Bijlage 3 - RvO toelichting 2023
Tekst van het document
toestemming van een betekenende minderheid (ondersteuning door 30 van de 150 leden) volstaat. In een gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer van de raad. Toch is het van belang dat zij bij een
instrument als de interpellatie ook op de hoogte worden gesteld van de inhoud van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede lid wordt hiervoor gezorgd.
Artikel 52. Schriftelijke vragen Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die
tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Vergeleken met mondelinge vragen, gaat het bij schriftelijke om meer uitgebreide en/of gedetailleerde vragen.
Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de
burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De verantwoordelijke portefeuillehouder dient de
vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijn van 30 dagen kan plaatsvinden.
Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.
Artikel 53. Vragenhalfuur Vragenmoment / It Fragemomint Deze bepaling vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een
vragenmomenthalfuur en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde
wenselijk is. Wel kan het vragenhalfuur bijdragen aan een vergroting van de betrokkenheid van burgers bij het bestuur: één van de doelstellingen van dualisering.
In het vragenmomenthalfuur krijgt de raad de mogelijkheid over ingebrachte onderwerpen (leden van) het college mondeling aan de tand te voelen.
Het karakter van het vragenhalfuur verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het recht van
interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt.
Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde
bestuur. Vergeleken met schriftelijke vragen, gaat het bij mondelinge primair om korte, actuele vragen met nieuwswaarde (lid 2).
Artikel 54. Inlichtingen In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. Naast een ingewikkelde inrichting van de
bestuursbevoegdheden bevat de Gemeentewet ook behoorlijk aangescherpte regels over de
inlichtingenplicht van het college ten opzichte van de raad. Deze regels beogen de politieke
verantwoordelijkheid van het college te activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te
bevestigen. Daar is in de eerste plaats de passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 169, derde lid, van de Gemeentewet. Dat is de klassieke informatieplicht die het college opdraagt de door de raad
gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Dit recht om
inlichtingen te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee is een waarborg in het
leven geroepen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het
vragen van inlichtingen door een raadslid of raadsminderheid. Wel kan de raad via het Reglement van orde op grond van doelmatigheidsoverwegingen een zekere ordening aanbrengen in de wijze waarop het inlichtingenrecht wordt uitgeoefend. De raad gaat immers over de agenda en de vergaderorde.
De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is wettelijk objectief en algemeen omschreven. De wetgever beoogde daarmee dat een beroep daarop in de praktijk als een hoge uitzondering op de
algemene regel zou moeten worden gebruikt. Het moet dan gaan om zwaarwegende belangen. In de praktijk bestaan verschillende wettelijke en politieke figuren om als raad en college met elkaar te
communiceren buiten de openbaarheid. De openbaarheid van stukken en vergaderingen bijvoorbeeld kan al dan niet tijdelijk worden opgeheven. Vervolgens kent de gedualiseerde Gemeentewet thans een
algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede lid, verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Blijkbaar moet het college permanent nagaan welke informatie de raad behoeft voor een goede taakvervulling.
Hier liggen grote politieke risico’s als de raad het college in het ongewisse laat over de aard en omvang
van de gewenste informatie. In het geval dat raad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot dat het college de raad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig
terecht en bovendien zijn we dan weer terug in de cultuur van meeregeren uit het monistische tijdperk.
Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking tot een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht.
Artikel 169, vierde lid, verplicht het college de raad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een gemeentewettelijke bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien de raad
daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Overigens kent ook deze actieve
informatieplicht de nodige vaagheid. Wat is ingrijpend? Het antwoord op deze vraag moet volgens de
wetgever worden gevonden in de plaatselijke omstandigheden. Waarschijnlijk heeft de wetgever het oog
gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten. Blijkbaar moeten raad en college hier zelf een modus voor vinden. Een andere vraag is nog of ook deze inlichtingenplicht wordt
beperkt door de weigeringsgrond van het openbaar belang als bedoeld in het derde lid van de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord op basis van
ongeschreven gemeenterecht. Het verstrekken van inlichtingen kan overigens niet via de rechter worden afgedwongen.
Artikel 55. Recht van onderzoek In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de onderzoeksbevoegdheid van de raad naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur. Daarbij gaat het om een algemene, lichtere
onderzoeksbevoegdheid dan die de raad is gegeven in de artikelen 155a-f Gemeentewet (gemeentelijke enquête). Voor die laatste vorm schrijft de wet een (aparte) verordening voor (zie artikel 155a, lid 8 Gemeentewet).
Artikel 56. Spoeddebat Eén of meer leden kan/kunnen een spoeddebat aanvragen indien een zaak een spoedeisend karakter heeft. Het artikel verbindt hieraan enige voorwaarden. Het spoeddebat vindt plaats tijdens een reguliere raadsvergadering. Steun minderheid (b.v. vijfde of een kwart) voldoende? Artikel 57. Spoedvergadering
In dit artikel is een korte regeling voor een spoedvergadering opgenomen. Een minderheid van 1/5 deel van het totaal aantal leden is voldoende om een verzoek tot een extra vergadering te ondersteunen. Het
gaat hierbij om onderwerpen die zo urgent worden geacht dat behandeling in de eerstvolgende (reguliere) raadsvergadering niet kan worden afgewacht. Nu de raad inmiddels vrijwel wekelijks bijeen komt, zal die urgentie nog uitzonderlijker zijn dan voorheen.
Hoofdstuk 5. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 59. Verslag en verantwoording Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de
gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling,
verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als ver¬tegen¬woordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling
functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
gemeenschappelijke regeling dient over deze verant¬woordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.
In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen).
In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 53.
Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen.
Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke
rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van een) NV. Hierin voorziet het vierde lid.
Hoofdstuk 5. Toehoorders en pers Artikel 58. Toehoorders en pers De in artikel 58 aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde aangevuld door artikel 26 van de wet. In artikel 26 lid 1 Gemeentewet is geregeld dat de voorzitter zorgt voor de
handhaving van de orde in de vergadering. Wanneer de orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt
verstoord is de voorzitter bevoegd deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen ontzegd worden.
Artikel 59. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations
geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel moet rekening gehouden worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een
bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken
niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.
Artikel 60. Verbod gebruik communicatiemiddelen Gebruik van mobiele telefoons, tablets e.d. is aan de orde van de dag, ook tijdens raadsvergaderingen.
Deze bepaling geeft de voorzitter een handvat om in te grijpen als het gebruik ervan storend is voor de orde van de vergadering.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 61. Uitleg reglement Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 62. Inwerkingtreding en citeertitel Het reglement van orde treedt in werking op de dag van vaststelling, dit ingevolge artikel 142 van de
Gemeentewet dat het mogelijk maakt om in het besluit een tijdstip aan te wijzen. Alsdan vervalt het in 2019 vastgestelde Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van Noardeast-Fryslân.