Bijlage 3 - Infographic Zonnebeleid Noardeast-Fryslân
Tekst van het document
beleidskader zonne-energie Zonne-energie
Ambities
Opgave
“Er wordt gestreefd naar het leveren van betekenisvolle bijdragen aan een duurzame samenleving. Bij de transitie van energie wordt gedacht aan het meer benutten van zonne-energie.” (Coalitieakkoord en Raadsagenda Noardeast-Fryslân 2019-2022)
- Gemeentelijke ambitie: minimaal 70% van de electriciteit verduurzamen in 2030
We gaan uit van een jaarlijkse energiebesparing van 1,5% en een aandeel zonne-energie van 30% van de totale energiemix. We hebben de volgende opgaves: - 2030: 214 Terajoule / 68 hectare - 2050: 520 Terajoule / 165 hectare
- (Inter)nationaal: 100% duurzame energie in 2050
zonneladder Opwekken van zonne-energie kan op verschillende manieren, die allemaal een andere ruimtelijke impact hebben. We gebruiken de ‘Zonneladder’, waarbij we het liefst kiezen voor de initiatieven die zo laag mogelijk op de ladder zitten. Want hoe lager op de ladder, hoe kleiner de impact. De Zonneladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties. Als locaties op een lagere trede van de ladder, voor een bepaald initiatief, niet voldoende beschikbaar of geschikt zijn, komen locaties op een hogere trede in beeld. We proberen zoveel mogelijk de grondgebonden initiatieven in het landschap te voorkomen. Trede 3 is in principe uitgesloten.
3 2
Grondgebonden zonnepanelen In landelijk gebied/landschap.
1 0
Binnen bestaand stedelijk gebied of op bestaande bouwpercelen in het landelijk gebied.
In het landelijk gebied: nabij bestaand stedelijk gebied, direct in aansluiting op bestaande bouwpercelen, op bijzondere locaties (niet agrarisch en natuur) en langs infrastructuur.
Gebouwgebonden zonnepanelen Dakopstellingen.
Visiekaart en Landschappelijke beoordeling
gecombineerd ruimtegebruik
Naast de Zonneladder is er een ‘Visiekaart’ ontwikkeld. Deze kaart maakt inzichtelijk welke kansrijke locaties er zijn voor zonne-energie-initiatieven. Er is onderscheid in drie landschapstypen. In de rood gemarkeerde gebieden kunnen geen initiatieven gerealiseerd worden. Landschaps- en natuurwaarden zorgen dat deze gebieden uitgesloten zijn. De weidevogelgebieden zijn gerasterd weergegeven. Hier gelden aanvullende voorwaarden. ! Initiatieven moeten altijd rekening houden met algemene landschapskenmerken en specifieke gebiedskenmerken.
Bijvoorbeeld een zonneveld met:
Initiatieven die het opwekken van zonne-energie combineren met ander ruimtegebruik, hebben een grotere kans van slagen. Bij grondopstellingen in het landelijk gebied geldt als vereiste dat de biodiversiteit moet worden versterkt.
+ kippen/schapen/eenden + biomassa
+ windenergie
+ waterberging
+ geluidswal
+ natuurbeheer
+ water
+ parkeren
Financiële participatie
Participatie
Proces participatie
Wij vinden het belangrijk dat initiatieven kunnen rekenen op maatschappelijk draagvlak. Zeker bij initiatieven op de hogere treden van de Zonneladder. Hier is er zo’n impact op de Mienskip dat een initiatiefnemer extra inzet moet verrichten om draagvlak te krijgen.
De omgeving wordt betrokken bij een zonne-energie initiatief. Het betrekken van de Mienskip zorgt ervoor dat verschillende invalshoeken, meningen en ideeën tijdig in beeld komen. Dit draagt bij aan breder gedragen en kwalitatief hogere projecten.
Als de initiatiefnemer, door gebruik van gronden binnen de gemeente, grote opbrengsten genereert, dan dient de lokale omgeving mee te profiteren. In eerste instantie streven we naar 50% lokaal eigendom. Omdat de omgeving hierbij moet mee-investeren, kan er meer draagvlak zijn voor een alternatief, zoals een omgevingsfonds. Hierbij levert de initiatiefnemer een bijdrage aan een fonds, waarmee projecten gefinancierd kunnen worden die de leefbaarheid van de omgeving bevorderen.