Bijlage 2 - Ruimtelijke motivering
Tekst van het document
RUIMTELIJKE MOTIVERING IEDYK 8 BURDAARD
16-5-2024
Klantgegevens
Groene Energy wierda b.v.
Iedyk 8 9111GJ Burdaard Uitvoering
Ekwadraat BV Ynduksjewei 4 8914 CA Leeuwarden T. 088 4000 500 info@ekwadraat.com
Contactgegevens
Contactpersoon: vergunningen@ekwadraat.com Status: definitief Datum: Januari 2024 Versie: 1.0
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
2
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................................5 Aanleiding en doelstelling ................................................................................................................... 5 Wijze van aanvragen ........................................................................................................................... 5 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 6 Locatie en projectomschrijving ................................................................................................................6 Bestaande situatie ............................................................................................................................... 6 Beoogde situatie.................................................................................................................................. 7 Plaatsen nieuwe mono-mestvergistingssilo en biogasopwaardeerinstallatie ............................. 7 Ombouwen naar mono-mestvergistingsinstallatie ...................................................................
7 Beschikbare hoeveelheid mest ............................................................................................... 8 Overgangssituatie .................................................................................................................. 8 Tijdspad overgangssituatie ..................................................................................................... 9 Mono-mestvergistingssilo en biogasopwaardeerinstallatie .................................................... 10 Planologisch regime .............................................................................................................................. 13 Beleid ................................................................................................................................................. 15 Omgevingsaspecten .............................................................................................................................. 17 Milieuzonering................................................................................................................................... 17 Archeologie & Cultuurhistorie ...........................................................................................................
17 Ecologie ............................................................................................................................................. 17 Stikstofdepositie .................................................................................................................. 18 Externe veiligheid .............................................................................................................................. 18 De ligging van de risicocontour ............................................................................................. 18 De invloed van risicovolle activiteiten in de omgeving op de installatie ................................... 19 Geur ................................................................................................................................................... 20 Geluid ................................................................................................................................................ 20 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................... 21 Bodem ...............................................................................................................................................
21 Water ................................................................................................................................................. 21 Verkeer en parkeren.......................................................................................................................... 21 Conclusie ............................................................................................................................................... 22
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
3
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
4
Inleiding Aanleiding en doelstelling Groene Energy b.v. (hierna: aanvrager) is een melkveebedrijf met een covergistingsinstallatie. Het bedrijf is gevestigd aan de Iedyk 8 in Burdaard. De bestaande co-vergistingsinstallatie is op het bedrijf in werking sinds 2004. Nadien is de melkveehouderij uitgebreid. Hiervoor is in 2013 een Omgevingsvergunning verleend. Na de uitbreiding van de melkveehouderij kan niet alle beschikbare mest van het eigen bedrijf verwerkt worden in de bestaande co-vergistingsinstallatie. Aanvrager wil het bestaande bedrijf uitbreiden met een vergistingssilo voor mono-mestvergisting, om ook deze mest te kunnen verwerken. In de mono-mestvergistingssilo wordt alleen mest van de eigen bedrijfsvoering (uit stal A en B) vergist. Het geproduceerde biogas wordt opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. We noemen het dan groen gas. Het groene gas wordt vervolgens ingevoerd in het aardgasnet. Om dit mogelijk te maken wordt een biogasopwaardeerinstallatie geplaatst. Deze biogasopwaardeerinstallatie zal het geproduceerde biogas van de nieuw te plaatsen mono mestvergistingsssilo verwerken. Het geproduceerde biogas van de bestaande covergistingsinstallatie wordt op dit moment verwerkt in twee warmtekrachtkoppelingen (WKK). Ook hiervoor geldt dat het efficiënter is het biogas op te waarderen naar aardgaskwaliteit.
Om deze reden wordt een biogasopwaardeerinstallatie geplaatst die qua capaciteit ook het biogas van de bestaande co-vergistingsinstallatie kan verwerken. Een bestaande WKK (WKK-C) kan worden ingezet als noodvoorziening voor de mono mest-vergistingssilo. De beide WKK’s worden ook ingezet wanneer de biogasopwaardeerinstallatie nog niet gerealiseerd is. Groen gas is een duurzaam gas, met dezelfde kwaliteiten als aardgas maar zonder fossiele afkomst. Door mest te vergisten wordt deze natuurlijke energiebron nuttig benut. Op de bij de aanvraag gevoegde inrichtingstekening is aangegeven waar de monomestvergistingssilo en de biogasopwaardeerinstallatie op de locatie wordt geplaatst. Door middel van deze aanvraag beoogt de initiatiefnemer een omgevingsvergunning te verkrijgen voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op deze BOPA is de reguliere procedure van toepassing. Ook wordt het technische bouwdeel aangevraagd.
Wijze van aanvragen De beoogde installatie is volledig te realiseren binnen het bestaande bedrijfsperceel, maar is in strijd met de hiervoor geldende regels uit het Omgevingsplan. In de paragraaf “planologisch regime” wordt dit verder toegelicht.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
5
Leeswijzer Nagegaan moet worden of in de beoogde situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op deze locatie voor het verlenen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit (bopa). Allereerst wordt een beschrijving gegeven van het projectgebied, de beoogde situatie en de planologische situatie. Vervolgens wordt de evenwichtige toedeling van functies uiteengezet aan de hand van, op basis van wet- en regelgeving te behandelen, omgevingsaspecten.
Locatie en projectomschrijving Bestaande situatie De mono-mestvergistingsinstallatie wordt binnen de begrenzing van het bestaande erf van het agrarische bedrijf aan Iedyk 8 te Burdaard opgericht. De omgeving bestaat uit landelijk gebied met grote agrarische kavels in het buitengebied ten noordoosten van Burdaard. Het erf van Groene Energy Wierda B.V. ligt vrij in de omgeving. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op circa 300 meter afstand van de beoogde locatie voor de vergistingsinstallatie. Door de grote afstand tot bebouwing zal het effect op omwonenden beperkt zijn.
FIGUUR 1. LUCHTFOTO PROJECTLOCATIE De locatie is onderdeel van het bestaande bouwperceel en heeft daarmee een agrarische functie.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
6
Vergund zijn het houden van 640 melkkoeien, 140 kalveren en 140 pinken. Er is 425 ha landbouwgrond in gebruik. Dit zijn 2 Grootvee eenheden (GVE) per ha.1 Het melkveebedrijf van is hiermee een grondgebonden en extensief bedrijf. Het bedrijf zorgt voor weidegang van alle melkkoeien en levert “weidemelk” aan de fabriek. De melkkoeien zijn hiervoor minimaal 120 dagen per jaar, 6 uur per dag in de wei te vinden. Ook wordt jongvee weidegang geboden. Voor dierwelzijn en diergezondheid is extra aandacht door gebruik te maken van de diermonitor. Biodiversiteit in het boerenland staat bij hoog in het vaandel. Het grasland is voor 30% voorzien van kruiden en klaver. Gezonde voeding voor het grazende vee. Door het gebruik van klaver in het grasland wordt het gebruik van kunstmest beperkt. Organische stof is gebonden in het blijvende grasland door niet te ploegen. doet aan weidevogelbeheer door de nesten te beschermen tijdens maaien en weidegang. Door deze natuur inclusieve, duurzame bedrijfsvoering draagt het bedrijf bij aan een betere water- en bodemkwaliteit, gezonde voeding, groene energie en meer biodiversiteit. Door het vergisten van de mest uit stal A en B en het vrijgekomen biogas vervolgens op te waarderen tot groen gas, wordt alle energie in de mest benut. Dit groene gas beperkt bovendien het gebruik van fossiel gas.
Beoogde situatie Plaatsen nieuwe mono-mestvergistingssilo en biogasopwaardeerinstallatie De bestaande co-vergistingsinstallatie is op het bedrijf in werking sinds 2004. Nadien is de melkveehouderij uitgebreid. Hiervoor is in 2013 een omgevingsvergunning verleend. Na de uitbreiding van de melkveehouderij kan niet alle beschikbare mest van het eigen bedrijf verwerkt worden in de bestaande co-vergistingsinstallatie. Aanvrager wil om die reden het bestaande bedrijf uitbreiden met een vergistingssilo voor monomestvergisting. Het geproduceerde biogas van de mono-mestvergistingsinstallatie en de covergistingsinstallatie wordt in een biogasopwaardeerinstallatie opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit en ingevoerd in het aardgasnet. Doelstelling hierbij is om de mest van de eigen bedrijfsvoering aan de Iedyk 8 te vergisten. Ombouwen naar mono-mestvergistingsinstallatie Op termijn gaat de heer de co-vergistingsinstallatie ombouwen naar een monomestvergistingsinstallatie. De bestaande co-vergistingsinstallatie zal gereviseerd worden om in te kunnen zetten als navergister en/of na-opslag voor de monomestvergistingsinstallatie. In tabel 2 is de uiteindelijk gewenste situatie weergegeven. Groot Vee Eenheid (GVE): rekeneenheid voor het vaststellen van de veebezetting zoals vastgelegd door de Europese Commissie (EU 2009, L329/3). Melkkoe = 1,0 GVE, kalf = 0,4 GVE. 1
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
7
Mono mestvergistingsinstallatie
Invoer mest mono mest vergisting per jaar
Gewenste verwerkingscapaciteit
22.000 m3
Tabel 2: Verwerkingscapaciteit mono-mestvergistingsinstallatie Beschikbare hoeveelheid mest Aan de Iedyk 8 heeft de heer een omgevingsvergunning voor het houden van 640 melkkoeien en 280 stuks jongvee. Op de locatie Hikkaarderdyk 40 in Burdaard houdt de heer 160 stuks jongvee. De locatie aan de Hikkaarderdyk 40 in Burdaard is onderdeel van de omgevingsvergunning milieu aan de Iedyk 8. Er is sprake van “1 inrichting”. In onderstaand schema is een inschatting gegeven van de hoeveelheid mest die het melkvee met bijbehorend jongvee op deze beide locaties kunnen produceren.
Locaties in Burdaard
Iedyk 8 640 melkkoeien 140 pinken 140 kalveren
Mest productie in m3/dier2
Geschatte mestproductie in m3
28 16 8
18.000 2.240 1.120
Geschatte mestproductie Iedyk 8 Hikkaarderdyk 40 80 pinken 80 kalveren Geschatte mestproductie Hikkaarderdyk 40
21.360
16 8
Totaal beschikbare mest
1.280 640 1.920 23.280
Overgangssituatie van maximaal 1 jaar Tussen vergunningverlening en realiseren van de overgang van co-vergistingsinstallatie naar een mono-mestvergistingsinstallatie zal een overgangssituatie ontstaan. Hierbij is het mogelijk dat de mono-vergistingsinstallatie en de co-vergistingsinstallatie tegelijkertijd in werking zijn. Uitgangspunt hierbij is de bestaande vergunde situatie van de co-vergistingsinstallatie ongewijzigd blijft. In tabel 3 wordt de gewenste situatie in de overgangssituatie weergegeven.
Bron: Artikel 36 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: Mestbeleid 2023 tabellen Tabel 4 Diergebonden normen en Tabel 6 Stikstof en fosfaat per melkkoe 2
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
8
Locaties in Burdaard
Mest productie in m3/dier3
Geschatte mestproductie in m3
Bestemd voor Mono mest vergisting
Bestemd voor co-vergisting
Iedyk 8 640 melkkoeien
28
18.000
14.000 m3 Stal A en B
140 pinken 140 kalveren
16 8
2.240 1.120
4.000 m3 Stal C 2.240 m3 1.120 m3
Geschatte mestproductie Iedyk 8 Hikkaarderdyk 40 80 pinken 80 kalveren Geschatte mestproductie Hikkaarderdyk 40
21.360
16 8
1.280 640 1.920
1.920
Tabel 3 Overgangssituatie co-vergisting en mono mestvergisting Zoals in tabel 3 is aangegeven wordt, in de overgangssituatie ca. 14.000 m3 mest afkomstig van de Iedyk 8 in de mono mestvergisting verwerkt. De overige mest die afkomstig is van de eigen bedrijfsvoering aan de Iedyk 8 zal verwerkt worden in de covergistingsinstallatie. De co-vergistingsinstallatie kan verder gevoed worden met mest van de locaties Hikkaarderdyk 40. Het is niet de intentie om mest afkomstig van andere bedrijven aan te voeren. De vergunde situatie voor de co-vergistingsinstallatie blijft ongewijzigd. Tijdspad overgangssituatie Voor de overgang van co-vergisting naar mono mestvergisting zijn er een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan kan de overgang naar mono-mestvergisting niet plaatsvinden en blijft de oorspronkelijk vergunde situatie voor de co-vergistingsinstallatie bestaan. Deze voorwaarden zijn: Omgevingsvergunningen (ruimtelijk, bouw, milieu) verleend voor 1 september 2024. - Bevestiging Stedin voor realisatie mogelijkheid invoer op het aardgasnet volgens voorstel project. - Positieve beschikking SDE ++ subsidie. - Mogelijkheid financiering van het project. Een SDE ++ subsidie aanvraag kan aangevraagd worden nadat de benodigde omgevingsvergunningen zijn verleend.
Nadat een positieve beschikking SDE ++ subsidie is ontvangen heeft de heer uiterlijk 4 jaar om de mono-mestvergistingsinstallatie te realiseren. In deze periode wordt de financiering geregeld en realiseert Stedin de -
3
Bron: Artikel 36 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: Mestbeleid 2023 tabellen Tabel 4 Diergebonden normen en Tabel 6 Stikstof en fosfaat per melkkoe
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
9
mogelijkheid voor het invoeren van het groengas bouwwerkzaamheden zullen vervolgens gestart worden.
op
het
aardgasnet.
De
Nadat de nieuwe mono-mestvergistingsilo en de biogasopwaardeerinstallatie zijn gebouwd is het nodig de bestaande co-vergistingsinstallatie te reviseren. Dit zal in fases worden uitgevoerd. In deze periode van maximaal een jaar is het mogelijk dat beide installaties in gebruik zijn. Hierbij zal de invoer beperkt zijn door het uitvoeren van werkzaamheden aan de bestaande installatie. De complete ombouw naar monomestvergistingsinstallatie zal uiterlijk in 2030 gereed zijn. In onderstaande figuur is dit in een tijdlijn verbeeld.
Figuur 1 Tijdlijn ombouw naar mono-mestvergisting gereed uiterlijk 2030.
Mono-mestvergistingssilo en biogasopwaardeerinstallatie Het project bestaat uit de plaatsing en ingebruikname mono-mestvergistingssilo en een biogasopwaardeerinstallatie. Op het perceel staat al een co-vergistingsinstallatie en een na-opslagsilo. In figuur 2 wordt een impressie van de installatie weergegeven.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
10
Figuur 2 Impressie vergistingssilo met biogasopwaardeerinstallatie in container Allereerst wordt mest vanuit de via ondergrondse leidingen in de vergistingssilo gebracht. De mestleiding is op de plattegrond tekening aangegeven. In de vergister wordt de mest geroerd en op een temperatuur van circa 37 tot 42o C gehouden. Hierdoor komt een vergistingsproces op gang waarbij de organische stof in de mest wordt omgezet in biogas. Het geproduceerde biogas wordt opgeslagen in de gasopslag boven de vergister. Vanuit de vergister wordt het digestaat, via een ondergrondse leiding ingevoerd in de bestaande naopslag . Vanuit de naopslag kan het afgekoelde, stabiele digestaat als meststof worden uitgereden over het land. Door het plaatsen van de mono-mestvergistingssilo verandert er niets aan het proces van de co-vergisterinstallatie. Het biogas wordt vanuit de vergister naar de biogasopwaarderinginstallatie gebracht, waar het verwerkt wordt en als groen gas wordt ingevoerd in het aardgasnet. Met plaatsing van de opwaardeerinstallatie voor verwerking van het biogas, kan eveneens een deel van het biogas dat vrijkomt in het co-vergistinsproces worden opgewerkt tot groen gas. In onderstaande flowchart is de aangevraagde mono-vergistingsinstallatie verbeeld naast de reeds vergunde co-vergistingsinstallatie.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
11
Flowchart Het proces bestaat uit verschillende stappen. In onderstaande flowchart, figuur 3 is de overgangssituatie weergegeven waarbij de co-vergistingsinstallatie en de mono-mest vergistingsinstallatie in werking zijn.
Figuur 3 Flowchart overgangssituatie: mono mestvergisting en co-vergisting In figuur 4 is de situatie weergegeven na het ombouwen van de co-vergistingsinstallatie naar mono-mestvergisting.
Figuur 4 Flowchart mono mestvergistingsinstallatie
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
12
Oppervlakte bouwwerken vergisting In onderstaande tabel is aangegeven wat de oppervlakte is aan bouwwerken van de vergisting met WKK en biogasopwaardeerinstallatie in de beoogde situatie. Installatie
Oppervlakte
Bestaande vergistings silo
176 m2
Bestaande naopslag silo
590 m2
Nieuwe mono-mestvergistingssilo
255 m2
Vaste stof invoer (bestaand en nieuw)
42 m2
2 WKK’s
30 m2
biogasopwaardeerinstallatie
30 m2
Besturingsunit
6 m2
Totaal oppervlakte installaties
1.129 m2
Planologisch regime Het perceel valt planologisch gezien onder het “bestemmingsplan Buitengebied gemeente Ferwerderadiel”, vastgesteld op 13-02-2014. De locatie heeft op grond hiervan de enkelbestemming Agrarisch. Zie figuur 2. De beoogde locatie van de installatie ligt binnen het bouwvlak voor het agrarisch bedrijf. Op de locatie ligt tevens de functieaanduiding – Specifieke vorm van agrarisch – mestvergistingsinstallatie.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
13
FIGUUR 2. UITSNEDE VERBEELDING De mono-mestvergistersilo voldoet aan de bestemmingsomschrijving. Ingevolge het begrip ‘agrarisch bedrijf’, artikel 1.7 van het bestemmingsplan, moet het ‘volledig bedrijfseigen mestbewerking/-verwerking en mestraffinage in de vorm van minivergisters’ gezien worden als onderdeel van het agrarisch bedrijf. Het plaatsen van de mono-mestvergister silo is strijdig met het bestemmingsplan op de volgende onderdelen: -
Er zullen tijdelijk twee vergistingsinstallatie op het perceel aanwezig zijn. Dit is in strijd met artikel 3.1 onder n. Mestvergistingsinstallatie mogen 8 meter hoog zijn (artikel 3.2.1 onder k). De te plaatsen mono-mestvergistingssilo is 11,36 meter. De biogasopwaardeerinstallatie is een container met een platdak. Dit voldoet niet aan de regels van een gebouw met een dakhelling van minimaal 180 en maximaal 600 (artikel 3.2.1 onder k).
Voor de locatie geldt het paraplubestemmingsplan “covergisting en mono-mestvergisting” vastgesteld op 18 april 2024. De beoogde situatie is hiermee niet in strijd. In artikel 4.1 is een verbod tot bouwen voor co- of mono mestvergisting opgenomen. Dit verbod geldt niet wanneer een bestaande aanduiding voor vergisting aanwezig is, zoals op het perceel iedyk 8 in Burdaard het geval is.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
14
Met vaststelling van de “Beleidsregel mono-mestvergistingsinstallaties Noardeast-Fryslân 2024”, biedt de gemeente ruimte om aan concrete initiatieven van mono-mestvergisting onder voorwaarden planologische medewerking te bieden. Hieronder gaan we hier nader op in.
Beleid In de gemeente is het voorbereidingsbesluit ‘mestvergistingsinstallaties NoardeastFryslân’ van kracht. Het voorbereidingsbesluit houdt in dat er een aanhoudingsplicht geldt voor vergunningaanvragen voor het oprichten van een mestvergistingsinstallatie, in welke vorm dan ook, die past in het omgevingsplan. Het voorbereidingsbesluit is genomen in afwachting van een nieuw omgevingsplan ‘Groen Gas’ voor het al dan niet toestaan van een mestvergistingsinstallatie op een agrarisch bouwperceel. Vooruitlopend op het omgevingsplan wordt gewerkt met beleidsregels. Het verbod zoals opgenomen in het voorbereidingsbesluit is vertaald in een gemeentebreed paraplubestemmingsplan dat op 18 december 2023 als ontwerp is gepubliceerd. Hierin is een verbodsbepaling opgenomen voor alle vormen van vergisting, dus covergisting en mono-mestvergisting. Inmiddels is duidelijk dat een mono-mestvergistingsinstallatie perspectief biedt voor zowel de energietransitie als de landbouw. De gemeente is voornemens voor concrete initiatieven van mono-mestvergisting onder voorwaarden planologische medewerking te bieden en heeft hiertoe de ‘Beleidsregels mono-mestvergistingsinstallaties Noardeast Fryslân 2024’ vastgesteld. De voorwaarden waaronder kan worden afgeweken van het geldend verbod zijn vervat in artikel 1 van de beleidsregel.
Artikel 1 Het oprichten van mono-mestvergistingsinstallaties kan worden toegestaan in afwijking van het bestemmingsplan onder de volgende voorwaarden: 1. De installatie wordt gebouwd op het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, of direct grenzend aan het bouwperceel indien daarvoor zwaarwegende redenen zijn, het bouwperceel mag daarbij niet groter worden dan 3 ha; 2. De bouwhoogte van een installatie bedraagt maximaal 13 m¹; 3. Er wordt uitsluitend bedrijfseigen mest toegepast (max 25.000 m³ op jaarbasis); 4. De oppervlakte van de gehele installatie bedraagt maximaal 1.500 m²; 5. Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing, in afstemming met gemeentelijke landschapsarchitect; 6. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 7. Binnen een jaar nadat een installatie definitief buiten gebruik is gesteld, dient de constructie met de bijbehorende voorzieningen te worden verwijderd;
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
15
8. Er wordt voldaan aan een inspanningsverplichting voor participatie. Doel hiervan is de betrokkenheid van de omgeving optimaal vorm te geven dan wel via financiële participatie dan wel in de afname van groen gas. De voorgenomen ontwikkeling wordt hierna puntsgewijs aan deze voorwaarden getoetst. 1. De installatie wordt binnen het bouwvlak geplaatst (zie figuur 2); 2. De installatie heeft een hoogte van 11,3 meter; 3. Er wordt maximaal 22.000 m3 bedrijfseigen mest vergist in de monomestvergistingsinstallatie; 4. De vergistingsinstallatie met WKK’s en biogasopwaardeerinstallatie heeft in de beoogde situatie een oppervlak van 1.129 m2. Zie hiervoor het overzicht in de paragraaf “ oppervlakte bouwwerken vergisting “op bladzijde 13; 5. De gemeente heeft een voorstel voor landschappelijke inpassing van de vergistingsinstallatie opgesteld, zoals als separate bijlage bij deze aanvraag is gevoegd. Deze landschappelijke inpassing zal aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld, waarbij de inpassing van de vergistingsinstallatie (beplanting aan de achter/zuidzijde) als voorwaardelijke verplichting geldt. De overige voorgestelde beplanting (voorzijde en westzijde) kan aanvullend worden gerealiseerd om de kwaliteit van het erf in landschappelijke zin te verbeteren; 6. Aangezien er mest van eigen bedrijf wordt gebruikt is er geen toename van vervoersbewegingen.
Daarnaast resulteert deze vorm van verwerking van mest in een reductie in stikstofemissie. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de milieusituatie, verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Verwezen wordt wat dit betreft naar de behandeling van de verschillende omgevingsaspecten, hierna in deze ruimtelijke motivering; 7. De constructie zal maximaal een jaar nadat deze definitief buiten gebruik is gesteld worden verwijderd. Dit kan worden geborgd via een aan de vergunning te verbinden voorwaarde die hierop ziet; 8. De direct omwonenden van het agrarisch bedrijf aan de Iedyk 8 zijn reeds op de hoogte van de plannen voor plaatsing van de mono-mestvergistingssilo en biogasopwaardeerinstallatie. Hieruit blijkt dat de plaatsing van een mono-mestvergistingssilo voldoet aan de gestelde voorwaarden. De beoogde ontwikkeling kan met toepassing van de beleidsregels mogelijk gemaakt worden.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
16
Omgevingsaspecten Om na te gaan of met de ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op deze locatie wordt in deze paragraaf een motivering gegeven. Deze motivering wordt uiteengezet aan de hand van, op basis van wet- en regelgeving te behandelen, omgevingsaspecten.
Milieuzonering De VNG‐brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft richtafstanden van bedrijfsactiviteiten tot gevoelige functies aan. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt tussen woningen in een rustig woongebied en woningen in een gemengde omgeving. De vergistingsinstallatie kan worden beschouwd als een bedrijf uit categorie 3.2 volgens voornoemde VNG-brochure (covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie). Voor bedrijven die vallen onder categorie 3.2 geldt een richtafstand van 100 meter tot gevoelige functies, zoals woningen. De betreffende richtafstand is in dit geval bepaald door de aspecten geur en geluid. De dichtstbijzijnde gevoelige functie ligt op een afstand van circa 300 meter tot de beoogde installatie. De afstand van de installatie tot aan de in de nabijheid gelegen gevoelige functies bedraagt meer dan de aanbevolen richtafstand. Onaanvaardbare milieuhinder kan daarmee redelijkerwijs worden uitgesloten.
Archeologie & Cultuurhistorie Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. In het omgevingsplan staan geen archeologische of cultuurhistorische verwachtingswaarden aangegeven voor deze locatie. Het project zal derhalve niet leiden tot schade aan archeologische of cultuurhistorische waarden.
Ecologie De locatie van de installatie ligt op meer dan 6 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied, de Waddenzee. Het is gezien de aard en omvang van de ontwikkeling niet aannemelijk dat de plaatsing van de installatie zal resulteren in een negatief effect op dit natuurgebied. Het perceel is in agrarisch gebruik, er bevinden zich geen bosschages, houtopstanden of ander opgaand groen op de beoogde locatie voor de vergistingsinstallatie. De kans op aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten is hierdoor uitermate gering. Er
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
17
worden geen gebouwen gesloopt of sloten gedempt. Ecologisch onderzoek kan daarom achterwege worden gelaten. Stikstofdepositie Voor zowel de bouw- als gebruiksfase van het beoogde project is een AERIUS berekening uitgevoerd. Deze berekening is als separate bijlage bij de aanvraag in het omgevingsloket gevoegd. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden minder dan 0,00 ha/jr is.
Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en via buisleidingen. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is getoetst aan artikel 4.866 van het Besluit activitieten leefomgeving (Bal). Binnen de inrichting wordt biogas opgeslagen in de biogasdaken van de vergistingsinstallatie. De opslagcapaciteit van het gasdak van de vergister is ca. 500 m3. Op de inrichting zijn reeds twee co-vergistingssilo’s vergund. Worst case zal maximaal 1.750 m3 biogas in de inrichting aanwezig kunnen zijn. De ligging van de risicocontour Op onderstaande tekening is de risico contour van 50 meter van de nieuwe mono mestvergistingssilo aangegeven. Hierbij is gemeten vanuit het middelpunt van de gaszak. De risico contour ligt binnen de begrenzing van de locatie.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
18
Figuur 5 Risico contour nieuw te plaatsen mono- mestvergistingssilo (L). Het dichtstbijzijnde kwetsbare of beperkt kwetsbare object buiten de inrichting betreft de woning op het adres Iedyk 3 in Burdaard. Deze woning is gelegen op een afstand van ca. 300 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de vergister. De woning ligt daarmee buiten de risicocontour (PR 10-6 contour) van 50 meter uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL- artikel 4.866). Hiermee wordt voldaan aan de afstandsnormen. De invloed van risicovolle activiteiten in de omgeving op de installatie Op de Atlas Leefomgeving is op de risicokaart zichtbaar welke risicovolle situaties zich in de omgeving bevinden. De enige risicovolle activiteit in de omtrek is de bestaande covergisitingsinstallaties. Daarnaast zijn er in de omgeving van de gewenste installatie geen risicovolle actviteiten plaatsvinden die invloed hebben op de installatie.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
19
FIGUUR 6. UITSNEDE RISICOKAART
Op grond van voorgaande beoordeling moet geconcludeerd worden dat realisatie en exploitatie van de vergister niet leidt tot een onaanvaardbaar risico.
Geur Geur kan hinder en gezondheidschade veroorzaken. Het aspect geur zal moeten worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, om na te gaan of sprake is (en blijft) van een goede ruimtelijke ordening. Mest wordt via gesloten leidingen in de monomestvergistingsilo gepompt. Digestaat wordt ook via gesloten leidingen uit de monomestvergistingssilo gepompt. De mono-mestvergistingsinstallatie is een gesloten systeem en werkt volledig automatisch. De emissie van biogas zal beperkt zijn vanuit economisch oogpunt. Om deze redenen is van de mono-mestvergistingsinstallatie geen geuremissie te verwachten. Oprichting van de installatie zal niet leiden tot geurhinder voor de omgeving.
Geluid Artikel 8.3 van het Bouwbesluit 2012 bevat normen die zijn gericht op het voorkomen van geluidshinder tijdens bouw- en sloopwerkzaamheden. Onder andere is bepaald dat werkzaamheden (behoudens ontheffing) uitsluitend mogen plaatsvinden op werkdagen en op zaterdag tussen 7:00 en 19:00 uur. Daarbij mogen de in het tweede lid genoemde
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
20
dagwaarden en blootstellingsduur niet worden overschreden. De monomestvergistingsinstalltie is geen groot bouwwerk en realisatie kan overdag plaatsvinden. Tijdens de realisatiefase valt derhalve geen overtreding van de geluidsnormen in het Bouwbesluit te verwachten. Aan de in de paragraaf milieuzonering (VNG‐brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009)) aangegeven richtafstanden wordt voldaan. Hierdoor is voldoende aannemelijk dat als gevolg van de exploitatie van de installatie (worstcase-benadering) geen onaanvaardbare geluidsemissie te verwachten valt. Voor de inrichting is geen akoestisch onderzoek uitgevoerd. De locatie van het initiatief bevindt zich in het buitengebied.
Luchtkwaliteit De plaatsing van de mono-mestvergistingsinstallatie draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan luchtverontreiniging. Dat betekent dat de bijdrage van het project onder de 3% van de jaargemiddelde grenswaarde aan concentraties fijnstof en stikstofdioxide blijft. In de biogasopwaardeerinstallatie wordt het biogas gezuiverd en niet verbrand. Hierdoor komt alleen koolstofdioxide vrij die in het biogas aanwezig is (en geen stikstofoxiden). Daarnaast leidt het project niet tot extra verkeersbewegingen. Bij NIBMprojecten zijn de effecten al betrokken bij de berekening van de trendmatige ontwikkeling van de achtergrond concentraties in Nederland. Om die reden is er geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig.
Bodem De mono-mestvergistersilo is geen bouwwerk waarin mensen verblijven, er is geen sprake van een gevoelige functie. Onderzoek naar de bodemgesteldheid is om die reden niet uitgevoerd. Er zijn geen gezondheidsrisico’s of te verwachten hoge kosten voor sanering die in de weg kunnen staan aan uitvoering van het project.
Water In het vergistingsproces komt geen afvalwater vrij dat moet worden geloosd op het riool of het oppervlaktewater. Er zal geen water op het oppervlaktewater geloosd worden. Voor het project worden geen sloten gedempt of oppervlakte water gegraven. De bouw van het project zal resulteren in een toename van oppervlakteverharding, met een oppervlakte van circa 250 m2. De toename ligt onder de vrijstellingsgrens van 1500 m2 (art. 2.12.1 onder c Keur Wetterskip Fryslan 2018). Compensatie is daarom niet noodzakelijk.
Verkeer en parkeren In de mono-mestvergistingssilo wordt mest van het eigen bedrijf gebruikt. Dit wordt met buizen ingevoerd vanuit de stal. Er vindt geen extra aanvoer van producten naar de
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
21
vergister plaats. De installatie heeft geen verkeerstaantrekkende werking. Er wordt geen verandering op het vlak van verkeer en parkeren verwacht.
Conclusie Uit voorgaande beoordeling blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op deze locatie waardoor de buitenplanse omgevingsvergunning omgevingsplan activiteit (bopa) verleend kan worden.
Ekwadraat | ruimtelijke motivering - Iedyk 8 Burdaard
22