Bijlage - Advies Participatieraad visie sociaal domein
Tekst van het document
Blz Origineel 2 Friezen staan bovenaan de lijst van gelukkigste mensen van Nederland en ervaren hun gezondheid als positief1, ondanks de cijfers zoals relatief lage sociaaleconomische status (SES), lager opleidingsniveau en hoge vergrijzing. Deze factoren lijken normaliter te drukken op het gevoel van geluk, maar het gemeenschapsgevoel “Mienskip” is hoger dan in de rest van Nederland. Ook is Friesland de minst bebouwde provincie van Nederland en is er dus meer groen. Dit draagt volgens het Fries Sociaal Planbureau positief bij aan het geluksgevoel, het ‘welzijn’ van de Friezen 5 De 7 speerpunten 1. Alle inwoners staan centraal. 2. Iedereen kan meedoen. 3. Preventie aan de voorkant en dichtbij de burger. 4. Eigen kracht is de basis. 5. We zorgen voor mensen in kwetsbare situaties. 6. Integrale benadering: één gezin/cliënt, één aanpak, één regisseur en (waar mogelijk), één budget. 7. Gemeente voert regie en stuurt op resultaten
Opmerking Welke mens visie staat achter deze opmerking?
6
Deze punten woorden al sinds de invoering van de WMO 2007 al genoemd waarom slaagt een gemeentelijke organisatie met gemotiveerde ambtenaren er niet dit als verbeterpunt af te vinken. Welke analyse is er dat dit 15 jaarlang nog steeds de zelfde verbeterpunten zijn.
Speerpunt 1: Alle inwoners staan centraal Lessen Een verbeterpunt is: • het reduceren van de bureaucratie. • De tijd van het aanvragen tot het beschikbaar stellen van ondersteuning moet verkort worden en de aanvraagprocedure kan eenvoudiger. • Een ander verbeterpunt is dat er een groter beroep gedaan moet worden op de zelfredzaamheid van inwoners. • Inwoners verbinden met de juiste voorliggende voorzieningen, zodat de vragen laagdrempelig en lokaal opgelost worden
Laag opgeleid en oud toch gelukkig wordt beoordeeld van uit een visie op de mens welke staat hierachter? Website Noordoosthelpt, wordt niet genoemd
Opmerking College In dit visiedocument wordt gerefereerd aan een onderzoek, uitgevoerd door het Fries Sociaal Planbureau. Dit onderzoek is niet gestart of opgezet vanuit een bepaalde mensvisie. Het is de conclusie van het Fries Sociaal Planbureau na afronding van het onderzoek. De website Noordoosthelp.nl is niet meer actief. De informatie voor inwoners is verplaatst naar de gemeentelijke website. Een dergelijk instrument draagt bij aan een doelstelling of speerpunt, maar wordt niet specifiek zo genoemd. Vele instrumenten dragen bij aan de genoemde speerpunten. Het voert te ver om die allemaal te benoemen in dit visiedocument.
U heeft hier zeker een punt. Dit is eveneens de mening van de ambtelijke organisatie. Deze levert al jaren inspanning om de bureaucratie te beperken. Echter wet – en regelgeving, rechtmatige verantwoording (accountant), AVG en jurisprudentie maken dat dit een continue uitdaging en opgave is. En daarmee wordt de vereenvoudiging van o.a. een aanvraagprocedure vaak teniet gedaan.
7
7
•
zonder dat het een maatwerkvoorziening vereist. Dit brengt met zich mee dat we moeten blijven investeren in deze voorliggende voorzieningen.
Advies: Analyse van drempels over de laatste 15 jaar, bij concept-nota duidelijke weergave van historie tot lering.
Om de aankomende jaren verder aan dit speerpunt te werken, is het proces gestart om te komen tot een inclusieagenda. De aanpak om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen is wel succesvol. Ook onderzoeken we hoe we financiële drempels kunnen wegnemen voor inwoners met een smalle beurs. Absoluut en relatief gezien kent de gemeente Ameland de minste uitkeringsgerechtigden en ook het leerwerkbedrijf NEF is succesvol. Dit wordt de komende jaren voortgezet.
Uit deze omschrijving wordt niet inzichtelijk hoe succesvol het ondersteunen is:
Speerpunt 3: Preventie aan de voorkant en dichter bij de burger. . Zowel op de eilanden als de vaste wal wordt er gewerkt met een Gebiedsteam, waarbij integraal vragen om hulp/ondersteuning van inwoners op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, ontwikkeling, opgroeien en opvoeden, werk en inkomen het uitgangspunt is. Dit gebeurt in nauw contact met professionals, om zo vroegtijdig te signaleren en preventief te werken. Het contact tussen inwoners en het Gebiedsteam wordt zo laagdrempelig mogelijk gemaakt. Door de kleinschaligheid van de eilanden is dit in de praktijk beter te realiseren dan aan de wal.
Advies: Voor het onderbouwen van deze les, een notitie om inzichtelijk te maken in welke mat ondersteunen succesvol was. Kan ook hepen bij het inzicht krijgen in andere opmerkingen. WMO spreekt maatwerk en maatwerkvoorziening. De constatering is: Door de kleinschaligheid van de eilanden is dit in de praktijk beter te realiseren dan aan de wal.
Dit advies nemen we ter harte. Op diverse onderdelen van het beleid zal er nog een evaluatie plaatsvinden.
Eens met uw opmerking. Echter kleinschalige en laagdrempelige voorzieningen toepassen in een grote hoeveelheid van kleine kernen is (organisatorisch) niet eenvoudig. En brengt uiteraard ook de nodige kosten met zich mee. De kunst is een juiste balans te vinden. Daarnaast zijn maatwerk en maatwerk voorzieningen twee verschillende dingen. Maatwerk is de mate van ondersteuning passend bij de behoefte. Een maatwerkvoorziening is een professionele voorziening op basis van een indicatie.
Advies: Inzet op realisatie van kleinschaligheid zoals bin de eilanden. De regio heeft veel kleine keren. Vraag: In welke mate werkt de inzet van professionals in vroegtijdige situaties kosten verhogend. Is de inzet van professionals niet een passeren van maatwerk en te snel overgaan naar maatwerkvoorziening?
De vroegtijdige inzet van een professional in sommige situaties is niet per definitie kostenverhogend, als bijvoorbeeld erger wordt voorkomen. En in sommige gevallen is daarmee een indicatie voor een maatwerkvoorziening niet nodig. We proberen door preventie maatwerk toe te passen, maar soms is extra ondersteuning of zorg (maatwerkvoorziening) op basis van een indicatie nodig.
Advies: Maatwerk voor maatwerkvoorziening. 8
Een ander verbeterpunt is het ontwikkelen van: • een ondersteuningsstructuur in het onderwijs voor jongeren die normaal gesproken een beroep doen op de jeugdhulp. • Dit vereist normaliseren, cultuurverandering en een intensieve samenwerking tussen gemeenten en scholen. • Normaliseren betekent in dit geval dat we in eerste instantie de verantwoordelijkheid neerleggen daar waar het hoort, namelijk bij de ouders.
Project Jeugdzorg Utrecht – overvecht Advies: dit project te analyseren voor gebruik binnen de regio
Dit doen we middels de uitvoering van het project Zorg-Onderwijs.
Tot slot is een betere afstemming en samenwerking tussen het Zorgkantoor, Zorgverzekeraar en gemeenten t.b.v. kwetsbare inwoners noodzakelijk. Dit gebeurt onvoldoende, terwijl hier grote winst behaald kan worden. De bekostiging wordt nu vanuit drie verschillende financieringen gedaan, namelijk vanuit de Wlz, Wmo en de Zvw1. Gezamenlijk inkopen en financieren levert kwalitatieve winst op, maar ook minder kosten. Daarnaast wordt het voor inwoners overzichtelijker.
`Het begrip “winst” Jammer dat dit begrip “winst” in geld begrip wordt uitgedrukt. In een visiedocument is een verwijzing van “winst” naar de burger met zorg nummer één. Advies: De financiële component als voetnoot plaatsen.
10
We merken dat de zorgvraag van inwoners steeds intensiever en complexer wordt en de capaciteit om dit te kunnen verlenen is zorgelijk.
Heeft de overheid hier iets gemist? De mens van 50, 40, 30, 20, 10 jaar geleden is niet anders dan in 2022. De maatschappelijke voorwaarden en invullingen zijn complexer geworden. Advies: Aantonen hoe deze situatie is ontstaan kan dienen tot een oplossing.
Wij begrijpen uw opmerking. Winst wordt niet alleen in geld uitgedrukt in dit document. En is ook zeker niet de bedoeling. Er wordt gesproken over kwalitatieve winst voor de inwoner, echter de waakzaamheid m.b.t. de kosten en financiën zijn een belangrijk onderdeel om de zorg en ondersteuning betaalbaar en bereikbaar te houden. Dat is een opdracht die we hebben meegekregen vanuit het gemeentebestuur. De juiste balans is uiteraard belangrijk hierin. Door betere afstemming proberen we zowel kwalitatieve winst te behalen (voor de inwoner) als ook een kostenbesparing. Dit hoeft elkaar niet te bijten. De overheid heeft hier niet zozeer iets gemist. De mens is dezelfde en uw opmerking dat de maatschappelijke voorwaarden complexer zijn geworden klopt helemaal. Vanaf ongeveer het jaar 2000 zijn over de jaren heen vooral de mensen met een (licht) verstandelijke beperking meer zorg gaan gebruiken. Maar ook de groep oudere inwoners neemt in omvang toe. Er is sprake van een jaarlijkse toename van 7 procent. Dat komt vooral door een steeds ingewikkelder geworden maatschappij. Daardoor kan juist deze groep steeds minder zelfstandig functioneren. Praktische bezigheden als (openbaar vervoer (OV-chipkaart), bankzaken (via internet) zijn steeds ingewikkelder geworden. En ook het
onderwijs is grootschaliger en minder gestructureerd geworden. De lat steeds is steeds hoger komen te liggen. Tot slot is de inhoud van het eenvoudige werk dat nog in Nederland aanwezig is, veranderd. Het moet steeds zelfstandiger en efficiënter worden uitgevoerd, waardoor het steeds minder geschikt is voor mensen met een lichtere verstandelijke beperking. Om toch zoveel mogelijk als volwaardige inwoners mee te doen aan de maatschappij hebben zij meer en extra ondersteuning nodig. Het is aantoonbaar hoe het komt, maar de invloedsfeer van gemeenten op al deze factoren is beperkt. Terwijl we toch een zorgplicht hebben. 11
In de praktijk blijkt dat er regelmatig sprake is van ‘parallelle ondersteuningstrajecten’ in één huishouden, elk met een eigen regisseur. Per casus vindt er onderling wel afstemming plaats, maar in de toekomst kan dit gestructureerder. Zo kan er efficiënter worden gewerkt en is het voor inwoners duidelijk wie de regisseur is. De wens om vanuit één budget te werken blijkt in de praktijk nog niet haalbaar. Wel is het mogelijk af en toe afstemming tussen de inzet van verschillende financieringsstromen te realiseren (bijvoorbeeld bij arrangementen tussen zorgstructuur school en Jeugdhulp). Voor de ‘vaste wal gemeenten’ Noardeast-Fryslân en Dantumadiel behoeft dit onderdeel nadrukkelijk verbetering. Daarvoor is dan ook het verbeterprogramma gestart (voorheen ‘Project Wending’). Mede door de kleinere schaal is het werken met één plan en één regisseur voor de eilandgemeenten beter te organiseren. Integraal werken gaat op de eilanden dan ook
De tekst op bladzijde 11 is duidelijke en geeft een goed beeld. Ook hier wordt nogmaals verwezen daar de betere organisatie op de eilanden. Advies: De situatie op de eilanden als voorbeeld noemen in effectief beleid en dat als doel gebruiken.
Uw advies over de wens om vanuit één budget te werken nemen ter harte en over.
beter dan op de vaste wal. De wil om dwars door de verschillende wetten (Jeugdwet, Participatiewet en Wmo) heen te werken is er wel, maar in de realiteit is dit lastiger. Het vraagt om een andere werkwijze en organisatie binnen de gemeenten. Zaken zoals de AVG, functiebeschrijvingen, verschillende financieringsstromen, taken, rollen en verantwoordelijkheden zitten integraal en ontschot werken op dit moment in de weg.
Speerpunt 7: Gemeente voert regie en stuurt op resultaten We voeren als gemeente op strategisch niveau regie op die onderwerpen waar wij verantwoordelijk voor zijn. In de afgelopen jaren heeft het monitoren, data verzamelen en het duiden ervan een vlucht genomen. We zijn steeds beter in staat om (financiële) voorspellingen te doen t.b.v. de P&C cyclus van de gemeente en om inzicht te verkrijgen in de (beleidsmatige) opgaven die voor ons liggen. Door data gericht te werken, sturen we in toenemende mate op resultaten door de inzet van accountmanagers, contractbeheerders en toezichthouders.
Bij het lezen van de tekst is er duidelijk een eigen kritisch geluid te lezen. Advies: op basis van de tekst het stoplicht meer verschuiven naar rechts. Om zo de urgentie goed te onderstrepen en voor het hoogste orgaan in de gemeente de raad zichtbaar te maken. Door data gericht te werken, sturen we in toenemende mate op resultaten door de inzet van accountmanagers, contractbeheerders en toezichthouders. Bovengenoemde tekst staat haaks om de menselijke maat. In de tekst komt regelmatig voor dat maatwerk moet worden geleverd. Data werk worden de woorden “accountmanagers”, “contractbeheerders” en “toezichthouders”
Uw opmerking over speerpunt 7 begrijpen we, maar regie en sturen op resultaat staat in dit opzicht los van wat u bedoelt met de menselijke maat richting inwoners. Deze inspanning van accountmanagers, contractbeheerders en toezichthouders is puur gericht op het voorspellen van toekomstig zorggebruik (financiën en begroting) en dat zorgaanbieders waar maken wat ze beloven te doen voor onze cliënten en inwoners. En om ervoor te zorgen dat ongewenste situaties voorkomen worden (veiligheid in het geding, kwaliteitsverlies van dienstverlening).
genoemd. Waar is de burgercomponent. Advies: Een duidelijke omschrijving waarom hier juist de inwoner centraal staat!! Teveel nadruk op de gemeente als regisseur en sturing. Advies: Gebruik de eilanden als leerschool. 12
Hoeveel mensen helpen we, welke kosten gaan hiermee gepaard. Voor wie staan we aan de lat? Blijkt niet mogelijk. Samen met de vormgever de zorgpiramide in beeld brengen, onderstaande als voorbeeld. Je ziet dat in de zorgopbouw de punt van de piramide relatief klein is. Wanneer je de financiële weergave ernaast zou tekenen staat deze precies op de kop: juist in de punt zijn de kosten hoog (en dit gaat om relatief weinig klanten).
Gelukkig staat er maar één keer klant in dit visiedocument. Vanuit de participatieraad is daar wel vaker op geattendeerd.
Dank voor het compliment! Uiteraard passen we dat aan.
We lezen in het visiedocument 142 keer inwoner!! Echt een plus!! Advies: ook dit ene woordje “klant” omzetten naar inwoner.
16
de toename in complexiteit binnen de jeugdhulp maakt dat de houdbaarheid van de ondersteuning onder druk komt te staan.
Advies: Kennis nemen van
Daar nemen we kennis van.
In juni 2013 presenteerde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht de resultaten van de nieuwe werkwijze op het gebied van jeugdzorg. Het Verwey-Jonker Instituut heeft de pilot op resultaten beoordeeld. Daaruit blijkt dat Utrechtse aanpak in de meeste gevallen betere resultaten boekt tegen lagere kosten in vergelijking met de huidige hulpverlening. De nieuwe aanpak is nodig omdat het kabinet met ingang van 2015 alle zorg voor jeugd wil overhevelen naar de gemeenten, met een budgetkorting van 15%. De gemeente krijgt dan de regie over de hele jeugdketen 17
De Regio Noordoost-Friesland streeft naar een inclusieve samenleving waar iedere inwoner naar vermogen kan meedoen. In een inclusieve samenleving kan iedereen volwaardig participeren, in de breedste zin van het woord. Dit heeft betrekking op arbeidsparticipatie,
Advies: noem ook de fysieke participatie.
Fysieke participatie wordt eveneens bedoeld met een inclusieve samenleving waarin iedereen volwaardig kan participeren, in de breedste zin van
maatschappelijke participatie en sociale participatie. Arbeidsparticipatie gaat over werk en inkomen. Maatschappelijke participatie heeft onder andere betrekking op vrijwilligerswerk en mantelzorg, ontwikkeling van inwoners, het volgen van onderwijs en dagbesteding. Sociale participatie gaat over informele sociale contacten (kennissen, buren, vrienden en familie) en ‘georganiseerde’ sociale participatie door deelname aan (sport of cultuur) verenigingen, diverse activiteiten, belangenorganisaties en godsdienstige organisaties. Algemeen; Speerpunt 1: Alle inwoners staan centraal............................................6 Speerpunt 2: Iedereen kan meedoen.....................................................6 Speerpunt 3: Preventie aan de voorkant en dichter bij de burger. ........7 Speerpunt 4: Eigen kracht is de basis. ...................................................8 Speerpunt 5: We zorgen voor mensen in kwetsbare situaties...............9 Speerpunt 6: Integrale benadering: Eén gezin/cliënt, één aanpak, één regisseur en (waar mogelijk), één budget. ..........................................10
Het kunnen bewegen, deelnemen in een fysieke en openbare ruimte.
In de tabel hiernaast worden speerpunten genoemd. Deze hebben een breder regionaal karakter. In de eindconclusie worden de speerpunten geëvalueerd met een stoplicht.
Speerpunt 7: Gemeente voert regie en stuurt op resultaten. ..............11 Advies: Om de stoplicht evaluatie per speerpunt ook toe te passen voor de gemeente Noardeast Fryslân en Dantumadiel individueel. Zo kan de conceptnota ook beter worden gespiegeld aan eigen situatie.
het woord. Dit onderdeel wordt in onderliggend beleid belicht en uitgevoerd.
Uw opmerking over de stoplicht evaluatie wordt overgenomen en aangepast in de definitieve versie.