CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2g - Concept Landbouwagenda Holwerd aan Zee (versie 27 mei 2024)

It Beslút 17 oktober 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Project Holwerd aan Zee8.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Holwerder polders – Klaar voor de 21ste eeuw Concept Landbouwagenda Holwerd aan Zee (versie 27 mei 2024)

Mei 2024 Brede Werkgroep Landbouw

1

Inhoudsopgave Visie en ambitie ........................................................................................................................................... 3 1.

De opgaven – samen verkend ......................................................................................................... 4

2.

Verbeteren zoetwaterbeschikbaarheid: de Polder van de 21st eeuw........................................ 6 2.1 Achtergrond ................................................................................................................................................ 6 2.2 Maatregelen en werking polder van de 21ste eeuw .............................................................................. 7 2.2.1. Regelbare drainage en antiverziltingsdrainage ........................................................................... 7 2.2.2. Ondergrondse wateropslag ............................................................................................................ 8 2.2.3 Smart polderwatermanagement...................................................................................................... 9 2.2.4 Coöperatief waterbeheer ............................................................................................................... 13 2.3 Aan de slag .............................................................................................................................................. 13 2.4 Verwachte kosten en baten ................................................................................................................... 13

3.

Verbeteren bodemkwaliteit: een gezonde en levende bodem .................................................. 15 3.1 Achtergrond .............................................................................................................................................. 15 3.2 De mogelijkheden en aanpak ................................................................................................................ 15 3.3 Aan de slag .............................................................................................................................................. 16 3.4 Verwachte kosten en baten ................................................................................................................... 17

4. Verbeteren landbouwkundige situatie rondom Holwert gekoppeld aan grondverwerving en grondruil..................................................................................................................................................... 18 4.1 Achtergrond .............................................................................................................................................. 18 4.2 Aan de slag .............................................................................................................................................. 18 4.3 Verwachte kosten en baten (Versie 27032024) .................................................................................. 19 5.

Klei als bodemverbeteraar ............................................................................................................. 22 5.1 Achtergrond .............................................................................................................................................. 22 5.2 Verwachte kosten en baten ................................................................................................................... 22

6.

Het vastleggen van de 0-situatie en monitoring en overige kansen voor de landbouw ...... 23

Bijlage 1 Uitsplitsing (eerste) raming Polder van de 21ste eeuw ....................................................... 24 Bijlage 2: Antwoorden op vaak gestelde vragen ................................................................................. 28

2

Visie en ambitie De West-Holwerderpolder en Holwerder Oostpolder (en ook de Ternaarderpolder) zijn in 1590 ontstaan. Ze maken onderdeel uit van de bedijkingsgeschiedenis van Oostergo. Al meer dan 400 jaar zijn de polders onderdeel van het waddenkustlandschap en in gebruik als vruchtbare landbouwgrond. De Brede Werkgroep Landbouw van Holwerd aan Zee heeft zich de afgelopen 2 jaar gebogen over de vraag wat de uitdagingen zijn voor de lokaal-regionale landbouwers in de Holwerder polders. Vanuit dat perspectief heeft ze zich gebogen over de vraag op welke wijze het initiatief Holwerd aan Zee bij kan dragen aan de versterking van de landbouw. In andere woorden: wat is er voor de sector nodig om klaar te zijn voor de uitdagingen van de 21ste eeuw en hoe kan Holwerd aan Zee haar bijdrage leveren. Klaar zijn voor de 21ste eeuw betekent volgens ons dat inspanningen en maatregelen gericht zijn op het versterken en toekomstbestendig maken van het landbouwkundig gebruik in de streek, gelegen aan de randen van het Werelderfgoed Waddenzee. Deze Landbouwagenda is gemaakt in de context van de bredere ontwikkelingen langs de Waddenkust. Er is dankbaar gebruik gemaakt van de Bouwsteen Landbouw t.b.v. Dijkversterking Koehool-Lauwersmeer (november 2020), het Gebiedsdocument KoehoolLauwersmeer (november 2022) en het Streefbeeld Natuurinclusieve Landbouw in de Noordelijke Kleischil (2021).

Ook sluit de Landbouwagenda naadloos aan bij het rapport Waterbeschikbaarheid Noord-Nederland, analyse voor de periode 2010-2022 (mei 2024), de voorgestelde maatregelen in de Landbouwagenda bieden handvaten voor een zoetwaterstrategie voor de Noordelijke kustschil. Belangrijke thema’s in de Landbouwagenda zijn het omgaan met klimaatverandering (droogte en clusterbuien), het omgaan met het steeds urgenter wordende zoetwatervraagstuk, het leren omgaan met verzilting, het werken aan een gezonde bodem, het vinden van een toekomstgericht verdienvermogen en het ontwikkelen van concrete handvatten om de bedrijfsvoering te versterken. In lijn met het DNA van de initiatiefnemers van Holwerd aan Zee, willen we zelf aan de slag met het ontwikkelen van een toekomstperspectief. Wij geloven dat het zelf verantwoordelijkheid nemen voor onze regio sterk bijdraagt aan een gezonde toekomst voor onze akkerbouwers en veehouders. Van onderop, in samenwerking met burgers, beheerders en bestuurders, het maatschappelijk ondernemerschap voorop – gericht op het bijdragen aan onze eigen gebiedsontwikkeling met het oog op de wereld om ons heen.

3

1. De opgaven – samen verkend In de afgelopen twee jaar is door de initiatiefnemers van Holwerd aan Zee (samen met enkele agrarisch ondernemers, landbouwdeskundigen op het gebied van water, bodem en grond en maatschappelijke organisaties) verkend wat de opgaven zijn voor de landbouwsector. Er is gevraagd waar de agrarisch ondernemers zelf mee aan de slag willen. Belangrijk uitgangspunt voor de initiatiefnemers en sympathisanten van Holwerd aan Zee is de vraag wat de 40 boeren willen in het gebied (figuur 1: Verkenningsgebied vrijwillige kavelruil). De Brede Werkgroep Landbouw heeft de tijd genomen om te verkennen wat de opgaven zijn waarmee de ondernemers aan de slag willen. Op 28 februari 2024 is een aantal opgaven gepresenteerd aan een groep van circa 30 boeren. Tijdens en na de bijeenkomst hebben aanwezigen hun belangstelling kenbaar kunnen maken en zijn ze uitgenodigd om mee te denken over het vervolg. Op basis van de verkenning van de landbouwopgaven en de input van onderop is besloten dat de Landbouwagenda Holwerd aan Zee zich richt op drie hoofdopgaven: 1. Verbeteren zoetwaterbeschikbaarheid – op naar de Polder van de 21ste eeuw. 2.

Verbeteren van de bodemkwaliteit - weerbare en gezonde bodemstructuur met vastlegging CO2, vasthouden nutriënten, het beperken uitspoeleffect bestrijdingsmiddelen en het verhogen van organische stof om de benutting van nutriënten te verbeteren en voor de adaptatie aan extreem weer. 3. Verbeteren landbouwkundige structuur rondom Holwert gekoppeld aan grondverwerving en grondruil. Daarnaast is er in de Landbouwagenda aandacht voor andere processen. Zo willen we aan de slag met het verder verkennen van klei uit slib als bodemverbeteraar voor de landbouw. Een aantal boeren in het gebied heeft meegedaan aan een eerste proef om te onderzoeken welke voordelen dit biedt voor het gewas, de watervasthoudendheid en de verbetering van de bodemstructuur. Tot slot benoemen we het proces om te komen tot het vastleggen van de 0-situatie en de monitoring en een aantal kansen die verdere uitwerking vragen zoals zouttolerante landbouw en de manier waarop het Groen Onderwijs kan participeren. De Landbouwagenda Holwerd aan Zee is een levend werkdocument waarin telkens uitkomsten en voortgang op de verschillende onderwerpen worden gedeeld.

4

Figuur 1: Verkenningsgebied voor vrijwillige kavelruil

5

2. Verbeteren zoetwaterbeschikbaarheid: de Polder van de 21st eeuw 2.1 Achtergrond Klimaatverandering en zeespiegelrijzing zorgen voor veranderingen in de beschikbaarheid van voldoende zoetwater op het juiste moment. Het landbouwgebied rondom Holwert heeft te maken met verzilting. Er is behoefte aan zoetwater om de watergangen door te spoelen. Ook is er in toenemende mate zoetwater nodig voor het beregenen van gewassen in droge periodes. Deze droge periodes komen steeds vaker voor. Daarnaast zorgen clusterbuien voor wateroverlast op de landbouwpercelen. De aanvoer van zoetwater van elders wordt steeds minder vanzelfsprekend. Een citaat uit de brief van Minister Harbers van november 2022 met als titel: “Water en Bodem sturend”: “Het Rijk en de Waterschappen zetten zich in voor de aanvoer van zoetwater, maar kunnen geen nieuwe maatregelen garanderen om verziltende gebieden te voorzien van zoetwater van elders. Omdat de aanvoer van extra (schaars) zoetwater van buiten het gebied niet altijd en overal kan worden gegarandeerd, zal op termijn vaker sprake zijn van tijdelijke en regionale verzilting.

We vragen alle watergebruikers hiermee rekening te houden en zelf maatregelen te nemen om beter bestand te zijn tegen periodes van extreme droogte, watertekorten en verzilting.” Tegen deze achtergrond is de insteek om de Holwerder Oostpolder, de West-Holwerderpolder (en mogelijk ook de Ternaarder Polder) minder afhankelijk te maken van de aanvoer van zoetwater. De ervaring leert dat de kans om een polder waterhuishoudkundig op de schop te nemen niet vaak voorbijkomt. Daar is een aanleiding voor nodig. Er liggen hele goede mogelijkheden om de zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten in de polders rondom het projectgebied van Holwerd aan Zee en het systeem weerbaar te maken tegen clusterbuien. De ambitie is om een robuust watersysteem te ontwikkelen dat jaarrond zorgt voor voldoende zoetwater. Het regenwater wordt gebufferd in natte periodes en komt weer beschikbaar in de droge periodes. De Polder van de 21e eeuw gaat nadrukkelijk verder dan projecten als Spaarwater en Zoet op Zout waar verschillende maatregelen afzonderlijk en als onderzoek zijn ingezet. Het combineert en implementeert de maatregelen in samenhang en in samenwerking op de verschillende schaalniveaus, zoals dat uiteindelijk ook dient te gebeuren binnen de Waddenregio.

De Polder van de 21ste eeuw is een polder waarbij het watersysteem in zijn eigen zoetwatervoorziening kan voorzien, waar alle boeren in het gebied beter van gaan worden en er per hectare sprake is van een meeropbrengst. De inzet is gericht op het realiseren van een totaalpakket aan maatregelen die in samenhang en samenwerking er voor zorgen dat: 1. De waterbeschikbaarheid in het watersysteem van de polder wordt verbeterd; 2. De waterbeschikbaarheid op bedrijfs- en coöperatieniveau wordt verbeterd; 3. De waterbeheersing op perceel niveau wordt verbeterd. Kansrijke maatregelen voor de Holwerder Oostpolder en West-Holwerderpolder (en mogelijk Ternaarderpolder) zijn:

6

1. Regelbare en antiverziltingsdrainage 2. Ondergrondse opslag in de vorm van een zoetwaterbel (waarbij regenwater ondergronds wordt opgevangen in een zoetwaterbel en in de vorm van druppelbevloeiing of subirrigatie weer wordt ingezet in droge periodes) 3. Smart polderwatermanagement: a. Getijdemeer als piekbuffer b. Slimmer doorspoelen en wateraanvoer in eigen hand c. Verhogen peil (inclusief aanpassen bemalingssysteem in de Holwerder Oostpolder en West-Holwerderpolder) d. Infiltratiesloot 4. Coöperatief waterbeheer

2.2 Maatregelen en werking polder van de 21ste eeuw De polder van de 21e eeuw omvat het samenbrengen en daadwerkelijk implementeren van de verschillende maatregelen die elkaar versterken. Dat is de enige manier om tot een robuuste polder te komen voor voldoende water bij droogte, voldoende buffer en afvoer bij natte weersextremen en vermindering van verzilting en nutriënten in het oppervlaktewater.

2.2.1. Regelbare drainage en antiverziltingsdrainage De impact van dit type drainage is het vasthouden van zoetwater en, waar van toepassing, bestrijden van verzilting. De werking van deze systemen is al aangetoond in andere projecten, zoals Spaarwater en wordt verder getest en doorontwikkeld in Zoet op Zout. Binnen de polder van de 21ste eeuw beogen we de aanleg op aaneengesloten percelen om schaal te maken en de impact te vergroten. Op het perceel zelf, maar ook als maatregel binnen het watersysteem van de polder. Denk aan het vasthouden van delen van een piekbui of het verminderen van de zoutbelasting naar het oppervlaktewater waardoor minder water nodig is om door te spoelen. Nevendoelstelling is de uitstroom van nutriënten te verlagen en daarmee de uitstroom van nutriënten naar de Waddenzee. Beoogde doel is een oppervlakte van tenminste 100ha aaneengesloten percelen te realiseren.

Figuur 2: Illustratie over de werking van regelbare drainage en in welke perioden van het jaar het qua waterbeschikbaarheid een plus geeft

7

Figuur 3: Weergave traditionele drainage in vergelijking tot regelbare en antiverziltingsdrainage. Regelbare en antiverziltingsdrainage houden het water langer vast waardoor de grondwaterstand later begint uit te zakken. En het water dus langer beschikbaar is voor de planten. Bij antiverziltingsdrainage zorgt de hogere grondwaterstand in de wintermaanden voor wegduwen van zoute kwel en aangroeien van de zoetwaterlens.

2.2.2. Ondergrondse wateropslag De impact van ondergrondse wateropslag is veelomvattend. Het zorgt in de eerste plaats voor een eigen zoetwatervoorziening voor de boeren. Daarnaast is in de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar een systeem waarin wetenschappelijk is aangetoond dat het water vrij is van bruinrot (en ook van meerdere andere ziektekiemen). Dit maakt de weg vrij om het water te gebruiken voor de pootaardappelen waarbij een meeropbrengst van 20-30% reëel is. Ook voor deze systemen gelden aanvullende doelen. Het verminderden van de afvoer van water (tot 15%) bij piekbuien. Het verminderen van de afvoer van nutriënten én gewasbeschermingsmiddelen. Met een verwachte reductie van respectievelijk 50% en 90%. Ook hier geldt een verminderde afvoer dus naar de Waddenzee. De werking van deze systemen is al aangetoond in andere projecten, zoals Spaarwater, en wordt verder getest en doorontwikkeld in Zoet op Zout en Zoete Toekomst. Binnen Zoete Toekomst betreft het opslag onder zeer uitdagende omstandigheden met hoge zoutgehaltes en een minder geschikte diepe ondergrond. Binnen Zoet op Zout betreft het de aanleg van een kleinschalig systeem met als hoofddoel onderzoek te doen naar o.a. ijzer en mangaan. In een verkenning van deze locatie bij Holwerd is vastgesteld dat de ondergrond geschikt is en ook de minder zoute omstandigheden maken het zeer kansrijk.

Innovatief is de schaal waarop het wordt gedaan (100-150ha kan van zoetwater worden voorzien en een volume boven de 150.000m3/jr). Beoogde doel is van tenminste 60-80ha landbouwgrond water op te vangen en een veelvoud daarvan, namelijk 150-200ha van water te voorzien. Dit is een minimum omvang en afhankelijk van diverse factoren. Mogelijk kan het areaal groter zijn bij de nadere uitwerking.

8

Figuur 4: Voorbeeld van ondergrondse wateropslag in een samenwerking van meerdere ondernemers (binnen een watercoöperatie). Samen het water opvangen, in een gezamenlijke ondergrondse waterbel opslaan en in de zomer via distributie verdelen onder elkaar om de gewassen van water te voorzien.

2.2.3 Smart polderwatermanagement In de polder van de 21e eeuw maken we duidelijke keuzes als het gaat over de functies van watergangen en watereenheden. Er is een primaire aanvoersloot van zoet water (de aorta van het gebied). Daarnaast zijn er sloten voor aanvoer van zoet water voor de landbouw (zoetwateraanvoer via de haarvaten). En sloten die primair bedoeld zijn voor afvoer (afvoer via de haarvaten). Deze laatste bieden ook ruimte voor de ontwikkeling en het bereiken van natuurdoelen, waarbij de sloten ook een zuiverende werking op het water kunnen hebben (in de vorm van helofyten). Het getijdemeer HaZ heeft binnen dit systeem ook meerdere functies. Voor ontwikkeling van natuur, maar kan ook als piekbuffer voor de polder dienen bij extreme weersomstandigheden om zo de rest van het watersysteem te ontlasten. Hoe werkt het bij teveel water In het huidige watersysteem wordt bij een extreme bui het water direct van de percelen naar het oppervlaktewater afgevoerd. Dat legt druk op het oppervlaktewatersysteem en leidt tot wateroverlast of overbelasting van het regionale watersysteem. In de polder van de 21e eeuw is bij een extreme bui er eerst de berging van een deel van de bui in het perceel met regelbare of antiverziltingsdrainage. De bui kan vervolgens vertraagd afvoeren naar de sloot, waardoor de druk op het oppervlaktewatersysteem lager is.

De drainage kan ook gekoppeld zijn aan ondergrondse opslag waarbij dit water in de ondergrond wordt opgeslagen en helemaal niet naar het oppervlaktewatersysteem gaat. Eerdere onderzoeken (o.a. Spaarwater) hebben gemeten en berekend dat dit tenminste 15% van een piekbui kan afvangen. Door te werken met regelbare of antiverziltingsdrainage zijn meer keuzes mogelijk over het te hanteren waterpeil. Dit kan bijvoorbeeld lager zijn, om zo bufferruimte te creëren voor een piekbui. Deze sloten kunnen dan ingericht worden met een sterkere natuur signatuur, en mogen wat brakker worden.

9

Het getijdemeer biedt naast de beoogde functies voor natuur en recreatie een mogelijkheid voor waterbuffering bij extreme weersomstandigheden. Dit ontlast het gebied en het gehele watersysteem. Hoe werkt het bij droogte en verzilting In het huidige watersysteem is er wateraanvoer en doorspoeling. Zoals hiervoor al is aangegeven wordt nadrukkelijk gevraagd meer eigen verantwoordelijkheid te nemen, zowel op gebiedsniveau, als op polder- én bedrijfsniveau. Concreet betekent dit, minder afhankelijk of volledig onafhankelijk worden van externe wateraanvoer. Tel daarbij op de toename van watertekorten door toename verdamping en verzilting, dan hoeft het geen betoog dat maatregelen nodig zijn. In de polder van de 21e eeuw werken de maatregelen dus samen. In de percelen wordt in het voorjaar water vastgehouden met peilgestuurde of antiverziltingsdrainage waardoor de druk op de zoetwatervraag in het voorjaar lager is. Gedurende het groeiseizoen kan water uit de ondergrondse opslag benut worden wat de waterbehoefte van externe aanvoer sterk verminderd. Daarnaast is er een nieuw ingericht watersysteem. Slimmer doorspoelen, zoetwater beschikbaarheid optimaliseren en eigen beheer De watersystemen zijn primair ingericht op afvoer, waarbij later hetzelfde systeem gebruikt wordt om door te spoelen.

Met het Waterschap en de boeren zullen we de doorstroming van het gebied onder loep nemen en op basis daarvan aanpassingen doen aan het watersysteem. Denk daarbij aan kleine maatregelen zoals duikers en stuwen. Voor de Holwerterpolder wordt rekening houden met een verplaatsing van het gemaal en een aanvullend opvoergemaal. De kern is om percelen van voldoende zoet water te kunnen voorzien. Dit kan door een optimale route te vinden voor het zoete water die de meeste percelen goed kan bedienen en als hoofdfunctie zoet is. De andere sloten hebben een afvoerfunctie (zie hiervoor) en dragen bij aan natuurdoelen. In een vooronderzoek is voor de polders van Holwerd een eerste verkennend ontwerp gemaakt om de polder qua zoetwatervoorziening te optimaliseren. Het betreft een systeem waarbij er duidelijk afgebakend is wat de functie van elke watergang is. Er zijn drie typen watergangen. Een impressie is in figuur 5 gegeven (uit: Verziltingsstudie Holwerd aan Zee, 2021). Een zoetwateraanvoer watergang, hier weergegeven langs de oude dijk. Een watergang voor afvoer, hier weergegeven langs de nieuwe dijk. En dwars daarop watergangen die, naar gelang nodig, zoetwater voor de percelen beschikbaar maken. De aansturing hiervan is dan aan de boeren zelf. De hoofaanvoer loopt door naar het einde van de polder, om zo ook de andere polders van zoetwater te kunnen voorzien.

10

4.Optimaliseren zoetwatervoorziening?

4.Optimaliseren zoetwatervoorziening?

Figuur 5: Impressie functies watergangen t.b.v. optimalisering zoetwatervoorziening (uit: Verziltingsstudie Holwerd aan Zee, 2021) Hogere waterpeilen Slimmer doorspoelen en sloten die een zoete functie hebben kunnen we combineren met hogere waterpeilen. Een hoger waterpeil heeft ook weer een dubbelfunctie. Bij beperkt toelaten van uitzakken heb je een zoetwaterbuffer. Maar bovenal zorgt een hoger peil voor het onderdrukken van de zoute kwel. Er komt daardoor minder zout water in de sloot waardoor er ook minder zoet water nodig is om te door te spoelen (feitelijk verdunnen van het zoutgehalte). De verwachting is dat de zoute kwel zal toenemen door autonome processen o.a. zeespiegelstijging. Een verhoogd peil helpt dus om dit effect te mitigeren. Overigens kunnen in delen van de sloten die de functie “afvoeren” hebben eventueel lagere peilen gehandhaafd worden. Dit als buffer bij piekbuien en t.b.v. het verbrakken van de sloten. Dit moet vanzelfsprekend goed worden uitgezocht en kan uiteraard alleen wanneer de drainage niet onder water komt. Infiltratie- en buffersloot Eén van de mitigerende maatregelen bij de aanleg van het binnenmeer is een infiltratiesloot. In figuur 6 is bij (1) de situatie te zien van een binnenmeer zonder mitigerende maatregelen. Er kan dan sprake zijn van stroming van brak/zout water uit het meer naar het naastgelegen perceel.

Bij de aanleg van een infiltratiesloot (2) parallel aan het meer kan een waterscheiding worden gemaakt. Dit is een redelijk eenvoudige oplossing waarbij het waterpeil in de sloot hoger wordt ingesteld dan het peil in het binnenmeer. Een waterscheiding vormt een barrière voor de grondwaterstroming waar het water uit het binnenmeer niet langs kan. En dus voorkomt dit dat het brak/zoute water naar het perceel kan stromen. Wanneer nu de sloot breder wordt aangelegd (3) is het mogelijk de sloot een dubbelfunctie te geven, namelijk als infiltratiesloot én als zoetwaterbuffer. Deze zoetwaterbuffer kan dan water leveren voor beregening van de naburige percelen. Binnen HaZ kan de werking van de infiltratiesloot als mitigerende maatregel én als zoetwaterbuffer worden getest binnen het plangebied. In het ontwerp voor HaZ is deze infiltratiesloot ook meegenomen. Dit leert ons ook over het operationele beheer, namelijk het te hanteren peil dat het meest effectief is, als ook met welke fluctuaties gewerkt kan worden en dus wat een reële buffer is in de toekomst.

11

Figuur 6: Werking infiltratie- en buffersloot

12

Operationeel maken Smart poldermanagement is een combinatie van de aanleg van stuwen en duikers en kleine pompen gecombineerd met geavanceerde modeltechnieken en aansturing. Waarbij gebruik wordt gemaakt van sensoring voor boeren om het zoutgehalte te meten (ook waterniveau etc.). Ook worden AI-technieken ingezet om de waterstroming en optimalisatie van de inlaat van zoet water voor elkaar te krijgen door rekening te houden met de waterkwantiteit, waterkwaliteit, kunstwerken als stuwen, tappunten voor boeren en de omleiding van het afvoerwater (zout/brak water). En ten slotte beslissingsondersteuning te bieden voor zowel boeren als Waterschap over operationeel waterbeheer van oppervlaktewaterstroming (inlaat/uitlaat) in verdeelde zoet- en brakwaterlopen. Beoogde doel is tenminste 300-800ha van het watersysteem hierop aan te passen.

2.2.4 Coöperatief waterbeheer Binnen de polder van de 21e eeuw werken deze systemen/maatregelen samen met elkaar om zo een optimaal waterbeheer te realiseren. Dit vraagt ook om samenwerking en eigen beheer en sturing door de boeren. Binnen de polder van de 21e eeuw is er dan ook sprake van een nauwe samenwerking op basis van heldere onderlinge afspraken. Binnen het project zullen coöperatieve samenwerkingsvormen worden opgezet om de polder van de 21e eeuw vorm te geven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de boeren (die de coöperatieve samenwerking vorm geven) en het Waterschap (eindverantwoordelijke voor het oppervlaktewatersysteem).

2.3 Aan de slag Met een eerste groep boeren is een eerste contact geweest over de wensen en ideeën als het gaat om het zoetwatervraagstuk en het weerbaarder maken van het watersysteem voor clusterbuien. Met deze groep wordt een start gemaakt en worden de mogelijkheden verder verkend en uitgewerkt. Het Waterschap is een belangrijke partner en zal bij het proces worden aangehaakt.

2.4 Verwachte kosten en baten Verwachte kosten (eerste globale raming)

Samenvatting Integratie en samenwerking Ondergrondse opslag Zoetwaterpercelen Polderwatermanagement

285000 1175400 594400 541000

Totaal

2595800

Uitsplitsing van deze raming is opgenomen in Bijlage 1 (Uitsplitsing eerste raming polder van de 21ste eeuw).

Baten op een rij Een gebied dat klaar is voor de toekomst als het gaat om zoetwaterbeschikbaarheid, schoon water en omgaan met weerextremen, zoals droogte en extreme neerslag.

13

Het opvangen van weerextremen in termen van extreme neerslag is in het belang van Waterschap én de boeren in een gebied. Door vroeg in het systeem (het perceel) te bufferen en stapsgewijs de bufferende werking te benutten via ondergrondse opslag, sloten en het getijdemeer kunnen deze extremen beter worden opgevangen. Dit leidt tot minder wateroverlast voor de boer en lagere druk op het watersysteem en maalcapaciteit voor het Waterschap. Het gebied is minder of geheel onafhankelijk van externe aanvoer van zoetwater. De watervraag voor externe wateraanvoer is lager doordat op meerdere schaalniveaus is ingezet op bufferen van zoet water voor het groeiseizoen. Dit begint in de percelen met de drainagemaatregelen en gezondere bodem, waardoor in het voorjaar (nu vaak al droger) het gewas een betere start heeft. Door het groeiseizoen heen is er water beschikbaar uit de ondergrondse opslag (vrij van ziektekiemen zoals bruinrot) en de waterbuffer van de infiltratiesloot. Dit leidt tot hogere gewasopbrengsten en een toekomstbestendige landbouw. Het water in het gebied is schoner. De maatregelen dragen bij aan KRW doelen met verminderde uitstroom van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Dit leidt ook tot een sterk verminderde uitstroom daarvan naar de Waddenzee.

Het geeft ook de mogelijkheid van doelsturing waardoor generieke maatregelen voor de agrariërs niet of veel minder nodig zijn. Het biedt de agrariër voldoende basis en beloning om verder te gaan en maatregelen op maat door te voeren en daar van te profiteren. Waarmee ook het gebied en de natuur profiteren. Landbouw en natuur in harmonie. Er zijn duidelijke keuze gemaakt over de functies van watergangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat er watergangen zijn die dienen voor waterafvoer en tevens een natuurlijk peilverloop kennen en mogen verbrakken. De flora en fauna kan zich hier ontwikkelen. In combinatie met het getijdemeer geeft dit nog een verdere impuls aan het ontwikkelen van een interessant gebied voor natuurliefhebbers en recreanten. Daarnaast zijn er de watergangen voor de zoetwateraanvoer voor de landbouw die eveneens optimaal wordt voorzien. Economisch sterke regio. De landbouw, natuur en recreatie worden als functie elk op zichzelf goed bedient. Door integratie en interveniëren van de functies ontstaat een gebied waarbij de functies elkaar versterken en er een robuust en weerbaar ecosysteem ontstaat, waarbij het verdienmodel van elk van deze functies sterker is. Rol getijdenmeer Holwerd aan Zee. Het getijdenmeer heeft een belangrijke functie in de lokale aanpak van het zoetwatervraagstuk.

Het is beschikbaar voor de afvoer van overtollig regenwater in tijden van veel neerslag of van clusterbuien. En het is beschikbaar voor de afvoer van brak water dat wordt opgestuwd in het kader van het doorspoelprogramma. Het is de moeite waard te verkennen of het getijdenmeer kostenbesparend kan werken, omdat zowel overtollig regenwater als brak water dichtbij kunnen worden verwerkt.

14

3. Verbeteren bodemkwaliteit: een gezonde en levende bodem 3.1 Achtergrond Diverse boeren in het gebied zijn bezig met de bodem en de optimalisatie daarvan. De bodem is een complex systeem waar microbiologische processen afspelen. Een levende bodem is de kern van een natuurlijk en gezond bedrijf. Iedere boer kan stappen nemen om in zijn specifieke situatie de natuurlijke processen in de bodem te versterken en daarmee kosten te besparen (minder input van buiten nodig). Bij een gezonde en levende bodem staat de plant centraal. Het bodemleven wordt gevoed en geregisseerd door de plant. De volgende processen spelen hierbij: 1. Het bodemleven geeft structuur aan de bodem (door de koolstofverbindingen), waardoor er lucht in de bodem komt, water kan worden vastgehouden en weer worden afgegeven, voedingstoffen kunnen worden gebonden totdat de plant ze nodig heeft. 2. De plant zorgt ervoor dat mineralen en sporenelementen vrijkomen uit zowel het bodemmateriaal als uit het organische materiaal wat terugkomt op de bodem, zoals gewasresten, groenbemesters, mest, compost of bokashi. 3. Het bodemleven bindt stikstof uit de lucht. 4. Door diversiteit van planten ontstaat diversiteit van bodemleven, waardoor het schadelijke bodemleven geen kans krijgt. 5. Het bodemleven ademt CO2 uit wat meteen weer door de planten kan worden opgenomen.

Voor de landbouwer betekent een gezonde en levende bodem dat: • • • • •

Gewassen en dieren weerbaarder worden tegen ziektes; De bodem regenwater beter kan opnemen en langer kan vasthouden (minder tot geen plassen op het land door verhoging organische stof); Er minder PK’s nodig zijn; Het bodemleven weer stikstof, mineralen en sporenelementen levert; Er minder uitspoeling en emissie van nutriënten plaatsvindt.

Hij of zij maakt op deze manier optimaal gebruik van de eigen productiemiddelen. Door het natuurlijke proces weer op te bouwen, kan veelal dure input worden afgebouwd.

3.2 De mogelijkheden en aanpak De praktische mogelijkheden om met een gezonde en levende bodem aan de slag te gaan zijn: • • •

Gebruik zoveel mogelijk diversiteit aan planten (gras/kruiden en groenbemester); Hou de bodem zo lang mogelijk bedekt met levende planten voor maximale fotosynthese; Zorg voor lucht in de grond, maar zo min mogelijk kerende grondbewerking (minimale verstoring van de bodem);

15

• • • •

Hou zoveel mogelijk mineralen/sporenelementen in de kringloop met gewasresten, groenbemesters, mest, bokashi en compost; Samenwerking tussen akkerbouw en melkveehouderij; Voerspoor aanpassen in de melkveehouderij (voor betere mest voor de akkerbouwer); Begin met een aantal metingen zodat je weet waar je staat (inzet instrumenten zoals plantsapmetingen en emissiemetingen drijfmest, bodemanalyse).

Zo kunnen melkveehouders meer diversiteit in hun grasland aanbrengen, meer weiden en door het voerspoor iets aan te passen betere drijfmest produceren met minder emissie en die het bodemleven stimuleert in plaats van beschadigt. Dat kan leiden tot een besparing op kunstmestgebruik (het bodemleven neemt deze rol over). Akkerbouwers en melkveehouders kunnen met plantsapmetingen hun gewas beter volgen en corrigeren. Daarnaast kunnen ze diverse mengsels van groenbemesters opnemen in het bouwplan en inzetten op minder kerende grondbewerking. Er is gestart met een inventarisatie waar de behoefte ligt in het gebied om de kennis over de bodem op het eigen bedrijf te vergroten. Inzicht kan worden verkregen in de vraag: “klopt het wat ik doe, of moet ik bijsturen”. Verschillende instrumenten zijn voorhanden om inzicht te krijgen in het verbeteren en optimaliseren van het bodemleven. De volgende instrumenten zijn beschikbaar: - Emissiemetingen drijfmest (de emissie is gekoppeld aan het winterrantsoen van koeien en toevoegingen aan de mestput) en het berekenen van stikstofefficiëntie op een melkveehouderij (hoe kan de mest het beste worden uitgereden). Er is afhankelijk van het voerspoor en de mestopslag een grote variatie in kwaliteit van drijfmest. Aan de hand van een emissiemeting en een analyse van de drijfmest kan worden aangegeven hoe het, indien nodig, kan worden verbeterd.

Aan de hand van de kringloopwijzer kan worden gekeken hoeveel van de aangevoerde stikstof wordt omgezet in product. Met het verlies van de derogatie wordt de kwaliteit van de drijfmest een belangrijke factor voor de afzet. Ook de akkerbouwers die de mest ontvangen kunnen hun voordeel hiermee doen. - Plantsapmetingen bij melkveehouderijen/akkerbouwers. Door plantsapmetingen kan de vraag worden beantwoord of er een tekort aan nutriënten is of juist te veel nutriënten in het gewas zitten. Het doel is het streven naar een optimalisatie van voedingsstoffen om zo de natuurlijke weerstand van de plant te verhogen en de bodem te herstellen. Correcties kunnen worden gedaan met bladvoeding en uiteindelijk zal de bodem de juiste hoeveelheden moeten kunnen leveren. - Met enzymmetingen kan de activiteit van het bodemleven worden bepaald. Samen met een bodemanalyse geeft dit belangrijke informatie over de gezondheid van de bodem.

3.3 Aan de slag Na de bijeenkomst van 28 februari heeft een aantal agrarisch ondernemers te kennen gegeven over dit onderwerp door te willen praten. Met hen vindt een verdere verkenning plaats waar (op bedrijfsniveau) de behoefte ligt. Na een telefonische ronde hebben deze boeren aangegeven aan de slag te willen met dit onderwerp. Omdat iedere boer, ieder bedrijf en iedere omgeving anders is bestaat er geen standaard aanpak. Het proces wordt op maat en praktisch ingestoken en zo ingericht dat boeren ook in een later stadium kunnen aanhaken.

16

Het voorstel is te beginnen met het plantsapproject, waarbij gedurende twee jaar het gewas op een perceel wordt gevolgd met plantsapmetingen. Vooraf vindt een bodemanalyse plaats. En jaarlijks wordt de enzymactiviteit gemeten. De gegevens kunnen worden geanalyseerd met de software van Soilbeat.nl. Bij melkveehouders kan bovendien de emissie en de kwaliteit van de drijfmest worden gemeten. Daarbij is het mogelijk om met behulp van gegevens uit de kringloopwijzer de stikstof van het land te bepalen. Als een landbouwer een vervolgtraject wil en verder wil met de resultaten kunnen het bedrijf en de mogelijkheden verder in kaart worden gebracht. Daarvoor zijn vaak nog een paar aanvullende analyses nodig, uitgebreide gesprekken, waarnemingen en tot slot een verslaglegging. De eerste drie boeren hebben aangegeven op heel korte termijn aan de slag te willen met zowel de plantsapmetingen, emissiemetingen als de bodemanalyse.

3.4 Verwachte kosten en baten Verwachte kosten Wat Plantsapproject (bodemanalyse en meting en plantsapmetingen/analyse enzymactiviteit) Emissiemetingen drijfmest en bepaling stikstof (melkveehouderij) Beide voorgaande traject gezamenlijk (inclusief gesprek over resultaten) Eventueel vervolgtraject (bedrijf en mogelijkheden verder in kaart brengen) Aanvullende begeleiding (20 uur a € 100) Totaal (bandbreedte)

Kosten in € per traject (excl btw) 457

400 1000 1000 (optioneel) 2000 (optioneel) 1000- 4000 per traject per boer (bandbreedte)

Uitgaande van deelname van vooralsnog 5 boeren in het gebied is de raming voor de kosten tussen de 5000- 20.000. Op basis van het vervolgoverleg met deze boeren is deze raming nauwkeuriger te maken. Baten op een rij -

Versterken natuurlijke processen in de bodem Gewassen en dieren weerbaarder tegen ziektes Minder afhankelijk van dure input van buitenaf (kostenbesparing) Meer organische stof in de bodem vergroot het vermogen om regenwater op te nemen en vast te houden Minder uitspoeling en emissie van nutriënten Sturen op kwaliteit van drijfmest

17

4. Verbeteren landbouwkundige situatie rondom Holwert gekoppeld aan grondverwerving en grondruil 4.1 Achtergrond Uit de analyse van het Kadaster blijkt dat rondom het projectgebied Holwerd aan Zee sprake is van een matige verkavelingsstructuur voor de landbouw. Zo zijn er relatief veel veldkavels, zijn veldkavels niet geclusterd en zijn er relatief kleine huiskavels. Vanuit het project Holwerd aan Zee wordt een vrijwillige kavelruil op gang gebracht om gronden vrij te spelen voor het project. Los van deze opgave biedt dit een kans om voor een groter gebied dan het projectgebied van Holwerd aan Zee, de verkavelingsstructuur te verbeteren. Dat leidt tot een plus voor de lokale landbouw. Er is winst te halen voor de boeren in het gebied als het gaat om optimalisatie van zaken zoals de ontsluiting van percelen, het vergroten van de huiskavel, het clusteren van de veldkavels, het vernieuwen van locaties voor bietenopslag en laad- en vulplaatsen, waarbij landbouwverkeer zoveel mogelijk over het land (en niet over de weg) gaat en tijd- en bewerkingsefficiënte. Het kavelruilproces wordt gekoppeld aan de eisen en wensen vanuit de herinrichting van het watersysteem om de zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten.

4.2 Aan de slag Voor het kavelruilproces is in 2020/2021 in het gebied rondom Holwert een gespreksronde geweest met grondeigenaren en -gebruikers. Tijdens de bijeenkomst met boeren op 28 februari 2024 hebben verschillende ondernemers interesse getoond om de gesprekken hierover voort te zetten. Eind maart 2024 is er een update geweest voor de kettingkavelruil van Holwerd aan Zee. Na verschillende gesprekken met boeren en makelaars is de conclusie dat er nog steeds serieus belangstelling bestaat om de landbouwstructuur te verbeteren. Twee bedrijfsverplaatsingen in het plangebied Holwerd aan Zee brengen deze ruil op gang. Hiervoor is een verplaatsingssubsidie nodig. Partijen willen hiervoor graag op korte termijn om tafel. Dit geldt ook voor omliggende bedrijven die mogelijk hierdoor kunnen aanhaken. In de periode april tot en met juni vindt een actualisatie van 2020/2021 plaats – er komen individuele gesprekken met de boeren die destijds zijn bezocht. Dat leidt tot zicht op nieuwe kansen voor het kavelruilproces. Voor de zomer volgt een schetssessie in groepsvorm met als inzet de volgende uitkomst: “juiste boer op juiste locatie, en juiste teelt op juiste kavel”. Tijdens het vrijwillige kavelruilproces bij Holwert onderhoudt de Brede Werkgroep Landbouw contact met de projectleiding van Gebiedsontwikkeling Dongeradielen.

Beide gebiedsopgaven hebben deels betrekking op dezelfde percelen en grondeigenaren/grondgebruikers. Het gebiedsproces Dongeradielen heeft ten opzicht van Holwerd aan Zee wel een veel langere tijdshorizon. Bovendien is de exacte begrenzing nog niet bekend (figuur 7).

18

Figuur 7 Verkenningsgebied vrijwillige kavelruil Holwerd aan Zee (rood) en voorlopige afbakening Gebiedsontwikkeling Dongeradielen (zwart)

4.3 Verwachte kosten en baten (Versie 27032024) Hieronder een inschatting van de kosten en baten bij een vrijwillige kavelruil. Voor zover mogelijk is een inschatting gemaakt van de kosten en baten (in geld uitgedrukt). De kosten en baten zijn geraamd voor een kavelruil met 5 partijen. Dit zijn partijen waarmee meerdere gesprekken gevoerd zijn en hebben aangegeven te willen bewegen met specifieke, op elkaar aansluitende wensen. In deze vorm en omvang zou 18 ha vrij geruild kunnen worden voor de realisatie van Holwerd aan Zee. In zijn totaliteit moet er momenteel nog ca. 45 ha beschikbaar komen (beleefmeer, recreatie, slibopvang en parkeerfunctie). Dit betekent dus dat van de te werven grond voor Holwerd aan Zee er 40 % middels vrijwillige kavelruil vrij geruild kan worden. De overige 60 % zou ook via de kavelruil behaald kunnen worden. Deze partijen zijn minder betrokken dan de 5 eerder genoemde partijen en komen mogelijk bij de schetssessie in beeld. De schetssessie staat eind voorjaar/begin zomer 2024 gepland. Eigenaren en gebruikers worden hiervoor uitgenodigd en moeten zich vooraf aanmelden. Na de schetssessie in juni 2024 en het te ontwikkelen kavelruilplan, kan de kosten-batenopzet beter worden ingeschat in eenheden en geldbedragen.

19

Verwachte kosten1: Proceskosten (faciliteren kavelruilcoördinator en Kadaster bij procesonderdelen als individuele gesprekken, kaartmateriaal opstellen, administratie, schetssessie, overleggen en overige communicatie) Kosten diensten derden2 (taxatie, notarieel) Kosten inmetingen, kosten kavelruilingen, kosten notaris, fiscale adviezen e.d. Kavelaanvaarding3 (kosten uitvoeringswerken als aanleg of verwijderen dammen, kavel- of betonpad, drainage, afrastering) Bedrijfsverplaatsing4 (kosten die ontstaan door inzet regeling Subsidie Agrarische Bedrijfsverplaatsing (SAB)) dat is 2x de eerder toezegging van de SAB. (loopt via het project HaZ)

€ 50.000 (totaal van 2 offertes Q1 en Q2 2024: verkenning en gesprekken 23.447 en schetssessie 26.000) € 10.000 € 5.000 € 12.000 € 1.200.000

De baten op een rij (en in de tabel op geld gezet): -

Verbeterde verkaveling agrarische sector (efficiëntere bedrijfsvoering) en daarmee hogere perceelopbrengst Reductie van aantal gereden kilometers landbouwvoertuigen en daarmee vermindering emissie van uitlaatgassen Vermindering schade door landbouwverkeer aan wegen/bermen Minder verkeersbewegingen van landbouwvoertuigen binnen de bebouwde kom van Holwert en omliggende dorpen en daarmee verhoging van de verkeersveiligheid Vrijruilen van grond die nodig is voor de realisatie van projectdoelen Holwerd aan Zee.

1

Op basis van de eerste 5 partijen in een kavelruil (vervolg van de kettingkavelruil, maar dan 2024) met ca. 200 ha toedeling naar verschillende partijen 2 Op basis van de eerste 5 partijen in een kavelruil (vervolg van de kettingkavelruil, maar dan 2024) met ca. 200 ha toedeling naar verschillende partijen 3 Voorheen, max €600/geruilde hectare met max 40% bijdrage Provincie (werkvoorstel) 4 SAB is nu max €600.000 per object die een directe relatie heeft met het vrijspelen van het projectgebied

20

Verbeterde verkaveling5 agrarische sector (efficiëntere bedrijfsvoering) en daarmee hogere perceelopbrengst per teeltseizoen Jaarlijkse reductie van aantal gereden kilometers6 landbouwvoertuigen en daarmee vermindering emissie van uitlaatgassen Vermindering schade door landbouwverkeer7 aan wegen/bermen (200ha a 1km)

€ 35.000

Minder verkeersbewegingen van landbouwvoertuigen binnen de bebouwde kom van Holwert en omliggende dorpen en daarmee verhoging van de verkeersveiligheid

€ pm

€ 54.000 €25.000

Vrijruilen van grond die nodig is voor de realisatie € pm van projectdoelen Holwerd aan Zee (ofwel 1.200.000 de SAB)

5

Wordt verondersteld een saldo opbrengst verhoging te zijn van 8% (saldo van gemiddeld akkerbouw veehouderij verkapitaliseerd van €2.130) (200*2130*0.08= 35.000) 6 Verondersteld 1km dichterbij zijnde huiskavel/veldkavel clustering. Voorts van akkerbouw/veehouderij KWIN normen 24 verkeersbewegingen per ha per jaar (afgerond €11,35 uur voor rijsnelheid 20km/uur); kapitalisatiefactor 10. Dit is normatief €270 euro per ha. (200ha a 270 euro= €54.000) 7 Schade per km. Openbare weg door landbouwverkeer verkapitaliseerd (€125/km)

21

5. Klei als bodemverbeteraar 5.1 Achtergrond In het beleefmeer zal als gevolg van het natuurlijke proces van eb en vloed slib binnenkomen. Het slib is de grondstof voor het maken van uiteenlopende kleiproducten (natte klei, droge klei, kleikorrels, kleipoeders). Het doel is de klei circulair en duurzaam te benutten. In het plangebied Holwerd aan Zee wordt een Kleiwinkel voorzien van tussen de 3 en 5 hectare (geschikt voor slibverwerking van max. 100.000 m3/ jr). Deze grootte is afhankelijk van de definitieve inrichting van het binnenmeer en de mate waarin de getijdenwerking plaats zal vinden. De klei kan worden ingezet als bodemverbeteraar voor de boeren. De klei heeft waarde: er zitten veel mineralen en sporenelementen in die tot versterking van de bodem leiden. Ook verhoogt de klei het organische stofgehalte. Tot slot is de klei geschikt voor de watervasthoudendheid in met name zandbodems. Eerdere proeven elders in het land (o.a. proef Lemelerveld) gaven een hogere gewasopbrengst te zien. In Holwert en omstreken loopt een proef met 5 boeren om te onderzoeken wat het opbrengen van klei voor de landbouwpercelen in Noordoost Fryslân kan betekenen. Er wordt uitdrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden van opbrengen van klei op zowel zandgronden als kleigronden.

5.2 Verwachte kosten en baten Kosten Aanleg Kleiwinkel Holwert € 100.000 (zit binnen het project Holwerd aan Zee) De baten op en rij -

15.000 ton klei per jaar (gebaseerd op 25.000 m3 slib) af te zetten voor € 35 per ton is € 525.000 omzet op jaarbasis (dat zijn ongeveer 350 ladingen per jaar = 1 vrachtwagen per dag) Verhoging organische stofgehalte, mineralen en sporenelementen in landbouwpercelen (een hogere gewasopbrengst) Versterken van de watervasthoudendheid van zandbodems Circulaire en duurzame toepassing van de klei - afzet bij lokale boeren/in de waddenregio Agrariërs kunnen de klei ook zelf afhalen

22

6. Het vastleggen van de 0-situatie en monitoring en overige kansen voor de landbouw Een nog uit te werken onderdeel van de Landbouwagenda is het vastleggen van de 0situatie in het gebied voor een aantal relevante (milieu)componenten en het volgen van veranderingen in de tijd. Door te weten waar het gebied staat als het gaat om bijvoorbeeld waterkwaliteit en bodemkwaliteit en dit te volgen in de tijd wordt inzichtelijk hoe het gebied zich ontwikkeld en hoe de maatregelen bijdragen aan het halen van gezamenlijk vastgelegde doelen. Deze informatie kan op gebiedsniveau, maar ook op bedrijfsniveau worden verzameld. Het devies is slim aan te sluiten bij wat er al beschikbaar is aan monitoringssystemen. Op basis van gesprekken met de boeren in het gebied en stakeholders zal daar een plan voor worden opgesteld. Er loopt elders een pilot met BedrijfsBodemWaterPlannen (BBWP) (NLTO). Op basis van dit instrument kunnen doelen vanuit de Kaderrichtlijnwater, de Nitraatrichtlijn en de GAW (Gebiedsdocumenten Agrarische Wateropgaven) worden vertaald naar perceelsniveau. Op basis van water- en bodemdata wordt bij de start bepaald welke score een perceel heeft (1 tot 100) en door het nemen van maatregelen kan de score worden verbeterd. Het instrument zit nog in de ontwikkelfase.

Als dit instrument klaar is om breed te worden toegepast kan beoordeeld worden of het voor de boeren in het gebied een slim instrument is om bij aan te haken. Er zijn ook nog een aantal kansen voor de landbouw in het gebied die pas later in de tijd zullen worden opgepakt. Niet alles kan nu. Deze kansen zijn: • Experiment met zouttolerante landbouw buiten het plangebied voor de duur van minimaal vijf jaar, inclusief monitoring van broedvogels op de percelen en effecten verbod op gebruik van bestrijdingsmiddelen in de kwelder. De uitwerking hiervan (inclusief het beeld brengen de kosten van het experiment en de monitoring) zal in een later stadium worden opgepakt. • Het betrekken van (groen) onderwijs bij Holwerd aan Zee gedurende het proces.

23

Bijlage 1 Uitsplitsing (eerste) raming Polder van de 21ste eeuw Integratie en samenwerking manuren kosten Cooperatieve samenwerkingen realiseren 30000 Overall projectmangement 90000 Overleggen (projectgroep, stuurgroep, uitvoerende partijen, etc.) 50000 Bijeenkomsten en studiegroepen 40000 20000 Communicatie en verslaglegging 45000 10000 Totalen Totaal

255000

30000 285000

24

Peilgestuurde en/of antiverziltingsdrainage manuren kosten Stap1. Selectie percelen Vooronderzoek percelen en drainage Overleg en afstemming agrariers/draineur/… Stap2. Uitvoering en begeleiding aanleg Begeleiding uitvoering Aanleg drainagesystemen Peilputten met aansturing (incl. monitoring) Stap3. Monitoring (3jr) Monitoring perceel Platform metingen en bediening Analyse resultaten Afstemming en begeleiding gebruik Onvoorzien Totalen Totaal

30000 15000

10000

20000 240000 80000 69400 30000 30000 45000 25000 140000

454400 594400

Schaal Ca 80-100 ha Doel kosten < € 250,- /ha/jr o.b.v. 15 jaar afschrijving O.b.v. bovenstaande haalbaar Hier nog hogere projectkosten i.v.m. sensoren voor meten en verantwoording 213 ha/jr met automatische sturing

25

Ondergrondse wateropslag manuren Stap 1. Vooronderzoek haalbaarheid en voorlopig ontwerp Vooronderzoek locaties en haalbaarheid en overleg overheden Stap 2. Eerste ontwerp Sonderingen Eerste globale ontwerp (opvangen, opslaan en waterbehoefte) Stap 3. Naar definitief ontwerp en vergunning Plaatsen peilbuizen (wateranalyse en pompproef) Analysekosten op te vangen water Monitoringsensoren peilbuizen etc. Vergunningaanvraag Stap 4. Aanleg en in gebruikstelling Bronnen (infiltratie en onttrekking Bruinrotproof) Bronpompen en leidingwerk (ec/watermeters) Verzamelleidingen, leidingwerk, etc. o.a. aankoppelen percelen Pomphuis, aansturing, etc. Zuivering (incl. leidingen, meters, aansturing, etc.) Betondelen filterbak, issolatie, incl leidingwerk etc Montagewerk Monitoringsensoren Platform metingen en bediening Directievoering aanleg Stap 5. Monitoring en uitvoering Monitoring (analyse uitkomsten, optimalisatie en vergunning) 3jr Controle voorjaar en najaar (3jr) Onvoorzien

15000 6000 20000 10000 5000 5000 15000

120000 80000 75000

150000 90000 120000 140000 140000

69400 20000 10000 45000 15000 25000

Totalen Totaal

Schaal

kosten

395000

780400 1175400

Ca 60-80 ha opvangen en 150-200ha van water voorzien Doel kosten < € 300,- /ha/jr afschrijving 14jr O.b.v. bovenstaande haalbaar Hier nog hogere kosten i.v.m. sensoren voor meten en verantwoording 436 ha/jr prijs bij 150ha 327 ha/jr prijs bij 200ha

26

Polderwatermanagement manuren kosten Stap1. Vooronderzoek en uitwerking watersysteem Vooronderzoek Opzetten computermodel (waterstroming) Overleg met waterschap en boeren Ontwerp aanpassingen waterysteem Benodigde vergunningen Stap2. Implementatie aanpassingen Stuwen Pompsystemen Monitoringspunten t.b.v. aansturing BOS - computermodel o.b.v. AI en monitoring Monitoring testen infiltratie cq zoetwaterbuffersloot Stap3. Toepassen, leren en verbeteren (3jr) Analyse resultaten Bijeenkomsten met de boerendeelnemers en waterschap Onvoorzien Totalen Totaal

Schaal

5000 30000 5000 20000 10000 96000 80000 75000 75000 15000

25000

50000 45000 10000 255000

286000 541000

Ca 300-800 ha 56 ha/jr voor 300ha 21 ha/jr voor 800ha

27

Bijlage 2: Antwoorden op vaak gestelde vragen Klopt het dat Holwerd aan Zee niet leidt tot extra verzilting? Dat klopt. Hier is onderzoek naar gedaan (Hydrologisch Onderzoek Acacia Water, november 2021). Dit is beperkt tot alleen direct aangrenzende percelen. Eén van de mitigerende maatregelen die genomen wordt, is de aanleg van een infiltratiesloot. Dit voorkomt extra verzilting. Het ontwerp van het watersysteem rondom Holwerd aan Zee is er juist op gericht om extra zoetwater beschikbaar te hebben voor de landbouw zodat de polder minder afhankelijk is van zoet water van elders en de autonome verzilting zoveel mogelijk wordt teruggedrongen (de polder van de 21te eeuw). Hoe is het hydrologisch onderzoek tot stand gekomen? Het hydrologisch onderzoek voor het getijdemeer van Holwerd aan Zee is uitgevoerd door een bureau dat door de boeren in het gebied en LTO-noord is voorgedragen en begeleid door hydrologen en experts van provincie, Wetterskip en LTO Noord. De uitkomsten van het rapport worden ook door deze organisaties en de boeren onderschreven. Vraagt Holwerd aan Zee extra zoetwater vanuit het IJsselmeer? De beoogde inrichting vraag minder zoet water uit het IJsselmeer. Dit wordt o.a. bereikt door: -

het overtollige regenwater (het wateroverschot in herfst en winter) te gebruiken om de zoetwaterlens te vergroten. Het inrichten van een infiltratiesloot/buffersloot (als antiverziltingsmaatregel) waar mee water beschikbaar wordt gemaakt.

Er is geen extra aanvoer van zoetwater nodig voor lokstroom vismigratie De extra aanvoer van zoetwater voor een permanente lokstroom voor vismigratie is geen onderdeel van het plan. Vismigratie gaat dus niet ten koste van het doorspoelen en ontzilten van het gebied. Hoe werkt de infiltratiesloot/buffersloot in het plangebied? Bij de aanleg van een infiltratiesloot parallel aan het meer kan een waterscheiding worden gemaakt. Dit is een redelijk eenvoudige oplossing waarbij het waterpeil in de sloot hoger wordt ingesteld dan het peil in het binnenmeer. Een waterscheiding vormt een barrière voor de grondwaterstroming waar het water uit het binnenmeer niet langs kan. En dus voorkomt dit dat het brak/zoute water naar het perceel kan stromen. Wanneer nu de sloot breder wordt aangelegd is het mogelijk de sloot een dubbelfunctie te geven, namelijk als infiltratiesloot én als zoetwaterbuffer. Deze zoetwaterbuffer kan dan water leveren voor beregening van de naburige percelen. Er is gekozen voor een infiltratie en buffersloot, waarom is niet gekozen voor verticale drainage in de sloot? Bij verticale drainage gaat het eigenlijk over bronnen, zoals onttrekkingsputten. De werking ervan is als volgt. Er wordt van uitgegaan dat er sprake is van overdruk in de zandlaag waardoor de bron over de putrand gaat overlopen.

De bronnen worden geplaatst in de sloot en de overloop zit dan net boven de slootbodem. Nadeel van verticale drainage is een permanente afvoer van zoutwater, waarbij ook zoetwater van naastgelegen perceel wordt afgevoerd. De sloot heeft dan ook één functie en dat is afvoeren van zout water. We zouden verticale drainage ook kunnen testen in het project. Dit vergt wel voorbereiding (vergunning afvoeren brak water etc.) en vooraf goed inschatten hoe de bronnen ook weer afgedicht kunnen worden. De infiltratiesloot is

28

makkelijker te testen onder de huidige omstandigheden. De verticale bronnen minder goed, er is nog geen overdruk doordat er nog geen binnenmeer is. Dat vraagt aan de voorkant de nodige studie. In de landbouwagenda wordt genoemd dat een bepaalde maatregel leidt tot schoner water. Welke stoffen gaat het dan over? En wat gebeurt er als boeren niet minder middelen gebruiken? Dit heeft betrekking op nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen (gmb’s). Het gaat om vermindering van uitstroom van nutriënten bij peilgestuurde- en antiverziltingsdrainage en ondergrondse wateropslag. En vermindering van uitstroom van gmb’s bij ondergrondse wateropslag. Wanneer de maatregelen gecombineerd worden met een gezonde bodem en wanneer minder wordt gebruikt zal de reductie van de afvoer van deze middelen nog groter zijn. De genoemde maatregelen van drainage en ondergrondse opslag verlagen de nutriënten en gbm’s ook wanneer boeren niet minder gebruiken. Binnen het project kan dus heel krachtig de mate en effectiviteit onderzocht worden en als demonstratie en voorbeeld voor de regio dienen wat met deze maatregelen kan worden bereikt om schoner water te realiseren. Is er ook gekeken of er door van nature in de bodem aanwezige kerende lagen zijn die zout kwelwater tegenhouden en die met het graven van het meer mogelijk worden weggegraven waardoor zoute kwel minder beperkt wordt? Ja, daar is naar gekeken.

Geconcludeerd is dat er geen sprake is van het doorgraven van kerende lagen. Dit vormt dus geen risico. Klopt het dat de grondwaterstand in het dorp niet wordt beïnvloed door het plan? En worden hier eventueel maatregelen voor getroffen? Ja dat klopt. In het ontwerp voor HaZ is een waterkerend landschap opgenomen, hierdoor is er geen effect op de grondwaterstand in het dorp.

29

Samenstelling Brede Werkgroep Landbouw Syds Miedema, Frans Antonides en Hessel Hiddema (agrarisch ondernemers) Albert van Burgsteden en Johannes Bakker (landbouwkundig adviseurs) Martinus Spoelstra (Kadaster) Jouke Velstra (hydrologisch adviseur) Klaas Laansma (natuurorganisaties en Slibhub Lauwersoog) Niels de Bruin (Provinsje Fryslân) Jan Zijlstra (Holwerd aan Zee) Piet Dijkstra en Tineke Cazemier (onafhankelijke werkgroepleiding) Holwert, mei 2024

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=dfcef1f1-54ee-4bf5-83d7-cfe9c4d38518