Bijlage 2 - Uitgangspuntennotitie warmteprogramma Noardeast-Fryslân
Tekst van het document
Signed By: Dijkstra, Sytze 17/10/2025 13:12:22 CEST ID: 904df4e8-9191-499e-a088-fa5a97700f68
Behoort bij raadsbesluit 16 oktober 2025 gemeente Noardeast-Fryslân: Auth: Scribble
Uitgangspuntennotitie
Warmteprogramma
02-09-2025
1
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
INHOUDSOPGAVE 1
NIEUW PROGRAMMA, NIEUWE UITGANGSPUNTEN ...................................................................2
1.1
Herijken van uitgangspunten ................................................................................................2
1.2
Uitgangspuntennotitie ..........................................................................................................2
2
UITGANGSPUNTEN ......................................................................................................................3
2.1 Selectie uitgangspunten........................................................................................................3 2.1.1 Betaalbaarheid 3 2.1.2
Energie vanuit de Mienskip
3
2.1.3
Samenwerken met woningcorporaties
4
2.1.4
Extra aandacht voor minima
4
2.1.5
Stap voor stap aardgasvrij
4
2.1.6
Benutten van natuurlijke momenten
5
2.1.7
Nieuw: Extra aandacht voor beschermde gezichten
5
2.1.8
Nieuw: Samenhang met klimaatadaptatie
5
2.2 Niet meer relevante uitgangspunten ....................................................................................5 2.2.1 Koppelkans met openbare werken 6 2.2.2
Koppelkans met netbeheerders
6
2.2.3
Koppelkans met nieuwbouw
7
2.3
Overzicht van uitgangspunten ..............................................................................................7
2
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
1
NIEUW PROGRAMMA, NIEUWE UITGANGSPUNTEN
1.1
Herijken van uitgangspunten In de Transitievisie Warmte (TVW) zijn verschillende uitgangspunten vastgelegd. Deze uitgangspunten zijn de afgelopen jaren richtinggevend geweest voor de warmtetransitie in Noardeast-Fryslân. Nu we toewerken naar het warmteprogramma, is het een goed moment om de uitgangspunten te herijken. In de evaluatie van de TVW zijn namelijk zaken naar voren gekomen die goed werken, maar ook zaken die juist niet van de grond kwamen. Aan de hand van deze informatie kunnen we nu kijken of de lessen uit de praktijk nog steeds goed aansluiten bij de eerder opgestelde uitgangspunten. Daarnaast zijn we begin dit jaar gestart met het participatietraject voor het warmteprogramma, o.a. met interne collega’s. De opgehaalde inzichten uit dit traject zijn ook aanleiding om de relevantie van de eerdere uitgangspunten tegen het licht te houden.
1.2
Uitgangspuntennotitie Bij de totstandkoming van de TVW stonden we uitgebreid stil bij het opstellen van uitgangspunten. Zo organiseerden we in uw raad een Debat over uitgangspunten. Uw raad kon daarbij een top-3 van uitgangspunten aangeven. Deze uitkomsten werden afgewogen met uitgangspunten die we eerder ophaalden bij bewoners, interne collega’s en andere stakeholders zoals woningcorporaties en netbeheerders. Zoals u later in deze notitie kunt lezen, zijn veel van deze uitgangspunten nog relevant. Om die reden organiseren we niet opnieuw een uitgebreid proces voor het herijken van deze uitgangspunten. Uw raad wordt dus niet opnieuw gevraagd om in discussie te gaan over een top-3 van uitgangspunten. In plaats daarvan beschrijven we in deze notitie welke uitgangspunten nog steeds relevant zijn, welke niet meer relevant zijn, en welke nieuwe uitgangspunten er bij zijn gekomen. Uw raad wordt gevraagd om in te stemmen met de uitgangspuntennotitie als geheel. Mocht u uitgangspunten missen, dan kunt u vanzelfsprekend via amendementen aanvullingen doen. Maar ten opzichte van de TVW is er al een stevigere basis aan informatie. Deze notitie beschrijft alleen wat de uitgangspunten zijn en waarom ze relevant zijn. Een vertaling naar concrete actielijnen volgt later in het warmteprogramma.
Daarmee biedt deze notitie, gezamenlijk met het ambitiedocument, de kaders voor verdere uitwerking van het warmteprogramma.
3
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Selectie uitgangspunten In deze paragraaf wordt een achttal uitgangspunten voorgesteld. Telkens wordt gemotiveerd waarom het uitgangspunt relevant is voor onze warmtetransitie van de komende 10 jaar. Zes van deze uitgangspunten hanteerden we ook al in de TVW; twee nieuwe uitgangspunten zijn daar aan toegevoegd.
2.1.1
Betaalbaarheid Om gelijk maar te beginnen met het belangrijkste uitgangspunt uit de TVW: betaalbaarheid. Door uw raad en andere stakeholders werd dit het zwaarst gewogen. Ook het Rijk stuurt nadrukkelijk op betaalbaarheid. Zij geven aan gemeenten mee dat zij de verantwoordelijkheid hebben om te kiezen voor de oplossingen, die de laagste maatschappelijke kosten hebben. Daarmee stuiten we direct al op een belangrijk onderscheid: maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten. De maatschappelijke kosten van de warmtetransitie omvatten niet alleen de directe investeringen van huishoudens of bedrijven, maar ook de kosten die de samenleving als geheel draagt. Een bekend voorbeeld is dat de verzwaring van het elektriciteitsnet niet op directe wijze wordt doorberekend op de eindgebruiker. In plaats daarvan betaalt de hele samenleving mee. Bij een keuze voor een elektrische warmtepomp moet er daarom niet alleen gekeken worden naar de investeringen van de eindgebruiker, maar ook de maatschappelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Daarnaast worden bijvoorbeeld ook de kosten van milieuschade doorberekend in de maatschappelijke kosten van een warmtetechniek. Daarom impliceert betaalbaarheid dat we in het warmteprogramma niet alleen kijken naar de goedkoopste eindgebruikerskosten, maar ook naar de maatschappelijke kosten als geheel.
In de TVW gebruikten we het uitgangspunt betaalbaarheid om te komen tot startwijken. Hieruit volgde bijvoorbeeld dat veel wijken in Dokkum goed scoorden, vanwege de bebouwingsdichtheid en daardoor betere betaalbaarheid. Voor het warmteprogramma stellen we voor om het uitgangspunt betaalbaarheid niet voor de selectie van startwijken in te zetten. Want ongeacht waar je aan de slag gaat, moet betaalbaarheid in ieder dorp of wijk worden toegepast. Ook in de dorpen die vanwege de schaal of complexiteit ‘duurder’ zijn. In plaats daarvan stellen we voor om betaalbaarheid met name te benutten om te komen tot de juiste techniekkeuze. Dus is het vanuit betaalbaarheid slimmer om in te zetten op warmtepompen of warmtenetten? En als het warmtepompen wordt, dan volledig elektrisch of hybride (met klimaatneutraal gas)?
2.1.2
Energie vanuit de Mienskip Als gemeente kunnen we bouwen op een stevig fundament: de Mienskip van Noardeast-Fryslân. Specifiek voor de energietransitie zien we een grote mate van betrokkenheid en energie in onze Mienskip. Denk bijvoorbeeld aan de vele energiecoöperaties die wij hebben, of de energiewerkgroepen van dorpsbelangen. De energie van deze initiatieven kan als katalysator dienen voor de verduurzaming van een dorp of wijk. In onze wijkuitvoeringsplannen hebben we de waarde hiervan ondervonden. We sluiten graag aan op de plannen en ideeën die deze initiatieven al hebben. Denk bijvoorbeeld aan de Proeftuin Aardgasvrije Wijken in Eanjum die vanuit de energiecoöperatie is ontstaan. Maar ook in wijken waar eerder nog geen initiatief was, staan bewoners op die collectieve inkoopacties organiseren. Deze inzet van deze vrijwilligers leidt ertoe dat andere bewoners ook sneller geneigd zijn om mee te doen aan acties. Daarom willen we de komende jaren de energie vanuit de Mienskip blijven stimuleren. We ondersteunen initiatieven dusdanig, dat zij in hun kracht worden gezet. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het succes van onze warmtetransitie.
4
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
2.1.3
Samenwerken met woningcorporaties De verduurzamingsregelingen van de gemeente focussen zich grotendeels op koopwoningen. Woningcorporaties zijn namelijk verantwoordelijk voor het isoleren en verder verduurzamen van hun bezit, van sociale huurwoningen. Woningcorporaties lopen met name in de isolatieopgave voorop. Vanuit landelijke wetgeving worden richting 2030 alle sociale huurwoningen met een laag energielabel namelijk uitgefaseerd. Koopwoningen kunnen meeliften op deze verduurzamingsslag. In veel dorpen en wijken in onze gemeente bevindt zich gespikkeld bezit: rijen woningen die deels nog van een corporatie zijn en deels zijn verkocht aan woningeigenaren. We brengen deze koppelkans voor het gezamenlijk aanpakken van gespikkeld bezit in kaart. Een woningcorporatie kan daarmee als vliegwiel dienen voor de verduurzaming van een straat. Daarom hanteren we als uitgangspunt dat we nauw samenwerken met woningcorporaties. Deze samenwerking op het gebied van de warmtetransitie is al geformaliseerd in de prestatieafspraken. Daarnaast organiseren we ook structurele overleggen om de verduurzamingsplannen van de gemeente af te stemmen op de woningcorporaties. In het warmteprogramma borduren we hier op voort.
2.1.4
Extra aandacht voor minima Betaalbaarheid van de warmtetransitie is voor iedereen belangrijk, maar voor sommige huishoudens nog net iets extra. Huishoudens met een smalle beurs zijn erg gebaat bij verduurzaming van hun woning. Zeker omdat tegenwoordig steeds een groter deel van hun maandelijkse lasten uit energiekosten bestaat. Tegelijkertijd kunnen zij niet altijd de investeringen dragen, die nodig zijn voor verduurzaming. Zij zijn daardoor snel afhankelijk van ondersteuning van het Rijk of van de gemeente. Om die reden hebben wij extra aandacht voor minima. Sinds de TVW is energiearmoede een zeer actueel onderwerp geworden. Ons plan van aanpak energiearmoede werd in 2022 vastgesteld, zie ook de evaluatie van de TVW. Begin dit jaar (2025) kwam daar het Volkshuisvestingsfonds (VHF) bij. Vanuit het VHF kunnen wij tot uiterlijk eind 2033 ruim 300 huishoudens ondersteunen met isolatie, ventilatie en achterstallig onderhoud. Dit komt grotendeels overeen met het tijdspad van het warmteprogramma. Voor dit uitgangspunt is de samenhang tussen het VHF en het warmteprogramma dus van groot belang. Via een compleet aanbod van de VHF-subsidie, landelijke subsidies en leningen en begeleiding door onze energiecoaches gedurende het hele verduurzamingstraject, bieden we extra aandacht aan minima.
2.1.5
Stap voor stap aardgasvrij In de TVW en diens evaluatie bleek al dat het verduurzamen van een woning een complex traject is. Er zijn vele stappen nodig om te komen tot een aardgasvrije woning: isolatie en ventilatie, het vervangen van de gasketel door bijvoorbeeld een warmtepomp en eventueel het vergroten van warmteafgifte (vloerverwarming of grotere radiatoren). Niet al deze stappen hoeven in één keer te worden gezet; dat kan ook stap voor stap. Te beginnen met de no-regret-maatregelen, oftewel verduurzamingsmaatregelen waar je ongeacht de toekomst van de energievoorziening geen spijt van krijgt. In de TVW is dit uitgangspunt met name geïnterpreteerd als beginnen met isolatie. In het warmteprogramma wordt echter bekeken tot welk niveau isolatie daadwerkelijk een no-regretmaatregel is. Want de laatste stappen van isolatie zijn vaak het duurst en hebben daardoor een mindere terugverdientijd. Het installeren van een hybride warmtepomp kan volgens het ‘stap voor stap aardgasvrij’ in veel gevallen ook een betaalbare tussenoplossing zijn. Het warmteprogramma kijkt dus opnieuw naar een juiste volgorde van ‘stap voor stap’.
5
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
2.1.6
Benutten van natuurlijke momenten Het is slim om te verduurzamen op het moment dat je toch al aanpassingen doet aan je woning. Dit is bijvoorbeeld het geval als je gaat verhuizen, of als je je huidige woning gaat verbouwen. Op die manier beperk je de hinder van verduurzamen en kun je kosten besparen. Dit soort natuurlijke momenten willen we benutten voor de warmtetransitie. De gemeente kan strategieën ontwikkelen om bewoners te benaderen op dit soort momenten, bijvoorbeeld bij verhuizing. De samenwerking met partijen als makelaars of hypotheekverstrekkers is daarbij van groot belang. In het warmteprogramma presenteren we een concrete strategie voor het benutten van deze natuurlijke momenten.
2.1.7
Nieuw: Extra aandacht voor beschermde gezichten Het grote aantal beschermde stads- en dorpsgezichten is kenmerkend voor Noardeast-Fryslân. Naast de binnenstad van Dokkum zijn er nog 11 dorpen met de status van beschermd gezicht. In deze dorpen en wijken is de afweging tussen verduurzaming en ruimtelijke kwaliteit van aanvullend belang. Denk bijvoorbeeld aan de inpassing van de zonnepanelen of de buitenunit van de warmtepomp. Voor deze maatregelen gelden aanvullende regels ten opzichte van woningen in andere dorpen en wijken. Daardoor zijn dezelfde verduurzamingsmaatregelen niet altijd even goed mogelijk. Ook kunnen de kosten van verduurzamingsmaatregelen vanwege het benodigde maatwerk hoger liggen. Tegelijkertijd staat vast dat ook de woningen in de beschermde gezichten in 2050 aardgasvrij moeten zijn. In de TVW benoemden we al dat de vele monumentale en karakteristieke panden in de beschermde gezichten misschien wel de lastigste gebouwen zijn om de verduurzamen. Daarbij werd aangegeven dat het wellicht zinvol is om voor deze gebieden separate plannen te ontwikkelen. Het nieuwe beleid voor verduurzamingsmaatregelen in beschermde gezichten wordt binnenkort vastgesteld. In het warmteprogramma geven we daarom invulling aan de oplossingsrichtingen voor de restricties die gelden in deze kernen.
Voor de woningeigenaren in deze beschermde gezichten is het bieden van handelingsperspectief van extra belang. De aanvullende complexiteit maakt dat er extra capaciteit en middelen nodig zijn om deze huishoudens goed te begeleiden in de verduurzamingsopgave.
2.1.8
Nieuw: Samenhang met klimaatadaptatie Het uiteindelijke doel van de warmtetransitie is om klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen, via de reductie van CO2-uitstoot. Dit noemen we klimaatmitigatie. Tegelijkertijd is het een gegeven dat het klimaat nog een tijdje blijft opwarmen, ook als we een relatief snelle reductie realiseren. Om die reden is niet alleen mitigatie nodig, maar ook adaptatie. Oftewel: het aanpassen aan klimaatverandering. Momenteel werkt de gemeente parallel aan het omgevingsprogramma warmte (warmteprogramma) ook aan een omgevingsprogramma klimaatadaptatie. De koppelkans tussen deze opgaven ligt met name op het vlak van koeling. Voor het voorkomen van hittestress kan actieve koeling plaatsvinden via een airco of warmtepomp. In beide gevallen is daar energie voor nodig. Maar het realiseren van bomen of zonwering kan ook hittestress in de woning voorkomen. Goede voorlichting en bewustwording omtrent koeling is belangrijk bij dit uitgangspunt. De behoefte tot koelen heeft namelijk impact op de techniekkeuze. Wanneer we de dorpen en wijken ingaan voor advies over verduurzaming, dan is dit ook een geschikt moment om te adviseren over koeling. Daarom kijken we in het warmteprogramma nadrukkelijk naar de samenhang met klimaatadaptatie.
2.2
Niet meer relevante uitgangspunten Uit de vorige paragraaf blijkt dat veel uitgangspunten die we in de TVW benoemden, nog steeds relevant zijn voor het warmteprogramma. Er zijn echter ook uitgangspunten die na enkele jaren
6
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
ervaring met de warmtetransitie in Noardeast-Fryslân juist relevantie verliezen. Hierbij lichten we toe waarom een drietal uitgangspunten niet meer wordt meegenomen in het warmteprogramma. 2.2.1
Koppelkans met openbare werken In de TVW keken we al naar de koppelkansen met openbare werken. Want als de straten opengaan voor bijvoorbeeld onderhoud aan riool en wegen, dan is dit een geschikt moment om aanpassingen voor de warmtetransitie door te voeren. Er is met name sprake van deze koppelkans bij warmtenetten. Want voor het aanleggen van diens buizenstelsels moeten de straten ook open. Deze combinatie van werkzaamheden zou niet alleen schelen in overlast, maar ook in kosten. Waarom niet meer relevant? Uit de evaluatie van de TVW volgt dat er weinig aanknopingspunten zijn voor warmtenetten. In het wijkuitvoeringsplan voor Dokkum Fûgellân keken we bijvoorbeeld concreet naar de koppeling met de wijkvernieuwing (wegen, riool en groen). Maar gezien de negatieve business case voor het warmtenet, kon deze koppelkans niet verzilverd worden. Datzelfde zal ook gelden voor andere dorpen en wijken. Daarom stellen we voor om dit uitgangspunten niet meer te hanteren voor het warmteprogramma.
2.2.2
Koppelkans met netbeheerders In Noardeast-Fryslân is het elektriciteitsnetwerk in beheer van Liander en het gasnetwerk in beheer van Stedin. Met name bij het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk zijn aanpassingen in de openbare ruimte nodig, zoals het realiseren van transformatorhuisjes. Ook deze ingrepen kunnen gekoppeld worden aan de uitvoering van de warmtetransitie. Waarom niet meer relevant? Ten eerste moet opgemerkt worden dat de samenwerking met netbeheerders nog altijd zeer relevant is. Met name met Liander vindt structureel overleg plaats aangaande de status van het elektriciteitsnetwerk, bijvoorbeeld de impact voor de bedrijventerreinen in Hallum en Dokkum Betterwird. Echter, voor de warmtetransitie zien we de koppelkans met netbeheerders niet als sturend uitgangspunt. Er zijn bijvoorbeeld geen concrete koppelkansen met ingrepen in de openbare ruimte, omdat warmtenetten in onze gemeente niet kansrijk lijken. De straat één keer open voor het combineren van maatregelen, is in dit geval dus niet aan de orde. Daarnaast werkt Liander aan de zogeheten Buurtrealisatieplannen. In deze plannen wordt het laagspanningsnet, het netwerk op wijkniveau, opgewaardeerd naar het benodigde niveau voor aardgasvrij in 2050.
Liander heeft echter aangegeven dat het laagspanningsnet van de dorpen en wijken in Noardeast-Fryslân op korte termijn nog geen grootschalige opwaardering nodig heeft. Voor woningeigenaren is er dus voldoende ruimte om de komende jaren warmtepompen en laadpalen te plaatsen. In straten met spanningsproblemen worden incidenteel nog wel transformatorhuisjes geplaatst. Maar pas na 2030 komen de Buurtrealisatieplannen, de grootschalige aanpassingen, aan bod in onze gemeente. Een prioritering van dorpen en wijken is nu dus nog niet aan de orde. In een herijking van het warmteprogramma kijken we opnieuw naar deze koppelkans voor de periode na 2030. Samengevat is afstemming met de netbeheerders wel van belang. Maar een concrete koppelkans in de uitvoering van de warmtetransitie ontbreekt nog. Hoewel ook in de warmtetransitie meer elektriciteit nodig is, is de netcongestie vooralsnog geen beperkende factor. Voor nu valt het dus buiten de scope van het warmteprogramma. We zien dit ook terug in de opdeling van het Klimaatakkoord: elektriciteit en de gebouwde omgeving zijn separate Klimaattafels. Het stimuleren van duurzame elektriciteit en de samenhang met netcongestie is geen direct onderdeel van het
7
Uitgangspuntennotitie warmteprogramma
warmteprogramma. Deze zaken komen wel terug in het ‘Energieprogramma’, waar de gemeente parallel aan het warmteprogramma aan werkt. 2.2.3
Koppelkans met nieuwbouw Het gemeentelijk beleid omtrent de warmtetransitie richt zich vrijwel uitsluitend op het verduurzamen van bestaande gebouwen. Nieuwbouw wordt namelijk vanuit wettelijke vereisten al aardgasvrij gerealiseerd. Bij het toepassen van individuele oplossingen, van warmtepompen, is er geen concrete koppelkans met nieuwbouw. Maar als in een nieuwbouwwijk een warmtenet de voorkeursoplossing is, dan kan het warmtenet ook uitgebreid worden naar omliggende bestaande bebouwing. Zo kan nieuwbouw als vliegwiel dienen voor de verduurzaming van bestaande woningen. Waarom niet meer relevant? Het uitblijven van positieve business cases voor warmtenetten zorgt er wederom voor dat een koppelkans in de uitvoering uitblijft, in dit geval met nieuwbouw. Daarnaast is ook verkend of er qua netcongestie koppelkansen zijn. Als het net verzwaard wordt voor nieuwbouw, zou omliggende bestaande bebouwing dan kunnen meeliften? In afstemming met Liander blijkt dit echter niet het geval. Transformatorhuisjes moeten op dusdanig nabije afstand gerealiseerd worden dat ze echt in bestaande wijken moeten worden geïntegreerd. Van meeliften op infrastructuur voor nieuwbouw is dus geen sprake.
2.3
Overzicht van uitgangspunten Samengevat leidt deze notitie tot de volgende acht uitgangspunten, die wij als relevant beschouwen voor het warmteprogramma. Uitgangspunten •
Betaalbaarheid
•
Energie vanuit de Mienskip
•
Samenwerken met woningcorporaties
•
Extra aandacht voor minima
•
Stap voor stap aardgasvrij
•
Benutten van natuurlijke momenten
•
Extra aandacht voor beschermde gezichten
•
Samenhang met klimaatadaptatie