Bijlage 2 - Uitwerking bijkomende kosten project onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Uitwerking bijkomende kosten project onderwijshuisvesting In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het (basis)onderwijs in Noardeast-Fryslân worden de nieuwbouwprojecten voor een periode van 12 jaar beschreven. In de overzichten zijn deze huisvestingsplannen op kosten gezet. De kosten die hierin zijn meegenomen zijn de kosten voor de bouw en de bijkomende projectkosten. In deze bijlage worden de projecten voor de eerstkomende vier jaar in meer detail toegelicht. Dit geeft een meer volledig beeld van de kosten van een project onderwijshuisvesting.
Typen bijkomende kosten Een aantal kostenposten worden tijdens het project inzichtelijk gemaakt. Dit gaat om kosten die afhankelijk zijn van inhoudelijke keuzes die tijdens het project gezamenlijk met het schoolbestuur worden gemaakt. Het gaat om de volgende kosten: 1.
Realisatie gekoppelde kind- en onderwijsgerelateerde voorzieningen.
Integraal Huisvestingsplan: In het IHP staat benoemd dat bij de (vervangende) nieuwbouw van een basisschool altijd breed naar het dorp wordt gekeken naar koppelkansen met andere kind- en onderwijsgerelateerde voorzieningen. Zo wordt er bijvoorbeeld in Oosternijkerk ook vervangende nieuwbouw voor de kinderopvang gerealiseerd. Het gezamenlijk realiseren van onderwijs en kinderopvang draagt bij aan doorgaande leerlijnen en past bij de IKC-gedachte (Integraal Kindcentrum). In principe is de gemeente niet verantwoordelijk voor de financiering van kinderopvang. Kinderopvang is een commerciële dienst. Het uitgangspunt is dat als de gemeente voorfinanciert, de volledige investering wordt terugverdiend middels huur. Om die reden worden de kosten hiervoor niet meegenomen in deze uitwerking. 2.
Ontwikkelingen in leerlingenaantal / leerlingenaantal waarvoor gebouwd wordt.
Verordening: De verordening biedt handvaten om te bepalen voor welk leerlingenaantal gebouwd wordt. Samenvattend: een school heeft recht op permanente vierkante meters voor het minimumaantal leerlingen voor de komende 15 jaar en recht op tijdelijke vierkante meters voor het minimumaantal leerlingen voor de komende 4 jaar. Het bepalen van het leerlingenaantal waarvoor een school gebouwd wordt, is extra belangrijk wanneer een school groeit of krimpt. Wanneer een school ‘te groot’ gebouwd wordt, heeft het schoolbestuur hoge kosten voor het onderhoud, en moet de gemeente meer meters bekostigen dan op termijn noodzakelijk zijn. Wanneer een school ‘te klein’ gebouwd wordt, krijgt een school te kampen met ruimtegebrek en is er mogelijk op termijn uitbreiding nodig. Er wordt in principe in overleg met het schoolbestuur bepaald voor welk leerlingenaantal een school gebouwd wordt, met name bij sterke krimp of groei. In de kostenoverzichten is het leerlingenaantal van 1 oktober 2020 (meest recente telling) als uitgangspunt genomen. 3.
Aankoop grond
Verordening: De verordening stelt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het beschikbaar stellen van een bouwrijp terrein. Wanneer een school gebouwd wordt op een locatie die nog niet in eigendom is van de gemeente, is de gemeente verantwoordelijk voor de aankoop. Eventuele aankoop van grond hangt dus sterk samen met locatiekeuze. 4. Sloopkosten
Verordening: De verordening stelt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het beschikbaar stellen van een bouwrijp terrein. Wanneer vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd op de huidige locatie van de school, betekent dit dat het oude schoolgebouw gesloopt moet worden. De sloopkosten worden vergoed op basis van daadwerkelijke kosten. 5. Paalfundering en bemaling Verordening: De normbedragen in de verordening voor de bouw van een VO school zijn berekend op basis van een standaardlocatie. Als de grond paalfundering of bemaling vereist, wordt daar een apart bedrag voor berekend. De noodzaak tot paalfundering en/of bemaling is afhankelijk van de locatie en wordt bekostigd op basis van normbedragen in de verordening. 6. Tijdelijke huisvesting Wanneer vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie als de huidige school gebouwd wordt, zullen de leerlingen ten tijde van de bouw ergens anders ondergebracht moeten worden. De mogelijkheden hiertoe zijn verschillend per dorp en stad. Soms worden er tijdelijke units geplaatst, maar waar mogelijk worden leerlingen in een leegstaand gebouw ondergebracht, bijvoorbeeld een schoolgebouw met leegstand of in overleg met het dorp een dorpshuis. De bekostiging van tijdelijke huisvesting is daarom afhankelijk van de situatie. 7.
Afschrijving resterende boekwaarde en opbrengst bij verkoop schoolgebouw Bij beëindiging van onderwijsfunctie kan het zijn dat er nog een boekwaarde op het gebouw zit omdat het gebouw nog niet volledig is afgeschreven. Bij sloop van het gebouw moet deze boekwaarde afgeschreven worden. Wanneer het gebouw verkocht wordt, is het mogelijk dat de resterende boekwaarde kleiner is dat de verkoopsom en het gebouw onder de streep een winst oplevert. 8. Verhuiskosten Verordening: Volgens de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs is de gemeente verantwoordelijk voor het financieren van de verhuizing naar een eventuele tijdelijke locatie én naar de vervangende nieuwbouw. Deze bekostiging gebeurt op basis van daadwerkelijke kosten. Verhuiskosten zijn met name afhankelijk van het aantal verhuizingen en het aantal leerlingen. 9. Inrichting openbare buitenruimte Vaak wordt er bij de nieuwbouw van een basisschool ook een stukje openbare buitenruimte heringericht. Er worden bijvoorbeeld borden geplaatst of er worden parkeerplaatsen en een tût en derût gerealiseerd.
Uitwerking projecten 2021-2023 Voor een aantal projecten op korte termijn is er meer te zeggen over de bijkomende projectkosten. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat dit een theoretische uitwerking is. Daadwerkelijke keuzes worden tijdens het project gezamenlijk met het schoolbestuur gemaakt. Hier worden opties uiteengezet en voor de hand liggende keuzes toegelicht om een beeld te geven van de bijkomende projecten van een project onderwijshuisvesting.
1. CBS de Fjouwerhoeke, Hantumhuizen De scenario’s voor CBS de Fjouwerhoeke worden op dit moment al nader uitgewerkt als project. Onderdeel van deze uitwerking is bijvoorbeeld de optie om het nieuwe gebouw naast het huidige schoolgebouw te plaatsen, zodat er bespaard kan worden op kosten voor tijdelijke huisvesting. Uitgangspunt is dat de financiën in de perspectiefnota 2022 opgevoerd worden, zodat de gemeenteraad een integraal oordeel kan geven over het aangedragen nieuwe beleid, waaronder de vervangende nieuwbouw van de Fjouwerhoeke, daarbij in acht nemend dat de school meegenomen is in het huisvestingsprogramma 2021.
2. CBS de Pionier, Dokkum Basisinformatie financiële overzichten 1 en 2: Plaats, school/scholen
Type bouw
Inschatting kosten obv. Verordening
Inschatting kosten obv. Recente bouwprijzen
Projectkosten
CBS De Pionier, Dokkum
Vervangende nieuwbouw
€ 2.342.438
€ 2.447.848
€ 351.366
Achtergrond: De vervangende nieuwbouw van CBS de Pionier heeft politieke prioriteit. Momenteel maakt de school gebruik van een gebouw in de Trije Terpen. Dit schoolgebouw is semipermanent en door het schoolbestuur Arlanta zelf geplaatst en bekostigd. De vervangende nieuwbouw van de Pionier is toegekend op voorwaarde van het in werking treden van nieuwe wetgeving, die ervoor zorgt dat de Pionier bestaansrecht heeft op haar huidige locatie. De raad heeft de opdracht gegeven de vervangende nieuwbouw niet uit te stellen. Uitgangspunt is dat de financiën in de perspectiefnota 2022 opgevoerd worden, zodat de gemeenteraad een integraal oordeel kan geven over het aangedragen nieuwe beleid, waaronder de vervangende nieuwbouw van de Pionier, daarbij in acht nemend dat de school meegenomen is in het huisvestingsprogramma 2021. Projectkosten: Leerlingenaantal waarvoor gebouwd wordt. CBS de Pionier is de laatste jaren sterk gestegen in leerlingenaantal. Momenteel heeft de school 127 leerlingen. De prognoses duiden een piek van 131 leerlingen in 2025 en daarna een terugloop naar 90 – 100 leerlingen. De Pionier is een school in een stad waar een aantal scholen in de directe omgeving zijn, waardoor het moeilijker is om het leerlingenaantal te prognosticeren. Uitgangspunt voor deze uitwerking is daarom het huidige leerlingenaantal.
Locatiebepaling (verhoop huidige gebouw, sloopkosten, tijdelijke huisvesting). Uitgangspunt is vervangende nieuwbouw op de locatie van de huidige semipermanente locatie van de Pionier. Dit brengt een opbrengst mee voor de verkoop van Groen van Prinsterer. Mogelijk moeten de leerlingen ten tijde van de bouw tijdelijk ergens anders onder gebracht worden. Ook moet de huidige semipermanente locatie verwijderd worden. Tijdens het project worden eventuele kosten voor gemeente of schoolbestuur hiervoor nader uitgewerkt. Verhuiskosten. Aangezien er mogelijk tijdelijk gebruikt moet maken van tijdelijke huisvesting, wordt er uitgegaan van twee keer een vergoeding van verhuiskosten. Een schatting van deze kosten bedraagt €15.000. Kosten afschrijven resterende boekwaarde. Op de voormalig Groen van Prinsterer zit nog een boekwaarde van € 183.000 (2020).
3. Scholenpark Dokkum. Basisinformatie in overzichten 1 en 2: Plaats, school/scholen
Scholenpark, uitgangspunt voor nu: - Burgerschool - (De Bonifatiusschool) - Piter Jelles - Dockinga
Type bouw
Verv. nb. Verv. nb. Uitbreiding Verv. nb.
Inschatting kosten obv. Verordening
€ 3.693.039 € 2.638.911 € 2.907.483 € 20.818.932
Inschatting kosten obv. Recente bouwprijzen
€ 3.859.226 € 2.757.662 € 3.038.320 € 21.755.784
Projectkosten
€ 100.000 beschikbaar gesteld *
* Wanneer de Burgerschool of de Bonifatiusschool ervoor kiest om niet mee te gaan in het scholenpark, zal hiervoor mogelijk separate projectkosten beschikbaar gesteld moeten worden. Achtergrond: Momenteel wordt het proces om te komen tot een Scholenpark nader uitgewerkt. Uitgangspunt is vervangende nieuwbouw voor Dockinga en permanente uitbreiding voor Piter Jelles Dalton. De schoolbesturen van de Burgerschool en de Bonifatiusschool willen verkennen of huisvesting op het Scholenpark passend is. Projectkosten: Leerlingenaantal waarvoor gebouwd wordt. Piter Jelles is sterk gegroeid in leerlingenaantal, net als de Bonifatiusschool en de Burgerschool. Dockinga College is een grote school die op dit moment daalt in leerlingenaantal. Voor nu worden de huidige leerlingenaantallen als uitgangspunt genomen. In het Voortgezet onderwijs zijn de leerlingenaantallen in principe communicerende vaten, dus een groei bij de ene school brengt een krimp bij de andere school teweeg. Locatiebepaling (afstoten deel gebouwen, sloopkosten, fundering). Wanneer de Burgerschool en Bonifatiusschool meegaan in het scholenpark, zijn deze beide gebouwen niet meer nodig voor onderwijshuisvesting. Ook is de insteek dat de gebouwen van havo/vwo-onderbouw en vmbo-theoretisch van het Dockinga College zullen worden onttrokken aan het onderwijs.
Eventuele sloopkosten en kosten voor tijdelijke huisvesting worden tijdens het project nader uitgewerkt. Bij de bouw van een VO school wordt een apart bedrag berekend vanuit de verordening voor paalfundering. Een eerste inschatting van de paalfundering bedraagt € 50.000 voor Piter Jelles Dalton Dokkum en € 290.000 voor Dockinga College. Verhuiskosten. De verhuiskosten worden vergoed op basis van daadwerkelijke kosten en moeten tijdens het project in kaart gebracht worden. Kosten afschrijven boekwaarden. Stand 2020: Boekwaarde Burgerschool: € 689.000. Boekwaarde Bonifatiusschool: € 232.000. Boekwaarde Dockinga: tijdens het project uit te werken. Inrichting openbare buitenruimte. Naar verwachting verkeerskundige en ruimtelijke aanpassingen nodig. Aandachtspunt: Met name voor Dockinga wordt nog gesproken over waar de VMBO leerlingen huisvesting zullen krijgen. Ook is uitbreiding van het Omnium een mogelijkheid. Dit wordt tijdens het project nader verkend.
4. CBS Bernewird, Bornwird. Basisinformatie in overzichten 1 en 2: Plaats, school/scholen
Type bouw
Inschatting kosten obv. Verordening
Inschatting kosten obv. Recente bouwprijzen
Projectkosten
CBS Bernewird, Bornwird
Gedeeltelijke renovatie
€ 362.113
€ 378.408
€ 54.317
Achtergrond: CBS Bernewird is een school met een klein leerlingenaantal, maar de school heeft een belangrijke regiofunctie. In de omgeving van de school zijn recentelijk twee scholen gesloten: de scholen in Brantgum en Reitsum. CBS Bernewird heeft hierdoor een toeloop van leerlingen gezien. Op korte termijn duiden de prognoses op een krimp tot een minimum van 41 leerlingen. Op lange termijn (vijftien jaar) stabiliseert het leerlingenaantal van de school rond de 58 leerlingen. Het schoolbestuur geeft aan dat zij een renovatie wensen om te ontwikkelen richting een kindcentrum 2 tot 12 jaar en om het gedeelte onderbouw (bouwjaar 1975) te renoveren: dit gedeelte is uitgevoerd als tijdelijke huisvesting. Aangezien het om een renovatie van een deel van het gebouw (159 M²) gaat, is hier maatwerk nodig. Voor vervangende nieuwbouw is de verwachte levensduur veertig jaar, voor renovatie is de minimale verwachte levensduurverlenging volgens de VNG en de PO-raad 25 jaar. Een methode die gebruikt kan worden voor het inschatten van de kosten, is om 62,5 procent (25/40e) van de normbedragen vervangende nieuwbouw te nemen. Een eerste inschatting van de kosten op basis van de hierboven beschreven methode bedraagt op basis van de verordening een kleine vier ton. Projectkosten: Leerlingenaantal waarvoor gebouwd wordt. CBS Bernewird is een kleine, maar relatief stabiele school.
Het is realistisch dat het huidige aantal vierkante meters benodigd blijft voor het onderwijs. Renovatie is maatwerk. Een volledig kostenbeeld moet tijdens het project met een architect opgesteld worden, omdat dit sterk afhankelijk is van de mate van renovatie en de inhoudelijke projectkeuzes. Voor deze uitwerking wordt daarom uitgegaan van de hiervoor beschreven berekening: de kosten bedragen ongeveer € 300.000 tot € 400.000. Locatiebepaling. Aangezien het om een gedeeltelijke renovatie gaat, is de locatie bepaald. Renovatie brengt kosten voor tijdelijke huisvesting met zich mee. In principe is renovatie van één lokaal nodig. De te renoveren ruimten grenzen direct aan een ander lokaal. Uitgangspunt is dat er huur van units voor een jaar voor twee lokalen nodig zal zijn. De kosten hiervan bedragen ongeveer € 44.000. Tijdens het project moet een locatieonderzoek plaatsvinden naar andere mogelijkheden op het gebied van tijdelijke huisvesting, bijvoorbeeld in een dorpshuis of een leegstaand gebouw in de buurt. Verhuiskosten. Er zal tweemaal een verhuizing van ongeveer 30 leerlingen nodig zijn. Dit brengt kosten met zich mee: ongeveer € 3.500.
5. CBS de Bron en CBS de Regenboog, Dokkum. Basisinformatie in overzichten 1 en 2: Plaats, school/scholen
Type bouw
Inschatting kosten obv. Verordening
Inschatting kosten obv. Recente bouwprijzen
Projectkosten
CBS De Regenboog en CBS De Bron, Dokkum
Verv. nb.
€ 3.616.175
€ 3.778.903
€ 542.426
Achtergrond: De Bron en de Regenboog zijn twee scholen in het Zuidoosten van de stad Dokkum, die beide onder schoolbestuur Arlanta vallen. Beide scholen hebben te maken met dalende leerlingenaantallen. Het schoolbestuur is momenteel een mogelijke fusie aan het onderzoeken en voorbereiden. Uitgangspunt is dat er gezamenlijke huisvesting gerealiseerd wordt. Projectkosten: Leerlingenaantal waarvoor gebouwd wordt en locatiebepaling. In 2020 is het gezamenlijke leerlingenaantal 243 leerlingen. Dat aantal ligt 16 leerlingen onder het gezamenlijke geprognosticeerde aantal leerlingen. Als die lijn wordt doorgetrokken, heeft de school in 2023 ongeveer 212 leerlingen. De ruimtebehoefte van deze leerlingen is 1.266 M2. Locatiekeuze en daadwerkelijke ontwikkeling in leerlingenaantal is hier nog onvoldoende duidelijk om de kosten verder in beeld te brengen.
6. Campus Kollum Basisinformatie in overzichten 1 en 2 Plaats, school/scholen
Type bouw
Tijdelijke uitbreiding
Permanente uitbreiding
Projectkosten
Campus Kollum, Kollum
Uitbreiding
€ 480.000
€ 2.668.000
Al meeberekend
Achtergrond: In april 2019 is Campus Kollum opgeleverd. In dit gebouw in Kollum zijn naast het Lauwers College en !mpulse Kollum (Piter Jelles) ook cultureel centrum De Colle en de Bibliotheek gehuisvest. Sinds oplevering is het aantal leerlingen wat les krijgt op de Campus zeer sterk gegroeid. Er is een permanente extra ruimtebehoefte van 6 tot 8 lokalen. Deze ontwikkeling is nog niet meegenomen in het IHP, omdat de sterke groei in leerlingenaantal toen nog niet bekend was. Projectkosten: Momenteel wordt nader uitgezocht wat het gegroeide leerlingenaantal precies betekent, en welke oplossing mogelijk is voor de lange termijn. Om de raad goed te informeren over de verwachtte kosten op het gebied van projecten onderwijshuisvesting, is de uitbreiding van Campus Kollum wel in de financiële uitwerking van het IHP meegenomen. De te verwachten benodigde investering voor de tijdelijke uitbreiding is ongeveer € 480.000 (gereed maken oude Lauwers College) en voor de permanente uitbreiding € 2.668.000. Nog niet hierin meegenomen zijn de kosten voor eventuele aankoop van grond voor de permanente uitbreiding. De permanente uitbreiding wordt meegenomen in bredere plannen in Kollum en eventuele bijkomende kosten zijn grotendeels afhankelijk van de locatie.