Bijlage 2h - Samenvatting Notitie Schaduwwerking en externe werking Holwerd aan Zee
Tekst van het document
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Externe werking en schaduwwerking Holwerd aan Zee Holwerd aan Zee Provincie Friesland 136834 Definitief 30 oktober 2023 136834/23-017.189 R. van Deelen MSc Dr. J.W. Noordhoek S.D. Haitsma MSc
Paraaf
Bijlage(n)
-
Aan
Vogelbescherming Stichting Holwerd aan Zee PAGW Provincie Friesland
Kopie
-
1
Bernd de Bruijn, Leo Bruinzeel, Kees de Pater Jan Zijlstra Tina Lageweg, Marcel Klaver Paul Westerbeek, Sietze Douma, Richard Deen, Gabriël Vriens, Sytske Raap
INLEIDING
Aanleiding Provinciale Staten (PS) hebben in februari 2023 1,2 miljoen euro vanuit de Regio Deal Middelen Noordoost-Fryslân beschikbaar gesteld voor Holwerd aan Zee. Daarbij is de vraag gesteld om bij de uitwerking duidelijkheid te verschaffen op een aantal punten. Voorliggende notitie heeft betrekking op twee van deze punten: - het reeds in 2021 specifiek rond het project Holwerd aan Zee in gang gezette gebiedsproces om te komen tot een integrale agenda voor het gebied, inclusief de gevolgen van uitvoering van het plan Holwerd aan Zee voor het hele gebied (zoals natuur en verzilting); - de planologische invulling van de recreatieve, economische en landbouwkundige activiteiten in de regio in relatie tot de inrichting van het getijdemeer. Naar aanleiding van deze twee punten, en specifiek de onderstreepte delen, heeft de Vogelbescherming een notitie opgesteld over schaduwwerking. Deze notitie vormde samen met de twee punten van PS het startpunt voor een overleg dat op 29 augustus 2023 plaatsvond, waarbij de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), Vogelbescherming en de Provincie Fryslân vertegenwoordigd waren. In voorliggende
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
notitie zijn de inzichten en conclusies uit het overleg op 29 augustus samengevat. Voorliggende notitie is daarmee een eerste aanzet in het verkrijgen van inzicht in de door PS aangedragen punten. Inhoud van voorliggende notitie Met Holwerd aan Zee wordt nieuwe natuur gerealiseerd in een gebied dat nu een agrarische bestemming heeft. Het gebied wordt daardoor (potentieel) aantrekkelijk als broed-, rust- en foerageergebied voor vogels, als foerageergebied voor vleermuizen, en als leefgebied voor onder andere kleine zoogdieren, amfibieën en vissen. Het toevoegen van natuurwaarde bij Holwerd is van (enige) invloed op de omgeving. In deze notitie wordt de invloed van te verwachten natuurwaarden op de omgeving beschreven en wordt aangegeven welke aandachtspunten er zijn met betrekking tot de verdere uitwerking van Holwerd aan Zee. Voorliggende notitie gaat concreet in op de volgende onderwerpen: - planologische bestemming van Holwerd aan Zee; - externe werking en schaduwwerking; - relaties met andere ontwikkelingen; - aandachtspunten en vervolg.
2
PLANOLOGISCHE BESTEMMING
In het kader van ruimtelijke ordening moet het plangebied Holwerd aan Zee een bestemming krijgen. Verschillende bestemmingen zijn mogelijk en een natuur- of recreatieve bestemming ligt voor de hand. Holwerd aan Zee is op voorhand geen natuurontwikkelingsproject. In beginsel richt Holwerd aan Zee zich op het creëren van (extensieve) recreatiemogelijkheden waarin de natuur een grote rol speelt, waarbij het een niet zonder het ander kan. In alle gevallen is het verstandig in gebruiksregels vast te leggen wat wel en wat niet is toegestaan in het gebied. Naast de planologische bestemming, doet ook de feitelijke situatie/feitelijk gerealiseerde situatie er in het kader van natuurwetgeving toe (zie paragraaf 2.2). De planologische mogelijkheden zijn op 29 augustus in hoofdlijnen besproken. Er valt wat voor te zeggen om het plangebied een recreatieve bestemming te geven. In gebruiksregels moet in dat geval goed vastgelegd worden wat wel en niet kan, omdat recreatie wel afbreuk kan doen aan de (ook) beoogde natuurwaarden en daarmee de (PAGW-)financieringsgronden teniet zou doen. Een natuurbestemming is ook een mogelijkheid, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN), Natura 2000 of ‘natuur buiten NNN’.
Wanneer het plangebied een natuurbestemming krijgt, betekent dit dat bij activiteiten in de omgeving van het plangebied ten aanzien van het NNN en Natura 2000 getoetst moet worden of sprake is van directe effecten of effecten via externe werking. Een natuurbestemming betekent eveneens dat een naastgelegen agrariër bijvoorbeeld (in de toekomst) beperkingen opgelegd kan krijgen. Wanneer het plangebied een recreatieve bestemming of een bestemming als ‘natuur buiten NNN’ krijgt, is toetsing van directe effecten niet aan de orde, in ieder geval niet anders dan in de huidige situatie het geval is. Externe werking is nog wel aan de orde, maar in mindere mate, namelijk enkel ten opzichte van het huidige Natura 2000-gebied Waddenzee en ten opzichte van het huidige NNN (zie volgende hoofdstuk).
2.1
Subsidie
De keuze voor een bepaalde planologische bestemming is van invloed op de subsidiemogelijkheden die er zijn met betrekking tot realisatie en beheer van Holwerd aan Zee. Als het plangebied van Holwerd aan Zee als NNN-gebied aangewezen wordt, kunnen NNN-gelden ingezet worden voor de realisatie ervan. Ook buiten NNN kan de provincie een beheervergoeding uitkeren. Voor het beheer van het plangebied geldt namelijk dat een beheervergoeding mogelijk is op natuurterreinen, ofwel een ‘binnen de provincie gelegen grond met als hoofdfunctie natuur die in het natuurbeheerplan is aangeduid, alsmede gronden waarvoor een subsidie functieverandering is verstrekt als bedoeld in de provinciale Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap’. SNL-subsidie is mogelijk voor gronden die de hoofdbestemming natuur hebben. Dit geldt zowel voor NNN-gebied en Natura 2000-gebied als ‘natuur buiten NNN’.
2|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief
2.2
Beschermingsregime natuur/feitelijke situatie
De ontwikkeling van natuurwaarden staat min of meer los van de planologische status die aan het plangebied wordt gegeven. Natuurwaarden ontstaan in elk geval. Een aandachtspunt voor de totstandkoming en ingebruikname van het plangebied is dat natuurontwikkeling, recreatieve infrastructuur en activiteiten zich tegelijkertijd moeten kunnen ontwikkelen. Natuurwaarden ‘ontstaan’ dan gelijktijdig met en ‘ondanks’ recreatief gebruik van het gebied, waarmee recreatie als onderdeel van het gebied kan worden beschouwd en de natuurwaarden dus geen ‘last’ hebben van (later toegevoegd) recreatief (mede)gebruik. Kanttekening daarbij is dat de wijze waarop recreatief gebruik is toegestaan op voorhand goed wordt beschreven. Tegelijkertijd betekent voorgaande niet dat alles mogelijk is zolang je recreatief gebruik en natuurwaarden maar voldoende in samenhang laat ontwikkelen. De Wet natuurbescherming is te allen tijde van kracht en stelt onder andere dat het verboden is van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te storen als dat leidt tot aantasting van de staat van instandhouding. Dit geldt met name voor broedende vogels en vogels met kuikens, aangezien voortdurende of aanzienlijke verstoring ertoe kan leiden dat vogels hun nest verlaten of niet (op tijd) terugkeren bij hun kuikens.
Ook voor andere (niet-vogel)soorten kent de Wet natuurbescherming diverse verbodsbepalingen. Aangezien recreatieve activiteiten verstorend kunnen werken en daarmee kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, kan dit betekenen dat recreatieve activiteiten in bepaalde perioden niet of slechts beperkt kunnen plaatsvinden. Het is dus van belang in het ontwerp van Holwerd aan Zee rekening te houden met de (potentieel) verstorende effecten van recreatie, bijvoorbeeld door het aanleggen van een bufferzone (zoals een ringdijk).
3
EXTERNE WERKING EN SCHADUWWERKING
In de relatie tussen (beschermde) natuurwaarden en de omgeving worden twee begrippen onderscheiden: externe werking en schaduwwerking. Externe werking heeft betrekking op menselijke activiteiten buiten een beschermd natuurgebied die effecten (kunnen) hebben op de natuurwaarden van of in een beschermd natuurgebied. In de Provincie Fryslân is externe werking van toepassing op Natura 2000-gebieden en gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook de soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming (toekomstig: Omgevingswet) is in deze notitie onder externe werking geschaard, hoewel soortenbescherming het begrip externe werking in de praktijk niet gebruikt. Een voorbeeld van externe werking is het verstoren van vogels op een binnendijkse hoogwatervluchtplaats die buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied Waddenzee ligt. Wanneer een dergelijke hoogwatervluchtplaats een essentiële bijdrage levert aan de draagkracht van het Natura 2000-gebied Waddenzee voor soorten met een instandhoudingsdoelstelling, heeft de verstorende activiteit een (significant) negatief effect op het behalen van de doelstellingen van die soorten in de Waddenzee. In het kader van Natura 2000 moet een activiteit dan ook op die manier beoordeeld worden. Schaduwwerking betreft het optreden van negatieve effecten op de omgeving als gevolg van nabijgelegen natuur.
Een voorbeeld van schaduwwerking is het toenemen van het aantal ganzen op binnendijkse graslanden als gevolg van vernatting van een nabijgelegen natuurgebied, met als gevolg daarvan een toename van vraatschade op de graslanden.
3.1
Externe werking
3.1.1
Natura 2000
Bij binnendijkse natuurontwikkeling blijft de begrenzing van het Natura 2000-gebied Waddenzee weliswaar ongewijzigd, maar toch kan er sprake zijn van effecten op soorten met een instandhoudingsdoelstelling voor het Natura 2000-gebied Waddenzee. Vogelsoorten met een instandhoudingsdoelstelling in de Waddenzee kunnen namelijk vanuit de Waddenzee in het plangebied gaan foerageren, slapen en/of broeden, waardoor het plangebied mogelijk een bijdrage gaat leveren aan de instandhouding van deze soorten. Voor
3|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief
activiteiten die mogelijk een effect hebben op het plangebied is daarom een toetsing nodig in het kader van externe werking en is mogelijk ook een Wnb-vergunning (gebiedsbescherming Natura 2000) vereist. Dat het plangebied niet de status van Natura 2000-gebied heeft of krijgt, maakt daarvoor niet uit, omdat het hier dus gaat om externe werking. Potentiële effecten op Natura 2000-soorten in het plangebied treden met name op in de vorm van verstoring die tot in het plangebied reikt. Hierbij kan gedacht worden aan een aantasting van de openheid of een doorbreking van vliegroutes door de bouw van hoge structuren naast het plangebied. Van normale landbouwkundige activiteiten, verkeer en natuurgerichte recreatie in de omgeving treden negatieve effecten naar verwachting niet snel op zolang deze activiteiten zich in samenhang met natuurwaarden ontwikkelen of al aanwezig zijn voordat Holwerd aan Zee is afgerond.
Afbeelding 3.1 Ligging van Natura 2000-habitattypen in de omgeving van Holwerd (Rijkswaterstaat, 2023)
3.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Ook het NNN kent in Friesland externe werking, maar toetsing van externe werking van het NNN is minder streng dan toetsing van externe werking van Natura 2000. In het kader van het NNN moet bij activiteiten en ontwikkelingen getoetst worden of geen sprake is van vermindering van de kwaliteit of de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het natuurnetwerk Nederland. Daarnaast is in de Omgevingsverordening Fryslân (2022) in artikel 2.40 beschreven dat voortzetting van bestaand gebruik met de bijbehorende toedeling van functies mogelijk is, voor zover gronden binnen het natuurnetwerk Nederland nog niet zijn verworven, of nog niet zijn ingericht en worden beheerd voor natuurontwikkeling (Gedeputeerde Staten van Fryslân, 2022). In het geval Holwerd aan Zee niet als NNN-gebied wordt bestemd, is de verwachting dat effecten van externe werking beperkt zijn. Het plangebied kan dan weliswaar bijdragen aan de natuurwaarden in het buitendijkse NNN-gebied (afbeelding 3.2), maar activiteiten die een negatief effect hebben op het plangebied werken naar verwachting niet of nauwelijks door als negatief effect op de kwaliteit of samenhang van het buitendijkse NNN-gebied. In ieder geval niet anders dan dat nu al het geval is.
4|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief
In het geval Holwerd aan Zee wel als NNN-gebied wordt bestemd, is externe werking relevanter. Vooral activiteiten met een permanente doorwerking kunnen dan van invloed zijn op de kwaliteit of samenhang van het NNN-gebied. Het gaat dan dus om permanente activiteiten die niet onder het (ten tijde van aanwijzing van het NNN) bestaand gebruik vallen.
Afbeelding 3.2 Ligging van NNN beheertypen in de omgeving van Holwerd (Provincie Fryslân, 2023)
3.1.3
Soortenbescherming
In het toetsen van activiteiten aan artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming (onderdeel soortenbescherming) is externe werking geen begrip dat in de praktijk wordt gebruikt. Het principe van externe werking is echter vanuit het project Holwerd aan Zee bezien ook van toepassing op soortenbescherming en ten aanzien van soortenbescherming treden zeker veranderingen op ten opzichte van de huidige situatie. Zoals bij het onderdeel Natura 2000 is beschreven, kan het binnenmeer door vogels als broedgebied worden gebruikt1. Broedende vogels mogen niet verstoord worden. Bij ontwikkelingen die leiden tot verstoring tot in het toekomstige broedgebied kan dit gevolgen hebben voor de (uitvoeringsperiode van) ontwikkelingen buiten het plangebied. Het gaat dan met name om zeer verstorende activiteiten, waarvan verstoring reikt tot in het broedgebied binnen het plangebied. Ook voor andere vogels, bijvoorbeeld vogels die het plangebied als vaste rustplaats tijdens hoogwater gaan gebruiken, is soortenbescherming van toepassing. Het verstoren van vogels met een vaste rustplaats kan, in het geval het om kwetsbare soorten gaat, namelijk leiden tot aantasting van de staat van instandhouding van soorten. Dit kan beperkingen opleggen aan de wijze en het
1
Ook in de aanlegfase kan het plangebied al als broedgebied in gebruik worden genomen. Ook in de aanlegfase moet rekening gehouden worden met het verstoren van soorten en het vernietigen van leefgebied van soorten. Dit kan grotendeels door maatregelen te treffen, zoals het voortdurend blijven verstoren van het gehele plangebied zodat vogels niet eerst tot broeden komen en daarna pas verstoord worden. Een overtreding van verbodsbepalingen kan door het toepassen van een juiste werkwijze in principe voorkomen worden.
5|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief
moment waarop activiteiten buiten het plangebied uitgevoerd worden. Ook kan het beperkingen opleggen aan de wijze waarop recreatie in het plangebied is toegestaan. Bovenstaande voorbeelden geven een indicatie voor vogels. Naast vogels, zijn ook andere soorten te verwachten in het plangebied. Ook voor die soorten geldt de Wet natuurbescherming (in meer of mindere mate). Voor welke soorten het plangebied geschikt wordt, hangt gedeeltelijk af van de inrichting. In welke mate activiteiten buiten het plangebied te maken hebben met soortenbescherming voor soorten in het plangebied hangt daarnaast af van het ontwerp. Een goed ontwerp, dat ruimte biedt aan natuurwaarden en (recreatieve) activiteiten zonder dat beide elkaar in de weg zitten, biedt veel mogelijkheden. Gedacht kan worden aan een ringdijk rondom het plangebied, of een ontwerp waarin een bufferzone (met ruimte voor recreatie) rondom een meer natuurrijk deel wordt aangelegd. Voor bovenstaande geldt dat het gebied waarin het getijdenmeer komt te liggen en de gronden er omheen, nu in agrarisch gebruik zijn. De natuur in het Holwerd aan Zee zal zich daardoor ontwikkelen terwijl het agrarisch gebruik op naastgelegen gronden al plaatsvindt en blijft plaatsvinden. Dit geldt ook voor de soorten die zich in het getijdenmeer vestigen. Daarmee mag aangenomen worden dat normaal agrarisch gebruik niet tot verstoring leidt.
3.2
Schaduwwerking
Met het ontwikkelen van Holwerd aan Zee komt de natuur dichter bij Holwerd te liggen. Dit is in beginsel positief, omdat natuur in combinatie met recreatie een aantrekkende werking kan hebben die Holwerd een impuls geeft. Anderzijds is er de zorg dat de natuur leidt tot negatieve effecten op de omgeving. Mogelijke negatieve op de omgeving zijn: - een toename van ganzen die wellicht akkers aanvreten. Ganzen kunnen makkelijk grotere afstanden tussen foerageer- en rustgebied overbruggen. Vanwege de plaatsgetrouwheid van ganzen is de toename van ganzen op akkers rondom het plangebied waarschijnlijk beperkt; - een toename van ‘plaagsoorten’ zoals muizen, ratten, muggen, insecten. Vooral een toename van insecten (muggen) is waarschijnlijk; - het binnenmeer wordt potentieel gebruikt als foerageergebied door scholeksters en meeuwen. Deze vogelsoorten staan erom bekend dat ze in stedelijk gebied kunnen broeden, zeker wanneer foerageergebied nabij is. Dit kan (een toename van) (geluids)overlast veroorzaken in Holwerd. Inzicht in de huidige situatie in Holwerd en andere dorpen langs de Friese Waddenkust kan een indicatie geven van de waarschijnlijkheid van het optreden van geluidsoverlast door meeuwen en scholeksters; - het binnenmeer wordt potentieel interessant foerageergebied voor vleermuizen.
Wanneer sprake is van een aantrekkende werking, kan het aantal verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen/bomen in Holwerd toenemen. Dit kan effect hebben op ontwikkelingen (sloopwerkzaamheden, verstorende werkzaamheden) nabij de verblijfplaatsen. Naar de effecten van verzilting op de omgeving (agrarisch gebied) is uitgebreid onderzoek gedaan. Effecten van verzilting zijn uit te sluiten of te mitigeren, waardoor de omgeving hiervan geen hinder ondervindt.
4
RELATIE MET ANDERE ONTWIKKELINGEN
4.1
Dijkverbetering Koehool - Lauwersmeer
De dijk tussen Koehool en het Lauwersmeer moet versterkt worden. Het dijkversterkingsproject bevindt zich op dit moment in de planuitwerkingsfase. De dijkversterking leidt mogelijk tot oppervlakteverlies van habitattypen en leefgebied in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Als dit het geval blijkt en compensatie nodig is, dan zou Holwerd aan Zee als compensatie ingezet kunnen worden voor het verlies aan habitattypen en natuurwaarden (Natura 2000) dat de dijkversterking teweegbrengt. Hiervan is op dit moment nog geen sprake, maar vanwege de ruimtelijke verbondenheid is er sowieso raakvlak tussen beide
6|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief
projecten. De vraag of het plangebied als Natura 2000-compensatie ingezet kan (of moet) worden is ook voor Holwerd aan Zee zelf relevant, aangezien het plan buitendijks ruimtebeslag heeft op habitattypen en dit niet zondermeer is toegestaan. Het inrichten van Holwerd aan Zee als compensatiegebied voor Natura 2000 betekent dat het plangebied onderdeel wordt van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Dit houdt onder andere in dat het plangebied moet gaan bijdragen aan het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee. Dit brengt inrichtingseisen, resultaatverplichting en monitoring met zich mee, en als de resultaten achterblijven zijn extra maatregelen nodig die mogelijk ook van invloed zijn op de omgeving. Daarnaast betekent het dat bij toekomstige projecten in en buiten het plangebied die effecten (kunnen) hebben op het plangebied, moet worden getoetst aan Natura 2000-wetgeving. Het opstellen van een voortoets danwel Passende beoordeling (met vergunningaanvraag) zijn in dat geval noodzakelijk. Vanwege deze extra eisen die komen kijken bij het aanwijzen van het plangebied als Natura 2000-gebied en eerdere toezeggingen op dit vlak richting omgeving, ligt het aanwijzen van het plangebied als Natura 2000-gebied gevoelig in de omgeving. Er komt ook een risico op verlies aan lokaal draagvlak bij kijken.
Als het plangebied niet wordt aangewezen als Natura 2000-gebied, is er meer vrijblijvendheid in het kader van inrichting en beheer. Een van de mogelijkheden is dat op voorhand (enkel) een inrichtingsschets wordt gemaakt, waarna het gebied zich na initiële realisatie spontaan mag ontwikkelen. Het is dan ‘aan het gebied’ welke natuurwaarden er komen. Als het plangebied als compensatie wordt ingezet, moet op voorhand duidelijk zijn welke natuurwaarden ontwikkeld worden. Dit hoeft overigens geen belemmering te zijn. Ook als Holwerd aan Zee niet als compensatiegebied ingezet wordt, kan er nog steeds gezocht worden naar raakvlak en/of aansluiting bij de dijkversterking Koehool - Lauwersmeer. Natuurontwikkeling en een integrale aanpak hangen immers niet enkel af van het label Natura 2000.
4.2
Maatschappelijke ontwikkelingen t.a.v. natuur
Voor elke aanpak en voor elke keuze die gemaakt wordt, geldt dat het van belang is dat de omgeving meegenomen wordt. Bij sommige keuzes zal dit lastiger zijn dan bij andere. In alle gevallen geldt dat er in de huidige maatschappij in toenemende mate sprake is van een ontwikkeling om bezwaar in te dienen tegen projecten, waarbij natuurwaarden in sommige gevallen worden gebruikt (of misbruikt) om projecten te vertragen of tegen te houden. Des te meer is het van belang om tot een gedragen plan en ontwerp te komen, dit kan het project uiteindelijk maken of breken.
5
AANDACHTSPUNTEN EN VERVOLG
Voorliggende notitie laat zien dat de planologische bestemming van het plangebied en het ontwerp twee belangrijke punten zijn in de uitwerking van Holwerd aan Zee. Deze twee hangen met elkaar samen en beïnvloeden beide de mate waarin externe werking een rol speelt in toekomstige activiteiten en ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied. Tegelijkertijd worden deze twee punten gevoed door andere openstaande punten en ontwikkelingen, zoals de samenhang tussen het buiten- en binnendijkse deel van Holwerd aan Zee met betrekking tot natuurcompensatie. De verschillende onderdelen kunnen dan ook niet los van elkaar gezien worden en moeten in samenhang verder worden uitgewerkt.
In de uitwerking zijn in ieder geval de volgende vragen nog te beantwoorden/overwegingen te onderscheiden: - concretiseren van gebruiksactiviteiten: welke activiteiten vinden in de huidige situatie plaats rondom het plangebied, welke van deze activiteiten botsen mogelijk met te ontwikkelen natuurwaarden in het plangebied en welke niet, en welke toekomstige activiteiten en ontwikkelingen in de omgeving kunnen mogelijk niet of slechts in ingeperkte vorm plaatsvinden vanwege de ontwikkeling van Holwerd aan Zee? - hoe kan het plangebied op een slimme manier worden ingericht, zodat beschermde natuurwaarden en (recreatieve) activiteiten in het plangebied en in de omgeving van het plangebied op een goede manier samengaan? (ontwerpsessie op 10 oktober).
7|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief
Ten slotte is het goed de twee punten die PS heeft aangedragen in gedachte te houden, omdat deze verder gaan en vooral breder kijken dan dat wat in voorliggende notitie is beschreven: - het reeds in 2021 specifiek rond het project Holwerd aan Zee in gang gezette gebiedsproces om te komen tot een integrale agenda voor het gebied, inclusief de gevolgen van uitvoering van het plan Holwerd aan Zee voor het hele gebied (zoals natuur en verzilting); - de planologische invulling van de recreatieve, economische en landbouwkundige activiteiten in de regio in relatie tot de inrichting van het getijdemeer.
6 1 2 3
REFERENTIES Gedeputeerde Staten van Fryslân, 2022. Omgevingsverordening Fryslân. Provincie Fryslân, 2023. Natuurbeheerplan 2024 (definitief). Rijkswaterstaat, 2023. RWS N2000 Habitatkaarten [WWW Document]. Nationaal Georegister. URL https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/d7df2888-0c0d-40f19b35-3c1a01334d01?tab=relations.
8|8
Witteveen+Bos | 136834/23-017.189 | Definitief