaatsvinden? f. Hoe kan de fraudeur de gepleegde fraude rationaliseren? Iedere fraude is uniek en vereist een specifieke aanpak van onderzoek. Gedurende dit onderzoek wordt de betrokken medewerker op non actief gesteld. Hieronder staat in hoofdlijnen de stappen beschreven die we doorlopen bij een fraudeonderzoek: a. De digitale informatie en de werkplek van de vermoedelijke fraudeur veiligstellen. Dit wordt in een zo vroeg mogelijk stadium gedaan, zodat de kans op het (bewust) kwijt maken van bewijsmateriaal wordt voorkomen. b. Het relevante toetsingskader, zoals wet- en regelgeving, werkinstructies en arbeidsovereenkomst inventariseren en analyseren om te bepalen of er sprake is van frauduleus handelen. c. Alle vergaarde (digitale) informatie en documenten onderzoeken. d. Een openbronnenonderzoek uitvoeren naar mogelijk betrokken personen en/of organisaties. e. Interviews houden met getuigen en de medewerker(s) die verdacht wordt/worden van fraude.

f. Alle verkregen informatie analyseren en zo nodig aanvullende werkzaamheden verrichten om de aard en de omvang van de eventuele fraude in kaart te brengen. g. Een conceptrapport van bevindingen opstellen. h. Wederhoor houden met in het onderzoek betrokken personen, zodat het onderzoeksrapport zorgvuldig tot stand komt. i. Definitief rapporteren van de uitkomsten van het fraudeonderzoek. De gemeentesecretaris koppelt de uitkomsten van het onderzoek terug naar het clusterhoofd. Op basis van de aard en de omvang van de fraude informeert de gemeentesecretaris het college. Gelijktijdig zal ook de accountant worden geïnformeerd. In dat geval zal ook in het jaarverslag onder de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting worden opgenomen over de geconstateerde fraude. De volgorde in stappen bij het signaleren van (een vermoeden van) fraude kan in sommige ernstige gevallen afwijken. Zo kan het nodig zijn om eerst de toegang tot de (digitale) werkomgeving af te sluiten voor de vermoedelijke fraudeur en deze persoon (tijdelijk) op nonactief te zetten voordat hoor en wederhoor toegepast wordt. Het clusterhoofd of gemeentesecretaris beoordeelt of een andere volgorde van stappen nodig is. 4. Opvolging: De impact van elke fraude is groot voor alle betrokkenen. Elke (vermoeden van) fraude behandelen we daarom met dezelfde professionaliteit en daadkracht.

Toch is er onderscheid te maken in de aard en omvang van fraudes. Op basis van de aard en de omvang van de fraude bepalen we welke arbeidsrechtelijke- en juridische vervolgstappen er genomen moeten worden. 5. Aangifte: Als wordt geconcludeerd uit het onderzoek dat daadwerkelijk sprake is van fraude, dan wordt aangifte gedaan op basis van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering. 6. Procesaanpassing: In het proces waarbinnen de fraude plaatsvond worden, door de afdeling in samenspraak met Concerncontrol, aanvullende beheersingsmaatregelen ingeregeld om toekomstige fraudes te voorkomen.

6

3 Misbruik & oneigenlijk gebruik Waar ons beleid over het verkleinen van de kans van fraude en het bevorderen van integriteit intern gericht is, namelijk op het handelen door ambtenaren, collegeleden en raadsleden, is ons beleid over het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik (hierna: M&O-beleid) juist extern gericht. In dit hoofdstuk gaan we in op wat we onder misbruik en oneigenlijk gebruik verstaan, want ons M&O-beleid inhoudt, wat onze uitgangspunten zijn van dit M&O-beleid en hoe we uitvoering geven aan ons M&O-beleid. Tot slot beschrijven we in dit hoofdstuk de processen waarbij het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik aanwezig is.

3.1 Definitie misbruik & oneigenlijk gebruik Bij M&O worden overheidsgelden gebruikt voor een doel waarvoor deze niet bestemd zijn. Misbruik en oneigenlijk gebruik gaan over het handelen door derden, organisaties of inwoners. Het verschil tussen misbruik en oneigenlijk gebruik is dat bij oneigenlijk gebruik feitelijk wel gehandeld wordt in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar dat er gebruik gemaakt wordt van de ‘mazen van de wet’. Bij misbruik is er wel sprake van onrechtmatig handelen. De definitie van misbruik luidt: “Het opzettlijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen.” De definitie van oneigenlijk gebruik luidt: “het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.”

3.2 M&O-beleid Met ingang van verslagjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd. Met deze verantwoording legt ons college bij de jaarrekening verantwoording af over de rechtmatigheid van de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is één van de drie criterium waar in de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording wordt over afgelegd. Het M&O-beleid is een uiteenzetting van belangrijke uitgangspunten om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Het beleid is een kapstok voor de opsomming en inkadering van bestaand beleid. De uitwerking van het beleid vindt plaats in de specifieke regelingen en bijbehorende verordeningen en processen. Overigens zijn de meeste regelingen gebonden aan wettelijke eisen en minimumnormen voor het nemen van maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Naast de uitgangspunten staan in dit M&O-beleid ook de risicogebieden beschreven waarbij er een kans is op misbruik en oneigenlijk gebruik. Vervolgens staat verwoord hoe er uitvoering wordt gegeven aan dit M&O-beleid.

3.3 Uitgangspunten van M&O-beleid De volgende uitgangspunten zijn de basis van ons M&O-beleid: 1. We werken vanuit een basishouding van vertrouwen in een juiste omgang met gemeentelijke regelingen door inwoners, derden en organisaties. 2. Maatregelen die worden genomen om een juist gebruik van gemeentelijke regelingen te bevorderen, zijn proportioneel. Dat wil zeggen dat zij in verhouding staan tot de risico’s die de gemeente loopt. 3. Voorkomen is beter dan genezen. De inzet van beleid en maatregelen is primair gericht op preventie van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen. 4. Beheersingsmaatregelen worden ingezet op basis van een analyse van risico’s en na afweging van de kosten en de baten.

7

5. De beheersingsmaatregelen zijn zowel extern als intern gericht. Intern kijken we naar ons eigen handelen. Extern geldt dat zaken niet de deur uitgaan zonder toetsing aan de geldende wetgeving. 6. Het clusterhoofd van het team waar de betreffende regelingen worden uitgevoerd, is verantwoordelijk voor het nemen van beheersingsmaatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. 7. Na vaststelling van een overtreding wordt de onrechtmatige situatie zo snel mogelijk hersteld en de overtreder zo nodig bestraft (bijv. door intrekking besluit, terugvordering, aangifte).

3.4 Uitvoering van het M&O-beleid Misbruik en oneigenlijk gebruik gaat over het handelen door derden, organisaties of inwoners (extern), maar het is aan ons om in de bedrijfsprocessen te borgen dat misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen wordt. Om uitvoering te geven aan het M&O-beleid, maken we onderscheid tussen zes verschillende processtappen die samen een PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) vormen: 1. Beleidsvoorbereiding: Bij het opstellen van regelingen zorgt de gemeente ervoor dat de kans op misbruik en oneigenlijk gebruik geminimaliseerd wordt. Medewerkers vragen zich daarom zo vroeg mogelijk in het beleidsproces al af of er sprake is van een beleidsterrein dat gevoelig is voor misbruik en oneigenlijk gebruik. In paragraaf 3.5 staan de processen beschreven waar de kans op misbruik en oneigenlijk gebruik aanwezig is. 2. Regelgeving: Regelgeving biedt zo min mogelijk ruimte voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Dit doet de gemeente door in regelgeving heldere definities en een nauwkeurige omschrijving van doel en doelgroepen te geven en door rechten, plichten en voorwaarden op te nemen in de regelgeving. In de regelgeving neemt de gemeente ook op welke maatregelen of sancties er worden toegepast als misbruik of oneigenlijk gebruik geconstateerd wordt. Ook in de beschikkingen vermeldt de gemeente de rechten, plichten, voorwaarden en mogelijke maatregelen of sancties. 3.

Beheersmaatregelen: Misbruik en oneigenlijk gebruik speelt met name bij die activiteiten waarbij de informatie van derden/belanghebbenden van groot belang is voor het verlenen of vaststellen van uitkeringen, subsidies, heffingen, belastingen en vergunningen. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, zijn in de processen preventieve beheersingsmaatregelen genomen om de door derden verstrekte informatie te toetsen op juistheid en volledigheid. Deze maatregelen vinden plaats vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering en zijn daarom preventieve maatregelen. De controles achteraf door Concerncontrol toetsen de werking van deze preventieve maatregelen. 4. Maatregelen en/of sancties: Als bij controles misbruik of oneigenlijk gebruik wordt geconstateerd, dan worden er zo snel mogelijk maatregelen genomen om de onrechtmatige situatie te herstellen. Zo nodig volgt er een sanctie. De norm hierbij is dat tenminste het behaalde voordeel wordt weggenomen. De gemeente vordert bijvoorbeeld te veel betaalde bedragen terug of heft ten onrechte gederfde ontvangsten na. Eventueel kan overwogen worden niet-financiële sancties op te leggen, bijvoorbeeld het ontbinden van een overeenkomst of het intrekken van een erkenning. Afhankelijk van de ernst van de situatie, wordt in voorkomende gevallen aangifte gedaan.

Als er sprake is van een misdrijf, dan wordt er altijd aangifte gedaan. Het clusterhoofd bepaalt dit. 5. Verantwoording: Bij de jaarrekening legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid middels de rechtmatigheidsverantwoording. Verantwoording over misbruik en oneigenlijk gebruik is hier onderdeel van. De raad stelt hierbij de verantwoordingsgrens en de rapporteringsgrens vast. Als er sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik dat de rapporteringsgrens overschrijdt, dan geeft het college in het jaarverslag bij de paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting. 6. Evaluatie: De bevindingen en aanbevelingen die volgen uit de controles van Concerncontrol en de verantwoording in de jaarstukken over onrechtmatigheden vanuit misbruik en oneigenlijk gebruik, gebruiken we (waar nodig) om van te leren en het M&O-beleid verder te verbeteren.

8

3.5 Risicogebieden misbruik en oneigenlijk gebruik Bepaalde regelingen en processen (of onderdelen daarvan) kunnen het risico van misbruik of oneigenlijk gebruik met zich meedragen. Dat is in het bijzonder het geval als er sprake is van afhankelijkheid van gegevens die derden aan de gemeente verstrekken. De hoogte van het risico is afhankelijk van de kans dat het zich voordoet en de (financiële of maatschappelijke) impact die het heeft voor de gemeente. In de volgende processen is de kans op misbruik en oneigenlijk gebruik aanwezig: 1. Betalingsverkeer: Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om voor een (te gunstige) afbetalingsregeling in aanmerking te komen. 2. Gemeentelijke belastingen: Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie indient om voor kwijtschelding of vermindering van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen. 3. Gemeentelijke bijdragen: Het risico dat verbonden partijen cruciale informatie niet (op tijd) kenbaar maken met (grote) gevolgen voor de dienstverlening en/of uitgaven van de gemeente. 4. Grondexploitatie (incl. grondaankoop en -verkoop): Het risico dat derden onjuiste of onvolledige informatie verstrekken om voor grond in aanmerking te komen of dat derden een valse schonegrondverklaring overleggen. 5.

Inkoop en aanbesteding/inhuur personeel/investeringen: Het risico dat er een bestelling wordt geplaatst doordat er onjuiste of onvolledige informatie over bijvoorbeeld de onderneming, het product, de kredietwaardigheid of de leveringsvoorwaarden is verstrekt of dat er facturen naar de gemeente worden gestuurd zonder dat er een prestatie geleverd is. 6. Leerlingenvervoer: Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om voor leerlingenvervoer in aanmerking te komen of waardoor er een te laag eigen bijdrage wordt betaald of dat er te veel ritten of ritten niet conform contractafpraken worden gedeclareerd. 7. Vergunningverlening: Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om voor een vergunning in aanmerking te komen, dan wel door minder/geen leges hoeft te betalen. 8. Parkeeropbrengsten: Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om voor een parkeervergunning of parkeerabonnement in aanmerking te komen. 9. Sociaal domein (WMO/Jeugd): Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om voor een maatwerkvoorziening binnen WMO/Jeugdwet in aanmerking te komen of waardoor er ten onrechte of een te hoge WMO-/Jeugdwet-uitkering wordt toegekend. 10. Uitkeringen: Het risico dat iemand onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om voor een uitkering of bijstand in aanmerking te komen. 11.

Subsidies: Het risico dat iemand subsidie aanvraagt en krijgt, terwijl hij/zij er niet (geheel) recht op heeft, de subsidievoorwaarden niet naleeft of de subsidie voor een ander doel besteedt dan waar het voor is verstrekt. De beheersingsmaatregelen die wij nemen om het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik te verkleinen, zijn zichtbaar in de procesbeschrijvingen per proces. Deze zijn ook zichtbaar in de per proces opgestelde risciomatrix, hier zijn de misbruik en oneigenlijk gebruik risico’s opgenomen met daarbij de beheersingsmaatregelen en/of uitgevoerde controles teneinde het risico te mitigeren. Concerncontrol toetst jaarlijk de opzet, bestaan en werking van interne beheersingsmaatregelen en rapporteert over de uitkomsten naar de clusterhoofden en coördinatoren.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=4d95fa58-76df-4279-8632-cf302a490d06