CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B - Ontwerp-Omgevingsvisie 1.0 NF - met wijzigingen

It Beslút 11 juli 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Noardeast-Fryslân36.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Hoe gaan we het doen? - We voeren Regiodeal ‘de versnellingsagenda’ uit

We werken aan een vitaal platteland Land- en tuinbouw en visserij als belangrijke economische drager Er wordt van boeren en tuinders verwacht dat zij steeds meer inspanningen leveren ten behoeve van natuur, milieu en klimaat. Ons voedsel wordt daardoor steeds duurder. Voedselarmoede mag geen nieuw maatschappelijk probleem worden. We gaan door om onze voedselvoorziening verder te verduurzamen en willen dat gezond voedsel ook in de toekomst betaalbaar blijft. We hebben in onze gemeente een hoogwaardige land- en tuinbouwsector. De landbouw zorgt voor veel werkgelegenheid, de beschikbaarheid van voldoende en betaalbaar voedsel, onderhoud van het landschap en is een belangrijke economische drager zowel direct als indirect. In directe zin door de agrarische productie en de werkgelegenheid in de agrofood sector zelf. Indirect levert toelevering, verwerking en dienstverlening ook veel werkgelegenheid op. Hetzelfde geldt voor de visserijsector die geconcentreerd is in Lauwersoog. Tegelijkertijd hebben we een grote opgave om te komen tot een meer duurzame toekomstbestendige agrarische- en visserijsector. Naast land- en tuinbouw is ook de visserijsector een belangrijke schakel in de voedselvoorzieningsketen en banenmotor voor onze gemeente. De visserij concentreert zich voornamelijk in Lauwersoog.

Naast de vissersvloot zijn op het haventerrein ook verschillende aan de visserij gerelateerde bedrijven te vinden: van visafslag tot scheepsonderdelen en van visrestaurants tot winkels voor de watersport. Met onze steun wordt geïnvesteerd in havenfaciliteiten, verduurzaming van de visserij en visafslag, een Werelderfgoedcentrum Waddenzee en recreatie en toerisme. De ontwikkeling van Lauwersoog valt of staat met de vitaliteit en omvang van de visserijvloot en het in stand houden van gerelateerde economische activiteiten. Gemeente Noardeast-Fryslân wil

52

Omgevingsvisie

bestaande, innovatieve en duurzame ontwikkelingen op visserij-gebied waar mogelijk in stand houden, versterken en faciliteren. Agrariërs zijn belangrijke beheerders van ons landschap We zijn trots op ons aantrekkelijke landelijk gebied. Meer dan 70% van het landschap wordt ingevuld door de landbouwsector. Agrariërs zijn belangrijke beheerders van ons landschap en zij hebben een ‘taak’ om een aantrekkelijk landschap met specifieke natuurkwaliteiten in stand te houden en te ontwikkelen. Voor de inwoners van de gemeente maar ook voor bezoekers/toeristen. Agrarische collectieven, zoals Noardlike Fryske Wâlden en Waadrâne hebben een belangrijke uitvoerende rol bij agrarisch natuurbeheer. Ook behoud van cultureel erfgoed zoals de karakteristieke “pleats”, it boerehiem, de kenmerkende verkavelingspatronen en landschapselementen is bij ontwikkelingen van een divers landschap van belang. Schaalvergroting in de sector leidt tot vrijkomende agrarische gebouwen en erven die opnieuw ingevuld moet worden. We gaan zoeken naar oplossingen om zo veel mogelijk de karakteristieke bebouwing te behouden door invulling met wonen (rood voor rood), agrarische hulpbedrijven, of andere in te passen functies. We zijn voorstander van meervoudig ruimtegebruik. Voorbeelden hiervan zijn de nu al ontwikkelde ganzen-gedooggebieden en weidevogel- kansgebieden.

En de ontwikkelingen om verzilting en bodemdaling tegen te gaan en tegelijkertijd waterberging te faciliteren. Duurzame toekomstbestendige agrarische ontwikkeling De sector heeft te maken met tal van uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming. Met duurzame landbouw wordt gewerkt aan het oplossen van de problemen: het verminderen van milieubelasting en vergroten van landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. De gronden in onze gemeente zijn vruchtbaar en de (zee)lucht fris: de voedselproductie is hoogwaardig en productief. Daarom willen we in ons buitengebied ruim baan geven aan de landbouw. Tegelijkertijd weten we dat monocultuur en de intensieve wijze van grondbewerking op de langere termijn niet houdbaar is. Voor een duurzame toekomstbestendige agrarische ontwikkeling faciliteert de gemeente alternatieven voor de akkerbouw en veehouderij, zoals omschakeling naar natuur inclusief en biologische landbouw. Voldoende beschikbaarheid en betaalbaarheid van gezond en duurzaam geproduceerd voedsel zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Bij deze ontwikkelingen maakt het in beginsel niet uit of deze grootschalig of kleinschalig zijn. Ontwikkelingen zoals opwek en productie van groene energie (onder andere zonnepanelen, windmolens, vergisting), compostering, verwerking van de oogst en/of directe verkoop van producten, vragen ruimte op het erf van de boerderij.

Hierdoor verandert het beeld van het agrarisch functioneren of gaat dit in de toekomst nog veranderen. Maar ook voor ontwikkelingen die niet direct de agrarische productie raken, zoals recreatieve voorzieningen en huisvesting van seizoenarbeiders op het erf wordt ruimte gevraagd. De huisvesting van seizoenarbeiders op eigen erf ten behoeve van het eigen bedrijf moet in verhouding staan tot en passen in de omgeving van het bedrijf. De gemeente faciliteert waar mogelijk en denkt mee door aan te haken in processen die lopen. Ook worden verbindingen gelegd, zoals met de energietransitie en met de recreatiesector. Zo bieden wij ruimte voor verbreding met bijvoorbeeld recreatie en werken wij samen met de agrarische sector bij het inrichten en ecologisch onderhouden van bermen en oevers in het kader van klimaatadaptatie, landschapsbeheer en biodiversiteit. De ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden.

53

Omgevingsvisie

Bodemdaling en verzilting zijn uitdagingen De bodem daalt enerzijds als gevolg van natuurlijke processen en anderzijds als gevolg van delfstofwinning. Het zoutgehalte in de bodem en het oppervlaktewater neemt geleidelijk toe. De verzilting is een specifieke uitdaging voor de landbouw in ons gebied. Er zijn (beperkt) mogelijkheden om de bodemdaling en verzilting tegen te gaan. Bijvoorbeeld door te stoppen met delfstoffenwinning en door het verhogen van het waterpeil. Het aanpassen op de veranderende omstandigheden (adaptatie) vergroot de levensvatbaarheid van agrarische bedrijven. We zijn dan ook voorstander van een tijdige transitie van de landbouw in verziltingsgevoelige gebieden. Dit kan bijvoorbeeld door onderzoek en proeven te doen naar geschikte technieken en gewassen die passen bij de nieuwe omstandigheden. Of door het vergroten van de (lokale) zoetwaterberging of het aanleggen van alternatieve drainagesystemen. Een goede balans tussen voldoende, gezond en betaalbaar voedsel én natuur en landschap vinden wij belangrijk. Een geleidelijke transitie naar een klimaat adaptieve en duurzame landbouwsector met voldoende verdienpotentieel is daarbij essentieel. Dit is geen gemakkelijke opgave, zorgt voor de nodige tegenstellingen en vraagt om zorgvuldige afwegingen. Bewustwording, kennisvergroting, flexibiliteit, onderzoeken en keuzes maken op basis van feiten helpen hierbij.

Ook het verbinden van opgaven en kansen (omgaan met klimaatverandering, verzilting, energietransitie, biodiversiteit, recreatie en meer) is nodig om hier zo goed mogelijk mee om te gaan. Ruimte voor innovatieve landbouw en agrarische experimenten De landbouw in onze gemeente is een hoogtechnologische en innovatieve sector. Daarom bieden we ruimte aan hoogwaardige en innovatieve landbouw en agrarische experimenten passend in de streek en bij het landschap. We streven hierbij naar een duurzame, natuurinclusieve en hoogproductieve voedselproductie. Ofwel: met minder input, een lagere milieubelasting en geschikte innovatieve technologieën, een gezondere bodem en meer biodiversiteit toch een goede productie halen. Daarom stimuleren en faciliteren we slimme landbouw. Dit is een innovatieve vorm van landbouw waar moderne technologieën worden gebruikt om grond- en hulpstoffen, machines en arbeid efficiënter en duurzamer te in te zetten. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld niet kerende grondbewerking, natuurlijke plaagbestrijding, plaatsspecifieke bemesting en bestrijding, data, robotica en mobiele autonome oplossingen wordt de landbouw steeds meer milieuvriendelijk en toekomstbestendig.

De rol van de gemeente is faciliterend De rol van de gemeente in de land- en tuinbouwtransitie is faciliterend: het aanjagen van innovatie, verbinden en koppelen van kansen, samenwerking stimuleren, belanghebbenden bewust maken en subsidies beschikbaar stellen ten behoeve van de transitie. Ook faciliteert de gemeente waar mogelijk gebieds- en sectorgerichte aanpakken, verruimen van regelgeving en denkt (pro)actief mee aan oplossingen voor een toekomstbestendige natuurinclusieve land- en tuinbouw. Om de transitie naar een toekomstbestendige natuurinclusieve land- en tuinbouw te realiseren werken we nauw samen met de sectoren en alle belanghebbenden. In onze gemeente zijn de verbindingen kort en is de communicatie sterk. Daar zetten we als gemeente voortdurend op in: Meiinoar goed buorkje út eigen krêft! In het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) maakt het Rijk bestuurlijke afspraken met de zogenaamde decentrale overheden. Het Wetterskip heeft een Blauwe Omgevingsvisie (BOVI - FryslânKlimaatbestendig2050+) opgesteld en de provincie een Provinciale Omgevingsvisie (POVI)4. Samen met het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG) zijn deze documenten richtinggevend. De gemeente is niet hierin niet leidend, maar zoekt aansluiting bij genoemde Omgevingsvisies en het FPLG. 4 De Provincie herziet momenteel haar Omgevingsvisie

54

Omgevingsvisie

Wat gaan we doen? - Samen met onze partners zorgen we ervoor dat: o de landbouwsector een belangrijke economische en landschappelijke drager blijft o agrarische sector duurzaam en toekomstbestendig wordt - We bieden ruimte aan agrarische bedrijven - We maken herinvulling van vrijkomende agrarische bedrijven mogelijk. Denk aan wonen (rood voor rood), agrarische hulpbedrijven, en andere in te passen functie - We geven ruimte aan energietransitie in de sector, passend bij erf en landschap - We geven ruimte voor verbreding van functies op agrarische bedrijven - We maken tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders op het erf, onder voorwaarden, mogelijk - We ondersteunen de havenfaciliteiten, verduurzaming van de visserij en visafslag Hoe gaan we het doen? - We nemen deel aan de gebiedsprocessen vanuit Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG) - We stellen een Omgevingsprogramma Landbouw op

-

Duurzame ontwikkeling van recreatie en toerisme We zien toerisme en recreatie als middel voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling in onze gemeente. Waar toerisme zich meer richt op bezoekers van buiten de gemeente, is recreatie vooral gericht op mogelijkheden voor ontspanning voor eigen inwoners. De verwachte groei van het toerisme biedt kansen voor werkgelegenheid en inkomsten voor horeca en detailhandel. Toeristen en recreanten zorgen voor levendigheid en maken het mogelijk diverse voorzieningen en historisch of cultureel erfgoed in stand te houden. Op die manier draagt toerisme en recreatie bij aan de leefbaarheid in onze gemeente. Slimme groei, leefbaarheid en trots op de eigen omgeving zijn hierbij de kernbegrippen. Groei van toerisme op basis van draagkracht en draagvlak en bescherming van kwetsbare gebieden We stimuleren duurzame ontwikkeling van toerisme en recreatie in onze gemeente. Dit betekent dat de groei van toerisme en recreatie in balans blijft met wat de leefomgeving aan kan, wat onze inwoners wenselijk en wat bezoekers aantrekkelijk vinden. Een toename van toerisme en recreatie moet een positieve bijdrage leveren aan Brede Welvaart (people), natuur- en cultuurwaarden (planet) en toekomstbestendige banen (purpose). Deze groei mag niet leiden tot overbelasting van de openbare ruimte en overlast voor bewoners.

Dit zien we als 'slimme groei' van toerisme en recreatie. Daarom wegen we bij initiatieven voor verdere groei, naast economische aspecten, ook de draagkracht van de leefomgeving en het draagvlak onder bewoners en ondernemers mee.

55

Omgevingsvisie

In gebieden waar al grootschalige ontwikkeling heeft plaatsgevonden is verdere uitbreiding mogelijk voor middelgrote of grote recreatie-accommodaties. Grootschalige ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in Dokkum en bij het Lauwersmeergebied. In en rond Nationaal Park Lauwersmeer mag dagen verblijfsrecreatie zich verder ontwikkelen, maar wel zonder dat dit nadelige effecten heeft op de natuur(ontwikkeling). Kleinschalige toeristische-recreatieve ontwikkelingen naar aard en schaal zijn overal mogelijk. Kansen daarvoor zien we vooral bij of in Burdaard, Hegebeintum, Holwert, Wierum, Peazens-Moddergat, De Skâns- Oostmahorn en Eastrum en Kollum. Met kleinschalig bedoelen we dat het past in of bij de bestaande bebouwingsstructuur en goed past in het landschap. We zoeken steeds de balans: we willen overlast door bijvoorbeeld te veel recreatieve accommodaties voorkomen. We willen voorkomen dat er spookdorpen ontstaan doordat reguliere woningen enkel voor toeristische verhuur of voor recreatief gebruik worden aangekocht. Dit heeft een contraproductief effect op het behoud van economische en sociale voorzieningen in onze dorpen. Gelet op het karakter, de aard en de historie van de inwoners en het landschap, stimuleren we in het buitengebied vooral toeristisch-recreatieve ontwikkeling met een kleinschalig ruimtebeslag.

Voor bevordering van waterrecreatie willen we, samen met andere partijen, zorgen voor betere bevaarbaarheid van - en recreatieve voorzieningen langs - de opvaarten. Dit staat verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma van de Waterrecreatievisie “Land en water verbonden”. Accommodaties met kleinschalig ruimtebeslag: B&B’s , campings tot 15 plaatsen, aanlegplaatsen voor maximaal 10 boten, groepsaccommodaties en hotels passend bij de bebouwingsstructuur van het dorp. Accommodaties met grootschalig ruimtebeslag: camping met meer dan 100 plaatsen, jachthavens met meer dan 250 ligplaatsen, vakantieparken met meer dan 150 huisjes en hotels met meer dan 50 kamers.

Dagrecreatie We hebben dagrecreatie (activiteiten, evenementen, arrangementen) nodig om meer verblijfsrecreatie te realiseren. Daarom leggen we de nadruk op verbetering van het dagrecreatieve aanbod. Bestaande recreatieve voorzieningen liggen soms ver uit elkaar en het aanbod is relatief eenzijdig. Dit maakt het voor de ondernemers in de verblijfsrecreatie lastig om gasten te verleiden tot een langer verblijf. Daarom willen we het bestaande aanbod beter met elkaar verbinden. Ook is er nog genoeg potentieel en ruimte om nieuw dagrecreatief aanbod te ontwikkelen. We streven daarbij naar meer diversiteit in het aanbod en naar recreatieve voorzieningen die jaarrond kunnen worden gebruikt of bezocht. Met ons beleid sluiten we aan bij de provinciale opgave "Dagrecreatieve Netwerken" Culturele sector De culturele sector heeft een brede rol in de samenleving. De belangrijkste taak van de gemeente op het gebied van cultuur is zorgen voor goede basisvoorzieningen voor alle inwoners. Dat stelt cultuurmakers in staat creatief bezig te zijn en cultuurconsumenten om van cultuur te genieten. Maar de betekenis van cultuur gaat verder. Het verbindt en activeert en kan een cruciale rol spelen bij het realiseren van maatschappelijke en economische doelen.

Een levendige stad, leefbare dorpen en wijken, vitale ouderen, gezonde kinderen en evenwichtige jongeren, interculturele ontmoetingen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat zijn onbereikbaar zonder cultuur. Verblijfsrecreatie De provincie Fryslân heeft in 2019 een uitgebreid onderzoek naar de vitaliteit van de verblijfsrecreatie uitgevoerd. Met de resultaten van dit onderzoek willen we ondernemers in de sector verblijfsrecreatie

56

Omgevingsvisie

stimuleren tot kwaliteitsverbetering. Voor onze gemeente is zodoende een ontwikkelkader voor logiesaccommodaties opgesteld. Bij verdere ontwikkeling van verblijfsrecreatie zijn duurzame bedrijfsvoering, toegankelijkheid en circulair bouwen de uitgangspunten. Toerisme als bron van trots en gastvrijheid De komst van toeristen kan ertoe leiden dat bewoners hun eigen leefomgeving op een andere manier gaan waarderen. Dit gegeven willen we gebruiken om vooral de jongere generatie te interesseren voor de mogelijkheden die de toerisme en recreatiesector biedt. Onze groeiambitie biedt veel ruimte voor ontwikkeling van toeristisch-recreatieve activiteiten en kleinschalige verblijfsaccommodaties. Ook in aanpalende sectoren zoals die van transport, levensmiddelen, horeca biedt dit tal van mogelijkheden voor toelevering en ontwikkeling van streekmerken. We willen zorgen dat het bestaande aanbod van musea en van historisch en cultureel erfgoed meer aansluit op de behoefte en vraag van de hedendaagse toerist en recreant. Dorpen met een bestaand toeristisch-recreatief aanbod krijgen hierin prioriteit.

Evenementen De gemeente Noardeast-Fryslân wil zoveel mogelijk ruimte geven aan evenementen die: • een positief economisch effect hebben voor de dorpen en de stad: het bevorderen van de werkgelegenheid, aantrekken van toerisme, stijging van de omzet van lokale ondernemers, vestiging van bedrijven, leefbaarheid en de gemeente ‘op de kaart’ zetten. Hierbij vindt aansluiting bij de visie Toerisme & Recreatie in Noordoost-Fryslân: • een prettige leefomgeving voor eigen inwoners; evenementen zorgen voor sociale verbinding, ontspanning en creëren een aantrekkelijke woonomgeving: voor zowel in de dorpen als in de stad; • in de gemeente worden enkele grote evenementen georganiseerd met een (boven)regionale aantrekkingskracht en potentieel aantrekkelijk voor toeristen; • een maatschappelijke waarde hebben voor de samenleving en sociale binding bevorderen; een culturele of sportieve meerwaarde leveren. We houden de bedrijven goed bereikbaar en zorgen voor aantrekkelijke recreatieve routes Bereikbaarheid over de weg is voor toeristische voorzieningen cruciaal. Daarom nemen we bij nieuwe (ruimtelijke) plannen en ontwikkelingen de verkeerskundige aspecten in een vroegtijdig stadium mee. Ook zetten we in op voldoende mogelijkheden voor recreatie dichtbij huis. Inwoners van de gemeente moeten voldoende mogelijkheden hebben om te kunnen ontspannen in de eigen omgeving.

Bovendien nodigen toegankelijke en aantrekkelijke recreatieve routes uit tot meer ontspanning en beweging en staan zodoende in relatie tot gezondheid en levendigheid in onze dorpen. De balans tussen druk en draagkracht van de leefomgeving is ook hier cruciaal belangrijk. Daarom zal de De nadruk zal daarom liggen op alternatieve vormen van mobiliteit om de toeristische recreatieve voorzieningen te bereiken en te bezoeken. Wat gaan we doen? Samen met onze partners zorgen we ervoor dat: o de groei van recreatie en toerisme in balans is met wat de leefomgeving aan kan o er een goede balans is tussen woningen en recreatiewoningen o toerisme een positieve bijdrage levert aan brede welvaart en volwaardige banen oplevert o toerisme een positieve invloed heeft op natuur- en cultuurkwaliteiten o het aanbod van musea en cultureel erfgoed aansluit op de behoefte en wensen van de hedendaagse toerist o de bevaarbaarheid van - en recreatieve voorzieningen langs - (op)vaarten verbeteren o we ruimte bieden om het dagrecreatieve aanbod te vergroten en te verbinden o we kwaliteitsverbetering in de verblijfsrecreatie stimuleren en faciliteren o we meer jaarrond voorzieningen mogelijk maken (seizoensverlenging) o we grootschalige ontwikkelingen in Dokkum en bij het Lauwersmeer faciliteren o we faciliteren kleinschalige ontwikkelingen naar aard en schaal

57

Omgevingsvisie

Hoe gaan we het doen? - We faciliteren logiesaccommodaties met een nieuw ontwikkelkader voor verblijfsrecreatie

6.4

Een energieneutrale, klimaatbestendige en biodiverse gemeente

Het klimaat verandert: het wordt warmer, natter, droger en de zeespiegel stijgt. Het KNMI voorspelt dat we te maken krijgen met extremer weer: hittegolven nemen toe, regen- en hagelbuien zijn heviger, er is vaker storm en er zijn langere perioden van droogte. Hierdoor neemt de kans op schade toe. Daarom is het, naast het tegengaan van klimaatverandering (klimaat-mitigatie), belangrijk dat we onze gemeente tijdig aanpassen aan die klimaatverandering (klimaat-adaptatie). Als we de gemeente veilig, gezond, leefbaar en aantrekkelijk willen houden voor toekomstige generaties, moeten we onze leefomgeving zodanig inrichten dat we ons voldoende kunnen weren tegen de weersextremen. Wereldwijd hebben we met elkaar afgesproken dat we in 2030 de CO2-uitstoot met 49% reduceren als tussenstap naar 95% reductie in 2050. In Europa is deze ambitie aangescherpt naar 55% reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. Nederland gaat deze doelen naar verwachting overnemen in de Klimaatwet. Dat betekent dat we in 2050 geen fossiele brandstoffen meer willen gebruiken voor het opwekken van elektriciteit, het verwarmen van alle gebouwen in onze gemeente en voor transport. In plaats daarvan stappen we over naar duurzame energiebronnen, zoals zon, wind en groen gas. Ook Noardeast-Fryslân wil haar bijdrage leveren aan deze energietransitie.

De gemeente heeft de ambitie om in 2030 minimaal 70% van de benodigde elektriciteit op een duurzame wijze op te wekken. Populaties van planten en dieren nemen wereldwijd af. Ook in Nederland. Het landschap en bebouwde omgeving van Noardeast-Fryslân is voor het in stand houden van meerdere soorten van belang. Daarnaast zorgt een grote biodiversiteit voor een robuust ecosysteem. Dit ecosysteem draagt weer aan bij aan klimaatadaptatie, bestuiving van landbouwgewassen en natuurlijke plaagbeheersing. Noardeast-Fryslân wil daarom haar bijdrage leveren aan het versterken van de biodiversiteit; dit is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Energieneutraal via de Trias Energetica

Onderstaande afbeelding is vervangen door een in huisstijl opgemaakte afbeelding

58

Omgevingsvisie

Centraal in onze energietransitie staat de Trias Energetica. Dit is een driestappenstrategie om te komen tot een duurzame energievoorziening. Als eerste stap beperken we de energievraag zoveel mogelijk. Ten tweede gebruiken we zoveel mogelijk duurzame bronnen om aan onze energievraag te voldoen, bijvoorbeeld door zelf elektriciteit op te wekken met zonnepanelen. Als laatste stap zetten we de fossiele brandstoffen die nog nodig zijn, zo efficiënt mogelijk in door gebruik te maken van energiezuinige installaties. Zo brengen we stapsgewijs de CO2-uitstoot verder terug. De energietransitie is niet alleen van de gemeente; de energietransitie is van al onze inwoners en ondernemers. Alleen samen met De Mienskip kunnen we deze transitie doormaken. Gezamenlijk werken we toe naar een haalbare, betaalbare en duurzame energievoorziening in Noardeast-Fryslân. Besparen op energie We willen besparen op zowel het elektriciteit- als aardgasverbruik. Dit kan bijvoorbeeld door de kachel een graad lager te zetten, woningen verder te isoleren en energiezuinigere apparatuur aan te schaffen. De besparing is groot en effectief. Immers wat we niet verbruiken hoeft niet duurzaam te worden geproduceerd op eigen grond en heeft dus ook geen ruimtelijke impact.

Opwek van duurzame energie Om de omgevingskwaliteit en het landschappelijk karakter van onze gemeente zoveel mogelijk te behouden, passen we voor zonne-energie de Zonneladder toe. Allereerst gebruiken we zoveel mogelijk de daken. Als dat niet voldoende oplevert gaan we op zoek naar andere locaties. We passen de zonneparken die nodig zijn zorgvuldig in. De systematiek van de sinnetafels vinden we een goede. Daarnaast zoeken we naar koppelkansen, bijvoorbeeld door ook opgaven voor biodiversiteit en klimaatadaptatie te combineren. Delen van het landelijk gebied die voor natuur en landschap enorm waardevol zijn, sluiten we expliciet uit van zonneparken. Ook stimuleren we dat de Mienskip meeprofiteert van een zonnepark. Zodat de lasten en de lusten van de energietransitie gecombineerd worden. Voor windenergie zetten we in eerste instantie in op kleine windturbines (maximale ashoogte 15 meter) bij boerenerven. Voor het opwaarderen van de bestaande windturbines volgen we het provinciale beleid. Voor duurzame energieprojecten zoeken we met samen met alle (ontwerp-) disciplines naar geschikte plekken in het landschap. Bedrijven krijgen ruimte om elektriciteit te produceren; voor eigen gebruik maar ook voor gezamenlijk gebruik. We stimuleren zo de lokale zelfvoorzienendheid. We hanteren voor de omvang van opwek de volgende uitgangspunten: -

Daken zijn, met uitzondering van de beschermde stad- en dorpsgezichten, monumenten en karakteristieke panden onbeperkt qua opwek van zonne-energie. Bij grondopstelling van zonnepanelen is de omvang gerelateerd aan de energiebehoefte op een bouwperceel of de energiebehoefte van de stad of het dorp (bij grootschalige opwek). Dat zorgt voor ruimtelijke balans en draagvlak. Bij (agrarische) bedrijfslocaties is beperkte overproductie toelaatbaar, zeker als het ten goede komt aan woningen en bedrijven in de buurt.

59

Omgevingsvisie

Energie van de toekomst/ gebruik duurzame energie We erkennen en herkennen de opgave om de productie van hernieuwbare elektriciteit, zoals zon en wind op eigen grondgebied te organiseren. Daarnaast zoeken we naar vervanging van fossiele brandstoffen door groen gas, aquathermie en waterstof. Dit betekent dat de behoefte aan duurzame elektriciteit toeneemt. De inpassing hiervan zal naar aard en schaal moeten plaats vinden en is een ontwerpopgave. De uitdaging van besparing en duurzame opwekking moeten we samen met bedrijven, maatschappelijke partijen en onze inwoners oppakken. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor huishoudens met een laag inkomen. Stap voor stap van het aardgas In Noardeast-Fryslân staan ongeveer 20.600 woningen en 3.300 andere gebouwen. Het gros daarvan wordt nog verwarmd met aardgas. Bij elkaar verbruiken we in de gemeente ruim 49 miljoen kubieke meter aardgas per jaar. Alle bestaande gebouwen moeten uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn. Richting 2050 wordt het aardgas stapsgewijs vervangen door duurzame warmtebronnen. Deze opgave is verder uitgewerkt in de Transitievisie Warmte (TVW). Hierin is in kaart gebracht welke duurzame vormen van warmte mogelijk zijn in onze gemeente en met welke dorpen of wijken we als eerste aan de slag gaan.

Samen met de inwoners stellen we een wijkuitvoeringsplan (WUP) op, waarmee een aanzet wordt gemaakt het betreffende dorp of wijk aardgas vrij te maken. Deze plannen maken we zo concreet mogelijk. Zo weten inwoners waar ze aan toe zijn en netbeheerders kunnen hun investeringsplannen hier op aanpassen. We bieden al onze inwoners nu al een handelingsperspectief, zodat iedereen op eigen tempo de woning kan verduurzamen. De Transitievisie Warmte gaat uit van de Trias Energetica. Allereerst zetten we in op energiebesparende maatregelen. De overstap naar duurzame warmtebronnen, zoals elektrische warmtepompen, maken we zoveel mogelijk op natuurlijke momenten. Zo houden we de transitie haalbaar en betaalbaar. Naast de al bewezen warmtetechnieken onderzoeken we ook andere duurzame bronnen, zoals aquathermie en groengas. Door verschillende technieken toe te passen, werken we aan een robuuste energiemix. Bij de transitie naar aardgasvrij stelt de gemeente zich in eerste instantie op als procesregisseur. Dit houdt in dat we samenwerken met een brede vertegenwoordiging van stakeholders. Hierbij staat draagvlak voorop. Aanpassing energie infrastructuur Het elektriciteitsnetwerk is indertijd aangelegd om de elektriciteit te leveren aan bedrijven en woningen. Inmiddels produceren we ook zelf zonne- en windenergie in onze gemeente, die moet worden teruggeleverd aan het net.

Deze productie van duurzame energie zal in komende jaren alleen

60

Omgevingsvisie

maar toenemen. Ook de vraag naar elektriciteit zal toenemen doordat steeds meer gebouwen verwarmd worden met een (hybride) warmtepomp en doordat we steeds meer elektrisch gaan rijden. We proberen de impact op het elektriciteitsnetwerk zo klein mogelijk te houden door energie slim op te slaan. En door de vraag naar energie te laten sturen door het aanbod (smart grid). Maar uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is ook nodig. Onder de grond door aanleg van dikkere kabels en boven de grond door extra distributiestations en transformatorhuisjes. De gemeente stemt met de netbeheerder af waar de nieuwe distributiestations geplaatst worden. Communicatie en participatie Samen met Friese overheden en maatschappelijke partijen (FEA) zetten we de Mienskip in haar kracht om een bijdrage te leveren aan energietransitie. Ook ondersteunen we energiecoöperaties en andere lokale initiatieven. Daarbij kan het gaan om besparingsacties in het dorp of het gezamenlijk opwekken van duurzame energie op een dak. Bij grootschaligere initiatieven voor de opwek van duurzame energie zorgen we ervoor dat de Mienskip meeprofiteert. Zodat de lusten en de lasten van de energietransitie gecombineerd worden.

Wat gaan we doen? - We zetten in op bewustwording en ondersteunen onze inwoners bij energiebesparing - We stimuleren duurzame bronnen - We gaan stap voor stap van het aardgas af - We faciliteren noodzakelijke aanpassingen in de energie-infrastructuur Hoe gaan we het doen? - We voeren de Transitievisie Warmte uit en actualiseren deze naar een Omgevingsprogramma klimaatmitigatie Warmte. - We ontwikkelen beleid voor opwek zonne-energie in beschermde stads- en dorpsgezichten - We hanteren de Zonneladder

Klimaatadaptatie: Werken aan water(veiligheid) en omgaan met bodemdaling We leven in een kwetsbaar laaggelegen kustgebied. Daarom is het goed om onze leefomgeving zo in te richten dat we voorbereid zijn op mogelijke ingrijpende gevolgen van klimaatverandering in de toekomst. Effecten van klimaatverandering worden in vrijwel alle economische, ecologische en maatschappelijke gebieden voelbaar en zichtbaar. Klimaatadaptatie is een proces waarbij we proberen de fysieke leefomgeving en samenleving aan te passen aan de gevolgen van veranderingen van het klimaat: - Het wordt warmer; - Het wordt natter; - Het wordt droger; - De zeespiegel stijgt. Met tijdige maatregelen willen we de schade die gepaard gaat met de klimaatverandering beperken. In de verstedelijkte gebieden richten we ons op het voorkomen van wateroverlast tijdens extreme buien, op het voorkomen van hittestress in tijden van extreme hitte en het vasthouden van water ten behoeve van lange periodes van droogte. Hier werken we op verschillende manieren aan. Bij herinrichting van de openbare ruimte zoeken we voortdurend naar welke klimaatadaptieve maatregelen er mogelijk zijn, zoals waterdoorlatende verharding, regenwater terugbrengen naar de bodem in plaats van direct naar het riool af te voeren en het aanleggen van meer groen.

Omdat het grootste deel van onze gebouwde omgeving al bestaat en niet in eigendom van de gemeente is, is het nemen van klimaatadaptieve maatregelen een uitdaging. We kunnen aandacht vragen voor het belang

61

Omgevingsvisie

van groene tuinen, en bijvoorbeeld welke maatregelen er in de woning mogelijk zijn. Veel klimaatadaptieve maatregelen kunnen ook een natuurinclusieve maatregel zijn. Voorbeelden zijn een groen dak of gevel, maar ook sloten, poelen, bomen en struweel in de directe omgeving van bebouwing. We streven naar minimaal 30% groen en water bij nieuwbouwplannen en bij herstructureringen zodat we water kunnen vasthouden. Waar sprake is van herontwikkeling of nieuwbouw stellen we klimaatadaptieve-eisen. Bijvoorbeeld gaan we geen grondgebonden woningen meer bouwen in de laagste delen. We stimuleren ontwikkelaars (waaronder wij onszelf ook scharen) om onder andere met groen en water nieuwbouwplannen klimaatbestendig in te richten. Zodanig dat ontwikkelingen nu niet en ook in de toekomst niet leiden tot negatieve gevolgen voor de ontwikkelingen zelf, maar ook niet leiden tot negatieve gevolgen voor haar omgeving (voorkomen van afwenteling), zodanig dat wij invulling geven aan de doelstelling “Water en Bodem sturend” (zie volgende paragraaf). Dit werken we uit in Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. In het buitengebied zorgen we samen met onze partners (Wetterskip Fryslân, Waterschap Noorderzijlvest en provincie Fryslân) voor voldoende zoetwater voor de hoogwaardige landbouw in onze gemeente. Vooral in de verziltingsgevoelige noordelijke kleischil is dit van belang.

Zo gaan we de steeds vaker voorkomende droogte te lijf. Het behoud van een goed watersysteem gaat eveneens verzilting tegen. We revitaliseren daarom de opvaarten en het behouden zoveel mogelijk het bestaande slotenpatroon. Dit is niet alleen goed voor meer opslag van zoet water en daarmee goed voor de landbouw, maar ook voor de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit. Hierdoor ontstaan er kansen voor de recreatie doordat de historische opvaarten weer bruikbaar worden als vaarverbinding voor de kleine waterrecreatie (suppen, sloepen). Om overstromingen in de laagstgelegen gebieden te voorkomen, houden we in de omliggende gebieden het water beter vast. We gaan op een verstandige manier om met de bodemdaling in het gebied rond Mitselwier en Eanjum. Veel maatregelen voor klimaatadaptatie in het landelijk gebied worden uitgevoerd door de provinsje Fryslân en/of Wetterskip Fryslân. Als gemeente hebben we daar beperkt invloed op. Gemeente voert klimaatadpatieve maatregelen uit in het openbare gebied binnen de bebouwde kom. Wij stimuleren onze inwoners klimaatadaptieve maatregelen te nemen op hun eigen terrein. Toch zullen we ook sociale veerkracht nodig hebben. De hevige buien en hete, droge periodes zullen nooit helemaal door technische maatregelen opgevangen kunnen worden zonder merkbare gevolgen. Acceptatie van wateroverlast en droogte is nodig.

Water en bodem sturend Water en bodem zijn van grote invloed op ons dagelijks leven. De bodem biedt stevigheid, als fundament voor onze wegen en huizen. Een te natte of te drodge bodem geeft lagere opbrengsten of brengt schade aan de natuur en mogelijk funderingen van woningen. Elk stukje bodem en oppervlaktewater in onze gemeente is in gebruik, soms voor vele doeleinden tegelijk. Ook onder de grond is het een drukte van jewelste. Buizen, pijpen, kabels, winning van grondstoffen. Op die bodem moeten we zuinig zijn. In het nog niet eens zo hele lang geleden verleden konden wij mensen water en bodem naar onze hand zetten door het nemen van maatregelen. We zijn echter doorgeschoten in de maakbaarheid van onze omgeving. Bodemdaling en lage grondwaterstanden zorgen voor veel schade aan funderingen van gebouwen, extra onderhoud aan wegen. Het voortbestaan van planten- en diersoorten staat onder druk. De kwaliteit en beschikbaarheid van water en bodem hebben grote invloed op landbouw, energievoorziening, industrie en natuur. Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem, voldoende en schoon water.

62

Omgevingsvisie

Wat gaan we doen? - We stimuleren water vasthouden en zoetwater beschikbaar houden in landelijk gebied; - We verlenen medewerking aan het zoeken/aanwijzen/inrichten naar overloopgebieden en natte natuur; - We behouden en versterken bestaande groene en blauwe structuren en elementen; - We stimuleren waterberging in de opvaarten in combinatie met meer biodiversiteit en mogelijkheden voor (vaar)recreatie; - We blijven tegen het winnen van aardgas in onze gemeente; - We behouden stedelijk groen en het bestaande groen richten we klimaatadaptief en biodivers in; - Straten richten we klimaatrobuustadaptief in; bij herinrichting van straten houden we expliciet rekening met de klimaatverandering; - We stimuleren ontwikkelaars om in het totale plangebied minimaal 30% groen en water te realiseren bij nieuwbouwplannen We stimuleren ontwikkelaars (waaronder wij onszelf ook scharen) om onder andere met groen en water nieuwbouwplannen klimaatbestendig in te richten; - Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met klimaatverandering en moet de ontwikkelaar laten zien hoe hiermee rekening gehouden is; - We stimuleren inwoners op eigen terrein meer water vast te houden en/of groen aan te leggen om zo wateroverlast en/of hittestress te voorkomen.

Hoe gaan we het doen? - We stellen een Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie op; - We voeren het Gemeentelijk rioleringsplan uit; - We werken samen met provincie en Wetterskip Fryslân aan het nemen van klimaatadaptieve maatregelen; - We gaan actief met onze inwoners communiceren over het nemen van maatregelen op eigen terrein.

Een biodiverse gemeente Wij willen met zorg omgaan met de bijzondere ecologische en landschappelijke kwaliteiten van onze stad, dorpen en buitengebied. Een gevarieerd landschap draagt bij aan biodiversiteitsherstel en daarmee aan het in stand houden van ecosystemen en aan een aantrekkelijk buitengebied. Natuuren dierenwelzijn is van belang, ook voor onze inwoners. Bij ontwikkelingen binnen onze gemeente nemen wij dierenwelzijn mee als belang. Onze gemeente heeft een tweetal gemeente- en provincieoverstijgende grote en belangrijke natuurgebieden: de Waddenzee en het Lauwersmeer. Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) loopt via deze natuurgebieden en via het Dokkumer Grutdjip en de Aldswemmer naar andere gemeenten. Het Rijk is voor het Waddengebied en de provincies Groningen en Fryslân zijn voor het Lauwersmeer verantwoordelijk voor het beleid en beheer. Provincie Fryslân voor het NNN. Daarnaast zijn er nog

63

Omgevingsvisie

een paar natuurgebieden binnen onze grenzen waar diverse natuurorganisaties beheerder/eigenaar van zijn. In al deze gebieden staat het belang van natuur voorop. Hoewel de gemeentelijke invloed hier beperkt is, herbergen de natuurgebieden een aanzienlijk deel van onze kernkwaliteiten. Ze zijn van belang bij de opgaven rond klimaatadaptatie. De gemeente zoekt de samenwerking met de natuurbeheerders op om te zorgen dat de wederzijdse inspanningen voor landschap, natuur en klimaatadaptatie elkaar versterken. Onze gemeente heeft ook veel groene en blauwe structuren en (landschaps-) elementen. Dit zijn hotspots van biodiversiteit. Denk hierbij aan de opvaarten, maar ook aan de bermen van wegen. Ook in de dorpen en steden is veel natuur te vinden. Dit zijn de plekken waar we als gemeente wel invloed op hebben en maatregelen kunnen nemen. Versterking van de biodiversiteit Versterken van biodiversiteit draait om een aantal zaken: - Aansluiten bij het landschap, - Vergroten van de variatie, op allerlei schaalniveaus, - Vergroten van leefgebied van soorten, - Verbinden van leefgebieden van soorten, dus bijdragen aan de vorming van een netwerk, - Duurzaamheid: soorten voldoende ruimte en tijd bieden om hun levenscyclus te voltooien en vooral inzetten op maatregelen die langere tijd zijn vol te houden.

Versterken van biodiversiteit is ook belangrijk in gebieden die in eerste instantie misschien niet als natuur zijn aangemerkt. Dit doen we door verbindingen te leggen tussen landbouw, stedelijke en natuurlijke gebieden. Omdat we veel landbouwgronden hebben binnen de gemeente kunnen de agrarische bedrijven ook een belangrijke bijdrage leveren aan behoud en versterken van biodiversiteit. Behoud en verbinding hotspots en groene en blauwe structuren We behouden en versterken de delen van het landelijke Natuurnetwerk Nederland (NNN) in onze gemeente, inclusief het medegebruik door landbouw, recreatie en toerisme. Daarnaast zorgen we (samen met Wetterskip Fryslân) voor een groenblauwe dooradering via de belangrijkste waterwegen en (op)vaarten. We zetten in op het behoud van groene en blauwe ‘hotspots’ (=compacte en losliggende gebiedjes met een hoge biodiversiteit) en versterken verbindingen hiertussen. Een goede verbinding met de bebouwde omgeving is hierbij essentieel voor soorten die in en rond bebouwing leven. Talrijke verbindingen tezamen vormen een robuust groenblauw netwerk; een gemeentelijk natuurnetwerk. We werken toe naar een natuurinclusief landschap met een grote biodiversiteit Landschappen worden steeds eentoniger en de biodiversiteit daarin neemt af.

Omdat het belangrijk is voor de biodiversiteit, streven we naar het behoud van natuurgebieden en landschapselementen, zoals laanstructuren, houtwallen en waterelementen. We werken daarvoor samen met de terreinbeherende organisaties en boeren die agrarisch natuurbeheer toepassen. In onze gemeente wisselen verschillende landschapstypen elkaar af, zoals kwelders, coulisselandschap en open kleilandschappen. Deze hebben alle hun eigen natuurlijke kwaliteiten en kenmerkende biodiversiteit (doelsoorten en begeleidende soorten). Bij ontwikkelingen worden deze natuurlijke kwaliteiten zoveel mogelijk behouden en het liefst versterkt. In de landschapsbiografie en digitale landschapsatlas staan de landschapstypen en bijbehorende landschapskenmerken en structuren en elementen verder toegelicht. We zoeken naar mogelijkheden om natuur te herstellen en nieuwe landschapselementen aan te leggen. De verbindingen tussen de verschillende elementen zijn hierbij essentieel voor de natuur. Inzet op natuurinclusieve landbouw, natuurinclusief bouwen en renoveren, natuurinclusieve gebiedsinrichting én beheer is belangrijk om van Noardeast-Fryslân een biodiverse gemeente te maken.

64

Omgevingsvisie

Natuur in de gebouwde omgeving versterken Gebouwen zijn belangrijk voor beschermde diersoorten zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen en dragen bij aan een gezond ecosysteem van de bebouwde omgeving, maar ook als onderdeel van het landelijk gebied. Wat gaan we doen? - We zetten in op behoud en versterking van groene en blauwe (landschaps)structuren, elementen en hotspots, zowel binnenstedelijk als in het buitengebied - We realiseren verbindingen tussen de verschillende hotspots onderling, en naar meer bebouwde gebieden en het NNN - We stimuleren natuur-inclusieve landbouw met groene erven - We zetten in op natuurinclusief bouwen en renoveren

Hoe gaan we het doen? - In ons Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie werken we ook het onderwerp biodiversiteit uit. - We stellen een monumentale bomenlijst op en introduceren in samenhang daarmee een kapvergunning - We passen ecologisch beheer toe met o.a. natuurvriendelijke oevers en bermen en vergroten diversiteit soorten beplanting daarmee de diversiteit en soortenrijkdom. - We passen natuurinclusieve gebiedsinrichting toe (zowel bestaand gebied, bijv. via herstructurering, als nieuwe gebieden, zoals nieuwe woonwijken); - We passen natuurinclusieve gebiedsinrichting toe (zowel bestaand gebied, bijv. via herstructurering, als nieuwe gebieden, zoals nieuwe woonwijken) - We voeren het Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân uit - Bij ruimtelijke ingrepen nemen we zo vaak mogelijk compenserende en of verzachtende maatregelen, om schade aan planten en dieren te voorkomen of te beperken

Circulariteit In een circulaire economie worden spullen die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo hebben we minder of geen nieuwe grondstoffen uit de aarde nodig. Daarom wil het kabinet dat de economie in 2050 volledig circulair is. In een circulaire economie worden vrijwel alle producten steeds opnieuw gebruikt. Als een product kapot is, wordt dit gerepareerd. En als dat niet meer kan, dan worden er nieuwe producten van gemaakt. In een circulaire economie is afval de nieuwe grondstof. Wij hebben ons in ons grondstoffenplan aan deze ambitieuze doelstelling geconformeerd. De gemeente Noardeast-Fryslân is evenals alle Friese gemeenten, sinds 2019 lid van Vereniging Circulair Friesland.

65

Omgevingsvisie

De ambitie is dat Fryslân in 2025 de meest circulaire regio van Europa is. Daarnaast is onze gemeentelijke ambitie dat in 2025 50% 25% van onze opdrachten circulair uitgevraagd wordt.

Afbeelding circulaire economie

Om te komen tot een volledig circulaire economie, werken we samen met het Friese afvalbedrijf Omrin aan het sluiten van ketens. Door inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval volgens het concept “bronscheiden waar het kan, nascheiden waar het moet” winnen we zoveel mogelijk grondstoffen terug uit het huishoudelijk afval. Wij stimuleren onze inwoners om zoveel mogelijk afval (grondstoffen) te scheiden. Tegelijkertijd optimaliseert Omrin het nascheidingspoces, waarbij achteraf grondstoffen uit het huishoudelijk afval worden gehaald. Om volledig circulair te worden moeten nog flinke stappen worden gezet, niet alleen in de afvalfase, maar in de gehele keten. Zo moeten makers van producten bij het ontwerp al rekening houden met hergebruik. Door het invoeren van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV), waarbij producenten ook verantwoordelijk blijven voor hun producten in de afvalfase, worden producenten hiertoe gestimuleerd. Wat gaan we doen? - We zetten in op bronscheiden waar het kan, nascheiden waar het moet - We werken we samen met het Friese afvalbedrijf Omrin aan het sluiten van ketens

Hoe gaan we het doen? - We stimuleren onze inwoners om zoveel mogelijk afval (grondstoffen) te scheiden

66

7

Uitwerking per deelgebied

Omgevingsvisie

67

7

Omgevingsvisie

UITWERKING PER DEELGEBIED In de voorgaande hoofdstukken zijn de belangrijkste kwaliteiten, trends en ontwikkelrichtingen beschreven. In hoofdstuk 5 staat deze kern van de Omgevingsvisie kort samengevat. Tot nu toe hebben we in de Omgevingsvisie het steeds over de gemeente ‘in het algemeen’. We beschrijven wat de (integrale) doelen zijn en we beschrijven wat we gaan doen om de doelen te bereiken. Tegelijkertijd weten we dat niet elk gebied in de gemeente hetzelfde is. Het buitengebied is totaal anders dan de binnenstad van Dokkum, en de dorpen zijn totaal anders dan de bedrijventerreinen. Daarom hebben we in dit hoofdstuk voor diverse typen gebieden en kernen een nadere uitwerking gemaakt. De specifieke kwaliteiten, opgaven en uitgangspunten ambities voor de verschillende gebieden beschrijven we. Dit hoofdstuk moet worden gelezen als een verfijning van de doelen en opgaven uit de voorgaande hoofdstukken. Let wel dat het nog steeds algemene ambities zijn. Het gaat hier niet om specifieke gevallen opgaven. We hebben vijf hoofdgebiedstypen onderscheiden: het buitengebied, natuurgebieden, regiostad Dokkum, voorzieningenkern Kollum en de dorpen. Binnen Dokkum, Kollum en de dorpen is nog een nadere onderverdeling gemaakt: de woonwijken, centrumgebied, gemengd gebied en bedrijventerreinen.

In Dokkum en Kollum kennen we ook nog het gebiedstype ‘transformatiegebied’: gebieden die in de toekomst een heel andere functie krijgen dan nu (bijvoorbeeld de Prins-locatie in Dokkum). In de toekomst kan deze categorie ook op andere locaties voorkomen en worden toegepast. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. Dit doen we aan de hand van 'mengpanelen'. Deze gaan uit van bronnen in het betreffende gebied. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij de ‘standaard’. In bepaalde gebiedstypen willen we verkennen of er mogelijkheden zijn om een hogere ambitie te hebben of juist meer ruimte te geven, waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren verbeteren of juist op onderdelen de grens opzoeken om ontwikkelingen mogelijk te maken. Het kwaliteitsniveau biedt De mengpanelen geven een globale ambitie voor het gehele deelgebied, maar is zijn niet specifiek bindend per locatie. Zo kan het zijn dat een ontwikkeling ondanks een andere ambitie toch doorgang vindt, omdat we in de totale afweging de ontwikkeling gewenst vinden. Dit onderbouwen we dan goed. Omdat we een agrarische gemeente zijn, zullen dergelijke gevallen vooral voorkomen bij agrarische ontwikkelingen, of ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven. Dit hoofdstuk bestaat uit 5 deelgebieden.

Per deelgebied: - benoemen we eerst de kwaliteiten, - vervolgens beschrijven we de kernopgaven - en als laatste geven we uitgangspunten ambities voor gezondheid, milieu en veiligheid.

68

Omgevingsvisie

7.1

Het Buitengebied

7.1.1

Kwaliteiten buitengebied Hoogwaardige voedselproductie en hoge kwaliteit van grond ten behoeve van agrarisch gebruik Noardeast-Fryslân bestaat voor het grootste deel uit landbouwgronden. In de noordelijke kleischil op de kwelderwal worden voornamelijk pootaardappelen geteeld, vooral voor de export. Op de kweldervlakte en op de zandgronden zien we vooral veeteelt. Onze agrarische producten zijn van hoge kwaliteit, en van grote betekenis op wereldschaal. Dit komt door de goede omstandigheden. We hebben een goede agrarische infrastructuur en een vruchtbare bodem. Hiermee samenhangend is van oudsher de agrofood sector erg belangrijk in Fryslân.

Ons buitengebied is vooral agrarisch in gebruik. Daarnaast heeft het buitengebied belangrijke andere functies: er wonen mensen, recreatie en toerisme wordt steeds belangrijker het biedt mogelijkheden voor recreatie, we zoeken naar ruimte voor de energietransitie. In het buitengebied zijn veel landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren die waardevol zijn, ook voor de biodiversiteit. Op de kwelderwal aan de noordkant van de gemeente, bevindt zich met name akkerbouw. Iets zuidelijker, daar waar de kleigronden zwaarder zijn, zijn er vooral weilanden met veeteelt. Nog iets verder naar het zuiden zijn er de weilanden omgeven door elzensingels, waar ook met name veeteelt plaatsvindt. En tot slot is er een klein stukje veenweide gebied. Uit dit korte stukje tekst blijkt al de innige relatie tussen het gebruik en de onderliggende bodem: de bodem maakt bepaald gebruik mogelijk.

Agrarisch landschap met de vele landschappelijke, cultuurhistorische en biodiverse structuren en elementen Het agrarisch gebruik bepaalt al eeuwen hoe ons buitengebied eruit ziet. Dit geldt zowel voor de open klei- en veenweide landschappen als de besloten wouden. In de loop van de eeuwen is het landschap voortdurend aan verandering onderhevig, geleidelijk, soms abrupt. Steeds zijn er nieuwe ontwikkelingen die hun sporen nalaten. Tegelijkertijd zijn er vele oude landschappelijke, cultuurhistorische en biodiverse structuren en elementen die het landschap kwaliteit geven. Noardeast-Fryslân heeft een rijk landschap met veel waardevolle landschappelijke, cultuur-historische en biodiverse structuren en elementen. Elk landschapstype heeft zijn eigen karakteristiek en kenmerken. Ze dragen bij aan de verschillende identiteiten binnen onze gemeente en zijn basis voor het gebruik van het landschap en de verscheidenheid in biodiversiteit. Voor een uitvoerige beschrijving van het ontstaan van het landschap, de verschillende landschapstypen, de bijbehorende karakteristieken en landschappelijke kwaliteiten verwijzen we naar onze landschapsbiografie. In onze digitale landschapsatlas is op kaart na te zoeken waar welke karakteristieken en kwaliteiten te vinden zijn. Rust Door de decentrale ligging en door een relatief lage bevolkingsdichtheid is het er rustig.

Af en toe zijn de agrariërs bezig met het bewerken van het land en rondom (hoofd)wegen is er meer geluid. Maar verder is het hier rustig. Dat is een absolute topkwaliteit van ons buitengebied. Ruimte, weidsheid Door het agrarisch gebruik en de ondergrond (klei) is het grootste deel van ons buitengebied open. Je hebt prachtig uitzicht en veel ruimte voor jezelf. Beslotenheid

69

Omgevingsvisie

In het woudengebied is de beslotenheid van het landsschap door de elzensingels een topkwaliteit. Verspreide bebouwing: boerenerven, losliggende woningen en kleine buurtschappen Het grootste deel van het buitengebied is agrarisch in gebruik en een van de belangrijkste karakteristieken zijn dan ook de boerenerven. Daarnaast zijn er ook veel losliggende woningen en kleine buurtschappen te vinden. Vaak is de locatie van de woningen en buurtschappen vanuit de geschiedenis te verklaren. Voorbeelden zijn arbeiderswonignen bij een boerderij, woningen op overhoeken na de ruilverkaveling, etc. Buurtschappen ontstonden vaak ook op logische plekken in het landschap, zoals bij een boerderij of bij een sluis (in geval van Ezumazijl bijvoorbeeld). Vrijwel alle boerenerven, losliggende woningen en kleine buurtschappen zijn beeldbepalend in de open weidsheid. Met name hier vind je bebouwing en beplanting in een verder open landschap.

70

Omgevingsvisie

Landschappelijke karakteristiek op hoofdlijnen De bodem in onze gemeente gaat van noord naar zuid over van zeeklei via klei-op-veen naar (voormalig) veen en zand. Dit zie je terug in de diverse, karakteristieke landschapstypen. In het kort: het noordelijke kleigebied is open en weids, het zuidelijke zand/veengebied kenmerkt zich door een meer besloten coulisselandschap met elzensingels en houtwallen maar ook door de open veenweidegebieden. De overgangen tussen de verschillende landschapstypen zijn goed zichtbaar. Het grootste gedeelte van de gemeente bestaat uit kleigebied. Belangrijke kenmerken van dit landschap zijn de vele kreken, slenken en vaarten. Deze hebben een grote invloed gehad op het ontstaan van de waddenkust en zijn nog altijd goed zichtbaar in het landschap. Van deze waterlopen was de Peazens de belangrijkste. In het oog springend zijn de zeedijken. Sommige hebben hun waterkerende functie verloren, maar de zeedijk scheidt nog steeds de Waddenzee van het achterliggende landschap. Aan de buitenzijde van de dijk liggen de zee en de kwelders. Bij eb vallen grote delen van de Waddenzee droog, bij vloed komt het water op enkele plekken tot aan de zeedijk. Aan de binnenzijde van de zeedijk ligt het open kleilandschap. Van west naar oost loopt een brede kwelderwal. Hier is de bodem wat “zavelig”.

Dat zie je ook terug in het grondgebruik: veel akkerbouw vanwege de vruchtbaarheid en goede structuur van de bodem. Het landschap kenmerkt zich door een blokkige verkaveling. De terpdorpen liggen in “rijen” op de kwelderwallen. Sporadisch komen andere typen dorpen voor, zoals dijkdorpen (Peazens en Moddergat) en schansdorp (Oostmahorn). Samen met de verspreid liggende boerderijen zijn de dorpen met hun gebouwen en beplanting de enige opgaande elementen in het landschap, wat verder weids en open is. Iets verder naar het zuiden vind je van oudsher vooral weides. Dit komt doordat de bodem hier compacter is en bestaat uit zware kleigrond, waardoor het bewerken van de bodem zwaar is. De verkaveling is grilliger, nog steeds blokkig. Er liggen maar weinig en vooral kleinere dorpen in dit gebied. Het is erg open, vrijwel geen beplanting. Kenmerkend voor het kleigebied is het microreliëf, zoals kruinige percelen, terpen en greppeltjesland. Het gebied westelijk en zuidelijk van Kollum wordt gerekend tot het (voormalig) veengebied. Het is onderdeel van de Noardlike Fryske Wâlden. Vanuit het vroegere veengebied, liepen veenriviertjes richting de zee. De Ryd is een voorbeeld van zo’n veenrivier die nog steeds aanwezig is in het landschap. Het veen is vaak vanuit deze riviertjes ontgonnen.

Dit is nog te zien aan de richting van de opstrekkende verkaveling en de nederzettingen die zich verplaatsen met de ontginningen en uiteindelijk op hun huidige plaats terecht zijn gekomen. De elzensingels en dykswâlen zijn na de ontginning van het veen ontstaan. De zandgronden die overbleven na de veenontginningen, waren niet voedselrijk. Dit is ook te zien aan de relatief kleine boerderijen: de typische woudboerderijtjes. De meeste dorpen zijn wegdorpen die in oost-westrichting op de dekzandruggen liggen.

71 7.1.2

Omgevingsvisie

Kernopgaven Buitengebied waar het prettig wonen en leven is Het buitengebied is vooral agrarisch gebied. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Zie ook paragraaf 6.3. Hier liggen vooral agrarische bedrijven, kleine buurtschappen en vrijliggende woningen. We willen geen nieuwe (losse) woningen toevoegen in het buitengebied, behalve grenzend aan de bebouwde kom, op vrijkomende agrarische percelen (rood voor rood) of op bijzondere locaties (bijvoorbeeld industrieel erfgoed). In het buitengebied wonen inwoners verspreid. Dat betekent ook dat voorzieningen op grotere afstand liggen dan in de dorpen en stad. De inwoners zijn dan aangewezen op de buurdorpen of Dokkum (zorgvoorzieningen, winkels, scholen voor voortgezet onderwijs). Goede bereikbaarheid met de auto, fiets of met openbaar vervoer is dan belangrijk. Ook is digitale bereikbaarheid essentieel voor bedrijven en thuiswerken in het buitengebied. Verkeersveiligheid Dit staat staat hoog op de agenda bij de inwoners. Op meerdere routes in het buitengebied is sprake van (te) hoge rijsnelheden en zijn er risico’s tussen bijvoorbeeld zwaar landbouwverkeer en de (kwetsbare) fietser. We zetten met maatregelen in op het beperken van deze risico’s. We stimuleren het gebruik van de fiets en verbeteren het fietsnetwerk. Er komen hoofdroutes tussen de grotere kernen met HUB’s als overstappunten tussen fiets en bus.

De fietsroutes langs De Dokkumer Ie en het Dokkumer Grutdjip richten we in als recreatief aantrekkelijke routes. Daarnaast verbeteren we indien nodig lokale fietsroutes. Met het oog op veiligheid kunnen belangrijke fietsroutes verlicht worden. Dat combineert minder goed met de kwaliteit donkerte (Dark Sky) en vraagt om nader onderzoek. Er zijn weinig openbaar vervoer verbindingen op het platteland. Ook daarom is een goede aansluiting van overstappunten (HUB’s) is belangrijk. In het Omgevingsprogramma Mobiliteit werken we genoemde aandachtspunten verder uit. Bereikbaarheid: veerverbinding Ameland De veerverbinding naar Ameland staat onder druk. Door natuurlijke processen als eb en vloed, wind en stromingen, vindt in de vaargeul ophoping plaats van zand en slib. Rijkswaterstaat onderzoekt twee oplossingsrichtingen. Blijft de veerdam in Holwert? Of gaat hij toch naar Ferwert? We weten het nog niet. Hoe de keuze ook uitvalt, we werken aan goede routes naar de veerdam en goede parkeervoorzieningen voor de eilandgangers als onderdeel van een gebiedsproces. Hierbij willen we niet alleen de lasten (van bijvoorbeeld veel autoverkeer en grote parkeerterreinen in ons landschap) dragen, maar we willen er ook wat aan overhouden voor de mienskip en het landschap ter plaatse. Omgevingskwaliteit, landschap en erfgoed Elk landschapstype heeft zijn eigen karakteristiek en kenmerken.

Die verschillende karakteristieken willen we in stand houden. Ze dragen namelijk bij aan de verschillende identiteiten binnen onze gemeente en zijn basis voor het gebruik van het landschap en de verscheidenheid in biodiversiteit. Binnen de verschillende landschapstypen zijn vele oude landschappelijke, cultuurhistorische en biodiverse structuren en elementen. Deze structuren en elementen willen we behouden en versterken. Dit betekent dat we goed in beeld brengen welke kwaliteiten waar aanwezig zijn. Voor archeologie is de provincie leidend. De gemeente heeft vele archeologische rijksmonumenten. Er zijn veel koppelkansen te vinden tussen landschappelijke kwaliteiten, de cultuurhistorische elementen aan de ene kant en de transititie van de landbouw, vergroten van biodiversiteit,

72

Omgevingsvisie

klimaatopgaven, etc aan de andere kant. Een mooi voorbeeld is dat de meeste landschapselementen en structuren ook bijdragen aan de biodiversiteit. Laten we de koppelkansen opzoeken en benutten! Gezonde en vitale mensen in een gezonde en veilige leefomgeving Het buitengebied is ook de ‘recreatieve buitenruimte’ voor de onze inwoners van de dorpen en stad. Het bebouwde gebied en het buitengebied vullen elkaar zo aan. Eerder (in hoofdstuk 6) noemden we al de relatie tussen recreatie dichtbij huis en gezondheid. Omdat in het buitengebied wonen, recreëren en agrarische activiteiten naast elkaar plaatsvinden is specifieke aandacht voor de milieueffecten van belang voor de gezondheid en veiligheid (zie paragraaf 7.1.3). Omdat de afstanden naar voorzieningen groter zijn is men misschien eerder geneigd de auto te nemen. We stimuleren daarom met het oog op de gezondheid het gebruik van de (elektrische) fiets, al dan niet elektrisch. Een gezonde economische structuur en toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid Er is ruimte voor bedrijvigheid in het buitengebied. Het gaat voornamelijk om agrarische en daarmee verbonden bedrijven (toelevering, verwerking en dienstverlening). Ontwikkelingen in de landbouwsector kunnen leiden tot vrijkomen van agrarische bebouwing. We faciliteren herinvulling met een passende functie. We stimuleren duurzame ontwikkeling van toerisme en recreatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=8e95ae96-6d24-4b23-8b7f-70f796d0f39e