Bijlage 6 - Zienswijze hogere grenswaarde avg
Tekst van het document
College van B&W en de gemeenteraad van gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 13 9290 AA K0LLUM
AANGETEKEND
Zwagerbosch, 2 oktober 2021 Betreft; bezwaarschrift ontwerpbesluit hogere grenswaarde wet geluidhinder Zwagerbosch (oostelijk van) Boskwei 13.
Geacht college en gemeenteraad,
LZOZ .1)10 / IJ
Naar aanleiding van de publicatie in de Nieuwe Dockumer Courant van 8 september 2Y24-j-l htrffendJXeL ontwerpbesluit hogere grenswaarde wet geluidhinder Zwagerbosch (oostelijk van) Boskwei 13 doen wij u onze zienswijzen toekomen. Andermaal wijzen wij op de wijze van publicatie, de Boskwei 13 is het adres van de aanvrager maar heeft niets te maken met de feitelijk inhoud van het ontwerpbesluit, deze heeft namelijk uitsluitend betrekking op het stuk grond grenzend aan de Spoarbuorren Stid langs de spoorlijn en de Heidewei, maar deze situering blijft heimelijk achterwege in de kennisgeving. (bijlage 1. topografische situering) Wij hebben deze onjuistheid al voorafgaand dit ontwerpbelsuit om op het onderhavige perceel naderhand een woning te bouwen strijdig is met het thans vigerende bestemmingsplan voldoende inzichtelijk gemaakt gelet op onze zienswijze van 24 april 2020. Onverteerbaar is de aanhoudende intentie van het college het enkel individuele belang boven het meerdere belang van omwonenden en direct betrokkenen te stellen, om voornemens de normen te versoepelen qua geluidhinder en hogere grenswaarden te realiseren in de geluidzone ter hoogte van Spoarbuorren Sûd.
De onderhavige geluidzone is als omwonenden ook onze geluidzone welke is vastgelegd in de geluidkaart met hoofdspoorwegen van ProRail, die als beheerder belast is met de wettelijke aanpak van geluidhinder en anderzijds bittere noodzaak om de geluidenbelastingen niet te laten toenemen bij voorziene groei van het treinverkeer. Al jaren worden de geluidzones vastgelegd volgens Europese Richtlijn omgevingslawaai en richt zich op het beheersen en zo nodig en gewenst verlagen van geluidsniveaus in de leefomgeving. Als voortvloeisel uit deze richtlijn is het actieplan van omgevingslawaai voor drukbereden Spoorwegen, waarin een collectieve aanpak door het Rijk is opgesteld om geluidhinder te verlagen en geluidenbelastingen niet te laten toenemen, door toenmalig staatssecretaris van infrastructuur en milieu Wilma van Mansveld vastgesteld op 14januari 2014. Uw voornemen is strijdig met voornoemd actieplan vervat in de Wet Milieubeheer art.11.11-14. Kennelijk is het college hier niet van op de hoogte maar zal hier door de juristen van ProRail ongetwijfeld op worden geattendeerd met name de gevolgen ervan.
Tegenwoordig staat het nieuws bol van aantasting van ons milieu, CO-2 uitstoot, klimaatverandering en de gevolgen hiervan beseffen ons dat een ieder genoodzaakt is zijn bijdrage te leveren en de regels worden aangescherpt in het kader van woon- en leefklimaat, luchtvervuiling, geluidhinder etc., daar waar de hedendaagse prioriteiten moeten liggen laat dit bestuursorgaan het varen en is ronduit wereldvreemd door voornemens te ontheffen. Voorts willen wij het college erop wijzen dat bij het doorlopen van een hogere waarde procedure uitsluitend kan worden vastgesteld als wordt voldaan aan eisen gesteld ter bescherming tegen geluid van buiten, opgenomen in het Bouwbesluit art.3.1-3, deze verwijzing blijft achterwege in het onderhavige akoestisch rapport.
De hogere geluidbelasting kan echter alleen worden toegestaan als akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat het treffen van geluid reducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn of stuit op stedenbouw kundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële bezwaren, wederom ontbreekt een nadere specificering/onderbouwing en is er dus ook geen sprake van een volwaardig onderzoek. Hetzelfde Bouwbesluit was van toepassing tijdens onze aanvraag van een bouwvergunning voor een vervangende woning en werden wij met deze strenge eisen geconfronteerd en moesten zonder enige vorm van ontheffing of vrijstelling van de gemeente voldoen aan dit Bouwbesluit betreffende bouwen langs de spoorlijn (art.3.3) wat ertoe heeft geleid extra geluidswerende voorzieningen te moeten treffen; bredere spouwmuur met zwaardere steenwolisolatie, betere geluidsisolerende dakplaten, betere geluidsisolerende beglazing etc. Zowel de Wet Milieubeheer en het Bouwbesluit zijn algemeen bindende regels en voorschriften die gelden voor een ieder (ook voor dit college) onverlet of het nu om een privaat- of een publiekrechtelijke voorschrift gaat.
Door deze te overtreden gaat het bestuursorgaan haar beleidsvrijheid te buiten, om louter de niet welgevallige parameters te ontduiken middels dit ontwerpbesluit enkel en alleen ter realisatie van een particuliere woning op het betreffende perceel, een dermate ingrijpende maatregel is alleen te rechtvaardigen wanneer men spreekt van een grootschalig economisch betekenis en/of in het algemene belang, doch nimmer in een enkel privaatbelang van een aanvrager waarbij het belang van omwonenden mag decimeren middels het verlagen van het beschermingsniveau tegen geluid notabene langs een spoorweg! Samenvattend ligt bij het college de wettelijke vastgelegde onderzoeksverplichting; het college moet allereerst de geluidbelasting zonder beperkende maatregelen in beeld brengen. Vervolgens is het niet voldoende om te onderzoeken hoe effectief de maatregelen zijn om aan de hogere waarde te voldoen, maar zal ook maatregelen moeten onderzoeken die kunnen helpen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Dit betekent dat het college uit hoofde van de Wet Geluidhinder art.llOa de motiveringsplicht heeft waarom ze hogere waarden willen vaststellen én waarom ze niet kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde.
Centraal staat of het college aan bovenstaande voorwaarden voldoet en besluit of de maatregel haalbaar is en niet op basis van een ad-hoc geluidsrapportje! Wij zijn bekend met de list en de lagen van de adviesbureaus die floreren door de mankementen in het ambtelijk apparaat, omdat simpelweg de vereiste kennis op overkoepelende beleidsterreinen ontbreekt. Gelet op de voornemens van het college pleegt deze andermaal een inbreuk op onze belangen door cum ulatie van het schenden van regelgeving, immers houdt dit ontwerpbesluit direct verband met het ontwerp bestemmingsplan Zwagerbosch welke al strijdig is met thans vigerende bestemmingsplan. De vooropgezette handelswijze bevestigd de aansprakelijkheid van het college qua-non, en moet beseffen dat deze cumulatie van schadeveroorzakende besluiten wij naar even redigheid zullen meewegen in onze tegemoetkoming in planschade en dat wij alle noodzakelijk juridisch gemaakte kosten zullen verhalen. Het moge duidelijk zijn dat wij pertinent tegen de onderhavige voornemens van het college zijn, wij verzoeken u om de ontvangst van dit bericht te bevestigen, en wachten uw reactie af nu uit hoofde van de hogere waarde procedure bij het college de wettelijke verplichting ligt om met adequate motivering jegens ons te komen.
Hoogachtend,
t
— Gi 0)0) t) S)
c
E
0 (1) 0 .0 0)
1
1