CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Overzicht wijzigingen ten opzichte van 2020

It Beslút 7 mei 2026, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 20262.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3. Overzicht van de wijzigingen in de Jeugdhulpverordening De actualisatie van de Verordening Jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 2020 naar de Verordening Jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 2026 is gebaseerd op drie belangrijke ontwikkelingen: 1. Gezamenlijke inkoop specialistische jeugdhulp (2024) In 2024 hebben achttien Friese gemeenten gezamenlijk specialistische jeugdhulp ingekocht. Conform artikel 2.9 onder a van de Jeugdwet moeten de ingekochte individuele voorzieningen en de bijbehorende voorwaarden in de verordening worden opgenomen. Deze zijn verwerkt in artikel 4 van de nieuwe verordening. 2. Rechterlijke uitspraken over de uitvoering van de Jeugdwet Recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en diverse rechtbanken heeft gevolgen voor de gemeentelijke uitvoering van de Jeugdwet. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een aantal technische aanpassingen in de verordening, zonder dat dit beleidswijzigingen tot gevolg heeft. De wijzigingen zorgen ervoor dat de uitvoering opnieuw aansluit bij de actuele wet- en regelgeving. 3. Wijziging Besluit Jeugdwet (in werking per 1 juli 2024) De wijziging van het Besluit Jeugdwet verplicht gemeenten tot het hanteren van reële prijzen voor jeugdhulp op basis van kostprijselementen. Deze bepalingen waren nog niet opgenomen in de verordening uit 2020.

De vereiste kostprijselementen en bepalingen over het doorbetalen van reële prijzen aan onderaannemers zijn opgenomen in artikel 23 van de nieuwe verordening. Ook dit betreft een technische wijziging zonder beleidsaanpassing. In de toelichting bij de Verordening Jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 2026 wordt per artikel de juridische intentie verduidelijkt. In het onderstaande overzicht wordt kort weergegeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de huidige verordening en wat hiervoor de aanleiding is. Artikel 1 Begripsbepalingen Onderstaande begripsbepalingen zijn nieuw wijziging ten opzichte van de Verordening Jeugdhulp 2020: Eigen kracht Het begrip eigen kracht verwijst naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van betrokkenen. Dit sluit aan bij de wettelijke zorgplicht van ouders en echtgenoten, zoals geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Deze zorgplicht omvat de verplichting om minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en de daarbij behorende kosten te dragen. Familiegroepsplan Het persoonlijk plan is een begrip uit de Wmo 2015 en hangt inhoudelijk samen met het familiegroepsplan uit de Jeugdwet. In de praktijk worden persoonlijke plannen nauwelijks of niet opgesteld, onder andere omdat het familiegroepsplan dezelfde functie vervult.

Daarom wordt binnen de uitvoering van de Jeugdwet uitsluitend het begrip ‘familiegroepsplan’ gebruikt. Artikel 2 Toegang en beschikbare algemene voorzieningen Als gevolg van de gezamenlijke inkoop 2024 zijn de algemene voorzieningen nu apart opgenomen in artikel 2. Dit is een wijziging ten opzichte van de Verordening Jeugdhulp 2020, waarin de algemene en individuele voorzieningen nog waren samengevoegd.

Artikel 3 Beschikbare individuele voorzieningen Om de overzichtelijkheid te vergroten, zijn de individuele voorzieningen op basis van de Inkoop 2024 in een apart artikel opgenomen. De lijst is niet volledig; het betreft geen limitatieve opsomming. Omdat de voorzieningen sterk van elkaar verschillen, wordt de verzamelterm ‘ondersteuning’ gebruikt. Bij elke vorm van ondersteuning wordt een korte toelichting gegeven, zodat duidelijk wordt welk aanbod aan individuele jeugdhulp beschikbaar is. Artikel 4 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Het artikel is opnieuw genummerd en opgenomen als artikel 3 in de Verordening Jeugdhulp 2020. In het nieuwe tweede lid is vastgelegd dat het college uitsluitend jeugdhulp vergoedt wanneer de verwijzing plaatsvindt naar een gecontracteerde aanbieder. Deze wijziging sluit aan bij de huidige uitvoeringspraktijk binnen het bestaande wettelijke kader. Artikel 5 Toegang jeugdhulp via de gemeente Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 4. Artikel 6 Toegang jeugdhulp via de GI, de rechter, het openbaar ministerie en de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht Dit nieuwe artikel beschrijft de wettelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen van de gemeente bij het gebruik van deze toegang.

Artikel 7 onderzoek en gesprek Dit artikel is aangevuld naar aanleiding van een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De uitspraak stelt wettelijke eisen aan gesprekken met jeugdigen en hun ouders. Deze eisen worden in de verordening opgenomen en in de toelichting nader uitgewerkt. Dit artikel vormt bovendien een samenvoeging van de artikelen 5 en 6 van de Verordening Jeugdhulp 2020. 9. Artikel 8 Identificatie Dit artikel is nieuw. Uit de Jeugdwet en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan blijkt geen rechtvaardiging voor een algemene identificatieplicht. Wel is het, met het oog op het voorkomen van ten onrechte verstrekte individuele voorzieningen of persoonsgebonden budgetten en ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, wenselijk om hierover in de verordening een bepaling op te nemen. Omdat de wetgever bewust niet voor een standaard identificatieplicht heeft gekozen, bevat artikel 8 een genuanceerdere regeling. Deze sluit aan bij de wettelijke vergewisplicht en legt de afweging in het individuele geval bij het college. Artikel 9 Verslag Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 7. Artikel 10 Aanvraag Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 8.

Artikel 11 Individuele voorziening Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 9.

Artikel 12 Beoordeling gebruikelijke hulp, bovengebruikelijke hulp en eigen kracht Dit artikel is nieuw. Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep zijn de definities van gebruikelijke hulp en bovengebruikelijke hulp toegevoegd aan de verordening. Hiermee wordt beter aangesloten bij de zorgplicht van ouders zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Onder gebruikelijke hulp vallen de normale zorg- en opvoedingstaken die alle ouders, passend bij de leeftijd en ontwikkeling van hun kind, geacht worden te verrichten. Dit geldt ook wanneer er sprake is van problematiek zoals bedoeld in de Jeugdwet. De verordening bevat afwegingscriteria – gebaseerd op de genoemde uitspraak – die het college gebruikt om te beoordelen of sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp. Het begrip eigen kracht (de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van gezinnen) sluit eveneens aan bij de wettelijke zorgplicht uit het Burgerlijk Wetboek. Dit geldt niet alleen voor ouders ten opzichte van hun minderjarige kinderen, maar ook voor echtgenoten onderling. Zij zijn verplicht de tot het gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen en op te voeden, en de kosten hiervan te dragen. De inhoud van artikel 11 was voorheen grotendeels vastgelegd in nadere regels.

Op basis van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep moet deze inhoud nu in de verordening zelf worden opgenomen. Na publicatie van de nieuwe verordening komen de nadere regels te vervallen. Artikel 13 Inhoud beschikking Het artikel is hernummerd en is in de Verordening Jeugdhulp 2020 opgenomen als artikel 10. Daarnaast zijn lid 5 en 6 toegevoegd. In de eerdere verordening bestond geen expliciete bepaling over het toekennen van een individuele voorziening of pgb met terugwerkende kracht. In de praktijk bleek deze situatie echter voor te komen, zoals ook uit jurisprudentie blijkt. Om die reden is nu vastgelegd onder welke voorwaarden terugwerkende kracht kan worden toegepast. Artikel 14 Weigerings- en beëindigingsgronden Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 11. Artikel 15 Regels voor PGB De wettelijke basis voor het persoonsgebonden budget (PGB) binnen de Jeugdwet is vastgelegd in de Jeugdwet zelf. Door regels over de verstrekking van een PGB in de gemeentelijke verordening op te nemen, wordt geborgd dat de zorg voor het kind veilig, doelmatig en passend is. Daarnaast stelt dit de gemeente in staat om te beoordelen of de inzet van hulp verantwoord en gerechtvaardigd is. De verordening bevat onder meer bepalingen over de verantwoordelijkheden van ouders of verzorgers, zoals het kunnen beheren van het budget.

Ook moet worden onderbouwd waarom zorg in natura (ZIN) niet passend is. Nieuw in dit artikel is lid 2, waarin – op basis van recente jurisprudentie – wordt vastgelegd in welke situaties een PGB kan worden geweigerd. Naar aanleiding van de inkoop 2024 zijn daarnaast de leden 3 en 4 toegevoegd, waarin aanvullende voorwaarden en werkwijzen zijn opgenomen. In de Verordening Jeugdhulp 2020 stond dit geregeld in artikel 12.

Artikel 16 PGB-vaardigheid Dit artikel is nieuw. PGB-vaardigheid is een belangrijke voorwaarde voor het ontvangen van een PGB. Een zorgvrager met een PGB is namelijk zelf verantwoordelijk voor het organiseren en beheren van de zorg. Dit betekent onder meer het selecteren, aansturen en beoordelen van zorgverleners, het voeren van een correcte administratie en het naleven van werkgevers- en juridische verplichtingen. De gemeente beoordeelt of de zorgvrager over deze vaardigheden beschikt voordat een PGB wordt toegekend. Uit zowel wetgeving als praktijkervaring blijkt dat duidelijke criteria voor PGB-vaardigheid noodzakelijk zijn om te waarborgen dat zorg passend, veilig en verantwoord kan worden ingezet. Artikel 17 Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een PGB Dit nieuwe artikel is opgesteld naar aanleiding van een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. In deze uitspraak is bevestigd dat gemeenten verplicht zijn om deskundigheids- en kwaliteitseisen vast te leggen voor zorg die via een persoonsgebonden budget (PGB) wordt geleverd. Het artikel beschrijft de eisen waaraan zowel de zorgaanbieder als diens bedrijfsvoering moeten voldoen. Deze eisen zijn bedoeld om onrechtmatig of oneigenlijk gebruik van PGB-gelden te voorkomen en om de belangen van de zorgvrager te beschermen.

Uitgangspunt is dat de geleverde zorg veilig, doeltreffend en van goede kwaliteit is. Daarnaast moet de zorg cliëntgericht zijn en aansluiten bij de behoeften van de zorgvrager. Uit jurisprudentie blijkt dat de gemeente een PGB mag weigeren wanneer de gekozen zorgaanbieder niet voldoet aan de vastgestelde kwaliteitseisen. Artike18 Verschil tussen formele en informele hulp bij een PGB Dit nieuwe artikel legt, in lijn met geldende jurisprudentie, het onderscheid tussen formele en informele hulp vast in de verordening. Bij een PGB op grond van de Jeugdwet wordt dit onderscheid bepaald door de aard van de zorgverlener. Formele hulp wordt verleend door een zorgprofessional met een relevante opleiding of kwalificatie, waarvoor een hoger tarief geldt. Informele hulp wordt geboden door personen uit het sociale netwerk van de jeugdige — zoals familie, vrienden of buren — die geen formele zorgopleiding hebben. Voor deze vorm van ondersteuning geldt een lager tarief. Artikel 19 Hoogte van de PGB bedragen In de Verordening Jeugdhulp 2020 waren de PGB-tarieven opgenomen in artikel 13. Dit artikel is aangepast en uitgebreid naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, recente jurisprudentie en de inkoopafspraken voor 2024.

Op basis van de wet- en regelgeving mag het PGB-tarief niet hoger zijn dan het tarief voor formele hulp, berekend op basis van de laagste prijs voor zorg in natura (ZIN) die de gemeente hanteert. Het hanteren van een vast percentage van het ZIN-tarief (zoals 80%) is volgens recente jurisprudentie niet langer toegestaan. Artikel 20 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele maatwerkvoorzieningen (in natura of PGB) en misbruik of oneigenlijk gebruik Dit artikel is nieuw en geeft uitvoering aan de wettelijke taak van de gemeente om toezicht te houden op de rechtmatigheid van jeugdhulp. Het toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp valt onder de verantwoordelijkheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid.

De Jeugdwet biedt – anders dan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 – geen grondslag voor het aanwijzen van gemeentelijke toezichthouders. Om deze wettelijke lacune op te vullen, voorziet dit artikel in de verordening in de benodigde basis voor de benoeming van een toezichthouder. Hiermee wordt gewaarborgd dat de gemeente haar toezichtstaak op een rechtmatige en transparante manier kan uitvoeren.

Artikel 21 Schending inlichtingenplicht Dit artikel is nieuw. De jeugdige of diens ouders zijn verplicht alle informatie te verstrekken die relevant is voor het vaststellen van het recht op jeugdhulp. Wanneer deze inlichtingenplicht wordt geschonden, kan het college besluiten de jeugdhulp te herzien of te beëindigen. Dit betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Indien blijkt dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, kan het college onder voorwaarden overgaan tot terugvordering van de onterecht verstrekte jeugdhulp. Daarnaast kan fraude met voorzieningen op grond van de Jeugdwet strafrechtelijk worden vervolgd. De beslissing hierover ligt bij het Openbaar Ministerie, niet bij de gemeente. De Jeugdwet biedt slechts in één situatie de mogelijkheid tot invordering bij schending van de inlichtingenplicht rond een pgb: wanneer het pgb is ingetrokken of herzien omdat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt (artikel 8.1.4, eerste lid, onder a). Alleen in deze situatie heeft het college de wettelijke bevoegdheid om tot invordering over te gaan. Artikel 22 Invorderen Dit artikel is nieuw; in de huidige verordening zijn hierover nog geen bepalingen opgenomen. De Jeugdwet regelt alleen hoe terugvordering plaatsvindt wanneer de inlichtingenplicht is geschonden.

Voor andere situaties biedt de wet geen mogelijkheid om een pgb of de geldwaarde van in natura geleverde jeugdhulp terug te vorderen. Dit artikel legt deze terugvorderingsbevoegdheid alsnog vast. Het college beoordeelt per geval of terugvordering evenredig is. Daarbij moet worden voorkomen dat terugvordering leidt tot een onaanvaardbare situatie voor de belanghebbende. Omdat de gemeente in deze situaties niet eenvoudig een executoriale titel kan verkrijgen, resteert de privaatrechtelijke weg. Terugbetaling kan worden afgedwongen via een vordering wegens onverschuldigde betaling, maar daarvoor is een rechterlijk vonnis nodig.

Artikel 23 Opschorting betaling uit het PGB Dit nieuwe artikel geeft het college de bevoegdheid om betalingen uit het PGB geheel of gedeeltelijk op te schorten wanneer er bij een cliënt een ernstig vermoeden bestaat dat daar aanleiding voor is. De opschorting kan maximaal dertien weken duren. Deze termijn sluit aan bij artikel 4:56 van de Awb en bij de uitvoeringspraktijk binnen de Wet langdurige zorg. Opschorting is in deze situaties een minder ingrijpende en vaak effectievere maatregel dan het beëindigen, weigeren, intrekken of herzien van een verleningsbesluit. Door tijdelijk op te schorten ontstaat ruimte voor herstelmaatregelen, het aanleveren van aanvullende informatie of het uitvoeren van nader onderzoek, zonder dat de cliënt direct wordt geconfronteerd met de gevolgen van een zwaar besluit. Het college moet een verzoek tot opschorting zorgvuldig motiveren en de SVB voorzien van alle relevante informatie die nodig is voor een goed onderbouwd besluit. Daarbij gelden de gebruikelijke wettelijke en procedurele voorschriften.

Artikel 24 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het artikel is hernummerd en opgenomen in de Verordening Jeugdhulp 2020 als artikel 15. De toevoeging van leden 2 en 3 brengt een nadere verduidelijking aan van onderwerpen die eerder niet in regelgeving waren uitgewerkt. Deze verduidelijkingen zijn ontleend aan relevante jurisprudentie. Artikel 25 Klachtregeling Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 16. Artikel 26 Inspraak en medezeggenschap Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 17. Artikel 27 Gegevensverwerking en privacy Het artikel is hernummerd en opgenomen als artikel 19 van de Verordening Jeugdhulp 2020. De inhoud is geactualiseerd om deze in lijn te brengen met de recente wijzigingen in de privacywetgeving, zodat de verordening juridisch up-to-date blijft. Artikel 28 Hardheidsclausule Het artikel is hernummerd en komt in de Verordening Jeugdhulp 2020 overeen met artikel 19. Artikel 29 Overige aanvullende bepalingen Dit artikel is nieuw en biedt een vangnet voor gevallen waarin de verordening of de daarop gebaseerde wetgeving niet voorziet.

Artikel 30 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel heeft een nieuwe nummering gekregen ten opzichte van de Verordening Jeugdhulp 2020, waarin het artikel als nummer 20 was opgenomen. De inhoud is bijgewerkt met de actuele gegevens voor de Verordening Jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=81bcdf88-acce-4888-9a29-f4fc1634324a