CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 1.0 NF

It Beslút 11 juli 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Noardeast-Fryslân20.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Behoort bij raadsbesluit d.d. 11 juli 2024:

Ontwerp-Omgevingsvisie

Reactienota

Datum 14 mei 2024

Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 17/07/2024 16:53:12 CEST ID: af5b2060-bba4-4337-b6ca-60c3abb15e52 Auth: Scribble

COLOFON Opdrachtgever

Gemeenteraad Noardeast-Fryslân

Gegevens Rapport Opsteller

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Redactieteam Cluster Omjouwing & Ekonomy

Gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 1 9100 AA Dokkum Tel. (0519) 29 88 88 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING ........................................................................................................................................................... 3 THEMA’S .............................................................................................................................................................. 3 ZIENSWIJZEN EN BEANTWOORDING ........................................................................................................... 4 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 1 ............................................................................................ 4 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 2 ............................................................................................ 5 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 3 ............................................................................................ 6 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 4 ............................................................................................ 7 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 5 ............................................................................................

8 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 6 ...........................................................................................15 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 7 ...........................................................................................16 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 8 ...........................................................................................17 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 9 ...........................................................................................21 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 10 .........................................................................................22 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 11..........................................................................................24 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 12 .........................................................................................28 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 13 .........................................................................................29 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 14 .........................................................................................31 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 15 .........................................................................................36 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 16 .........................................................................................37 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 17

.........................................................................................38 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 18 .........................................................................................39

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie SAMENVATTING ZIENSWIJZE 19 .........................................................................................40 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 20 .........................................................................................42 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 21 .........................................................................................46 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 22 .........................................................................................47 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 23 .........................................................................................48 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 24 .........................................................................................50 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 25 .........................................................................................56 SAMENVATTING ZIENSWIJZE 26 .........................................................................................57

2

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

INLEIDING Op 7 december 2023 heeft de gemeenteraad van gemeente Noardeast-Fryslân de ontwerpOmgevingsvisie inspraakrijp verklaard. De ontwerp-Omgevingsvisie heeft twee keer ter inzage gelegen. De eerste periode liep van 14 december tot 26 januari 2024. Later is de visie opnieuw ter inzage gelegd tussen 29 februari en 10 april 2024. Er zijn 26 zienswijzen binnengekomen. Wij willen iedereen die de moeite heeft genomen om de visie door te nemen en met ons mee te denken door een zienswijze in te dienen bedanken. Wij hebben ook veel positieve reacties ontvangen waarbij mensen aangeven zich te herkennen in de visie. Daar zijn wij heel blij mee. In deze nota zijn de zienswijzen samengevat en genummerd. Vervolgens wordt er op elke zienswijze een antwoord gegeven. De zienswijzen zijn volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) geanonimiseerd. In een aparte vertrouwelijke bijlage zijn de gegevens van de indieners opgenomen.

THEMA’S Vaak hebben indieners op verschillende thema’s gereageerd. De zienswijzen zijn op thema genummerd. De thema’s die wij onderscheiden zijn:  Samenwerking met mienskip/overheden/partijen  Gezondheid & zorg  Ruimtelijke ordening  Uitbreiding of aanpassingen in tekst  Natuur & landschap  Algemeen: ambities, proces, …  Specifieke dorpen  Bevolkingsontwikkeling  Verkeer & vervoer  Recreatie & toerisme  Energie, duurzaamheid & klimaat(verandering)  Wonen & nieuwbouw  Landbouw  Dierenwelzijn

3

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

ZIENSWIJZEN EN BEANTWOORDING SAMENVATTING ZIENSWIJZE 1 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Samenwerking met mienskip/overheden/partijen 1.1 Het herzien van de visie eenmaal in de 4 jaar is te weinig. Het is belangrijk om tussentijds een vinger aan de pols te houden en te evalueren samen met de Mienskip. Er moet persoonlijk op hun input gereageerd worden. Reactie gemeente 1.1 In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt genoemd dat de visie regelmatig geëvalueerd en, indien nodig, bijgestuurd wordt. Sowieso eens in de 4 jaar, maar dit kan ook tussentijds gebeuren. Wij zijn het eens met de indiener dat dit verduidelijkt kan worden in de visie. Wij passen de tekst op p.11 als volgt aan: “Dit doen we bijvoorbeeld in het jaar nadat een nieuw coalitieprogramma is vastgesteld zodat deze speerpunten kunnen worden meegenomen in de visie. De Mienskip heeft de mogelijkheid om input te leveren op de visie. Gedurende de vier jaar worden deze aandachtspunten bijgehouden. De input wordt gebruikt bij de 4-jaarlijkse herziening.”

4

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 2 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Gezondheid & zorg 1.1 Er mist een visie op mantelzorg en pre-mantelzorg in de ontwerp-Omgevingsvisie. Het gaat hierbij om woonruimte en de mogelijkheid om zo’n woning te plaatsen. Dit terwijl pre-mantelzorg cruciaal is om ouder te kunnen worden in de dorpen. Reactie gemeente 1.1 De ontwikkelingen omtrent mantelzorg en pre-mantelzorg missen inderdaad in de visie en vormen een goede aanvulling. Specifieke voorwaarden voor (pre-)mantelzorgwoningen worden uitgewerkt in het nog op te stellen Omgevingsplan onder de Omgevingswet. Wij voegen toe aan de visie op p.43: “(Pre-)mantelzorg is een relevante actuele ontwikkeling. We willen het mogelijk maken om, onder voorwaarden, (pre-)mantelzorg woningen te plaatsen. In de visie op wonen, welzijn en zorg geven we invulling aan wat deze ontwikkelingen, onze doelen en deze voorwaarden zijn.”

5

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 3 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Wonen & nieuwbouw 1.1 Als mogelijke uitbreidingslocatie voor Kollum wordt de landtong aan de zuidoostkant genoemd. Onduidelijk is wat er wordt bedoeld met een mogelijke uitbreidingslocatie. Is dit een uitbreidingslocatie als optie? Of voldoet de locatie aan alle voorwaarden en is dit dè volgende uitbreidingslocatie van Kollum. Reactie gemeente 1.1 De locatie is genoemd als een optie voor uitbreiding indien inbreiding in Kollum niet voldoende is. Dit is niet concreet. Echter zijn wij van mening dat het onverstandig is om zo’n optie onderdeel te laten zijn van de Omgevingsvisie. Daarom verwijderen wij het voorbeeld uit de visie. 1.2 De landtong als geschikte locatie voor uitbreiding in Kollum komt niet overeen met het uitgangspunt van de bestemmingsplannen Kollum-Zuid. Het zijn percelen in het buitengebied. Uitbreiding hier is schadelijk voor het landschap en het beeld van Kollum uit omringend gebied. Reactie gemeente 1.2 Er is in 2022 een Analyse Onderzoek Locaties Kollum voor woningbouw uitgevoerd. Dit is een verkenning geweest die later (na de vaststelling van de desbetreffende bestemmingsplannen) is uitgevoerd. Deze analyse kan richting geven op het moment dat er keuzes voor uitbreiding buiten de dorpskern wordt gemaakt.

Het geeft voor- en nadelen van verschillende uitbreidingsopties en dus ook voor de landtong in Kollum-Zuid. Zoals hierboven genoemd vinden wij het onverstandig om één locatie uit deze analyse als voorbeeld te noemen. Om deze reden verwijderen wij dit voorbeeld uit de visie. Mogelijke nieuwe locaties voor woningbouw wordt een onderdeel in het op te stellen Volkshuisvestingsprogramma.

6

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 4 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Uitbreidingen of aanpassingen in tekst 1.1 In de tekst van bijlage 4 staat momenteel op p.15; Het is een uitgestrekt natuurgebied met diverse habitats, waaronder kwelders, slikvelden en zilte graslanden, en het wordt beheerd door It Fryske Gea. Hier moet aan toegevoegd worden en door particuliere grondeigenaren en hun gebruikers. Reactie gemeente 1.1 Het klopt dat ook de particuliere grondeigenaren en gebruikers een rol spelen in het beheer. In de visie zelf (p. 70) staat dit wel volledig genoemd. Wij passen de tekst op p. 15 in bijlage 4 aan zodat het op elkaar aansluit en de informatie volledig is. 2. Natuur & landschap 2.1 In bijlage 4 van de visie staat dat beleid en beheer vooral gericht is op het verkwelderen van de zomerpolders in Noard-Fryslân Bûtendyks. Dit is strijdig met andere verordeningen en strategieën, namelijk:  Beheersverordening Waddenzee en Noordzee: geeft aan dat de zomerpolders niet verder worden verkwelderd (+ alle gemeentelijke partijen onderschrijven dit).  Zoetwaterstrategie (zie Waddenagenda 2050): zomerpolders vormen belangrijke buffer tegen verdere verzilting naar binnendijks. Van verkweldering van de zomerpolders kan dan ook geen sprake zijn.

 Verschillende moties en amendementen zijn aangenomen door Raad tegen verdere verkweldering van zomerpolders. Reactie gemeente 2.1 Dit staat inderdaad onjuist in de visie. Wij verwijderen deze zin uit de bijlage 4 van de visie.

7

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 5 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Samenwerking met mienskip/overheden/partijen 1.1 In bijlage 6 is de beschrijving over de contacten met de gemeente en de samenwerking tussen dorpen onderling ingekleurd door de gemeente. Die contacten zijn weinig relevant om op te nemen in de tekst. Bovendien herkent het dorp zich niet in het beeld dat wordt geschetst in deze bijlage. Wat is de status van het document? Een bijlage puur ter info of is het onderdeel van de visie? Reactie gemeente 1.1 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Deze tekst is destijds voorgelegd aan de dorpen. Het kan zijn dat het ondertussen niet meer klopt of wenselijk is. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is die in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Dit wordt gedaan in de nog op te stellen dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie.

Omdat de toekomstbeelden input zijn geweest voor de Omgevingsvisie hebben wij ze als bijlage opgenomen. Het is nodig om dit duidelijk in de visie terug te laten komen. De toekomstbeelden zijn geen beleidsstukken. Wij passen de tekst op p.92 aan: "De aandachtspunten zijn in overleg met de dorpen vertaald naar een gewenst toekomstbeeld per cluster. Het toekomstbeeld is een momentopname die is weergegeven in bijlage 6 Toekomstbeelden Dorpencluster. Bijlage 6 is het vertrekpunt voor het ontwerpen van de nieuwe toekomstbeelden voor de dorpen. Op basis hiervan kunnen we met de dorpen in gesprek. Het document heeft geen verdere status.” 2. Gezondheid & zorg 2.1 Het toevoegen van bijzondere bedrijvigheid (zorgboerderijen en zorginstelling Lichtpunt) als extra categorie in de visie met nadere duiding. Reactie gemeente 2.1 Wij zijn het met de indiener eens dat er in de visie vrij weinig over zorginstellingen staat. Wij vullen p. 43 aan met “Hier kunnen zorgboerderijen- en instellingen een rol in spelen.” Nadere inhoudelijke invulling over dit onderwerp wordt gedaan in de visie op wonen, welzijn en zorg. 3. Uitbreidingen of aanpassingen in tekst 3.1 Op pagina 89 staat dat de gemeente geen brinkdorpen kent. Maar Feankleaster is wel een brinkdorp. Dit staat ook verkeerd in bijlage 6, pagina 8.

8

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

Reactie gemeente 3.1 Er staat nu dat brinkdorpen alleen op hoge zandgronden voorkomen, maar niet dat er geen brinkdorpen zijn. Voor de duidelijkheid vullen wij dit stuk tekst aan. Bijlage 6 kunnen wij niet aanpassen omdat het een bestaand document is die wij in zijn geheel als bijlage hebben opgenomen. Belangrijk is dat Feankleaster als brinkdorp wordt genoemd in de nieuw op te stellen dorpenagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen. 4. Algemeen: ambities, proces, … 4.1 Het zou passender zijn voor de Omgevingsvisie om concrete ambities en doelstellingen voor de periode tot 2040 i.p.v. 2030 te formuleren. Reactie gemeente 4.1 Voor de Omgevingsvisie is een tijdshorizon van 10 jaar gekozen. In deze tijd veranderen al veel dingen in een snel tempo. Dit is de reden waarom het ons niet gepast lijkt om de tijdshorizon tot 2040 te laten lopen. Om in te spelen op de veranderingen herijken wij de visie eens per 4 jaar. De beleidsdoelstellingen uit de visie zijn in principe wel bedoeld voor de langere termijn, ook na 2030. 4.2 Voor de dorpen is de visie nog te vaag. Er staan weinig concrete ambities in over woningbouw/ duurzaamheid/ economische en recreatieve ontwikkeling. Reactie gemeente 4.2 De visie is geschreven op hoofdlijnen. De gemeente geeft richting aan en per dorp zullen deze ambities specifiek uitgewerkt worden in het Omgevingsprogramma Doarpen.

Ook de dorpenagenda die wordt opgesteld geeft op dorpsniveau meer richting aan deze onderwerpen. Hier wordt ook een beeld geschetst over welke concrete maatregelen op de korte termijn te verwachten zijn. De dorpen kunnen zelf ook invulling aan dit programma en de agenda geven. 4.3 Er wordt een werkproces geschetst om tot een gemeentelijke dorp-Omgevingsvisie te komen maar een concrete planning ontbreekt (in jaren/maanden). De dorpsbiografie duurt al erg lang en langer wachten is ongewenst. Reactie gemeente 4.3 Er wordt niet een aparte Omgevingsvisie opgesteld voor de dorpen, slechts één visie voor de hele gemeente. Wel wordt er een Omgevingsprogramma Doarpen opgesteld waar de dorpen zelf invulling kunnen geven aan de ambities voor hun dorp. Hiervoor wordt ook een planning opgesteld die inzicht geeft in wanneer concrete maatregelen worden genomen. 4.4 De ambities van dorpen zijn in de visie niet in beelden uitgewerkt. Dit zou het versterken. Reactie gemeente 4.4 Wij begrijpen de behoefte om beelden te hebben bij de ambities. Dit wordt, net als de ambities zelf, uitgewerkt in het nog op te stellen Omgevingsprogramma Doarpen.

9

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 5. Specifieke dorpen 5.1 In de visie staan bescheiden woonambities voor Kollumersweach. Aangezien er geen krimp wordt verwacht kloppen deze bescheiden woonambities niet. Reactie gemeente 5.1 Wij herkennen ons niet in bescheiden woonambities voor Kollumersweach. In de visie staat: “Wij zorgen daarom voor voldoende en een passend aanbod van woningen in de dorpen”. Dit geldt ook voor Kollumersweach. Als daar veel vraag is, dan zullen de woonambities hierbij aansluiten. Ook staat er op p. 36 “Een goede balans op de woningmarkt vinden wij belangrijk. Elk jaar kijken wij hoe het gaat op de woningmarkt. Het is belangrijk om goed in te spelen op wat mensen op dat moment willen. Om snel te kunnen reageren op veranderingen en trends, moeten wij flexibel zijn in onze aanpak.” Hoe wij dit aanpakken wordt uitgewerkt in het Volkshuisvestingprogramma. De woonambities uit bijlage 6 komen uit 2020. Deze schets willen wij als vertrekpunt nemen om de komende jaren toekomstige ambities met de dorpen op te stellen. Zie hiervoor zienswijze 5 onder 1.1. 5.2 In bijlage 6 moet de tekst worden herzien. Deze moet meer aansluiten bij de recente lokale Omgevingsvisie ‘Ferbindend Foarút’ van Kollumersweach en Feankleaster.

Reactie gemeente 5.2 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Zie inspraak 5, reactie 1.1. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie. Hierin kan ‘Ferbindend Foarút’ een rol in spelen. 5.3 De tekst over de dorpenfederatie over de dorpen Kollumersweach en Feankleaster is niet passend in bijlage 6 van de visie. Reactie gemeente 5.3 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Zie inspraak 5, reactie 1.1. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie. Hier kunnen wij een andere invulling aan de dorpenfederatie geven of uit de ambitie halen.

5.4 Een aandachtspunt dat mist in de visie is de faciliterende rol van de gemeente die nodig is om het voorzieningenniveau van Kollumersweach op peil te houden en de leefbaarheid te behouden en te versterken.

10

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Reactie gemeente 5.4 Op p. 93 in de visie staat “De grotere dorpen zoals Kollum, Hallum en Kollumersweach hebben een goed voorzieningenaanbod”. Op p. 36 en 37 is er aandacht voor voorzieningen en leefbaarheid in het algemeen. Dit geldt dus ook voor Kollumersweach. Hier hebben we ook aandacht voor de faciliterende rol van de gemeente: “We stimuleren en /of faciliteren initiatieven vanuit de samenleving gericht op een toekomstbestendige voorzieningenstructuur.” Op p.93 wordt benoemd dat we inzetten op toekomstige voorzieningen. Dit breiden we niet uit met onze faciliterende rol omdat dit al eerder in de visie aan bod komt. 5.5 De evenementenprofielen van de locaties in Kollumersweach en Feankleaster zouden een duidelijke plek moeten krijgen in de visie. Reactie gemeente 5.5 Het onderwerp evenementen mist onder recreatie & toerisme in H6.3. Deze tekst vullen wij aan. De evenementenprofielen voor locaties in dorpen is te specifiek voor de Omgevingsvisie. 5.6 De bedrijvigheid in Kollumersweach groeit. Dit moet benoemd worden. Reactie gemeente 5.6 Er is aandacht voor de bedrijvigheid in Kollumersweach in de visie. Dit staat op p. 93 genoemd waarbij ook wordt aangegeven dat er ruimte is voor uitbreiding. 6. Bevolkingsontwikkeling 6.1 Er wordt een beeld van bevolkingskrimp gesteld in de visie.

Gezien de afgelopen jaren en de verwachte instroom van vluchtelingen wordt er geen krimp verwacht. Reactie gemeente 6.1 In de visie kijken wij naar de bredere demografische ontwikkelingen en baseren wij ons op meerjarige onderzoeken. Daarom noemen wij het begrip bevolkingskrimp niet en herkennen wij ons ook niet in het beeld dat er krimp wordt geschetst in de visie. Op p. 44 wordt er wel “effecten van krimp” genoemd. Om verwarring te voorkomen verwijderen wij dit. 7. Verkeer & vervoer 7.1 Er wordt gesproken over een belbus naar andere dorpen. Het OV dient op peil te blijven voor Kollumersweach als tweede grote dorp in Noardeast-Fryslân. Een belbus zou een achteruitgang betekenen. Dit is geen duurzaam mobiliteitsperspectief. Reactie gemeente 7.1 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is die in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie. Als gemeente gaan wij voor een robuust, sterk en frequent openbaar vervoernetwerk, in ieder geval tussen de grotere kernen. Dit is ook ons uitgangspunt in het nieuwe Mobiliteitsprogramma. Op sommige plaatsen, de zogenaamde dunne lijnen, met weinig in- en uitstappers is soms maatwerk nodig, bijvoorbeeld door middel van een belbus of slimme

11

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie combinaties zoeken met Jobinder. Het is overigens zo dat de verantwoordelijkheid van openbaar vervoer bij de provincie ligt. Wij willen de schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie. Dit punt over het OV zal ter sprake komen wanneer wij met de dorpen hierover aan tafel gaan. 7.2 Een duurzame oplossing voor de verkeersproblematiek van veel vrachtwagens op de te smalle Keningswei in Feankleaster wordt niet aangeroerd in de visie. Reactie gemeente 7.2 De visie is gericht op hoofdlijnen. Dit geval is te specifiek om te noemen in de visie. Hier kan aandacht aan worden besteed in het Omgevingsprogramma Mobiliteit waar specifieke verkeersmaatregelen worden genoemd. Wij beschouwen uw opmerking daarom ook als zienswijze op dit programma. 7.3 In de visie wordt een nieuwe ontsluiting van het bedrijventerrein in Kollumersweach richting de Achterwei genoemd. Dit roept vragen op want het plaatselijk belang is hier niet van op de hoogte. Het standpunt vanuit de gemeente die bekend is, is dat de duurzame ontsluiting de aansluiting op de Foarwei is.

Deze is ook in de visie van het plaatselijk belang terecht gekomen. Reactie gemeente 7.3 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Zie inspraak 5, reactie 1.1. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is die in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie. De toegang van het bedrijventerrein is onderdeel van het Omgevingsprogramma Mobiliteit dat nu ter inzage ligt. Hierin wordt (op projectniveau) bekeken wat de beste ontsluiting is. 8. Recreatie & toerisme 8.1 In bijlage 6 mist de ambitie om recreatief uit te bouwen rond Kollumersweach & Feankleaster. Reactie gemeente 8.1 In de visie staat aangegeven (p. 52) dat er overal kleinschalige toerisme naar aard en schaal mogelijk is. Dit geldt dus ook voor Kollumersweach en Feankleaster. Deze dorpen zijn niet aangewezen als toeristische hotspot en worden daarom niet apart nog benoemd.

Toeristisch recreatieve ambities kunnen worden meegenomen tijdens het opstellen van een nieuw gewenst toekomstbeeld van de dorpen. Zie inspraak 5, reactie 1.1. 8.2 In de visie wordt gesproken over ‘Bootjes in de Swemmer’. Dit roept vraagtekens op omdat het water niet doorloopt. Dit zou vervangen moeten worden door de haven. Het is een idee om in de

12

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie toekomst de Sweagerfeart op te waarderen als sloeproute zodat wij toewerken naar een vaarroute voor hogere vaarklasses. Dit is dan een samenwerking van Friese overheden. Dit leidt ook tot meer watersportevenementen hier. Reactie gemeente 8.2 “Bootjes in de Swemmer” is inderdaad verwarrend. Dit wordt meegenomen tijdens het opstellen van een nieuw gewenst toekomstbeeld van de dorpen. Zie inspraak 5, reactie 1.1. 8.3 Er worden vraagtekens gesteld bij het perspectief van het zwembad “It Paradyske”. Hoe kan er een boost worden gegeven aan het zwembad qua duurzaamheid/ betaalbaarheid/ voorzieningen/ recreatieve dragers. Het bad kan omgevormd worden met een pilotproject naar een ecologisch buitenzwembad met toepassing van duurzame energie. Hierbij kan er worden toegewerkt naar een andere vorm van lokaal beheer zodat dit efficiënter en betaalbaarder wordt. Reactie gemeente 8.3 Ingaan op de toekomst van zwembad “It Paradyske” is een erg specifiek onderwerp voor de Omgevingsvisie. Dergelijke projecten krijgen een plek in de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie in Omgevingsprogramma’s. 9. Energie, duurzaamheid & klimaat(verandering) 9.1 De Energiecoöperatie Kleastersweach moet genoemd worden in de visie om zo samen te kunnen werken en om doelstellingen te realiseren. Reactie gemeente 9.1 De visie is op hoofdlijnen geschreven.

Kleastersweach is een te specifiek voorbeeld om te noemen of uit te werken in de Omgevingsvisie. Dat is de reden dat wij deze niet opnemen in de visie. Uiteraard vinden wij dit een goed initiatief, zoals genoemd in de visie op p. 93: “Wij ondersteunen energiecoöperaties en andere lokale initiatieven”. 10. Wonen & nieuwbouw 10.1 De visie kan aangevuld worden met de concrete urgente ambities voor aanvullende sociale woningbouw in samenwerking met de woningcorporaties. Vanuit een zorgvoorziening moeten mensen namelijk weer doorgeleid worden naar reguliere woningen met sociaal perspectief. Er is bijvoorbeeld geen aandacht vanuit de gemeente om de lege plekken aan de Bjirkehof en Kastanjehof in Kollumersweach in te vullen met sociale woningbouw. Reactie gemeente 10.1 Dit onderwerp wordt specifieker uitgewerkt in de visie op wonen, welzijn en zorg. Dit is onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma dat wettelijk verplicht is. Hier werken wij de ambities uit over onder andere sociale woningbouw, zorgwoningen en de samenwerking met woningcorporaties. 10.2 Er mist een inleiding voor een concrete woonambitie voor het tweede grootste dorp van de gemeente, namelijk Kollumersweach, in de visie. Er moet ruimte geboden worden aan de groeiende bevolking en bedrijvigheid en aan jongeren. De woonvisies zijn ook nodig om duidelijkheid te geven aan

13

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie extra investeringsplannen voor het elektriciteitsnetwerk. Zonder zullen energiebedrijven geen meerjarenplannen maken voor nieuwe elektriciteitsaansluitingen. Reactie gemeente 10.2 Kollumersweach wordt onder de dorpenclusters geschaard en daarom staat deze ambitie niet op zichzelf in de visie genoemd, zoals bij Kollum (dat is aangewezen als voorzieningenkern) het geval is. Voor dorpenclusters is dit globaal opgenomen. De uitwerking voor de dorpen volgt nog in de nog op te stellen de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen. Ook zal dit uitwerking krijgen in het Volkshuisprogramma.

14

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 6 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Dierenwelzijn 1.1 Ruim een duidelijke plek in binnen de Omgevingsvisie voor het thema dierenwelzijn. Zorg en respect voor dieren verdient een prominentere plaats en moet zo concreet mogelijk worden opgenomen. Reactie gemeente 1.1 In de Omgevingsvisie staat integraal werken voorop. Hierbij houden ambtenaren rekening met verschillende belangen, ook het dierenwelzijn. Wij noemen dieren voornamelijk in de context van biodiversiteit in de visie. Wij volgen hiervoor het gemeentelijk biodiversiteitsplan. De aanbevelingen uit de Nota aanbevelingen gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid worden hier zoveel mogelijk in meegenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, beheer en onderhoud maken wij gebruik van ons Flora & Fauna protocol om dierensoorten te beschermen. Dit kan duidelijker terugkomen in de visie. Wij breiden daarom de tekst op p. 60 uit met: “Natuur- en dierenwelzijn is van belang, ook voor onze inwoners. Bij ontwikkelingen binnen onze gemeente nemen wij dierenwelzijn mee als belang.” 1.2 Neem in de Omgevingsvisie op dat er diervriendelijk beleid wordt opgesteld dat wordt vastgelegd in de Nota Dierenwelzijn. Gebruik uit deze Nota de aandachtspunten die voor NEF van belang zijn.

Reactie gemeente 1.2 Het diervriendelijk beleid zit deels in ons biodiversiteitsplan en wordt meegenomen in onze werkprotocollen. Wij geven het dierenwelzijn een prominentere plek in de visie door de aanpassing uit reactie 1.1. 1.3 Neem in de Omgevingsvisie de suggestie op om een Wethouder dierenwelzijn te benoemen die verantwoordelijk is voor dierenbeleid binnen NEF. Reactie gemeente 1.3 De Omgevingsvisie is niet de plek om iets te zeggen over de posities en verantwoordelijkheden van wethouders. Het belang van dierenwelzijn erkennen wij en daarom passen wij onze visie aan, zoals hierboven in 1.1 geschreven. 1.4 Neem in de Omgevingsvisie de suggestie op voor voldoende ambtelijke capaciteit om de ambities omtrent dierenwelzijn te borgen. Reactie gemeente 1.4 De Omgevingsvisie is niet de plek om iets te zeggen over de ambtelijke capaciteit om de ambities omtrent bepaalde thema’s te borgen. Het belang van dierenwelzijn erkennen wij en daarom passen wij onze visie aan, zoals hierboven in 1.1 geschreven.

15

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 7 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Samenwerking mienskip/overheden/partijen 1.1 Er is slechte communicatie geweest over voorgenomen plannen die in de visie staan genoemd. De indiener is nooit op de hoogte gesteld of betrokken geweest in de verkenningen voor een rondweg in Wânswert. Reactie gemeente 1.1 Het project Rondweg-Wânswert staat los van de visie. Het project staat in de visie als voorbeeld genoemd van de wens voor verkeersveiligheid. Deze wens blijft bestaan en daarom veranderen wij de tekst hier niet. Het is vervelend om te horen dat de communicatie omtrent dit project als niet goed wordt ervaren. De visie is helaas niet de plek om zo’n geval inhoudelijk te bespreken. Daarom hebben wij de opmerking meegegeven aan de projectgroep van de Rondweg-Wânswert. De communicatie verloopt via dit project en niet via de Omgevingsvisie. 2. Verkeer & vervoer 2.1 Indiener is het oneens met de wens die uitgesproken is in de visie voor de eventuele aanleg van een rondweg bij Wânswert. Bovendien ontbreekt er een onderbouwing van nut en noodzaak voor de weg in de visie. Ook wordt er niet gekeken naar alternatieve verkeersmaatregelen.

Reactie gemeente 2.1 In de visie spreken wij de wens voor een rondweg bij Wânswert uit met het oog op verkeersveiligheid en de combinatie landbouwverkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers. De visie is niet de plek om het project van de Rondweg-west in Wânswert te onderbouwen of af te wegen. Deze afwijking heeft al plaatsgevonden in de projectgroep van de Rondweg-Wânswert en staat toegelicht op onze website; https://www.noardeast-fryslan.nl/rondweg-wanswert. 2.2 In de afwijking van varianten en scenario’s voor een rondweg in Wânswert komen de criteria verkeer en relevante omgevingsfactoren naar voren. Het landbouwkundige belang ontbreekt terwijl de aanleg consequenties heeft voor de gebruiksmogelijkheden van de agrarische grond hier. Reactie gemeente 2.2 Het project van de Rondweg loopt los van de Omgevingsvisie en was al gestart (GVVP 2010 van voormalig gemeente Ferwerderadiel) voordat de visie werd opgesteld. De afwijking van varianten en scenario’s vinden binnen het project plaats. De besluiten om hier budget voor vrij te maken en te starten met de voorbereiding van dit project zijn al genomen. Hierdoor is het project al ver gevorderd en is het achterhaald om deze afwijking nu nog een plek in de visie te geven.

16

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 8 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Uitbreidingen of aanpassingen in tekst 1.1 Aanpassingen van de tekst “Landbouw en agrofood”. Regel 2: …, vooral voor de export ten behoeve van de wereldvoedselvoorziening Regel 7: …. voortdurend en met de juiste ondersteuning steeds geïnnoveerd en ontwikkeld. Reactie gemeente 1.1 Wij willen geen richting geven in de visie aan voor wie er geproduceerd wordt of waar de export naartoe gaat. Verderop in de tekst staat al het belang op wereldschaal genoemd. Daarom passen wij de tekst niet aan. De juiste ondersteuning verschilt per persoon/organisatie. Deze uitbreiding geeft wat ons betreft geen extra duidelijkheid. In paragraaf 6.3 wordt meer richting gegeven aan de ontwikkelingen en innovaties in de landbouw en agrofood. 1.2 De blauwe tabel uit de bijlage Afbeeldingen en Kaarten (Trend/Ontwikkeling vs Ús Goud) komt niet overeen met dezelfde Ús Goud tabel op pagina 13 van de ontwerp-Omgevingsvisie: punt 5 en 6 zijn weggevallen. Reactie gemeente 1.2 Het lijkt erop dat indiener de kernopgave en kernkwaliteiten door elkaar haalt. Er zijn 4 kernopgaven en 6 kernkwaliteiten. De opmaak van de afbeelding is niet duidelijk genoeg om dit duidelijk te onderscheiden. Wij passen de opmaak van de afbeelding aan. 2.

Recreatie & toerisme 2.1 De relatie tussen kringlooplandbouw en aantrekkelijk toerisme is onduidelijk. Worden er bloeiende stroken langs de akkers bedoeld, of een boerencamping? Leidend is om toeristen te trekken. Die komen af op ‘Lonely Planet’ waardige attracties (denk aan een Waddenzwembad aan de dijk, organiseer Kite & Surf wedstrijden van hoge klasse bij de Hoek van Bant) die er nu nog niet zijn in NEF. Hier moeten andere ideeën voor komen. Reactie gemeente 2.1 Het is niet de bedoeling om hier een directe koppeling te suggereren tussen toerisme en kringlooplandbouw. Op p. 50 en p. 52 wordt aangegeven dat wij binnen de agrarische sector ruimte geven aan verbreding van functies. Recreatie en toerisme is onderdeel van deze verbreding van functies. De zin op p. 47: “Zodoende ontstaan er nieuwe kansen voor de agrarische sector in relatie met de toeristische sector” wordt als volgt aangepast: “Hierdoor kunnen er weer nieuwe kansen ontstaan voor toerisme en recreatie in relatie tot de agrarische sector”.

17

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Specifieke invulling van functies zal een plek krijgen in het Omgevingsplan onder de Omgevingswet. 3. Landbouw 3.1 Toevoeging/aanpassing van de tekst onder “Circulariteit”. Het voorbeeld van bermmaaisel voor compostering is niet de eerste keuze voor een boer i.v.m. de afvalstoffen van de rijbaan (microplastics van rubberslijtage, uitlaatresiduen, zoutstrooisel). Boeren telen randstroken of delen van een akker met biodiverse bloeiende mengsels. Ook teelt men steeds meer groenbemesters die voedingstoffen in de bodem vastleggen. Dit laatste vergroent de winter (i.p.v. lege akkers) en vergroot de biodiversiteit op het landbouwbedrijf enorm. Reactie gemeente 3.1 Het voorbeeld van bermmaaisel voor compostering is wat nu wordt gedaan. Wij zijn gebonden aan strakke procedures en protocollen die wij moeten volgen om zo de kwaliteit te borgen. Wij werken hiervoor samen met de corporatie Agricycling. Compost mag bijvoorbeeld niet eerder gebruikt worden dan dat de rotzooi eruit is, de temperatuur goed is, etc. Dit wordt door de corporatie gekeurd. Bij afwijken, zoals te veel rotzooi, wordt het compost afgevoerd en niet voor de boeren gebruikt. Wij doen om bovenstaande reden geen aanpassing van deze tekst. 3.2 In de visie wordt de term natuur inclusiviteit gebruikt terwijl deze term door diverse partijen anders geïnterpreteerd wordt.

Je hebt natuurinclusief buiten de percelen en bio-innovatief telen op de percelen. Dit zijn twee aparte hoofdstukken. Het moet duidelijk zijn dat de boer op akkers/percelen op een andere wijze tewerk gaat. In de uitvoering moet het er op neerkomen dat de boer met zo weinig mogelijk milieubelasting méér voedsel moet produceren. Dit kan met regeneratieve landbouw en meer resistente robuuste rassen. Hier moet de focus op liggen. Daar past een zachte oever best wel in, of een bufferrand voordat het water de sloot in loopt. De boer wil en doet zijn best maar het moet ook economisch duurzaam zijn. De boer is geen natuurbeheerder die door subsidies wil worden betaald. Dat is namelijk geen gezonde bedrijfsvoering en bij regeringswisselingen dodelijk voor de toekomst van het bedrijf. Reactie gemeente 3.2 Er worden verschillende termen gebruikt. Wij hebben in de visie gekozen voor natuurinclusief omdat dit een veelgebruikte term is. Bovendien is het een containerbegrip dat op verschillende manieren ingevuld kan worden. De keuze hoe dit in te vullen ligt ook deels bij boeren zelf. Binnen de regels kan de boer nog steeds realiseren (op wereldschaal). Omdat deze ruimte geboden wordt met de term natuurinclusief laten wij de term zo staan in de visie. 3.3 Kringlooplandbouw is een verkeerde term: vervangen door regeneratieve landbouw. Dit sluit beter aan bij huidige ontwikkelingen.

Kringlooplandbouw kan voor de landbouw niet volledig gesloten. Een boer voert nu eenmaal gewassen af. Met regeneratieve landbouw (wintergewassen, groenbemesters, vitale bodem, et al) kun je veel compenseren maar niet alles. Reactie gemeente 3.3 Voor kringlooplandbouw geldt opnieuw dat dit om een containerbegrip gaat dat veel gebruikt wordt. Hier kan een ondernemer zelf invulling aan geven. Wat ons betreft is

18

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie regeneratief een variant van de kringlooplandbouw die onder het containerbegrip valt. Om deze reden is het niet nodig om de tekst in de visie aan te passen. 3.4 Biologische landbouw is geen oplossing voor een duurzame toekomstbestendige agrarische ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is beleid nodig die zoetwaterbeschikbaarheid mogelijk maakt. Biologisch past niet bij de opgave om met minder input (milieudruk, kosten, water, bemesting, …) meer voedsel en uitgangsmateriaal te produceren voor een groeiende Nederlandse en wereldbevolking. Biologische landbouw is en blijft kleinschalig laat onderzoek zien. Er zijn biologische boeren die stoppen omdat het niet uit kan. De biologische sector moet economisch vitaal zijn. De krachten om dit mogelijk te maken liggen verderop in de keten, niet bij de boeren. Reactie gemeente 3.4 Biologische landbouw is een begrip waarvan iedereen weet wat het inhoudt en waar iedereen op zijn eigen manier invulling aan kan geven. Daarom passen wij het begrip niet aan in de visie. De gemeente is het eens met de indiener dat naar de gehele keten moet worden gekeken. En dat de keten zo ingericht moet worden dat het economisch aantrekkelijk is voor boeren. Hier wordt aandacht aan gegeven op p. 47 van de visie. 3.5 Het is belangrijk dat boeren/partijen kunnen bijdragen aan het opstellen van een Omgevingsprogramma Landbouw.

Hier moet ruimte aan worden geboden in de visie. Reactie gemeente 3.5 Participatie is een belangrijk onderdeel binnen het opstellen van de Omgevingsprogramma’s. Dit is geborgd in de Omgevingswet door middel van het participatietraject. 3.6 Natuurinclusief is een spel met twee borden. Voor een toerist of buurtbewoner is dit een mooi bloeiend veld. Maar voor een boer is dit een vitale bodem met zoet water, een hoog opbrengend gewas zonder veel input en biodivers de winter door. Dit moet op elkaar afgestemd worden. Het moet samen met de boer bedacht worden wat hij/zij op zijn percelen kan doen en wat dit inhoudt. Reactie gemeente 3.6 De reactie op dit punt sluit aan bij de reactie onder 3.2. De gemeente vult niet in wat natuurinclusief is, dat is onder andere ook aan de boeren zelf. Wel volgen wij de Europese richtlijnen om het landelijk gebied meer biodivers te maken. 3.7 Ondergrondse zoetwateropslag die boeren voor irrigatie van hun pootaardappelen kunnen gebruiken is een opkomende techniek in onderzoeksfase. Dit moet worden gestimuleerd, ook in de visie. Reactie gemeente 3.7 De gemeente is bezig om een project op te zetten waarbij onderzoek wordt gedaan en gebruik wordt gemaakt van deze techniek. Dit wordt concreter uitgewerkt in het nog op te stellen Omgevingsprogramma Landbouw. De techniek is te specifiek voor de hoofdlijnen die in de Omgevingsvisie geschetst worden.

Daarom vullen wij de visie niet verder aan over deze techniek of het onderzoek dat hiernaar gedaan wordt.

19

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 3.8 Bij de 7e Trend van bijlagen Afbeeldingen en Kaarten (Trend/Ontwikkeling vs Ús Goud) staat ‘afnemende Landbouw’. Dit is niet juist en ook niet in lijn met het behouden van deze strategische sector voor onze gemeente zoals in Ús Goud staat. De trend is niet afnemend maar ‘meer innovatieve en veranderende landbouw die aansluit bij toekomstbestendige voedselproductie in een biodiverse omgeving’. De landbouw is voor onze gemeente akkerbouw en veehouderij. De landbouwers zijn zich bewust van de veranderingen die nodig zijn om de volgende generatie een toekomstbestendig bedrijf over te laten nemen. De landbouw blijft en innoveert op bijvoorbeeld stikstofregels, zoetwaterbeheer tegen ondergrondse verzilting, EU Green Deal, … Onze gemeente werkt hard mee aan deze innovaties. Reactie gemeente 3.8 Wij zijn het ermee eens dat de term afnemende landbouw niet klopt. Dit wordt aangepast naar toekomstbestendige landbouw. 3.9 In de bijlagen komen dezelfde termen zoals natuur inclusieve landbouw, biologisch (dynamisch) en kringlooplandbouw voor die net als in de generieke tekst een ander accent vragen. Zie 3.2, 3.3, 3.4, 3.6, 3.8. Reactie gemeente 3.9 Het klopt dat in de bijlagen dezelfde termen worden gebruikt als in de tekst van de visie. In 3.2, 3.3, 3.4 en 3.6 is gereageerd op het wel of niet aanpassen van de termen.

De termen die wij in de tekst niet aanpassen, zullen ook in de bijlagen niet worden aangepast.

20

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 9 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Specifieke dorpen 1.1 Voor Warfstermolen is het belangrijk dat voorzieningen in de regio behouden blijven. Inwoners zijn al snel aangewezen op de auto als er in naburige dorpen voorzieningen verdwijnen. Het OV is niet goed in dit gebied en daarom is de aandacht voor Kollum als kern van voorzieningen belangrijk. Voornamelijk voor winkels en de bibliotheek. Ook de zwembaden in Achtkarspelen en Kollum zijn belangrijk. Mocht het zwembad in Buitenpost in problemen komen, vragen wij de gemeente hier oog voor te hebben. Reactie gemeente 1.1 De gemeente is zich ervan bewust dat in met name kleinere kernen de voorzieningen onder druk (kunnen) komen te staan. De voorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid, ook in kleine kernen. Helaas is het niet altijd haalbaar om een voorziening te houden. Hier is op p.36 en 37 aandacht voor in de Omgevingsvisie. De gemeente zet zich in voor het behoud van de voorzieningen, voor zover zij daar invloed op heeft. 1.2 De visie geeft aan de nabijheid van basisonderwijs belangrijk te vinden. Hier is geen afstand aan gekoppeld. Kan de gemeente een criterium of vuistregel vaststellen hiervoor? Dan is het duidelijk waar de gemeente op in zet als het gaat om de nabijheid van basisonderwijs.

Reactie gemeente 1.2 In het Integraal Huisvestingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân 2020 staat dat wij inzetten op onderwijs op relatief korte afstand van het kind. Voor het basisonderwijs geldt een wettelijk maximum van 10 kilometer. De werkelijke afstand voor een kind tot basisonderwijs is momenteel 4,2 kilometer hemelsbreed uitgaande van de Atlas Noardeast-Fryslân 2015. 1.3 De ontwikkelingen in Kollumerpomp en Munnekezijl baren zorgen wat betreft basisonderwijs. Graag wordt gezien dat de gemeente de noodzaak voor het behoud van onderwijs in de noordoost hoek van voormalig Kollumerland in de visie onderschrijft. Reactie gemeente 1.3 In 2016 is er een motie ingediend waarin schoolbesturen werd gevraagd om beleid te maken op het in stand houden van de kleinere scholen in onze gemeente ‘Kleine scholenbeleid’. Door scholen in Dokkum te clusteren blijven er meer financiële middelen beschikbaar voor kleinere scholen in dorpen. Wij willen inzetten op duurzaam en toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Hier valt basisonderwijs op relatief korte afstand onder. Daarom is dit ook opgenomen op p. 94 bij “Wat gaan we doen?”. Dit geldt voor de gehele gemeente en uiteraard ook voor de noordoost hoek van voormalig Kollumerland.

21

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 10 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Samenwerking mienskip/overheden/partijen 1.1 Er worden vrijwel geen expliciete samenwerkingen benoemd met andere gemeenten in de visie. Een aantal voorbeelden zijn:  Met toerisme samenwerken met Ameland en Schiermonnikoog: eerst samen en wat niet samen kan, zelf doen …  De Noardlike Fryske Wâlden: uitgaan van een parklandschap (regiopark) waarin Waldpunten zijn. Wij zien een Woudpunt als een centrale plaats in Noordoost Friesland waarin het verhaal van de Friese Wouden wordt verteld en ervaren. Reactie gemeente 1.1 Op p. 30 staan een aantal voorbeelden genoemd van samenwerkingsverbanden. Deze lijst omvat niet alles en dat is volgens ons ook niet wenselijk. De visie is op hoofdlijnen en de uitwerking vindt plaats in de nog op te stellen Omgevingsprogramma’s. Hierin is het de bedoeling om te noemen met wie wij een specifiek project samen gaan doen. De samenwerking met andere gemeenten is zeker een belangrijk punt en zal specifieker worden uitgewerkt in de programma’s. 1.2 De Mienskip Challenge wordt niet genoemd in de visie maar is wel een goede aanvulling met het oog op samenwerken met de Mienskip.

Reactie gemeente 1.2 De Miensker Challenge is een mooie werkwijze die wij ook zouden kunnen gebruiken bij toekomstige updates van de Omgevingsvisie en bij het opstellen van Omgevingsprogramma’s. Het is een goede aanvulling die belangrijk is om op te nemen in de visie. Wij voegen op p.27 toe aan de tekst: “Voorbeelden van initiatieven gericht op de input van onze jeugd zijn de Miensker Challenge, Community Weken en Tienskip. Deze initiatieven worden opgenomen in ons op te stellen Participatiebeleid.” 1.3 Maak de rol van de Mienskip groter in de visie. Denk hierbij aan regio eigenaarschap: wij zijn samen met de Mienskip eigenaar en verantwoordelijk voor de regio. Reactie gemeente 1.3 Wij zijn het ermee eens dat de nadruk op de Mienskip goed moet terugkomen in de visie. Aan het einde van de eerste alinea op p. 27 staat dat wij meer loslaten. In de participatieladder en het participatiekader zijn gradaties van participatie aangebracht. De hoogste gradatie is dat de regie van een initiatief in handen ligt van de Mienskip zelf met ondersteuning van de gemeente. Dit komt terug in het nog op te stellen participatiebeleid. Het participatiekader is het vertrekpunt van dit beleid. Om de rol van de Mienskip te benadrukken in de visie nemen wij de participatieladder op als afbeelding in de visie.

22

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 2. Algemeen: ambities, proces, … 2.1 In de visie wordt veel gesproken over het behouden van Ús Goud, dus het behouden van wat je al hebt. Dit zou uitgebreid kunnen worden met het delven van Goud, dus het aangaan van nieuwe kansen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: regiolandbouw, circulaire maakindustrie (made in Fryslân). Reactie gemeente 2.1 In de visie wordt gesproken over het behouden en versterken van Ús Goud. Op p.31 “We verantwoord vernieuwen. Hierbij gaat het om ontwikkelen met respect voor de bestaande (landschappelijke) kwaliteiten en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten.” Hier wordt aangegeven dat er oog is voor nieuwe kwaliteiten en dus het aangaan van nieuwe kansen. Volgens ons staat dit onderwerp zo voldoende in de visie.

23

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 11 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Samenwerking met mienskip/overheden/partijen 1.1 De Omgevingsvisie moet beter onder de aandacht worden gebracht bij plaatselijk- en dorpsbelangen. Dit is nog niet gebeurd. Handig om te weten is: wat betekent het concreet en wat is het verschil met huidige plannen? Dit is een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van de ontwerp-Omgevingsvisie. Reactie gemeente 1.1 Wij hebben de visie voor een tweede keer ter inzage gelegd om onder andere plaatselijk- en dorpsbelangen de kans te geven hier alsnog op te reageren. Wij hebben dit ook naar hen toegestuurd samen met een informatieplaat. Deze geeft meer inzicht in de stappen en inhoud van de Omgevingsvisie. Daarnaast hebben wij twee inloopavonden georganiseerd om in gesprek te kunnen gaan over de visie. In paragraaf 2.2 van de Omgevingsvisie staat hoe het kader van de Omgevingsvisie zich verhoudt tot bestaand beleid. 1.2 Als onderdeel van de kernkwaliteiten wordt er beschreven dat er in de dorpen gezorgd wordt voor elkaar en mensen samen dingen oppakken. De visie gaat uit van een samenleving die gezamenlijk zorgt voor elkaar/het dorp/mienskip. Dit staat in contrast tot de beschikbaarheid van vrijwilligers om dit te realiseren.

Dit spanningsveld wordt in de visie niet nader toegelicht. De gemeente zal een bredere regierol moeten aannemen: hoe wordt er vormgegeven aan deze faciliterende rol van de gemeente? Zijn er voldoende vrijwilligers in de toekomst? Reactie gemeente 1.2 Dit is een goed punt dat wij zeker herkennen. De veerkrachtige Mienskip is daarom ook een pijler van het nieuwe welzijnsbeleidskader. Hier wordt aandacht besteed aan actief burgerschap en burgers die elkaar helpen en bijdragen aan de omgeving. Hoe wij vormgeven aan de faciliterende rol van de gemeente wordt daarnaast uitgewerkt in het participatiebeleid. Wij sluiten aan bij al bestaande infrastructuur en denken samen na over vragen als; hoe houden wij contact met partijen met wie wij nu al samenwerken? Is de bestaande infrastructuur genoeg? Hoe zorgen wij ervoor dat er een wisselwerking ontstaat en dat wij een beroep kunnen doen op elkaar wanneer dat dat nodig is? En hoe maak je het aantrekkelijk om als burger te participeren? Wij vinden dat het feit dat er minder vrijwilligers zijn en dat wij hier oog voor moeten hebben mist in de visie. Om deze reden breiden wij de tekst op p.27 uit met: “We beseffen dat er steeds minder vrijwilligers in de samenleving zijn. Dit kan een spanningsveld veroorzaken.

Desondanks moeten we het alsnog samen doen.” 1.3 Er moeten afspraken worden gemaakt over de contacten en samenwerking met verenigingen en stichtingen. Zo blijft de motivatie hoog en worden afspraken nagekomen door zowel de gemeente als deze verenigingen en stichtingen. De verwachtingen voor de samenwerking voor de beschikbare tijd die de partijen hebben moeten toegevoegd worden in de visie.

24

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

Reactie gemeente 1.3 Er is geen blauwdruk over onze contacten met diverse verenigingen en stichtingen. Per organisatie zijn er verschillende contacten met de gemeentelijke organisatie. Bij participatie bedenk je met welk doel je dit doet en wie heb je daarvoor nodig hebt. De bedoeling is om dit van tevoren met de stakeholders te bespreken, waaronder stichtingen/verenigingen. De visie is niet de juiste plek om dit verder uit te werken. Wel kunnen wij de verenigingen en stichtingen een duidelijkere plek geven in de visie, namelijk in de eerste zin van p. 27: “Wij willen samen met de inwoners (verenigingen, stichtingen), de ondernemers, de maatschappelijke organisaties en medeoverheden in onze gemeente werken aan de doelen die wij ook mét die Mienskip hebben bepaald.” 2. Gezondheid & zorg 2.1 Er wordt in de visie gesproken over een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. In dat geval mag er in de visie meer aandacht gegeven worden aan de toenemende zorgvraag in relatie tot het beleid om de zorg steeds meer vanuit de eigen woonomgeving te ontvangen. Dit heeft impact op de woningbehoeften en eisen aan woningen. Wat zijn hier de uitgangspunten? Oneens met een inclusieve samenleving is niemand, maar misschien wel in de manier waarop wij hier komen. Reactie gemeente 2.1 Deze ontwikkeling zien wij inderdaad terug in onze gemeente.

In de visie geven wij hier op hoofdlijnen al richting aan op p. 43. Hier wordt genoemd dat wij werken aan een passend aanbod qua woningen dat bijdraagt aan zelfredzaamheid zodat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. Wij voegen toe onder het stuk “Wat gaan we doen?” op p.44: “In de visie op wonen, welzijn en zorg werken we uit wat ons beleid wordt om mensen langer thuis te kunnen laten wonen”. 3. Algemeen: ambities, proces, … 3.1 Er is meer uitleg gewenst bij hoe de gemeente concreet de balans tussen ‘Ja, mits’ en ‘Ús Goud’ ziet. Reactie gemeente 3.1 In 5.2 en 5.3 staan onze afwijkingsprincipes verder uitgelegd. Omdat Ús Goud zo belangrijk is en wij het willen behouden, zijn de kernkwaliteiten vertrekpunt bij initiatieven. Sommige initiatieven zullen een nadelig effect hebben op de kernkwaliteiten en dus Ús Goud raken. Dan is het antwoord niet automatisch ‘nee’ maar gaan wij meedenken onder welke voorwaarden een initiatief wel door kan gaan. Wij wegen zorgvuldig integraal af en motiveren uiteindelijk de keuze die gemaakt wordt. 3.2 Er is meer uitleg nodig over wat de basishouding ‘meedenken’ van de gemeente inhoudt. Reactie gemeente

25

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 3.2 In plaats van het antwoord “nee”, denken wij mee hoe een initiatief wel gerealiseerd kan worden. Het is goed om duidelijkheid in de visie te geven over wat wij onder meedenken verstaan. Op p. 29 voegen wij na “Meedenken, dat is onze basishouding.” de volgende tekst toe: “Als een initiatief op het eerste gezicht niet lijkt te kunnen denken we als gemeente mee in oplossingsrichtingen. We geven richtlijnen mee binnen welke kaders een initiatief wel gerealiseerd kan worden. 3.3 Hoe gaat de gemeente om met dorpen waar geen initiatieven worden gegenereerd? Worden die niet of minder geholpen doordat alle energie gaat naar dorpen die wel initiatieven genereren? En zo niet, hoe voorkomen wij dat? Reactie gemeente 3.3 Er worden dorpenagenda’s, Dorpenprogramma’s en dorpsbiografieën opgesteld voor alle dorpen. Dit is onafhankelijk van hoeveel initiatieven hier worden gegenereerd. Wij proberen alsnog hetzelfde te doen voor alle dorpen, ook als er weinig vanuit een dorp zelf komt. Wij willen de dorpen betrekken en hier wordt vorm aan gegeven in het participatiebeleid. 3.4 Er mist een toekomstvisie voor de Wâlden, het coulisselandschap met de overgangsgebieden, in de Omgevingsvisie. Reactie gemeente 3.4 Er is geen aparte visie gegeven voor de kleigebieden en de Wâlden.

Er is een andere indeling in de Omgevingsvisie aangehouden, namelijk buitengebied en dorpen. De opgaven voor het buitengebied gelden voor zowel het kleigebied als de Wâlden. Wij gaan hierbij uit van de kwaliteiten van het landschap. Deze willen wij graag behouden. De Wâlden is een voorbeeld van zo’n kernkwaliteit van het landschap. Dit is ook de reden waarom wij het als uniek gebied hebben genoemd, namelijk de Waddenzee, het Lauwersmeergebied en de Noardlike Fryske Wâlden. Ook in het Omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen om de kwaliteiten van de Wâlden te borgen. 4. Specifieke dorpen 4.1 De afkorting WTO-dorpen wordt niet herkend. De WAT-regio en hun toekomstbeeld komt niet goed verwoord terug in de visie. In de Ontwerp-Omgevingsvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân wordt het gewenste toekomstbeeld van Westergeest, De Trieme en Aldwâld genoemd. In de afkorting WTOdorpen herkennen wij ons niet. De drie dorpen zijn al jaren samen de WAT-regio. Het toekomstbeeld van de WAT-regio is drie dorpshuizen en twee basisscholen. Reactie gemeente 4.1 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Deze tekst is destijds voorgelegd aan de dorpen. Het kan zijn dat het ondertussen niet meer klopt of wenselijk is.

In dit geval is de Nederlandse benaming opgenomen in plaats van de Friese. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is die in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven,

26

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie. Belangrijk is dat de WAT-regio wordt genoemd bij het opstellen van nieuwe dorpsambities in plaats van de WTO-dorpen. 4.2 De informatie over stichting TWA in bijlage 6 is onjuist in de Omgevingsvisie. Dit moet aangepast worden. Er wordt genoemd dat stichting TWA de kerken onderhoud. Dat is onjuist. Stichting TWA (die momenteel vanwege een beperkt aantal vrijwilligers niet erg actief is) heeft als doel om geld in te zamelen om de beide kerken te ondersteunen bij het onderhoud. Van het beperkte bedrag dat Stichting TWA bijdraagt, kunnen de kerken nooit onderhouden worden. Reactie gemeente 4.2 De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Zie inspraak 5, reactie 1.1. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is die in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie.

Belangrijk is dat bij het opstellen van nieuwe dorpsambities de juiste informatie wordt gehanteerd.

27

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 12 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Landbouw 1.1 De biologische landbouw mist in de Omgevingsvisie terwijl er veel biologische bedrijven in de gemeente zijn die voorop lopen in duurzaamheid. Bovendien is de ambitie richting 25% biologische landbouw wettelijk erkent en wetenschappelijk onderbouwt als kans in onze regio. Reactie gemeente 1.1 De biologische landbouw wordt op verschillende plekken in de visie gebruikt als voorbeeld. Hiermee staat het onderwerp voldoende in de visie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=0eeabd60-45da-4893-a6dd-4f1e9ddb59ef